Maandag, 01-05-2017

De Dag van de Arbeid, heel België is vrij. Zoals ik tegen Rik grapte: jullie doen dat precies om verkeerd (Belgisch!), de dag van de arbeid moet je juist werken, en de rest vrij nemen. En nu ik al weer terug in het hoge Noorden ben, moet ik ook maar gewoon aan het werk.
Over eergisteren: onderweg, ter hoogte van Düsseldorf stond ik even te pauzeren op weg naar België, hoorde ik opeens een vreemd vliegtuigje. Nu is dat mijn hobby, als kind al wist ik precies welk vliegtuig er over kwam, en waar het heen ging, zelfs aan het geluid kende ik de types en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Een tochtje naar Amsterdam, Schiphol naar de spottersplek, de Polderbaan (18R) is aan mij wel besteed. Het cijfer 18 duidt op de windrichting, pal zuid dus, in dit geval. De R op rechts (right), omdat Schiphol drie banen 18 heeft. L, C, en R, dat lijkt me dan duidelijk. En kom je juist uit het zuiden, dan heet diezelfde baan 36L. Da's logisch, hè, zou een beroemde (inmiddels overleden) voetballer zeggen. Wilt u een keertje mee vliegtuigen kijken, aanmelden en opstellen in rijen van drie.
Dus, op die parkeerplaats in Duitsland, keek ik op en zag een klein eenmotorig toestel overkomen. Dat is niet zo raar met een vliegveld vlak in de buurt. Maar wat er vreemd aan was, ik zag geen propeller, terwijl ik er wel een verwachtte, zo aan het viertaktgeluid van de motor te horen. Gelukkig had ik mijn camera bij me met voldoende telelens, om het toestel uit de lucht te kunnen plukken. Zodat ik ook het registratienummer kon lezen.
Nu, weer thuis, zag ik dat de foto gelukkig goed genoeg was om het allemaal uit te kunnen zoeken.
Bleek het een ultralight (ULV) te zijn met de propeller in het kielvlak, zeg maar het verticale staartvlak. Ik blij, zo eentje had ik nog nooit gezien. En wat dat betreft, is de kinderhand snel gevuld. Aan de hand van het nummer D-EKUM had ik al snel ontdekt dat het een Rheinflug RW-3, Multoplane4 was. Een hele mondvol voor een vliegend stoeltje en een heel bijzonder vliegtuigje.
Eén terechte conclusie: mijn gehoor is in ieder geval nog goed genoeg om te onderkennen dat het een nog nooit gehoord geluid was, da's ook mooi. Zelfs te midden van al het langsrazend verkeer. En op die hele “Parkplatz” zag ik echt niemand omhoog kijken naar dat heel bijzondere ding. Ik ben benieuwd hoeveel mensen dat echt gehoord hebben, ik denk eigenlijk, behalve ik, helemaal niemand.
Maar ja, Lexje was een bijzonder kind, en dat was ie! Is ie!
Verder was het een fraai weekend, het bezoek was kort maar hevig. En prettig. Heb van hen nog een fraai boek gekregen, alvast voor mijn verjaardag. Een serie op schrift gezette colleges van Michel Foucault, verzameld in een vierhonderd pagina's dik boek met de veelbelovende titel “De moed tot waarheid”. Omdat het, volgens Rik, perfect aansluit bij mijn manier van denken.
Ben er al in begonnen, het niveau is (natuurlijk) universitair, dus ik zal er wel wat werk voor moeten verrichten, wel wat hoger moeten reiken dan ik gewend ben. Maar dat houdt me van de straat, toch?
Ook hebben we een bijzonder goede pizzeria gevonden, waar nog een plekje vrij was. En waar ze ook een heel lange lijst pasta's hadden. De spaghetti was voortreffelijk al dente, de pesto krachtig (zelfgemaakt?) en er werd automatisch brood bij geserveerd. Dat moesten ze hier in Groningen ook maar eens leren. Een fraaie pizza met asperges met een mooie dikke bodem voor de heer des huizes en penne formaggio e prosciutto voor tafeldame Erika maakten het geheel af. Dus toen het bordje schoongesopt was met het brood, restte een voldaan gevoel. En dat gevoel is nog steeds aanwezig, zelfs nu ik dit verslag voor u doe.
P.S. die verjaardag is morgen, 2 mei om precies te zijn. En dan word ik 69. Maar bij mij associeert dat getal niet alleen maar met gevorderde leeftijd. Precies, de Française is nog lang niet dood in mij.

Dinsdag, 02-05-2017

Jarig, hiep, hiep, hieperdepiep, hoera. Zo zou het althans moeten zijn. Maar niet bij mij. Ik vier mijn verjaardag niet, net zomin als dat ik andere feestdagen vier. Voor mij is iedere dag een gewone dag. Of misschien juist wel een buitengewone dag omdat ik me nog steeds verwonder over het feit dat het weer licht is geworden. Dat heb ik mijn hele leven al zo gevoeld.
Maar het consequent doorvoeren van leven-bij-het-moment (dus ook het afschaffen van een verjaardag, of andere datumgebonden feestjes) stuit dermate vaak op maatschappelijke ongemakken, dat de meeste mensen de strijd al snel opgeven. Te vaak moet je een afspraak maken, te vaak ligt iets vast in de tijd, zodat een weigering daartoe je meer vijanden dan vrienden oplevert. Laat staan begrip voor je standpunt. Liever zou ik dat dan ook helemaal niet doen, afspraken maken, maar ja, ook ik wordt te vaak gedwongen door mijn omgeving die wel wordt gedicteerd door een agenda. En lieverkoekjes worden niet gebakken, zeiden ze vroeger altijd al.
Het wordt al niet eens begrepen door het merendeel der mensheid, dat het niet de tijd is die verstrijkt, maar het individuele leven. Dat de tijd juist de meetlat is waarlangs je je ontwikkelt, waarlangs je leeft. Tijd is niet een rivier, zoals in vroeger tijden wel werd aangenomen, maar jijzelf bent het water, stromend van bron naar zee, een eigen spoor trekkend door het statische land dat tijd heet. Om daarna weer terug te keren als regenwater voor een nieuwe reis.
Dit lijkt triviaal, maar voor de wording van uw eigen geest is het van het grootste belang om hier bewust van te zijn. U merkt dat ik wording en bewust expres uit elkaar heb gehaald. Omdat bewustwording een onmogelijke opgave is. Net zo min als dat een mens niet gelukkig kan worden, maar alleen maar gelukkig kan zijn.
Het uitsluiten van de tijdsfactor in uw emotionele beleving is van het grootste belang voor de ontwikkeling van uw perceptie. Bewustwording is flauwekul, in meer of mindere mate van iets bewust zijn, én dat onderkennen is wezenlijk. Dat is het verschil tussen zijn en niet zijn. Als je aldoor maar bezig bent rijk te worden, zul je het nooit zijn. Boekje hierover? Zen in de kunst van het boogschieten van Eugen Herrigel.
Dat krijg je dus er van, als je mij een paar uur opsluit in een autootje, zoevend over 's heeren wegen, dan vind ik vanzelf woorden om dingen duidelijk te maken die ik nog niet, of alleen maar anders, had kunnen uitleggen. En dat is een mooie, extra beloning voor een toch al heel mooie reis. Achthonderd kilometer voor een spaghetti pesto en wat verlichte gedachten, dat is je ware.
Nee hoor, lieve mensen in België, ik kwam echt voor jullie.
Dank voor de gastvrijheid.

Woensdag, 03-052017

De dinsdag/verjaardag is vrijwel geruisloos voorbij gegaan. Een paar telefoontjes, een paar reacties op Facebook (alles en allemaal even lief) en “Kartoffelsalat” met witlof. “Salat” natuurlijk, om nog even te refereren aan mijn, toch wel erg leuke, weekendtrip naar België via Düsseldorf. Overigens, ze rijden daar “auf der Autobahn” nog steeds als idioten. Rij je zelf zo'n 120 km/uur, komen ze je passeren alsof je stilstaat. Die moeten zeker tweehonderd rijden! En om de paar seconden weer zwaar in de ankers, omdat het eigenlijk veel te druk is voor dit soort escapades.
En als je dat nu doet op een zesbaansweg 's nachts, als er bijna geen ander verkeer is, alá. Daar kan ik dan nog inkomen, gezien de kick van het erg hard rijden. Ook ik heb motor gereden, ook ik ben verslaafd aan verkeersadrenaline. Maar overdag en druk en vierbaans, nee, dat maar niet.
Over die “Kartoffelsalat”, er is door onze oosterburen zelfs een cabaretesk vrolijk liedje van gemaakt. Te beluisteren via deze link van YouTube:
https://www.youtube.com/watch?v=WRblWrervsg
Verder heb ik een aantal, nog opgeslagen afleveringen van NCIS gezien, toch wel een van de leukste crime-series die ik ken. Als je tijd nutteloos wil besteden, is dat een goede manier.
Pantu was weer blij dat ze thuis was, heeft vrijwel de hele tijd bewusteloos in haar mandje gelegen. Zo'n weekend is voor haar vermoeiender dan voor mij. En als ze dan weer even wakker was, lag er een heel groot kauwbot van runderhuid op haar te wachten. En maar knarven. Goed voor de reiniging van de tanden en voor sterke kaakspieren. Het bot is ongeveer net zo lang als zij zelf, een prachtig gezicht. 's Avonds nog even naar Real tegen Atlético, beiden uit Madrid, gekeken, en als je dat dan ziet, lopen we in Nederland toch echt wel een beetje achter qua voetbalniveau. Die bekerfinale tussen AZ en Vitesse afgelopen zondag was immers het aankijken niet waard.
De Nederlandse topteams schitterden door afwezigheid in deze finale, die wilden volgens mij daar helemaal niet in betrokken raken, zo snel als die al uit dat toernooi lagen.
Gebabbel, allemaal zinloos gebabbel van mij, ik hou er mee op. Tot morgen. Inderdaad, vrijwel geruisloos.

Donderdag, 04-05-2017

Na mijn kleine “college” over tijd, hoe dat een statisch fenomeen is en juist u degene bent die beweegt, moeten er natuurlijk wel wat dingen rechtgezet worden.
Bijvoorbeeld: time flies when you're having fun! Helaas, tijd vliegt niet, u gebruikt de energie, die tijd nu eenmaal is, gewoon een beetje sneller als u plezier heeft in uw bestaan. Waardoor het lijkt, alsof de tijd sneller gaat. En u dus eigenlijk langzamer. So, you fly slow, when you're having fun.
En ook als u ouder wordt, onttrekt u meer energie aan dat fenomeen dat tijd heet. Ook dan doet u alles langzamer. Een actie, waarvoor u vroeger een kwartiertje nodig had, heeft nu een uur van uw energie nodig. Aftakelen is een krachtenvretend proces, er is steeds meer brandstof nodig om de zaak nog een beetje overeind te houden. Aangezien u die krachten zelf niet meer heeft, haalt u de resterende benodigde energie uit de tijd. En lijkt de tijd steeds sneller te gaan als u ouder wordt. Maar eigenlijk glijdt u steeds langzamer af, richting de kist. Of de oven, zo u wilt!
En dat is ons nog te snel, dus stellen we het liever nog wat uit. Wetenschap, doctoren, bejaardenzorg, verpleging, zij allen doen hun uiterste best, u zo laat mogelijk tussen die zes planken te krijgen. In de hoop dat zij hun eigen moment zo ook wat uit kunnen stellen. Helaas. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren, jawel. Kunt u het nog volgen?
Ik geef toe dat het verwarrend is, het is zelfs moeilijk voor mij om niet, al schrijvend, in de valkuil te trappen. En ook is het erg lastig de juiste woorden te vinden om het u het duidelijk te maken. Want onze taal is niet ingesteld op dit eeuwige statische zijn dat tijd nu eenmaal is. Wij kunnen daar maar nauwelijks bij met onze hersens. Of liever, met dat gedeelte, die tien procent van onze hersens, die wij gebruiken. Want die andere negentig procent zouden wel eens over onder meer dit onderwerp kunnen gaan. Hoe tijd en energie samenwerken, samenzijn.
En ook de wetenschap betrekt, schoorvoetend, de tijd als factor, in haar berekeningen. Waardoor 1 + 1 geen twee is maar de optelsom plus de tijd die u gebruikt heeft om tot die conclusie te komen. Bent u er nog bij? Hier begint het al aardig abstract te worden.
En bent u het spoor al lang bijster, geen nood, u hoort gewoon tot die 99, 999 procent die het ook niet kunnen bevatten. En dat hoeft ook niet, natuurlijk. Niets houdt u tegen om de tijd als rivier te zien, sterker nog, onze hele maatschappij is er op gebouwd, dus alles om u heen lijkt uw waarneming te bevestigen. Lekker rustig. Maar niet correct! Maar maak uw afspraken, leef uw leven en doe het goed. Dat is al mooi genoeg. Potverdikke, het lijkt wel een preek. Snel, van die kansel af.

Vrijdag, 5 mei 2017

Gisteren was de jaarlijkse dodenherdenking van de tweede wereldoorlog, de twee minuten stilte vind ik nog steeds zeer indrukwekkend. Dat zal wel nooit overgaan. En aangezien ook mijn leven behoorlijk is gekleurd door de Hitleriaanse waanzin, ik ben van 1948, zal dat wel extra impact hebben. Dat kan ik natuurlijk voor anderen niet beoordelen. Je zal maar een Joodse overlevende zijn, de enige van je familie en daar je verdere leven mee moeten dealen. Lijkt me vrijwel onmogelijk.
Wel weet ik, dat ik midden in een enorme geboortegolf ben terechtgekomen, waarvan ik nog dagelijks last heb. Waar ik ook ga, er gaan altijd duizenden met mij mee. Die daar ook last van hebben, natuurlijk.
Massaal zaten we in overvolle klassen, 40+ was heel gewoon, massaal gingen we op dezelfde baantjes solliciteren, massaal trokken we naar het platteland om goedkope arbeidershuisjes te gaan bewonen (die daardoor heel duur werden), massaal traden we in het huwelijk, en massaal kregen we kindertjes. Om zodoende nog een geboortegolf te veroorzaken. Waar ik overigens nooit aan meegedaan heb, om mij moverende redenen. En massaal gaan we nu met pensioen.
En deze keer een anti-autoritaire golf, zijnde een product van de oorlogsgeneratie. Daar hoef je geen wetenschapper voor te zijn om dat te begrijpen. Die anti-autoritaire generatie, daar maak ik me nog steeds wel wat zorgen om. Als alles democratisch opgelost moet worden, is de democratie de nieuwe dictator.
Op scholen en universiteiten zeer goed waar te nemen. Vele docenten, leraren, professoren zuchten onder de terreur van de nieuw verworven inspraakmogelijkheden.
Freek de Jonge deed in een van zijn shows daar ook een boekje over open: “....en dan roep ik “INSPRAAK!” en dan is het gelijk weer stil. Want ze hebben niets te melden, die (opstandige) jongeren.” Aldus een van de grootste cabaretiers van Nederland. Je kunt van Freek houden of hem haten, een tussenweg is er niet. Maar ontkennen dat ie een grote geest is, daarvan kan geen sprake zijn.
Door en voor die tweede generatie werden alle scholen vernieuwd, ze schaften het brede onderwijs af, alles moest resultaatgericht, klaargestoomd voor een baan, dienstplicht afgeschaft, voortaan dienstplichtig aan de sociaaldemocratische maatschappij. Die het woord sociaal snel vergat en zich neoliberaal ging noemen.
Neoliberaal, de nieuwe vrijheid. Als het niet zo droevig was, zou je er bijna om moeten lachen. Er bestaat geen nieuwe vrijheid, er bestaat ook geen oude, er bestaan uitsluitend grenzen. En territoria. Probeer maar eens een grens te overschrijden, een territorium te ontvluchten, moet u zien wat er gebeurt.
Hoezo nieuwe vrijheid!
I rest my case.

Zaterdag, 06-05-2017

Beschrijf ik hier meestal wat ik de vorige dag heb gedaan en/of gedacht, vandaag maar eens wat ik van plan ben te gaan doen. Want gisteren was ik behoorlijk ziek van een virus dat rondgaat. Keelpijn en een loopneus, de tandarts afgezegd, dat wil je zo iemand toch ook niet aandoen. Met een paar aspirines rustig aan doen, was het advies. Dus dat heb ik maar gedaan.
Voor deze zaterdag: de weersverwachting is eindelijk goed, behoorlijk wat zon verwacht met 16 graden Celsius. Dat lijkt er tenminste een beetje op. Onkruid schoffelen in de tuin, ik heb een stuk tegelvrij gemaakt waardoor nu het onderliggende scherpe zand bloot ligt. Mussen zijn er gek op voor het zandbaden en ook Pantu mag zich er erg graag in rollen.
Toch groeit ook op dit scherpe zand nog genoeg gras en onkruid zodat een beetje bijhouden geen overbodig werkje is. Wel zit het behoorlijk los in het zand zodat het niet lastig is om te verwijderen, dit in contrast met een groot stuk waar de vorige bewoner een kleine papyrussoort heeft neergezet. En die zich teveel heeft uitgebreid.
Deze taaie rietachtige maakt een dicht tapijt van wortels op ongeveer twintig centimeter diepte, dus om die te verwijderen moet je graven en scheuren. Zwaar werk voor iemand wiens hart het niet meer zo goed doet. Elke mooie dag een stuk is de beste oplossing. En dan begin ik met een takkenzaag om die wortelmat in stukken te zagen, anders is er helemaal geen trekken aan. We zullen zien of ik er weer wat van af kan krijgen.
De magnolia is intussen al geheel getransformeerd van wittebloemendrager tot groene struik, mijn fuchsia is toch weer aan het uitlopen, wat ik niet verwacht had vanwege vorstschade, en de rhododendron barst zowat uit zijn knoppen. Mijn rotstuintje, dat ik eigenlijk een beetje opgedragen heb aan Teja, doet het ook prima, dus het ziet er allemaal mooi genoeg uit, buiten. Voor mij, dan.
Verder komt Wia vanavond mihoensoep eten met kip en garnaaltjes (zij neemt gelukkig een toetje mee) dus daar heb ik ook nog wel wat werk aan. De bouillon heb ik gisteren al gemaakt van kippenpoten, door mezelf Marokkaans gekruid en gebraden, en dat levert een krachtige soep op. Als groente gebruik ik peultjes, little gem en paksoi, afmaken met wat croutons en een in water “gebakken” ei en smullen maar. Marokkaanse kruiden op de gebraden kippenpoten die later in de bouillon gaan om de ve-tsin wat te compenseren, die die rare Chinezen in bijna al hun gerechten donderen. En waar teveel mensen last van krijgen (ik zelf ook), zodat ik het maar liever een beetje mijd. Hoewel het nog niet wetenschappelijk is aangetoond dat het echt slecht is. Maar dat zegt tegenwoordig niet zoveel meer, aangezien die wetenschappers betaald worden door de fabrikanten van dat spul. (inmiddels mij ter ore gekomen dat de giftigheid wél bewezen is!)
Verder is de ook Giro begonnen zodat ik stiekem af en toe even opzij kan kijken of Nederlandse wielrenners zich een beetje in de picture rijden. Want dat doen ze graag in deze prachtige, Italiaanse ronde. Die ik persoonlijk een stuk mooier vind dan de Tour de France. Maar over smaak valt niet te twisten en dat doe ik dan ook niet.
Morgen zal ik u berichten of alles is gegaan, zoals ik nu hier heb gepland. Want als er iets onzeker is, dan is het wel de toekomst.

Zondag, 07-05-2017

Zoals ik gisteren al schreef, niets is zo onzeker als de toekomst.
Het etentje ging niet door, Wia is vierentachtig, op zo'n leeftijd moet je niet aan een griep worden blootgesteld. Want mijn aankomende griepje van gisteren is een echte griep geworden. Compleet met rauwe strot, tranende ogen, loopneus en gammele knieën. En dat gun je niemand.
En 't is niet dat ze nu zo'n teer poppetje is, ze is een Friezin (geboren op een hoek, zeggen ze hier), dus die kunnen wel wat hebben. Maar toch komt ze wel op zo'n leeftijd, dat dit soort ziektes harder aankomen dan als je nog een jong lijf en een goede conditie hebt.
Dus het was thuisblijven geblazen voor mij. Extra paracetamolletjes, veel dutjes tussen de hoestbuien door, ik werd er bekaf van. En er is ook niet veel uit de creatieve geest gekomen. Want als het lichaam ziek is, lijkt de geest wel zwaar verdoofd. Er sijpelt wat door, maar er echt over naar huis schrijven kun je niet. En hoef ik trouwens ook niet, ik ben er al, immers.
Wel kreeg ik, toen ik toch even achter mijn computer zat, vrij uitzicht op mijn tuin, plotseling bezoek van twee foeragerende Vlaamse gaaien. Gelukkig lag mijn camera klaar, dus een mooi plaatje zat er wel in.
Gelijk even gepubliceerd op mijn Facebookpagina en dat leverde een hoop leuke reacties op. Het zijn dan ook prachtige vogels. De benaming Vlaamse is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van het feit dat deze gaai, bij tijd en wijle, de Lage Landen vanuit het zuiden invasief overspoelt (nog steeds), en de Nederlanders ervan uitgingen dat die mooie vogels allemaal afkomstig waren uit, u raadt het al, Vlaanderen.
En inderdaad, ook dit jaar is er waarschijnlijk zo'n invasie, je ziet er erg veel, overal. Dus vandaar, misschien, dat ze nu ook mijn stadstuin met een bezoekje vereerden. Zo kun je, ziek thuis zijnde, toch nog wel wat van de buitenwereld meekrijgen. En ook een beetje met de feitjes rotzooien. Heerlijk!

Maandag, 08-05-2017

Waarom mensen nooit zeggen wat ze bedoelen.
Als een vrouw tegen jou, als man, zegt, dat je bindingsangst hebt, bedoelt ze eigenlijk: “ik wil graag een kind maar zoek daar iemand voor die bij mij blijft, want ik durf het niet alleen. En nu zit mijn minderwaardigheidscomplex me in de weg, want ik vind mezelf niet mooi genoeg, ben ik wel mooi genoeg, vind jij me wel mooi genoeg, ja hè, ja hè, ja hè!”. Tegen die tijd hoef je als man niet meer, tenzij je je hersens in je pik hebt zitten. Want dan zit je geweten daar ook, en poets je de plaat na de daad.
Trap je daarna ook nog in de leugen dat jouw zaad dus goed genoeg was om de soort te reproduceren, zit je al aardig gevangen in het web, dat politiek rechts zo fraai noemt: regeringsverantwoordelijkheid nemen. En hoe dat mis kan gaan, zie je wel aan de voormalig socialistische partij, de PvdA! Die wilden zo graag meeregeren dat ze zichzelf, na vier jaar rechts beleid uitvoeren, opeens terugvinden als kleine partij. Nog net geen splinterpartij, dat had ik ze ook niet gegund. Dit is al erg genoeg.
Als een man tegen jou, als vrouw, zegt: “ik zal altijd bij je blijven”, bedoelt hij eigenlijk: “wat ben jij een lekker ding, ik vind jou wel mooi genoeg, daar krijg ik hem echt wel van omhoog en dat zal zo blijven zolang jij zo'n lekker ding bent.” En begonnen is de wedloop tegen de tijd, die elke vrouw, uiteraard, zal verliezen. En na een jaar of zeven heeft die man allang weer andere “lekkere dingen” gespot, zodat zijn belofte al behoorlijk op losse schroeven komt te staan.
Als je als vrouw tegen je man....
Zo had ik vandaag mijn dagboek willen beginnen. Gelukkig heb ik dat niet gedaan, aangezien ik ook niet altijd zeg wat ik bedoel. Nou ja, een beetje meer dan vele anderen, dat wel (en dat heeft me al vele vrienden gekost). Dus stop ik mijn relatiekritiek weer in een diep hoekje van mijn geest. Daar waar alle miskleunen van het mensdom zitten. Want ik geef u niet de schuld, man of vrouw, net zo min als ik een individuele gelovige de misdaden van de religieuze instellingen ga verwijten. Of een VVD'er het asociale beleid van het kapitalisme. Hetgeen natuurlijk niet betekent dat dat beleid en die misdaden niet plaatsvinden. Maar het gekke is dat we, als mensen, dan opeens wel de schuldigen willen straffen, maar het instituut vrijpleiten. Alsof dat onaantastbaar is, een nieuwgekozen god. Zo willen we ook graag politieagenten uitschelden terwijl ze gewoon hun werk proberen te doen, maar het rechtse beleid, dat er in zijn krankzinnige bezuinigingsdrift voor zorgt dat ze dat niet kunnen doen, laten we ongeschonden. Vreemd, toch?
Ik ben erg blij dat ik mijn dagboek zo niet ben begonnen, kun je nagaan wat een tumult dat weer had opgeleverd bij al die politiek correcte vrouwen die denken, dat emanciperen hetzelfde is als net zulke topfuncties bekleden als mannen doen. Gelukkig heb ik dat allemaal niet geschreven, pfoei.... ik wis me het zweet van het voorhoofd. Echt waar!
Maandag, 08-05-2017 (vervolg)
Gisteren weer een beetje beter dan eergisteren, qua gezondheid. En deze morgen ook weer wat beter. We hebben het ergste gehad, lijkt wel! Gelukkig maar! Gebabbel, gebabbel, gebabbel....
En wat goed, hè, dat ik het niet over de sof van Faaienoort heb gehad.

Dinsdag, 09-05-2017

En natuurlijk wil ik het wel even over de “Sof van Faaienoort” hebben, en al helemaal toen ik iemand de term “Zeperd van Zuid” hoorde uitvinden. Daar was ik wel jaloers op. Een schitterende alliteratie, beter dan het spel van mijn favoriete voetbalcluppie. Naast de plaatselijke FC dan, hè! Grunn'n. Die overigens, qua speelstijl wel een beetje op Feijenoord lijkt. Harde werkers, reuzendoders en door het ijs gaan tegen de zwakken, zoiets. Maar het was niet om aan te zien, afgelopen zondag in Rotterdam, denk dus nooit dat je er al bent voordat je er bent, waar je ook maar heen wil gaan. Iets over huiden verkopen en beren schieten, of zo.
Overigens, voor ik boze brieven of e-mails krijg, het is echt Feijenoord, met een lange ij. De Griekse Y is er later pas in gekomen. Die staat, gek genoeg, wel pontificaal in de naam op de Kuip.
Verder is bij mij nog steeds het griepkucheltje aanwezig tezamen met de loopneus, dus nog even volhouden. Het zal wel goed komen, denk ik zo.
Niets te melden, gelukkig geen boze reacties gekregen op het dagboek van gisteren over al die zaken, die ik gelukkig niet benoemd heb. Van meisjes van alle leeftijden die niet ver genoeg doorgelezen hebben, want dat kan natuurlijk ook nog eens. Er zijn altijd meer mensen die een tekst verkeerd begrijpen, dan die wel weten wat ze lezen, vraag dat maar aan de apostelen.

Woensdag, 10-05-2017

Gisteren kwam ik er door een telefoontje plotseling achter hoe ik, door het schrijven van een dagboek, opeens elke dag weet wat voor dag het is. Nooit beseft, dat daar de prijs lag die betaald moest worden. Terwijl ik me mijn hele leven al verzet tegen de menselijke neiging alles maar onder controle te krijgen. Afspraken zijn voor mij een kwelling, agenda's zijn vervloekte boekwerkjes en alle uren die ik, vlak voor de afgesproken tijd met iemand, moet doorbrengen met nutteloos wachten, zijn voor altijd verloren. Wasted time.
Ook heb ik er de pest over in, als ik in ziekenhuizen uren moet wachten op drie minuten onderzoek. Maar dat heb ik met meer mensen gemeen. Daar is het echter meer machteloosheid. Vaak gepaard natuurlijk met lichamelijk ongemak, je zit daar meestal toch niet voor niets. En dan ook nog getreiterd door glossy's, uitnodigend op de wachtkamertafels uitgespreid, die mij vertellen dat ik het allemaal verkeerd heb gedaan en nooit, maar dan ook nooit gelukkig kan worden, zonder zo'n verbouwd boerderijtje op het rustieke platteland. Met vlak voor de deur uitnodigend water, waar een leuk bootje op mij en m'n modelfamilie ligt te wachten op onbelemmerd vaarplezier.
Gelukkig heb ik, wat die glossy's betreft, al het inzicht verworven dat een mens niet gelukkig kan worden, maar het alleen maar kan zijn. En dat scheelt een hoop werk. Én ergernis. Zodat ik die bladen met een glimlach weer terzijde kan leggen. Gewoon mooie plaatjes kijken van onbereikbare automobielen die 270 km/uur kunnen en dat in Nederland niet mogen. Dus uitsluitend status-symbool zijn.
Gelukkig zijn we aan het eind van de reis allemaal even arm (of even rijk, 't is maar hoe je het bekijkt). De man met de zeis heeft geen portemonnee nodig, het geld is voor de achterblijvers. Die daar vervolgens ruzie over gaan lopen maken. Dus als u veel van uw familie houdt (en van u zelf), maak al uw geld op. Geef het onbekommerd uit, zorg dat de staat er niet met het meeste vandoor gaat (u hebt geen inspraak, waaraan ze het gaan uitgeven) en heb plezier van uw goedgespaarde centjes. U bespaart ze een hoop ellende. Is het omgekeerde het geval, bent u blij dat u die etterbakken eindelijk achter u kunt laten, zorg dan dat ze genoeg hebben om heisa over te maken. Heerlijk, hebt u toch het genoegen om lekker na te trappen, over het graf heen. Dat moet dan toch wel de hemel zijn! Waar ze geen kalenders hebben en de tijd eeuwig duurt en u nooit meer hoeft te weten wat voor dag het vandaag is. En glossy's hebben ze daar ook niet, u woont er al in eentje.

Donderdag, 11-05-2017

Dat ik op mijn oude dag nog ijdel zou worden! Voor mensen die mijn Facebook nooit bekijken: af en toe verander ik mijn profielfoto, soms wordt het een bloem, soms een stukje schilderij en soms ook een zelfportret. Nu heb ik kortgeleden als profielfoto een zelfportret gemaakt via de spiegel in de douche, en die opname bleek erg geschikt om grafisch te maken. Zo noemden we dat vroeger toen we nog zelf ontwikkelden en afdrukten. Zwart-wit en met een lage resolutie, zodat details verdwenen. Met zo'n soort foto heb ik trouwens ooit nog eens een wedstrijdje gewonnen. Van een beeld van een visserman in de haven van IJmuiden. Misschien kan ik die nog terugvinden in de enorme hoop troep van vroeger, maar da's van later zorg.
Het grafisch maken van het doucheportret lukte echter zo goed, dat ik het resultaat niet alleen heb gebruikt als profielfoto, maar het tevens heb laten afdrukken op een koffiemok. Echt waar! Ik geef toe dat dat wel erg is. Maar het resultaat mag er wezen. Zie de foto!
Voor de rest gaat het vandaag duidelijk een heel stuk beter dan gisteren, vanmiddag dus maar weer wat langer wandelen met Toetje. Ze is toch op haar best als ze al wandelend hele terreinen mag verkennen, af en toe door een plas rennen als een hovercraft of zich heerlijk door een of ander geurtje mag rollen. En achter de bal aan rennen, natuurlijk, waarbij het sprintje dat ze dan trekt het bekijken meer dan waard is. Daar kan geen Nelli Cooman tegen op. En die kon er wat van. Dat weten de iets ouderen onder ons nog best.
Voor zo'n klein landje hebben we toch nog heel wat goeie loopsters opgebracht. Vroeger hadden we de wereldberoemde Fanny Blankers-Koen, later Ellen van Langen en de al genoemde Nelli Cooman, al was Nelli een erfenis uit ons koloniale criminele verleden, en tegenwoordig de superatleet Dafne Schippers. Die net als Obelix vroeger wel in een ton toverdrank lijkt te zijn gevallen.
Over Fanny: wist u dat ze bij thuiskomst (na vier keer (4!) goud op de Olympische Spelen van Londen in 1948, mijn geboortejaar) werd verrast met een heuse fiets? Die ook nog door haar buurtgenoten was bekostigd? Daar moet je tegenwoordig eens om komen!

Vrijdag, 12-05-2017

Vandaag maar eens een gedichtje van vroeger.
Over communicatiestoornissen in de liefde.
De verwarrende, heerlijke, criminele, wrede liefde. Die sterker blijkt te zijn dan de overtuigingskracht van je ego.
En dat moet natuurlijk ook, anders kwamen er nooit meer nieuwe mensjes. Want ethisch en esthetisch is een paring natuurlijk niet om aan te gluren, zoals dat tegenwoordig zo mooi genoemd wordt.
Niet dat dat van mij nu zo nodig moet, al dat gepaar, de Aarde is al vol genoeg, maar hormonen houden zich niet aan rationele beslissingen. Maar na die paring moet je ook nog eens goed met elkaar op kunnen schieten, elkaar een beetje willen begrijpen. Tenminste, als je denkt (en wil) dat er nog een keertje zo'n vrijpartij in het vat zit. Laat staan een verbintenis van een aantal jaren.
En dat het daar vaak mis gaat, bij dat elkaar kunnen begrijpen, laat het volgende sonnet zien. De zinnen worden door man en vrouw om en om gezegd:

Telefoongesprek
Dag, liefste, mij, ik wou gewoon je stem eens horen
Hallo...., zeg, moet je horen, 'k heb nu niet zoveel tijd voor jou
Dat geeft niet lief, als je maar weet, da'k heel veel van je hou
Want weet je, met jou in mijn leven. is 't niet meer als tevoren
Ik wil niet meer als vroeger, 'k wil jou alleen bekoren
'k Was nog maar nauw'lijks toe aan liefde & aan trouw
Want 'k vind het leven heerlijk, met jou als lieve vrouw
Ik krijg de vage indruk, dat je me niet wil horen
Natuurlijk hoor ik jou, ik kan je zelfs verstaan
Als je me goed begrijpt, wil dan eens naar me luisteren
Ik luister, schat, ik hoor je goddelijke stem
Zo kan het echt niet langer, je dwingt me aardig klem
'k Zal mooie dingen in je liefelijke oortjes fluisteren
Nu is 't genoeg, 'k gooi nu je spullen uit het raam.

Missie mislukt! Project afgeblazen! De toren van Babel opnieuw verrezen!


Zaterdag, 13-05-2017

De inhoud van de vrijdag wordt al vaster een traditie, namelijk: grote huishouddag. Alles gaat even van de plek, overal de stofzuiger langs, vochtige doek over de planken en al het zand en de haren van mijn blaffende huisgenoot verwijderen. En zo'n hondje kan er wat van! Van ontharen, bedoel ik, dat blaffen doet ze alleen als er aangebeld wordt.
Gelukkig heeft een huis vaste tochtpatronen zodat het haar altijd op dezelfde plekken ligt, dat scheelt alvast. Maar het zand laat zich door wat tocht niet verplaatsen. Daarvoor zal je toch door het hele huis moeten. En dan zijn dat toch heel wat meer vierkante meters dan je je realiseert. Voor één persoon! Vroeger woonden hele families op hetzelfde oppervlak. Moeder, vader, vijf à zes lawaaiige kinderen, allemaal heel gewoon. Logisch dat de onderlinge sociale regels dus ook heel wat strakker waren, op het rigide af. Noodzakelijk, zelfs, om de lieve vrede een beetje te bewaren.
Dat dat niet altijd maar verkeerd is, bewijzen de vele burenruzies die momenteel aan de orde van de dag zijn. Rekening houden met elkaar wordt niet meer geleerd, dus zie je steeds meer hufterigheid opduiken. Vooral daar waar te veel mensen te dicht op elkaar zitten. In het verkeer, flats en sociale huurwijken, de ellende is af en toe niet te overzien.
Door festivals nu al stokdoof gemaakte jongeren, die thuis de muziek op windkracht tien zetten en dan verbaasd zijn dat de buren aan de deur gaan lopen rammelen, tientallen neergekwakte fietsen die voor de deuren van studentenkotten hun laatste dagen lijken door te willen brengen als ware het een verzorgingstehuis, de verloedering slaat al verder toe. En niemand schijnt zich er meer aan te storen. Sterker nog, als je er wat van zegt, ben je een ouwe zeur.
Ach, en misschien ben ik dat dan ook wel een beetje, ik heb in ieder geval mijn leeftijd mee om een mopperkont te zijn. Een aardige mopperkont, weliswaar, maar toch, een mopperkont.

Zondag, 14-05-2017
Ben aan de Nitrazepam. Dat moet ik af en toe om de overspannen geest wat rust te gunnen. Aan het eind van mijn zenuwen zit namelijk altijd een woede-uitbarsting, meestal gericht tegen het gisteren al aangehaalde ontbreken van sociaal gevoel. Die woede-uitbarstingen kan je terugvinden in het uiterst leerzame boekje van Alice Miller: het drama van...
Sinds Teja en ik een vreselijke tijd met onze benedenburen hebben gehad, die pas na drie jaar door de woningstichting kon worden bestraft met woninguitzetting, is teveel burengerucht voor mij “the trigger”. De druppel die de sociale emmer doet overlopen. Meestal onderken ik het tijdig en moet mezelf dan ook een beetje bezweren met gedachtes als: het is nu eenmaal zo, andere mensen leven ook, sommigen houden van de hele dag muziek om de kop, enz. enz. maar niet altijd lukt dat. En als de lawaaimaker dan nog wel een beetje sympathiek is, dan helpt dat ook wel. Maar is het een hufter dan breken bij mij snel de dijken. En een heftige overstroming is dan het gevolg, daar kunnen ze in Zeeland nog iets van leren.
Ik ben er namelijk heilig van overtuigd dat hufterigheid uitsluitend te stuiten is met hufterigheid, dat is namelijk de enige taal die ze kennen. Daar kan je nog zoveel “Age of Aquarius” tegenaan gooien, daar zijn ze totaal ongevoelig voor. Liefde lost niet alles op, moet je maar denken. Soms moet je wel bommen gooien. Het is niet anders. En dan hoeft het natuurlijk niet gelijk een atoombom te zijn. Maar deze oprechte overtuiging helpt ook al niet mee, het gevaar van dijkdoorbraak te neutraliseren. Dus dan maar aan de pil.
Het nadeel echter van de Nitrazepam Mylan, zo heet het voluit, is dat ik dan ook beter niet moet autorijden en al helemaal niet mag drinken. Nu doe ik dat laatste dus niet, zoals bekend mag worden verondersteld, maar het autorijden.... ai! Dat doet pijn. Want koffie en autorijden, dat zijn toch twee dingen die ik liever niet zou willen missen.

Maandag, 15-05-2017

Het kampioensweekend is voorbij en mijn kluppie heeft gewonnen. Het voetbal waar ik van hou, is de grote winnaar gebleken. Werklust, inzet, fouten, maar vooral liefde voor het voetbal kenmerken deze club. Had ik eerder in dit dagboek Dirk Kuyt al geroemd en benoemd tot ideale schoonzoon, hij gaat nu de boeken in als kampioenmaker. Met zijn honderdste eredivisiedoelpunt maakte hij Feijenoord de beste van Nederland, precies waarvoor hij teruggekomen was. Dat hij die honderdste goal ook nog uitbreidde tot een hattrick, was natuurlijk helemaal geweldig.
En aangezien ook de lokale FC de nacompetitie heeft gehaald (en dat is al heel mooi), ben ik een blije televisiekijker geweest, afgelopen weekend.
Dat is maar goed ook, want de rustgevende pillen laten naast hun verdovende werking ook een dorre woestenij achter in mijn hoofd. En zoals gebruikelijk in dat soort contreien liggen daar uitsluitend adders onder het gras, terwijl er verder nagenoeg niets wil groeien en bloeien. Addertjes in de vorm van plicht en belofte aan jezelf, om toch elke dag een aflevering voor dit dagboek af te leveren. Hetgeen onder deze omstandigheden dus vrijwel onmogelijk is. Niet die aflevering, u zit hem nu te lezen per slot van rekening, maar wel een aflevering waarin ook nog iets zinnigs vermeld wordt.
Op een opsomming van wat ik allemaal in de wasmachine gegooid heb, zit u per slot van rekening ook niet te wachten. Laat staan of het ook nog schoon is geworden.
O ja, we hebben het Eurovisie Songfestival alweer niet gewonnen, de vakjury had nog wel het beste met ons voor (vijfde plek), maar de kijkers thuis waren duidelijk niet gecharmeerd van die drie loepzuivere damesstemmetjes. Misschien nog wel van die stemmetjes, maar de gebaartjes erbij waren toch wel erg slecht. Als ze stil waren blijven staan, hadden ze vast een beter resultaat gehaald. Maar ja, dat zullen we nooit weten.
Tot zover maar vandaag, morgen gaan we wel weer de wereld redden. Dat zit er vandaag niet in.

Dinsdag, 16-05-2017

De dagen rijgen zich wat aaneen zonder al te grote veranderingen en/of gebeurtenissen. De zomer is onderweg, de temperaturen beginnen al boven de twintig graden uit te stijgen, de eerste bloemen in de tuin zijn al weer uitgebloeid en mijn hengel staat nog steeds ongebruikt in de schuur.
Misschien wordt het tijd om die spulletjes maar weer eens na te kijken en dan weer met een bootje het Leekstermeer op te gaan teneinde wat te gaan vissen.
Na Teja's dood heb ik het een paar keer geprobeerd, maar toen was het alleen zijn opeens veranderd in eenzaam zijn.
En waar alleen zijn een bijna euforische staat is voor mij, is eenzaamheid dodelijk. Dus toen ben ik eerst maar eens gestopt met hengelen. Dat is inmiddels al bijna drie jaar geleden.
Toch heb ik prachtige uren beleefd, heel vroeg in de morgen op het meer. Schuchter, zo zeggen poëten dat, wordt het licht, vogels beginnen zich te roeren, boven het riet cirkelt al loom een vroege rover. Rietzangers, baardmannetjes en karekieten laten de rietstengels als uit zichzelf bewegen, de vogeltjes zelf zie je zelden maar hoor je des te beter. Omdat ze zo goed verstopt zitten, hebben ze een fors geluid nodig om zich kenbaar te maken aan vijanden, dan wel eventuele partners. Kgrr-kgrr-kiet-kiet klinkt het scherp op nog geen tien meter bij u vandaan. Dat is de grote, weet u dan. De grote wat.... nou, luister dan....kgrrr-kiet. Ja dus, goed geraden. De kleine is iets melodieuzer, alhoewel melodieus wel een heel groot woord is voor deze serie geluidjes. En zit je net lekker in je boot je hengels klaar te maken voor het vissen, word je opeens verrast door het zoevende zwiepgeluid van een paar zwanen die laag overkomen. Dat hoor je nog lang nadat ze gepasseerd zijn, daarna keert de stilte weer. Dan heb je geen meditatie meer nodig.
Dobbers in het water, beetje bijvoeren en dan duurt het meestal niet zo heel lang voordat de eerste rimpelingen aangeven dat er leven is in de onderwaterbrouwerij. En al gauw heb je dan ook beet.
Na een paar vissen uit het water gehaald te hebben, ik probeer dat zo goed en zo netjes mogelijk te doen zodat ze weer terug het water in kunnen, begint de mensenwereld om een uur of half zeven wakker te worden.
Je hoort als het ware al die wekkers tegelijkertijd afgaan, wc's die doorgetrokken worden, toast die geroosterd wordt en de eerste auto's gestart. En opeens, binnen een aantal seconden, is de wereld vol lawaai, blijkt de snelweg toch vlak langs het meer te lopen en is de heerlijke stilte overleden.
Morgen weer, denk je dan. Maar dat doe je niet! Niks morgen weer! Want morgen heb je al je spulletjes weer opgeruimd, alles weer schoongemaakt en opgeborgen tot de volgende keer dat je denkt: hé, 't is al weer een tijdje geleden dat ik gevist heb. En dan begint dit verhaaltje van voren af aan. Maar het is nooit hetzelfde, dat scheelt. De natuur kent geen herhalingen, je kunt niet even terugspoelen om diezelfde zwanen nog een keertje te kunnen zien overkomen. En dat is mooi, zou mijn muziekleraar François zeggen, want twee keer hetzelfde is nog steeds hetzelfde. En daar had ie groot gelijk in!

Woensdag, 17-05-2017

Na het dagboek van gisteren kreeg ik wel erg veel zin om toch maar weer te gaan vissen. Ben dus maar even op pad geweest om spullen in te slaan. Dat moest wel want de grote tas met dobbers, lood, tangetjes, haaktrekkers en vele andere zaken die een zichzelf respecterende visser bij zich dient te hebben, is vorig jaar gestolen uit mijn schuur. Ik had die open laten staan, zelf vergeten af te sluiten en een paar uur later werd ik door een buurman gewaarschuwd dat ze mijn schuur aan het leeghalen waren. Toen was ik al te laat.
E-bike, elektrische buitenboordmotor met oplader en de grote sporttas waren de gemakkelijkste prooien voor het geteisem. Heb nog vele weken op Marktplaats rondgekeken, maar nee hoor, weg is weg. De politie is er ook nog bij geweest, maar ja, ik had de deur zelf open laten staan. Er is een proces-verbaal opgesteld, heel braaf, maar uiteraard heb ik er nooit meer iets van gehoord. En de verzekering keert natuurlijk ook niets uit. Terecht, vind ik. Moet je maar beter opletten.
Maar voor het vissen heb je al die zaken echt wel nodig, dus dan maar weer op pad. Gelukkig hebben ze mijn hengels niet meegenomen, daar hadden ze duidelijk geen verstand van. Want een van die dingen was een negen-meter-zeventig lange lichtgewicht hengel, die je met één hand kunt vasthouden, als het moet. Heeft u wel eens aan het andere eind gestaan van bijna tien meter hengel? Het is een zeer imposant gezicht, dat verzeker ik u. Erg handig voor de overkant van niet al te brede waters. Maar ook kostbaar. En die hadden ze gewoon laten staan. En daar ben ik toch wel blij om.
Dus zeer binnenkort kunt u me weer aantreffen, met hond, op een van de stekken die ik de afgelopen drie jaren niet meer heb gezien. Of op het Leekstermeer uit het dagboek van gisteren. Héél vroeg, om het weer licht te zien worden. Tot dan.
Ben benieuwd of het me lukken zal om het verleden achter me te laten. Koffie en broodjes mee! En m'n e-reader voor leuke verhaaltjes en mooie muziek. Wie doet me wat!

Donderdag, 18-05-2017

Het burengeruchtprobleem min of meer opgelost. De buurman, die eindelijk doorkreeg dat er toch echt wel iets ernstig mis ging, heeft me benaderd en we hebben een goed gesprek gehad. Voor zover mogelijk. De kou is uit de lucht en dus de spanning uit mijn nek. Wat natuurlijk wel zo prettig is, als je een beetje van je eigen tuin wil genieten. Die overigens erg goed gaat, dit jaar.
De uitgezaaide Texelse boshyacint bloeit rijkelijk tussen de oranje klaprozen, in een andere hoek van de tuin lijkt een brede lathyrus het echt te gaan doen. Dat levert straks, in de herfst, natuurlijk weer prachtige bloemen op. En net vandaag zie ik de knoppen van mijn rhododendron hun prachtige bordeauxrode bloemgeheim prijsgeven. Het meerkleurige longkruid bloeit al een tijdje en zal dit ook wel weer tot het najaar volhouden. Die meerdere kleuren, dat schijnt te maken te hebben met het bevruchten door de insecten. Rood beginnend, worden ze bestoven door enthousiaste vliegers om daarna te veranderen in kleine paarsblauwe bloemen waar geen mot meer trek in heeft.
Ook de trotse zuilen van het vingerhoedskruid zijn al weer een centimeter of tachtig hoog zodat, als de hommels arriveren, straks, de bloemen net op tijd open zijn om ze te belonen. Dat levert weer prachtige foto's op, natuurlijk. Die verleiding kan ik nooit weerstaan, hoe zo'n prachtig beest die schitterende witte bloem in kruipt om zijn buikje te vullen, in alle rust. Bang is zo'n hommel niet, hij heeft zijn postuur dan ook wel mee vergeleken met bijen, wespen, zweefvliegjes en al die andere duizend soorten die ik niet bij naam ken. Laat staan hun roepnaam.
Vlinders heb ik nog maar nauwelijks gezien, het natte, koude voorjaar zal daar vast debet aan zijn. Maar ik twijfel er niet aan dat ook die straks wel weer langs zullen komen. Misschien toch maar eens denken over een nieuwe vlinderstruik, succes is dan verzekerd.
En ook de vogels weten dit jaar mijn tuin te vinden. Het volharden in voer beschikbaar stellen, buiten, levert uiteindelijk toch het gewenste resultaat op. Kauwtjes, merels, heel veel mussen maar ook kool- en pimpelmezen laten zich regelmatig zien. Een paartje Vlaamse gaaien heeft mij al eens met een bezoek vereerd, af en toe wat houtduiven en een enkele ekster kan ik ook al bijschrijven op het lijstje. Voor de kleine vogels heb ik zo'n voerautomaat gekocht waardoor de grotere vogels niet bij de lekkernijen kunnen komen. Het mooie is dat die groten dat schijnen te weten, ze doen geen enkele poging om toch bij de automaatpinda's te geraken. Terwijl hun voer er toch vlak naast hangt. Slim hoor! Maar de pienterheid van de kauw is spreekwoordelijk, hij is toch de Einstein onder de vogels.
Helaas zijn, wat die slimheid aangaat, de zaken angstwekkend omgedraaid. Waar vroeger de best aangepaste aan de natuur overleefde, is het nu zover gekomen, dat de soort die zich het beste aanpast aan de mens, de grootste en beste kansen heeft. Zodat straks, als de laatste Adam, samen met zijn laatste Eva, de laatste adem zal uitblazen, de kauwtjes zullen overblijven. Wat zullen ze eenzaam zijn zonder ons! Einsteins zonder publiek.

Vrijdag, 19-05-2017

Veel bezig geweest met correctiewerk. Dit dagboek wordt nog voortdurend bijgeschaafd, nagekeken en af en toe een klein beetje veranderd.
Niet chronologisch veranderd, wat er gebeurd is, is nu eenmaal gebeurd, maar sommige zaken blijken achteraf soms van meer invloed te zijn geweest dan eerder aangenomen. En dan is het prettig als dingen een logisch vervolg krijgen in een dagboek.
En aangezien het een compleet jaarboek moet worden, en hopelijk ook nog eens uitgeefwaardig, is dat een hoop werk. Meer dan ik had gedacht, moet ik zeggen. Wat wel erg mooi is, is dat de dagboekstukjes dagelijks worden gecorrigeerd. Voornamelijk op taal- en spelfouten, maar ook stijlfouten worden genadeloos onder het vergrootglas gelegd. Ik leer daar een hoop van, het gaat me na een half jaar steeds beter af.
De grootste moeilijkheid is namelijk dat ik een verteller ben, een prater, en niet een schrijver. En om nu een balans te vinden tussen spreektaal en schrijftaal, dat valt niet altijd mee. Gelukkig is Jacques, de corrector, degene die dit allemaal doet, voor mij een rots in de branding, een rustpunt in de prozaische woelige wateren.
Waar al menig kort verhaal rampzalig is vergaan, verdronken in het kritisch schuim van recensenten. In krachtige termen wordt door deze laatsten afgerekend met de zo fragiele scheepjes, die voorzichtig begonnen schrijvers/schrijfsters aan het ruime sop der literatuur hebben toevertrouwd. Ik maak me dan ook geen enkele illusie over de door mij te water gelaten borelingen, maar gelukkig weet ik wel iets van metaforen. Zoals blijkt.
En ook in de wereld der poëzie hoef ik niet helemaal onbeslagen ten ijs te komen. Want daar maken stijlfiguren zelfs de dienst uit. Sonnetten, haiku's, stafrijmen, versvoeten, alexandrijnen, zij hebben voor mij geen geheimen meer. Wat niet betekent dat het dan ook automatisch mooie gedichten worden, dat niet natuurlijk!
Maar de toch wel vrij strakke discipline van poëzie spreekt mij ontzettend aan. Misschien is de calvinist in mij daarvoor verantwoordelijk, dat weet ik niet, maar ik kan erg genieten van de spitsvondigheden die nodig zijn om te komen tot oplossingen binnen de traditionele dichtvormen. Want juist daarbinnen heb ik geleerd, dat vrijheid het bewaken en in stand houden van grenzen betekent. En dan heb ik het natuurlijk niet over kunstmatige landsgrenzen.
Wat ik wel ernstig betreur, is de neiging om klinkende volzinnen zonder lied en vorm maar gewoon een gedicht te noemen. Wat helaas tegenwoordig maar al te vaak gebeurt. Een treurige ontwikkeling. Want zoals mijn zelfkennis mij noodzaakt mezelf een matige schilder te vinden, ik ben meer een schilderende boodschapper, zien anderen, bijvoorbeeld binnen de poëzie, die noodzaak van introspectie duidelijk niet. Hetgeen ik, inderdaad, erg jammer vind.
De conclusie: ik ben dus een schrijvende verteller en, zoals net gemeld, een schilderende boodschapper. Misschien had ik toch maar gewoon fietsenmaker moeten worden.
Maar dan hoor ik Maarten weer zingen: “om te janken zo mooi” en dan weet ik weer: nee, toch maar niet bandenplakken.
Om te janken zo mooi (Maarten van Roozendaal)
Ach zie de lammeren nou toch lurken/Aan hun vers geschoren moeders
En hoe de jonge zwanen/Donzen in de zachte sloot
En hoe de zwoele wind de wolken waait/Tot pas gewassen luchten
Kan iets mooier dan het mooi is/Kan iets groter zijn dan groot
En voel de hosta nou toch lonken/Haar knoppen staan op barsten
Het nieuwe riet drinkt gulzig/Water uit de smalle vaart
Kan iets frisser dan het fris is/Wulpser dan het wulpste
Ach ik ben goddank dus nog 'n keer/Een jonge lente waard
Dit is zo mooi/'t Is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi
En zie die irissen nou toch pronken/Met hun stampers als koralen
Een varen rolt haar blaren/Als een leguanentong
En zie de veulens nou toch wank’len/En de vogels naar hun nesten
Kan iets verser dan het vers is/Kan iets jonger zijn dan jong
Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt/Onder de wijde wilgen
De puppies rennen rondjes/Bijtend naar hun eigen staart
Kan het leuker dan het leuk is/Jeugdiger dan jeugdig
Ach ik ben goddank dus nog ‘n keer/Een jonge lente waard
En nu de wingerd zich wellustig/En het onkruid onbezonnen
En ik mezelf aftel/Van volwassen naar bejaard
Wordt het groener dan het groen was/Nu ik grijzer dan ik grijs ben
Ach ik ben goddank dus nog ‘n keer/Een jonge lente waard/
En als vannacht een open hemel/De sterren strak laat stralen
En ik buiten op mijn rug lig/Starend naar het firmament
Kan het stiller dan het stil is/Eeuwiger dan eeuwig
Dan ben ik goddank dus nog een keer/Gevangen in ‘t moment
O! Want dit is zo mooi
‘t Is om te janken zo mooi
Mooi! om te janken zo mooi
Mooi! om te janken zo mooi
Mooi!
Om te janken zo mooi…

https://www.youtube.com/watch?v=RwQq6y29YSA

Zaterdag, 20-05-2017

Nog een paar dagen en het vakantiegeld arriveert. Dat lijkt normaal, maar tegenwoordig heb ik dat geld echt nodig om weer een buffer te bouwen. Die moet ik toch echt hebben voor als de wasmachine kapot gaat, of zo. Een uitgebreide vakantie zit er niet meer in. En nu ben ik nog niet eens arm. De minima in dit godvergeten landje moeten zich van nog veel minder redden. Ik ken een aantal dat moet rondkomen van 35 euro per week. Met kind! Jawel. Wat dus domweg niet te doen is.
Dat sommigen daardoor dermate gefrustreerd raken dat zij dan maar het dievenpad opgaan, daar kan ik best inkomen. Waar het graaien aan de top ongekende vormen heeft aangenomen - lang leve de neoliberalen, hoera! – leeft een fors percentage noodgedwongen onder de armoedegrens. En gaat dan maar het goede voorbeeld volgen. Ook graaien, uiteraard! En dat in een van de rijkste landen ter wereld.
En ik maar denken dat ieder mens bestaansrecht heeft, dat ieder mens recht heeft op voldoende voedsel en onderdak. Kapitalisten denken daar heel anders over. Wie niet werkt, zal niet eten, wie arm is en dood gaat, moet dat maar liever snel doen (anders kost het te veel) en de brutalen hebben de halve wereld. En nemen de andere helft, zeiden wij er vroeger achteraan. En zo is het nog steeds.
Het bizarre is dan ook dat zelfs (de leden van) de partij die zich rentmeester van de wereld noemt, zich liever bij de kapitalisten aansluit dan te zorgen voor de armen. Wat toch de eerste prioriteit zou moeten zijn. Maar de halve mantel van St. Maarten zijn onze Neder-religieuzen al lang vergeten. Net als de lessen van hun eigen godszoon. In wie zij wel hartstochtelijk geloven, maar van wie ze zijn leefregels niet willen navolgen.
En dan valt het hier zelfs nog erg mee. Op dit eigenste moment gaan er per minuut honderden kinderen dood en lijden meer dan 900 miljoen mensen honger als gevolg van uitbuiting en religieuze misvattingen!
En dat is niet omdat er geen eten is! Dat is er namelijk genoeg. Maar zolang er meer aandeelhouders zijn dan hongerlijders, zal dit aanhouden. Zolang wij geld anders gebruiken dan waar het voor bedoeld is, niet meer een ruilmiddel maar als machtsmiddel, zal dit blijven duren.
Al wel eerder heb ik in dit dagboek geprotesteerd tegen dit oneigenlijke gebruik maar nog steeds is de partij der graaiers de grootste partij van Nederland. Op de voet gevolgd door een bonte verzameling nationaal-socialisten die ook alleen maar uit zijn op hun eigen belang. Een partij mag je het niet noemen, die verzameling, je kunt er niet lid van worden, democratisch zijn ze ook al niet en ze hoeven derhalve ook niet te verantwoorden waar hun fondsen vandaan komen (ev'rybody knows!) maar gelukkig is de rest van dit kikkerlandje zo slim om met deze geschiedkundig zwaarbeladen stroming, in ieder geval politiek, niet in zee te gaan. In troebel water is het slecht hengelen, de oogst bestaat immers uitsluitend uit halfblinde vissen. Waar duisternis heerst, heb je aan visie niets.

Zondag, 21-05-2017

Mooie salade gemaakt voor Alice. De mooiste receptioniste van Nederland. Op haar werk komt het er nooit van om fatsoenlijk te eten, dus had ik aangeboden om voor haar een lunch te verzorgen. En mooie gerechtjes maken is ook nog eens ontzettend leuk werk. Zo heb ik er zelf ook nog wat aan! Deze keer een witlofavocadocombinatie met peer. Met van alles erbij. Wat rucola, wat kiemgroen (alfalfa), geroosterde amandelen en zelfgemaakte croutons. Op een bedje van gekookte aardappel. En een hardgekookt ei! Als zoetje in de salade wat fijngesneden cranberry's en een, in dunne plakjes gesneden, dadel. En een yoghurtdressing met honing, bieslook, basilicum en een vleugje peper. Al met al ben je daar toch nog een behoorlijke tijd mee bezig. Maar het resultaat was ernaar. Kon het niet laten er zelfs een foto van te maken. Kun je nagaan!
De combinatie witlof-avocado was mij aan de hand gedaan door Wia – met wie het overigens heel goed gaat, ik ben trots op haar – , die het gewoon maar uitgeprobeerd had. Naspeuringen op het net leverde de combinatie met de peer op. Daar was ik zelf nooit opgekomen. Peer en avocado! Wie bedenkt nou zoiets. Maar een voortreffelijke combi. Onthouden! En nog een leuk avocado-weetje: de naam komt van het oud-Mexicaanse ahuacatl. Wat ook teelbal betekent.
En wie ze wel eens heeft zien liggen in de supermarkt, snapt dat direct. De pit kan je trouwens ook vrij gemakkelijk laten ontkiemen op vier lucifers of satéprikkers en dat levert een mooie kamerplant op. Hoe dat moet, is gemakkelijk te vinden op het net.
Zaterdagmiddag zou ik nog naar een buurman afreizen die zich bezig houdt met modelvliegtuigen. Dat vliegveldje ligt ergens tussen Onderdendam en Winsum maar net toen ik zou gaan, werd het donker en verwachtten ze een bui. Dat wordt een andere keer. Het is wel een heel mooie hobby, dat moet ik toegeven. Grote mannen, wat ouder over het algemeen, die toestellen van pakweg 1 à 1,5 meter radiografisch de lucht in sturen. De modellen zijn over het algemeen erg natuurgetrouw en voor een luchtvaartenthousiasteling als ik gemakkelijk te herkennen, over het algemeen. Het vliegen ermee is erg lastig, met teveel wind proberen ze het niet eens, want die kleine modellen zijn erg gevoelig daarvoor. Ik denk dat een echt vliegtuig gemakkelijker is.
Zelf heb ik een kleine helicopter, ook radiografisch bestuurd, maar die moet z'n luchtdoop nog krijgen. Dat ga ik dan ook maar samen met die buurman doen, die is gewend aan de apparatuur. Kan die het mij mooi leren. Want leren, daar ben je nooit te oud voor.
Tot je wèl te oud wordt, dan hoef je nog maar één lesje te leren. En dat kan iedereen. Je zult wel moeten.

Maandag, 22-05-2017
Helaas is het weer mooi weer. Niet om het mooie weer, natuurlijk, maar om het uiterst vervelende bijverschijnsel: burenoverlast. Zo gauw de temperatuur boven de twintig graden stijgt, is er een bepaalde categorie mensen, die denkt dat, door hun wijd geopende raam, alle buren mogen meegenieten van hun veel te harde muziek. En dat moet hard, want zelf zitten ze ook buiten.
Dat andere mensen er misschien een andere muzieksmaak op nahouden, komt niet eens in ze op, laat staan dat die muziek ook nog eens een ernstige inbreuk is op de geestelijke vierkante meter van de buren. Waar ik er dan eentje van ben. Zelfs al vind je die muziek wel mooi, dan nog is het een ernstige overschrijding van jouw persoonlijke gebied.
En als je er wat van durft te zeggen, krijg je het argument: als je er niet tegen kan, moet je maar in een hutje op de hei gaan zitten. Waarbij ze gemakshalve vergeten dat zij de overlastgevers zijn en zij dus eigenlijk zouden moeten verhuizen. Een typische ASO-eigenschap.
Dat deze laaggetalenteerden vaak in studentenhuizen te vinden zijn, geeft te denken. Zeg maar, dat wat zij niet kunnen. Want kennis doen ze voldoende op in hun scholing, sociale vaardigheden des te minder.
Integendeel, in hun voortdurende wedloop om maar ergens bij te horen, vooral niet uit de toon te vallen, zijn ze wanhopig op zoek naar hun eigen indentiteit. Niet snappend dat ze die, in en door die zoektocht, juist zijn kwijtgeraakt. Groot groeien valt niet mee en dat lukt dan ook maar weinigen.
Het succes van de neoliberale partijen is hier duidelijk aan af te meten. Onze MP ziet er nog steeds uit alsof hij op een warme dag zijn raam wijd open gooit om zijn kapitalistische boodschap uit te dragen. En zijn tegenstanders de hei op te wensen. En dat het niet meer dan een hutje wordt, ook daar zorgt hij dan nog voor.
Maar gelukkig heb ik een remedie voor al dat soort ellende: een rondje stad. Mijn autootje heeft een uitstekende stereoinstallatie met USB-aansluiting voor twee-gigabite sticks, die ik vol stop met voor mij wel te harden muziek. Klassieke piano heeft dan wel mijn voorkeur.
Camera mee, je weet nooit wat je onderweg tegenkomt, hondje achterin voor als we een mooie uitlaatplek vinden en dan maar een beetje rondtoeren. Slecht voor het milieu, akkoord, maar goed voor mijn knorrige geest. Kwestie van prioriteiten stellen.
Clair de Lune, pianoconcerten van Bach, Franz Liszt, zelfs Für Elise mag er dan bij mij wel in. Af en toe een requiem ertussendoor voor de broodnodige melancholie (dat van Mozart heeft toch wel mijn voorkeur) en er kan niets meer fout gaan. Dan komt het toch wel weer goed met mij. En wordt het vanzelf weer guur weer. Ramen dicht. Buren stil.

Dinsdag, 23-05-2017

Voor u gekopieerd uit De Telegraaf: tienduizenden natuurliefhebbers hebben dit weekend meegedaan aan tal van evenementen in de natuur en het stedelijk groen. Door heel Nederland werden activiteiten georganiseerd onder de naam Fête de la Nature (Feest van de Natuur), van een keverspeurtocht in het bos tot ’guerrilla gardening’ in de stad en van nestkastjes bouwen tot een schaapscheerdersfeest. Tot zover.
Vogelnestkastjes bouwen is natuur! Net als schapen scheren.
Er was mij wat opgevallen, laatst, waar het voorgaande sterk op aansloot.
Er was een wervende commercial op tv die een vrouw op een strand liet zien. Met de gesproken tekst: lekker wandelen op het strand. Volgende beeld: dezelfde dame in een bosrijke omgeving. Tekst:...of genieten in de natuur. De natuur, dat is het strand duidelijk niet. Als het maar groen is, dan heet het al snel zo. De zee is geen natuur. Wijzelf ook al niet. Let maar eens op in de EO-films. Natuur is boom, paardebloem, kalfjes, mieren en ook: bijen! Wat mogen we daar graag naar kijken.
Als er toch één diersoort is die in de tekst van Genesis 3:19 past, dan zijn het de bijen wel. Zie ze vliegen, zie ze verzamelen, zie ze op hun kindertjes passen. Zie ze honing verzamelen voor het toppunt der schepping: de mens. “In het zweet uws aanschijns zult gij uw McDonald eten, jawel”. Maar dan wordt toch wel vergeten, dat het een eigenlijk een vervloeking was. Die eindigde in het wederkeren tot het stof waaruit u geboren was. Maar ergens in de loop van de geschiedenis hebben de protestanten de zaak omgedraaid en van dat zweten uws aanschijns een goede daad gemaakt. Een leefregel, zo u wilt. Als je maar werkt, krijg je ook je bordje havermout. Zo heeft de heer het bedoeld, zo is de middenstand geboren, vraag maar na bij het CDA!
Verscheidene filosofen, geschiedkundigen en economen hebben deze omkering, na bestudering, dan ook aangemerkt als de geboorte van het kapitalisme. Voor mij lijdt het geen twijfel dat het meer een kip-of-het-ei-verhaal is. De steeds groter groeiende wereldbevolking was er natuurlijk al lang aan toe om het productieproces in goede banen te gaan leiden. De omkering van gods vervloeking tot een zegen leidde tot een arbeidsethiek, die gemakkelijk aansloeg bij de nauwelijks opgeleide onderklasse. Dat kwam natuurlijk goed uit, zo werden ze zeer doeltreffend op hun religieuze schuldgevoel gewerkt. En veranderden ze in gelegaliseerde slaven, later gewoon arbeiders genoemd. Wie daar beter van werden, hoef ik u niet uit de doeken te doen. De arbeiders zelf niet, dat begrijpt u. Die mochten in hun korte vakantie even uitrusten van gods zegenrijke werk, en de vervloeking (die het natuurlijk nog steeds was, vraag maar aan die noeste werkers die daar dag in, dag uit onder gebukt gingen) even vergeten tijdens een uitstapje naar de dierentuin. Jawel, natuur kijken. Niet naar het strand, daar gaan wij alleen maar heen als het veel te warm is om iets te doen, nee, naar de dieren die wij uit de groene bossen en steppes en toendra's hebben gehaald. Waar de mens vroeger, heel vroeger, zelf leefde. De golvende heuvels van Arcadië. Logisch dat wij dat groen alleen maar natuur noemen, het is immers ons oorspronkelijke huis! Het is ònze natuur, potverdikkie!
Daar, in die dierentuin, leven ook nog mensen, die die vervloeking nog niet hebben hoeven omdraaien, die nog niet uit het paradijs zijn verdreven. Op de apenrots! Verboden te voeren, staat er op de bordjes, maar eigenlijk zijn die bordjes voor u bestemd. Want van voeren komt schuld (zegt Calvijn), van schuld komt werken, van werken komt vakantie en van vakantie komt niets dan ellende. Te aanschouwen in elke willekeurige Artis. Natura Artis Magistra staat er boven de poort in Amsterdam. De natuur is de leermeesteres van de kunst. Flauwekul, natuurlijk! Die natuur is gewoon ons huis. Waarin we al heel lang niet meer wonen.

Woensdag, 24-05-2017

Over een maandje hebben we de langste dag al weer gehad. Heb er al met al niet al te veel van meegekregen, van de vroege morgens en de lange avonden, tot nu toe. Was ik vroeger 's morgens bij het krieken van de dag al buiten, met hond, nu lig ik wat langer op mijn bed. Omdat ik mijn dagritme heb veranderd, namelijk.
Ik viel 's avonds zo vaak voor de tv al in slaap, ik miste de mooie films of het laatste sportnieuws vrijwel altijd, dat ik gemeend heb daar maar iets aan te doen. Dus wat later opblijven en 's morgens wat langer blijven liggen. En zo heel langzamerhand lukt dat. Maar alles heeft z'n prijs, dus nu mis ik die mooie morgens vaak. En de vogelconcerten.
Ook is mijn elektriciteitsrekening wat hoger, nu ik 's avonds laat de lichten langer aan heb. Dat komt ook nog bij die te betalen prijs op. Het is dus de moeite van het heroverwegen waard of ik dat zo blijf doen. We zien wel.
De hengelspullen liggen te wachten in het atelier, een aantal setjes moet ik nog maken. Snoer, nieuwe dobbers, loodjes en haakjes heb ik al ingeslagen, nog genoeg te doen voordat ik weer kan gaan vissen. Buuv wou wel een keertje mee, zei ze. Het zal me benieuwen.
Ondertussen ligt ook het hele huis nog bezaaid met hond, goed te zien als de zon nog laag staat, dus de stofzuiger moet er ook nog maar weer eens door.
Om kort te gaan, nog genoeg te doen en te weinig om te vermelden. Want nog steeds boos op die religieuzen die nog steeds niet beseffen dat geloven best mag, maar nooit moet. Van niemand niet!

Donderdag, 25-05-2017

Gisteren opnieuw een grote naam in het nieuws vanwege overlijden. Roger Moore als Bond, James Bond. Beroemd vanwege een aantal pretentieloze 007-films die desalniettemin bij iedereen van mijn generatie bekend zijn. De gentleman-spion, die, tamelijk onschuldig, wel het hart veroverde van iedere vrouw, en niet alleen in zijn films. Zoals wij mannen BB, CC, Audrey en Sophia hadden, hadden onze vrouwen en/of vriendinnen Roger Moore op hun verlanglijstje staan. En waar zij ook altijd hevig van onder de indruk waren, wat wij mannen natuurlijk nooit begrepen, was een vreselijk lelijke Fransman, Jean-Paul Belmondo genaamd. Daar was geen concureren tegen.
Maar ja, de meisjes konden natuurlijk ook nooit op tegen mijn absolute favoriet: Liz Taylor. Die gewoon ook in het lijstje hierboven dient te staan. Ik ga er eigenlijk domweg van uit dat u de afkortingen wel thuis kunt brengen, maar voor de jongeren: Brigitte Bardot, Claudia-once upon a time-Cardinale, de mierzoete Audrey Hepburn en, zoals al genoemd, Sophia Loren, een Italiaanse schoonheid met meer klasse in haar pink dan die drie anderen bij elkaar.
Ook was er nog Gina Lollobrigida, het Europese wapen dat ingezet werd als tegenhanger van Marilyn Monroe. U ziet het: ik kan er moeiteloos velen opnoemen, en dat, terwijl wij toch helemaal geen, of nauwelijks, films zagen in die tijd. Wel hadden wij als kinderen filmsterrenplaatjes die je overal bij kon krijgen en die werden dan ook hartstochtelijk geruild.
Veel van de beroemde films van bovengenoemde acteurs en actrices heb ik dan ook pas op latere leeftijd gezien.
Maar goed, deze donderdag moet dan maar de Hemelvaartsdag van Roger Moore worden. Ter ere van Bond, James Bond. U mag er wel een dry Martini op drinken: shaken, not stirred. En zegt deze uitdrukking u niets, dan raad ik u toch aan maar eens een ouderwetse Bond-film van Roger te gaan zien. Als aanrader: Moonraker. Het zal u vermaken. Maar vindt u Bond-films niets, dan is een aflevering van The Saint misschien wel iets voor u. Waar hij ook in schitterde.
En toch, persoonlijk, was Sean Connery voor mij de beste 007 ooit. Ruige mannelijkheid, gepaard aan een nonchalante stijl, daar was ik wel jaloers op. En ook in latere, andere films bleef die man dat houden. Imponerend was de film “de Naam van de Roos” van Umberto Eco, een van de weinige films die net zo mooi was als het boek. Nu ik het erover heb, ik zal die film eens uit de kast trekken en daar een paar uurtjes ouderwets van gaan genieten. Kop koffie en wat supermarktkroepoek erbij (verkeerd, maar oh zo lekker) en de baas is wel weer tevreden. De baas, dat ben ik. Vrij naar Lodewijk XIV, de zonnekoning.

Vrijdag, 26-05-2017

Vandaag moet de pitbull (zo noem ik mijn auto, gezien zijn karakter) naar de garage, grote beurt. Zit na drie jaar al op 55.000 kilometer, dat is ruimschoots meer dan de omtrek van de aarde. Krijg gelukkig een leenauto mee, dat scheelt. ......
Leuk weetje: Al in de derde eeuw voor Christus bepaalde de Griek Eratosthenes de omtrek van de aarde door het meten van de hoek van de zon t.o.v. de Aarde. Eratosthenes had berekend dat de zon in Syene om 12 uur 's middags een rechte hoek met de aarde maakt en in Alexandrië een hoek van 82,8 graden. Het verschil is dus 7,2 graden. Alexandrië en Syene maken dus een hoek van 7,2 graden. Eratosthenes wist dat deze steden 5000 stadia (oude lengtemaat) van elkaar lagen. Omdat een cirkel 360 graden heeft, volgt daaruit: 360 : 7,2 = 50 en 50 x 5000 = 250.000 stadia, dit is 37.500 km. Tegenwoordig weten wij dat de aarde ruim 40.000 km in omtrek is. Dit klopt ook met de berekening van Eratosthenes, want wij weten nu dat Syene en Alexandrië 800 km van elkaar liggen. 800 x 50 = 40.000 km.
Dit klopt dus met het momenteel geaccepteerde aantal kilometers. We kijken niet op een paar meer of minder, want de aarde is niet perfect rond. Dus die afstand is een beetje variabel.
Maar om nog even door te rekenen: 55.000 kilometer komt met een gemiddeld verbruik van 1 : 20 dan op 2.750 liter benzine à pakweg anderhalve euro per liter.
Oei, ruim vierduizend euro's. Duizelingwekkende bedragen. Waar Vadertje Staat 64 procent van inpikt, dat wel. Ze mogen blij met me zijn.
“Maar ik rook niet!” was vroeger een slogan na zo'n soort berekening. Zo moet je het maar bekijken. Ga maar eens uitrekenen wat je jaarlijks aan tabak uitgeeft, kan je ook een leuke auto van rijden.
Terug naar mijn 55.000 kilometers: er zijn trouwens nog steeds mensen die niet eens willen geloven dat de aarde bolvormig is. Die er heilig van overtuigd zijn dat de aarde een plat bord is met de Zuidpool in het midden en een rand van ijs, wat dan de Noordpool moet zijn. In dat geval was ik dus met mijn 55.000 kilometers allang in peilloze dieptes gestort, over the edge! Waar ik wel eens vaker over ga, maar dat terzijde! En enkel overdrachtelijk!
En natuurlijk klopt de laatste redenatie niet, ik heb niet in een rechte lijn gereden, immers, maar ik wou u het beeld niet onthouden.

Zaterdag, 27-05-2017

Door het aanhalen/kopiëren van een stukje Wikipedia stonden er veel taal- en stijlfouten in het dagboek van gisteren. Inmiddels al gecorrigeerd of verwijderd. Uiteraard. Waar Jacques -mijn corrector- volkomen terecht over viel en die ik dus van te voren had moeten zien. En ook had moeten zien aankomen, gezien de reputatie van de populaire online encyclopedie. Altijd controleren als je stukjes kopieert, ook al vanwege eventuele rechten.
Ook begon Jacques gelijk te fulmineren tegen, wat hij noemde, Wikipedia als typerend voorbeeld van de intellectuele (en verdere) verloedering in de laatste tien jaar. Waar ik hem groot gelijk in moest geven, als voorvechter van het vrije woord en waarheidsvinding.
Alleen heb ik zelf de indruk dat dat al wel wat langer gaande is, langer dan de laatste tien jaar. Sinds de invoering en het faliekante mislukken van het Mammoetonderwijs, de WVO, is het onderwijs van god los, worden examens aangepast aan het niveau van de leerlingen, is er een kaalslag geweest van goede leraren (gedumpt via riante regelingen) en is de door Jacques genoemde verloedering ingetreden.
Democratisering op het middelbaar onderwijs maakte de ramp compleet. De popmuziek maakte een vrije val, niet langer waren de teksten belangrijk maar werd de dwingende beat beslissend. En ook in diezelfde vrije val meegezogen werd de belangstelling voor jazz, blues en klassieke muziek. Gelukkig is er een kentering waar te nemen, de laatste paar jaar.
En er bestaat ook nog zoiets als Music for the millions die velen, die anders niet met klassieke muziek in aanraking waren gekomen, weer laat kennismaken met iets anders dan popmuziek van de radio. Dus er gloort weer een klein beetje hoop, Jacques!
Hoe vreselijk ik het ook vind, André Rieu heeft in dit opzicht veel baanbrekend werk verricht. We hoeven per slot van rekening ook niet allemaal te weten dat Pijper een Nederlandse componist was, beroemd om zijn “absolutistische muziek”, muziek zonder literaire verwijzingen. Een vorm van wezenlijke abstractie, een muzikale Kandinsky. Muziek om de muziek, zeg maar heel populistisch. Een Nederlander op wie we trots zouden moeten zijn, maar niemand, bijna niemand, kent hem. Geen Moldau, geen Zwanenmeer, geen walsjes, maar tonen die al of niet bij elkaar passen of juist elkaar verstoten. Als je nooit naar klassiek geluisterd hebt, is Pijpers muziek een gruwel voor je oor, echt waar.
Zo werd Teja al vreselijk kriegel als ik wat vrijere Jazz opzette, dan gingen haar nekharen overeind, werd ze zelfs pissig. Stan Getz en Dave Brubeck (Take Five!) waren wel zo'n beetje haar grens qua swing.
Ze heeft het, helaas, nooit kunnen leren waarderen. En het is overigens ook niet iedereen gegeven om waarnemingsgrenzen te verleggen, dat vereist toch wat meer lef. En bereidheid tot het verkennen van nieuwe paden.
Over voorvechter van het vrije woord gesproken, ben begonnen aan een, van Rik voor mijn verjaardag gekregen, verzameling colleges van Michel Foucault. Hetgeen een voor mij zeer taaie pil is over “de moed tot waarheid”, zoals het boek heet. Lastig begrijpbaar, moet veel opzoeken, lijkt wel een studie. Wat het natuurlijk ook is. En dat is veel te behappen voor een jongen “uit het volk”. Maar ik geef niet op, dat deed ik vroeger niet en dat doe ik nog steeds niet. Wat dat betreft, heb ik toch ook nog wat Zeeuws bloed in mij. Luctor et emergo. Wat niets met watersnood of rampen van doen heeft.

Zondag, 28-05-2017

Het aanhalen van de Zeeuwse wapenspreuk Luctor et Emergo, gisteren, doet me eens te meer beseffen, dat er zoveel misverstand is over taal. En door taal! En hoe verschillend mensen uitspraken kunnnen interpreteren, al naar gelang het belang van de toehoorder. Ev'rything is in the ear of the beholder, ja, dat ook al. In het geval van Zeeland wel voorstelbaar én voorspelbaar, de watersnoodramp is tot op de dag van vandaag een item op onze zuidwestelijke eilanden, maar de oorsprong van de leus dient toch echt gezocht te worden in de Spaans-katholieke overheersing. Wat nog tamelijk gecompliceerd lag, meen ik me te herinneren van lessen van vroeger. Het had iets met Engelse koninklijke steun te maken. Tegen de Spanjolen, natuurlijk. En de Fransen hadden ook nog wat in de melk te brokkelen toentertijd. Wat ons later de beroemde landing van Willem I uit Engeland heeft opgeleverd, volgens mij. Terwijl Willem I eigenlijk Duits was. U ziet, feodaal gezien bestond de EU al veel langer.
Ik ga het verder niet voor u opzoeken, u moet ook wat te doen hebben. Als u het tenminste interessant vindt.
Maar als alleen het uitleggen van iets geschrevens al zoveel verschillende stromingen, misverstanden en conflicten kan opleveren, dan hebben we toch vele redenen om te twijfelen aan de inhoudelijke waarheid van datgene wat op schrift gesteld is. Als prachtig voorbeeld kunnen we toch de christelijke heilige schrift, de bijbel, wel aanhalen, als je ziet wat voor een ellende daaruit voortgekomen is. Dat wilt u echt niet allemaal weten.
Dan komen we dus razendsnel terug op mijn credo: de waarheid bestaat niet, geschreven of niet, en dat is de eerste waarheid. Ik durf het gerust credo te noemen omdat het wat mij betreft de enige bestaanszekerheid is die de mensheid heeft: de paradox. Dit besef, dat iedereen zou moeten hebben, zou dé oplossing zijn voor vele oorlogen. Dat klinkt hoogdravend en zo bedoel ik het ook.
Per slot van rekening is het zondag, zie het maar als mijn preek. Zo zij het!

Maandag, 29-05-2017

Wegens hitte de zondag voornamelijk binnen doorgebracht. Alhoewel het zaterdag nog veel warmer was. Bijna dertig tropische graden! Dan valt een temperatuur van vierentwintig graden alleszins mee. En voor de tv was gelukkig van alles te beleven, Tom Dumoulin kon de eerste Nederlander worden die de Giro zou winnen, Verstappen, de F1-racer, wou Monaco wel eens uitrijden (dat was hem nog nooit gelukt in zijn korte loopbaan) en 't liefst op het podium terechtkomen, kortom, spektakel genoeg. Dus met wat fris en een hapje mezelf voor de beeldbuis geïnstalleerd, wie doet me wat. Niemand deed me wat.
Ook was de volière aan een schoonmaakbeurt toe, dat is altijd nog een hele klus en omdat ik toen toch de stofzuiger te pakken had, kon ik het Pantuhaar ook wel weer verwijderen. Vreselijk, wat een haar komt er van zo'n klein hondje. Maar dat allemaal nog even gedaan voordat het spannend zou worden.
Later in de middag, Max had Monaco uitgereden en was vijfde geworden, gauw nog even met Pantu en buuv naar een waterplas bij Hoogkerk (geannexeerd dorp bij Groningen) gereden, waar ze heerlijk heeft gezwommen. Pantu, niet de buurvrouw, die zie ik dat niet zo snel doen. En op tijd terug om het laatste stuk van de rit van Dumoulin te zien, een fantastische tijdrit, en meer dan snel genoeg om de Giro te winnen. Op zo'n moment word ik zelfs een beetje chauvinistisch. Daar is natuurlijk niets mis mee, als je het maar niet blijft. En daar zorg ik zelf wel voor.

Dinsdag, 30-05-2017

Vroeger zat ik regelmatig in stationsrestauraties. Die van Groningen, beroemd om de architectuur, was favoriet. Niet omdat ik daar vandaan kom, omdat het mijn geboortestad is, maar om de hele entourage. Knippende obers - eentje kende mij op de lange duur al persoonlijk - losse tafels aan de zijkanten en bankachtige zitplaatsen in het midden. Een schitterende stationshal completeerde het geheel. Die hal is een tijdlang verborgen geweest onder nieuwerwetse bekleding maar gelukkig hadden ze de daarachter zittende schitterende jugendstilelementen niet verwijderd zodat, decennia later, de mooiheid weer tevoorschijn kon worden getoverd. Samen met station Haarlem behorend tot de mooiste stations van Nederland.
Ik mocht daar graag reizigers observeren, notitieboekje en pen bij de hand. Laptops bestonden toen nog niet, computers waren dingen die voor oorlogsdoeleinden waren uitgevonden, tv was nog maar nauwelijks in kleur.
En regelmatig raakte ik geïnspireerd, soms zomaar door het geluid van een vertrekkende trein - conducteursfluitjes associëren bij mij nog steeds erg sterk - soms door de mensen die kwamen en gingen.
Daar is het besef gegroeid dat een mens reist om te reizen, niet om ergens te komen. En heel af en toe gebeurt er op zo'n prachtige plek iets wat je echt raakt. Van één zo'n gebeurtenis het volgende, poëtische verslag. Daar ter plekke geschreven.

TOEVALLIGE ONTMOETING

ik denk haar een verleden, twee kinderen had zij
het een geslaagd, het andere overlee'n
haar man heeft haar mooi zwanger laten zijn
en is vertrokken, god weet waarheen

dat is het beeld als ik de deur zie openen
en schuifelend met koffer een dame binnenkomt
verleden chique, niets meer te veinzen
een licht gesprek houdt op, verstomt

zij zet zich aan een tafel, zuchtend
bestelt de toegeschoten ober dronken: “koffie graag”
vraagt dan een vuurtje voor haar
stamelend gedraaide sjekkie
roert melk en suiker door haar koffie, traag
spreekt ze tegen mij omdat ik naar haar kijk
en zij geen ander heeft
om haar gemoed te ventileren
zij tovert mij twee wonderschone kinderen
een man op zoek naar wijde, verre luchten

dan is de koffie op, de sigaret gerookt
voor 't naar haar luisteren bedankt ze een paar keer
pakt weifelend haar koffer, kreunt naar buiten
en laat mij achter, hartezeer

de ober komt haar warboel op de tafel ruimen
terwijl hij haar hoofdschuddend nakijkt: 't is wat, hè, meneer

Woensdag, 31-05-2017

Gistermiddag met Antje, een Fb-vriendin, op stap geweest. Antje heeft lange tijd, vele jaren zelfs, geleden onder een zwakke knie en slaapapneu en is voor beide kwalen dit jaar en eind vorig jaar behandeld. Het slapen gaat nu een stuk beter en voor de nieuwe knie heeft ze therapie. En sinds gisteren, toevallig, heeft ze weer voor eerst onder begeleiding gefietst op de hometrainer. Zo goed kan de knie weer buigen.
Dat kwam mooi uit en ik had haar al eens eerder beloofd een middag met haar op stap te gaan, even uit het kleine huisje dat ze bewoont. Dat huis staat in Leens, een dorp onder Zoutkamp, dus een tochtje naar Lauwersoog is snel gemaakt. Op naar de havenpier met een blije Antje.
We waren er nog maar net, ik had de campingstoelen die ik meegenomen had nog onder de arm, een camera voor eventuele foto's ook bij me, ziet Antje ineens wat in het zoute havenwater. Jawel hoor, een zeehond. Niet zo heel raar aan de rand van de Waddenzee maar toch erg leuk. Ik had er daar ook nog nooit eentje gezien. Maar toen ik die camera bedrijfsklaar had, was de zeehond weg. Wat overigens geen hond is, natuurlijk, maar een rob.
Dat laatste probleem hebben we goed opgelost. Pantu was ook mee en een bal is snel gegooid, zo hadden we toch nog een zeehond. En Toetje vond het heerlijk!
Na wat vissers de haven te hebben zien invaren, werden we wel wat koud, het woei daar nog behoorlijk, en zijn we op pad gegaan om een heerlijk gebakken visje te gaan eten. Traditioneler kan het bijna niet.
Maar halverwege het visrestaurant zou ik nog wat foto's maken van een paar hele mooie papavers, ik zet de auto neer om die plaatjes te schieten, ik doe dat, kom terug, zegt Antje vanaf de passagiersstoel: " Moet je daar zien!" Ik keek naar waar ze wees en wat bleek: er ligt daar een hoge zandrug midden op dat industrieterrein en die bult zand hebben oeverzwaluwen uitgekozen om holen te graven en jongen groot te brengen. En toen wisten we waar al die zwaluwtjes vandaan kwamen die we op de pier ook al zagen. Een tijdje in stille bewondering staan kijken, uiteraard wat foto's gemaakt in de hoop dat er eentje goed zou lukken en toen toch maar het lekkerbekje gehaald. Met patat! Prachtig!
En omdat we toch al met de auto waren, hebben we er ook maar even boodschappen doen aan gekoppeld. Er is een grote supermarkt in Leens, wat zeg ik, zelfs twee, dus uiteindelijk kon ik Antje met boodschappen en al tevreden thuis afleveren.
Eén zwaluwfoto is prachtig gelukt, de papavers staan er ook mooi op, een visdiefje heb ik ook prachtig op beeld en natuurlijk mijn eigen zeehond, Pantoufle. Voor zo'n prestatie mag je hele naam wel eens een keertje voluit gespeld. Bij dezen, dus.
PS Thuisgekomen bleek het visdiefje, tijdens de fotobewerking, toch geen visdiefje te zijn maar een Noordse Stern.