30. dec, 2017

VERZAMELING

054: KWAAD OF KWIJT

053: MOOI SCHILDERIJ

052: GODENKLETSPRAAT

051: KUNDE

050: QUEESTE

049: KUNSTEXPO IN HET VEEN

048: REQUIEM

047: MONDRIAAN

046: LEEG

045: VAN A NAAR B

044: ONWEER

043: WARTAAL

042: EEN WAARHEID (de zoon van Toon)

041: VOOR HAAR DE WAARHEID

040: A PLACE REVISITED

039: MOMENT OF IN-BETWEEN

038: ODE AAN DE DICHTKUNST

037: TELEFONISCH MISVERSTAND

036: HELLE HEMEL

035: ODE AAN NANCY

034: LOF DER ONWIL

033: IK WEET NOG NIX

032: TROCHAEISCHE HERINNERING

031: OUD NEDERLANDS STAFRIJM

030: GEDICHT VOOR OOG-IN-OOG

029: STAD ZONDER RIJMWOORD

028: EXISTENTIE

027: HEIMWEE

026: TROCHAEISCH MET VIJF VERSVOETEN

025: IK BEN HET DIE RECHT

024: NOORDZEE

023: GEDICHT VOOR LUKKIEN

022: VERZETTEN ZAL IK ME

021: DE LIEGENDE ZON

020: FUTURA MORTE

019: TOEVALLIGE ONTMOETING

018: NIEUWE STATENZIJL

017: DE POËZIE BERGT…

016: LANGS EINDELOZE WEG015: BAROK CAFÉ

014: VOORUITGANG

013: OUDERDOM

012: WIEKEN VAN MONDRIAAN

011: ART OF CREATION/CREATION OF ART

010: PERPETUUM MOBILE

009: ALS IK KLAAR BEN

008: ZOUTE VLOEK

007: GRUNNEGS GEDICHIE, LUTJE WICHIE

006: GOUD

005: ALEXANDRIJN, MUZE MIJN

004: JUST AN ORDINARY LOVESONG

003: LUCIDE

002: (r)APPORT(AGE)!

001: GEHEIMSCHRIFT

 

HAIKU’S

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

054

 

KWAAD OF KWIJT

 

Zelfs als ik kwaad of kwijt

en hoog'lijk verontrust

midden in de strijd

je zie, wees dan bewust

dat ik het liefste

kwaad of kwijt

maar liever toch

juist heel dichtbij

jouw onmin had gesust.

 

Want nu ik kwaad of kwijt

in het heetste van de strijd

en ernstig ongerust

zie dat jouw schoonheid

onveranderd blijft

dan wil ik, wil ik jou niet kwijt

maar tot in eeuwigheid gekust.

 

053 

MOOI SCHILDERIJ

 

Zich niet bewust van hek en hemel

van prikkeldraad en hond en boer

sjokt heel de domme-koeien-kudde

willoos het slachthuis tegemoet.

 

Kijk, Anna twee, die hoeft niet mee

die mag onder de immergeile stier

een mooie rol als kalfsvleesproducent

is weggelegd voor ‘t stomme dier.

 

En Klaartje zes, bejaarde koe

doet steeds een zieke rare sprong

zich niet bewust van boeren-politiek

of sloten waarin ouwe koeien horen.

 

Nee, gelovend in hun O-L-B

wiens hond SS’er is op weide

en wrekende gerechtigheid voor

wie zijn best doet voor de Heil’ge aardse Leider,

sjokken zij, gewoon omdat ‘t zo hoort

hun onverbiddelijke toekomst tegemoet

Geen klacht, geen enkel rund heeft moed

en wie die wel heeft, wordt toch niet gehoord.

 

Onlangs gezien, mooi schilderij

met weide, hek en vee

in stralende zonsondergang

met achter hen de boer, én hond

en ieder lijkt tevree.

 

 

052

 

GODENKLETSPRAAT

 

Laten we de wereld kond doen over goden

hoe zij, geboren in de nacht

uit diepgaand zelfbesef van dood en lijden

ons met een liegverhaal verblijdden

over levenden en doden.

 

Hoe zij de twijfel keerden

naar blindelings vertrouwen,

de wanhoop kantelden in hoop,

t besef van droefenis tot vreugde

en duisternis betoverden naar ochtendgloren.

 

Hoe wij dat alles zelf niet konden,

manco wetend, staande naast de groeve

van hen die ons ontvallen waren,

daar uren, splinters van herinnering

nooit meer terug worden gevonden.

 

051

 

KUNDE

 

Alle mensen weten, willen niet

Alle poëten weten, kunnen niet

Alle schilders weten, kleuren niet

Alle beeldhouwers weten, getimmerd in graniet

Alle klokken weten, inderdaad

Alle klokken meten dat wat niet bestaat

 

 

050

 

QUEESTE

 

Ik zoek het lied voor nieuwe mei

een and’re mij, een oude mij

een mij die zal gehoord

geen wanklank, eermaal moord

geen klater laterom gehoord

verguld gezocht, sonant en consonant

voor nieuwe, onvolprezen mei

in mij.

 

 

049

 

Kunstexpo Veendam

 

Op de tafel, schaal met hapjes en wat glaasjes

stukje ananas, Bloody Mary zonder

eenieder moest nog rijden, ‘t was pas zestienhonderd

uur en heel veel later moest het toch niet worden

 

Gelukkig, spreker 1, zo blij hij was met expositie

van dames, drie, academie zonder

eenieder moest nog leren, ‘t was pas twintigachttien

na de Heer, véél later moet het echt niet worden

 

Op de tafel, tijdens spreker nummer twee

nog immer, altijd Bloody Mary, stukjes ananas

smaak niet bedorven door de geur

van plastic plant, lavendel, in een plastic glas

 

Inhoud van sprekersspraak al lang vergeten

maar niet de blauwgejakte vrouw die diep mijn ogen peilde

herinnering Nereïde, lang geleên

kunstexpositie in het veen.

 

 

048

 

REQUIEM

 

Sommige dingen gaan vanzelf, sommige wel

wakker als licht, slaap als je moe

trek als je maag leeg, mooi als je blij

sommige dingen gaan vanzelf

 

Sommige dingen gaan vanzelf, sommige wel

ril als je koud, zweet als je warm

rood als je brand, snee in je hand

als je snijdt tijdens kook, als vanzelf

 

Traan als je weg, sneu als je jarig

sommige tranen gaan vanzelf

leeg als je ligt, ademloos

sommige dingen gaan vanzelf

sommige wel

 

 

047

 

MONDRIAAN

 

De wieken van de tijd

zijn tekens aan de wand

geen kent zijn lot

elk gaat zijn weg

maar als u nu uw tijd verbeidt

met wachten op wat komt

zal alles wat u zeggen wou

al eeuwen zijn verstomd

 

 

046

 

LEEG

 

Alleen uit niets kan iets ontstaan

sta dus met leeg gemoed

wees eenzaam en alleen

schilder met uw hart en bloed

 

 

045

 

VAN A NAAR B

 

Mijn reis van pre-nataal naar post-bejaard

schenkt dagelijks nog vele kansen

om met de bruid of bruidegom te dansen

zo wordt mijn levenslust verklaard

 

 

 

 

 

044 

 

ONWEER

 

Verderfelijk weerlicht, geboren op kansel

geeft vrucht geen bestaansrecht

't gevoel enkel schuld

 

Macht die misbruikt wordt

perkt andermans vrijheid

wijsheid is pauze, zien is geduld.

 

 

043 

 

WARTAAL

 

Maak uw verbeelding autonoom

zij zal ter plekke onbeheersbaar zijn

en uit zijn jasje en uw geest in

mateloze rampspoed groeien

 

Maar halt... ho! Op mijn pad terstond gekeerd

ik zal u met mijn wartaal niet vermoeien

 

Zoals de één de donder op de schenen tolereert

een ander in een herfstzon stil geniet

van wat gebeurt en wat soms niet

de dominee zijn weekpreek masturbeert

 

O, dol is hij op spuwend woordenstroom

bevruchtend wat hij heeft verkracht

zijn religieuze wellust schuilt fascistoïde macht

 

Een mens is niet krankzinnig als u ziet wat ik bedoel

verbale onzin is wijsheid in evenknie's oren

genot is de zonde na kunst pas geboren

esthetisch verleden, ethiek het gevoel.

 

 

042 

 

EEN WAARHEID (de zoon van Toon)

 

Een vriend van mij

verried mij deze morgen

toch was het niet

het laagste, mij ooit aangedaan

gaf mij de sleutel

 

Hij was gaan rijden

(zei hij)

omdat rijden prettig was

zijn zoontje bij hem

zag de zon ter kimme gaan

zo rood ovaal, zei onbevangen

kijk pap, de zon leunt op het gras

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

041

 

VOOR HAAR DE WAARHEID

 

Glas-blauwe suikerpot, rook-glazen Shell-mok

de lepel met sporen van dagenlang thee

het vuilwitte tafelblad, bierviltje van gist'ren

het adres van een meisje, ontmoet in 't café

 

Hij was aan het zwerven, kwam toevallig haar tegen

het klikte , zo dacht hij, en bood haar een glas

en zijn gezelschap, zij knikte instemmend;

hij wist een cafeetje waar 't gezelliger was

 

Dus fietsten zij samen door stad en door regen

naar 't volgende kroegje en dronken wat bier

en praatten en proostten, ze lachten veel samen

tot 't sluitingstijd was, zo tegen half vier

 

Toen deelde ze mee dat een vriendje haar wachtte

en of hij nu boos was, hij schudde van nee

maar betaalde de drankjes, nam zelfs geen afscheid

ging terug naar zijn flatje en keek daar T.V.

 

 

overbodig refrein:

 

Gist'ren was een andere dag

een dag als nooit tevoren

nu klinkt jouw naam

en beeldbuis zal mij nooit eenmaal

als vroeger meer bekoren

 

 

040

 

A PLACE REVISITED

 

Aan d'einder staan wat heuvels

grijs-blauw gekoppeld aan een hemel

ik weet een stad daar

 

En dichterbij, meander van een oude vliet

wat duidelijker, de wilgen die haar zomen

een duif schiet vleugel-klapp'rend weg

 

Van hier, de plek waar ik nu sta

getooid met vreugdevol' herinnering

aan jou, hoe wij hier samen keken

naar onze toekomst, liefde in het koren

stad in de heuvels

hemel op Aarde

 

 

039

 

MOMENT OF IN-BETWEEN

 

Tussen daad, gedachte

zit een duivel stil

te wachten om

genaad'loos toe te slaan

op 't moment onzekerheid;

schermt met woorden

achterdocht en zekerheid en spijt

opdat ik niet meer durf te gaan

niets in de toekomst kan verwachten

dan dat tussen daad, gedachte

elke keer die duivel zit te wachten

om genaad'loos toe te slaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

038

ODE AAN DE DICHTKUNST

 

't Verscheiden van het licht

belast mij enkel duist're paden

waarop mijn voeten, zinnen, lusten, daden

hun nutteloze leven leiden

rest mij de schoonheid van 't gedicht

 

Daar ogen, mijn, de duisternis ontwaren

als duivel zelf zijn mij die gaven toebedeeld

al god zie ik, de mensheid speelt

daar zij de hemel, hel ontkent

 

Rest mij mijn lezers, weinig slechts, te sarren

met valse grijns op 't aangezicht

rest mij de schoonheid van het lelijke gedicht

 

 

037 TELEFONISCH MISVERSTAND

 

Dag, liefste, mij, ik wou gewoon je stem eens horen
Hallo...., zeg, moet je horen, 'k heb nu niet zoveel tijd voor jou
Dat geeft niet lief, als je maar weet, da'k heel veel van je hou
Want weet je, met jou in mijn leven. is 't niet meer als tevoren


Ik wil niet meer als vroeger, 'k wil jou alleen bekoren
'k Was nog maar nauw'lijks toe aan liefde & aan trouw
Want 'k vind het leven heerlijk, met jou als lieve vrouw
Ik krijg de vage indruk, dat je me niet wil horen


Natuurlijk hoor ik jou, ik kan je zelfs verstaan
Als je me goed begrijpt, wil dan eens naar me luisteren
Ik luister, schat, ik hoor je goddelijke stem


Zo kan het echt niet langer, je dwingt me aardig klem
'k Zal mooie dingen in je liefelijke oortjes fluisteren
Nu is 't genoeg, 'k gooi nu je spullen uit het raam.

 

 

036

 

HELLE HEMEL

 

Vier voeten paarsgewijs in 't rulle zand

zij praatte honderduit over het toeval

of 't wel of misschien niet bestond

en had geen flauw idee waarin zij was beland

 

Vier voeten paarsgewijs door 't witte zand

hij staarde over 't water, voelde eenzaamheid

genoot wel van 't feit dat hij bestond

maar had geen flauw benul, greep toen haar hand

 

En zij verstomde woordeloos, ontdaan

en stil vergleed de tijd voor deze twee

zij plukten later bessen, bloemen, zelfs de dag

totdat het tijd werd om naar huis te gaan

 

Vier schoenen vuil door 't natte zand

en even was de hemel open voor hen bei

zo hel, zo ongekleurd, zo niets van alles

vier voeten paarsgewijs door 't rulle zand

 

 

035

 

ODE AAN NANCY

 

Er was een middag, er was zon

en in die zon, daar danste zij

er was een stoel en benen kruislings

schonk hij haar Afrikaans drie-over-twee

totdat zij niet meer dansen kon

 

Er was een nacht, dagheld're maan

en in die maan keek zij naar mij

er was een bed en liefde kruislings

schonk zij hem wat zij schenken kon

totdat ik niet meer denken hoefde

er was middag, er was zon

 

 

 

034

 

LOF DER ONWIL

 

'k Ben niet geboren om te leven

'k ben niet geboren voor een ander

ik zal niet leven, eind'lijk sterven

om, volgens gelovigen,

het hemelrijk te erven

 

'k Ben niet geboren om te loven

voor liefde is geen plaats in mij

ik zal niet leven om te geven

om, volgens anderen,

nogmaals leven te beleven

 

'k Ben niet geboren, ben ik wel geboren

is mijn moeder wel de draagster van deez' vrucht

zal mijn leven, 't zijn waaronder ik nu zucht

wel eindigen in vredig sterven

'k ben niet geboren om te leven

dus laat ik niet uw vreugd bederven

 

Laat mij dan niet de wanklank van vanavond zijn

laat mij dan niet mijn verzen lezen,

nee, laat mij maar uw goden vrezen

en ze verzuipen in liters bier en wijn

 

Geef mij vergetelheid, laat mij niet bedenken

dat al wat in mij is ook uit mij is

al wat ik zie, brutaal aanwezig, soms ook ongewis

mij nooit de veiligheid van zekerheid kan schenken

 

Nee, laat mij vieren, met u feesten

tot schuim en dronkenschap mij op de lippen staan

mijn waanzin lallend nergens op zal slaan

mij voelen laat, ik ben beest onder de beesten

 

 

033 

 

IK WEET NOG NIX

 

Het gras is groen

een boom staat hoog

een huis is vaak van steen

een boterbloem is geel en niet

veel groter dan een madeliefje

er klaagt een geit

mekkert om het hoekje van de schuur

iets knarst, dat is de waterput

de poezen slapen in 't kozijn

de zon staat stralend aan

de hemel als een uit

zijn as verrezen phoenix

de hond blaft

kat miauwt en

nog steeds weet ik nix

 

 

032 

 

TROCHAEISCHE HERINNERING

 

Aan een knaapje, zwoel gekapstokt

hangt een jurkje in mijn kast

maar als ik de deur weer los doe

en mijn ogen dan niet toe doe

dan is Leiden weer in last

 

Oh, dat jurkje dat jij aan had

toen ik jou mijn liefd' beleed

als ik nu mijn hart weer los doe

en mijn ogen even toe doe

zie ik jou, met lust bekleed

 

Ach, dat jurkje dat jij uit had

hangt nu verkreukeld in mijn kast

 

 

 

 

 

031

 

OUD NEDERLANDS STAFRIJM MET MODERNE AANPAK

 

Veelal vruchteloos is 't pogen
veelal franjeloos het doel
zonder leed geen mededogen
veelal vervelend het gevoel

 

Vaak vertwijfeld in 't gedogen
zeg 'k wat ik veelal veins of voel
zonder vreugd geen ziel bewogen
vaker echter hou 'k mijn smoel

 

 

030

 

GEDICHT VOOR OOG-IN-OOG

opdracht voor een fotoclub in Beijum, Groningen

 

Ik draaide, zocht de oorzaak voor dit wenden

ontwaarde schaduw in een spiegelende plas

aanblikkend mij alsof ik zelf niet was

 

Zij stond daar zwijgend, toch was er geluid

was het mijn hart dat antwoord gaf

op vragen die ik nimmer stellen durfde

 

En rusteloos begon mijn zoektocht

naar 't land van vrede, liefde

en wist, Arcadië geheten

 

 

029

 

STAD zonder RIJMWOORD

 

Ingezonden voor Pennestreken, september 1994

 

Mijn stad, uw armen zijn de groene weiden

de sloten uw aad'ren voor het nuchter bloed

de westenwind uw machtige gebaren

o stad, o stad waarin ik kan verpozen

het centrum van een rechte spraak

daar waar geen leugen wordt geduld

 

Mijn lief, mijn lief, ooit dacht ik dat een ander einder

't geluk mij brengen zou en ik ging te reizen

vond delicate schatten van de aarde

en het besef, er is geen groter goed

dan schoonheid door een mens gewrocht

maar toch ontbrak mij iets

 

Mijn lief, mijn thuis, blauw-grijze horizon

mijn luchten en mijn lage landen

hoe heb ik ooit gedacht het elders te gaan zoeken

dan waar 'k geboren ben, mijn stad

 

 

028 

 

EXISTENTIE

 

Ik heb mezelf daarnet een bult bespaard;

ik ging ter poepen

zag verscholen

in één der duist”re hoeken

een vrouwtjesmug

 

Zij zat daar of zij dacht:

ik kom mijn tijd wel door

langgepoot en kortbehaard

en zal niet eerder bloed

of andere lekkernijen zuigfen

totdat de een of andere man

met mij in 't voorjaar heeft gepaard.

maar nu ik weet

sla ik, nog voor zij heeft gebaard

 

Ach, ik heb mezelf een bult bespaard

 

 

 

027

 

HEIMWEE

 

Stil staat de maan

de hemel ongekleurd

twee mensen spelen met elkaar

 

Wat is er toch gebeurd

dat ik van deze schone zaken

niet écht heel vrolijk word

 

Ik stem mijn stem

gebarsten door de tijd

en speel het lied der heimwee

 

 

026

 

TROCHAEISCH MET VIJF VERSVOETEN

 

In memoriam, de Geste

 

Was er ooit een schoner, eed'ler streven

van een man die zoveel jaren telde

dat hij leunend, zuchtend onder kennis

toch zijn berg beklom

toch zijn leven inhoud durfde geven

 

Waar is dan dat schoner, eed'ler streven

is 't gestorven onder groter' geldingsdrang

zijn wij niet in staat meer om te geven

zonder super-a-sociale dwang

zonder dat het altijd moet

 

Eenieder gaat zijn eigen harteloze gang

ondanks wat mij steeds het meest verwondert;

de beloning is zo onuitspreek'lijk zoet

 

 

025

 

IK BEN HET DIE RECHT

 

Ik ben het, ik zeg ze, de verzen van gist”ren

wat zou het, ik doe toch wat ik wezenlijk wil

en zijn er geen schouwers, geen hoorders meer over

dan roep ik mijn lied’ren tegen het lover

het luistert, het zwijgt en ik hoor het slechts knisp'ren

als 't vuur van de helpoort het branden wil

 

Maar is er nog iemand die hoorder wil spelen

dan speel ik de lied'ren terug naar zijn oor

en kan hij, of wil hij de waarheid niet velen

of breekt er tumult los uit duizenden kelen

dan moet ik, dan wil ik de schoonheid niet delen

dan sneuv'len mijn zangen, dan gaan ze teloor;

zo sneuvelen verzen en gaan dus teloor

 

 

024

 

NOORDZEE

 

Een fiets, ik fiets

door grijsheid, grauwe panden

over blikkerende straten

met in mijn hart een vaag idee

iets is er gaande

 

Ik bocht mijn rijwiel

om de kerk een windvlaag

niet verwacht, daar meestal daar

het windje in de rug

 

En dan opeens besef

een geur, een in het weten

weergaloos herinnering

zilt ontvangen neusgaten

 

 

 

 

023 

 

GEDICHT VOOR LUKKIEN (dec. 92)

 

Wie zal de weg zijn richting geven

wie zal dit doen

zal er de route onvergank'lijk zijn

 

Wie zal de weg zijn waarde geven

is er iemand die dit weet

 

Wie zal de bloem haar schoonheid geven

wie zal haar zien

zullen haar kleuren onvergank'lijk zijn

is er iemand die dit ziet

 

Wie zal het leven inhoud geven

is er iemand die dit weet

 

 

022 

 

VERZET

 

Verzetten zal ik mij

tegen allen die de schoonheid treden

die ochtend- avondstond vervelen

met achteloze rede

verzetten zal ik mij

 

Mij weren zal ik me

tegen alles wat mij troebelt

mijn inzicht in de waarheid schaadt

door domme dialogen

mij weren zal ik me

 

Wie kent de moed van allen die

de schoonheid dienen

wie kent die moed om 't hoofd te bieden

aan vleesgeworden paradox

die vormloos waarheid worden zal

wie kent die moed

ik ken die moed

 

 

021

 

DE LIEGENDE ZON

 

Terwijl ik keek

de schuivende zon achter

bloedeloze gevel

werd plotseling helder

alsof een harde wind een mist weg stormt

wie eigenlijk bewoog

 

En 'k greep mij vast aan

zekerheden terwijl ik keek

de schuivende zon

achter bloedeloze gevel

schijnbaar steen

schijnbaar licht

schijnbaar leven

 

 

020

 

FUTURA MORTE

 

Kijkend omhoog, de sterren tegemoet

zie 'k wanden van gebouwen dreigend doemen

mijn zicht op horizon beperkend

als 'k walgend van mijn eigen arrogantie braken moet

 

O ja, ik weet wie al die huizen heeft gebouwd

wie wegen aanlegt, kerncentrales lekken laat

de bom gegooid heeft, nee, keren zal niet baten

voor mij, die nooit een ander heeft berouwd

 

Misschien dat ogen, mijn

ooit nog de waarheid zullen schouwen

en 's levens een'ge reden zien, een mantel

met botten en een schedel, bleek en koud

019

 

TOEVALLIGE ONTMOETING

 

Ik denk haar een verleden, twee kinderen had zij

het een geslaagd, het andere overlee'n

haar man heeft haar mooi zwanger laten zijn

en is vertrokken, god weet waarheen

 

Dat is het beeld als ik de deur zie openen

en schuifelend met koffer een dame binnenkomt

verleden chique, niets meer te veinzen

een licht gesprek houdt op, verstomt

 

Zij zet zich aan een tafel, zuchtend,

bestelt de toegeschoten ober dronken: “koffie graag”

vraagt dan een vuurtje voor haar

stamelend gedraaide sjekkie

roert melk en suiker door haar koffie, traag

spreekt ze tegen mij omdat ik naar haar kijk

en zij geen ander heeft

om haar gemoed te ventileren

zij tovert mij twee wonderschone kinderen

een man op zoek naar wijde verre luchten

 

Dan is de koffie op, de sigaret gerookt

voor 't naar haar luisteren bedankt ze een paar keer

pakt weifelend haar koffer, kreunt naar buiten

en laat mij achter, hartezeer

 

De ober komt haar warboel op de tafel ruimen

terwijl hij haar hoofdschuddend nakijkt: 't is wat, hè, meneer

 

 

018

 

NIEUWE STATENZIJL

 

Een recht stuk weg, einde kromming links

verbleekt de zon met blikkerende schittering

een boerderij gooit schaduw-zwarte vorm

mijn land, voorbije regen, tegenlicht

 

De blik gericht op blauwgrijs, horizon

ontwaar ik havik, jagend sloom, toch snel

een dwarrelende leeuwerik, te laat voor lied

het land, voorbije hartstocht, schemering

 

Daarna de dijk, fluorescerend maanfragment

en staren over water, urenloos

laat ik gedachten reizen maken

keer later weer terug naar 't land en tijdelijke hechting

 

 

017

 

DE POËZIE BERGT...

 

De poëzie bergt vele paden

grillig als het schuim der brekers

die als vanouds de kust bestormen

zich wentelen voor zij de kust betreden

 

Ooit wou ik weten en 'k verraadde

mijn jonge jeugd, werd bruut bedolven

onder grote mensen waarden

zoals het strand door woeste golven

 

En radeloos zocht ik naar dat wat weg was

in kleur en toon en woord, in beeld en daad

al wat ik zag was grotere vervreemding

terwijl ik schreef en sprak op maat:

declameer uw ijdelheden, verwijder

wat u toch al kwijt bent

de jeugd vervliegt als al die vroeg're jaren

waarin u vreugde heeft gekend

 

Ik zocht het kind en vond de nestor

ik zocht oorlog. het werd vrede

'k vond dwaasheid waar ik zocht wat wijs was

wat mij resteert is onbeholpen rede

 

 

016 

 

LANGS EINDELOZE WEG

 

Langs eindeloze weg

zie ik van tijd tot tijd een teken

een merk, boodschap uit verleden

waarin de leugens waarheid leken

 

Nu 'k weet dat leugens zijn wat leugens zijn

en waarheid door de vele farizeeërs voetgetreden

geen enk'le uitspraak of hij is al weer omstreden

blijft mij het weten

 

 

015

 

BAROK CAFE

 

Vredig links klinkt Bach barok

en dompelt mij in stil Arcadië

gedachten mijm'ren langs de noten-lijnen

der melodie

 

 

014 

 

VOORUITGANG

 

De wereld was nog groot, nog onbekend

ik was een kind, dus na het vallen

volgden snel de eerste schreden

ik reisde, keek en leerde

dat al wat in mij was naar buiten werd gezien

toch bleef één beeld mij bij

 

Vanwaar je ook maar kwam, zuid, oost

ach, noem maar welke windstreek ook

steeds was daar het symbool van nestgeur

vroege herinnering aan waar

ik ooit geboren was

een toren, grijs in 't noorderlicht

 

Nu klopt dat beeld niet meer

een honderd meters hoog gebouw, zelfs vele

zijn dominant gegrift in 't netvlies

ach, 'k word oud

net als die toren in dat nevelige licht

 

 

013

 

OUDERDOM

 

Hij kijkt de vlammen in 't gelaat

de rug gekromd, de benen stram

door al het lopen zonder dat het hem iets baatte

een lied, zijn vrouw staat in de keuken

zij doet de vaat, het klinkt als alledag

zij hoopt, haar man

zal ooit een keer ontsnappen

uit deze moede, moedeloze staat

 

Toch was het vroeger niet zo, kan zij heugen

herinnert zich met glimlach dagen van weleer

waarop hij haar beminde in de heide

toen hij nog leefde, niet gegrepen door het vuur

dat hem 't gelaat nu flakk'ren doet,

laat keren in zichzelf,

hij kan niet meer ontkomen

aan deze zelfgewrochte leugen

 

Haar lied spreekt van de Heer, onwankelbaar vertrouwen

hij hoort het met een wrange glimlach aan

denkt het verleden, weet hoe hij Hem liet vallen

en staart opnieuw met dode ogen

in 't levend vuur dat hem ontbreekt

beseft opeens met grote afschuw

dat zij, die zingt vol godsbesef

als enige om hem zal rouwen

 

 

 

012

 

WIEKEN

 

De wieken van de tijd

zijn tekens aan de wand

geen kent zijn lot

elk gaat zijn weg

maar als u nu uw tijd verbeidt

met wachten op wat komt

zal alles wat u zeggen wou

al eeuwen zijn verstomd

 

 

011

 

ART OF CREATION/CREATION OF ART

 

Alleen uit niets kan iets ontstaan

sta met leeg gemoed

wees eenzaam en alleen

met al die mensen om u heen

en schilder met uw hart en bloed

 

 

010

 

PERPETUUM MOBILE

 

Langs wegen, water- asfalt- klinker- zand

en ongebaande paden

zie’k bijna altijd trotse bomen staan

geen woord teveel, toch eigen taal

die ik gebruik om u te duiden

dat

ook als ik er niet meer ben

het leven altijd door zal gaan

 

 

009

 

Als ik klaar ben met kijken

zal ik dan eindelijk gaan zien?

 

Is alles water, is alles lucht

zijn leugens waarheid

of is het al

een en hetzelfde misschien?

 

 

008

 

Zoute vloek

 

Terwijl de ouden

ongeremd

hun erger spuien

hun kwalen blank en bloot

op zee en havendijk

uitvoerig banken

 

De vloed, eb, irritant getij

voortdurend hen herinnert

aan eeuwigheid waar zij

geen deel aan hebben

Ziedaar de heimwee

ergernis

en zilt bejaarde tranen

 

 

007

 

Grunnegs gedichie

 

Lutje wichie

 

Lutje wichie, mooi gezichie,

loatgeboor'n kind van Zeus,

'k wil altied wel bie die bliev'm,

schitterende laidjes schriev'm,

ken'k die altied tuut’n

op dien mooie neus.

 

006

 

Goud

 

Ik hou van goud, ik hou van groen

amber gevat in stralenbogen

in zonsopgang, in mooie kunst

in beelden van een fotograaf

maar bovenal,

en dat vooral

als ik onpeilbaar diep

verzink in beider uwer ogen

 

 

005

 

Alexandrijn, Muze mijn

 

Goedemorgen hartediefje, mooie Muze mijn

verloren, toch weer opgedoken

nu lig je naast mij, ogen licht geloken

alexandrine, alexandrijn

dag liefje, hartediefje, schoonste Muze mijn

 

Dag Muze, Muizenis, mooie Muze mijn

mijn adem zal jouw lijf minzaam beroeren

mijn kussen zullen jou vervoeren

alexsandrine, alexsandrijn

dag Muze, mooie Muze, mooie Muze mijn

 

 

004

 

Just an ordinairy Lovesong

(the difference is, it’s for you)

 

Ik drink uit het glas waaruit jij hebt gedronken

zit op de stoel nog warm van jouw lijf

ervaar hoe je weg bent met belofte van weerzien

besef dat ’k het liefst

de rest van mijn leven

dicht in de buurt van je blijf

 

Nu dicht ik ‘t gedicht door jou verkregen

met hartstocht nog brandend, gevoel dat beklijft

uitkijkend naar morgen, naar jou terugzien

hoop dat je ‘t liefst

de rest van je leven

dicht in de buurt bij mij blijft

 

Ik weet het, ik zou toch

wijs moeten zijn

emoties beheersend

niets willen willen

maar weet je, ik zou toch

het liefst heel mijn leven

naast jou kunnen staan,

dicht bij jou willen zijn

 

Ik proef nog de zoen die jij mij hebt gekust

voel onder mijn handen jouw soepele lijf

zie in jouw ogen goud-groen van belofte

en weet dat ik graag

tijdloze uren

in jouw gezelschap verblijf

de rest van mijn jaren

jouw timmerman, minnaar

man, kok en bediende

desnoods zelfs jouw slaaf wil zijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

003

 

Lucide

 

Kijk, vlak voor het slapen

 

Kijk, vlak voor het slapen

en zinnen zich vertonen

als zinnen moeten doven

geblust met jou, door jou en jij

tevreden slaapt, later

 

Kijk, vlak voor het waken

als zinnen zich verpozen

en het dromen nog moet doven

 

Kijk

 

 

002

 

(R)Apport(age)!

 

In de ochtend, als ik met mijn hond

een Goedemorgen wek van menig leven

geboren door het waakbevel

van wrede waarheid, opstaan nu!

 

Een wekker waakt, en ergens gaat

de telefoon, neem toch es op

helaas, hij slaapt

 

Slaap lekker, sluimerwekker

maar hond en ik

zien opwaarts, stijve nek

morgenvlucht van wolken meeuwen

naar ebgebied en weten

weinigen zagen dit!

 

 

001

 

Geheimschrift

 

Terwijl de imbecielen rijmels schrijven in

hun zelfgewrochte hel, het voorgeborchte haar

geheimen prijsgeeft moet waarheid, hoe vermetel

ook gesteld, verborgen blijven, ja, die wel

 

Te groot is heden kruisgevecht, te zwaard hun messen,

te scherp hun waarden, hoe hopeloos de overwinning.

Schijnbaar zijn de plussen min, de linksen rechts

de ondersteboven ook!

 

HAIKU’S

 

Neergeslagen druppels

een en al verwondering

schoonheid in de herfst

 

 

HAIKU’S voor brochure Milieufederatie Groningen

 

 

Schelle bliksemflits

onweer rommelt overal

regen brengt vreugde

 

Gisteren vroeg ik

vandaag krijg ik geen antwoord

drijft het op de stroom

 

De haven, stilte

krijst zijn onbehagen droef

pek-zwart-e pa-len

 

stil staat het water

de takken der wilgen slaan

druppels uit het water

 

De andere kant

van het gelijk is roestig

water deed zijn werk

 

Stromende waters

langs maanbeschenen oevers

stilgezwegen pijn

 

Een blaadje papier

dwarrelt op het water neer

de waarheid ligt stil

 

Schrijvertjes schrijven

zonder letters of tekens

op water mijn naam

 

Dreven wolken langs

een dreigende horizon

ontroostbaar verdriet

 

Een vraag in de vliet

is stroomopwaarts beter

tijd geeft mij antwoord

 

Schelle bliksemflits

onweer rommelt overal

regen brengt vreugde

 

Gisteren vroeg ik

vandaag krijg ik geen antwoord

drijft het op de stroom

 

De haven, stilte

krijst zijn onbehagen droef

pek-zwart-e pa-len

 

Stil staat het water

de takken der wilgen slaan

druppels uit het water

 

De andere kant

van het gelijk is roestig

water deed zijn werk

 

Stromende waters

langs maanbeschenen oevers

stilgezwegen pijn

 

Een blaadje papier

dwarrelt op het water neer

de waarheid ligt stil

 

Schrijvertjes schrijven

zonder letters of tekens

op water mijn naam

 

 

Dreven wolken langs

een dreigende horizon

ontroostbaar verdriet