Zondag, 01-10-2017

De laatste paar weken hing er in mijn woning een beetje vreemde rottingsgeur. Alsof er ergens een dood beest lag te vergaan.
Ik weet dat aan de wind uit het oosten - soms gebeurt dat - maar de laatste paar dagen was het weer gewoon westenwind en rustig en toch bleef het rieken. Had al een fles gootsteenontstopper gekocht, misschien lag het daaraan. Het hielp een beetje, maar niet afdoende. Dan maar op zaterdagmorgen het gereedschap tevoorschijn gehaald.
Steek- en ringsleutels en een grote, brede schroevendraaier voor die mooie schroefbout in mijn gootsteenbak die de afvoerbuizen op hun plaats houdt. Buizen, want ook de bovenuitloop moest er natuurlijk af.
Eenmaal alles los, lekbak eronder, u kent dat wel, bleek al gauw dat het geen overbodige ingreep was. Stinken! Dat was het dus!
In de loop der jaren was het vuil vele millimeters dik tegen de wanden aangekoekt. Toen het tien minuten later weer schoon was en al het pvc-werk weer netjes gemonteerd, moest ik wel even toegeven aan een zeer kinderachtige neiging.
Namelijk de hele gootsteenbak vol laten lopen met heet water en een beetje afwasmiddel zodat het schuim over de rand krulde. En toen de stop eruit! Het zuigende geluid van de geweldige draaikolk die daarbij ontstond, was bijna orgastisch. Prachtig!
Goed gedaan, de dag kon niet meer kapot. Stankloos verder.
Wel moest ik nog even ijdel nagenieten van een ander soort schoonheid: die van de dagboekaflevering van zaterdagmorgen. Over het te schrijven boek in de toekomst. Ook lezers reageerden er uiterst positief op en zelfs bij Jacques kon er, na kort bedelen mijnerzijds, een compliment af. Hij noemde het: eentje van de buitencategorie. En daar was ik het mee eens, bescheiden als ik ben.

Maandag. 02-10-2017

Vanaf gisteren is de lokaal wereldberoemde Hoornseplas in het zuiden van de stad Groningen, op de grens van Drenthe, weer open voor doordeweeks vrij wandelen met de honden. Lokaal wereldberoemd omdat een Gronings tweetal (Pé Daalemmer en Rooie Rinus) daar een prachtig lied over heeft geschreven, ook voor niet-Groningers zeer de moeite waard.
De reden voor dit lied is de aanwezigheid van een naaktstrand aan de oostkant van de plas, wat voor Groningen en Haren een zeer frivool gebeuren is. De wandelroute om die plas gaat dwars door dit stukje terrein, dus voor al te preutse mensen is het geen optie. Die zie je dan ook resoluut rechtsomkeert maken op de plek waar dat gedeelte begint. Ik doe daar niet zo heel moeilijk over, alhoewel een man met een erectie midden op het wandelpad mij ook wel iets te veel van het goede is. Gelukkig gebeurt dat maar zelden, zelf heeft schrijver dezes het maar een keertje meegemaakt.
Door regelmatig patrouilleren hoopt de gemeente Haren, waar de plas onder valt, de zaak een beetje onder controle te houden, wat over het algemeen vrij aardig lukt.
Maar als het straks ook maar een ietsje kouder is, zijn de naaktrecreanten (én de erecties) allemaal verdwenen. Dan hebben wij, honden en hondenbazen, het rijk weer alleen.
Voor ons lekker, het is een fijne wandeling van zo’n drie kwartier - rustig aan - en de honden kunnen eventjes uitrazen, worden er mooi sociaal van. Want binnen een roedel corrigeren honden elkaar meestal wel, dat gaat over het algemeen erg goed.
Voor mij is het extra mooi omdat het niet zo ver van huis is, op fietsafstand zelfs. Dat ga ik dit jaar maar weer eens proberen, hondje aan de lijn, dat moet lukken. Anders toch maar weer met de auto, het is niet anders.
Want het hart klopt nog goed, maar na mijn ziekenhuisbezoek van nu alweer 15 jaar geleden, is het er niet beter op geworden. Gelukkig ook niet slechter. Maar de 4 mijl van Groningen zult u mij niet meer zien lopen, zelfs niet wandelend. Das war einmal!

https: //www.youtube.com/watch?v=7OSSLJc4c6k

Dinsdag, 03-10-2017

Mijn Belg, Rik, zat in Houston. Voor zijn werk. Theoretisch knutselen aan een, volgend jaar te lanceren, nieuwe ruimtetelescoop. Gisternacht, van zondag op maandag, kreeg ik een berichtje van hem dat ie alweer onderweg naar huis was en ik beantwoordde hem een welkom thuis. Dacht ik. Per ongeluk typte ik die boodschap in het ook openstaande chatvenster van mijn corrector (die heeft een spannend nachtleven, werkt net als ik graag als het donker is) en die reageerde per kerende post met een verwijzing naar een gratis boek.
Getiteld: Dank Boek, dagboek voor een tevredener leven.
Vast boordevol nietszeggende, uit hun context getrokken, spreuken met een zwaar religieuze ondertoon.
Dat was bedoeld als niet al te serieuze verwensing, dat snapte ik, maar u raadt vast mijn antwoord al. Toch zal ik het maar even voor u herhalen, voor het geval dat.
quote:..en dat dagboek ga ik heus niet lezen, mijn leven hoeft niet tevredener. Ik zelf soms wel, maar dat is een heel ander verhaal...einde quote. 
Waarmee de grootste fout in het menselijk denken blootgelegd werd.
U gaat ervan uit dat uw leven van u is, dat u dat kunt vormen en kneden, tevreden maken, zo u wil. Zeker met behulp van dat dagboek, dat wordt immers beloofd.
Ik geef toe, uitgaande van de wetten van oorzaak en gevolg, dat dat daar af en toe erg op lijkt. Maar het is dezelfde fout die gemaakt wordt als u denkt dat dat, wat uw ogen zien, de waarheid is. Het ongelijk daarvan heb ik u al eerder bewezen.
Het leven is niet van u, u bent slechts een vaartuig van het leven zelf, een grootmacht die wij nauwelijks kunnen bevatten. Die alles omsluit, mensen, dieren, planten, tot aan rotsen, zeeën en planeten toe. Allemaal koolstofverbindingen, meer is het niet. Maar wel van een ongekende omvang. Een hele kosmos vol.
Zo groot dat het helemaal niet raar is dat “normale“ mensen een soort supermacht creëren om die enormiteit een klein beetje te kunnen begrijpen. Mensen met een geoefend mathematisch denkend brein of zij die begiftigd zijn met een rijke fantasie hebben daar in de regel niet zo’n moeite mee, die denken hun hele leven al zo. Die weten al lang dat zij zelf die god zijn, dat ieder mens een “creator“ is. Die hebben geen supermacht nodig om niet stapelgek te worden.
Vandaar dat extreem-religieuzen, welke dan ook en waar dan ook ter wereld, hun toevlucht nemen tot het rigoureus vermoorden van hun tegenstanders. En kunst, abstractie en wetenschap taboe verklaren. Liever dat, dan de enorme grootheid van het heelal te moeten bevatten. Wat, intuïtief gezien, uiterst effectief is als je ervan uitgaat dat jouw religie de enige, juiste weg is om te bewandelen.
Hetgeen natuurlijk nooit zo kan zijn, maar dat is een heel ander verhaal.
Even resumerend: door een nachtelijk foutje van mij krijg ik van Jacques een antwoord dat mij indirect wijst op een van de meest elementaire denkfouten. Waardoor ik een nieuw onderwerp heb gekregen voor in mijn eigen dagboek. Dat ik alleen maar schrijf om dit soort hersenspinsels met u te delen. Over wie er nu eigenlijk kijkt en wat er eigenlijk gezien wordt. Misschien is het een eyeopener voor iemand, misschien ook niet.
‘s Levens wegen zijn ondoorgrondelijk, also sprach Zarathustra. Maar voor een zaadje heb je enkel goede grond nodig. Dat dacht mijn corrector misschien ook wel. Zodoende deze episode. De cirkel is rond.
Dank

Woensdag, 04-10-2017

Met buuv boodschappen wezen doen in Eelde. Dat is vlakbij, schrikt u niet. En de weg erheen, binnendoor, is van een ongekende schoonheid. Zeker in de herfst. Alsof je continue door een steeds wisselende ansichtkaart rijdt. Hard rijden mag je daar ook al niet (zestig), neem derhalve uw tijd voor groot genieten.
Vanaf Groningen-Zuid, de wijk Hoornsemeer waar ik woon, kom je eerst door Eelderwolde om via de westkant van het Paterswoldsemeer terecht te komen in Paterswolde. Restanten van al die “veenwolden“ zijn nog altijd zichtbaar, een roei-boottochtje op het Friescheveen met water zo zuur van de turf dat er nauwelijks vis in zit, behoort ‘s zomers ook nog tot de mogelijkheden. Dat is het meest zuidelijke stukje van het Paterswoldsemeer, aan de andere kant van de weg die als een rechte dam door het meer gelegd is. Ook liggen er nog wat schitterende kapitale villa’s met bijbehorende terreinen langs die prachtige weg naar Eelde. Eerst aan de linkerkant landgoed Vennebroek uit de zestiende eeuw, zeer de moeite waard om te bekijken en wat verder aan de rechterkant van de weg, vlak voor Eelde, landgoed De Braak. Nog mooier dan het vorige. Vind ik. Beide landgoederen eigendom van Staatsbosbeheer, gratis toegang. Vooral De Braak is een zeer overtuigende wandeling. Komt u ooit in de buurt, beslist doen!
Ik lijk wel een VVV-folder.
Vanaf daar is het maar een klein stukje naar Eelde’s centrum.
Een grootse benaming voor een plein met een paar winkels rondom. De liter benzine die je nodig hebt om er te komen en weer naar huis te gaan, weegt ruimschoots op tegen het parkeergeld dat je elders kwijt bent, hier sta je voor niks. En alles wat we nodig hebben aan dagelijkse boodschappen is daar te koop.
Buuv en ik vermaken ons altijd bijzonder bij het winkelen, op de een of andere manier ontkomen we er niet aan ons in de winkel voor te doen als een, elkaar dollend, stelletje (op leeftijd, hè). Niemand die er raar van opkijkt, wel veel geamuseerde blikken. En zo hoort het ook. Want hoe lullig het leven soms ook is, hoe onrechtvaardig de zaken af en toe in elkaar steken, er moet wel gelachen worden.
Om situaties, grappen, grollen, om flaters van anderen desnoods, net zo u wil. Maar vooral om uzelf en uw eigen serieusheid.

Donderdag, 05-10-2017

Nee, Pantu heeft geen extraatje gehad op vier oktober. En mijn Japanse meeuwtjes (musachtige vogeltjes) pikken al jaren hun voer en zaadjes, zoveel als zij willen. Die zitten met z’n tweetjes in een heel grote kooi, met ligbad, staan voor het raam op het westen en lijken heel tevreden.
Ik weet het, een mens zou eigenlijk geen vogeltjes in huis moeten hebben, maar dan ook geen wolf. Toch? Laat mijn Pantoufle het maar niet horen. Mijn vogels leven langer dan ze in de “vrije“ natuur zouden doen, hier duikt er niet opeens een slechtvalk bovenop ze om een eind te maken aan een lichtbruin gevederd leventje. Het conflict van de menselijke bemoeizucht met de natuur ten voeten uit. Enerzijds stellen we, terecht, dat dieren vrij zouden moeten kunnen leven, anderzijds sluiten we onszelf met onze gedomesticeerde beesten al eeuwenlang op in grote gemeenschappen, alsof wij geen deel meer uit kunnen (willen?) maken van die vrijheid van de natuur.
Daar heppu een punt. Dat kunnen en willen we inderdaad niet.
We kijken massaal op tv naar survivalshows, waarin duidelijk wordt dat veel van de deelnemers daar niet meer geschikt voor zijn. Voor het overleven, wel voor de show, natuurlijk. Die zouden, als het echt zou zijn, al snel het loodje leggen, de pijp aan Maarten geven, het hoekje om gaan. En zo hoort het ook. Zo zou het ook moeten gaan.
We zijn met teveel mensen op deze wereld omdat we namelijk veel te oud worden. Wij worden niet meer gegrepen door grote roofvogels, tijgers, leeuwen zoals ongetwijfeld wel zou gebeuren als we weer over de open vlaktes zouden zwerven. We hebben nuttige uitvindingen gedaan om ons leven te verlengen, ziektes te bestrijden, bang als we massaal zijn voor de dood. Alsof uitstel van executie geen executie meer zou zijn.
Met als gevolg dat we met z’n krankzinnig-velen in steden zijn gaan wonen, als teveel ratten in te kleine kooien. Zoveel bij elkaar dat allerlei ziektes daar toch wel weer hun tol gaan eisen. En misdaad, moord, net als bij die ratten, de kop opsteken. Die beestjes worden uiteindelijk ook massaal krankzinnig. Net als wij nu al zijn.
Want hoe je het ook wendt of keert, de natuur blijft uiteindelijk toch de baas. Teveel is teveel. En al die gekte in bovenstaande tekst doet me denken aan de pesters op school, toen duidelijk werd dat ondergetekende niet zo goed bij de rest paste als de andere kindertjes. „Lexje is gek, met de lepel in de bek....“.
Gedurende de rest van mijn leven heeft niets mij meer pijn gedaan als deze, eigenlijk op niets slaande opmerking. Want kindertjes zijn wreed. Net zo wreed als hun ouders. En met veel te veel want er was een geboortegolf, de “babyboom“, er moesten nieuwe soldaatjes gemaakt worden. Over gekte gesproken...
Nu, veel later, weet ik heel goed, wie er uiteindelijk mesjoche was. Met of zonder lepel in zijn porem! Een tip: ik was het niet!

Vrijdag, 06-10-2017

Een van de restanten van de ramporkanen, die in de Caraïbische Zee afgelopen maand zoveel ellende hebben aangericht, is gisteren over Nederland getrokken. Vier stuks hebben ze daar op een rijtje gehad: Harvey, Irma, José en Maria. Met catastrofale gevolgen. De opwarming van de Aarde laat ook daar zijn sporen na. Hier aan de kust aangekomen, afgezwakt door de lagere noordelijke temperaturen, levert zo’n orkaan niet meer op dan een klein beetje last, heel veel files en een stevige, stormachtige bries aan de kust. Wat natuurlijk altijd een mooie branding tot gevolg heeft. Met grote vlokken vuilwit schuim, bolderend over het strand. Een van de weinige redenen voor mij om eventueel naar het Westen te willen verhuizen. Het strand! Voor de rest is het mij daar veel te vol. Teveel mensen, teveel stank, teveel asfalt, teveel herrie! Geef mijn portie maar aan Fikkie ....eehhh, Pantu. Daar waait de meeste wind toch overheen.
Wel mag ik graag via de webcam even op het strand van Scheveningen loeren. Dan krijg je genoeg mee hoe het er daar op dat moment uitziet. Met acht verschillende camera’s kun je van links naar rechts of ingezoomd op de havenhoofden even lekker meekijken.
Het nieuwe reuzenrad op de pier is ook goed te volgen. En met oud en nieuw, als ze daar een enorme brandstapel (35 meter, hoger mag niet) bouwen, is er meer dan genoeg te zien. Inclusief het op oudejaarsavond aansteken en het weer langzaam in elkaar zakken van die enorme berg pallets die in de hens staat. Zo kom ik mijn oud-en-nieuw-ellende wel weer door. Maar zover zijn we nog niet.
Ben benieuwd of ik dan het schrijven van mijn dagboek ook mis. Vast wel. Een routine van een jaar haal je niet zomaar weer weg. Dat wordt cold turkey op 15 november, zeker weten!

Zaterdag, 07-10-2017

Mijn hoofd is vandaag net zo leeg als mijn bankrekening deze maand. Meer dan vier jaar rechts VVD-beleid heeft daar zijn sporen nagelaten, net als bij iedereen die een iets minder dan modaal inkomen heeft. Dat alles als gevolg van de geheime kapitalistenagenda om de laagste inkomens nog verder te plunderen, dat creëert goedkope arbeiders. De kaart in de mouw van onze roverhoofdman Ali Baba MP Rutte, zeg maar, om z’n eigen geliefkoosde uitdrukking te gebruiken.
Komt ook nog eens bij dat je als alleenstaande weduwnaar extra belast wordt en dat je nog jaren na een sterfgeval achternagezeten wordt door de belasting omdat je in die eerste jaren na die droefenis teveel subsidie hebt ontvangen, u snapt het al, tel uit je winst.
Maar zo langzamerhand wordt het allemaal wel weer rechtgetrokken, de droefenis van het afscheid blijft, maar groter is de goede herinnering aan een aantal prachtige jaren.
Ik kom hier hoogstwaarschijnlijk op omdat gisteren bekend werd dat de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan op 62-jarige leeftijd is overleden. Ook aan kanker. Net als mijn Teja. En ook veel te jong. Uitgezaaide longkanker in zijn geval. Het leek me een aardige, sociale man. Nog uit het oude PvdA-nest.
Het mooie is wel, dat we tegenwoordig zoveel pijnbestrijders hebben dat mensen met kanker niet in vreselijke ellende dood hoeven te gaan. Dat het euthanasiebeleid in Nederland dermate soepel is, dat een fatsoenlijk sterven tot de mogelijkheden behoort. Het zou toch ook van de gekke zijn als we onze huisdieren mogen laten inslapen, en onze medemens niet.
Toch zijn er, ook in Nederland, mensen die daar felle tegenstander van zijn. So be it, ik ga daar - hier en nu - niet verder over uitweiden. U kent mijn standpunt ten aanzien van religies. En zo niet, dan snapt u vast al wel waar die monoloog heen zou gaan. Dat bespaar ik u.
Tot zover mijn poging om aardig en sociaal te zijn, niet gelijk overdrijven.

Zondag, 08-10-2017

Teruggevonden, een oud A4-notitieboek met kunstprojecten en enkele gedichten. Een blik in het verleden is altijd spannend en boeiend.
Spannend omdat je niet precies meer weet wat er allemaal in zo’n boek staat, boeiend omdat, als eenmaal gevonden, het mooi is om te kijken of jouw creatie nog steeds aan de eisen voldoet. U kent dat wel: met de wetenschap van nu... de smoes waarachter politici zich zo graag verstoppen. En niet alleen zij. Het is niet iedereen gegeven een visionair te zijn en zeker politici niet. Die hebben sowieso al weinig op met idealisme en toekomstvisies. Handhaven van de status quo kost ze al erg veel moeite, laat staan het barricadenwerk dat noodzakelijk is om een ideaal te verwezenlijken.
Terug naar de vondst, de gedichten.
Waarvan ik u er eentje niet wil onthouden, een klein diamantje van een paar regels.

DANSEND VAN A NAAR B

Mijn reis van pre-nataal naar post-bejaard
Schenkt dagelijks nog vele kansen
Om met de bruid of bruidegom te dansen
Zo wordt mijn levenslust verklaard

Tweede deel 08-10

Juist in deze karige maand wordt ook het volgende spreekwoord weer bewaarheid: een ongeluk komt nooit alleen. Had ik deze maand al niets extra’s meer te besteden, nu heeft ook, na een korte flits, mijn magnetron besloten er mee op te houden.
Alle stoppen doorgeslagen, computer in de noodstop maar alles doet het weer. Behalve die magnetron, natuurlijk. Gelukkig zijn die tegenwoordig niet meer zo duur, maar ja, het blijft geld. En ik gebruik hem vrij veel, vooral om ingevroren dingen te ontdooien, daarom moest er toch maar een nieuwe komen.
Gistermiddag gauw via internet besteld, tegenwoordig de goedkoopste manier. Maandag of dinsdag wordt ie wel afgeleverd. Gelukkig heb ik nog kilo’s pasta, het vriesvak nog vol proteïnen en zelfs dozen met diepvriesgroente. Die goed en gezond genoeg zijn, heb ik me laten voorlichten. Een mens gaat niet gelijk dood van de honger en ik heb nog wel wat bij te zetten, zeggen ze dan.

Maandag, 09-10-2017

De zondag doorgebracht in gepaste rust. Geen bloemen, geen bezoek. Om mij heen zijn verscheidene bejaarde buurmannen bezig het tijdelijke voor het eeuwige te verwisselen, hun vrouwen zijn gek genoeg allemaal al eerder overleden - geheel tegen de verwachting en de statistieken in - en deze 80-plussers houden het daarna ook vaak erg snel voor gezien. Maar die stellen zijn dan ook meestal meer dan zestig jaar bij elkaar geweest.
Ik kan me de eenzaamheid, die volgt op zo’n lange periode samen, echt niet voorstellen. De opmerkingen die mij bereikten, waren ook altijd in de trant van: ik vind er niets meer aan, Alex.
Op de opengevallen plekken komen opvallend vaak wat moeilijkere gevallen, een duidelijk selectief beleid van onze verhuurder. Dat is uiteraard nogal lastig voor ons, achterblijvers. Ik heb zelfs al eens in een kleine bewonerscommissie gezeten teneinde een zeer lastige huurder weg te krijgen. Niet dat dat lukte, een mens uit een huurwoning krijgen, is nog moeilijker dan van Nederland opnieuw een sociaal land maken.  
Ex-alcoholisten die meestal al snel de fles weer grijpen en ex-bajesklanten met luidruchtig bezoek, zijn niet direct de meest rustige buren, maar als je geen geld hebt om te verhuizen, kom je niet ver in Nederland. Dan is het een kwestie van blijven zitten waar je zit en je vooral niet verroeren. Desnoods oordoppen in of een draadloze koptelefoon kopen. Die overigens niet echt goedkoop zijn, wil je een goede aanschaffen. 
Nog even volhouden en ik ben de senior van het flatgebouw. Dat had ik toch niet durven denken toen ik hier in ‘99 kwam wonen, gewend als ik was aan zeer regelmatig verhuizen. Van hok naar atelier, van oude smidse naar woonboot, van zolder naar woonwagen, op vele soorten plekken ben ik al geweest/heb ik al gewerkt.
Alleen in een paleis heb ik nog nooit gewoond. Gelukkig heb ik daar een naamgenoot voor. Met wie ik, by the way, écht nooit zou willen ruilen. Al kreeg ik Maxima erbij.

Dinsdag, 10-10-2017

Eerst even generaliseren, straks nuanceren. Dit terwille van de duidelijkheid van de stelling. Die over een onderwerp van de bijna voltooide kabinetsformatie gaat.
De stelling: het moge duidelijk zijn, christenen en kapitalisten maken zich meer zorgen over het huurwaardeforfait dan over het welzijn van de aarde.
De kranten ontploften zowat bij de publicatie van deze maatregel.
Ik vrees dan ook dat dit bij het politieke spelletje hoort, dat het straks weer ingeleverd wordt teneinde iets anders binnen te slepen. Hoogstwaarschijnlijk door de namaakdemocraten van D66.
Het wordt tijd dat de “fatsoenlijke christenen“, en daar zijn er heel veel van, zich eens laten horen, net zoals de “fatsoenlijke moslims“ dat ook moeten doen. Want de momenteel gelovige afgevaardigden in onze Tweede Kamer verschillen nauwelijks van de kapitalisten, dat bleek gisteren maar weer. Dat is niet echt christelijk, zeg nou zelf. Daar hoort de menselijkheid voorop te staan, niet de inhoud van de portemonnee.
Helaas ging, struikelend over hun eigen verontwaardiging, het graaivolkje tekeer alsof hen de laatste penning ontnomen werd. Wat in het ergste geval natuurlijk zeer zeker zo kan zijn, alleen vind je de meeste christelijke en kapitalistische huizenbezitters niet aan de onderkant van de samenleving. Maar netjes geparkeerd in de middenklasse en daarboven.
Dat ook de oprechte moslims zich van hun eigen extremisme moeten afkeren lijkt me evident. Dat wordt dagelijks bewezen. Daar hoef ik geen pleidooi voor te houden.
En dan heb ik het natuurlijk niet, als ik het over de christenen heb, over onze blije, gospelzingende medelanders, Die weten tenminste hoe je gelovig moet wezen. En blij, net als een heel hard lopende, ik ben so blij, man, andere mede-Nederlander. Jawel, Churandy Martina!
Gewoon doen alsof de kerk een disco is, een brave disco weliswaar, en dan maar zingen en dansen en praise the lord. Het mag van mij. Sterker nog, het is schitterend om te zien hoe al die iets te zware, iets te uitbundig geklede vrouwen (!) zich overgeven aan de heer. Want de echte armen weten wel hoe je geloven moet, ze hebben immers niets anders. Zij zijn de ware rijken. Daar kan ik me wel een wereldje vol van voorstellen. Hallelujah!

Woensdag 11-10-2017

Nog zonder dat ik de specifieke details ken, gaan mij de haren alweer recht overeind staan  door het “motto“ van het nieuwe kabinet. Vertrouwen in de toekomst. Hoe bedenk je het! Vertrouwen in iets wat helemaal niet bestaat! Zolang zich geen kwalitatief betere denkers manifesteren in de politieke kringen, kunnen we niet verwachten dat er echte oplossingen komen voor de huidige problemen. Hoog tijd voor filosofisch ingestelde politici. Maar ja, het probleem is dat die nooit gekozen zullen worden. Want zij zeggen nu eenmaal dingen die de middelmaat niet wil horen. Zoals: dat de toekomst niet bestaat. Dat geluk niet in de portemonnee te vinden is. Dat duizend mensen duizend werelden met zich meedragen. Dat alleen de paradox waarheid is. Allemaal vervelende dingen waardoor je gedwongen wordt om na te denken.
Kijk, fouten maken doen we allemaal, ook de filosofen, maar als het uitgangspunt al van een bedenkelijk niveau is...
Het is natuurlijk vervelend om te zeggen,maar de enigen in de Tweede Kamer die een beetje getuigen van visie en idealisme (de enige tellers van de noemer toekomst) moet je toch wel zoeken in de linkse en uiterst linkse hoek. Die mogen eventueel de term toekomst gebruiken van mij. De rest moet zijn mond houden en niet praten over zaken die ze überhaupt niet eens begrijpen.
Helaas wordt onze Tweede Kamer momenteel bevolkt door de middelmaat van de klas, de hype-volgers, de zes-plussers, aangevuld met een paar echte dompies in de uiterst rechtse hoek. Die stonden vroeger ook al in de hoek, moet je maar rekenen. De enkeling die boven die middelmaat uitstijgt, wordt snel weer weggesluisd, te lastig om de status quo te handhaven. De tijden van Plato, Socrates en Aristoteles zijn jammer genoeg voorbij en die zie ik ook niet snel terugkeren.
Toen ik daarna ook nog eens vernam dat de fractieleiders in de Kamer blijven zitten, geen regeringspost gaan bekleden, vielen mij helemaal de schellen van de ogen. Want A. het scheelt één mogelijke dissident en B. zo heb je gelijk  iemand die de kikkers in de kruiwagen houdt. Allemaal tekenen aan de wand. Het wordt weer afzien, politiek gezien, de komende vier jaar. Kijk, dát is pas een toekomstvisie.

Donderdag, 12-10-2017

Een van mijn trouwe dagboeklezeressen stuurde mij via Facebook een schitterende parabel. Een parabel  is een kort verhaal, gewoonlijk gesitueerd in het dagelijks leven, dat dient om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren. Een gelijkenis, zo u wil.
Ik heb het gedeeld op Fb en neem, in afwachting van de toestemming die ik gevraagd heb, alvast de vrijheid om het u ook hier te laten lezen. Veel beter kan iemand niet vertellen waarom het allemaal zo fout gaat momenteel in onze maatschappij. Dank, Antoinette 

PS De parabel is (na ampel overleg met mijn corrector) niet helemaal een-op-een overgenomen. Taal- en steilvoudten zein voor rekening van de sgrijver. De ergste zijn gecorrigeerd. 

De zorg is als soep koken 

Al jarenlang kook ik soep. Lekkere groentesoep. Niks mis mee. Een paar jaar geleden kwam er een kennis die zei: “Schrijf het eens op, hoe je die soep maakt”. Ik vond het een goed idee, en ik noemde het “protocol voor soep”. (PVS) Als ik soep ging koken, deed ik dat precies volgens mijn protocol. Toen kwam er iemand die zei: “Als je nou eens precies opschrijft wat je erin doet, dan kun je de ingrediënten afvinken op een lijst”. Zo gezegd, zo gedaan. Ik noemde de lijst “Huffels”, en vergat niets toe te voegen. Het kostte wel meer tijd, maar dat nam ik maar voor lief. Als ik eens van huis moest, vroeg ik één van de kinderen in de soep te roeren. Dat ging prima. Toen zei mijn dochter: “ Mam, je moet opschrijven wanneer je precies roert, hoelang, en hoe vaak”. “Dat is goed”, zei ik, en ik noemde het de “soeprapportage”. (SR) Voortaan schreef ik eerst een overdracht voordat ik de deur uitging. Mijn buurman, die bij de vrijwillige brandweer is, kwam langs. Hij vroeg of ik wel dacht aan de veiligheid. “Houd je wel aan de voorschriften, voor je het weet heb je de vlam in de pan”. Daar had ik wel van gehoord, dus ging ik op cursus brandveiligheid (BV), en, om het meteen maar goed te doen, leerde ik ook EHBO en reanimatie. We hadden die week geen tijd voor de soep. Na de scholing, waarvoor wij een certificaat kregen, hoorde ik dat niet iedereen zomaar mee mocht helpen met mijn soep. Men moest bevoegd en bekwaam zijn. Ik noemde de nieuwe regels de BIG-registratie: Bijzondere Instructies Groentesoep. Voortaan werd eerst bekeken of men een certificaat had, voor er geroerd mocht worden. Helaas mochten mijn kinderen niet meer helpen. Maar we vormden een gespreksgroep, we evalueerden, controleerden, en hielden team-overleg. En als er tijd over was, maakte ik gauw nog wat soep. Toen kwam mijn tante eens langs. Ze was op vakantie geweest, en had iets nieuws geleerd: JCI. “Dat betekent: Je Controleert Intensief”, zei ze. “Er zijn lijsten over hoe groot de pan moet zijn, hoe lang de pollepel, de potjes voor de ingrediënten, en richtlijnen voor de inrichting van de keuken”. “Ook mag je niet je keukenschort meer aan, maar moet je in je eigen kleding soep maken, dat is huiselijker”. “En hier heb ik lijsten voor de rapportage (LVR), het links- of rechtsom roeren (LORR), het vetpercentage (VP), de calorieën, en natuurlijk de protocollen, de BIG-registratie, de observatielijsten (OL), en de veiligheidscertificaten (VC). En al deze lijsten worden periodiek gecontroleerd en bijgewerkt. En we hebben een accreditatieplan (AP), dat wil zeggen dat we bij elkaar in de pan gaan kijken. We houden evaluaties en intervisies, kortom, aan álles wordt gedacht!” U begrijpt, dit is allemaal erg handig, en er is veel voor te zeggen. Maar ik denk wel tijdens het invullen van al die lijsten: “Wie bekommert zich nog om de soep ?(SOEP)” 

Met dank aan R.W.J. Swinkels.

Vrijdag, 13-10-2017

Kent u die reclame van dat vertederende jongetje, dat zich onderweg van school (?) naar huis helemaal nat laat maken door struiken, door plassen spettert en doornat thuiskomt? Waarop de lieve moeder thuis vraagt of hij net die bui op z’n koppie heeft gekregen?
Ach, gut! Heel vertederend. Op de bevestiging (die dus een leugen is) krijgt het lieve jongetje een paar gehaktballetjes in zijn tomatensoep extra.
Het kan niet anders dan dat het kleine ettertje later een VVD’er wordt. De leugen rendeert immers! En een winstgevende leugen is geen leugen meer, maar opeens getransformeerd in een “businessplan“.
Een draai om z’n oren voor die leugen moest het klootzakje krijgen, en die moeder moet dringend een snelcursus moederschap gaan volgen. Zo maak je pas foute mannen! Maar wel later zeuren dat er geen betrouwbare kerels meer zijn. Ha!
Kort door de bocht? Misschien. Maar een kern van waarheid valt hier niet te ontkennen. Ik ben benieuwd hoeveel argeloze jongetjes door die reclame op heilloze ideeën komen. En niet door hun domme moeders gecorrigeerd worden. Dat zouden ze toch eigenlijk eens uit moeten zoeken.
Wat een stupide laatste opmerking, Alex. Dat is al lang uitgezocht. Waarom denk je dat ze reclame überhaupt zo maken! Alles ter meerdere eer en glorie van het materialistisch denken, toch?
Een ding scheelt, zolang dit soort dingen nog aan de orde van de dag zijn, hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel voldoende materiaal kan vinden om een vol jaar lang dagboeken te schrijven. Welk jaar trouwens al zo’n beetje ten einde loopt. Nog een dikke maand en dan zit het erop. Ondertussen gewoon tv-reclame blijven kijken. Vermoeiend maar zeer inspirerend. Meestal.

Zaterdag, 14-10-2017

118.500.000.000

118,5 miljard kilometers.
Die hebben wij gezamenlijk bij elkaar gereden in Nederland, vorig jaar. Bij een gemiddeld verbruik van pakweg 1 op 10 komen we dan op 11.850.000.000 liters. Elf-komma-vijfentachtig-miljard liters benzine! Vermenigvuldigd met de dagprijs van vandaag, maakt dat zo’n 19 miljard euro zeg maar, gemakshalve.                    
Nu snapt u waarom wij 130 mogen rijden van de stroman van Shell c.s., onze balletjes-uit-de- tomatensoep-etende Minister President.
(zie dagboek 13-10-2017, gisteren)
Dat heeft dus niets met uw/onze veiligheid te maken maar alles met de wet van de grote getallen. Want het verschil tussen 130 en 110 km/uur is pakweg 10% meer verbruik. Jawel: 1,91 miljard extra.
Waar geen mannetje extra personeel voor ingezet hoeft te worden. Uit uw zak via uw tank in de jachten van de CEO’s. In nulletjes?
€ 1.907.850.000!
Een normaal mens kan niet eens overzien hoeveel dat is. En dat is alleen nog maar in Nederland.
By the way: die gezamenlijke kilometers waren al genoeg om zo’n kleine vierhonderd keer naar de Zon te reizen vice versa.
Normaal gesproken zou ik u helemaal niet lastigvallen met al dit soort krankzinnige getallen, alhoewel dit niet de eerste keer is in dit dagboek, maar het was me opgevallen dat in onze Tweede Kamer niemand meer praat over nominale bedragen. Zodat bijna geen sterveling meer enig idee heeft waar het precies over gaat. Want deze miljardenroof wordt natuurlijk domweg stilgezwegen of verborgen in gezwets over winst- en verliespercentages. Om uw veiligheid als schijnargument  nog maar even niet te noemen.
Na donderdag enige tijd fronsend te hebben aangehoord waarover ze het daar nu weer hadden, kwam ik op het idee er maar eens wat dieper in te duiken. Want een procent voor een veelvuldig miljonair is natuurlijk veel meer dan een procent  van een arbeidersloontje van zo’n 25 duizend euro bruto. Maar daar hadden ze het niet over.
Laat nou net toevallig (!) dit bericht over die gezamenlijke kilometers komen binnenwaaien via het journaal. Mooier kon niet. Rekenmachine erbij en vandaar deze lijst belachelijke aantallen en conclusies. Nu weet u dus waarom ons Markje langs de natte struiken en door de plassen rent om er verregend uit zien. Hij is lang niet vies van die balletjes in de soep. Of die krenten in de pap, eigenlijk. Daar heeft ie best een leugentje voor over.
Zo, nu weet u tenminste waar u niet op moet stemmen, de volgende keer. Want die krenten, daar kunt u naar fluiten. De druiven zijn zuur.

Zondag, 15-10-2017

Dit weekend is het een beetje Indian Summer.
Ook wel oudewijvenzomer of St. Michielszomer genoemd. Raad maar waar die laatste naam vandaan komt. Het is de periode dat de natuur eigenlijk overal zo’n beetje klaar mee is, de trekvogels al weer weg zijn, de mussen uitgezwermd, het fruit geoogst, maar ook, en dat alleen dit jaar, een regering gevormd. Nou ja, bijna.
Verder komt die nazomer zo regelmatig voor, dat het ook wel het vijfde seizoen genoemd wordt.
Het zijn de dagen van vijfenzestig-plus, te oud om nog te werken en te jong om nu al dood te gaan. Zoiets. Het jaar op de e-bike. Sparen voor een rolstoel met vijf wielen en overdenken wat je allemaal met dat vreselijk korte leventje van je hebt gedaan. Alle leugens een beetje recht praten, alle heldendaden een beetje aandikken, zwelgen in de weemoed over de verloren liefdes en heel stiekem nog een beetje hopen op een kleine, nieuwe relatie voordat de vesting “avondgloren“ haar poorten voor je opent.
Nog een keer een nieuwe auto kopen met de plechtige belofte aan jezelf, dat het je laatste is omdat je nog elke dag té oude mannetjes met krampachtige knuistjes achter het stuur vele bijna-ongelukken ziet veroorzaken. Drie-en-zestig rijdend op de ringweg waar iedereen drie-en-zeventig rijdt.
Samen met de laat-middelbare dames in de te kleine (meestal rode, volgens een niet bij naam genoemde cabaretier) autootjes een pact vormend tegen de wrede, op gewone snelheid rijdende meute. Die dames zijn trouwens het ergst, moet ik zeggen.
Maar het aller-, aller- en allerergst zijn zij die exact zeventig rijden waar je zeventig mag. Met de ogen strak op de weg gericht, cruisecontrol aan en met samengeknepen lippen - ik reageer nergens op - halsstarrig volhouden dat zij de enige juiste is op de ringweg. Want zeventig is zeventig, toch! Jawel, ze heeft gelijk.
Echter, iedereen met hersens weet, dat de snelheidsovertreding pas begint met vier-en-zeventig, de conclusie is duidelijk.
Niet voor die dames. Uit de markt geconcurreerd, niet al te best opgedroogd, kerel al lang geleden weggelopen of veel te vaak in het café, resteert hen niets anders dan de wereld der mannen zoveel mogelijk dwars te zitten met stiptheidsacties. Wij zullen jullie krijgen. Maar ook zij, die dames, weten hoe dit vijfde seizoen heet. Dat de strijd bij voorbaat verloren zal worden. Want een oudemannenzomer bestaat niet. Dat geeft te denken.

Maandag, 16-10-2017

Plotseling kreeg ik een heel heldere gedachte. Gisteren had ik u gemeld dat alle trekvogels al weer zo'n beetje vertrokken waren. Omdat het Indian Summer was. Nee, natuurlijk niet. Vogels hebben geen kalenders, vogels kunnen niet lezen.
Mede omdat alle vogels elk jaar opnieuw rond dezelfde tijd gevlogen zijn, hebben we deze periode zo genoemd. Dat is heel wat anders. Zie hoe gemakkelijk een verkeerde conclusie getrokken wordt.
Maar goed, nu met de juiste gevolgtrekking: tijdens die trek breekt ook altijd spontaan de vogelgriep uit in de massale plofkipfokkerijen. Dat het met elkaar te maken heeft, is evident.
Ook overduidelijk is, dat griep een dodelijke ziekte is voor kwetsbare exemplaren, het is zo ongeveer de grootste opruimer van de natuur. Samen met de longontsteking. Ook voor mensen. Beide zorgen ervoor dat er steeds weer nieuwe ruimte beschikbaar komt in de verpleeghuizen.
Helaas, dat is het leven. Kun je je ding niet meer doen, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet, dan moet je oprotten, grof gezegd. Wij praten er liever niet over, natuurlijk, dat drukt ons teveel op ons eigen toekomstig verscheiden, maar helaas, het is niet anders.
Nu weer terug naar de kippen. Misschien is het wel zo dat die griep net zo werkt als de schimmel bij vliegen. Aan het eind van het jaar worden alle vliegen geveld door een schimmel, massaal liggen ze in uw vensterbank dood te gaan. Schijnt aan de hoeveelheid en/of de intensiteit van het licht te wijten te zijn. Ze zijn niet meer nodig, hun taak zit erop. Maar daar waar de trekvogels zich naar het zuiden reppen, zijn de te jonge, of juist de heel oude vogels gedoemd, net als de vliegen in uw huis, af te sterven. Zijnde de zwakkere exemplaren, die niet op tijd klaar waren om die lange reis te ondernemen. Ze krijgen de griep. Of een longontsteking. Jammer, maar helaas.
De natuur is wreed, uitsluitend goed functionerende exemplaren krijgen de kans om te overleven. Misschien gaan daarom al die kippen wel dood, geen schijn van kans om de winterbestemming te halen. Ten eerste hebben ze nauwelijks vleugels en ten tweede: ze zitten met tienduizenden opgesloten in veel te kleine ruimtes. Ook al geen factor die het afsterven tegen zou kunnen houden. De natuur maakt korte metten met de achterblijvers. Kippen én mensen.
Terwijl ik dit opschrijf, begrijp ik plotseling ook waarom al die bejaarden ‘s winters naar het zuiden afreizen. Dat zijn de trekmensen, ze zullen wel moeten. Hun innerlijke radar leidt ze rechtstreeks naar Torremolinos, naar de Costa Peseta’s. En de rijkere trekmensen worden naar Zuid-Frankrijk, de Rivièra, Monaco gedirigeerd. Wie hier blijft, krijgt de griep. Gelukkig hoor ik tot de categorie standmensen, ik ben redelijk goed toegerust om de winter door te komen. Niet te groot, speklaagje, dikke jas. Er is dan ook geen enkel stemmetje in mij dat me vertelt om op het vliegtuig naar de zon te stappen.
Integendeel, als ik al een homo migrans(*) zou zijn, dan is juist Nederland mijn winterbestemming. Hoor ik ‘s zomers op Groenland te zitten of in Noord-Scandinavië. Daar wil ik mijn hele leven al heen. Het noorderlicht zien. Een Viking in mijn stamboom? Niet eens zo’n rare gedachte gezien mijn Noord-Franse Hugenoten achtergrond. Een Noorman als verre voorouder? Spannend.
Ziedaar, misschien weer een van de vele, nog resterende vraagstukken opgelost. Lang leve het creatieve brein! Die trip naar het Noorden? Dat komt er vast nog wel een keertje van. 

(*) Homo migrans is géén officieel Latijnse soortnaam voor sleurhutmens.

Dinsdag, 17-10-2017

Zondagmiddag liet ik Pantu even lekker uit op het industrieterrein Roodehaan. Dat is een, nog braak liggend, industrieterrein aan de oostkant van de stad Groningen met al wel infrastructuur, vroeger bedoeld om de expansie van bedrijven in goede banen te leiden. Nog vroeger was het een gehucht, genoemd naar het plaatselijke cafeetje.
Tegenwoordig zijn die al klaar liggende wegen uiterst geschikt om een tennisbal vreselijk ver weg te gooien. Zeker met het hier (bijna) altijd aanwezig windje in de rug. Daar is Pantu verslaafd aan. Niet aan het windje natuurlijk, maar aan het weer ophalen van die bal.
Ik moet zeggen: het is een prachtig gezicht om zo’n worst met veel te korte pootjes achter die bal aan te zien scheuren. Anders kun je het niet noemen. Ze heeft ook wel eens naast de auto gerend, het eerste stukje haalt ze met gemak dertig kilometer per uur. Dat houdt ze natuurlijk geen lange tijd vol. Het blijft een sprintster. Nelli - Pantoufle - Cooman, zeg maar. Die liep ongeveer net zo hard.
Voor de jongeren onder ons: Cornelli Antoinette Harriëtte (Nelli) Cooman. Een heel klein Surinaams opdondertje dat bestond uit twee enorm gespierde benen onder een sexy kontje met een uiterst goedlachs en gelovig meisje daar bovenop. Dat als eerste ter wereld de 60 meter sprint aflegde in zeven seconden. Heel Nederland trots, even vergeten ons koloniale verleden. Die tijd is nog steeds een Nederlands record.
Maar goed, dat terzijde.
Pantu was al even bezig zichzelf uit te putten terwijl de lokale FC doende was een 1 : 1 tegen AZ op het scorebord te krijgen (dat kun je daar goed horen, het is vlak achter het stadion), toen ik opeens een traag vliegende buizerd boven mijn hoofd zag. Tenminste, dat dacht ik in eerste instantie. Het duurde even voor het tot mij doordrong dat de buizerd niet vloog als een buizerd. Ik ben vogelaar genoeg om dat op te merken, om gealarmeerd te raken als zo’n vogel niet vliegt zoals hij hoort te doen. Even wat beter kijken, heel brede vleugels, enorme spanwijdte, korte staart en kop, jawel, het was een zeearend. Het blijft een prachtig gezicht, zo’n enorme vogel. Gelukkig broeden die ook weer in Nederland, onder meer in het Lauwersmeergebied. Derhalve is de kans dat je er eentje ziet wel wat toegenomen, de laatste paar jaar. Helaas, geen camera meegenomen. Altijd eentje in de auto klaar hebben liggen is de oplossing.
Ik kan me nog heugen dat ik als kind vele kilometers op de fiets aflegde om een paar aalscholvers te gaan bekijken. Naar de brug bij Dorkwerd. Die waren daar ‘s zomers, hadden we geleerd op school. Dan ging je kijken, uiteraard. Televisie stond nog in de kinderschoenen, computers en internet waren termen uit SF-boekjes, kortom, tijd genoeg voor zulke avonturen. Trouwens, bij ons thuis hadden we niet eens tv, dat was des duivels. Tja!
Hoe dan ook, ik kan het moment dat ik zo’n prehistorisch aandoende glanzend-zwarte vogel voor het eerst zag, nog steeds heel goed terughalen. Fantastisch!
Maar ook ooievaars waren van die vogels die je alleen nog in boeken tegenkwam, zo vervuild was ons oppervlaktewater. Reigers waren een zeldzaamheid. Gelukkig is dat allemaal ten goede gekeerd.
Met de nodige overredingskracht en boetes zijn de boeren gedwongen hun onkruidbestrijdingsmethodes aan te passen waardoor er grote vorderingen zijn gemaakt. Nu is de ooievaar weer een gewoon beeld, vooral in het noorden des lands, en zijn blauwe reigers en aalscholvers zelfs in en bij stadsvijvers te vinden.
Een dwaasheid gekeerd, daar kan ik wel een beetje gelukkig van worden. En Pantu? Die rende weer enthousiast achter de tennisbal aan toen de vogel eenmaal gevlogen was. Haar kon het allemaal niets schelen.

Woensdag, 18-10-2017

Hoe klein de wereld is, of hoe groot haar natuurverschijnselen, bleek maar weer eens toen wij gisteren, als gevolg van het langstrekken van de restanten van de orkaan Ophelia, een dun laagje Saharazand op onze auto’s aantroffen. Gecombineerd met de as en de rook van bosbranden in Portugal. Ook een oranjerode zon was een gevolg van het fijne stof in de hogere luchtlagen. Om half tien had die zon nog steeds die kleur. Pas een vol uur later kon je niet meer rechtstreeks in de zon kijken. De orkaan die dit veroorzaakte is genoemd naar een personage uit Hamlet, van William Shakespeare.
Te weten: uit het beroemde drama waarin de nog veel beroemdere woorden: “to be or not to be, that’s the question....“ worden uitgesproken. Vrijwel iedereen met een beetje opleiding kent deze zin, slechts weinigen kunnen er ook inhoud aan geven. Dat is een heel ander verhaal.
Daarom deze poging tot duiding mijnerzijds.
Waar - zijn of niet zijn - (zonder “er“) een existentiële constatering is, wordt er toch een vraagteken bij gezet. Dat vraagteken slaat niet op het existentiële vraagstuk, maar op de keuze die de vraagsteller tegemoet ziet. Die keuze kan, filosofisch gezien, niet gemaakt worden. Zoiets noemen we een aporie. Wat beter past bij het karakter van die vraagsteller, de anti-held. Die niet weet of hij voor de existentie of voor de zelfmoord (het niet kunnen leven met het verleden) moet gaan. Een lastige keuze, zeker als het hemd nader is dan de rok. Een schitterend verhaal.
Hetgeen de genialiteit van William Shakespeare alleen maar benadrukt. Hij was overduidelijk op de hoogte van de verschillende benaderingen, anders kun je niet tot zulke constateringen in je werk komen.
Vanuit mijn persoonlijk standpunt bekeken, is het de keuze tussen religie en zen, dat moge duidelijk zijn. Daar waar zen de probleemoplossing laat voortkomen uit het tijdstip en de plaats die op dat moment ingenomen wordt, kiest de religie voor oplossing uit lessen en conclusies uit het verleden. Voorbijgaand aan het feit dat juist het “nu“ het meest directe verleden is. Maar leg dat een behoudend, conservatief persoon maar eens uit.
Wel is duidelijk, ook uit Hamlet, dat de wezenlijke existentie berust bij de keuze, niet bij de onderwerpen van die keuze. Je ziet, ik heb onderricht van Plato gehad. Indirect, natuurlijk. Van wie vrijwel alle lessen aporieën zijn.
Een van die eerste platonische lessen op de kunstacademie was dan ook het leren kiezen, niet het leren schilderen. Dat kwam veel later pas. We kregen een stuk of dertig afbeeldingen en ons werd gevraagd daar de mooiste uit te kiezen. Apetrots wil ik nu wel melden dat ik als enige de juiste oplossing had, maar ik had door mijn leeftijd al wat meer levenservaring dan mijn klasgenoten. (Ik was de dertig al gepasseerd) Waar de anderen rechtstreeks op hun doel afgingen en de voor hun mooiste uitkozen, verwijderde ik de voor mij minst mooie, de lelijkste. Dat proces leidt je vanzelf naar de mooiste. Einde aan de twijfel. Eigenlijk was ik toen al klaar op die academie, de rest moest ik zelf doen. Hetgeen ik deed.

Donderdag, 19-10-2017

Voor diegenen die de breinbreker van gisteren te moeilijk, te theoretisch vonden, kom ik vandaag met een praktijkvoorbeeld. Hoe je de hier-en-nu-gedachte in de praktijk kunt gebruiken. Ik zal dat doen door met u een schilderij op te zetten. Want net als al het andere, wordt ook kunst op het moment hier en nu geboren. Let wel, niet het schilderij. Het object is nooit de kunst. Het doek, het beeld, de compositie is de weerslag van datgene wat kunst is. De kunst is: dingen geboren laten worden. Daar raakt het de kern van mijn betoog van gisteren.
Want er moet natuurlijk eerst een goede omstandigheid gecreëerd worden, de baarmoeder moet in gereedheid gebracht worden, zeg maar. Maar net zoals dat bij elke vrouw anders is, is dat ook per kunstenaar verschillend. Ikzelf moet een aantal doeken klaar hebben staan, een paar ezels op de goede hoogte, penselen schoon en in potten en alle acrylverf op kleurvolgorde. Het lege doek is het volgende wat acte de présence moet geven. Pas daarna begint het gesodemieter, het om het doek heen draaien, het pijnigen van je hersens en het wachten op de overdrachtelijke bevruchting. Die het lot gaat bepalen van dat doek.
Daar ligt het moment van Hamlet, de niet te beantwoorden vraag. Uitsluitend de keuze. Wat mij betreft is dát beslissingsmoment, datgene wat Kunst is. Met een hoofdletter. Slechts de keuze telt. Hier en nu! De rest is werk. Met als resultaat een kunstproduct.
Maar er staat nog niets op het witte vlak, terwijl de keuze al gemaakt is. Het canvas kijkt je bijna verwijtend aan: wanneer begin je nou eens! Wat je niet te licht moet opvatten, want eenmaal de eerste streek gezet, is het doek gedoemd die bestemming tot in lengte van dagen met zich mee te dragen. Ik heb wel eens een doek overgewit. maar dat hielp niets. Uiteindelijk kwam de bestemming toch weer bovendrijven.
Op deze manier is ook dit dagboek ontstaan. Jaren lang heb ik ertegenaan gehikt, uiteindelijk de knoop doorgehakt.
Met mijn persoonlijke - Ik beschuldig u - in het voorwoord was de teerling geworpen. Voor het schrijven van een dagboek van een jaar. Dat is gelijk ook de reden dat het dagboek niet verder gaat. De keuze was een jaar, dan valt er ook niet meer aan te ontkomen. Net als de bestemming van het witte canvas.
Misschien ga ik wel iets anders schrijven, daarna, wie weet. Maar dat valt dan niet meer onder deze noemer.

Vrijdag, 20-10-2017

Donderdag (gisteren) was het de laatste echt mooie dag van het jaar. Mooi in de zin van warm genoeg met een klein zonnetje erbij om enkel in een fleecevest de straat op te kunnen gaan. Want dat wou ik, het was weer tijd voor de griepprik. Die ik bij de huisarts moest halen.
Ondanks alle negatieve publiciteit hierover neem ik die prik wel. Ik heb, sinds ik die krijg, geen zware griepaanval meer gehad. Een of twee dagen een beetje katterig daarna en klaar voor de hele winter.
Is die vaccinatie misschien voor sommige mensen niet goed, voor mij is het een prima oplossing. Een zegen, zou ik bijna zeggen. Per slot van rekening hoor ik wel tot de risicogroep met mijn verminderde hartfunctie.
Natuurlijk, dat lijkt in tegenspraak met mijn eerdere beweringen dat de mensheid zijn leven teveel verlengt, dat mensen veel te oud worden. Maar dat is het niet.
Het heeft geen zin om als een martelaar vrijwillig in je eentje aan het kruis te gaan hangen, als de meute toch voor Barabbas kiest. Overigens betekent die naam Barabbas zoon van de vader, in het Aramees. Net zoals Christus zichzelf zag als zoon van de vader. Maar dan de heilige vader. Dan is het hele bijbelse keuzeverhaal slechts een parabel om duidelijk te maken dat je niet de gewelddadige zoon van de vader moet volgen maar de zelfopofferende zoon. Die liever zelf sterft dan slachtoffers maakt. Ook wel Jezus-syndroom genoemd. Wat overigens geen officiële term is.
Dat de meute liever de gewelddadige zoon als uitverkorene kiest, heeft dan ook te maken met de zelfreflectie die een opofferend mens veroorzaakt bij anderen. Aan dat soort introspectie zijn de meeste mensen (nog) niet toe. Het kleine stemmetje dat geweten heet, wordt zoveel mogelijk onderdrukt. Dan maar liever de boef vrij. Nu weet u ook waarom onze MP zo populair is.
Mij rest derhalve niets anders dan op de dag na de laatste mooie dag van het jaar gewoon in leven te blijven, opnieuw een spiegel te gaan maken, in welke vorm dan ook.
Daar ben ik nu eenmaal kunstenaar voor. Anders was ik wel fietsenmaker geworden. Of bankbediende. Of beroepsmilitair. Of computernerd. Of ingenieur. Of Barabbas.

Zaterdag, 21-10-2017

Het is nu ‘s morgens heel vroeg, eigenlijk vlak na middernacht. De afgelopen 24 uur zijn uren van contemplatie geworden, eigenlijk ontstaan door een zeer onvoorzichtige opmerking van Tijl Beckand in zijn overigens verder voortreffelijke programma “de Tiende van Tijl“. Over klassieke muziek en verhalen daaromheen. Hij kwam te spreken over een Russische componist, Aleksandr Skrjabin. Naast een geniale componist ook een autodidactisch filosoof. Die, net als ik, ervan uitging dat het wereldbeeld gecreëerd werd door de persoonlijke visie erop. Ver voor zijn tijd.
Zoals ik het meestal formuleer: duizend mensen hebben duizend werelden. Niet dat al die werelden bestaan - er is maar één wereldbol, natuurlijk - maar dat elke beschouwer zijn eigen wereldbeeld met zich mee draagt. Met zichzelf in het centrum. Hij is de enige beschouwer, per slot van rekening. Een wereld waarin hij, terecht, zijn eigen god is. U in de uwe, ik in de mijne. De essentie van het anti-isme, zeg maar. Waardoor het de grootste bedreiging voor het religieus denken is.
De fout die Tijl maakte, was dat hij die voor die tijd geniale en gewaagde redenering een krankzinnige gedachte noemde. Wat hij meende. Gelukkig had ik het opgenomen. Ik heb het fragment drie keer bekeken en kon tot geen andere conclusie komen. Autocue of niet, hij was bloedserieus.  Deze boute uitspraak zei meer over Tijl dan over Aleksandr en dat viel mij enorm van hem tegen.
Ik had Tijl Beckand altijd erg hoog, maar dit was toch een domper. Dat een zo intelligent mens als hij duidelijk niet op de hoogte is van existentiële filosofie. Is die materie dan zo moeilijk dat zelfs een toch heel slimme mens als hij het niet snapt? Is al ons werk dan voor niets? Ik betrok het duidelijk op mezelf. Teveel. Onterecht, zo bleek. Als je niet weet waar je het over hebt, Tijl, moet je je onthouden van een mening daarover. Laat staan het krankzinnig noemen.
Toch raakte het mij allemaal harder dan ik gedacht had. Het duurde even voor ik mezelf daar weer uit kon trekken.
Uiteindelijk kwam ik terecht bij Stevie Wonder. Blinde beschouwer van zijn eigen wereld. Met zijn onnavolgbare album: Songs in the key of life.
Een van de beste albums uit de popmuziek, vriend en vijand zijn het daarover eens. Snel gekeken bij mijn voorraad opgenomen, deels van het internet gejatte, muziek en gelukkig, ik had hem op voorraad. Van beide cd’s snel een album gemaakt en op een usb-stick voor in de auto gezet. Stick klaar, hondje mee, rondje Groningen doen. Het is midden in de nacht ook nog eens heel rustig op de ringweg, muziek aan, genieten.
Want dit album van Stevie is gewoon een verzameling levensbeschouwelijke onderwerpen - vandaar de titel - en lijkt dan ook wel een beetje op mijn eigen dagboek.
Halverwege de rondrit mocht Pantu er ook nog even uit, zij blij, rennen en een drol, toen weer op huis aan. Waar ik weer helemaal tot rust gekomen onder de wol kon kruipen. Nou ja, een donzen dekbed, maar u begrijpt de uitdrukking. Heerlijk geslapen, jawel, dank u.
Beste Tijl, na dit door jou verstierde etmaal: beterschap gewenst. Je hebt er niet om gevraagd maar toch een advies. Eerst maar eens een goed boek over deze materie lezen. Dit dagboek mag ook.

Zondag, 22-10-2017

“Nog even terug naar de existentiële filosofie. Als je een muziek- of kunstprogramma presenteert, moet je toch juist de individuele beschouwing van de kunstenaar centraal stellen en respecteren?“, was het commentaar van mijn corrector op mijn aflevering over de uitglijder van Tijl Beckand, donderdagavond. En zo is het natuurlijk ook.
Hetgeen mij weer drukt op, naast de blunder van Tijl,  het door mij geconstateerde totale onbegrip van de meute voor wat kunst is en wat het behelst. Uiteraard heb je voor het begrip kunst een zekere ontwikkeling nodig. Maar de interesse kun je kweken. Al zou je maar beginnen met music for the millions, zelfs André Rieu kan daar nog mooi werk doen.
Het verbaast mij dan ook dat er op middelbare scholen zo weinig aandacht voor is. Uitzonderingen bevestigen ook hier de regel. Het Montessori-lyceum in Groningen is zo’n uitzondering. Evenals trouwens het H. N. Werkman Stadslyceum, waar ook veel aandacht is voor kunst en cultuur.
Gelukkig maar. Want het gaat niet aan om in de eenentwintigste eeuw visies die jij niet begrijpt, als krankzinnige gedachte neer te zetten. U merkt het, het zit me nog steeds dwars. Ik had zo gedacht dat wij de armoede van de middeleeuwen wel achter ons hadden gelaten, zo langzamerhand. Niet dus.
Laten we maar hopen dat dhr. Beckand zelf tot betere inzichten komt.
Ik heb nog de hele zaterdag gespeeld met het idee er werk van te maken, er een giftige edoch beleefde e-mail aan te wijden. Dat ketste af op de onmogelijkheid Tijl rechtstreeks te benaderen. Hij zal het zonder mij moeten redden. Wat hem vast wel zal lukken, het is geen halszaak per slot van rekening.
Ik hou er nu mee op, misschien nog een nachtje slapen er overheen om te vergeten en dan weer door. De barricades geven nooit rust aan hen die ze zonodig moeten en willen bestormen.

Maandag, 23-10-2017

Het regende pijpestelen, zondagmorgen. Gelukkig, die spelling mag tenminste nog. Behalve van de Dikke van Dale en het Groene Boekje. Van hun moet het pijpenstelen zijn. En aangezien die twee heilig zijn...
Al eerder heb ik in dit dagboek gefulmineerd tegen die achterlijke “n“ in dit soort woorden.  Er zit maar één steel aan één pijp, stelletje maffe taalvernieuwers. En het meervoud zit in stelen, niet in pijpen. Dat is als werkwoord trouwens heel wat anders!
Hondenmand, hoe bedenk je het. Kattenbak! Hé, er kan er maar eentje tegelijk op hoor! Nee, dit soort geforceerde oplossingen is geen lang leven beschoren. In ieder geval, ik doe er niet aan mee. De overduidelijke miskleunen zal ik blijven schrijven zoals het vroeger was. Mandenmaker, jawel, zo’n man maakt er meer dan eentje. Hondemand, oké, maar hondenasiel. Niet de regel is bepalend maar de inhoud van het betreffende woord.
De logica moet duidelijk zijn en mocht die logica onverhoopt niet duidelijk zijn, laten we de boel de boel. Veranderen we niets. Waarom zouden we.
Gelukkig ben ik niet de enige die zich hiertegen verzet. Als we massaal de foute oplossingen negeren, gaat de dwaasheid vanzelf weer over. Over barricade(n)werk gesproken.
Maar ik kwam hierop door het woord pijpestelen. Heftige regen op zondagmorgen.
Wat jammer was, want dat kleine planeetje van ons vloog de afgelopen dagen door de staart van een komeet. Die van Halley, inderdaad. Dat doen we elk jaar in de tweede helft van oktober. Die komeet is naar Edmond Halley (1656-1742) vernoemd, omdat hij als eerste vaststelde dat dat ding periodiek terugkwam en exact voorspelde wanneer hij weer te zien zou zijn en op welke plek. Een enorme prestatie als je incalculeert dat er nog geen computers bestonden, toentertijd. Alles uit het hoofd! 
Maar door die pijpestelen misten we het hoogtepunt van de vallende sterren. Die geen sterren zijn maar eigenlijk gewoon ruimtestof. Heel kleine puindeeltjes, afkomstig van bovengenoemde komeet.
Die meteorieten, zoals ze officieel genoemd worden, noemen we de Orioniden omdat ze uit dat sterrenbeeld lijken te komen. Jawel, sterrenbeeld! Orion bestaat uit tien sterren. Makkelijk, hè!
Terug naar de Dikke Van Dale en de dwaasheid van de laatste taalvernieuwing. Het kan, denk ik, geen kwaad om dit soort literaire zaken nogmaals onder uw aandacht te brengen. Ik ben vast niet de enige, namelijk, die zich opwindt over de prijs van het Groene Boekje en de Dikke Van Dale.
Want daar is het uiteraard allemaal om begonnen. Mijn wantrouwige geest heeft geconcludeerd dat al dit soort taalvernieuwingen er alleen maar doorgedrukt worden door en voor een aantal Neerlandici met een te krappe beurs, in samenwerking met een aantal uitgevers. Die ook niet vies zijn van een extraatje om de zoveel tijd. Wat een flauwekul.

 

Gelukkig ben ik als oproerkraaier niet in overtreding, want er staat geschreven en gedrukt:
De wet ziet niet toe op het toepassen van de spelling door anderen: buiten het onderwijs en de overheid is iedereen vrij te spellen zoals hij/zij wil. Wel wordt de woordenlijst door velen als richtlijn gebezigd.

 

Gelukkig maar. Want als overheden gaan ingrijpen in de cultuur...
Dat hebben we al eens eerder meegemaakt. Een herhaling daarvan lijkt me niet wenselijk.

Dinsdag, 24-10-2017

Het is een druilerige dag geweest zonder inspiratie. Zelfs niet voor het schilderen. Lichamelijke ongemakken deden mij de das om. Bursitis in beide schouders, een beetje teveel overgewicht waardoor wat ademnood, eind vorige week door de linkerknie gegaan door een verkeerde stap tijdens het Pantu uitlaten, kortom, de jaren telden gisteren zwaarder dan normaal. Aan dat overgewicht kan ik natuurlijk nog wel het een en ander doen. Maar ja, lekker eten is nog steeds lekker eten.
Want als je niet veel lichamelijke activiteit meer hebt, omdat het hart ook niet echt meewerkt, tja..., dan willen de pondjes er wel aanvliegen. Om die er dan weer af te krijgen, dat valt niet mee.
Dan maar een beetje meer slapen dan gewoonlijk, altijd goed om beter te worden.
Met twee paracetamolletjes tegen de pijn. Die gelukkig nog steeds helpen, ik ben blij toe. Mijn hangmat verleent, wat het slapen betreft, ook nog steeds goede diensten.
Afgelopen zondag nog wel voor buuv gekookt, rijst met gemarineerde kip en drie groentes. Peultjes, haricots verts en lente-ui. Alles apart bereid en op het laatst pas bij elkaar gedaan zodat de versheid van de groentes onderling niet in de knel kwam. Buuv en dochter vonden het heerlijk, het blijft fijn om voor anderen te koken. Wat voor mijzelf bewaard, had ik gisteravond ook nog wat te eten. Nog even wat nieuwe kip erbij en weer een dagje verder. Rijst is in ieder geval voor mijn gewicht beter dan pasta’s, al dan niet met volumineuze sauzen.
Maar voor een goeie spaghetti carbonara mag je mij nog steeds midden in de nacht wakker maken, zowel voor de romige als voor de droge versie. Jammie. Dan maar weer een onsje of wat erbij. Het blijft mijn grootste zwakte, goed voer!

Woensdag, 25-10-2017

Het toekomstige einde van dit dagboek werpt zijn schaduw vooruit. Of achteruit, eigenlijk, want ik ben nu al bezig met wat er dan gaat gebeuren. Uit het standpunt van 14 november moet je dus terug in de tijd om nu hier terecht te komen. Ergo: achteruit. Alleen ben ik daar nu al, het moet nog gaan gebeuren. Ik werp mijn visie dus vooruit, het einde zijn schaduw achteruit. Ziet u wel hoe raar tijd is?
Dat de tijd een raar verschijnsel is, wordt veroorzaakt omdat wij die tijd beschouwen als een lineair verschijnsel. Wat het niet is. Wij denken: iets gebeurt nu en straks gebeurt er iets anders, later in de tijd.
We hebben nog steeds niet door - of we willen het niet doorhebben - dat tijd juist niet lineair is. Dat tijd eigenlijk een opraken van energie is. Het was er net nog, nu is het op. Zelfs het oneindige heelal is eindig, zelfs de eeuwigheid kent een begin. De ultieme paradox.
Alleen kun je daar niet mee werken, met dat opraken van die energie. Het is alsof je zegt dat in jouw eigen schaduw de zonne-energie al een beetje op is. Jouw schaduw is een heel klein beetje later dan die zon op je gezicht. Die is geabsorbeerd. Die energie is op. Weg! Verdwenen, komt nooit terug. Daar groei je van, daar verbrandt je door, daar worden sommigen mooi bruin van. Zij die verbranden, juist rozerood. Energie, jawel. En achter je is die een beetje op. In die schaduw verbrandt je niet meer, daarvoor is er geen energie genoeg. Later geef je het weer terug, dat wel. Tijdens de crematie of tijdens je ontbinding. Maar eerder niet.
Toch is het gegeven, dat tijd verloop van energie is, precies dat waar de wetenschap mee werkt. In de meest geniale formule tot dusver: E=mc². Bedankt, Einstein. Die heeft ontdekt dat u al kunt tijdreizen door op een top van een hoge berg te gaan zitten. Daar gaat de tijd een beetje sneller dan beneden. Daar wordt u een klein beetje sneller oud dan in dat heerlijke dal, beneden. Waar iedereen een heel klein ietsiepietsie langer leeft dan daarboven op die bergtop. Vraag Stephen Hawking maar. Hij geeft me gelijk. Of ik hem, eigenlijk. En hij Einstein weer. Het scheelt niet veel, op deze kleine afstanden maar een paar miljoenste seconden, maar toch. Het lijkt niet zo omdat onze hersens daarboven ook een heel klein beetje sneller werken, ook dat is relatief. Evenals de klok die we meenemen. Geloof me, het is getest én bewezen. Als mensheid zullen we dan ook nog een hoop vooroordelen uit de weg moeten ruimen om die lineaire beleving uit te schakelen. Als het ooit zover komt.
Want ik kan me heel goed voorstellen dat een hoop mensen al een beetje gestoord worden door het lezen van dit dagboekstukje. Laat staan echt beseffen wat erin staat. Want de conclusie moet zijn: er bestaat geen later, er bestaat alleen maar een beetje minder. En vroeger bestond er meer. Ergo: de oudjes krijgen uiteindelijk toch nog gelijk: vroeger was alles beter. Eehhh...., meer!

Donderdag, 26-10-2017

In een beetje plagerige sfeer, waarin ik aangaf wel een klein beetje jaloers te zijn op de relatie die mijn corrector heeft met zijn jongste dochter - die twee zijn echt maatjes van mekaar - adviseerde ik hem om er een boek over te schrijven. Dat dat geheid een bestseller op zou leveren. “Daar heb ik geen tijd voor.“ antwoordde hij. Waarop ik het afgezaagde antwoord had: „Tied kest moak’n“. In het plat Grunnegs. Vertaling: tijd kun je maken. Hij wist niet hoe! Ik wel.
Een paar plagerijen in mijn moerstaal verder, lichtte ik voor hem een tipje van de sluier op. „Een hint,“ schreef ik, „geduld wordt altijd beloond.“ Waarop hij riposteerde: „Als je tijd van leven hebt, wél.“ Lineair gedacht.
Nu begrijpt u waar de dagboekaflevering van gisteren op sloeg. Over het niet lineair zijn van tijd. Tenminste, ik hoop dat u dat begrijpt.
Want als je denkt in termen van hier en nu, in het aangetoond zijn van het ontbreken van bestaansrecht voor verleden en toekomst, valt het antwoord je vanzelf in de schoot. Geduld beloont zichzelf, m.a.w. het zalige gevoel van hebben van geduld ís de beloning voor het hebben van geduld. Het is net als met het overdrachtelijke zoeken naar de schat, de wezenlijke schat is juist het zoeken naar de schat.
Zolang je nog denkt dat dat geduld hebben en schatzoeken ook nog iets op moet leveren, snap je niet wat ik bedoel.
Mea culpa, mea maxima culpa, ik pleit schuldig, ook ik slaag er lang niet altijd in dat op te brengen, benieuwd als ik ben wat de volgende dag mij zal brengen. En gekoeioneerd als ik me voel door onze huidige gezamenlijke denkwijze. Die op toekomst-denken is gebaseerd. Of juist op een tweeduizend jaar oud verleden.
Ook ik mis regelmatig die boot, zodat ik mezelf weer terug moet fluiten. Terug in het zelfgekozen gareel. Wetend, dat voor mij daarin mijn enige bestaansrecht zit verscholen.
Ik ben, dus ik denk. En niet andersom, zoals die Fransman (René Descartes, 1596-1650) ons destijds wilde laten geloven. Maar die had dat toen nodig om te ontsnappen aan de religieuze doctrine van het katholicisme. René krijgt daarom van mij het voordeel van de twijfel. Ook al omdat hij, als hij een revolutionaire tijdsgedachte zoals wij die nu kennen, had kúnnen formuleren, hij binnen drie seconden op de brandstapel had gestaan. De wetenschappelijke inzichten  waren echter nog lang zo ver niet. Ergo: hij kon het niet weten. Maar hij was uiteindelijk wel de veroorzaker van de maatschappelijke wending die verlichting heet. De scheiding van kerk en staat. De eerste stap, zeg maar. Waar de Islam momenteel mee bezig is. Hoeveel revolutie en ellende dat al veroorzaakt, kunnen we momenteel elke dag zien.
Maar nu wordt het voor de westerse wereld tijd om een stapje verder te gaan. Om op zoek te gaan naar individuele verlichting. We ervaren onze ketenen, maar weten nog niet hoe eraan te ontsnappen. En de wetenschap zal ons de sleutels geven, daar ben ik van overtuigd. Sterker nog, dat heeft die wetenschap eigenlijk al gedaan. Bij monde van onder meer Newton en Einstein, om ze nog maar eens aan te halen.
Nu moeten die sleutels nog vertaald worden naar termen die voor de niet gestudeerde medemens begrijpelijk zijn. Die ook op zoek moet naar het besef dat er geen allesomvattende waarheid is, dat ieder mens zijn eigen wereldbeeld met zich meedraagt. Wat ik het anti-isme noem, zeg maar. Dat is, gelukkig maar, ondertussen al een tijdje gaande. Ingeluid door de hippiebeweging van halverwege de zestiger jaren vorige eeuw.
Hoe oud ik ben? U mag nooit meer raden. Maar ik had geen VW-busje.
PS
Door een landelijke en buiten-landelijke rondreis verschijnt er vrijdag en zaterdag geen dagboek. Geen tijd voor, zou mijn corrector zeggen. Andere keuze, zou ik zeggen. Ik moet eerst vrijdagmorgen mijn Pantu naar een mooi pension brengen, die ga ik zo’n lange reis niet aandoen, dan naar Arnhem, daar ga ik lunchen.
Vervolgens door naar Axel waar ik om 18.00 uur moet wezen voor de opening van een galerie.
Om daar een kadootje voor die galerie af te leveren, wat te drinken en te proosten en dan door naar mijn Belgische vrienden in Koersel. Tegen die tijd heb ik er al pakweg zo’n 700 kilometers opzitten. Dat is wel genoeg voor één dag. Dacht ik. U hoort van mij als ik weer terug ben. Tenzij ik tussendoor de kans krijg en genoeg tijd overhoud in België om op op een computer te gaan zitten rammen. Houdoe!

Zondagmorgen, 29-10-2017

Gewekt door het lawaai van een heuse herfststorm (het is, nu ik dit schrijf, bijna vier uur in de morgen), de noordwester raast en buldert om de flat.
(CAPO) (?)
Toen ik gisteravond thuiskwam na mijn wereldreis, ben ik vrijwel meteen in slaap gevallen. Eerst in mijn nieuwe tv-stoel die ik van de buren heb gekregen (zo’n mooie verstelbare, voetjes omhoog en slapen maar) en toen ik een keer of drie door de televisie wakker geworden was, ben ik maar gewoon naar bed gegaan. Om daar verder te maffen.
Hetgeen lukte tot de storm. Het lawaai is ongewoon hard, de windstoten komen uit een hoek die voor hier niet normaal is. Meestal hebben we toch een zuidwester hier in Nederland. Maar nu komt ie over de Noord- en Waddenzee aangebolderd, dijkcoupures dicht overal en dijkwaarschuwingen uitgegeven. Net echt.
Benieuwd of er nog mensen in Zeeland zijn die daar last van hebben. Met 1953 in het geheugen. Een voor Nederland ongekende ramp.
Maar goed, nu wakker, dan maar de ochtendkoffie met een Luikse wafel, mijn standaardontbijt. ( FINE) (?) (uitleg over capo en fine volgt morgen)
Mijn rondreis is een groot succes geworden. Eerst vrijdagmorgen naar Arnhem, lunchen met Antoinette in een gezellig café. Aan het Jansplein. Het was 33 jaar geleden dat we elkaar hadden gezien, long time no see! We hadden zoveel om te praten, nauwelijks aan het eten toegekomen. Maar de uitsmijter rosbief viel er goed in bij mij. Anderhalf uur later zat ik alweer op de snelweg, op naar Axel voor de opening van het atelier van Rinneke. Een lezeres van dit dagboek die zich ook met schilderen bezighoudt. Axel ligt in Zeeuws-Vlaanderen, het meest zuidwestelijke puntje van Nederland. Een veel langere reis kun je nauwelijks maken in Nederland.
Maar voordat je daar komt, moet je eerst in het spitsuur door Antwerpen heen. Goed advies mijnerzijds: mijden, wegwezen. Je bent daar zo een uur kwijt voordat je die havenstad weer uit bent. Minstens! En dan heb je niets gezien van die toch wel mooie stad, behalve auto’s en opgefokte Belgen, die kwaad op je zijn omdat je niet gewend bent aan zulke slechte bewegwijzering. En dan heb ik het nog niet eens over de slechte staat van de wegen, erbarmelijk.
Maar net op tijd in Axel voor de opening, het was leuk om Rinneke als mens te ontmoeten. Een echte koningin in haar eigen galerie. Ze zag er prachtig uit (in het zwart, uiteraard, de galerie heet De Zwarte Kat) en de Indonesische balsa-kat Alexander is op zijn sokkel terechtgekomen. Een goede bestemming, hij moet haar maar wat geluk bezorgen. En al snel door met de rondreis.
Op advies van anderen ben ik naar Axel toe via het havengebied van Antwerpen gegaan; op de doorreis richting Beringen (toen was het toch al half acht) via de ring Antwerpen. Maar dat is ook al een ramp. Al met al meer dan twee uur gedaan over een honderd kilometer. In een derde-wereldland kom je sneller vooruit.
Maar om half tien ‘s avonds stond ik voor de deur in Koersel. Ze waren er nog niet, ik wist dat ze weg zouden zijn, de autostoel in de ligstand, binnen tien seconden lag ik al te pitten. Dat kan ik heel gemakkelijk. Slapen. Overal en altijd. Door de gastheer (Rik) gewekt toen ze thuiskwamen.
Naar binnen, even bijpraten maar al gauw lekker slapen.
Want zij zaten ook te gapen na een mooi verjaardagsmaal buitenshuis. Zij was namelijk jarig geweest, deze dag! Ik had overheerlijke chocoladerepen als presentje meegebracht uit Groningen. En als je Belgen overtroeven wil met chocola, dan moet je van goeden huize komen. Dat kwam ik. Lang zal ze leven.
Vanwege de al gemelde moeheid echter geen verjaardag gevierd, later maar weer verder.
Dat geldt ook voor dit dagboek trouwens. Het is nu twee voor vijf, de wind lijkt wat geluwd, ik ga proberen nog wat te pitten.

Maandag, 30-10-2017

Verder met het reisverslag. Zaterdagmorgen: de gebruikelijke aanvaring met Riks laptop. Hij heeft Macs en ik ben een Windows-jongen. Zelfs de toetsenborden zijn anders. Hij en ik hebben dan ook regelmatig de gebruikelijke clash die je tussen de aanhangers van beide systemen hebt. Maar een kop koffie ‘s morgens doet wonderen voor het vredesproces, zeker als die begeleid wordt door een Luikse wafel met chocola. Het blijft een Belg, die Rik!
Daarna een goeie boom opzetten over onze wederzijdse vorderingen in leven, kunst en wetenschap. Kortom, anderhalf uur is voorbij voor je het weet.
Toen vrouw en dochter na het uitslapen ook het land der wakkeren betraden, ging het gesprek al snel over waar er geluncht moest worden. Want ook zij blijven Belgen. Eten is heilig. Eerst wou ik wat eerder weg, maar er was niet onderuit te komen. Het is ook helemaal geen straf, natuurlijk, om met je vrienden een hapje naar binnen te werken.
We gingen lunchen in een soort zwembad-kantine-restaurant. Bij een verlaten mijngebouwencomplex. Waar het heel druk was tot mijn grote verrassing. Wie gaat er nou op zaterdag lunchen in een zwembadkantine! Rare jongens, die Vlamingen!
Nadat de gebruikelijke foto van de tafel met gerechten gemaakt was, zat ik heerlijk te smullen van een, voor Belgen, kleine spaghetti bolognese. Dat is voor mij anderhalve portie. Ik kreeg het niet eens op, eerlijk waar. Buiten, na het eten, heb ik nog wat desolate foto’s gemaakt van al dat werkeloze beton en staal, zeer indrukwekkend. Ik heb daar wel wat mee, met afgebroken en/of werkeloze gebouwen. Ik tekende op mijn achtste al ruïnes met rondcirkelende kraaien. Leegte en afbraak hebben toch een grote aantrekkingskracht op mij gehouden.
Omdat ik al wist dat het zou gaan stormen in de loop van zaterdag, ben ik toch maar vrij vroeg weer afgereisd richting Groningen. Om vlak voor donker aan te komen in “Stad“ zoals wij Groningers onze provinciehoofdstad noemen. “Woar woonst?“ “ Oh, ien Stad!“ Dan weet iedereen hier genoeg.

De uitleg voor capo en fine.

In de muziek hebben we een teken dat DCAF heet: da capo al fine. Hetgeen betekent dat men terug moet naar het begin (CAPO) (in dit geval naar die term in het begin van het verslag van gistermorgen) en dan door tot (FINE). Om de rondreis maar met muzikale termen af te sluiten. Een gepast einde voor een mooi weekend.
Ein wohltemperiertes Wochenende, zeg maar.

(DCAF)

Dinsdag, 31-10-2017

De kogel is door de kerk. Nu ik het jaar er bijna op heb zitten, nooit meer hoef te verzuchten: “ik kan er wel een boek van schrijven“, kan ik in alle rust afscheid nemen van een toekomst met taal.
De vele hardnekkige fouten, met net zoveel volharding als mijn hardnekkigheid gecorrigeerd door mijn trouwe corrector Jacques, hebben mij duidelijk gemaakt dat schrijven mooi is, maar niet mijn fort. En dat is nog zwak uitgedrukt.
Beter kan ik overweg met symboliek in het tweedimensionale vlak, met acryl op linnen, karton, papier en waar acryl nog meer op wil blijven zitten. Het uitwerken van drie talen in beeld gaat mij veel beter af dan deze ene taal in schrift. De nuances, de penseelstreken, het kleurenmengen, het glaceren teneinde dieptes te creëren, dat alles kan ik veel beter dan het vermijden van overbodige koppelwoorden om een levendige tekst te behouden. Om over de rest van mijn fouten maar niet te spreken.
Het gaat er niet om dat ik niets te vertellen zou hebben, integendeel, ik heb nog steeds aanleidingen genoeg om mijn verhaal kwijt te kunnen. Nee, dit hoofdstuk kan over twee weken gesloten worden omdat ik dan eindelijk gedaan heb wat ik wilde. Het zal mij niet meer plagen in mijn hoofd. En dat is een geruststellende gedachte. Weer een nagel aan mijn doodskist minder.
Ik zal heus nog wel eens een stukje op mijn Facebookpagina schrijven, zo af en toe. Als ik daar echt behoefte aan heb. Maar het boek is straks geschreven, de laatste bladzij kan worden omgeslagen. En hij schilderde nog lang en gelukkig.
Dit is nog niet het laatste stukje, dat komt op veertien november immers, dit wordt alleen nu geschreven en nu aan u doorgegeven omdat ik net het definitieve besluit heb genomen. Geheel in lijn met mijn filosofie die ik een jaar lang, via mijn episodes, aan u duidelijk heb proberen te maken. Nog even volhouden, Jacques, nog veertien dagen. Je gaat me nog missen.