MISANTROPISCH GEWAS

 

JAARBOEK VAN EEN LIEFDE

 


dagelijks gepubliceerd op Facebook, vanaf 15 november 2016

 

 

 

Dinsdag 15-11-2016

 

Het was eigenlijk 16, bijna 17 jaar geleden, vlak voor ik mijn, nu inmiddels overleden, vrouw leerde kennen. Ik ontmoette een meisje, liever een jonge vrouw (ze bleek later 27 jaar te zijn) in een kroeg en door het leuke gesprek nodigde ik haar uit om op een later tijdstip eens samen, in alle rust, te kletsen. Ze accepteerde dat en een paar dagen later volgde een mooi gesprek in een plaatselijk Jazz-café.

 

Voor wie Groningen kent: De Spieghel.
Door het gesprek kon ik de vergelijking van de rups en de vlinder maken en dat bleek later een diepe indruk gemaakt te hebben. Ze weet het nu nog steeds, ik was het na die 16 jaar wel vergeten. Mede door het tragisch afgelopen huwelijk. Kanker sloopte mijn echtgenote zodat ik na die jaren weer alleen was. Dankbaar voor de mooie jaren, zeker, maar wel weer alleen.
De eerste maanden was ik vreselijk op stap, misschien op de vlucht, en toen begon ik langzaam weer op te knappen. Ik veranderde het huis, maakte mooie gedächtnis-plekjes (dat volstond voor mij) en veranderde langzaam mijn huis weer in een atelier.
Ik leefde daarvoor namelijk een kunstenaarsbestaan en had dat opgegeven voor een leven met Teja.
Maar zonder haar kwam de schilder in mij krachtig terug, ik besloot weer aan het werk te gaan. En ging ook weer het internet op. Ik had al wel wat nieuwe contacten (we zijn nu al ruim een jaar verder), de eerste schilderijen waren al klaar, er had zelfs al weer eentje een prachtige spijker gevonden in Warffum.
Ik besloot maar weer es wat om mij heen te kijken, sociaal gezien, toen ik een berichtje kreeg van Sandrine. Het meisje van het Jazzcafé.
Het dagboek begint eigenlijk nu. Ik heb weer contact met haar gehad, ben vreselijk verliefd geworden maar het verloopt allemaal uiterst moeizaam.

 

 

 

Woensdag 16-11-2016

 

 

 

Een dag zonder Sandrine. Nou ja, niet helemaal zonder, een klein beetje contact via Facebook nog wel. Maar dat was ook alles. Ze had haar vrije dag en wilde rust. Daar heb ik het wel moeilijk mee maar het moet, zeker sinds de laatste keer.
Over die laatste keer: er waren pestvogels gesignaleerd in Groningen-Zuid, vlakbij mijn huis en we zouden met z'n beiden gaan kijken, eventueel foto's nemen. Ik zou eerst even poolshoogte nemen en als ze er nog waren, even bellen, dan kon ze mijn kant op komen. Het regende heel licht maar tegen een uur of twee zou het een stuk droger en mooier zijn, volgens de alom geroemde buienradar. Wat zou ik nog zonder internet moeten!
Toen ik om half twaalf ging kijken waren er al vogelaars, zag ik de pestvogels heen en weer vliegen tussen roestboom en bessenstruik. Door naar Sandrine, foto's kon je bijna toch niet maken door het weinige licht. Ze was heel blij me te zien, dat deed m'n oude hart goed.
Sandrine .... tja, wat zal ik zeggen. Klein, slank, typische Française, mooi gitzwart haar waar de eerste grijze haren doorheen kwamen gluren. En mooie goud-groene ogen om in te kijken.

 

Daar aangekomen, lunchen, supermarkt vlakbij, paar broodjes (croissants, natuurlijk) gekocht, veel plezier in de winkel als kleine kinderen. Andere mensen zullen wel gedacht hebben... nou ja, wat geeft het.
Om een uur of twee, na de broodjes, naar de pestvogels. Het was prachtig, kleurige vogeltjes, spreeuwgroot met mooie kuifjes en een hoop lawaai.
Veel foto's natuurlijk, maar het mooiste vond ik haar toch eigenlijk, vol enthousiasme heen en weer springend, verrekijker om de nek, verrekijker voor de oogjes, prachtig. Toen we uitgefotografeerd waren, het weer werd aldoor een beetje beter, wat nu te doen.
Ik mocht kiezen, naar de Peizer onlanden of naar mijn atelier. Nou, dat atelier loopt niet zo snel weg dus de keuze was gauw gemaakt. De onlanden, zeker weten. Een opnieuw ingericht natuurterrein tussen Groningen-Zuid en Peize met veel water, veen en ruigtes. En heel veel vogels.
En over dat kiezen....ze geeft zichzelf heel gedoseerd weg, overeten zit er niet aan. Maar goed, dat was de afspraak, daarover later meer.
Maar toen we beiden op de vogeluitkijkpost zaten, kiekendieven, grauwe ganzen en wintertalingen om maar een paar soorten te noemen, daalde er een prachtige vrede over mij. Het was zo'n moment met een gouden randje.
Later, nadat ik haar van de klimwand afgeholpen had - ze was een beetje huiverig om achterstevoren via de boomstammen naar beneden te klauteren - nog een mooie hand-in-hand-wandeling terwijl het nu wel aanwezige zonnetje langzaam naar de horizon zakte, langzaam wat geler wordend door de lichte nevel. Schitterend. Het afscheid moest wel zwaar zijn. En zo was het ook. Alleen terug naar huis, jawel.

 

 

 

Donderdag 17-11-2016

 

 

 

Gisteravond in goed overleg een punt gezet achter de vriendschap. Het was niet mogelijk voor mij om dit op een lager niveau (maar we kunnen toch vrienden blijven) vol te houden. Wat zij liever wilde. Zo'n mens ben ik niet. Ook maar ontvriend op Fb omdat ik haar naam niet continue voor m'n ogen wil zien dansen als ik even het net op ga. Voor de gemoedsrust, zeg maar. Leuk is anders.

 

Gelukkig heb ik haar nog mee kunnen geven dat ze, wat mij betreft, al lang een vlinder was maar het zelf nog niet wist, hetgeen eigenlijk ook geldt voor de zwaarbeladen term verlichting.
Een standaard grap van mij: waarom kunnen vrouwen niet verlicht worden?

 

Verontwaardiging aan de andere kant. Antwoord: ze zijn het al. Alleen weten ze het niet meer. Alom verwarring aan de andere kant. Hahaha.

 

Het is de story of my life, vrouwen vinden mij lief, aardig maar worden niet verliefd op mij. Om wat voor reden dan ook, dat vertellen ze er nooit bij. Ze weten het dan ook niet. De uitzondering was een violiste uit ons heuvelachtige Limburg, maar die bleek later dan ook net zo moeilijk in elkaar te steken als ik.
Het punt met mij is, en dat is ooit een keertje uitgezocht, dat mijn rechter- en linkerhersenhelft gelijke krachtig zijn, er is geen dominantie van of links of rechts.
Dat is natuurlijk fantastisch voor een kunstenaar, het koppelt de emotionele/empatische kant van een mens aan het vermogen de dingen heel breed te zien (hetgeen ook inderdaad m'n hele leven al zo is) maar heeft als nadeel dat je niet gesnapt wordt door mensen die ofwel links, ofwel rechts dominant zijn. De Alfa en de Bèta's , zeg maar.
Maar daardoor voel je je vaak gespleten, ook seksueel gezien en, in mijn geval, zelfs geestelijk androgyn. Hetgeen, alweer, voor kennis en wetenschap én kunstbeleving allemaal prachtig is, maar de andere kant van een eventuele relatie kan daar dus niets mee.
Mijn anima en mijn animus moeten het dus in hun eentje zien te rooien met mij. Dat je daar behoorlijk wanhopig van kan worden, is evident. Maar het heeft me ook gebracht tot het punt dat ik de grootste waarheid voor een mens gemakkelijk (nu wel) onder ogen kan zien: de mens wordt alleen geboren, leeft alleen en sterft alleen, hoeveel pogingen de mens ook doet door te vluchten in ismes, relaties of andersoortige verbintenissen.
Zo, dat was wel weer zwaar genoeg, vandaag maar weer verder met het leven, er staan vier doeken te wachten op mij. Druk, druk, druk, druk. Ik kan nog lang niet dood, heb nog geen tijd. Alhoewel ik het nu niet erg zou vinden om op te rotten, op dit moment. Maar ja, dat gevoel heb ik al zo vaak gehad in mijn leven, dat het me niet zo heftig meer raakt. Ook daarin stomp je af, de therapeuten zeggen dan: je hebt het een plekje kunnen geven. Wat een lariekoek!

 

 

 

Vrijdag 18-11-2016

 


Gisteren niet te veel geschilderd, zeg maar rustig bijna helemaal niets. Het hoofd weer te vol met het verdwijnen van Sandrine uit mijn leven. Als eerder gemeld, het oude verhaal, maar dat verandert niets aan het gegeven. Het blijft hard. Wel 's morgens vroeg met J. gewandeld met de honden. Zij kwam met een van haar twee honden (Mannus en Pakkus, Mannus kwam mee) en ik met Pantu. Pantu, eigenlijk Pantoufle, is een bastaard Jack Russel met heel korte pootjes. Dus ze lijkt zelfs op een pantoffel, vandaar haar naam. Die had ze gekregen van haar vorige eigenaar, een Fransman.
Ik had haar overgenomen toen de beste man was overleden en ik Pantu voor het eerst zag bij een kennis die haar zolang had opgevangen. Omdat ze dit schattige hondje niet in een kennel wilde stoppen. Op slag verliefd en het pleit was gauw beslecht. Ben altijd al gek geweest op terrierachtigen en dit was een schot in de roos.
De hond daarvoor, Dasha, was zomaar plotseling doodgegaan een week nadat Teja was overleden. Volgens mij was ze gewoon achter haar aangegaan, je hoort dat vaker van aanhankelijke hondjes. Maar goed, nu dus Pantu.

 

Na een gewenningsperiode begint ze aardig te socialiseren met andere honden, ze heeft voor het eerst de speelhouding aangenomen maar daar schrok ze zo van, dat ze weer snel achter mijn benen kroop. Maar het gaat steeds beter en gisteren was er zelfs helemaal niets aan de hand.
Heerlijk om de Hoornscheplas heen gelopen (een roemrucht Gronings duo heeft daar ooit een prachtig lied over geschreven) en J. merkte op dat mijn conditie duidelijk verbeterde na de crisis met het hartvirus in 2002. Tien dagen Intensive Care en daarna langzaam aan herstellen. Hetgeen inderdaad langzaam gaat, maar wel gestaag.
Ben nu bezig m'n gewicht aan te pakken, elke kilo is extra moeite voor de rikketik en ik ben al te zwaar. We doen ons best. Ik bedoel maar, ik ben niet bang om dood te gaan maar om dat nu extra te gaan bespoedigen, nee, dat hoeft nu ook weer niet.
Verder de dag doorgerommeld, niets bijzonders. Kijken wat vandaag brengt.

 

 

 

Zaterdag 19-11-2016

 

 

 

Dit dagboek wordt 's morgens vroeg geschreven. Dat heeft verschillende redenen waarvan niet de onbelangrijkste is: ik ben altijd vroeg wakker, an early riser, zeg maar. Al mijn hele leven is dat zo. Ik sliep alleen maar uit als ik zwaar aan het bier was geweest (en dat was veel te vaak, helaas) en dan kun je het geen uitslapen noemen. Meer een coma, eigenlijk. Genoeg daarover, ik ben niet de enige kunstenaar die het af en toe moeilijk heeft met zijn/haar bestaan, dus niet zeuren. Alhoewel ik dat toentertijd (in die dranktijd, dus) wel af en toe een beetje deed, natuurlijk. Waarvoor excuses aan iedereen die het aan heeft moeten horen. Bij deze! Schluss!
Sinds mijn hartaanval is ook het roken en drinken exit, dus ook geen coma's meer en dat bevalt mij prima.
De tweede reden is dat een mens natuurlijk op z'n best is, 's morgens vroeg. Fris, de vorige-dag-problemen verwerkt in een goede maar korte slaap en daardoor bereid om de volgende dag weer te lijf te gaan. Vaak weet ik dan ook heel goed hoe ik een schilderij moet aanvallen, ook dat heb ik, schijnbaar moeiteloos, 's nachts opgelost.
Ik heb mezelf daarin getraind toen ik een keertje had gelezen dat iemand dat kon. Mijn naïeve redenatie was toen: als iemand dat kan, kan ik het ook. En de vierde keer lukte het. Haarscherp stond mij voor de geest wat te doen en hoe de toe te passen kleur er uit zag. Die dag heb ik feest gevierd, een overwinning op mijn eigen hersens, dat vond ik niet niks. Met teveel bier natuurlijk, hahahaha!
Ook heel fijn 's morgens vroeg is het wandelen met de hond, vooral in het voorjaar. Verbijsterende vogelconcerten, reeën die je pad kruisen, schone frisheid van de lucht (helemaal als het 's nachts geregend heeft), het is vurrukkulluk.
Dat bastaardwoord heb ik niet van mezelf, ooit een keertje in een reclame gelezen. Maar wat zou het, alles wat ik geleerd heb, heb ik van een ander. Slechts zelden komt een mens tot iets waarachtig nieuws, een eigen creatie, zeg maar. Gelukkig ben ik zo'n man die daar af en toe wel in slaagt en dat vind ik eigenlijk toch wel geweldig. Wat een mazzel naast alle ellende die dat met zich meebrengt.
Wat mij terugbrengt naar Sandrine. Ze zit nog regelmatig in mijn hoofd, tegen beter weten in ga ik af en toe toch maar even in Facebook kijken of ze toch niet gemaild heeft (natuurlijk niet) maar dat zal wel slijten. Ik denk trouwens niet dat ik deze fantastische vrouw snel zal vergeten. Zoals dat natuurlijk met sommige anderen wel is gebeurd. Niet de ervaring maar wel hun namen. In het onthouden waarvan ik overigens heel slecht ben. Laat staan hun verjaardagen, die al helemaal niet.
Je wilt het gewoon niet onthouden, riep Teja wel eens uit, als ik weer es een datum of een naam vergeten was. En misschien is dat ook wel zo. Misschien wil ik wel niet herinnerd worden aan de verjaardagen uit mijn jeugd die zich kenmerkten door de ellende van die dag. Geen vriendjes op bezoek, geen uitgelaten pret, niks!
De enige verjaardag die ik mij herinner, is mijn tiende toen ik mijn eerste fiets kreeg. Een rode! Dat was toen heel normaal, op je tiende een fiets krijgen. En dan moest je op die leeftijd nog leren fietsen, echt waar! Maar daar was ruimte genoeg voor, zoveel auto's waren er toen nog niet. Wat een tijden. Voorwaarts!

 

 

 

Zondag 20-11-2016

 


Ik heb niets met zondagen, het zijn voor mij gewoon dagen net als alle anderen. Ik heb ook nooit zo goed begrepen waarom die dagnamen zijn bedacht, anders dan om niet bestaande goden te vereren. Maar goed, dat wisten ze toen nog niet, ze hadden die goden domweg nodig om de voor hun niet te vatten dingen te verklaren. De easy way, zeg maar. Dan hoef je er je hersens ook niet over te breken, je hoeft het alleen maar te geloven. Voor mij had dat afgedaan toen ik op de catechisatie als antwoord op precaire vragen dé religieuze dooddoener kreeg toegestopt: ja, dát moet je dus geloven.
Kijk, zo kan ik ze ook bedenken, mooi niet, dus.
Tot de dag van vandaag is die kritische houding gebleven. De dominee toentertijd bleek overigens niet zo'n heilige te zijn, achteraf. Die liet te veel vrouwtjes iets geloven, denk ik. En uiterst irritant: hij had een gouden tand (of kies, daar wil ik afwezen) die elke keer als hij z'n Farizeeërsmond opentrok ons arme kinderen tegemoet glansde. Ik heb nooit weer een dominee vertrouwd. En ik geloof alleen maar iets als het empirisch bewezen kan worden. Ja, die Thomas had achteraf toch maar mooi gelijk.
En arme kinderen, ja, dat waren we: 1 maal in de week een klein stukje vlees (een paar plakjes worst of een stukje lekker gekruide speklap) en tevredenheid op brood. Wel een beetje margarine. Maar we waren niet de enigen, hele straten vol kinderen leefden op dat rantsoen. En soms gingen we vissen, vingen een paar voorntjes die de buurvrouw dan heerlijk voor ons kon bakken. Want mijn moeder was zogenaamd allergisch voor vis. Behalve zalm uit blik, dat kon ze dan wel eten. Ik heb altijd geloofd dat ze het vis schoonmaken domweg te smerig vond, blij was dat de buurvrouw het wel deed.
Of mijn broer en drie zussen dat ook vermoedden, dat weet ik niet. Toen had ik al geen enkele binding met mijn medekinderen meer. Die was opgehouden de eerste keer dat ik mezelf zag zitten in een autoband op de kleuterschool. Hetgeen uiterst ongewoon is, heb ik mijzelf later laten vertellen. Die band hing aan een soort stellage en was bedoeld als schommel. En Lexje (ik dus) zat in die band en "zag" zijn klasgenootjes spelen in de zandbak en vond ze dom. En was alleen. En dat is zo gebleven. Tot de dag van vandaag.
Nog steeds is er een Alex die van buiten naar mezelf kijkt en tegelijkertijd naar zijn "medemensen". En hij vindt ze nog steeds dom. Althans: het merendeel. En niet dom in de zin van kennis maar dom in de zin van ontkennen van feitelijkheden. Later meer daarover. Denk ik.
Nu weer terug naar de zondagen. Mijn voorstel is de dagen van het jaar gewoon te tellen. Wat is het vandaag? Oh, 324. Bedankt! Zijn we ook gelijk van die achterlijke schrikkeldagen en al die gefrustreerde schrikkelkindertjes die maar een keertje in de vier jaar jarig zijn, af. En tevens van al die verborgen godennamen in de namen van de week. Hoeven we daar ons hoofd ook niet meer over te breken. Kunnen Donar en Freya en Saturnus eindelijk met pensioen.

 

 

 

Maandag 21-11-2016
 
Achtenzestig zou toch veel te oud moeten zijn om nog last te hebben van "luddevedut" maar niets is minder waar. De depressie die voor een fikse storm zorgde hier in het Noorden des Lands, zoals dat zo mooi heet, had ook zijn weerslag op mij. Oorzaak en gevolg, toeval, wie zal het zeggen. Feit is dat ik me de hele dag erg alleen heb gevoeld, teveel heb gegeten van weeromstuit en tot helemaal niets ben gekomen. Ik had willen schilderen, er moest hoognodig een was gedaan worden, stofzuigen was ook een optie, maar nee, hoor! Ik kwam er domweg niet toe.
Het lijkt er op dat met het toenemen van de mentale weerbaarheid het negatieve gevoel er ook maar een stapje bovenop doet. Om het in balans te houden, zeg maar. Zo van: "Je had toch niet echt gedacht dat je, nu je wat ouder bent, de zaken wat beter aan kan, hè? Nou, mooi niet, ik zal je nog eens een poepie laten ruiken. Ha!"
't Is maar goed dat ik tegenwoordig weet dat ik dat allemaal zelf creëer, want anders liep ik zo Herman Brood achterna.
Het wandelen met Pantu was het ook al niet, al moet ik toegeven dat ik de bal nog nooit zo ver heb kunnen gooien door die storm. Toetje had blijkbaar geen last van de wind, want die wou niet ophouden. Maar ik wel en ik ben de baas, hahaha.
Een paar lichtpuntjes waren er toch met als belangrijkste: mijn favoriet qua voetballen, "Faayenoort", heeft mooi gewonnen met 3-0 van PEC-Zwolle en niet in de laatste plaats door de meest sympathieke voetballer die ik ooit heb gezien: Dirk Kuijt. Ja, dat moet echt met een lange ij, ik heb het opgezocht. Harde werker, motor van een elftal, niet te beroerd om op noodzakelijke momenten een goaltje mee te pikken, zoals dat zo mooi heet. En een vreselijk aardige jongen, een ideale schoonzoon zou ik haast zeggen als ik dochters had gehad. Zo eentje moet je er bij hebben als je niet voortdurend in de catacomben van het betaalde voetbal wil bivakkeren.
Maar goed, gisteren niet dus, dan maar vandaag. Gelukkig hebben we in het brave Nederlands-hervormde Holland een goede traditie: Maandag wasdag! Als dat me er niet toe kan brengen, dan weet ik het ook niet meer. Dan moet ik toch maar op zoek naar dat platte dak om van af te lopen. Want: alterius non sit, qui suus esse potest (Wie zijn eigen meester kan zijn, moet niet afhankelijk zijn van een ander) Amen!
En toch hoop ik stiekem dat Sandrine dit dagboek ook leest, zodat ze in ieder geval weet hoeveel het me doet, haar vertrek!
Tot morgen maar weer, deo volente!

 

 

 

Dinsdag 22-11-2016

 

 

 

Ik sta een beetje wankelmoedig tegenover het begrip toeval. Filosofisch kan ik het benaderen als zijnde niet bestaand (elke gebeurtenis heeft zijn eigen, unieke ontstaansgeschiedenis), in de praktijk is dat toch wat moeilijker vol te houden. Wel wil ik er aan, dat ieder mens een grote hoeveelheid al dan niet verstopte data in zijn/haar hoofd heeft waardoor het lijkt of iets toeval is, maar achteraf deducerend de kennis al lang aanwezig was. Zo zit ik nu met de figuur Herman Brood.
Gistermorgen vroeg hier nog aangehaald als dakspringer (ik denk niet dat god zijn ziel heeft, die leeft meer voort in al z'n muziek en schilderijen), gisteravond laat een grote documentaire op televisie over deze roemruchte figuur. Ik mag het wel over hem hebben omdat ik hem kende, toen. Als zeer kleine vis, vlak na mijn avontuur in Breda, waar ik vrij kort de kunstacademie bezocht, spartelde ik rond in het grote kunstgebeuren in de stad Groningen en kwam in aanraking met verscheidene figuren die vandaag de dag toch een zekere beroemdheid met zich meedragen. Sommige van die figuren leven nog, net als ik, en sommigen zijn inmiddels dit ondermaanse ontstegen. Rob Engelsman, Willibert Panman, Kees van der Hoef, zij leven nog maar C. Buddingh, Driek v. Wissen en Herman Brood zijn inmiddels niet meer. En al spartelend kwam ik natuurlijk ook in de toen gangbare kroegen voor figuren als ik, eenzame kunstenaars, wanhopige schrijvers of alleen nog maar in de dop.
Zo had je Café Adje, begonnen als een koffieshop aan het Boterdiep met Adje en Jan als uitbaters, en ook de Talk of the Town, een vunzig gebeuren midden in de Nieuwstad, tussen de hoeren. Daar heb ik Herman Brood vaak ontmoet, niet wetend wat voor lot hem te wachten stond.
Diep in de nacht kon je ook nog naar het Literair Café Aabc, met Rita als de meest bekende kroegeigenaresse van onze prachtige Noordelijke cultuurstad. Rita, bek als een scheermes, was voor niemand bang, Rita's woord was wet en ze had een beetje een zwak voor mij, dat weet ik zeker. Haar man Vilmos had de uitstraling van een kleine boef, midden in de nacht ook niet direct opvallend want ook daarvan waren er genoeg. Een schilderij van mij heeft vele jaren daar aan de muur gehangen en ook ben ik vele malen door óf drank óf vermoeidheid (meestal een combinatie van beiden) overmand daar in een hoekje in slaap gevallen. Dan werd ik bij sluitingstijd door haar gewekt om daarna naar huis te strompelen. Ik denk achteraf dat ik wel een beetje appelleerde aan haar moederinstinct, waarvan ze ruimschoots was voorzien. Rita's dochter (daar ben ik nog steeds vrienden mee op Fb) heeft toentertijd (1984) ook nog een schilderij van mij gehad, ik meen als verjaardagscadeautje, en dat heeft ze nog steeds. Ze stuurde mij een jaartje terug een foto daarvan met de vraag: ken je deze nog? En uiteraard kende ik die nog. Ik ken elke van mijn schilderijen, weet alleen niet waar alles gebleven is.
Optredens in AaBC kan ik me herinneren van Drs. P (ook dood sinds kort), de al genoemde C. Buddingh (alom bekend, natuurlijk) en de nog steeds levende misantroop Hans Dorrestijn, met wie het merkwaardig goed gaat sinds die zich in gezelschap van een echte vogelaar bezighoudt met alles wat vliegt, zingt, baddert en kwettert.
Met Willibert Panman heb ik nog es een performance gedaan waarbij ik een gedeelte van het publiek toch behoorlijk wist te shockeren, met Rob Engelsman ben ik nog steeds een beetje bevriend via Fb, Kees v.d. Hoef zie ik al heel lang niet meer. (rectificatie 08-11-2017: Kees inmiddels opgespoord, hij slijt zijn stokdove dagen in een verzorgingstehuis)
Ook was ik een beetje beschäftigd (een klein beetje maar) met Forma Aktua, inspiratie van Henri de Wolf, ook al een roemruchte figuur in Groningen. Henri heeft mij later in een delirium nog ernstig met de dood bedreigd waardoor ik me van de Pinakoteek, zoals Forma Aktua ook heet, heb afgekeerd. En ook deze legende is al lang niet meer onder ons. Kapotgezopen. Ik word oud.
Toeval? Kweenie. De enige die dat weet is meneer Cactus.

 

 

 

Woensdag, 23-11-2016
 
Zoals maandag wasdag is, zo is de woensdag gepromoveerd tot gehaktdag. Die gewoonte stamt nog uit de tijd dat op woensdag de resten van het op maandag geslachte vee werd vermalen tot, U raadt het al, gehakt. Dus onze beroemde bal vindt zijn oorsprong in onze neiging, alles te gebruiken van het dier wat wij doodden om ons te voeden. Daar is op zich niets mis mee zolang wij eerbied betonen aan het leven dat wij nemen voor ons eigen voordeel.
Veel mensen zijn echter, volkomen terecht, gefrustreerd door de manier waarop wij ons vlees opfokken en waarom we dat doen, namelijk niet meer om op te eten als eerste doel, maar om geld mee te verdienen. Waarmee de eerste discrepantie is aangetoond: als je al te eten hebt, heb je toch geen geld meer nodig? Maar schijnbaar en blijkbaar is er een slag mensen dat nooit genoeg heeft. Bij eten heet dat obesitas, bij geld kapitalisme. En net als bij elk isme kleven daar grote nadelen aan.
Vrouwen (en soms ook mannen) die zich sexueel beschikbaar stellen als er maar genoeg geld tegenover staat, mannen die zich met drugs en moorden bezighouden om dezelfde reden, banken die zich bezighouden met dubieuze praktijken teneinde de graaiende aandeelhouders weer tevreden te stellen, verzekeringsmaatschappijen die zo weinig mogelijk proberen uit te keren bij een zo hoog mogelijke premie. Ik kan deze lijst wel drie pagina's lang maken maar de conclusie moet toch zijn: al dat geld helpt je niets op je laatste dag. Dood ga je toch.
Waarom dan niet een beetje minder geld, een beetje meer tijd om te genieten, meer gelukkige momenten met je naasten, hoeveel of hoe weinig ook in getal. Vaker je ogen geopend voor een zonsondergang of zomaar een paar wolkjes aan een blauwe hemel of een vogel in het water, waarvan je later leert dat het een dodaars moet zijn, waardoor die dure vogelgids ook nog nut heeft.
Terug naar de obesitas, er tegenover staat de anorexia. Te weinig vlees op de botten is natuurlijk ook niet gezond. Het lijkt me vreselijk om deze aandoening te hebben. Elk hapje gaat er weer net zo hard uit als dat het er in ging, dwangmatig weer uitgekotst. De mensen die dat hebben, meestal jonge meisjes, worden meestal ook niet erg oud. Oude lijders aan deze dwangneurose zie je dan ook bijna nooit. En vaak zijn er psychische oorzaken of juist fysieke voor deze afwijkingen, waarmee ik bedoel te zeggen dat je deze uitersten niet kunt benaderen met: nou, dan eet je toch lekker niets? Of omgekeerd.
Zelf neig ik wel een beetje naar de obesitas, mijn BMI begint de dertig ook te naderen, ook ik probeer een leegte te vullen die met voedsel niet te vullen is. Elk kroketje kan ik er zo wel aanplakken, elk pondje gaat door het mondje, is een oud Nederlands gezegde. En zo is het maar net. Ik pleit schuldig.
Het land der Bourgondiërs is dan ook niet voor niets mijn favoriete land; die Belgen en Noord-Fransen, die kunnen er wat van. Schransen, drinken, duizend soorten bier en wijn en tussendoor natuurlijk nog lekkere hapjes. Tip: lees Asterix en de Belgen, dan weet U precies wat ik bedoel.

 

Tegenwoordig, met onze smart- en andere phones, openbaart zich daarnaast nog een nieuwe Belgische gewoonte: ze nemen foto's van het genoten maal en sturen dat rond in hun kennissenkring met aanbevelingen of juist niet. Dat de restaurants dat ook weten verhoogt natuurlijk de feestvreugde, ze zullen uiteraard beter hun best gaan doen goede waar te leveren voor het geboden geld.
En dit alles nadat ik gistermiddag een heerlijke wandeling met mijn Marokkaanse buurvrouw en haar 14-jarige dochter heb gemaakt. De buuv is dol op Pantu, eigenlijk op alle honden (waarover later meer) maar Pantu wel in het bijzonder en ze vindt mij ook wel een grappige man en het was een prachtige novemberdag en de wandeling was rustgevend en de meiden waren gezellig en de hond als een terriër zo eigenwijs en verslaafd aan de tennisbal en de zon stond aan een prachtige hemel en er was niets te wensen over. Wat een zin! Soms is geluk heel gewoon.
 
Donderdag, 24-11-2016
 
Als ik al gedacht had het moeilijk te hebben met het ontsnappen aan een geïndoctrineerde religieuze opvoeding, mijn buurvrouw heeft het nog wel zwaarder gehad. Geboren worden als vrouw met een opstandige geest in een Marokkaans moslimgezin is nu niet direct een optimale omstandigheid om groot te groeien. Het is duidelijk, onuitgesproken, dat ze het zwaar heeft gehad. Dat heb ik kunnen concluderen aan het feit dat ze waanzinnig goed met honden op kan schieten. (Huh?)
Wel, niet bang voor geen van hen, ongeacht formaat of ras lijkt ze de vrouwelijke dog-whisperer wel. Alle honden komen op haar af, zelfs de meest schuwen benaderen haar en ze gaat er tussen zitten als was ze een van hen.
En toen ik haar daar naar vroeg, kreeg ik in beetjes het verduidelijkende antwoord: als kind vluchtte ze naar buiten als het thuis niet meer te harden was door broers en ouders, en schuilde onder een soort veranda. Daar kwam ze met honden in contact en aangezien honden onrein zijn in Marokko was de link voor haar snel gelegd. Ook zij was onrein en ze deelde haar lot met alle Bello's, Pluto's en Fikkies daar onder dat terras.
Ze heeft daar geleerd met de honden te communiceren, onreinen onder elkaar, en nu praat ze nog steeds puppytaal met alle honden. En aangezien honden vrijwel nooit puppy's zullen aanvallen, zijn ze gewoon vriendjes onder elkaar. Pantu wordt knettergek als we samen gaan wandelen, die stuitert zowat door het huis heen, alle andere honden op de wandeling komen kennismaken, kortom, één groot feest. En alle eigenaren hebben een praatje, buuv stelt vragen over de honden en iedereen geeft antwoord. Miraculeus! En zelf is ze zich van geen wonder bewust.
Volgens hondenpsychologen is puppytaal gebruiken pedagogisch niet verantwoord voor de honden, maar wie ben ik om dit mirakel te verstoren met theoretische prietpraat. Akkoord, misschien is het geen prietpraat maar in haar geval werkt het, buuv is gelukkig tussen de honden, ze heeft de gave ook aan haar dochter doorgegeven en ook die is knettergek op die beesten. En zo zijn er twee heel goeie hondenbaasjes die mij af en toe begeleiden op mijn dagelijkse Pantu-wandeling. Pedagogisch niet verantwoord? M'n neus!
Toen er dus onverwacht gistermiddag een telefoontje kwam of ik nog met Pantu moest wandelen, was ik onmiddellijk bereid nog een keertje te gaan alhoewel ik zelf om half-elf ook al geweest was. Ach, zo kwam ik er een tweede keer uit, het was een zachte dag in November en mijn gewicht is langzaam aan het minderen. 94 kilo vanmorgen na het ontbijt. Mooi! 85 is streefgewicht maar of ik dat nog haal.... we doen ons best.
Dat hoeft de buurvrouw niet te doen, haar best, het gaat vanzelf tussen haar en de Pluto's! En dat wandelen helpt mij uiteraard ook. Hoe was dat spreekwoord ook al weer, over messen en twee kanten...???

 

 

 

Vrijdag, 25-11-2016

 

 

 

Gisteren hard gewerkt. Veel geschilderd, vier doeken tegelijkertijd in behandeling, heel langzaam naderen ze alle vier de voltooiing. Een gaat er over de bomaanslagen in Brussel (beloofd aan Rik uit België, een verzamelaar van mijn werk), eentje over mijn herinneringen aan de vakantie in Griekenland die ik samen met Teja heb gevierd, de derde een filosofisch doek waar een tekst centraal staat (waar is alles wat was, een tekst die ik in een of ander radioprogramma hoorde uitspreken door een gast en die diepe indruk op mij maakte) en het schilderij voor Sandrine, een eigen interpretatie van l'origine du monde, een schilderij van Gustave Courbet.
Wikipedia quote: L'Origine du monde (Frans, letterlijk "de oorsprong van de wereld") is een realistisch schilderij van de Fransman Gustave Courbet. Het schilderij, dat hij in 1866 maakte, is zijn meest provocerende naaktschilderij. Het schilderij maakt deel uit van de vaste collectie van het Musée d'Orsay in Parijs. Het schilderij toont een liggende vrouw die met gespreide dijen de toeschouwer een onbelemmerde blik op haar vulva/schaamlippen gunt. Hoofd, armen en benen zijn niet te zien. Einde quote.
Veel schilders hebben geprobeerd de smalle weg tussen porno en erotiek te bewandelen, ik dus ook. Tot nu toe gaat het uitstekend, maar ik doe het dan ook heel doordacht. In mijn oudere werk kwam het thema ook al regelmatig naar voren nog voordat ik het bestaan van dit schilderij kende. En ook daar is geen sprake van porno, dus ik heb veel vertrouwen. We zien wel hoe het uitpakt.
Ik kwam daarop omdat Sandrine een kopie van dat schilderij in haar slaapkamer had, de juiste plek voor zoiets, lijkt mij. Latere inzichten uit de psychologie toonden aan dat een man pas volwassen is als hij die aanblik kan relativeren. Ook dat leerde ik pas nadat ik de impuls om ook datzelfde onderwerp te schilderen al verscheidene malen had toegelaten. Mijn eerste expositie in een Bredaas café ging daar zelfs over. Het bezorgde mij op de academie al snel de bijnaam: dirty old man. Pas later zeiden klasgenoten dat ik waarschijnlijk toch wel een ”echte” kunstenaar was, in hun ogen dus iemand die dit soort thema's aankon.
Dat zij dat niet konden, dat was in het eerste jaar al duidelijk geworden. Ook daar zat Lexje weer in zijn overdrachtelijke autoband en vond zijn klasgenootjes over het algemeen maar dom. In de ogen van dat soort mensen zal ik toch altijd arrogant gevonden worden, heb op mijn huidige leeftijd (ik ben nu 68) dan ook geen enkele behoefte meer me in te houden. What's there to lose.

 

Dat mijn basisthema in de Kunst: "Nereides en andere Godendochters" toch ook vaak een semi-erotische inslag heeft, is evident. Net zo goed als huidige autoverkopers een “lekker wijf” tegen hun bolides laten leunen, gebruikten ze in de vroege geschiedenis ook de vrouwelijke aantrekkelijkheid om hun boodschap te verkondigen. Leda en de zwaan, de geboorte van Venus; noem maar op. Voorbeelden te over.
Na het schilderen, ik kan het niet al te lang meer volhouden vanwege bursitis in beide schouders, nog een beetje aan het huishouden gedaan, Stofzuigen, bed verschonen, afwassen. Ik moet immers wel mijn best doen het huis toch een beetje netjes te houden (heb ik Teja beloofd vlak voor haar overlijden). Verloedering ligt bij een man alleen al gauw op de loer.
Maar gelukt, 's avonds bij het voetballen op tv als gewoonlijk in de hangmat in slaap gesukkeld (ja, echt waar, die heb ik in de kamer staan), midden in de nacht nog even met de hond uit en toen in bed, zoals het hoort, verder gaan genieten van een zeer verdiende nachtrust.
 
Zaterdag, 26-11-2016

 

 

 

Het was het niet helemaal, gisteren. Lichamelijke pijntjes overheersten en dat beïnvloedt je stemming toch altijd een beetje. Korte nacht van de schouderpijn, 2,5 uur echt geslapen en daar zat Sjofele Sjappie al weer achter de ezel om vijf uur in de morgen.
Nu is dat niet abnormaal, zoals al eerder gemeld, maar als je fit bent is dat toch een veel leuker verhaaltje. Toch ging het redelijk goed, leunend op de routine. Per slot van rekening is een schilderij tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie dus als het met die inspiratie niet helemaal lukt, is er altijd wel iets anders te doen. En al schilderend komt meestal de inspiratie ook wel weer om de hoek kijken. Later, om half acht ben ik met mijn beroemde witlofsalade begonnen. Dat maak ik altijd in een behoorlijk grote portie, buuv en buuvdochter vinden het ook heerlijk, dus daar raak ik zo een grote bak vol aan kwijt.
Eigenlijk is het een pasta/witlofsalade met heerlijke extra ingrediënten zoals rozijnen en cranberry's, kip, kaas, ei, een augurkje of drie, een of twee sjalotjes fijn gesnipperd en natuurlijk een yoghurt-mayonaise dressing volgens eigen recept. Veel wil ik daar niet over kwijt, wel dat er een beetje Groninger mosterd in zit. En in de salade ook feta, natuurlijk. Dat heb ik in Griekenland leren eten en ik gebruik het nu in heel veel recepten. Verder nog wat stevige gekookte aardappelblokjes en voilá, een grote pan vol heerlijkheid. Ik moest nog wat amandelen halen om te roosteren voor in de seroendeng (jawel, de Indische), dat mengsel gebruik ik als strooisel over de salade.
Hondje mee, dat doe ik vaak in één rit door, vlak bij de super kan ik haar heerlijk vrij laten rennen en dan kan ik daarna de boodschappen doen. Op de terugweg belde buuv of ik nog met de hond ging wandelen, dat had ik net gedaan, maar ach, dan maar twee keer. Pantu vindt dat echt niet erg.
Toen hebben we ook de Hoornscheplas nog maar een keertje gerond. Het werd duidelijk al kouder, volgende week willen ze nachtvorst. Daar heb ik dus helemaal geen zin in, maar ja, ik ben dan wel pensionado maar niet zo rijk, dat ik dat edele oudemensenberoep in Spanje kan gaan uitoefenen. Ach, en al kon ik dat wel, binnen twee weken wil ik dan wel weer, desnoods kruipend, terug naar het Hoge Noorden. Vastgebakken in de klei, noemen ze dat. Waar onze standaardgroet even simpel en rechtdoorzee is als het volk wat hier leeft, moi! Als je komt of als je weg gaat, gewoon moi. Dus: moi!

 

 

 

Zondag, 27-11-2016

 

 

 

In de Breda-tijd, toen en waar ik de kunstacademie bezocht, leefde ik samen met Paula, een violiste uit Roermond. Althans, daar woonden haar ouders, zij leefde in een flatje in Sittard, waar ze iets vaags creatiefs studeerde. Ik had haar leren kennen toen ze met een vriendin in Groningen was, het was liefde op het eerste gezicht.
Na een paar keer afgereisd te zijn naar het zuiden was het “aan”, hadden we een soort relatie. En gingen we samenwonen in Breda toen ik het wilde plan had opgevat om daar naar de Kunstacademie St. Joost te gaan. Ik had inmiddels al bestelauto's vol tekeningen en schilderijen, alles nog realistisch en, achteraf gezien, de schilderijen van heel matige kwaliteit, maar toch durfde ik daarmee eindelijk naar de academie af te reizen. De docenten zullen wel gedacht hebben, een bestelauto vol.... maar ik werd wel aangenomen voor de avondopleiding. Dat vanwege mijn leeftijd, het leek ze niet zo geschikt om een dertigjarige tussen de pubers van de dagopleiding te zetten. Waar ze natuurlijk groot gelijk in hadden.
In Breda hadden we, uiteraard, ook een stamcafé. De Scarabee. Over de Scarabee volgens het internet: ….Breda – Iedere stad heeft zijn verborgen schatten. Het in de Van Goorstraat verscholen café De Scarabee was er één van formaat voor bluesliefhebbers. Ze kwamen van ver buiten de stadsgrenzen om de blues in dat goed verstopte café in Breda te horen. Einde quote. Daar is heel wat bier in het Groningse keelgat verdwenen.
Er niet al te ver vanaf wonend, waren Paula en ik graag geziene gasten in dit prachtige cafeetje, gerund door Robb Bouterse, inmiddels al een paar jaar dood (2010). Hij was een drijvende kracht achter vele zaken en er is terecht een Annual Robb Bouterse Tribute in de leukste stad van Nederland opgericht, waar nog steeds het glas geheven wordt ter nagedachtenis van deze vrije vogel, uitbater van het Scarabee-blueshonk.
Later, toen ik al weer jaren terug was in Groningen, zonder Paula, wonend bij een stickies rokende lerares, kreeg ik het lumineuze idee om een performance te gaan houden. Daar doken toch ook weer kennissen uit de Scarabee op, werd het weer heel gezellig. En ook in Groningen ging er nog heel wat bier door het keelgat.
 
Maandag, 28-11-2016

 

 

 

Gisteravond, tijdens het hondje uitlaten, het begon al koud te worden zoals ze ook voorspeld hadden (komende nachten nachtvorst, eerst licht, later matig tot -7 graden Celsius), had ik weer eens zo'n “ik kijk naar de sterren en voel me zo klein” moment. Nu heb ik dat wel vaker maar soms zit daar toch wel een extra stukje bij. Deze keer moest ik denken aan hoe gemakkelijk we de nieuwsberichten accepteren, tegenwoordig. De Syrische troepen hebben een deel van huppeldepup heroverd op de rebellen. Maar niemand weet meer wie nu wat en waarom is.
Zijn de rebellen nu de goeien omdat zij strijden tegen een wreed staatshoofd, zijn de regeringstroepen nu de goeien omdat zij strijden tegen de rebellen die hun niet zo wrede staatshoofd willen omgooien, strijden ze nu voor of tegen de Islam, en zo ja, waarom dan? Geloven moesten er toch voor dienen vrede te bewerkstelligen, waarom vechten ze er dan voor? Of waar vechten ze anders tegen?
Sociologen, antropologen en andersoortige -ogen beweerden dat de oorlog noodzakelijk is, omdat er teveel jonge mannen leven. Zo ja, waarom maken we die dan, die jonge mannen. Anderen zeggen dat het niet noodzakelijk is, maar alleen maar een gevolg van, en daar maken ze dan weer opnieuw een oorlog van. Weer anderen schrijven daar dan stukjes over, of maken er een film van (is ook nog niet eens geheel ongevaarlijk, regelmatig komt er een bij om) om het ons weer op het boterhambordje te leggen. Maar ja, ik heb tenminste nog een boterham, wie weet waar zij eigenlijk om vechten.
Toen, na dit geestelijke geharrewar, moest ik denken aan een documentaire die ik gezien had van iemand, die een oorlogje tussen een paar groepen apen hadden gefilmd.

 

Tijdens het redigeren, toen ze goed keken naar wat ze eigenlijk hadden opgenomen, zagen ze dat het heel anders was dan dat ze gedacht hadden. Wat bleek? Tijdens de clash zag je beide groepen als gekken op elkaar afstuiven en met een hoop gegil en geschreeuw (ja, inderdaad, er is niets veranderd) elkaar vreselijk de koppen in elkaar slaan.
Maar wacht eens.... tijdens de schermutseling werden er helemaal geen koppen in elkaar geslagen, dat leek alleen maar zo. Wat er echt gebeurde, was dat er een aantal jonge vrouwtjesapen van kamp wisselden en vervolgens vredelievend bij de buren introkken. Om zodoende inteelt te vermijden en het ras/de soort sterk en intact te houden.
Waarop ik gisteravond onder de sterren dacht: kijk, dat doen wij mensen dus verkeerd. Wij slaan elkaar echt de koppen in, juist om te voorkomen dat onze vrouwen uitwisselen en de soort sterk houden. Onze foute conclusies in onze beperkte, egocentrische hersens brengen ons juist naar de ondergang van onze soort. Inteelt en vreemdelingenhaat kom je juist veel tegen in groepen die zich er op voorstaan, het ras juist zuiver en sterk te willen houden.
Nee, ik ga het niet over die Adolf of andere net-zo-denkenden hebben, die conclusie had u zelf ook al getrokken, toch? De oorlog heeft zich verplaatst van ons onderbewuste, waar die oorlog eigenlijk helemaal geen oorlog was maar een genen-uitwisseling, naar een oorlog in onze hersenen waar we juist willen voorkomen dat onze genen uitwisselen.
Onze vrouwen, die weten het wel, die vallen altijd massaal op de mannen van de vijand. Maar in plaats van dat we die vrouwen juist hoog hebben omdat ze de soort “mens” sterk en vrij van inteelt houden, scheren we ze de koppen kaal, snijden hun genitaliën eraf of bedenken we nog ergere straffen. En dat alles om te voorkomen dat Pietje van de overkant er met onze vrouwen vandoor gaat. En we vergeten dan maar gemakshalve dat wij, Jan Klaassens van deze kant, er in de ogen van de Katrijnen van de andere kant juist weer aantrekkelijk uitzien.
Toen wist ik dus waarom ik als twaalf, dertienjarige de wijk vlak bij ons, waar de Molukse meisjes woonden, zo aantrekkelijk vond. Daar was niks mis mee, dat was gewoon evolutie. Natuur! En dan, opeens, snap je ook, waarom juist religieuze of andere behoudende groepen op Darwin tegen waren. Want Darwin wist natuurlijk heus wel dat genenuitwisseling op onbewust niveau plaatsvond. En plaatsvindt. Zij zijn natuurlijk als de dood dat ze hun vrouwtjes kwijt raken aan de boze, heidense buitenwereld. En daarom door vaders (en ook de heilige vader, natuurlijk), neven en niet in de laatste plaats broers, in de gaten gehouden moeten worden opdat ze niet ontsnappen.
Wat ongetwijfeld erg vaak gebeurd moet zijn, want die hormonen van die meisjes waren ook niet gek. Die wisten heus wel dat het betere zaad altijd aan de andere kant van de heuvel zou zijn. Grenzen zijn bedoeld om je vrouwtjes te laten ontsnappen, niet om ze tegen te houden. De mannetjes, die moet je tegen houden, anders gaan ze maar vechten. Daar krijg je oorlog van en dat is nergens goed voor.
En ben je je meisje dan kwijtgeraakt aan zo'n mooi Italiaantje of negertje, of wat dan ook, bedenk dan maar dat je een grootse daad hebt verricht. Je hebt de soort gered op een betere manier dan dat je je vriendinnetje zelf bevrucht zou hebben. Hoe veel pijn dat ook even doet. Het grote ideaal kan dat ongemak gemakkelijk overwinnen. Dat ideaal heet vrede door inzicht, niet door oorlog. Want die oorlog, dat doen we immers al gewoon alsof, tijdens het voetballen, jawel. Jouw beloning?
Er komt vanzelf een Française of een Jamaicaanse of een Eskimo-vrouw op je af die jou helemaal te gek vindt. Niet omdat je zo mooi bent of omdat je een groot geslachtsorgaan hebt, of om wat voor reden dan ook, maar enkel en alleen omdat jij van de andere kant van de heuvel bent. Waar het gras altijd groener is. En het zaad beter.

 

 

 

Dinsdag, 29-11-2016

 

 

 

Vannacht het definitieve gesprek met Sandrine gehad. Ze was toch nog steeds een beetje in beeld, dacht ze zelf, bij mij was ze nog helemaal niet verdwenen en dat zal ook niet gaan gebeuren, zeker niet zolang ik nog met haar schilderij bezig ben. En we hadden een afspraakje gemaakt voor komende zaterdag, drie december. En toen kon ze gisteravond niet slapen van de, voor haar duidelijk, foute beslissing.
Dus ik midden in de winternacht (waar doet me dat toch aan denken, hahaha) naar haar toe om het, letterlijk, uit te praten. En dat is goed gelukt, denk ik. Hoop ik. Weet ik wel bijna zeker. Bij mij is het opgejaagde gevoel verdwenen, bij haar was zoveel opluchting dat we er bijna toe kwamen... je weet wel. Dat ging dus gelukkig niet door maar het was wel tekenend.
Ik heb haar de situatie uit kunnen leggen, dat het niet aan haar lag, dat ze niet verliefd op mij kon worden en ik denk dat ze het deze keer goed heeft begrepen. Met de belofte dat, mocht haar insteek ooit veranderen, dat ze me dan weer zou benaderen, hebben wij afscheid van elkaar genomen. En weer terug naar huis, alleen. En zo zal het wel blijven, daar moet ik me maar bij neerleggen. Met dat kleine sprankje hoop heel diep in mijn jongenshartje verscholen. Mocht het toch zover komen, u hoort nog van de bruiloft.
Vandaag, dinsdag, een heel andere dag. Ik ga een gebakken visje halen op de Dinsdagmarkt van Zuidlaren met Anja, de zorghulp van Teja's laatste week. Een schat van een mens met wie ik het onmiddellijk enorm goed kon vinden, recht-door-zee type met een sterke wil. Precies wat een mens nodig heeft in zo'n periode. Die hulp was er de laatste weken om Teja te helpen en mij wat slaap te gunnen. Want ook ik was behoorlijk kapot, toen. Dat heeft ze uitstekend gedaan, in tegenstelling tot sommige anderen, die alleen maar bezig waren de hypotheek van het fraaie huis dat ze bewoonden bij elkaar te verdienen. Dan moet je een ander beroep gaan kiezen, vind ik.
Maar goed, die “nachtzuster”, daar heb ik goede banden mee aangehouden na de dood van Teja, ik heb er zelfs Pantu aan te danken want daar paste Anja op omdat Pantu's baasje ook was overleden. En toen ik bij haar op bezoek was kwam dat kortpotige hondje razend enthousiast op me af rennen, ik werd ter plekke verliefd, en nu woont het hondje al weer meer dan een jaar bij mij.
Die nachtzuster dus, Anja, die had op Fb een berichtje over een heel goede visbakker. En toen ik zei dat die in Groningen, vlak bij mijn garage, beter was, of tenminste dat die in Zuidlaren wel heel goed moest zijn om die in Driebond (zo heet die wijk) naar de kroon te steken, toen was een afspraakje snel gemaakt om dat maar eens uit te proberen. En dat gaat dus straks gebeuren. Om 1 uur heb ik met haar afgesproken, Pantu mee, die zal wel weer volledig door het lint gaan, en dan naar de markt om een gebakken visje te halen. Ik ben benieuwd. Van schilderen zal dus wel niks komen, vandaag.
Is ook niet erg, alle goede dingen komen langzaam, is een mooi Nederlands spreekwoord. En daar houd ik mij aan, jonge vriend, zou Heer Bommel zeggen. Waarover later meer. Ook de groeten van Terpen Tijn.

 

 

 

Woensdag, 30-11-2016

 

 

 

Terpen Tijn (zie het dagboek van gisteren) is de kunstschilder in de fantastische serie strips van Marten Toonder (Rotterdam, 2 mei 1912 – Laren, 27 juli 2005) waarin Ollie B. Bommel (Heer Bommel), een beer, de hoofdrol speelt met als hulpje zijn anima, de poes Tom, oftewel Tom Poes. Zoals in al de boeken en strips van Toonder spelen dieren mensenrollen, gebruikelijk in fabels. Toch lopen er ook echte mensen tussen de dieren. Eén ervan is Terpen Tijn, de kunstschilder, die zijn inspiratie uit trillingen haalt, die hij zelf krachtig omschrijft als: de eh.... dinges! Ook menselijk zijn de jonge vrouwen, zoals de muze of de heks. Nog vergeten, de tovenaar Magister Pas, die het kwaad van de wereld vertegenwoordigt...
De wetenschapper is eveneens menselijk, de prof. Zbygniew Prlwytzkofsky, door heer Ollie voortdurend professor Prillewits genoemd, die zich voortdurend verliest in zijn eigen hersenspinsels, geassisteerd door zijn hulpje, de muis Alexander Pieps. Terwijl alle andere figuren in zijn boeken allemaal een hond, nijlpaard, pad of wat voor ander dier dan ook maar zijn. Heel bijzonder.
Ook nog menselijk, maar zeker niet humaan, is de Zwarte Zwadderneel, de zeer Calvinistische onheilsprofeet. Dat geeft te denken, zou Heer Bommel dan zeggen.
De hele serie staat bij mij in de boekenkast, en wordt regelmatig van begin tot eind doorgespit. Wereldproblemen, politiek, filosofie, niets is Toonder te gortig en hij benadert deze zaken op een mij zeer aansprekende manier. Een aanrader voor iedereen, die ook dit soort problemen probeert te doorgronden.

 

Toonder geeft elegante oplossingen voor die complexe materie en het is fascinerend om te zien hoe een en ander vorm krijgt in een stripverhaal. En zelf kunstschilder zijnde, ben ik natuurlijk ook op zoek naar de inspiratie in de spanningsvelden tussen realiteit en fictie. En mijn jonge vrouwen, godinnen en nymphen, zijn ook allemaal menselijk, terwijl ze eigenlijk ieder voor zich, staan voor een benadering van een levensfilosofie, die, geboren in het Nabije-Oosten, via-via Europa heeft veroverd.
In de benadering van deze onderwerpen, gehaald dus uit de Griekse en Romeinse mythologie, probeer ik dan op mijn manier onze maatschappelijke oorsprong te doorgronden en vorm te geven. En zo zin te geven aan mijn eigen bestaan, anders dan me slechts voort te planten. Dat laat ik liever over aan anderen, die anderen waar ik vroeger vanuit mijn autoband-schommel al vanaf een afstandje naar keek. Wat ze hoogstwaarschijnlijk ook allemaal braaf gedaan hebben, terwijl ik op zoek ging naar de waarheden in de eh...... dinges! En dat Marten Toonder op dezelfde dag geboren is als ondergetekende is slechts toeval. Hoop ik.

 

 

 

VOORWOORD

 

 

 

EEN MANIFEST
naar: J'ACCUSE
 
In navolging van Émile (Édouard Charles Antoine) Zola neem ik de pen op om een protest te schrijven.
Een protest tegen bewindvoerders, tegen beleidsmakers, tegen dictators, tegen religieuze leiders, tegen allen die in staat zijn in te grijpen op het wereldtoneel.
Ik beschuldig u van verraad. Verraad tegenover de mensheid.
 
TEN EERSTE

 

 

 

Elke wereldburger moet kunnen leven, eten en zich voortplanten. Of hij dat doet of niet is dan zijn zaak, niet de uwe. Dat is nu eenmaal waarvoor het leven bedoeld is.
Wij, mensen, zijn namelijk niets anders dan voertuigen voor dat veel grotere fenomeen. Een fenomeen dat LEVEN heet. Leven wat, zoals het zich tot nu tot laat aanzien, uniek is. En hoogstwaarschiojnlijk vrijwel alleen op deze planeet voorkomt.

 

U, leiders, zijn de zelfgekozen, zelf uitgeroepen, democratisch gekozen of volkomen willekeurig aan de macht gekomen mensen, die zich vaardig genoeg achten om grote groepen van ons leiding te geven.
Die vooral behoorlijk zelfingenomen zijn, maar dat terzijde. Want als ik even goed om mij heen kijk, heb ik zo mijn twijfels over uw capaciteiten.
Want u geeft die leiding niet, u verrijkt zich met de schatten der Aarde (onze echte bestaansgrond), u plundert haar leeg, u verkracht haar en denkt uw medemensen de strijd in te kunnen sturen om u te beschermen. Tegen wat? Tegen net zo'n idioot als u, die zich aan de andere kant van de door u gecreëerde en kunstmatig in stand gehouden grens, op dezelfde manier verrijkt, soms? Of die de Aarde beter verkracht en leeg rooft dan u?
Vecht dan zelf, als u uw eigendommen wil beschermen. Maar dat kunt u niet, gezeten op uw belachelijke feodale troon, gebouwd uit de knekels van allen die voor u gesneuveld zijn.
Ik beschuldig u van egoïstisch materialisme.
 
TEN TWEEDE

 

 

 

Ik beschuldig u van het in stand houden van die grenzen. Van het opzwepen van door u opzettelijk dom gehouden mensen, om uw eigendommen te beschermen met hun leven. Ik beschuldig u van het opzettelijk in stand houden van godsdiensten die elke bestaansgrond missen, ook al weer ter uwer glorie. Godsdiensten, die uw slachtoffers een beter leven beloven dan dat ze nu hebben.
Veel beter zou u, leidinggevende, er voor kunnen zorgen dat ze dat goede leven nu, op dit moment hebben, dan wel krijgen. Maar ja, dan hebt u er geen macht meer over en de macht afstaan past nu eenmaal niet zo goed in uw straatje. Ik beschuldig u van machtswellust.
 
TEN DERDE

 

 

 

Ook beschuldig ik u er van de mensenmassa zich ongebreideld te laten voortplanten, terwijl wij de taks al lang bereikt hebben.
Geboorteregelingen niet toe te staan, gewenste abortussen niet uit te voeren, bejaarden veel te lang tegen hun zin kunstmatig in leven te houden. Leven, waarvoor ze zelf al lang geen energie meer hebben en wat ze al lang niet meer ambiëren. Maar wat kan u het schelen, zolang het geld oplevert.
En dat alles onder het mom van een overjarige, valse eed van een Griekse arts uit een tijd dat we nog maar nauwelijks beseften dat de Aarde rond was, ene Hippocrates.
Want soldaten heeft u nodig om voor u te vechten, u misbruikt arbeiders voor uw ongebreidelde hebzucht en talloze minnaressen voor uw walgelijke geilheid.
Ik beschuldig u.
 
TEN VIERDE

 

 

 

Ik neem het u kwalijk dat u, beter wetend, zich land toe-eigent terwijl land helemaal geen bezit kan zijn.
De dwaasheid om met een zwaard een stuk Aarde af te palen en daarvan te zeggen dat het dan van u is, inclusief de mensen die er op wonen, is een achterlijk en feodaal standpunt, op geen enkele filosofie gebaseerd.
Wij zijn een eigendom van de Aarde, niet de Aarde eigendom van ons.
Ook de religies (de instituten!) hebben zich daaraan schuldig gemaakt en doen dat heden ten dage nog.
Zionisme en de Palestijnse strijd zijn mede op deze valse waarden gebouwd en er waren nog steeds missionarissen rond in duister Afrika om de mensen een schandalig Katholicisme aan te praten.
Verwerpelijk nationalisme komt overal ter wereld voor als uitingsvorm van een oerinstinct van het dier "mens", dat intuïtief weet waar het thuishoort. Maar "oer"-weten en heden claimen zijn twee verschillende dingen. Terwijl gezond verstand ons vertelt dat, waar één volk leeft, het ander niet kan leven. Voorlopig.
Dat kan pas als we één grote “melting pot” zijn geworden.
Ik beschuldig u van imperialisme en kolonisatie.
 
U zult wel gemerkt hebben, uwe arrogantie, dat ik voor u niet eenmaal de hoofdletter heb gebruikt. Dat is geen toeval, u verdient die niet!
 
Opgesteld op 10 april 2017
door
A. Sandee,
beeldend kunstenaar
te Groningen (Nederland)

 

 

 

TWEEDE VOORWOORD

 

 

 

Na mijn overlijden moet de volgende tekst geplaatst worden in de Volkskrant.

 

Mocht die inmiddels ook zijn overleden, dan in een krant van soortgelijke strekking.

 

 

 

Wensen: mijn as gaarne uitgestrooid op het strand van Texel, bij de vuurtoren.

 

 

 

Voor de rest kan het mij niet schelen,

 

geen bloemen, geen bezoek

 

 

 

De tekst:

 

 

 

OVERLEDEN

 

 

 

(DATUM)

 

 

 

Alex Sandee

 

Beeldend kunstenaar

 

te Groningen

 

 

 

BERICHT UIT HET HIERNAMAALS:

 

ER IS GEEN HIERNAMAALS

 

 

 

PS

 

 

 

Wees welkom stilte

 

zie uw zoon

 

die zich als nooit tevoren

 

terug zal trekken

 

in een ivoren toren

 

gebouwd uit pure leegte

 

en spiegels zonder glans

 

met bovenop een tuin,

 

een hof gespeend

 

van groei en bloei en licht

 

geen kleuren in die tuin

 

enkel het gezicht

 

 

 

 

 

 

 

HET DAGBOEK

 

DAGBOEK VAN EEN LIEFDE
dagelijks gepubliceerd op Facebook, vanaf 15 november 2016

 

Dinsdag 15-11-2016

 

Het was eigenlijk 16, bijna 17 jaar geleden, vlak voor ik mijn, nu inmiddels overleden, vrouw leerde kennen. Ik ontmoette een meisje, liever een jonge vrouw (ze bleek later 27 jaar te zijn) in een kroeg en door het leuke gesprek nodigde ik haar uit om op een later tijdstip eens samen, in alle rust, te kletsen. Ze accepteerde dat en een paar dagen later volgde een mooi gesprek in een plaatselijk Jazz-café.

 

Voor wie Groningen kent: De Spieghel.
Door het gesprek kon ik de vergelijking van de rups en de vlinder maken en dat bleek later een diepe indruk gemaakt te hebben. Ze weet het nu nog steeds, ik was het na die 16 jaar wel vergeten. Mede door het tragisch afgelopen huwelijk. Kanker sloopte mijn echtgenote zodat ik na die jaren weer alleen was. Dankbaar voor de mooie jaren, zeker, maar wel weer alleen.
De eerste maanden was ik vreselijk op stap, misschien op de vlucht, en toen begon ik langzaam weer op te knappen. Ik veranderde het huis, maakte mooie gedächtnis-plekjes (dat volstond voor mij) en veranderde langzaam mijn huis weer in een atelier.
Ik leefde daarvoor namelijk een kunstenaarsbestaan en had dat opgegeven voor een leven met Teja.
Maar zonder haar kwam de schilder in mij krachtig terug, ik besloot weer aan het werk te gaan. En ging ook weer het internet op. Ik had al wel wat nieuwe contacten (we zijn nu al ruim een jaar verder), de eerste schilderijen waren al klaar, er had zelfs al weer eentje een prachtige spijker gevonden in Warffum.
Ik besloot maar weer es wat om mij heen te kijken, sociaal gezien, toen ik een berichtje kreeg van Sandrine. Het meisje van het Jazzcafé.
Het dagboek begint eigenlijk nu. Ik heb weer contact met haar gehad, ben vreselijk verliefd geworden maar het verloopt allemaal uiterst moeizaam.

 

 

 

Woensdag 16-11-2016

 

 

 

Een dag zonder Sandrine. Nou ja, niet helemaal zonder, een klein beetje contact via Facebook nog wel. Maar dat was ook alles. Ze had haar vrije dag en wilde rust. Daar heb ik het wel moeilijk mee maar het moet, zeker sinds de laatste keer.
Over die laatste keer: er waren pestvogels gesignaleerd in Groningen-Zuid, vlakbij mijn huis en we zouden met z'n beiden gaan kijken, eventueel foto's nemen. Ik zou eerst even poolshoogte nemen en als ze er nog waren, even bellen, dan kon ze mijn kant op komen. Het regende heel licht maar tegen een uur of twee zou het een stuk droger en mooier zijn, volgens de alom geroemde buienradar. Wat zou ik nog zonder internet moeten!
Toen ik om half twaalf ging kijken waren er al vogelaars, zag ik de pestvogels heen en weer vliegen tussen roestboom en bessenstruik. Door naar Sandrine, foto's kon je bijna toch niet maken door het weinige licht. Ze was heel blij me te zien, dat deed m'n oude hart goed.
Sandrine .... tja, wat zal ik zeggen. Klein, slank, typische Française, mooi gitzwart haar waar de eerste grijze haren doorheen kwamen gluren. En mooie goud-groene ogen om in te kijken.

 

Daar aangekomen, lunchen, supermarkt vlakbij, paar broodjes (croissants, natuurlijk) gekocht, veel plezier in de winkel als kleine kinderen. Andere mensen zullen wel gedacht hebben... nou ja, wat geeft het.
Om een uur of twee, na de broodjes, naar de pestvogels. Het was prachtig, kleurige vogeltjes, spreeuwgroot met mooie kuifjes en een hoop lawaai.
Veel foto's natuurlijk, maar het mooiste vond ik haar toch eigenlijk, vol enthousiasme heen en weer springend, verrekijker om de nek, verrekijker voor de oogjes, prachtig. Toen we uitgefotografeerd waren, het weer werd aldoor een beetje beter, wat nu te doen.
Ik mocht kiezen, naar de Peizer onlanden of naar mijn atelier. Nou, dat atelier loopt niet zo snel weg dus de keuze was gauw gemaakt. De onlanden, zeker weten. Een opnieuw ingericht natuurterrein tussen Groningen-Zuid en Peize met veel water, veen en ruigtes. En heel veel vogels.
En over dat kiezen....ze geeft zichzelf heel gedoseerd weg, overeten zit er niet aan. Maar goed, dat was de afspraak, daarover later meer.
Maar toen we beiden op de vogeluitkijkpost zaten, kiekendieven, grauwe ganzen en wintertalingen om maar een paar soorten te noemen, daalde er een prachtige vrede over mij. Het was zo'n moment met een gouden randje.
Later, nadat ik haar van de klimwand afgeholpen had - ze was een beetje huiverig om achterstevoren via de boomstammen naar beneden te klauteren - nog een mooie hand-in-hand-wandeling terwijl het nu wel aanwezige zonnetje langzaam naar de horizon zakte, langzaam wat geler wordend door de lichte nevel. Schitterend. Het afscheid moest wel zwaar zijn. En zo was het ook. Alleen terug naar huis, jawel.

 

 

 

Donderdag 17-11-2016

 

 

 

Gisteravond in goed overleg een punt gezet achter de vriendschap. Het was niet mogelijk voor mij om dit op een lager niveau (maar we kunnen toch vrienden blijven) vol te houden. Wat zij liever wilde. Zo'n mens ben ik niet. Ook maar ontvriend op Fb omdat ik haar naam niet continue voor m'n ogen wil zien dansen als ik even het net op ga. Voor de gemoedsrust, zeg maar. Leuk is anders.

 

Gelukkig heb ik haar nog mee kunnen geven dat ze, wat mij betreft, al lang een vlinder was maar het zelf nog niet wist, hetgeen eigenlijk ook geldt voor de zwaarbeladen term verlichting.
Een standaard grap van mij: waarom kunnen vrouwen niet verlicht worden?

 

Verontwaardiging aan de andere kant. Antwoord: ze zijn het al. Alleen weten ze het niet meer. Alom verwarring aan de andere kant. Hahaha.

 

Het is de story of my life, vrouwen vinden mij lief, aardig maar worden niet verliefd op mij. Om wat voor reden dan ook, dat vertellen ze er nooit bij. Ze weten het dan ook niet. De uitzondering was een violiste uit ons heuvelachtige Limburg, maar die bleek later dan ook net zo moeilijk in elkaar te steken als ik.
Het punt met mij is, en dat is ooit een keertje uitgezocht, dat mijn rechter- en linkerhersenhelft gelijke krachtig zijn, er is geen dominantie van of links of rechts.
Dat is natuurlijk fantastisch voor een kunstenaar, het koppelt de emotionele/empatische kant van een mens aan het vermogen de dingen heel breed te zien (hetgeen ook inderdaad m'n hele leven al zo is) maar heeft als nadeel dat je niet gesnapt wordt door mensen die ofwel links, ofwel rechts dominant zijn. De Alfa en de Bèta's , zeg maar.
Maar daardoor voel je je vaak gespleten, ook seksueel gezien en, in mijn geval, zelfs geestelijk androgyn. Hetgeen, alweer, voor kennis en wetenschap én kunstbeleving allemaal prachtig is, maar de andere kant van een eventuele relatie kan daar dus niets mee.
Mijn anima en mijn animus moeten het dus in hun eentje zien te rooien met mij. Dat je daar behoorlijk wanhopig van kan worden, is evident. Maar het heeft me ook gebracht tot het punt dat ik de grootste waarheid voor een mens gemakkelijk (nu wel) onder ogen kan zien: de mens wordt alleen geboren, leeft alleen en sterft alleen, hoeveel pogingen de mens ook doet door te vluchten in ismes, relaties of andersoortige verbintenissen.
Zo, dat was wel weer zwaar genoeg, vandaag maar weer verder met het leven, er staan vier doeken te wachten op mij. Druk, druk, druk, druk. Ik kan nog lang niet dood, heb nog geen tijd. Alhoewel ik het nu niet erg zou vinden om op te rotten, op dit moment. Maar ja, dat gevoel heb ik al zo vaak gehad in mijn leven, dat het me niet zo heftig meer raakt. Ook daarin stomp je af, de therapeuten zeggen dan: je hebt het een plekje kunnen geven. Wat een lariekoek!

 

 

 

Vrijdag 18-11-2016

 


Gisteren niet te veel geschilderd, zeg maar rustig bijna helemaal niets. Het hoofd weer te vol met het verdwijnen van Sandrine uit mijn leven. Als eerder gemeld, het oude verhaal, maar dat verandert niets aan het gegeven. Het blijft hard. Wel 's morgens vroeg met J. gewandeld met de honden. Zij kwam met een van haar twee honden (Mannus en Pakkus, Mannus kwam mee) en ik met Pantu. Pantu, eigenlijk Pantoufle, is een bastaard Jack Russel met heel korte pootjes. Dus ze lijkt zelfs op een pantoffel, vandaar haar naam. Die had ze gekregen van haar vorige eigenaar, een Fransman.
Ik had haar overgenomen toen de beste man was overleden en ik Pantu voor het eerst zag bij een kennis die haar zolang had opgevangen. Omdat ze dit schattige hondje niet in een kennel wilde stoppen. Op slag verliefd en het pleit was gauw beslecht. Ben altijd al gek geweest op terrierachtigen en dit was een schot in de roos.
De hond daarvoor, Dasha, was zomaar plotseling doodgegaan een week nadat Teja was overleden. Volgens mij was ze gewoon achter haar aangegaan, je hoort dat vaker van aanhankelijke hondjes. Maar goed, nu dus Pantu.

 

Na een gewenningsperiode begint ze aardig te socialiseren met andere honden, ze heeft voor het eerst de speelhouding aangenomen maar daar schrok ze zo van, dat ze weer snel achter mijn benen kroop. Maar het gaat steeds beter en gisteren was er zelfs helemaal niets aan de hand.
Heerlijk om de Hoornscheplas heen gelopen (een roemrucht Gronings duo heeft daar ooit een prachtig lied over geschreven) en J. merkte op dat mijn conditie duidelijk verbeterde na de crisis met het hartvirus in 2002. Tien dagen Intensive Care en daarna langzaam aan herstellen. Hetgeen inderdaad langzaam gaat, maar wel gestaag.
Ben nu bezig m'n gewicht aan te pakken, elke kilo is extra moeite voor de rikketik en ik ben al te zwaar. We doen ons best. Ik bedoel maar, ik ben niet bang om dood te gaan maar om dat nu extra te gaan bespoedigen, nee, dat hoeft nu ook weer niet.
Verder de dag doorgerommeld, niets bijzonders. Kijken wat vandaag brengt.

 

 

 

Zaterdag 19-11-2016

 

 

 

Dit dagboek wordt 's morgens vroeg geschreven. Dat heeft verschillende redenen waarvan niet de onbelangrijkste is: ik ben altijd vroeg wakker, an early riser, zeg maar. Al mijn hele leven is dat zo. Ik sliep alleen maar uit als ik zwaar aan het bier was geweest (en dat was veel te vaak, helaas) en dan kun je het geen uitslapen noemen. Meer een coma, eigenlijk. Genoeg daarover, ik ben niet de enige kunstenaar die het af en toe moeilijk heeft met zijn/haar bestaan, dus niet zeuren. Alhoewel ik dat toentertijd (in die dranktijd, dus) wel af en toe een beetje deed, natuurlijk. Waarvoor excuses aan iedereen die het aan heeft moeten horen. Bij deze! Schluss!
Sinds mijn hartaanval is ook het roken en drinken exit, dus ook geen coma's meer en dat bevalt mij prima.
De tweede reden is dat een mens natuurlijk op z'n best is, 's morgens vroeg. Fris, de vorige-dag-problemen verwerkt in een goede maar korte slaap en daardoor bereid om de volgende dag weer te lijf te gaan. Vaak weet ik dan ook heel goed hoe ik een schilderij moet aanvallen, ook dat heb ik, schijnbaar moeiteloos, 's nachts opgelost.
Ik heb mezelf daarin getraind toen ik een keertje had gelezen dat iemand dat kon. Mijn naïeve redenatie was toen: als iemand dat kan, kan ik het ook. En de vierde keer lukte het. Haarscherp stond mij voor de geest wat te doen en hoe de toe te passen kleur er uit zag. Die dag heb ik feest gevierd, een overwinning op mijn eigen hersens, dat vond ik niet niks. Met teveel bier natuurlijk, hahahaha!
Ook heel fijn 's morgens vroeg is het wandelen met de hond, vooral in het voorjaar. Verbijsterende vogelconcerten, reeën die je pad kruisen, schone frisheid van de lucht (helemaal als het 's nachts geregend heeft), het is vurrukkulluk.
Dat bastaardwoord heb ik niet van mezelf, ooit een keertje in een reclame gelezen. Maar wat zou het, alles wat ik geleerd heb, heb ik van een ander. Slechts zelden komt een mens tot iets waarachtig nieuws, een eigen creatie, zeg maar. Gelukkig ben ik zo'n man die daar af en toe wel in slaagt en dat vind ik eigenlijk toch wel geweldig. Wat een mazzel naast alle ellende die dat met zich meebrengt.
Wat mij terugbrengt naar Sandrine. Ze zit nog regelmatig in mijn hoofd, tegen beter weten in ga ik af en toe toch maar even in Facebook kijken of ze toch niet gemaild heeft (natuurlijk niet) maar dat zal wel slijten. Ik denk trouwens niet dat ik deze fantastische vrouw snel zal vergeten. Zoals dat natuurlijk met sommige anderen wel is gebeurd. Niet de ervaring maar wel hun namen. In het onthouden waarvan ik overigens heel slecht ben. Laat staan hun verjaardagen, die al helemaal niet.
Je wilt het gewoon niet onthouden, riep Teja wel eens uit, als ik weer es een datum of een naam vergeten was. En misschien is dat ook wel zo. Misschien wil ik wel niet herinnerd worden aan de verjaardagen uit mijn jeugd die zich kenmerkten door de ellende van die dag. Geen vriendjes op bezoek, geen uitgelaten pret, niks!
De enige verjaardag die ik mij herinner, is mijn tiende toen ik mijn eerste fiets kreeg. Een rode! Dat was toen heel normaal, op je tiende een fiets krijgen. En dan moest je op die leeftijd nog leren fietsen, echt waar! Maar daar was ruimte genoeg voor, zoveel auto's waren er toen nog niet. Wat een tijden. Voorwaarts!

 

 

 

Zondag 20-11-2016

 


Ik heb niets met zondagen, het zijn voor mij gewoon dagen net als alle anderen. Ik heb ook nooit zo goed begrepen waarom die dagnamen zijn bedacht, anders dan om niet bestaande goden te vereren. Maar goed, dat wisten ze toen nog niet, ze hadden die goden domweg nodig om de voor hun niet te vatten dingen te verklaren. De easy way, zeg maar. Dan hoef je er je hersens ook niet over te breken, je hoeft het alleen maar te geloven. Voor mij had dat afgedaan toen ik op de catechisatie als antwoord op precaire vragen dé religieuze dooddoener kreeg toegestopt: ja, dát moet je dus geloven.
Kijk, zo kan ik ze ook bedenken, mooi niet, dus.
Tot de dag van vandaag is die kritische houding gebleven. De dominee toentertijd bleek overigens niet zo'n heilige te zijn, achteraf. Die liet te veel vrouwtjes iets geloven, denk ik. En uiterst irritant: hij had een gouden tand (of kies, daar wil ik afwezen) die elke keer als hij z'n Farizeeërsmond opentrok ons arme kinderen tegemoet glansde. Ik heb nooit weer een dominee vertrouwd. En ik geloof alleen maar iets als het empirisch bewezen kan worden. Ja, die Thomas had achteraf toch maar mooi gelijk.
En arme kinderen, ja, dat waren we: 1 maal in de week een klein stukje vlees (een paar plakjes worst of een stukje lekker gekruide speklap) en tevredenheid op brood. Wel een beetje margarine. Maar we waren niet de enigen, hele straten vol kinderen leefden op dat rantsoen. En soms gingen we vissen, vingen een paar voorntjes die de buurvrouw dan heerlijk voor ons kon bakken. Want mijn moeder was zogenaamd allergisch voor vis. Behalve zalm uit blik, dat kon ze dan wel eten. Ik heb altijd geloofd dat ze het vis schoonmaken domweg te smerig vond, blij was dat de buurvrouw het wel deed.
Of mijn broer en drie zussen dat ook vermoedden, dat weet ik niet. Toen had ik al geen enkele binding met mijn medekinderen meer. Die was opgehouden de eerste keer dat ik mezelf zag zitten in een autoband op de kleuterschool. Hetgeen uiterst ongewoon is, heb ik mijzelf later laten vertellen. Die band hing aan een soort stellage en was bedoeld als schommel. En Lexje (ik dus) zat in die band en "zag" zijn klasgenootjes spelen in de zandbak en vond ze dom. En was alleen. En dat is zo gebleven. Tot de dag van vandaag.
Nog steeds is er een Alex die van buiten naar mezelf kijkt en tegelijkertijd naar zijn "medemensen". En hij vindt ze nog steeds dom. Althans: het merendeel. En niet dom in de zin van kennis maar dom in de zin van ontkennen van feitelijkheden. Later meer daarover. Denk ik.
Nu weer terug naar de zondagen. Mijn voorstel is de dagen van het jaar gewoon te tellen. Wat is het vandaag? Oh, 324. Bedankt! Zijn we ook gelijk van die achterlijke schrikkeldagen en al die gefrustreerde schrikkelkindertjes die maar een keertje in de vier jaar jarig zijn, af. En tevens van al die verborgen godennamen in de namen van de week. Hoeven we daar ons hoofd ook niet meer over te breken. Kunnen Donar en Freya en Saturnus eindelijk met pensioen.

 

 

 

Maandag 21-11-2016
 
Achtenzestig zou toch veel te oud moeten zijn om nog last te hebben van "luddevedut" maar niets is minder waar. De depressie die voor een fikse storm zorgde hier in het Noorden des Lands, zoals dat zo mooi heet, had ook zijn weerslag op mij. Oorzaak en gevolg, toeval, wie zal het zeggen. Feit is dat ik me de hele dag erg alleen heb gevoeld, teveel heb gegeten van weeromstuit en tot helemaal niets ben gekomen. Ik had willen schilderen, er moest hoognodig een was gedaan worden, stofzuigen was ook een optie, maar nee, hoor! Ik kwam er domweg niet toe.
Het lijkt er op dat met het toenemen van de mentale weerbaarheid het negatieve gevoel er ook maar een stapje bovenop doet. Om het in balans te houden, zeg maar. Zo van: "Je had toch niet echt gedacht dat je, nu je wat ouder bent, de zaken wat beter aan kan, hè? Nou, mooi niet, ik zal je nog eens een poepie laten ruiken. Ha!"
't Is maar goed dat ik tegenwoordig weet dat ik dat allemaal zelf creëer, want anders liep ik zo Herman Brood achterna.
Het wandelen met Pantu was het ook al niet, al moet ik toegeven dat ik de bal nog nooit zo ver heb kunnen gooien door die storm. Toetje had blijkbaar geen last van de wind, want die wou niet ophouden. Maar ik wel en ik ben de baas, hahaha.
Een paar lichtpuntjes waren er toch met als belangrijkste: mijn favoriet qua voetballen, "Faayenoort", heeft mooi gewonnen met 3-0 van PEC-Zwolle en niet in de laatste plaats door de meest sympathieke voetballer die ik ooit heb gezien: Dirk Kuijt. Ja, dat moet echt met een lange ij, ik heb het opgezocht. Harde werker, motor van een elftal, niet te beroerd om op noodzakelijke momenten een goaltje mee te pikken, zoals dat zo mooi heet. En een vreselijk aardige jongen, een ideale schoonzoon zou ik haast zeggen als ik dochters had gehad. Zo eentje moet je er bij hebben als je niet voortdurend in de catacomben van het betaalde voetbal wil bivakkeren.
Maar goed, gisteren niet dus, dan maar vandaag. Gelukkig hebben we in het brave Nederlands-hervormde Holland een goede traditie: Maandag wasdag! Als dat me er niet toe kan brengen, dan weet ik het ook niet meer. Dan moet ik toch maar op zoek naar dat platte dak om van af te lopen. Want: alterius non sit, qui suus esse potest (Wie zijn eigen meester kan zijn, moet niet afhankelijk zijn van een ander) Amen!
En toch hoop ik stiekem dat Sandrine dit dagboek ook leest, zodat ze in ieder geval weet hoeveel het me doet, haar vertrek!
Tot morgen maar weer, deo volente!

 

 

 

Dinsdag 22-11-2016

 

 

 

Ik sta een beetje wankelmoedig tegenover het begrip toeval. Filosofisch kan ik het benaderen als zijnde niet bestaand (elke gebeurtenis heeft zijn eigen, unieke ontstaansgeschiedenis), in de praktijk is dat toch wat moeilijker vol te houden. Wel wil ik er aan, dat ieder mens een grote hoeveelheid al dan niet verstopte data in zijn/haar hoofd heeft waardoor het lijkt of iets toeval is, maar achteraf deducerend de kennis al lang aanwezig was. Zo zit ik nu met de figuur Herman Brood.
Gistermorgen vroeg hier nog aangehaald als dakspringer (ik denk niet dat god zijn ziel heeft, die leeft meer voort in al z'n muziek en schilderijen), gisteravond laat een grote documentaire op televisie over deze roemruchte figuur. Ik mag het wel over hem hebben omdat ik hem kende, toen. Als zeer kleine vis, vlak na mijn avontuur in Breda, waar ik vrij kort de kunstacademie bezocht, spartelde ik rond in het grote kunstgebeuren in de stad Groningen en kwam in aanraking met verscheidene figuren die vandaag de dag toch een zekere beroemdheid met zich meedragen. Sommige van die figuren leven nog, net als ik, en sommigen zijn inmiddels dit ondermaanse ontstegen. Rob Engelsman, Willibert Panman, Kees van der Hoef, zij leven nog maar C. Buddingh, Driek v. Wissen en Herman Brood zijn inmiddels niet meer. En al spartelend kwam ik natuurlijk ook in de toen gangbare kroegen voor figuren als ik, eenzame kunstenaars, wanhopige schrijvers of alleen nog maar in de dop.
Zo had je Café Adje, begonnen als een koffieshop aan het Boterdiep met Adje en Jan als uitbaters, en ook de Talk of the Town, een vunzig gebeuren midden in de Nieuwstad, tussen de hoeren. Daar heb ik Herman Brood vaak ontmoet, niet wetend wat voor lot hem te wachten stond.
Diep in de nacht kon je ook nog naar het Literair Café Aabc, met Rita als de meest bekende kroegeigenaresse van onze prachtige Noordelijke cultuurstad. Rita, bek als een scheermes, was voor niemand bang, Rita's woord was wet en ze had een beetje een zwak voor mij, dat weet ik zeker. Haar man Vilmos had de uitstraling van een kleine boef, midden in de nacht ook niet direct opvallend want ook daarvan waren er genoeg. Een schilderij van mij heeft vele jaren daar aan de muur gehangen en ook ben ik vele malen door óf drank óf vermoeidheid (meestal een combinatie van beiden) overmand daar in een hoekje in slaap gevallen. Dan werd ik bij sluitingstijd door haar gewekt om daarna naar huis te strompelen. Ik denk achteraf dat ik wel een beetje appelleerde aan haar moederinstinct, waarvan ze ruimschoots was voorzien. Rita's dochter (daar ben ik nog steeds vrienden mee op Fb) heeft toentertijd (1984) ook nog een schilderij van mij gehad, ik meen als verjaardagscadeautje, en dat heeft ze nog steeds. Ze stuurde mij een jaartje terug een foto daarvan met de vraag: ken je deze nog? En uiteraard kende ik die nog. Ik ken elke van mijn schilderijen, weet alleen niet waar alles gebleven is.
Optredens in AaBC kan ik me herinneren van Drs. P (ook dood sinds kort), de al genoemde C. Buddingh (alom bekend, natuurlijk) en de nog steeds levende misantroop Hans Dorrestijn, met wie het merkwaardig goed gaat sinds die zich in gezelschap van een echte vogelaar bezighoudt met alles wat vliegt, zingt, baddert en kwettert.
Met Willibert Panman heb ik nog es een performance gedaan waarbij ik een gedeelte van het publiek toch behoorlijk wist te shockeren, met Rob Engelsman ben ik nog steeds een beetje bevriend via Fb, Kees v.d. Hoef zie ik al heel lang niet meer. (rectificatie 08-11-2017: Kees inmiddels opgespoord, hij slijt zijn stokdove dagen in een verzorgingstehuis)
Ook was ik een beetje beschäftigd (een klein beetje maar) met Forma Aktua, inspiratie van Henri de Wolf, ook al een roemruchte figuur in Groningen. Henri heeft mij later in een delirium nog ernstig met de dood bedreigd waardoor ik me van de Pinakoteek, zoals Forma Aktua ook heet, heb afgekeerd. En ook deze legende is al lang niet meer onder ons. Kapotgezopen. Ik word oud.
Toeval? Kweenie. De enige die dat weet is meneer Cactus.

 

 

 

Woensdag, 23-11-2016
 
Zoals maandag wasdag is, zo is de woensdag gepromoveerd tot gehaktdag. Die gewoonte stamt nog uit de tijd dat op woensdag de resten van het op maandag geslachte vee werd vermalen tot, U raadt het al, gehakt. Dus onze beroemde bal vindt zijn oorsprong in onze neiging, alles te gebruiken van het dier wat wij doodden om ons te voeden. Daar is op zich niets mis mee zolang wij eerbied betonen aan het leven dat wij nemen voor ons eigen voordeel.
Veel mensen zijn echter, volkomen terecht, gefrustreerd door de manier waarop wij ons vlees opfokken en waarom we dat doen, namelijk niet meer om op te eten als eerste doel, maar om geld mee te verdienen. Waarmee de eerste discrepantie is aangetoond: als je al te eten hebt, heb je toch geen geld meer nodig? Maar schijnbaar en blijkbaar is er een slag mensen dat nooit genoeg heeft. Bij eten heet dat obesitas, bij geld kapitalisme. En net als bij elk isme kleven daar grote nadelen aan.
Vrouwen (en soms ook mannen) die zich sexueel beschikbaar stellen als er maar genoeg geld tegenover staat, mannen die zich met drugs en moorden bezighouden om dezelfde reden, banken die zich bezighouden met dubieuze praktijken teneinde de graaiende aandeelhouders weer tevreden te stellen, verzekeringsmaatschappijen die zo weinig mogelijk proberen uit te keren bij een zo hoog mogelijke premie. Ik kan deze lijst wel drie pagina's lang maken maar de conclusie moet toch zijn: al dat geld helpt je niets op je laatste dag. Dood ga je toch.
Waarom dan niet een beetje minder geld, een beetje meer tijd om te genieten, meer gelukkige momenten met je naasten, hoeveel of hoe weinig ook in getal. Vaker je ogen geopend voor een zonsondergang of zomaar een paar wolkjes aan een blauwe hemel of een vogel in het water, waarvan je later leert dat het een dodaars moet zijn, waardoor die dure vogelgids ook nog nut heeft.
Terug naar de obesitas, er tegenover staat de anorexia. Te weinig vlees op de botten is natuurlijk ook niet gezond. Het lijkt me vreselijk om deze aandoening te hebben. Elk hapje gaat er weer net zo hard uit als dat het er in ging, dwangmatig weer uitgekotst. De mensen die dat hebben, meestal jonge meisjes, worden meestal ook niet erg oud. Oude lijders aan deze dwangneurose zie je dan ook bijna nooit. En vaak zijn er psychische oorzaken of juist fysieke voor deze afwijkingen, waarmee ik bedoel te zeggen dat je deze uitersten niet kunt benaderen met: nou, dan eet je toch lekker niets? Of omgekeerd.
Zelf neig ik wel een beetje naar de obesitas, mijn BMI begint de dertig ook te naderen, ook ik probeer een leegte te vullen die met voedsel niet te vullen is. Elk kroketje kan ik er zo wel aanplakken, elk pondje gaat door het mondje, is een oud Nederlands gezegde. En zo is het maar net. Ik pleit schuldig.
Het land der Bourgondiërs is dan ook niet voor niets mijn favoriete land; die Belgen en Noord-Fransen, die kunnen er wat van. Schransen, drinken, duizend soorten bier en wijn en tussendoor natuurlijk nog lekkere hapjes. Tip: lees Asterix en de Belgen, dan weet U precies wat ik bedoel.

 

Tegenwoordig, met onze smart- en andere phones, openbaart zich daarnaast nog een nieuwe Belgische gewoonte: ze nemen foto's van het genoten maal en sturen dat rond in hun kennissenkring met aanbevelingen of juist niet. Dat de restaurants dat ook weten verhoogt natuurlijk de feestvreugde, ze zullen uiteraard beter hun best gaan doen goede waar te leveren voor het geboden geld.
En dit alles nadat ik gistermiddag een heerlijke wandeling met mijn Marokkaanse buurvrouw en haar 14-jarige dochter heb gemaakt. De buuv is dol op Pantu, eigenlijk op alle honden (waarover later meer) maar Pantu wel in het bijzonder en ze vindt mij ook wel een grappige man en het was een prachtige novemberdag en de wandeling was rustgevend en de meiden waren gezellig en de hond als een terriër zo eigenwijs en verslaafd aan de tennisbal en de zon stond aan een prachtige hemel en er was niets te wensen over. Wat een zin! Soms is geluk heel gewoon.
 
Donderdag, 24-11-2016
 
Als ik al gedacht had het moeilijk te hebben met het ontsnappen aan een geïndoctrineerde religieuze opvoeding, mijn buurvrouw heeft het nog wel zwaarder gehad. Geboren worden als vrouw met een opstandige geest in een Marokkaans moslimgezin is nu niet direct een optimale omstandigheid om groot te groeien. Het is duidelijk, onuitgesproken, dat ze het zwaar heeft gehad. Dat heb ik kunnen concluderen aan het feit dat ze waanzinnig goed met honden op kan schieten. (Huh?)
Wel, niet bang voor geen van hen, ongeacht formaat of ras lijkt ze de vrouwelijke dog-whisperer wel. Alle honden komen op haar af, zelfs de meest schuwen benaderen haar en ze gaat er tussen zitten als was ze een van hen.
En toen ik haar daar naar vroeg, kreeg ik in beetjes het verduidelijkende antwoord: als kind vluchtte ze naar buiten als het thuis niet meer te harden was door broers en ouders, en schuilde onder een soort veranda. Daar kwam ze met honden in contact en aangezien honden onrein zijn in Marokko was de link voor haar snel gelegd. Ook zij was onrein en ze deelde haar lot met alle Bello's, Pluto's en Fikkies daar onder dat terras.
Ze heeft daar geleerd met de honden te communiceren, onreinen onder elkaar, en nu praat ze nog steeds puppytaal met alle honden. En aangezien honden vrijwel nooit puppy's zullen aanvallen, zijn ze gewoon vriendjes onder elkaar. Pantu wordt knettergek als we samen gaan wandelen, die stuitert zowat door het huis heen, alle andere honden op de wandeling komen kennismaken, kortom, één groot feest. En alle eigenaren hebben een praatje, buuv stelt vragen over de honden en iedereen geeft antwoord. Miraculeus! En zelf is ze zich van geen wonder bewust.
Volgens hondenpsychologen is puppytaal gebruiken pedagogisch niet verantwoord voor de honden, maar wie ben ik om dit mirakel te verstoren met theoretische prietpraat. Akkoord, misschien is het geen prietpraat maar in haar geval werkt het, buuv is gelukkig tussen de honden, ze heeft de gave ook aan haar dochter doorgegeven en ook die is knettergek op die beesten. En zo zijn er twee heel goeie hondenbaasjes die mij af en toe begeleiden op mijn dagelijkse Pantu-wandeling. Pedagogisch niet verantwoord? M'n neus!
Toen er dus onverwacht gistermiddag een telefoontje kwam of ik nog met Pantu moest wandelen, was ik onmiddellijk bereid nog een keertje te gaan alhoewel ik zelf om half-elf ook al geweest was. Ach, zo kwam ik er een tweede keer uit, het was een zachte dag in November en mijn gewicht is langzaam aan het minderen. 94 kilo vanmorgen na het ontbijt. Mooi! 85 is streefgewicht maar of ik dat nog haal.... we doen ons best.
Dat hoeft de buurvrouw niet te doen, haar best, het gaat vanzelf tussen haar en de Pluto's! En dat wandelen helpt mij uiteraard ook. Hoe was dat spreekwoord ook al weer, over messen en twee kanten...???

 

 

 

Vrijdag, 25-11-2016

 

 

 

Gisteren hard gewerkt. Veel geschilderd, vier doeken tegelijkertijd in behandeling, heel langzaam naderen ze alle vier de voltooiing. Een gaat er over de bomaanslagen in Brussel (beloofd aan Rik uit België, een verzamelaar van mijn werk), eentje over mijn herinneringen aan de vakantie in Griekenland die ik samen met Teja heb gevierd, de derde een filosofisch doek waar een tekst centraal staat (waar is alles wat was, een tekst die ik in een of ander radioprogramma hoorde uitspreken door een gast en die diepe indruk op mij maakte) en het schilderij voor Sandrine, een eigen interpretatie van l'origine du monde, een schilderij van Gustave Courbet.
Wikipedia quote: L'Origine du monde (Frans, letterlijk "de oorsprong van de wereld") is een realistisch schilderij van de Fransman Gustave Courbet. Het schilderij, dat hij in 1866 maakte, is zijn meest provocerende naaktschilderij. Het schilderij maakt deel uit van de vaste collectie van het Musée d'Orsay in Parijs. Het schilderij toont een liggende vrouw die met gespreide dijen de toeschouwer een onbelemmerde blik op haar vulva/schaamlippen gunt. Hoofd, armen en benen zijn niet te zien. Einde quote.
Veel schilders hebben geprobeerd de smalle weg tussen porno en erotiek te bewandelen, ik dus ook. Tot nu toe gaat het uitstekend, maar ik doe het dan ook heel doordacht. In mijn oudere werk kwam het thema ook al regelmatig naar voren nog voordat ik het bestaan van dit schilderij kende. En ook daar is geen sprake van porno, dus ik heb veel vertrouwen. We zien wel hoe het uitpakt.
Ik kwam daarop omdat Sandrine een kopie van dat schilderij in haar slaapkamer had, de juiste plek voor zoiets, lijkt mij. Latere inzichten uit de psychologie toonden aan dat een man pas volwassen is als hij die aanblik kan relativeren. Ook dat leerde ik pas nadat ik de impuls om ook datzelfde onderwerp te schilderen al verscheidene malen had toegelaten. Mijn eerste expositie in een Bredaas café ging daar zelfs over. Het bezorgde mij op de academie al snel de bijnaam: dirty old man. Pas later zeiden klasgenoten dat ik waarschijnlijk toch wel een ”echte” kunstenaar was, in hun ogen dus iemand die dit soort thema's aankon.
Dat zij dat niet konden, dat was in het eerste jaar al duidelijk geworden. Ook daar zat Lexje weer in zijn overdrachtelijke autoband en vond zijn klasgenootjes over het algemeen maar dom. In de ogen van dat soort mensen zal ik toch altijd arrogant gevonden worden, heb op mijn huidige leeftijd (ik ben nu 68) dan ook geen enkele behoefte meer me in te houden. What's there to lose.

 

Dat mijn basisthema in de Kunst: "Nereides en andere Godendochters" toch ook vaak een semi-erotische inslag heeft, is evident. Net zo goed als huidige autoverkopers een “lekker wijf” tegen hun bolides laten leunen, gebruikten ze in de vroege geschiedenis ook de vrouwelijke aantrekkelijkheid om hun boodschap te verkondigen. Leda en de zwaan, de geboorte van Venus; noem maar op. Voorbeelden te over.
Na het schilderen, ik kan het niet al te lang meer volhouden vanwege bursitis in beide schouders, nog een beetje aan het huishouden gedaan, Stofzuigen, bed verschonen, afwassen. Ik moet immers wel mijn best doen het huis toch een beetje netjes te houden (heb ik Teja beloofd vlak voor haar overlijden). Verloedering ligt bij een man alleen al gauw op de loer.
Maar gelukt, 's avonds bij het voetballen op tv als gewoonlijk in de hangmat in slaap gesukkeld (ja, echt waar, die heb ik in de kamer staan), midden in de nacht nog even met de hond uit en toen in bed, zoals het hoort, verder gaan genieten van een zeer verdiende nachtrust.
 
Zaterdag, 26-11-2016

 

 

 

Het was het niet helemaal, gisteren. Lichamelijke pijntjes overheersten en dat beïnvloedt je stemming toch altijd een beetje. Korte nacht van de schouderpijn, 2,5 uur echt geslapen en daar zat Sjofele Sjappie al weer achter de ezel om vijf uur in de morgen.
Nu is dat niet abnormaal, zoals al eerder gemeld, maar als je fit bent is dat toch een veel leuker verhaaltje. Toch ging het redelijk goed, leunend op de routine. Per slot van rekening is een schilderij tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie dus als het met die inspiratie niet helemaal lukt, is er altijd wel iets anders te doen. En al schilderend komt meestal de inspiratie ook wel weer om de hoek kijken. Later, om half acht ben ik met mijn beroemde witlofsalade begonnen. Dat maak ik altijd in een behoorlijk grote portie, buuv en buuvdochter vinden het ook heerlijk, dus daar raak ik zo een grote bak vol aan kwijt.
Eigenlijk is het een pasta/witlofsalade met heerlijke extra ingrediënten zoals rozijnen en cranberry's, kip, kaas, ei, een augurkje of drie, een of twee sjalotjes fijn gesnipperd en natuurlijk een yoghurt-mayonaise dressing volgens eigen recept. Veel wil ik daar niet over kwijt, wel dat er een beetje Groninger mosterd in zit. En in de salade ook feta, natuurlijk. Dat heb ik in Griekenland leren eten en ik gebruik het nu in heel veel recepten. Verder nog wat stevige gekookte aardappelblokjes en voilá, een grote pan vol heerlijkheid. Ik moest nog wat amandelen halen om te roosteren voor in de seroendeng (jawel, de Indische), dat mengsel gebruik ik als strooisel over de salade.
Hondje mee, dat doe ik vaak in één rit door, vlak bij de super kan ik haar heerlijk vrij laten rennen en dan kan ik daarna de boodschappen doen. Op de terugweg belde buuv of ik nog met de hond ging wandelen, dat had ik net gedaan, maar ach, dan maar twee keer. Pantu vindt dat echt niet erg.
Toen hebben we ook de Hoornscheplas nog maar een keertje gerond. Het werd duidelijk al kouder, volgende week willen ze nachtvorst. Daar heb ik dus helemaal geen zin in, maar ja, ik ben dan wel pensionado maar niet zo rijk, dat ik dat edele oudemensenberoep in Spanje kan gaan uitoefenen. Ach, en al kon ik dat wel, binnen twee weken wil ik dan wel weer, desnoods kruipend, terug naar het Hoge Noorden. Vastgebakken in de klei, noemen ze dat. Waar onze standaardgroet even simpel en rechtdoorzee is als het volk wat hier leeft, moi! Als je komt of als je weg gaat, gewoon moi. Dus: moi!

 

 

 

Zondag, 27-11-2016

 

 

 

In de Breda-tijd, toen en waar ik de kunstacademie bezocht, leefde ik samen met Paula, een violiste uit Roermond. Althans, daar woonden haar ouders, zij leefde in een flatje in Sittard, waar ze iets vaags creatiefs studeerde. Ik had haar leren kennen toen ze met een vriendin in Groningen was, het was liefde op het eerste gezicht.
Na een paar keer afgereisd te zijn naar het zuiden was het “aan”, hadden we een soort relatie. En gingen we samenwonen in Breda toen ik het wilde plan had opgevat om daar naar de Kunstacademie St. Joost te gaan. Ik had inmiddels al bestelauto's vol tekeningen en schilderijen, alles nog realistisch en, achteraf gezien, de schilderijen van heel matige kwaliteit, maar toch durfde ik daarmee eindelijk naar de academie af te reizen. De docenten zullen wel gedacht hebben, een bestelauto vol.... maar ik werd wel aangenomen voor de avondopleiding. Dat vanwege mijn leeftijd, het leek ze niet zo geschikt om een dertigjarige tussen de pubers van de dagopleiding te zetten. Waar ze natuurlijk groot gelijk in hadden.
In Breda hadden we, uiteraard, ook een stamcafé. De Scarabee. Over de Scarabee volgens het internet: ….Breda – Iedere stad heeft zijn verborgen schatten. Het in de Van Goorstraat verscholen café De Scarabee was er één van formaat voor bluesliefhebbers. Ze kwamen van ver buiten de stadsgrenzen om de blues in dat goed verstopte café in Breda te horen. Einde quote. Daar is heel wat bier in het Groningse keelgat verdwenen.
Er niet al te ver vanaf wonend, waren Paula en ik graag geziene gasten in dit prachtige cafeetje, gerund door Robb Bouterse, inmiddels al een paar jaar dood (2010). Hij was een drijvende kracht achter vele zaken en er is terecht een Annual Robb Bouterse Tribute in de leukste stad van Nederland opgericht, waar nog steeds het glas geheven wordt ter nagedachtenis van deze vrije vogel, uitbater van het Scarabee-blueshonk.
Later, toen ik al weer jaren terug was in Groningen, zonder Paula, wonend bij een stickies rokende lerares, kreeg ik het lumineuze idee om een performance te gaan houden. Daar doken toch ook weer kennissen uit de Scarabee op, werd het weer heel gezellig. En ook in Groningen ging er nog heel wat bier door het keelgat.
 
Maandag, 28-11-2016

 

 

 

Gisteravond, tijdens het hondje uitlaten, het begon al koud te worden zoals ze ook voorspeld hadden (komende nachten nachtvorst, eerst licht, later matig tot -7 graden Celsius), had ik weer eens zo'n “ik kijk naar de sterren en voel me zo klein” moment. Nu heb ik dat wel vaker maar soms zit daar toch wel een extra stukje bij. Deze keer moest ik denken aan hoe gemakkelijk we de nieuwsberichten accepteren, tegenwoordig. De Syrische troepen hebben een deel van huppeldepup heroverd op de rebellen. Maar niemand weet meer wie nu wat en waarom is.
Zijn de rebellen nu de goeien omdat zij strijden tegen een wreed staatshoofd, zijn de regeringstroepen nu de goeien omdat zij strijden tegen de rebellen die hun niet zo wrede staatshoofd willen omgooien, strijden ze nu voor of tegen de Islam, en zo ja, waarom dan? Geloven moesten er toch voor dienen vrede te bewerkstelligen, waarom vechten ze er dan voor? Of waar vechten ze anders tegen?
Sociologen, antropologen en andersoortige -ogen beweerden dat de oorlog noodzakelijk is, omdat er teveel jonge mannen leven. Zo ja, waarom maken we die dan, die jonge mannen. Anderen zeggen dat het niet noodzakelijk is, maar alleen maar een gevolg van, en daar maken ze dan weer opnieuw een oorlog van. Weer anderen schrijven daar dan stukjes over, of maken er een film van (is ook nog niet eens geheel ongevaarlijk, regelmatig komt er een bij om) om het ons weer op het boterhambordje te leggen. Maar ja, ik heb tenminste nog een boterham, wie weet waar zij eigenlijk om vechten.
Toen, na dit geestelijke geharrewar, moest ik denken aan een documentaire die ik gezien had van iemand, die een oorlogje tussen een paar groepen apen hadden gefilmd.

 

Tijdens het redigeren, toen ze goed keken naar wat ze eigenlijk hadden opgenomen, zagen ze dat het heel anders was dan dat ze gedacht hadden. Wat bleek? Tijdens de clash zag je beide groepen als gekken op elkaar afstuiven en met een hoop gegil en geschreeuw (ja, inderdaad, er is niets veranderd) elkaar vreselijk de koppen in elkaar slaan.
Maar wacht eens.... tijdens de schermutseling werden er helemaal geen koppen in elkaar geslagen, dat leek alleen maar zo. Wat er echt gebeurde, was dat er een aantal jonge vrouwtjesapen van kamp wisselden en vervolgens vredelievend bij de buren introkken. Om zodoende inteelt te vermijden en het ras/de soort sterk en intact te houden.
Waarop ik gisteravond onder de sterren dacht: kijk, dat doen wij mensen dus verkeerd. Wij slaan elkaar echt de koppen in, juist om te voorkomen dat onze vrouwen uitwisselen en de soort sterk houden. Onze foute conclusies in onze beperkte, egocentrische hersens brengen ons juist naar de ondergang van onze soort. Inteelt en vreemdelingenhaat kom je juist veel tegen in groepen die zich er op voorstaan, het ras juist zuiver en sterk te willen houden.
Nee, ik ga het niet over die Adolf of andere net-zo-denkenden hebben, die conclusie had je zelf ook al getrokken, toch? De oorlog heeft zich verplaatst van ons onderbewuste, waar die oorlog eigenlijk helemaal geen oorlog was maar een genen-uitwisseling, naar een oorlog in onze hersenen waar we juist willen voorkomen dat onze genen uitwisselen.
Onze vrouwen, die weten het wel, die vallen altijd massaal op de mannen van de vijand. Maar in plaats van dat we die vrouwen juist hoog hebben omdat ze de soort “mens” sterk en vrij van inteelt houden, scheren we ze de koppen kaal, snijden hun genitaliën eraf of bedenken we nog ergere straffen. En dat alles om te voorkomen dat Pietje van de overkant er met onze vrouwen vandoor gaat. En we vergeten dan maar gemakshalve dat wij, Jan Klaassens van deze kant, in de ogen van de Katrijnen van de andere kant er juist weer aantrekkelijk uitzien.
En toen wist ik dus waarom ik als twaalf, dertienjarige de wijk vlak bij ons, waar de Molukse meisjes woonden, zo aantrekkelijk vond. Daar was niks mis mee, dat was gewoon evolutie. Natuur! En dan, opeens, snap je ook, waarom juist religieuze of andere behoudende groepen op Darwin tegen waren. Want Darwin wist natuurlijk heus wel dat genenuitwisseling op onbewust niveau plaatsvond. En plaatsvindt. Zij zijn natuurlijk als de dood dat ze hun vrouwtjes kwijt raken aan de boze, heidense buitenwereld. En daarom door vaders (en ook de heilige vader, natuurlijk), neven en niet in de laatste plaats broers, in de gaten gehouden moeten worden opdat ze niet ontsnappen.
Wat ongetwijfeld erg vaak gebeurd moet zijn, want die hormonen van die meisjes waren ook niet gek. Die wisten heus wel dat het betere zaad altijd aan de andere kant van de heuvel zou zijn. Grenzen zijn bedoeld om je vrouwtjes te laten ontsnappen, niet om ze tegen te houden. De mannetjes, die moet je tegen houden, anders gaan ze maar vechten. En daar krijg je oorlog van en dat is nergens goed voor.
En ben je je meisje dan kwijtgeraakt aan zo'n mooi Italiaantje of negertje, of wat dan ook, bedenk dan maar dat je een grootse daad hebt verricht. Je hebt de soort gered op een betere manier dan dat je je vriendinnetje zelf bevrucht zou hebben. Hoe veel pijn dat ook even doet. Het grote ideaal kan dat ongemak gemakkelijk overwinnen. Dat ideaal heet vrede door inzicht, niet door oorlog. Want die oorlog, dat doen we immers al gewoon alsof, tijdens het voetballen, jawel. En jouw beloning?
Er komt vanzelf een Française of een Jamaicaanse of een Eskimo-vrouw op je af die jou helemaal te gek vindt. Niet omdat je zo mooi bent of omdat je een groot geslachtsorgaan hebt, of om wat voor reden dan ook, maar enkel en alleen omdat jij van de andere kant van de heuvel bent. Waar het gras altijd groener is. En het zaad beter.

 

 

 

Dinsdag, 29-11-2016

 

 

 

Vannacht het definitieve gesprek met Sandrine gehad. Ze was toch nog steeds een beetje in beeld, dacht ze zelf, bij mij was ze nog helemaal niet verdwenen en dat zal ook niet gaan gebeuren, zeker niet zolang ik nog met haar schilderij bezig ben. En we hadden een afspraakje gemaakt voor komende zaterdag, drie december. En toen kon ze gisteravond niet slapen van de, voor haar duidelijk, foute beslissing.
Dus ik midden in de winternacht (waar doet me dat toch aan denken, hahaha) naar haar toe om het, letterlijk, uit te praten. En dat is goed gelukt, denk ik. Hoop ik. Weet ik wel bijna zeker. Bij mij is het opgejaagde gevoel verdwenen, bij haar was zoveel opluchting dat we er bijna toe kwamen... je weet wel. Dat ging dus gelukkig niet door maar het was wel tekenend.
Ik heb haar de situatie uit kunnen leggen, dat het niet aan haar lag, dat ze niet verliefd op mij kon worden en ik denk dat ze het deze keer goed heeft begrepen. Met de belofte dat, mocht haar insteek ooit veranderen, dat ze me dan weer zou benaderen, hebben wij afscheid van elkaar genomen. En weer terug naar huis, alleen. En zo zal het wel blijven, daar moet ik me maar bij neerleggen. Met dat kleine sprankje hoop heel diep in mijn jongenshartje verscholen. Mocht het toch zover komen, u hoort nog van de bruiloft.
Vandaag, dinsdag, een heel andere dag. Ik ga een gebakken visje halen op de Dinsdagmarkt van Zuidlaren met Anja, de zorghulp van Teja's laatste week. Een schat van een mens met wie ik het onmiddellijk enorm goed kon vinden, recht-door-zee type met een sterke wil. Precies wat een mens nodig heeft in zo'n periode. Die hulp was er de laatste weken om Teja te helpen en mij wat slaap te gunnen. Want ook ik was behoorlijk kapot, toen. Dat heeft ze uitstekend gedaan, in tegenstelling tot sommige anderen, die alleen maar bezig waren de hypotheek van het fraaie huis dat ze bewoonden bij elkaar te verdienen. Dan moet je een ander beroep gaan kiezen, vind ik.
Maar goed, die “nachtzuster”, daar heb ik goede banden mee aangehouden na de dood van Teja, ik heb er zelfs Pantu aan te danken want daar paste Anja op omdat Pantu's baasje ook was overleden. En toen ik bij haar op bezoek was kwam dat kortpotige hondje razend enthousiast op me af rennen, ik werd ter plekke verliefd, en nu woont het hondje al weer meer dan een jaar bij mij.
Die nachtzuster dus, Anja, die had op Fb een berichtje over een heel goede visbakker. En toen ik zei dat die in Groningen, vlak bij mijn garage, beter was, of tenminste dat die in Zuidlaren wel heel goed moest zijn om die in Driebond (zo heet die wijk) naar de kroon te steken, toen was een afspraakje snel gemaakt om dat maar eens uit te proberen. En dat gaat dus straks gebeuren. Om 1 uur heb ik met haar afgesproken, Pantu mee, die zal wel weer volledig door het lint gaan, en dan naar de markt om een gebakken visje te halen. Ik ben benieuwd. Van schilderen zal dus wel niks komen, vandaag.
Is ook niet erg, alle goede dingen komen langzaam, is een mooi Nederlands spreekwoord. En daar houd ik mij aan, jonge vriend, zou Heer Bommel zeggen. Waarover later meer. Ook de groeten van Terpen Tijn.

 

 

 

Woensdag, 30-11-2016

 

 

 

Terpen Tijn (zie het dagboek van gisteren) is de kunstschilder in de fantastische serie strips van Marten Toonder (Rotterdam, 2 mei 1912 – Laren, 27 juli 2005) waarin Ollie B. Bommel (Heer Bommel), een beer, de hoofdrol speelt met als hulpje zijn anima, de poes Tom, oftewel Tom Poes. Zoals in al de boeken en strips van Toonder spelen dieren mensenrollen, gebruikelijk in fabels. Toch lopen er ook echte mensen tussen de dieren. Eén ervan is Terpen Tijn, de kunstschilder, die zijn inspiratie uit trillingen haalt, die hij zelf krachtig omschrijft als: de eh.... dinges! Ook menselijk zijn de jonge vrouwen, zoals de muze of de heks. Nog vergeten, de tovenaar Magister Pas, die het kwaad van de wereld vertegenwoordigt...
De wetenschapper is eveneens menselijk, de prof. Zbygniew Prlwytzkofsky, door heer Ollie voortdurend professor Prillewits genoemd, die zich voortdurend verliest in zijn eigen hersenspinsels, geassisteerd door zijn hulpje, de muis Alexander Pieps. Terwijl alle andere figuren in zijn boeken allemaal een hond, nijlpaard, pad of wat voor ander dier dan ook maar zijn. Heel bijzonder.
Ook nog menselijk, maar zeker niet humaan, is de Zwarte Zwadderneel, de zeer Calvinistische onheilsprofeet. Dat geeft te denken, zou Heer Bommel dan zeggen.
De hele serie staat bij mij in de boekenkast, en wordt regelmatig van begin tot eind doorgespit. Wereldproblemen, politiek, filosofie, niets is Toonder te gortig en hij benadert deze zaken op een mij zeer aansprekende manier. Een aanrader voor iedereen, die ook dit soort problemen probeert te doorgronden.

 

Toonder geeft elegante oplossingen voor die complexe materie en het is fascinerend om te zien hoe een en ander vorm krijgt in een stripverhaal. En zelf kunstschilder zijnde, ben ik natuurlijk ook op zoek naar de inspiratie in de spanningsvelden tussen realiteit en fictie. En mijn jonge vrouwen, godinnen en nymphen, zijn ook allemaal menselijk, terwijl ze eigenlijk ieder voor zich, staan voor een benadering van een levensfilosofie, die, geboren in het Nabije-Oosten, via-via Europa heeft veroverd.
In de benadering van deze onderwerpen, gehaald dus uit de Griekse en Romeinse mythologie, probeer ik dan op mijn manier onze maatschappelijke oorsprong te doorgronden en vorm te geven. En zo zin te geven aan mijn eigen bestaan, anders dan me slechts voort te planten. Dat laat ik liever over aan anderen, die anderen waar ik vroeger vanuit mijn autoband-schommel al vanaf een afstandje naar keek. Wat ze hoogstwaarschijnlijk ook allemaal braaf gedaan hebben, terwijl ik op zoek ging naar de waarheden in de eh...... dinges! En dat Marten Toonder op dezelfde dag geboren is als ondergetekende is slechts toeval. Hoop ik.