Woensdag, 01-11-2017

Als rechtgeaarde Groninger, die al heimwee krijgt als hij de “Marthinithoor’n“ niet meer kan zien aan de einder, gebruik ik regelmatig een Groningse uitdrukking in mijn dagboekepisodes.
Daar begint het gesodemieter al! Is het Groninger of Groningse. Wie het weet, mag het zeggen. Iemand die het weet, zegt dit: om te beginnen hebben we binnen het Gronings (Grunnegs, Grunnigs, Grönnegs, Grönnegers) al heel veel verschillende subdialecten. Waardoor wij er zelf het meest verward van raken. Het ligt er dus maar aan waar je op dat moment bent. Einde quote.
Mijn heel lelijke Gronings bijvoorbeeld, tref je voornamelijk aan in de stad Groningen. En dan alleen in Groningen-Zuid. In het Oosterpark, waar GVAV - nu FC-Groningen - vroeger haar domicilie had, knauwen ze heel anders. Die gasten daar versta ík niet eens.
Ook de invloed van andere talen is in onze mooie universiteitsstad door het forse percentage studenten uit alle windstreken erg groot. Van het oorspronkelijke Gronings is daarom in het “pronkjewail in golden raand“, zoals de stad Groningen genoemd wordt, niet veel meer over. (vertaling: pronkjuweel in een gouden zetting)
Bovendien wordt, door de ligging van de provincie, het Gronings voortdurend bestormd door het Fries, het Oost-fries (Nedersaksisch) en het Drents. Ook van die kanten grote vervuiling. Zo gaat dat nu eenmaal met taal.
De wezenlijke oorsprong, echter, van ons Gronings, wordt volgens sommige linguïsten toegeschreven aan de grote volksverhuizing. Ten tijde waarvan, volgens hen, een groep Wit-Russen hier is neergestreken. Waarover ik het al eens eerder heb gehad in dit dagboek. Een groot aantal typisch-Groninger klanken schijnen hier op te duiden. Het zou in ieder geval een hoop culturele verschillen verklaren. Dat wel. Maar in de wetenschap mag je nu eenmaal niet zomaar een goed passende verklaring op een verschijnsel plakken. Dat dient goed uitgezocht te worden. Hoewel... een klein beetje speculeren is natuurlijk uiterst charmant, de verleiding is groot.
Ik voel me, ook door mijn heimwee, een echte “Stadjer“(“Stadjeder“, “Stad-Grunneger“), terwijl ik niet eens een echte Groninger ben. Maar gewoon de vijfde telg van een Zeeuwse stijfkop en een iets te gastvrije Achterhoekse. Met voorouders uit Frankrijk en Duitsland. Een jongetje dat alleen maar in Groningen geboren is. Per ongeluk. Dat was overduidelijk de schuld van een klein snorretje uit Oostenrijk die deed of hij een Mof was. Hetgeen de scheldnaam voor Duitsers was, toentertijd. Voor het geval dat u daarmee niet bekend was.
Maar hoe ik het ook wend of keer: een inteeltproduct ben ik in elk geval niet. Mijn ontstaansgeschiedenis hangt van de toevalligheden aan elkaar. Het zou best kunnen dat juist dat feit de oorzaak is voor mijn levenslange zoektocht naar iets wat ik duidelijk niet kan vinden. Waar ik geen naam voor heb. Maar ook die oorzaak zal ik nooit kunnen bewijzen.
Wel kan ik in elk geval concluderen dat met mij, en door mij, standvastig wortel is geschoten in het Noorden des Lands. Want anders kan ik mijn heimwee, waar ik altijd echt ziek van kan worden, niet verklaren. Zo werd ik stamvader voor een nooit geboren generatie. Daar heb ik wel voor gezorgd. Rigoureus.
Gelukkig heb ik nog een jongere broer die zich wel netjes van zijn reproductietaak heeft gekweten. Ik gun hem daarom die stamvader-eer. Goed gedaan, jochie!

Donderdag, 02-11-2017

Hier stond eerst een vlammend betoog over het voetbal. Hoe dat ook al een speelbal is geworden van het mondiale kapitalisme. Hoe de Maffia via wedstrijdvervalsingen vele miljoenen opstrijkt, hoe dat van alle tijden is. Denk maar terug aan Renze de Vries bij de plaatselijke FC. Niet zozeer Maffia, maar toch zeker een frauduleuze voorzitter/varkensslager die via zwartgeldconstructies vele grote namen naar GVAV haalde. Wat de enige manier bleek om een provinciaal voetbalkluppie naar de subtop te loodsen. Bij de sloop van het oude stadion werd achter een muur zelfs nog verdonkeremaand bewijsmateriaal van zijn handel en wandel gevonden. Kun je nagaan hoe de echte topclups zich daar handhaven.
Dat vlammende betoog heb ik verwijderd, dit is slechts een kleine samenvatting.
Ik kwam daarop omdat ik mijn abonnement voor eredivisievoetbal op de tv heb opgezegd. Het voetbal dat getoond werd, was van een dermate povere kwaliteit dat ik er vooral bij in slaap viel. Het echte talent verkocht en de opbrengst verdwenen in de verkeerde zakken. Resteert de tweede keus voetballers. Daar ga ik niet meer voor betalen. Klaar!
Dat scheelt ook weer wat eurootjes per maand.
Verder kan ik me echt niet meer permitteren om constant maar kwaad te zijn op de egoïstische mensheid, dat is fnuikend voor de gezondheid. Ook niet als de aanleiding een spelletje op tv is. Ik wil best een misantroop zijn, maar dan wel een van gezondheid blakende.
Nu is dat wel een beetje veel gevraagd voor een man die een hartvirus heeft overleefd en een wat grotere trap met beleid moet aanvallen, maar u begrijpt de strekking.
Nee, mocht ik onverhoopt toch nog in een verzorgingstehuis belanden, god verhoede het (daarvoor wil ik zelfs nog wel een heel klein beetje gelovig worden), dan ga ik toch het liefst de geschiedenis in als de mopperkont van de gesloten afdeling. Zorgvuldig links gelaten door de overige medesenielen. Want zoveel beseffen ze nog wel. Kan ik in mijn eigen tempo de kist inglijden. Maar liever val ik gewoon op straat om. Pats! Dood. Zo heerlijk rustig, ja ja.
Bedankt, Wim Sonneveld.

Vrijdag, 03-11-2017

Gisteren moest het vuilnis bij de straat. De grijze bak. Daar moet het gewone huisvuil in, het tuin- en kookafval moet in een groene bij de straat gezet. Afwisselend een keer in de veertien dagen. Het is wel mooi dat ik regelmatig maar drie kleine pedaalemmerzakjes vol heb in die twee weken. Ik probeer zo weinig mogelijk in plastic te kopen. Wat ik dan gekocht heb, vervoer ik in zeer vaak te gebruiken stevige tassen. Van die gele, u weet wel. Olifantegroot. Sluikreclame! Maar het helpt wel als je er een beetje op let.
Toch blijft het pleisters plakken in plaats van wezenlijk het probleem aanpakken. Meer en meer ben ik geneigd de hele zaak om te willen gooien, een totale verandering in het denken te willen promoten. We moeten af van het dwaze idee dat je alleen met veel poen gelukkig zou zijn, dat meer altijd maar beter is. En dat geldt niet alleen voor geld.
Maar hoe breng je miljoenen mensen op andere gedachten? Niet, dus. In ieder geval niet anders dan door dwang van bovenaf. Diezelfde dwang overigens, waardoor u nu ook teveel huur betaalt, waardoor teveel zorgpremie in zakken belandt waar het niet hoort. Waardoor er teveel geld verdiend moet worden over de rug van teveel anderen die net zoveel verdienen, maar het niet krijgen. Want voorlopig wordt “bovenaf dat dwingt“, onze regering - stromannen voor Mammon - nog steeds in het zadel geholpen door dezelfde poeners die alle belang hebben bij het handhaven van de status quo.
Klaarblijkelijk kiest de mens zijn eigen dictator, bang als hij is om alleen te staan in zijn ideeën dat er iets structureel zou moeten veranderen. Hoe die dictator ook maar moge heten. God, Allah, Mammon, Shiva... uitkiezen maar. Overal valse beloftes van ziele- of gewetensrust, vals omdat u met deze goden alleen maar uzelf bedriegt.
Want het zijn verkeerde spiegels. Waarin u dat ziet wat u wilt zien. Maar vergis u niet, in die spiegel staat iemand met het hart op de verkeerde plaats.
Beter is het een spiegel uit te kiezen waarvan u zeker weet dat het wel een spiegel is, maar niet de uwe. Het kan in dat geval wel voorkomen dat er dan iets te lezen staat, wat u misschien niet helemaal zal bevallen. Maar één troost, u weet dan wel zeker dat het een echte spiegel is.
Ik lees het al, ik moet dringend weer achter de ezel.
“Hoe heet de koning van Wezel?“, was vroeger een geliefd echo-grapje. De een zit er op, de ander werkt er achter, een derde is het.

Zaterdag, 04-11-2017

Nog even en er worden weer nieuwe godendochters geboren door mijn hand in de vorm van tekeningen en schilderijen. Mijn hoofd zal zich weer vullen met alle mogelijke overdrachtelijkheden die te koppelen zijn aan muzen, nereïden, nymphen en godinnen.
Muzen, dochters van Zeus, zijn natuurlijk de bekendste van dezen en inspireren kunstenaars al eeuwen tot het maken van al dan niet wonderschone kunstwerken.
Die dochters heten, in willekeurige volgorde:
1. Kalliope, de muze van verhalende poëzie
2. Kleio, de muze van geschiedenis
3. Polyhymnia, de muze van lofzang en mime
4. Euterpe, de muze van fluitspel en lyrische poëzie
5. Terpsichore, muze van koordans (rei) en zang
6. Erato, muze van lyrische erotische poëzie
7. Melpomene, muze van tragedie
8. Thalia, muze van komedie en
9. Urania, muze van astronomie.
Tot zover het klaslokaal. Tot zover feitjes-Alex.


Ook voor mij zijn deze muzen een voortdurende bron van inspiratie geweest. Of juist een kapstok waar van alles aan wordt opgehangen. Het zal niet de eerste keer zijn dat iemand, die mijn hart in vuur en vlam heeft gezet, in deze vorm op het doek terecht is gekomen. Waarbij aangetekend moet worden dat de dame in kwestie alleen maar aanleiding is om via een toepasselijke muze of nymph te komen tot sublimatie en/of schoonheidsbeleving. En ook dat er niet per se een fysieke actie hoeft te volgen op het ontvlammen voor een of andere vrouw. Beter van niet zelfs, hoe dat afloopt is in het begin van dit dagboek al beschreven. Inderdaad, mijn Française!
Die, eerlijk gezegd, nog steeds niet helemaal is verdwenen.
Nou is het schrijven van zo’n dagboek van een jaar ook niet direct de snelste methode om zoiets te vergeten. Als dat al moet. En dat hoeft niet. Want ze is, op welke manier dan ook, de inspiratiebron voor dit gebeuren geweest, toch nog een muze. Voor een dagboek van een jaar. Waarvoor dank, Sandrine. Ik wens je alle geluk.

Zondag, 05-11-2017

Een zaterdag van niks was het. Mooi weer, dat wel. Ik had me verslapen, daarna een beetje geprutst, dagboek gecorrigeerd onder de bezielende leiding van Jacques, ook gepubliceerd op mijn eigen website en ook nog wat foto’s van heerlijke maaltijden op Facebook gezet. Dat laatste van de Belgen geleerd. Ik moet zeggen, de meeste foto’s zien er uit om honger van te krijgen. Waarop de hele oorlogsgeneratie onmiddellijk begint te piepen: “Trek moet je zeggen, honger hebben we niet meer in Nederland“.
Die generatie komt nooit meer onder het trauma van de laatste hongerwinter uit. De naweeën van zo’n krankzinnige wereldoorlog zijn misschien nog wel dodelijker dan die oorlog zelf. Want zelfs nu, 72 jaar later, zijn die nog niet verdwenen. Reden te meer om alle nationaal-socialistische tendensen onmiddellijk de kop in te drukken, rechtstreeks gelieerd als die stroming is aan het walgelijke fascisme.
Waar niet-onderbouwde, domme haat tegen alles wat niet eigen en vertrouwd is, de motor kan worden voor onmenselijk gedrag. Waar blinde massa’s tegen elkaar opgezet worden ter meerdere eer en glorie van de machthebbende en bezittende upper class. De feodaliteit is nog lang niet voorbij, al zeggen de geschiedenisboekjes van wel.
Echt leiderschap kent geen upper class, die kent alleen gerechtigheid en gelijkheid (Mahatma Gandhi, 1886-1948). De echte ingrediënten voor vrijheid. Laat die Franse broederschap ook maar zitten, dat is al een isme te ver. Waarmee mijn stokpaardje weer van stal is gehaald. Hup, vort, terug in je hok. Op naar een zondag van niks.

Maandag, 06-11-2017

Anti-ode aan Kevin Spacey (en Donald Trump)

Tot mijn grote vreugde is een van de zaken, die ik in dit dagboek heb aangekaart, daadwerkelijk in beweging gekomen. Ooit heb ik geopperd dat, mocht de tijd rijp zijn, vrouwen zelf in beweging zouden moeten komen. De onrechtvaardigheid en het gemak (!) waarmee de masculiene wereld zijn idioterie dicteert, kunnen vanuit mijn optiek alleen maar opgelost worden door groeiend verzet van vrouwen zelf.
Mede aangezwengeld door figuren zoals ik natuurlijk. Dat spreekt! Die zich plaatsvervangend schamen voor het gedrag van hun seksegenoten.
De filosoof Heidi Dorudi was al eens heftig tekeergegaan tegen wat zij noemde „het trut-feminisme“, de neiging van vrouwen om de macho-cultuur te ontkennen. Die zijn, helaas, meer dan genoeg te vinden.
Zoals er ook een grote groep moslima’s uit angst voor het masculiene geweld beweert voorstander te zijn van hoofddoekjes en andere (nog ergere) zogenaamd religieuze uitingen om de eigen vrouwelijkheid te camoufleren.
Dat lichaamsbedekking noodzakelijk is in een land waar de zon vrijwel voortdurend schijnt, is evident. Er zijn vast heel veel vrouwen aan huidkanker overleden, voordat een niet-zo-hele-slimmerik daar een straf van de islamitische god van heeft gemaakt. Ook binnen het strenge, rigide christendom zien we dergelijke vrouwbeperkende maatregelen, uitsluitend in het leven geroepen om te voorkomen dat de zelfuitgeroepen prins-gemaal thuis aan de dijk zou worden gezet.
Veel, zo niet al het, mannelijk geweld komt immers voort uit de eigen onzekerheid, die alleen maar de kop kan opsteken als je een vrouw als eigendom beschouwt. Wat dan weer bevestigd wordt door vrouwen die daar belang bij hebben en zich als eigendom laten beschouwen. Want het zijn niet alleen de mannen die schuldig zijn. Laat dat duidelijk zijn. Zolang vrouwen het sprookje geloven dat ze geschapen zijn uit de rib van een man, de christelijke oplossing van het kip-of-het-ei vraagstuk, zal er niet echt iets veranderen.
En toen was daar Trump! Hallelujah! De sexist! Grab them by the pussy! Vergezeld door een prachtige vrouw die daarmee gelijk het statement poneerde, dat een mooie vrouw niet per se een slimme of wijze vrouw zou moeten zijn. Grab her by the pussy, Donald! Een beetje vrouw zou zich onmiddellijk van deze onbenul laten scheiden om deze krankzinnige opmerking.
Gelukkig volgde wereldwijde afkeuring van deze uitlating. Gedaan door een man, die denkt dat hij door zijn bij elkaar gestolen miljarden ook onbeperkte macht heeft verworven. In het zadel geholpen door het kapitalisme van de superrijken, die ook wel aanvoelen dat de langste tijd voor dit soort praktijken erop zit. Het zijn niet voor niets vriendjes, Poetin en Trump. Zie hoe hard ze hun best doen om de namaakoorlog tussen Rusland en Amerika in stand te houden. En daarmee de wapenverkopen. Kenteringen zijn altijd voorbodes van revoluties. Zoveel is duidelijk.
Want nu hebben ze hun hand overspeeld. Door het Me Too-gebeuren hebben eindelijk een groot aantal bekende vrouwen zich aaneengesloten, een front vormend tegen al die idioten in machtsposities die denken zich alles te kunnen permitteren en anderen als oud vuil te kunnen behandelen. Dan heb ik het niet alleen maar over sex, ook niet alleen maar over vrouwen. Hou vol, dames, meisjes, lesbo’s, homo’s en transgenders, hou vol. Dat daarbij nog wel eens doorgeschoten wordt, moeten we maar even op de koop toenemen. Dat gaat nu eenmaal altijd zo, dat zakt ook wel weer af.
Wij, mannen, kunnen tegen dat ongefundeerde sexisme niet heel veel uitrichten. Wel kunnen we, naast ons ertegen uitspreken, consequent op de eerste vrouw op de kieslijst van de door ons uitverkoren partij stemmen. Hetgeen ik mijn hele leven al doe. Want ook wij, niet sexistische mannen, worden door dat geld gedicteerd. Dat is erg, maar lang niet zo erg als het lot van de hierboven genoemde groepen.
Overigens moeten we dan wel eerst de schaamte voorbij zijn van onze tienerjaren. Waarin we stuntelig moesten leren met het fenomeen meisjes om te gaan. Dat werd (en wordt) ons niet geleerd. Maar dat hoort gelukkig bij puberellende, niet bij sexisme.
Mocht ik toentertijd een vrouw onheus bejegend hebben, mijn excuses. Ik wist niet beter, jullie gelukkig ook niet. Nu wordt het tijd voor een wereldwijd nieuw tv-programma. Genaamd: Zie De Sterren vallen. ZDSV! Opletten, John de Mol! Blijf bij de les.
http://vileine.com/2016/05/20/paradigma-het-patriarchaat-bestaat-niet/

Dinsdag, 07-11-2017

Het lijkt er een beetje op dat, na het eruptieve schrijven van de door mij op maandag gepubliceerde aflevering, de pijp een beetje leeg is. De krachten uitgeput. Het noodzakelijke gezegd, het onuitgesprokene uitgesproken.
Was ik er al de hele dag mee bezig geweest, eerst met het schrijven, daarna stopwoordjes vervangen, domme fouten eruit halen, ook Jacques heeft er later, veel later, nog anderhalf uur aan besteed om het tot een beetje verantwoord stuk tekst om te vormen.
Bijna een jaar al bestaat onze samenwerking, geboren uit zijn kennis van en gevoel voor tekst en mijn drang tot verbaliseren van m’n gedachtenspinsels. Over een week zit het erop. Klaar!
Maar er is ook iemand anders druk bezig geweest met iets wat in mijn hoofd geboren is. Heel diep in mij knaagt nog een stukje calvinistisch schuldgevoel daaromtrent. Ondanks dat ik weet, dat een ieder toch verantwoordelijk is voor zijn eigen beslissingen en Jacques zijn diensten geheel uit zichzelf had aangeboden. Uit liefde voor taal.
Maar de doctrine van Calvijn is een diepgewortelde in onze protestantse samenleving. Van welke hersenspoeling ik uiteraard ook een slachtoffer ben. Voor wie zich daarin wil verdiepen: google “de vijf sola’s“ en de schellen zullen u van de ogen vallen. Hetgeen een toepasselijke uitdrukking is in dit verband, historisch gezien.
Gelukkig ben ik me bewust van dat mea culpa-mechaniek in mezelf, zodat ik niet ongemerkt slachtoffer daarvan word. Gold dat op de hoogte daarvan zijn maar voor meer mensen, dacht ik wel eens.
Daarom moet ik dit soort dingen wel vertellen. Zodat meer mensen dit weten. En zich veel minder schuldig kunnen voelen dan eerst.
Want kennis blijft macht.
Macht is iets weten.
En weten is een sleutel.
Sleutels horen in sloten.
Waar u van de wal af in kunt donderen.
Donderen ligt vlakbij Peize en Bunne.
In de provincie Drenthe.
Vlakbij het vliegveld Eelde.
Hoebedoelu, ik overspannen!

Woensdag, 08-11-2017

In mijn werkkamer staat een fiets omgekeerd ingeklemd in een workmate. U weet wel. Van B & D. Die fiets heeft een nieuwe achtervelg nodig en wat nieuwe spaken. Voor u zich zorgen maakt, dat kan ik zelf. Ben een aantal jaren fietsenmaker geweest, dat u dat maar even weet.
Ik heb verder een soort plastic tent-schuurtje in mijn tuin staan, daarin staat een oude e-bike met een nieuwerwetse lithium ion-accu. Die accu was duurder dan de fiets. Omdat die fiets erg bejaard is (voor een e-bike) loopt de achterband langzaam leeg. Gewoon verteerd, zo langzamerhand. Steeds opnieuw oppompen kan natuurlijk wel, maar een nieuwe binnen- en buitenband zou de oplossing zijn.
Tevens heb ik in mijn tuin een oppervlak van ongeveer 20 vierkante meter ont-tegeld, zodat het scherpe zand nu zichtbaar is. Tot grote vreugde van de talloze mussen die van ‘t zomer zandbaden kwamen nemen. Maar u moest eens weten hoeveel onkruid nog op scherp zand wil groeien. Niet te geloven. Dat moet nog winterklaar gemaakt worden. Hetgeen betekent: wieden en onkruid trekken. Daarna het zand aanharken zodat het op een Japanse tuin gaat lijken. Gaan de mezen, kauwtjes, vinken, merels en winterkoninkjes dat misschien mooi vinden, ik in ieder geval. Ik hou van Zen-tuinen. Vogels houden meer van vogelvoer, geloof ik.
Ondertussen moet gewoon de huishouding gedaan worden. Dat betekent wassen, afwassen, stofzuigen, eten koken. Heel af en toe ramen lappen, dat ook nog. En natuurlijk moet er straks ook weer geschilderd worden.
Met het eerste doek ben ik al onderweg, het tweede is al geschetst. Daar komt een nieuwe beeknimf op. Een najade heet zo’n halfgodin. De inspiratie daarvoor opgedaan door een portretfoto van een Fb-vriendin uit Harlingen. Toestemming gevraagd én gekregen.
U hoeft daarom niet bang te zijn dat ik straks, na 14 november, niets te doen zal hebben. Dat ben ik zelf wel.

Donderdag, 09-11-2017

Toen ik op 30-jarige leeftijd de banden met mijn ouders verbrak, de navelstreng doorknipte - ik heb dat netjes gedaan per brief - heb ik ze bedankt voor het enige dat ze mij hebben kunnen geven, mijn leven. Ik was er immers al heel snel achter dat ik het in dit leven zelf zou moeten rooien terwijl, en omdat, mijn ouders niet eens doorhadden waar hun oudste zoon mee bezig was. Mijn vader had nog wel eens een keertje geprobeerd bij mij wat godsbesef in te laten dalen op de dagelijkse fietstocht naar zijn werk. Maar toen ik daarop de prangende vraag stelde of hondjes dan niet in de hemel kwamen en hij het antwoord schuldig moest blijven, wisten hij en ik genoeg. Op dat moment ben ik dat beetje vader wat er nog was, ook kwijtgeraakt. Mijn moeder is zelfs nooit zo dicht in de buurt geweest als hij. Die kon ik dus niet eens kwijtraken. Wat je niet hebt... Met haar heb ik maar één goede herinnering, dat is alles. Niet om over naar huis te schrijven, dacht ik zo.
Niet meer gehinderd door thuisbagage, heb ik daarna de rest van mijn leven doorgemodderd, zoekend naar regels waarmee ik mijn leven in kon richten. Maar als je de doctrines verworpen hebt, zijn er plots geen regels meer. Dan wordt het schipperen met dat wat je aangeboden krijgt. Wat later dé succesformule bleek te zijn, maar voor je daar achter bent gekomen...
Hoe het verder is gegaan, daarover hebt u het afgelopen jaar in mijn dagboek veel kunnen lezen. Veel, maar natuurlijk lang niet alles. De meeste ellende zal ik later, rustig, met me mee de kist in nemen. Die vervolgens als as, inclusief mezelf uiteraard, uitgestrooid moet worden op een voor mij dierbaar stuk Nederland. Mooi genoeg. De mensen die dat voor mij gaan doen, zijn al lang op de hoogte van mijn besluit, dat is al geregeld. Ik moet nog wel mijn begrafenisverzekering ervan op de hoogte stellen, ik moest dat eerdaags toch maar eens gaan doen. Per slot van rekening was de gemiddelde mannelijke sterfteleeftijd in 2016 voor mannen 75,6 jaar. Die leeftijd begin ik al met rappe schreden te naderen. Gezien mijn levenswandel kan ik keurig in mijn knuisten knijpen als ik dat gemiddelde haal. Het allitereert in ieder geval lekker, dat wel.
Leentje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan. Maar zonder Leentje moet je zelf maar leren lopen. Langs je eigen levensbaan.

Vrijdag, 10-11-2017

De laatste loodjes wegen, zoals gebruikelijk, zwaar. Erg zwaar. Ik vraag me voortdurend af of ik u wel verteld heb wat ik u zou hebben willen vertellen en zo nee, wat er dan nog meer aan de openbaarheid prijsgegeven moet worden. En zo ja, wat ik er dan verder mee moet. Gaan we kijken of het in boekvorm gegoten moet worden? Of laat ik het in deze vorm gewoon op het internet staan? Is dat dan zinnig of juist on-? Ik zal daar toch een verhelderend gesprek met Jacques over moeten hebben.
Ik neig wel naar een poging tot uitgeven, maar ja, dan zit ik gelijk weer met het probleem van de titel. Moet het “dagboek van een liefde“ heten, zoals nu boven elk stukje staat? Nee, dacht ik niet. Dan eerder “onverbeterlijk gemopper“. Of moet ik verwijzen naar het voorwoord, waar ik de ware schuldigen van onze menselijke ellende een veeg uit de pan geef? Ik weet het werkelijk niet. Ook leuk: “misantropisch gewas“, lekker dubbelzinnig en het dekt de lading.
Wel weet ik heel zeker dat ik aan het schrijven een paar erg leuke mensen heb overgehouden. Mensen die elke dag, anderen slechts af en toe, de moeite namen om mijn zieleroerselen te lezen. Enkelen heb ik zelfs persoonlijk mogen ontmoeten.
Ook zijn sommigen ongetwijfeld afgehaakt, mijn standpunten t.a.v. macht, religie en rijkdom en het menselijk falen daarbinnen waren (en zijn) daar stevig genoeg
voor. Niet iedereen kan de zon in het water zien schijnen, niet iedereen is bereid zichzelf te herkennen in wat hij/zij leest. Relativerende woorden in een volgende alinea helpen niet als ze ongelezen blijven, als het geschrevene direct al terzijde is geworpen.
Toch troost ik mij met de gedachte dat ik wel een paar vruchtbare akkers heb gevonden waar ik mijn ‘anti-isme’-theorieën heb kunnen zaaien. Want behalve dat ik het een fantastische uitdaging voor mezelf heb gevonden en het (bijna) altijd met liefde heb kunnen opbrengen (oh, die liefde bedoelde hij), zou ik het ook wel prettig vinden als ik een klein beetje heb bijgedragen aan het tot stand komen van een vrijere wereld. Waar het toch ooit een keer van moet komen. U en ik zullen dat wel niet mee gaan maken, maar wie niet probeert, heeft altijd gefaald. En dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

Zaterdag, 11-11-2017

Mijn grote literaire voorbeeld Midas Dekkers had ooit een keer een mooie uitspraak in een van zijn boekjes. Met als oorzaak de gedragingen van zijn kat. Herstel: zijn poes! Die Statiefje heet vanwege het feit dat het beest na een amputatie verder moest met drie poten. En als ze dan aan de pootontbrekende kant onder de kin gekrauwd werd, begon het stompje automatisch mee te bewegen. Dat hoorde gewoon bij het onder-de-kin-gevoel. Ik citeer Midas: ...zo tart ze de wetten van de logica. Oorzaak leidt niet langer tot gevolg, gevolg leidt hier tot de oorzaak. Zo mengt Statiefje zich in de verhitte debatten die filosofen vanaf Aristoteles voeren over het causaliteitsbeginsel. Ze schaart zich duidelijk aan de zijde van wijsgeren als Kant, die menen dat de koppeling tussen oorzaak en gevolg niet reëel hoeft te zijn maar een idee is in ons hoofd. Einde citaat.
Maar daar, waar Midas een poezenmens is, ben ik duidelijk een hondenmens. Wat natuurlijk niet inhoudt dat ik dan gelijk een kattenhater zou zijn. Ik heb gewoon niet zoveel met poesachtigen. In de dierentuin zal je me ook niet aantreffen bij de leeuwen en tijgers of ocelotten. Ocelot: Lat.: Leopardus pardalis. Die naam alleen al, de eigenaar daarvan krauw je niet even lekker onder de kin. Dan de Canis lupus familiaris. Die wel!
Misschien valt dat wel te herleiden naar het feit, dat apen en katachtigen vroeger elkaars doodsvijanden waren. Samen een territorium moesten delen. Een beetje chimp is een uitgelezen maaltijd voor een leeuw, tijger of  jachtluipaard. En wolfachtigen waren niet daar, waar de apen leefden. Die wolven woonden in het Hoge Noorden, in de sneeuw. Een slimme aap blijft in de Tropen, toch? Voor een hyena hoef je niet zo bang te zijn, die kun je met een groep soortgenoten gemakkelijk aan.
Over het krauwen; zoals elk Plutobaasje weet, hoef je een hond maar even te krabben op zijn ribbenkast en de bijbehorende achterpoot begint ook bij deze dieren gewoon mee te bewegen. Ook als de poot er nog helemaal aanzit. Ik denk dat, als je daar onderzoek naar zou doen, heel veel dieren dat soort automatische reacties zouden gaan vertonen. Leuke klus voor een bioloog.
Dat Midas Dekkers, behalve in de huisdierenvoorkeur, mijn grote voorbeeld is, behoeft geen nadere uitleg. Zowel de toon, als de stijl, als zijn filosofie past naadloos op mijn betogen. Als u hem begrijpt, begrijpt u mij. Als u begrijpt wat ik bedoel. Zou Marten Toonder schrijven bij monde van O.B.B.
Ook ik heb het vermogen tot autonomie van het menselijk brein het afgelopen jaar voortdurend en overduidelijk voor u aangetoond, of u het gelooft, is aan u. Ik ga niet over uw brein. Dat doet uw vriend of vriendin, uw minnaar of minnares wél, als u door hem/haar op een lekker plekje gekrauwd wordt. Kijken wat er bij u gaat bewegen.

Zondag, 12-11-2017

Hoe ouder, hoe gekker, zeggen ze wel eens. Dat is natuurlijk niet waar. Het moet “hoe ouder, hoe vrijer“ zijn. Verlost van alle sociale chantage, kunnen mensen op hogere leeftijd heerlijk doen wat ze willen. Het zich niet langer aan te hoeven passen aan de economische terreur creëert een grote mate van geestelijke onaanraakbaarheid.
In slobberige broeken rondkreupelen, soepjurken dragen, rollators tegen hielen rijden (au!... kut), met wandelstokken dreigen maar vooral... niet meer naar bazen luisteren. Er is maar één baas, weten de bejaarden, en die komt hen binnenkort halen. Dus wie doet ze wat!
Zodoende vormen ze een grote bedreiging voor alles en iedereen die met ordening en structuur geld wil verdienen. Houd rechts, opschieten, doe dat, vooruit, instappen, ga zitten.... het zal hun allemaal een worst wezen. Loop heen... denken zij als antwoord.
Onkwetsbaar zijn voor je medemens is een heerlijk gevoel. Toen ik dat bij mezelf ontdekte, nog niet zo heel erg lang geleden, ben ik alvast begonnen met weer mijn haar te laten groeien. En een lange jas kopen. Wat wou ik dat vroeger graag, zo’n langharige, een beetje excentrieke grijsaard zijn, die andere mensen op straat zomaar aan durfde spreken op hun gedrag.
Dat dat mijzelf is overkomen, dat aangesproken worden, was mede grond voor die wens, dat moge duidelijk zijn. Ook ik werd door een, zoals later bleek, al wat oudere, grijze Groninger kunstenaar aangesproken met de dringende raad: u moet eens wat minder drinken. Dat was de rol van Martin Tissing in mijn leven. Het heeft geholpen, Martin. Dank!
En nu ben ik zelf zo’n grijsaard. Met zwierige lange jas (tip: koop wel een echt mooie jas, anders werkt het niet) en die uitstraling van onkwetsbaarheid. Die trots kan zijn op de door hem voltooide werken. Waarvan het tot nu toe laatste werk bijna af is. Nog twee dagen, deo volente. Ik ga maar even wandelen, geloof ik. In mijn lange jas.

Maandag, 13-11-2017

Op Facebook schreef ik op 31-10-2017 een kort betoog om de waanzin van oorlog aan te tonen. Gelukkig reageerde Jacques. Wat toen volgde, was een boeiend debatje, dat tevens de doelstellingen van dit dagboek benaderde. Na toestemming van hem zet ik het op de een-na-laatste pagina van mijn dagboek, mede aantonend dat de relatie tussen mij en mijn corrector niet geheel toevallig is. Het is nu de een-na-laatste dag. Wie oren heeft, die hore. Wie ogen heeft... 

HET BETOOG
Misschien ben ik wel dom of zo, maar als IS verslagen is, kunnen al die vluchtelingen toch gewoon terug? Vliegticket mee, beetje zakgeld en klaar. Dat heeft niets met discriminatie of moslimhaat te maken, puur vriendelijkheid en echte hulp. Zullen zij zelf toch ook het mooiste vinden, dacht ik zo. Geboorteplek, heimwee, alomtegenwoordige Allah, genoeg redenen te bedenken. Uiteindelijk hebben ze hier, behalve tijdelijke hulp, toch niets te zoeken? 't Is dat ik hier geboren ben en vreselijk last van die heimwee heb, anders zou ik hier ook niet eens willen wonen.

De reacties van Jacques (J) en mijn antwoorden (A) daarop:

J
Terug naar het door de diverse geallieerden - waaronder Nederland met die paar niet wegbezuinigde kutvliegtuigen - platgebombardeerde Aleppo of zo, waar geen steen meer op de andere staat?
A
Uiteraard met hulp voor wederopbouw, daar zijn nog wel een paar kapitalistische bedrijven voor te porren. De meeste ellende is trouwens echt wel door hun eigen extremistische geloofsgenoten veroorzaakt,
Dan had je überhaupt niet moeten ingrijpen en de grenzen dichthouden, onder het motto: zoek het zelf maar lekker uit. Waar gehakt wordt, vallen nu eenmaal spaanders, maar wie begint te hakken? Een wereldwijde anti-religieuze beweging is wat dat betreft de enige oplossing, zij het een zeer traagwerkende.
J
Dat van dat “Uiteraard met hulp voor wederopbouw.“ las ik niet direct in je verhaal. Daar stond iets van een vliegticket, een beetje zakgeld mee, en hup, klaar.
Dat leek me te kort door de bocht, zelfs voor een begenadigd schilder.
En verder vind ik dat de vluchteling die binnenkort die kant op wil om de zooi op te ruimen, alle lof en medewerking verdient.
Maar wat te doen met al die getraumatiseerden waaronder kinderen?
A
Dat leek mij duidelijk genoeg. Er zijn ook dingen logisch als het er niet staat. Ik had het nu over mensen die terug willen naar hun eigen geboortegrond. Ook Nederland moest na de Tweede Oorlog weer geheel opgebouwd worden. En ook hier kwamen gevluchte Nederlanders weer terug. Dat is nu eenmaal zo met oorlogen. Helaas.
J
Leuk trouwens, zo'n debatje!
Zonder social media ondoenlijk!
A
Die getraumatiseerden moeten het, net als ik vroeger, inderdaad zelf redden. Maar het liefst met zoveel mogelijk hulp. Er zijn trouwens meer moslim-miljardairs dan andere, heb ik me wel eens laten vertellen. Die rijk geworden zijn van de extremistische oorlogen. Daar ligt ook nog een schone taak. Nogmaals, als je dat niet wil, moet je de echte oorzaak aanpakken, de spaanders van nu zullen het toch zelf moeten doen. Het zou mooi zijn om deze beide zaken, oorzaak en slachtoffers, niet door elkaar te halen. Waarmee ik niet zeg dat jij dat doet.
J
Ik weet niet wat jij allemaal meegemaakt hebt, maar wie als kind zijn ouders vermoord ziet worden, wil ik a. niet als “oorzaak“ zien en b. niet afhankelijk laten zijn van de verkeerde miljardairs. Kinderen zijn nooit oorzaak.
Vergeet niet dat de Nederlandse regering ook meehelpt om ter plekke burgerslachtoffers te maken. Daarom vind ik dat wij een morele verplichting hebben.
A
Het moge duidelijk zijn: de oorzaak is de door de religie en kapitalisme veroorzaakte oorlog, de mensen altijd slachtoffer. Zelfs de soldaten van beide kanten zijn slachtoffers. De wezenlijke daders (de oorzaak) zijn in het wereldtopkader te vinden, de multinationals, de corrupte wereldleiders, en hun vunzige deals onderling. De kapitalisten trekken zich echt niets aan van bejaarden die te vroeg komen te overlijden door gebrek aan zorg. Of van diegenen die sneuvelen voor idealen die de hunne niet zijn. De vunzigheid van het materialistisch denken kent geen grenzen, ziet er geen been in extremisten te misbruiken voor hun hebberige doelstellingen. Zij zijn de echt gestoorden. Nageboortes van het feodalisme, die vernietigd hadden moeten worden. Ik zei al: breek me de bek niet open. Mijn gif kent ook geen grenzen.
J
In de basis ben ik het helemaal met je eens, Alex.
Alleen het misdadige wereldtopkader, mooi woord trouwens, is verantwoordelijk, met zijn verderfelijke achtergrond van kapitalisme en religie.
We verschillen alleen in opvatting over de mate van zorg die de slachtoffers moeten krijgen, en zeker als dat kinderen zijn.
A
Dat zou, alles uitgesproken zijnde, best wel eens mee kunnen vallen. Daar zou een apart hoofdstuk voor in het leven geroepen moeten worden. Want met de volkomen begrijpelijke neiging om kinderen en ouders niet uit elkaar te mogen halen, terecht, is er ook een voor de "fouten" zwakke plek ontstaan waar extremisme gebruik van maakt. Ik ben allang blij dat ik daarover geen beslissingen hoef te nemen. Daar zou mijn geweten niet tegen bestand zijn. Maar alweer: dit valt onder het zeer noodzakelijke pleisters plakken en niet onder het oorzaak bestrijden.
A
Leuk debat voor in het dagboek. Misschien als een-na-laatste dag?
J
Dat kan aardige correcties opleveren...
A
Dan stuur ik het eerst even langs, verzameld en wel. Heb jij eindelijk ook weer eens wat te doen. (Grinnik!)

Dinsdag, 14-11-2017

 

De laatste dag, de dag des oordeels. Een jaar lang heb ik lief en leed met u gedeeld, u bent een beetje van mij te weten gekomen en ik ook een beetje van sommigen van u. Een beetje, uiteraard, want een jaar is lang niet lang genoeg om een complete doopceel van mij te lichten. Al helemaal niet omdat mijn leven niet langs gebaande paden is gelopen.  Ik deed maar wat, soms met, soms zonder partners. Wie ik overigens alle eerbied verschuldigd ben, omdat zij het überhaupt met mij hebben uitgehouden. Ik wist niet eens wie ik zelf was, laat staan dat zij dat wisten. En dat weet ik nog steeds niet. In mijn optiek is een persoon datgene wat hij meemaakt en wat hij ermee doet. Leert hij ervan, doet hij er iets mee, hoe ambivalent is iemand. Zelfs een buitenwacht kan daar niets mee.
Zo zat ik op een cursus djembeh slaan (Afrikaanse trommel), mijn leraar zei dat ik ambivalent was, zijn vrouw beweerde het tegendeel. Dat ik eigenlijk de leider was. Maar dat vond de leraar natuurlijk weer niet leuk. Zoek het zelf maar uit, is de uiteindelijke boodschap.
Ambieert u weinig, dan zal u ook weinig overkomen, een grijze muis blijft dan een grijze muis. Ik geloof niet zo in predestinatie, de keuzes die iemand maakt, bepalen wie iemand is.
Ergo: de aangeboren persoonlijkheid bepaalt wie iemand wordt onder de juiste omstandigheden. Je kunt wel een geboren leider zijn, maar als je opgroeit in een oorlog is de kans op een kogel in je kop groter dan de kans dat jouw persoonlijkheid zich ontplooit en jij die leider ook wordt. Je zult toch eerst in een situatie terecht moeten komen die aan die gave van jou recht kan doen.
Als eindresultaat kwam uit die cursus trommelen dat ik thuis met een vriend (bedankt Jan Haandrikman) een zwart vogelkopmasker maakte met een lange klankstaf. Waarmee ik tijdens de cursus-slotuitvoering een tovenaarsdans deed op mooi djembehgeroffel van mijn leraar. Ook had ik tussen al die bedrijvigheid door nog een trommel gemaakt. Bespannen met een zelfgeprepareerd geitevel. Je weet dus maar nooit waar je ideeën jou brengen. Misschien is idealisme daarom wel taboe. Het is zo verdomd onzeker. Net zo onzeker als morgen vroeg, als ik geen volgende aflevering van mijn dagboek hoef te publiceren om die door Jacques te laten corrigeren. En door u te laten lezen, uiteraard.

 

En dus ook Jacques bedankt, die mij afgeleerd heeft om „en“ en „dus“ in mijn stukjes te verwerken, dus!

 

Dank, allen, dank. Zonder u had ik het nooit gered. Tetelestai.

 

In memoriam, Tjitske Adriana, kortweg Teja.

 

 

Appendix:

 

Vijf wetten over (jouw) domheid - Johan Braeckman 
Anders geformuleerd: Er lopen meer domme mensen rond dan we denken. Hoe kan je anders begrijpen waarom zelfs briljante wetenschappers geloven dat de Ster van Bethlehem écht bestaan heeft? Besluit: "Domme mensen zijn gevaarlijker dan schurken".Lees ook: Het echte verhaal over de ster van Bethlehem – Tim Trachet
Johan Braeckman is filosoof aan de Universiteit Gent. Hij publiceert over wijsbegeerte, bio-ethiek, toegepaste ethiek, milieufilosofie en culturele aspecten van de wetenschappen.
In zijn recent verschenen boek over De ster van Bethlehem maakt journalist en sterrenkundige Tim Trachet korte metten met de talloze hypothesen over de meest bekende ster waarover we niets weten. Tim Trachet beschreef dat ook voor deredactie.be.Bijzondere aandacht gaat naar de opvattingen van ernstige wetenschappers, in het bijzonder astronomen. Volgens sommigen was het hemelverschijnsel dat de wijzen uit het Oosten de weg naar Jezus wees een nova, volgens anderen een supernova. Of was het een komeet, een meteoriet of een vuurbol? Of wellicht een conjunctie van twee planeten?Geen van die verklaringen houdt steek, toont Trachet overtuigend aan, om de eenvoudige reden dat het verhaal over de ster van Bethlehem mythisch is en niets met de realiteit te maken heeft. Astronomische verklaringen voor de zogenaamde ster zijn onvermijdelijk fout, omdat de vraag naar een sterrenkundige uitleg op zich een pseudovraag is. Biologen kunnen net zo goed een verklaring trachten te vinden voor een sprekende wolf, als ze Roodkapje willen duiden.
De auteur van het verhaal in het evangelie van Mattheus (2: 1-12) paste de reeds lang gekende techniek toe om aan bijzondere personen bijzondere gebeurtenissen te koppelen. Dat die gebeurtenissen verzonnen worden, is niet relevant voor hun functie.
Zo werd van Boeddha verteld dat hij als kind bij elke stap die hij zette een lotusbloem uit de grond deed oprijzen. Volgens de officiële biografie van Kim Jong-il werd de geboorte van de grote leider aangekondigd door een dubbele regenboog en een nieuwe ster.
Dat over de eeuwen heen honderden miljoenen mensen letterlijk in een ster geloofden die boven een stalletje bleef staan, is op zich reeds verbazend genoeg. Maar dat ook astronomen zich laten verleiden tot een letterlijke interpretatie van een legende, om er vervolgens een wetenschappelijke uitleg aan te geven, verdient een verklaring op zichzelf. 

 

01 Zelfoverschatting

Een voor de hand liggende bedenking is dat wetenschappers meestal goed zijn in hun discipline, maar leken zijn op alle andere gebieden, net zoals iedereen. Ze lopen evenwel het risico zichzelf te overschatten: "Ik ben een briljant astronoom, dus ik snap ook wel iets van bijbelexegese of literatuurwetenschap."
Het fenomeen is vrij bekend, maar niet goed bestudeerd. Meerdere nobelprijswinnaars zijn in de val getrapt. Om maar enkele voorbeelden aan te halen:
Linus Pauling was de beste chemicus van zijn generatie en won zelfs twee nobelprijzen, maar hij bedacht het kwakzalvergeloof dat ongeveer alles te genezen valt met hoge dosissen vitamine C.
Philippe Lenard won de nobelprijs voor natuurkunde, maar was een overtuigde nazi die dacht dat echte wetenschap Arisch was. Zogenaamde joodse wetenschap, zoals de relativiteitstheorie, kon onmogelijk correct zijn.
Kary Mullis, die de nobelprijs voor scheikunde ontving, denkt dat aids niet door hiv wordt veroorzaakt en gelooft in astrologie. 

 

02 Domheid is alomtegenwoordig

De Italiaanse historicus Carlo Cipolla brengt in zijn vermakelijke boekje De wetten van de menselijke stupiditeit het standpunt naar voren dat “de kans dat iemand dom is, los staat van elke andere eigenschap van die persoon”.
Cipolla’s boekje is satirisch bedoeld, maar zet toch aan tot denken. Zo kan ook intelligentie op een bepaald domein een eigenschap zijn van iemand, maar dat leert ons niet meteen iets over zijn of haar vermogen tot intelligent denken en handelen in andere gebieden.
Cipolla maakt een interessant onderscheid tussen intelligente en rationele mensen. Intelligente mensen kunnen hun intelligentie ook aanwenden om domme dingen te doen of dwaze opvattingen op slimme wijze te verdedigen. Rationele mensen zijn daartegen misschien iets beter bewapend. 

 

03 Prijs voor domheid

Het is jammer dat de studie van domheid nog geen volwaardige academische discipline is. Er zijn wel meerdere boeiende overzichtswerken aan gewijd, zoals de meerdelige Encyclopedie van de Domheid door Matthijs van Boxsel, of de Dictionnaire de la Bêtise van Guy Bechtel en Jean-Claude Carrière.
Maar dat zijn geen studies die wetenschappelijke theorieën over domheid bespreken. Ook de Darwin Award, een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan mensen die zichzelf dankzij hun domheid uit de menselijke genenpoel verwijderen, toont wel aan hoe extreem dom we kunnen zijn, maar biedt verder geen verklaring.
(Tussen haakjes: significant meer mannen dan vrouwen wonnen de voorbije decennia een Darwinonderscheiding, wat wellicht wijst op een ingebakken genderverschil in domheid.) 

 

04 Domheid wordt systematisch onderschat

Voor zover ik weet bestaan er ook nog geen gespecialiseerde tijdschriften voor de wetenschappelijke studie van domheid. Ze is nochtans alomtegenwoordig en brengt de mensheid onnoemelijk veel schade toe.
Cipolla’s eerste wet luidt overigens: “Iedereen onderschat altijd en onvermijdelijk het aantal domme individuen dat in omloop is.” Het is een van de vele raadselen die het fenomeen domheid omringen: waarom onderschatten we het? En waarom begrijpen we er zo weinig van?
Cipolla merkt terecht op dat men eerder neerbuigend doet tegenover domheid, in plaats van het ten gronde te bestrijden, om de schade die eruit kan voortvloeien te vermijden. Het is een onderdeel van zijn vierde wet: “Mensen die niet dom zijn, onderschatten altijd de schadelijke kracht van de domme medemens.”
Dat leidt vrijwel vanzelf naar de vijfde wet: “Domme mensen zijn de gevaarlijkste mensen”, en naar het logische gevolg daarvan: “Domme mensen zijn gevaarlijker dan schurken.” 

 

05 Methode in de waanzin

Cipolla haalt het zogenaamde Scheermes van Hanlon niet aan, maar het ligt voor de hand om het in verband te brengen met zijn analyse. Dat ‘scheermes’, een soort filosofische stelregel, luidt als volgt:
“Schrijf nooit aan kwade opzet toe wat afdoende kan verklaard worden door domheid.”
Het is een inzicht dat we op meerdere, soms verbijsterende fenomenen kunnen toepassen.
Zo is een terrorist niet noodzakelijk door intrinsieke slechtheid gedreven. Veeleer is zijn brein besmet door extreem domme opvattingen, wat leidt tot uitermate dwaas gedrag.
Dat sluit niet uit dat die domheid haar eigen logica kan hebben. Wat Polonius in Hamlet opmerkt over madness, geldt ook voor domheid: “Al is dit waanzin, toch zit er methode in.”


Het wordt tijd dat we de intrinsieke oorzaken, structuur en dynamiek van domheid beter gaan begrijpen.