EPILOOG

NAWOORD

 

 

 

Het is nu december, de 28ste van het jaar onzes heren 2017, om precies te zijn. Midden in de nacht. 03.00 uur. Ik ben moe, bekaf zelfs, maar kan niet slapen. Heb vanavond nog van alles moeten regelen omdat ik de verkeerde pillen heb besteld bij de apotheek. Moest daarom snel naar de noodapotheek om alsnog de voor mij noodzakelijk inlevenhouders te regelen. Om nu midden in de nacht tot de conclusie te komen dat het voor mij allemaal niet meer zo nodig hoeft.

 

Achter pillen aanrennen om achter pillen aan te kunnen blijven rennen. Hoe bedenk je de waanzin.

 

Ik heb met u een jaar lang mijn gedachten gedeeld, mijn naspeuringen opgebiecht, mijn hobby’s gedeeld. Mijn afwijkende seksualiteit onthuld, mijn vrouwen, vrienden en vriendinnen vergiffenis gevraagd (niet allemaal, er waren ook loeders bij die het zelf bedorven hadden, op hun vergiffenis zal ik eeuwig moeten wachten) en mijn filosofische inzichten prijs gegeven. Inzichten die aangeven hoe wij ons allemaal vreselijk vergissen, gelovend dat onze waarnemingen tegelijkertijd ook bevestigingen zijn voor de waarheid. Het zal voor u geen verrassing meer zijn na het lezen van dit jaarboek: dat zijn ze niet.

 

Net als u word ik nog steeds door mijn ogen en oren voor de gek gehouden, net als u kan ik niet ontsnappen aan onze gemeenschappelijke waanzin. Net als u blijk ook ik niet in staat wezenlijke invulling te geven aan het fenomeen leven. Ik heb maar wat aangerommeld. Wat sporen achtergelaten, overdrachtelijk ALEX WAS HERE op muren gekliederd, wat leed veroorzaakt, wat vreugde gebracht, wat kleine sociale veranderingen teweeggebracht, kortom zo ongeveer hetzelfde als u ook gedaan heeft. En, anders dan u, heb ik dit jaarboek met flarden van mijn filosofische veroveringen geschreven. Flarden, want er is zoveel meer.

 

Ik had u nog heel veel kunnen vertellen, ook over gelukkiger tijden. Hoe mijn schilderij-kinderen verwekt werden, hoe ik mijn hersens knechtte tot denken in kwatrijnen en terzinen totdat als vanzelf sonnetten geboren werden, hoe ik deed alsof ik een echte muzikant was terwijl ik de drive om er een te worden nooit gehad heb. Een drive die ik wel had was de drive om in leven te blijven, te overleven liever gezegd. Langs dramatische paden, mij aangereikt door wereldse levens- en hemelse religieuze filosofieën. Die ik tegenkwam of inhaalde onderweg op mijn zoektocht naar hartstochtelijk vermoede schoonheid. Welke ik af en toe ook werkelijk heb ervaren, tot in extatische vervoering aan toe. Ik was poëet onder de dichters, schilder onder de beeldend kunstenaars, vorser onder de filosofen. Ik hield me bezig met het grote en het kleine, het hele grote tot aan het hele kleine en ontdekte dat het allemaal precies hetzelfde was. Dat al wat in mij was ook buiten mij existeerde. Vele gelukkige momenten heb ik afgewisseld met wanhopige periodes waarin ik bijna psychotisch door deze waanzinnige wereld dwaalde, gek onder de gekken. Dwaas tussen de zelfverklaarde normalen. Geestelijk zwerver tussen de nomaden en verslaafden.

 

 

 

Het hoeft niet meer.

 

 

 

Ik ga mijn wilg behangen met allerhande lieren, morgen die pilletjes ophalen bij de apotheek. Ik dien mijn tijd wel uit. Er zal zich nog wel eens een vlaag van creativiteit openbaren, een laatste flakkering van wat ooit een leven was dat nooit heeft geloofd in toekomst en verleden. Omdat tijd iets anders is dan wat wij denken dat het is.

 

Een leven waarvan ik het voertuig was, dat wel. En daar ben ik toch wel een beetje trots op.