MISANTROPISCH GEWAS

Alex Sandee

jaarboek van een liefde

Voorwoord

Toen Alex mij, als tekstcorrector van zijn dagboek, begin april 2018 vroeg om een voorwoord bij Misantropisch gewas te schrijven, kon ik alleen maar toestemmen.

Ik wil hierbij tegen de lezer zeggen: “U bent een bevoorrecht mens, want u hebt een heel bijzonder boek in uw handen.”

Mijn rol in het wordingsproces van dit boek begon in het voorjaar van 2017. Meestal voor dag en dauw ontving ik Alex’ dagelijkse bijdrage op mijn telefoon.

Ik heb de bijdragen puntsgewijs van commentaar voorzien en mijn bevindingen naar hem teruggestuurd. De meeste punten verwerkte Alex zonder gemor, maar soms had mijn commentaar diepgaande discussies tot gevolg, want de man is kritisch en wil bij alles van de hoed en de rand weten. En zo hoort het ook.

Onze samenwerking bleek bijzonder vruchtbaar, want er is inderdaad een bijzonder boek tot stand gekomen. U leest over alledaagse trivialiteiten, maar er komen ook zaken voorbij waarbij de man in de straat nooit stilstaat. Zo krijgen wetenschap (astronomie) en filosofie (Zen) een plek, en maakt de schrijver u deelgenoot van zijn kennis en ook van zijn verwondering.

Na de constatering dat de magnolia inmiddels bloeit, rest mij u veel leesplezier te wensen.

 

Jacques Don

Vrijdag 13 april 2018

 

juni 2018: tweede druk: meer fouten verwijderd en tekst aangepast hier en daar ten gevolge van voortschrijdende inzichten. In zowel taal - als in filosofisch begrip.

 

 

 

 

 

 

 

Na een korte en hopeloze liefde met een prachtige kleine Française,

besloot ik om dat te doen wat ik al jaren verzucht: ik kan er wel een boek over schrijven.

Dat ga ik nu eindelijk echt doen.

 

Ik zette een nieuw doek op mijn ezel (ik ben eigenlijk schilder),

keek mijn voorraad acryl na,

zette de penselen klaar

en begon met het schrijven van een splinternieuw dagboek.

 

Waarvan akte.

 

 

 

 

 

Grunnegs gedichie

 

Lutje wichie

 

Lutje wichie, mooi gezichie,

loatgeboor'n kind van Zeus,

'k wil altied wel bie die bliev'm,

schitterende laidjes schriev'm,

ken'k die altied tuut’n

op dien mooie neus.

 

 

 

 

EEN MANIFEST/J'ACCUSE

 

In navolging van Émile (Édouard Charles Antoine) Zola neem ik de pen op om een protest te schrijven.
Een protest tegen bewindvoerders, tegen beleidsmakers, tegen dictators, tegen religieuze leiders, tegen allen die in staat zijn in te grijpen op het wereldtoneel.
Ik beschuldig u van verraad. Verraad tegenover de mensheid.

 

TEN EERSTE

 

Elke wereldburger moet kunnen leven, eten en zich voortplanten. Of hij dat doet of niet, is dan zijn zaak, niet de uwe. Dat is nu eenmaal waarvoor het leven bedoeld is.
Wij, mensen, zijn namelijk niets anders dan voertuigen voor dat veel grotere fenomeen. Een fenomeen dat LEVEN heet. Leven dat, zoals het zich tot nu tot laat aanzien, uniek is.

En vrijwel alleen op deze planeet voorkomt. U, leiders, zijn de zelfgekozen, zelf uitgeroepen, democratisch gekozen of volkomen willekeurig aan de macht gekomen mensen, die zich vaardig genoeg achten om grote groepen van ons leiding te geven.
Die vooral behoorlijk zelfingenomen zijn. Want als ik even goed om mij heen kijk, heb ik zo mijn twijfels over uw capaciteiten.
U geeft die leiding niet, u verrijkt zich met de schatten der Aarde (onze echte bestaansgrond), u plundert haar leeg, u verkracht haar en denkt uw medemensen de strijd in te kunnen sturen om u te beschermen. Tegen wat?

Tegen net zo'n idioot als u, die zich aan de andere kant van de door u gecreëerde en kunstmatig in stand gehouden grens, op dezelfde manier verrijkt, soms?

Of die de Aarde beter verkracht en leeg rooft dan u?
Vecht dan zelf, als u uw eigendommen wil beschermen. Maar dat kunt u niet, gezeten op uw belachelijke feodale troon, gebouwd uit de knekels van allen die voor u gesneuveld zijn. Ik beschuldig u van egoïstisch materialisme.

 

TEN TWEEDE

 

Ik beschuldig u van het in stand houden van die grenzen.

Van het opzwepen van door u opzettelijk dom gehouden mensen, om uw eigendommen te beschermen met hun leven. Ik beschuldig u van het opzettelijk in stand houden van godsdiensten die elke bestaansgrond missen, ook alweer te uwer glorie. Godsdiensten, die uw slachtoffers een beter leven beloven dan dat ze nu hebben. Veel beter zou u, leiding-gevende, ervoor kunnen zorgen dat ze dat goede leven nu, op dit moment hebben. Dan wel krijgen. Maar ja, dan hebt u er geen macht meer over.

En de macht afstaan past nu eenmaal niet zo goed in uw straatje. Ik beschuldig u van machtswellust.

  

TEN DERDE

 

Ook beschuldig ik u ervan de mensenmassa zich ongebreideld te laten voortplanten, terwijl wij de taks al lang bereikt hebben. Geboorteregelingen niet toe te staan, gewenste abortussen niet uit te voeren, bejaarden veel te lang tegen hun zin kunstmatig in leven te houden. Leven, waarvoor ze zelf al lang geen energie meer hebben, wat ze al lang niet meer ambiëren. Maar wat kan het u schelen, zolang het geld oplevert.
Dat alles onder het mom van een overjarige, valse eed van een Griekse arts uit een tijd dat we nog maar nauwelijks beseften dat de Aarde rond was, ene Hippocrates.
Want soldaten heeft u nodig om voor u te vechten, u misbruikt arbeiders voor uw ongebreidelde hebzucht en talloze minnaressen voor uw walgelijke geilheid.
Ik beschuldig u.

 

TEN VIERDE

 

Ik neem het u kwalijk dat u, beter wetend, zich land toe-eigent terwijl land helemaal geen bezit kan zijn. De dwaasheid om met een zwaard een stuk Aarde af te palen en dan daarvan te zeggen dat het van u is, inclusief de mensen die erop wonen, is een achterlijk en feodaal standpunt, op geen enkele filosofie gebaseerd.

Wij zijn een eigendom van de Aarde, de Aarde is geen eigendom van u, van ons.


Ook de religies (de instituten!) hebben zich daaraan schuldig gemaakt. Doen dat heden ten dage nog. Zionisme en de Palestijnse strijd zijn mede op deze valse waarden gebouwd.

En er waren nog steeds missionarissen rond in duister Afrika om de mensen een schandalig Katholicisme aan te praten.
Verwerpelijk nationalisme komt overal ter wereld voor als uitingsvorm van een oerinstinct van het dier "mens", dat intuïtief weet waar het thuishoort. Maar "oer"-weten en heden claimen zijn twee verschillende dingen. Terwijl gezond verstand ons vertelt dat, waar het ene volk leeft, het andere niet kan leven. Voorlopig. Dat kan pas als we één grote “melting pot” zijn geworden. Ik beschuldig u van imperialisme en kolonisatie. 
U zult wel gemerkt hebben, uwe arrogantie, dat ik voor u niet eenmaal een hoofdletter heb gebruikt. Dat is geen toeval, u verdient die niet!

 


Opgesteld op 10 april 2017
door A. Sandee,
beeldend kunstenaar
te Groningen (Nederland)

 

 

 

 

 

 

MISANTROPISCH GEWAS

 

 

 

 

 

JAARBOEK VAN EEN LIEFDE


dagelijks (nou ja, bijna dagelijks)

gepubliceerd op Facebook,

van 15 november 2016

tot en met

14 november 2017

 

 

 

Dit is een dagboek, geschreven op de dag van datum. Er is maar weinig aan veranderd voordat het een boek werd.

Er valt aan enige herhaling binnen de afleveringen dan ook niet te ontkomen.

Terwille van de authenticiteit heb ik gemeend die zoveel mogelijk te moeten handhaven. Wel zijn zoveel mogelijk irritante foutjes en stijlbreuken verwijderd. Met dank aan een heuse corrector.

Alex.

 

  

NOVEMBER

 

 

Dinsdag 15-11-2016

 

Het was eigenlijk 16, bijna 17 jaar geleden, vlak voor ik mijn, nu inmiddels overleden, vrouw leerde kennen. Ik ontmoette een meisje, liever een jonge vrouw (ze bleek later 27 jaar te zijn) in een kroeg. Mede door het leuke gesprek nodigde ik haar uit om op een later tijdstip eens samen, in alle rust, te kletsen. Ze accepteerde dat en een paar dagen later volgde een mooi gesprek in een plaatselijk Jazzcafé.

Voor wie Groningen kent: De Spieghel.
Door het gesprek kon ik de vergelijking van de rups en de vlinder maken, dat bleek later een diepe indruk gemaakt te hebben. Ze weet het nu nog steeds, ik was het na die 16 jaar wel vergeten. Mede door het tragisch afgelopen huwelijk. Kanker sloopte mijn Teja, mijn echtgenote, zodat ik na vijftien jaar weer alleen was. Dankbaar voor de mooie jaren, zeker, maar wel weer alleen.
De eerste maanden was ik vreselijk op stap, misschien op de vlucht, en toen begon ik langzaam weer op te knappen. Ik veranderde het huis, maakte mooie gedächtnis-plekjes (dat volstond voor mij) en veranderde langzaam mijn huis weer in een atelier.
Ik leefde daarvoor namelijk een kunstenaarsbestaan, had dat opgegeven voor een leven met Teja.
Maar zonder haar kwam de schilder in mij krachtig terug, ik besloot weer aan het werk te gaan. Ook ging ik weer het internet op. Ik had al wel wat nieuwe contacten (we zijn nu al ruim een jaar verder), de eerste schilderijen waren al klaar, er had zelfs al weer eentje een prachtige spijker gevonden in Warffum.
Ik besloot maar weer es wat om mij heen te kijken, sociaal gezien, toen ik een berichtje kreeg van Sandrine. Het meisje van het Jazzcafé.
Het dagboek begint eigenlijk nu. Ik heb weer contact met haar gehad, ben vreselijk verliefd geworden, maar het verloopt allemaal uiterst moeizaam.

 

Woensdag 16-11-2016

 

Een dag zonder Sandrine. Nou ja, niet helemaal zonder, een klein beetje contact via Facebook nog wel. Maar dat was ook alles. Ze had haar vrije dag en wilde rust. Daar heb ik het wel moeilijk mee maar het moet, zeker sinds de laatste keer.
Over die laatste keer: er waren pestvogels gesignaleerd in Groningen-Zuid, vlakbij mijn huis. We zouden met z'n beiden gaan kijken, eventueel foto's nemen. Ik zou eerst even poolshoogte nemen en als ze er nog waren, even bellen, dan kon ze mijn kant op komen. Het regende heel licht, maar tegen een uur of twee zou het een stuk droger en mooier zijn, volgens de alom geroemde buienradar.

Wat zou ik nog zonder internet moeten!
Toen ik om half twaalf ging kijken, waren er al vogelaars, zag ik de pestvogels heen en weer vliegen tussen roestboom en bessenstruik. Door naar Sandrine, foto's kon je bijna toch niet maken door het tekort aan licht.

Ze was heel blij me te zien, dat deed m'n oude hart goed.

Sandrine, tja, wat zal ik zeggen. Klein, slank, typische Française, mooi gitzwart haar waar de eerste grijze haren doorheen kwamen gluren. En mooie goud-groene ogen om in te kijken.

Daar aangekomen, lunchen! Supermarkt vlakbij, paar broodjes (croissants, natuurlijk) gekocht, veel plezier in de winkel als kleine kinderen.

Andere mensen zullen wel gedacht hebben... nou ja, wat geeft het.
Om een uur of twee, na de broodjes, naar de pestvogels. Het was prachtig, kleurige vogeltjes, spreeuwgroot met mooie kuifjes en een hoop lawaai.
Veel foto's natuurlijk, altijd mooi, maar het fraaiste vond ik haar toch eigenlijk, vol enthousiasme heen en weer springend, verrekijker om de nek, verrekijker voor de oogjes, prachtig.

Toen we uitgefotografeerd waren, het weer werd aldoor een beetje beter, wat nu te doen. Ik mocht kiezen, naar de Peizer Onlanden of naar mijn atelier. Nou, dat atelier loopt niet zo snel weg, de keuze was gauw gemaakt. De Onlanden, zeker weten. Een opnieuw ingericht natuurterrein tussen Groningen-Zuid en Peize met veel water, veen en ruigtes. Met heel veel vogels.
Over dat kiezen… ze geeft zichzelf heel gedoseerd weg, overeten zit er niet aan. Maar goed, dat was de afspraak, daarover later meer.

En toen we beiden op de vogeluitkijkpost zaten, kiekendieven, grauwe ganzen en wintertalingen om maar een paar soorten te noemen, daalde er een prachtige vrede over mij. Het was zo'n moment met een gouden randje.
Later, nadat ik haar van de klimwand afgeholpen had - ze was een beetje huiverig om achterstevoren via de boomstammen naar beneden te klauteren - nog een mooie hand-in-hand-wandeling terwijl het nu wel aanwezige zonnetje langzaam naar de horizon zakte, langzaam wat geler wordend door de lichte nevel. Schitterend. Het afscheid moest wel zwaar zijn. Dat was het ook. Alleen terug naar huis, jawel.

 

Donderdag 17-11-2016

 

Gisteravond in goed overleg een punt gezet achter de vriendschap. Het was niet mogelijk voor mij om dit op een lager niveau (maar we kunnen toch vrienden blijven) vol te houden. Wat zij liever wilde. Zo'n mens ben ik niet.

Ook maar ontvriend op Fb omdat ik haar naam niet continue voor m'n ogen wil zien dansen als ik even het net op ga. Voor de gemoedsrust, zeg maar. Leuk is anders. Gelukkig heb ik haar nog mee kunnen geven dat ze, wat mij betreft, al lang een vlinder was, maar het zelf nog niet wist, hetgeen eigenlijk ook geldt voor de zwaarbeladen term verlichting.
Een standaard grap van mij: waarom kunnen vrouwen niet verlicht worden?

Verontwaardiging aan de andere kant. Antwoord: ze zijn het al. Alleen weten ze het niet meer. Alom verwarring aan de andere kant. Hahaha.

Het is de story of my life, vrouwen vinden mij lief, aardig, maar worden niet verliefd op mij. Om wat voor reden dan ook, dat vertellen ze er nooit bij. Ze weten het dan ook niet. De uitzondering was een violiste uit ons heuvelachtige Limburg, die wist het wel maar bleek later dan ook net zo moeilijk in elkaar te steken als ik.
Het punt met mij is, en dat is ooit een keertje uitgezocht, dat mijn rechter- en linkerhersenhelft gelijk krachtig zijn, er is geen dominantie van of links of rechts.
Dat is natuurlijk fantastisch voor een kunstenaar, het koppelt de emotionele/empatische kant van een mens aan het vermogen de dingen heel breed te zien (hetgeen ook inderdaad m'n hele leven al zo is), maar heeft als nadeel dat je niet gesnapt wordt door mensen die ofwel links, ofwel rechts dominant zijn. De Alfa’s en de Bèta's, zeg maar. Wat de meesten zijn.
Maar daardoor voel je je vaak gespleten, ook seksueel gezien en, in mijn geval, zelfs geestelijk androgyn. Hetgeen, alweer, voor kennis, wetenschap én kunstbeleving allemaal prachtig is, maar de andere kant van een eventuele relatie kan daar dus niets mee.
Mijn anima en mijn animus moeten het dus in hun eentje zien te rooien met mij. Dat je daar behoorlijk wanhopig van kan worden, is evident. Maar het heeft me ook gebracht tot het punt dat ik de grootste waarheid voor een mens gemakkelijk (nu wel) onder ogen kan zien: de mens wordt alleen geboren, leeft alleen en sterft alleen, hoeveel pogingen de mens ook doet door te vluchten in ismes, relaties of andersoortige verbintenissen.
Zo, dat was wel weer zwaar genoeg, vandaag maar weer verder met het leven, er staan vier doeken te wachten op mij. Druk, druk, druk, druk. Ik kan nog lang niet dood, heb geen tijd. Alhoewel ik het nu niet erg zou vinden om op te rotten, op dit moment. Maar ja, dat gevoel heb ik al zo vaak gehad in mijn leven, dat het me niet zo heftig meer raakt. Ook daarin stomp je af, de therapeuten zeggen dan: je hebt het een plekje kunnen geven. Wat een lariekoek!

 

Vrijdag 18-11-2016

 

Gisteren niet te veel geschilderd, zeg maar rustig bijna helemaal niets. Het hoofd weer te vol met het verdwijnen van Sandrine uit mijn leven. Als eerder gemeld, het oude verhaal, maar dat verandert niets aan het gegeven. Het blijft hard. Wel 's morgens vroeg met J. gewandeld met de honden. Zij kwam met een van haar twee honden (Mannus en Pakkus, Mannus kwam mee) en ik met Pantu. Pantu, eigenlijk Pantoufle, is een bastaard Jack Russell met heel korte pootjes. Ze lijkt daarom zelfs op een pantoffel, vandaar haar naam. Die had ze gekregen van haar vorige eigenaar, een Fransman.
Ik had haar overgenomen toen de beste man was overleden en ik Pantu voor het eerst zag bij een kennis die haar zolang had opgevangen. Omdat ze dit schattige hondje niet in een kennel wilde stoppen. Op slag verliefd en het pleit was gauw beslecht. Ben altijd al gek geweest op terrierachtigen, dit was een schot in de roos.
De hond daarvoor, Dasha, was zomaar plotseling doodgegaan een week nadat Teja was overleden. Volgens mij was ze gewoon achter haar aangegaan, je hoort dat vaker van aanhankelijke hondjes. Dat kon er ook nog wel bij. Maar goed, nu dus Pantu.

Na een gewenningsperiode begint ze aardig te socialiseren met andere honden, ze heeft voor het eerst de speelhouding aangenomen, maar daar schrok ze zo van, dat ze weer snel achter mijn benen kroop. Maar het gaat steeds beter en gisteren was er zelfs helemaal niets aan de hand.
Heerlijk om de Hoornscheplas heen gelopen (een roemrucht Gronings duo heeft daar ooit een prachtig lied over geschreven) en J. merkte op dat mijn conditie duidelijk verbeterde na de crisis met het hartvirus in 2002. Tien dagen Intensive Care, daarna langzaam aan herstellen. Hetgeen inderdaad langzaam gaat, maar wel gestaag.
Ben nu bezig m'n gewicht aan te pakken, elke kilo is extra moeite voor de rikketik en ik ben al te zwaar. We doen ons best. Ik bedoel maar, ik ben niet bang om dood te gaan, maar om dat nu extra te gaan bespoedigen, nee, dat hoeft nu ook weer niet.
Verder de dag doorgerommeld, niets bijzonders. Kijken wat vandaag brengt.

 

Zaterdag 19-11-2016

 

Dit dagboek wordt 's morgens vroeg geschreven. Dat heeft verschillende redenen waarvan niet de onbelangrijkste is: ik ben altijd vroeg wakker, an early riser, zeg maar. Al mijn hele leven is dat zo. Ik sliep alleen maar uit als ik zwaar aan het bier was geweest (dat was veel te vaak, helaas), dan kun je het geen uitslapen meer noemen. Meer een coma, eigenlijk. Genoeg daarover, ik ben niet de enige kunstenaar die het af en toe moeilijk heeft met zijn/haar bestaan, dus niet zeuren. Alhoewel ik dat toentertijd (in die dranktijd, dus) wel af en toe een beetje deed, natuurlijk. Waarvoor excuses aan iedereen die het aan heeft moeten horen. Bij dezen! Schluss! Sinds mijn hartaanval is ook het roken en drinken exit, dus ook geen coma's meer. Dat bevalt mij duidelijk prima.
De tweede reden is dat een mens natuurlijk op z'n best is, 's morgens vroeg. Fris, de vorige-dagproblemen verwerkt in een goede maar korte slaap en daardoor bereid om de volgende dag weer enthousiast te lijf te gaan. Vaak weet ik dan ook heel goed hoe ik een schilderij moet aanvallen, ook dat heb ik, schijnbaar moeiteloos, 's nachts opgelost.
Ik heb mezelf daarin getraind (dat nachtelijk oplossen), toen ik een keertje had gelezen dat iemand dat kon. Mijn naïeve redenatie was toen: als iemand dat kan, kan ik het ook. De vierde keer lukte het. Haarscherp stond mij voor de geest wat te doen, hoe de toe te passen kleur eruit zag. Die dag heb ik feest gevierd, een overwinning op mijn eigen hersens, dat vond ik niet niks. Met teveel bier natuurlijk, hahahaha!
Ook heel fijn 's morgens vroeg is de wandeling met hond, vooral in het voorjaar. Verbijsterende vogelconcerten, reeën die je pad kruisen, schone frisheid van de lucht (helemaal als het 's nachts geregend heeft), het is vurrukkulluk.
Dat bastaardwoord heb ik niet van mezelf, ooit een keertje in een reclame gelezen. Maar wat zou het, alles wat ik geleerd heb, heb ik van een ander. Slechts zelden komt een mens tot iets waarachtig nieuws, een eigen creatie, zeg maar. Gelukkig ben ik zo'n man die daar af en toe wel in slaagt, dat vind ik eigenlijk toch wel geweldig. Wat een mazzel naast alle ellende die dat met zich meebrengt.
Wat mij terugbrengt naar Sandrine. Ze zit nog regelmatig in mijn hoofd, tegen beter weten in ga ik af en toe toch maar even op Facebook kijken of ze toch niet gemaild heeft. Natuur-lijk niet! Maar dat zal wel slijten. Ik denk trouwens niet dat ik deze fantastische vrouw snel zal vergeten. Zoals dat met sommige anderen helaas wel is gebeurd. Niet de ervaring maar wel hun namen. In het onthouden waarvan ik overigens heel slecht ben. Laat staan hun verjaardagen, die al helemaal niet.
Je wilt het gewoon niet onthouden, riep Teja wel eens uit, als ik weer es een datum of een naam vergeten was. Misschien is dat ook wel zo. Misschien wil ik wel niet herinnerd worden aan de verjaardagen uit mijn jeugd, die zich kenmerkten door de ellende van die dag. Geen vriendjes op bezoek, geen uitgelaten pret, niks!
De enige verjaardag die ik mij wel herinner, is mijn tiende toen ik mijn eerste fiets kreeg. Een rode! Dat was toen heel normaal, op je tiende een fiets krijgen. Dan moest je op die leeftijd nog leren fietsen, echt waar! Maar daar was ruimte genoeg voor, zoveel auto's waren er toen nog niet. Wat een tijden. Voorwaarts!

 

Zondag 20-11-2016

 

Ik heb niets met zondagen, het zijn voor mij gewoon dagen net als alle anderen. Ik heb ook nooit zo goed begrepen waarom die dagnamen zijn bedacht, anders dan om niet bestaande goden te vereren. Maar goed, dat wisten ze toen nog niet, ze hadden die goden domweg nodig om de voor hun niet te vatten dingen te verklaren. De easy way, zeg maar. Dan hoef je er je hersens ook niet over te breken, je hoeft het alleen maar te geloven. Voor mij had dat afgedaan toen ik op de catechisatie als antwoord op precaire vragen dé religieuze dooddoener kreeg toegestopt: ja, dát moet je dus geloven.
Kijk, zo kan ik ze ook bedenken, mooi niet, dus.
Tot de dag van vandaag is die kritische houding gebleven.

De dominee toentertijd bleek overigens niet zo'n heilige te zijn, achteraf. Die liet te veel vrouwtjes iets geloven, denk ik. Uiterst irritant: hij had een gouden tand (of kies, daar wil ik afwezen) die, elke keer als hij z'n Farizeeërsmond opentrok, ons arme kinderen tegemoet glansde. Ik heb nooit weer een dominee vertrouwd. Door hem geloof ik alleen nog maar iets als het empirisch bewezen kan worden. Ja, die Thomas had toch maar mooi gelijk.
Arme kinderen, ja, dat waren we: eenmaal in de week een klein stukje vlees (een paar plakjes worst of een stukje lekker gekruide speklap) en tevredenheid op brood. Wel een beetje margarine. Maar we waren niet de enigen, hele straten vol kinderen leefden op dat rantsoen. Wel gingen we soms vissen, vingen een paar voorntjes die de buurvrouw dan heerlijk voor ons kon bakken. Want mijn moeder was zogenaamd allergisch voor vis. Behalve zalm uit blik, dat kon ze dan wel eten. Ik heb altijd geloofd dat ze het vis schoon-maken domweg te smerig vond, blij was dat de buurvrouw het wel deed.
Of mijn broer en drie zussen dat ook vermoedden, dat weet ik niet. Toen had ik al geen enkele binding met mijn medekinderen meer. Die had opgehouden te bestaan de eerste keer dat ik mezelf zag zitten in een autoband op de kleuterschool.

Hetgeen uiterst ongewoon is, heb ik mijzelf later laten vertellen. Die band hing aan een soort stellage en was bedoeld als schommel. Lexje (ik dus) zat in die band, "zag" zijn klasgenootjes spelen in de zandbak en vond ze dom. En was alleen. Dat is zo gebleven. Tot de dag van vandaag.
Nog steeds is er een Alex die van buiten naar zichzelf kijkt en tegelijkertijd naar zijn "medemensen". Hij vindt ze nog steeds dom. Althans: het merendeel. Niet dom in de zin van kennis, meer dom in de zin van ontkennen van feitelijkheden. Later meer daarover. Denk ik.
Nu weer terug naar de zondagen. Mijn voorstel is de dagen van het jaar gewoon te tellen. Wat is het vandaag? Oh, 324. Bedankt! Zijn we ook gelijk van die achterlijke schrikkeldagen af en van al die gefrustreerde schrikkelkindertjes die maar een keer in de vier jaar jarig zijn. En tevens van al die verborgen godennamen in de namen van de dagen van de week. Hoeven we daar ons hoofd ook niet meer over te breken. Kunnen Donar, Freya en Saturnus eindelijk met pensioen.

 

Maandag 21-11-2016
 
Achtenzestig zou toch veel te oud moeten zijn om nog last te hebben van "luddevedut" maar niets is minder waar. De depressie die voor een fikse storm zorgde hier in het Noorden des Lands, zoals dat zo mooi heet, had ook zijn weerslag op mij. Oorzaak en gevolg, toeval, wie zal het zeggen. Feit is dat ik me de hele dag erg alleen heb gevoeld, teveel heb gegeten van de weeromstuit en tot helemaal niets ben gekomen. Ik had willen schilderen, er moest hoognodig een was gedaan worden, stofzuigen was ook een optie, maar nee, hoor! Ik kwam er domweg niet toe.
Het lijkt erop dat met het toenemen van de mentale weerbaarheid het negatieve gevoel er ook maar een stapje bovenop doet. Om het in balans te houden, zeg maar. Zo van: "Je had toch niet echt gedacht dat je, nu je wat ouder bent, de zaken wat beter aan kan, hè? Nou, mooi niet, ik zal je nog eens een poepie laten ruiken. Ha!" 't Is maar goed dat ik tegenwoordig weet dat ik dat allemaal zelf creëer, want anders liep ik zo Herman Brood achterna.
Het wandelen met Pantu was het ook al niet, al moet ik toegeven dat ik de bal nog nooit zo ver heb kunnen gooien door die storm. Toetje had blijkbaar geen last van de wind, die wou niet ophouden. Maar ik wel en ik ben de baas, ha!

Een paar lichtpuntjes waren er toch. Met als belangrijkste: mijn favoriet qua voetballen - Faayenoort - heeft mooi gewonnen met 3-0 van PEC Zwolle en niet in de laatste plaats door de meest sympathieke voetballer die ik ooit heb gezien: Dirk Kuijt. Ja, dat moet echt met een lange ij, ik heb het opgezocht. Harde werker, motor van een elftal, niet te beroerd om op noodzakelijke momenten een goaltje mee te pikken, zoals dat zo mooi heet. Én een vreselijk aardige jongen, een ideale schoonzoon zou ik haast zeggen als ik dochters had gehad. Zo eentje moet je erbij hebben als je niet voortdurend in de catacomben van het betaalde voetbal wil bivakkeren.
Maar goed, gisteren niet dus, dan maar vandaag. Gelukkig hebben we in het brave Nederlands-hervormde Holland een goede traditie: Maandag wasdag! Als dat me er niet toe kan brengen, dan weet ik het ook niet meer. Dan moet ik toch maar op zoek naar dat platte dak om van af te lopen. Want: alterius non sit, qui suus esse potest (Wie zijn eigen meester kan zijn, moet niet afhankelijk zijn van een ander).

Amen!
Toch hoop ik stiekem dat Sandrine dit dagboek ook leest, zodat ze in ieder geval weet hoeveel het me doet, haar vertrek! Tot morgen maar weer, deo volente!

 

 

 

 

Dinsdag 22-11-2016

 

Ik sta een beetje wankelmoedig tegenover het begrip toeval. Filosofisch kan ik het benaderen als zijnde niet bestaand (elke gebeurtenis heeft zijn eigen, unieke ontstaans-geschiedenis), in de praktijk is dat toch wat moeilijker vol te houden. Wel wil ik er aan, dat ieder mens een grote hoeveelheid al dan niet verstopte data in zijn/haar hoofd heeft waardoor het lijkt of iets toeval is, maar achteraf deducerend de kennis al lang aanwezig was. Zo zit ik nu met de figuur Herman Brood.
Gistermorgen vroeg hier nog aangehaald als dakspringer (ik denk niet dat god zijn ziel heeft, die leeft meer voort in al z'n muziek en schilderijen), gisteravond laat een grote documentaire op televisie over deze roemruchte figuur. Ik mag het wel over hem hebben omdat ik hem kende, toen. Als zeer kleine vis, vlak na mijn avontuur in Breda, waar ik vrij kort de kunstacademie bezocht, spartelde ik rond in het grote kunstgebeuren in de stad Groningen en kwam in aanraking met verscheidene figuren die vandaag de dag toch een zekere beroemdheid met zich meedragen. Sommige van die figuren leven nog, net als ik, sommigen zijn inmiddels dit ondermaanse ontstegen. Rob Engelsman, Willibert Panman, Kees van der Hoef, zij leven nog. Maar C. Buddingh, Driek v. Wissen en Herman Brood zijn inmiddels niet meer.

Al spartelend kwam ik natuurlijk ook in de toen gangbare kroegen voor figuren als ik, eenzame kunstenaars, wanhopige schrijvers of alleen nog maar in de dop.
Zo had je Café Adje, begonnen als een koffieshop aan het Boterdiep met Adje en Jan als uitbaters, en ook de Talk of the Town, een vunzig gebeuren midden in de Nieuwstad, tussen de hoeren. Daar heb ik Herman Brood vaak ontmoet, niet wetend wat voor lot hem te wachten stond.
Diep in de nacht kon je ook nog naar het Literair Café Aabc, met Rita als de meest bekende kroegeigenaresse van onze prachtige Noordelijke cultuurstad. Rita, bek als een scheermes, was voor niemand bang, Rita's woord was wet en ze had een beetje een zwak voor mij, dat weet ik zeker. Haar man Vilmos had de uitstraling van een kleine boef, midden in de nacht ook niet direct opvallend, want ook daarvan waren er genoeg. Een schilderij van mij heeft vele jaren daar aan de muur gehangen en ook ben ik vele malen door óf drank óf vermoeidheid (meestal een combinatie van beiden) overmand daar in een hoekje in slaap gevallen. Dan werd ik bij sluitingstijd door haar gewekt om daarna naar huis te strompelen. Ik denk achteraf dat ik wel een beetje appelleerde aan haar moederinstinct, waarvan ze ruimschoots was voorzien. Rita's dochter (daar ben ik nog steeds vrienden mee op Fb) heeft toentertijd (1984) ook nog een schilderij van mij gekregen, ik meen als verjaardagscadeautje, dat heeft ze nog steeds. Ze stuurde mij een jaartje terug een foto daarvan met de vraag: ken je deze nog? Uiteraard kende ik die nog. Ik ken elk van mijn schilderijen, weet alleen niet waar alles gebleven is.
Optredens in AaBC kan ik me herinneren van Drs. P (ook dood sinds kort), de al genoemde C. Buddingh (alom bekend, natuurlijk) en de nog steeds levende misantroop Hans Dorrestijn, met wie het merkwaardig goed gaat sinds die zich in gezelschap van een echte vogelaar bezighoudt met alles wat vliegt, zingt, baddert en kwettert.
Met Willibert Panman heb ik nog es een performance gedaan waarbij ik een gedeelte van het publiek toch behoorlijk wist te shockeren, met Rob Engelsman ben ik nog steeds een klein beetje bevriend via Facebook, Kees v.d. Hoef zie ik al heel lang niet meer. (rectificatie 08-11-2017: Kees inmiddels opgespoord, hij slijt zijn stokdove dagen in een verzorgingstehuis)
Ook was ik een beetje beschäftigt - een klein beetje maar - met Forma Aktua, een politiek kunstgebeuren, geïnspireerd door Henri de Wolf, ook al een roemruchte figuur in Groningen. Henri heeft mij later tijdens een delirium nog ernstig met de dood bedreigd waardoor ik me van de Pinakoteek, zoals Forma Aktua ook heet, heb afgekeerd. Ook deze legende is al lang niet meer onder ons. Kapotgezopen. Ik word oud.
Toeval? Kweenie. De enige die dat weet, is meneer Cactus.

 

Woensdag, 23-11-2016
 
Zoals maandag wasdag is, zo is de woensdag gepromoveerd tot gehaktdag. Die gewoonte stamt nog uit de tijd dat op woensdag de resten van het op maandag geslachte vee werden vermalen tot, u raadt het al, gehakt. Dus onze beroemde bal vindt zijn oorsprong in onze neiging, alles te gebruiken van het dier wat wij doodden om ons te voeden. Daar is op zich niets mis mee zolang wij eerbied betonen aan het leven dat wij nemen voor ons eigen voordeel.
Veel mensen zijn echter, volkomen terecht, gefrustreerd door de manier waarop wij ons vlees opfokken en waarom we dat doen, namelijk niet meer om op te eten als eerste doel, maar om geld mee te verdienen. Waarmee de eerste discrepantie is aangetoond: als je al te eten hebt, heb je toch geen geld meer nodig? Maar schijnbaar en blijkbaar is er een slag mensen dat nooit genoeg heeft. Bij eten heet dat obesitas, bij geld kapitalisme. En net als bij elk isme kleven daar grote nadelen aan.
Vrouwen (soms ook mannen) die zich seksueel beschikbaar stellen als er maar genoeg geld tegenover staat, mannen die zich met drugs en moorden bezighouden om dezelfde reden, banken die zich bezighouden met dubieuze praktijken teneinde de graaiende aandeelhouders weer tevreden te stellen, verzekeringsmaatschappijen die zo weinig mogelijk proberen uit te keren bij een zo hoog mogelijke premie. Ik kan deze lijst wel drie pagina's lang maken maar de conclusie moet toch zijn: al dat geld helpt je niet op je laatste dag. Dood ga je toch.
Waarom dan niet een beetje minder geld, een beetje meer tijd om te genieten, meer gelukkige momenten met je naasten, hoeveel of hoe weinig ook in getal. Vaker je ogen geopend voor een zonsondergang of zomaar een paar wolkjes aan een blauwe hemel of een vogel in het water, waarvan je later leert dat het een dodaars moet zijn. Waardoor die dure vogelgids ook nog nut heeft.
Terug naar de obesitas, er tegenover staat de anorexia. Te weinig vlees op de botten is natuurlijk ook niet gezond. Het lijkt me vreselijk om deze aandoening te hebben. Elk hapje gaat er net zo hard uit als dat het erin ging, dwangmatig weer uitgekotst. De mensen die dat hebben, meestal jonge meisjes, worden meestal ook niet erg oud. Oude lijders aan deze dwangneurose zie je dan ook bijna nooit. Vaak zijn er psychische oorzaken of juist
fysieke voor deze afwijkingen, waarmee ik bedoel te zeggen dat je deze uitersten niet kunt benaderen met: nou, dan eet je toch lekker niets? Of omgekeerd.
Zelf neig ik wel een beetje naar de obesitas, mijn BMI begint de dertig ook te naderen, ook ik probeer een leegte te vullen die met voedsel niet te vullen is. Elk kroketje kan ik er zo wel aanplakken en elk pondje gaat door het mondje. Is een oud Nederlands gezegde. Zo is het maar net. Ik pleit schuldig.
Het land der Bourgondiërs is dan ook niet voor niets mijn favoriete land; die Belgen en Noord-Fransen, die kunnen er wat van. Schransen, drinken, duizend soorten bier en wijn met tussendoor natuurlijk nog lekkere hapjes. Tip: lees Asterix en de Belgen, dan weet u precies wat ik bedoel.

Tegenwoordig, met onze smart- en andere phones, openbaart zich daarnaast nog een nieuwe Belgische gewoonte: ze nemen foto's van het genoten maal en sturen dat rond in hun kennissenkring met aanbevelingen of juist niet. Dat de restaurants dat ook weten verhoogt natuurlijk de feestvreugde, ze zullen uiteraard beter hun best gaan doen goede waar te leveren voor het geboden geld.
Dit alles nadat ik gistermiddag een heerlijke wandeling met mijn van afkomst Marokkaan-se buurvrouw en haar 14-jarige dochter heb gemaakt. De buuv is dol op Pantu, eigenlijk op alle honden (waarover later meer) maar Pantu wel in het bijzonder, ze vindt mij ook wel een grappige man en het was een prachtige novemberdag en de wandeling was rustgevend en de meiden waren gezellig en de hond als een terriër zo eigenwijs, verslaafd aan de tennisbal en de zon stond aan een prachtige hemel en er was niets te wensen over. Wat een foeilelijke zin! Soms is geluk heel gewoon.

Donderdag, 24-11-2016
 
Als ik al gedacht had het moeilijk te hebben met het ontsnappen aan een geïndoctri-neerde religieuze opvoeding, mijn buurvrouw heeft het nog wel zwaarder gehad.

Geboren worden als vrouw met een opstandige geest in een Marokkaans moslimgezin is nu niet direct een optimale omstandigheid om groot te groeien. Het is duidelijk, onuitge-sproken, dat ze het erg lastig heeft gehad. Dat heb ik kunnen concluderen aan het feit dat ze waanzinnig goed met honden op kan schieten. (Huh?)
Wel, niet bang voor geen van hen, ongeacht formaat of ras lijkt ze de vrouwelijke dog-whisperer wel. Alle honden komen op haar af, zelfs de meest schuwe benaderen haar en ze gaat ertussen zitten als was ze één van hen. Toen ik haar daarnaar vroeg, kreeg ik in beetjes het verduidelijkende antwoord: als kind vluchtte ze naar buiten als het thuis niet meer te harden was door broers en ouders, schuilde onder een soort veranda. Daar kwam ze met honden in contact en aangezien honden onrein zijn in Marokko, was de link voor haar snel gelegd. Ook zij was onrein en ze deelde haar lot met alle Bello's, Pluto's en Fikkies daar onder dat terras.
Ze heeft daar geleerd met de honden te communiceren, onreinen onder elkaar, nu praat ze nog steeds puppytaal met alle honden. Aangezien honden vrijwel nooit puppy's zullen aanvallen, zijn ze gewoon vriendjes onder elkaar. Pantu wordt knettergek als we samen gaan wandelen, die stuitert zowat door het huis heen, alle andere honden op de wandeling komen kennismaken, kortom, één groot feest. Alle eigenaren hebben een praatje, buuv stelt vragen over de honden, iedereen geeft antwoord. Miraculeus! Zelf is ze zich van geen wonder bewust.
Volgens hondenpsychologen is puppytaal gebruiken pedagogisch niet verantwoord voor de honden, maar wie ben ik om dit mirakel te verstoren met theoretische prietpraat. Akkoord, misschien is het geen prietpraat, maar in haar geval werkt het, buuv is gelukkig tussen de honden, ze heeft de gave ook aan haar dochter doorgegeven en ook die is knettergek op die beesten. Zo zijn er twee heel goeie hondenbaasjes die mij af en toe begeleiden op mijn dagelijkse Pantu-wandeling. Pedagogisch niet verantwoord? M'n neus!
Toen er dan ook onverwacht gistermiddag een telefoontje kwam of ik nog met Pantu moest wandelen, was ik onmiddellijk bereid nog een keertje te gaan, alhoewel ik zelf om half-elf ook al geweest was. Ach, zo kwam ik er een tweede keer uit, het was een zachte dag in november en mijn gewicht is langzaam aan het minderen. Vierennegentig kilo vanmorgen na het ontbijt. Mooi! Vijfentachtig is streefgewicht maar of ik dat nog haal... we doen ons best.
Dat hoeft de buurvrouw niet te doen, haar best, het gaat vanzelf tussen haar en de Pluto's! En dat wandelen helpt mij uiteraard ook. Hoe was dat spreekwoord ook al weer, over messen en twee kanten...???

 

Vrijdag, 25-11-2016

 

Gisteren hard gewerkt. Veel geschilderd, vier doeken tegelijkertijd in behandeling, heel langzaam naderen ze alle vier de voltooiing. Een gaat er over de bomaanslagen in Brussel (beloofd aan Rik uit België, een verzamelaar van mijn werk), eentje over mijn herinne-ringen aan de vakantie in Griekenland die ik samen met Teja heb gevierd, de derde een filosofisch doek waar een tekst centraal staat (waar is alles wat was, een tekst die ik in een of ander radioprogramma hoorde uitspreken door een gast en die diepe indruk op mij maakte) en het schilderij voor Sandrine, een eigen interpretatie van L'Origine du monde, een schilderij van Gustave Courbet.
Wikipedia quote: L'Origine du monde (Frans, letterlijk: "de oorsprong van de wereld") is een realistisch schilderij van de Fransman Gustave Courbet. Het schilderij, hij maakte het in 1866 (!), is zijn meest provocerende naaktschilderij. Het doek maakt deel uit van de vaste collectie van het Musée d'Orsay in Parijs. Het toont een liggende vrouw die met gespreide dijen de toeschouwer een onbelemmerde blik op haar vulva/schaamlippen gunt. Hoofd, armen en benen zijn niet te zien. Einde quote.
Veel schilders hebben geprobeerd de smalle weg tussen porno en erotiek te bewandelen, ik dus ook. Tot nu toe gaat het uitstekend, maar ik doe het dan ook heel doordacht.

In mijn oudere werk kwam het thema ook al regelmatig naar voren, nog voordat ik het bestaan van dit schilderij kende. Ook daar is geen sprake van porno, ergo, ik heb er veel vertrouwen in. We zien wel hoe het uitpakt.
Ik kwam daarop omdat Sandrine een repro van dat schilderij in haar slaapkamer had, de juiste plek voor zoiets, lijkt mij. Latere inzichten uit de psychologie toonden aan dat een man pas volwassen is als hij die aanblik kan relativeren. Ook dat leerde ik pas nadat ik de impuls om ook datzelfde onderwerp te schilderen, al verscheidene malen had beant-woord. Mijn eerste expositie in een Bredaas café ging daar zelfs over. Het bezorgde mij op de academie al snel de bijnaam: dirty old man. Pas later zeiden klasgenoten dat ik waarschijnlijk toch wel een ”echte” kunstenaar was, in hun ogen dus iemand die dit soort thema's aankon.
Dat zij dat niet konden, dat was in het eerste jaar al duidelijk geworden. Ook daar zat Lexje weer in zijn overdrachtelijke autoband en vond zijn klasgenootjes over het algemeen maar dom. In de ogen van dat soort mensen zal ik toch altijd arrogant gevonden worden, heb op mijn huidige leeftijd (ik ben nu 68) dan ook geen enkele behoefte meer me in te houden. What's there to lose.

Dat mijn basisthema in de Kunst: "Nereïden en andere Godendochters" toch ook vaak een semi-erotische inslag heeft, is evident. Net zo goed als huidige autoverkopers een “lekker wijf” tegen hun bolides laten leunen, gebruikten ze in de vroege geschiedenis ook de vrouwelijke aantrekkelijkheid om hun boodschap te verkondigen. Leda en de zwaan, de geboorte van Venus; noem maar op. Voorbeelden te over.
Na het schilderen, ik kan het niet al te lang meer volhouden vanwege bursitis in beide schouders, nog een beetje aan het huishouden gedaan. Stofzuigen, bed verschonen, afwassen. Ik moet immers wel mijn best doen het huis toch een beetje netjes te houden (heb ik Teja beloofd vlak voor haar overlijden).

Verloedering ligt bij een man alleen al gauw op de loer.
Maar gelukt, 's avonds bij het voetballen op tv als gewoonlijk in de hangmat in slaap gesukkeld (ja, echt waar, die heb ik in de kamer staan), midden in de nacht nog even met de hond uit en toen in bed, zoals het hoort, verder gaan genieten van een zeer verdiende nachtrust.

 

Zaterdag, 26-11-2016

 

Het was het niet helemaal, gisteren. Lichamelijke pijntjes overheersten en dat beïnvloedt je stemming toch altijd een beetje. Korte nacht van de schouderpijn, 2,5 uur echt geslapen en daar zat Sjofele Sjappie al weer achter de ezel om vijf uur in de morgen.
Nu is dat niet abnormaal, zoals al eerder gemeld, maar als je fit bent, is dat wel een veel leuker verhaaltje. Toch ging het redelijk goed, leunend op de routine. Per slot van rekening is een schilderij tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie dus als het met die inspiratie niet helemaal lukt, is er altijd wel iets anders te doen.

Al schilderend komt meestal de inspiratie dan vanzelf weer om de hoek kijken.

Later, om half acht, ben ik met mijn beroemde witlofsalade begonnen. Die maak ik altijd in een behoorlijk grote portie, buuv en buuvdochter vinden het ook heerlijk, daar raak ik zo een grote bak vol aan kwijt.
Eigenlijk is het een pasta/witlofsalade met heerlijke extra ingrediënten zoals rozijnen en cranberry's, kip, kaas, ei, een augurkje of drie, één of twee sjalotjes fijn gesnipperd en natuurlijk een yoghurt-mayonaisedressing volgens eigen recept. Veel wil ik daar niet over kwijt, wel dat er een beetje Groninger mosterd in zit. Met in de salade ook feta, natuurlijk. Dat heb ik in Griekenland leren eten, ik gebruik het nu in heel veel recepten. Verder nog wat stevige gekookte aardappelblokjes en voilà, een grote pan vol heerlijkheid. Ik moest nog wat amandelen halen om te roosteren voor in de seroendeng (jawel, de Indische), dat mengsel gebruik ik als strooisel over de salade.
Hondje mee, dat doe ik vaak in één rit door, vlak bij de super kan ik haar heerlijk vrij laten rennen en dan kan ik daarna de boodschappen doen. Op de terugweg belde buuv of ik nog met de hond ging wandelen, dat had ik net gedaan, maar ach, dan maar twee keer. Pantu vindt dat echt niet erg.
Toen hebben we ook de Hoornscheplas nog maar een keertje gerond. Het werd duidelijk al kouder, volgende week willen ze nachtvorst. Daar heb ik helemaal geen zin in, maar ja, ik ben dan wel pensionado maar niet zo rijk, dat ik dat edele oude-mensenberoep in Spanje kan uitoefenen. Ach, en al kon ik dat wel, binnen twee weken wil ik dan wel weer, desnoods kruipend, terug naar het Hoge Noorden. Vastgebakken in de klei, noemen ze dat. Waar onze standaardgroet even simpel en rechtdoorzee is als het volk wat hier leeft, moi! Als je komt of als je weggaat, gewoon moi. Dus: moi!

 

Zondag, 27-11-2016

 

In de Breda-tijd, toen en waar ik de kunstacademie bezocht, leefde ik samen met Paula, een violiste uit Roermond. Althans, daar woonden haar ouders, zij leefde in een flatje in Sittard, waar ze iets vaags creatiefs studeerde. Ik had haar leren kennen toen ze met een vriendin in Groningen was, het was liefde op het eerste gezicht. Na een paar keer afgereisd te zijn naar het zuiden was het “aan”, hadden we een soort relatie. We gingen samenwonen in Breda toen ik het wilde plan had opgevat om daar naar de Kunstacademie St. Joost te gaan. Ik had inmiddels al bestelauto's vol tekeningen en schilderijen, alles nog realistisch en, achteraf gezien, de schilderijen van heel matige kwaliteit, maar toch durfde ik daarmee eindelijk naar de academie af te reizen. De docenten zullen wel gedacht hebben, een bestelauto vol.... maar ik werd wel aangenomen voor de avondopleiding. Dat vanwege mijn leeftijd, het leek ze niet zo geschikt om een dertigjarige tussen de pubers van de dagopleiding te zetten. Waar ze natuurlijk groot gelijk in hadden.
In Breda hadden we, uiteraard, ook een stamcafé. De Scarabee. Over de Scarabee volgens het internet: … Breda – Iedere stad heeft zijn verborgen schatten. Het in de Van Goorstraat verscholen café De Scarabee was er één van formaat voor bluesliefhebbers. Ze kwamen van ver buiten de stadsgrenzen om de blues in dat goed verstopte café in Breda te horen. Einde quote.

Daar is heel wat bier in het Groningse keelgat verdwenen.
Er niet al te ver vanaf wonend, waren Paula en ik graag geziene gasten in dit prachtige cafeetje, gerund door Robb Bouterse, inmiddels al een paar jaar dood (2010). Hij was een drijvende kracht achter vele zaken en er is terecht een Annual Robb Bouterse Tribute in de leukste stad van Nederland opgericht, waar nog steeds het glas geheven wordt ter nage-dachtenis van deze vrije vogel, uitbater van het Scarabee-blueshonk.
Later, toen ik al weer jaren terug was in Groningen, zonder Paula, wonend bij een stickies rokende lerares, kreeg ik het lumineuze idee om een performance te gaan houden. Daar doken toch ook weer kennissen uit de Scarabee op en werd het weer heel gezellig. Ook in Groningen ging er nog heel wat bier door het keelgat.

 

Maandag, 28-11-2016

 

Gisteravond, tijdens het hond uitlaten, het begon al koud te worden zoals ze ook voorspeld hadden (komende nachten nachtvorst, eerst licht, later matig tot -7 graden Celsius), had ik weer eens zo'n “ik-kijk-naar-de-sterren-en-voel-me-zo-klein” moment. Nu heb ik dat wel vaker, maar soms zit daar toch wel een extra stukje bij.

Deze keer moest ik denken aan hoe gemakkelijk we de nieuwsberichten accepteren, tegenwoordig. De Syrische troepen hebben een deel van huppeldepup heroverd op de rebellen. Maar niemand weet meer, wie nu wat en waarom is. Zijn de rebellen nu de goeien omdat zij strijden tegen een wreed staatshoofd, zijn de regeringstroepen nu de goeien omdat zij strijden tegen de rebellen die hun niet zo wrede staatshoofd willen omgooien, strijden ze nu voor of tegen de Islam, en zo ja, waarom dan? Geloven moesten er toch toe dienen vrede te bewerkstelligen, waarom vechten ze er dan voor? Of waar vechten ze anders tegen?
Sociologen, antropologen en andersoortige -ogen beweerden dat de oorlog noodzakelijk is, omdat er teveel jonge mannen leven. Zo ja, waarom maken we die dan, die jonge mannen? Anderen zeggen dat het niet noodzakelijk is, maar alleen maar een gevolg van, daar maken ze dan weer opnieuw een oorlog van. Weer anderen schrijven daar dan stukjes over, of maken er een film van (is ook nog niet eens geheel ongevaarlijk, regelmatig komt er een bij om) om het óns weer op het boterhambordje te leggen. Maar ja, ik heb tenminste nog een boterham, wie weet waar zij eigenlijk om vechten.
Toen, na dit geestelijke geharrewar, moest ik denken aan een documentaire die ik gezien had van iemand, die een oorlogje tussen een paar groepen apen had gefilmd.

Tijdens het redigeren, toen ze goed keken naar wat ze eigenlijk hadden opgenomen, zagen ze dat het heel anders was dan dat ze gedacht hadden. Wat bleek? Tijdens de clash zag je beide groepen als gekken op elkaar afstuiven en met een hoop gegil en geschreeuw (inderdaad, er is niets veranderd) elkaar vreselijk de koppen in elkaar slaan.
Maar wacht eens.... tijdens de schermutseling werden er helemaal geen koppen in elkaar geslagen, dat leek alleen maar zo. Wat er echt gebeurde, was dat er een aantal jonge vrouwtjesapen om het gekrakeel heenliepen en van kamp wisselden, gewoon vrede-lievend bij de buren introkken. Om zodoende inteelt te vermijden en het ras/de soort sterk en intact te houden.
Waarop ik gisteravond onder de sterren dacht: kijk, dat doen wij mensen dus verkeerd. Wij slaan elkaar echt de koppen in, juist om te voorkomen dat onze vrouwen overlopen en zodoende de soort sterk houden. Onze foute conclusies in onze beperkte, egocentrische hersens brengen ons juist naar de ondergang van onze soort. Inteelt en vreemdelingen-haat kom je veel tegen in groepen die zich er eigenlijk op voorstaan, het ras zuiver te willen houden.
Nee, ik ga het niet over die Adolf of andere net-zo-denkenden hebben, die conclusie had u zelf ook al getrokken, toch? De oorlog heeft zich verplaatst van ons onderbewuste, waar die oorlog eigenlijk helemaal geen oorlog was maar een genenuitwisseling, naar een oorlog in onze hersenen waar we juist willen voorkomen dat dat gebeurt.
Onze vrouwen, die weten het wel, die vallen altijd massaal op de mannen van de vijand. Maar in plaats van dat we die vrouwen juist hoog hebben omdat ze de soort “mens” sterk en vrij van inteelt houden, scheren we ze de koppen kaal, snijden hun genitaliën eraf of bedenken we nog ergere straffen. Dat alles om te voorkomen dat Pietje van de overkant er met onze vrouwen vandoor gaat. We vergeten dan maar gemakshalve dat wij, Jan Klaassens van deze kant, er in de ogen van de Katrijnen van de andere kant juist weer aantrekkelijk uitzien.
Toen wist ik dus waarom ik als twaalf-, dertienjarige de wijk vlak bij ons, waar de Molukse meisjes woonden, zo aantrekkelijk vond. Daar was niks mis mee, dat was gewoon evolutie. Natuur! Dan, opeens, snap je ook, waarom juist religieuze of andere behoudende groepen op Darwin tegen waren. Want Darwin wist natuurlijk heus wel dat genenuitwisseling op onbewust niveau plaatsvond. En plaatsvindt. Zij zijn natuurlijk als de dood dat ze hun vrouwtjes kwijt raken aan de boze, heidense buitenwereld. Die daarom door vaders (en ook de heilige vader, natuurlijk), neven en niet in de laatste plaats broers, in de gaten gehouden moeten worden opdat ze niet ontsnappen.
Wat ongetwijfeld erg vaak gebeurd moet zijn, want de hormonen van die meisjes waren ook niet gek. Die wisten heus wel dat het betere zaad altijd aan de andere kant van de heuvel zou zijn. Grenzen zijn bedoeld om je vrouwtjes te laten ontsnappen, niet om ze tegen te houden. De mannetjes, die moet je tegen houden, anders gaan ze maar vechten. Daar krijg je oorlog van en dat is nergens goed voor.
Ben je je meisje dan kwijtgeraakt aan zo'n mooi Italiaantje of negertje, of wat dan ook, bedenk dan maar dat je een grootse daad hebt verricht. Je hebt de soort gered op een betere manier dan dat je je vriendinnetje zelf bevrucht zou hebben. Hoe veel pijn dat ook even doet. Het grote ideaal kan dat ongemak gemakkelijk overwinnen. Dat ideaal heet vrede door inzicht, niet door oorlog. Want oorlogvoeren, dat doen we immers al gewoon alsof, tijdens het voetballen.

Jouw beloning?
Er komt vanzelf een Française of een Jamaicaanse of een Eskimo-vrouw op je af die jou helemaal te gek vindt. Niet omdat je zo mooi bent of omdat je een groot geslachtsorgaan hebt, of om wat voor reden dan ook, maar enkel en alleen omdat jij van de andere kant van de heuvel bent. Waar het gras altijd groener is. En het zaad beter.

 

Dinsdag, 29-11-2016

 

Vannacht het definitieve gesprek met Sandrine gehad. Ze was toch nog steeds een beetje in beeld, dacht ze zelf, bij mij was ze nog helemaal niet verdwenen en dat zal ook niet gaan gebeuren, zeker niet zolang ik nog met haar schilderij bezig ben.

We hadden een afspraakje gemaakt voor komende zaterdag, 3 december. Maar toen kon ze gisteravond niet slapen van de, voor haar duidelijk, foute beslissing. Daarom maar midden in de winternacht (waar doet me dat toch aan denken, hahaha) naar haar toe om het, letterlijk, uit te praten. Wat goed is gelukt, denk ik. Hoop ik. Weet ik wel bijna zeker. Bij mij is het opgejaagde gevoel verdwenen, bij haar was zoveel opluchting dat we er bijna toe kwamen... je weet wel. Dat ging dus gelukkig niet door, maar het was wel tekenend.
Ik heb haar de situatie uit kunnen leggen, dat het niet aan haar lag, dat ze niet verliefd op mij kon worden en ik denk dat ze het deze keer goed heeft begrepen. Met de belofte dat, mocht haar insteek ooit veranderen, dat ze me dan weer zou benaderen, hebben wij afscheid van elkaar genomen. Dan maar weer terug naar huis, alleen. Zo zal het wel blijven, daar moet ik me maar bij neerleggen. Met dat kleine sprankje hoop heel diep in mijn jongenshartje verscholen. Mocht het toch zover komen, u hoort nog van de bruiloft.


Vanmorgen, deze dinsdag, een heel andere dag. Ik ga een gebakken visje halen op de Dinsdagmarkt van Zuidlaren met Anja, de zorghulp van Teja's laatste week. Een schat van een mens met wie ik het onmiddellijk enorm goed kon vinden, type recht-door-zee met een sterke wil. Precies wat een mens nodig heeft in zo'n periode. Die hulp was er de laatste weken om Teja te helpen en mij wat slaap te gunnen. Want ook ik was behoorlijk kapot, toen. Dat heeft ze uitstekend gedaan, in tegenstelling tot sommige anderen, die alleen maar bezig waren de hypotheek van het fraaie huis dat ze bewoonden, bij elkaar te verdienen. Dan moet je een ander beroep gaan kiezen, vind ik.
Maar goed, die “nachtzuster”, daar heb ik goede banden mee aangehouden na de dood van Teja, ik heb er zelfs Pantu aan te danken want daar paste Anja op, omdat Pantu's baasje ook was overleden. Toen ik een keertje bij haar op bezoek was, kwam dat kortpotige hondje razend enthousiast op me af rennen, ik werd ter plekke verliefd en nu woont het hondje al weer meer dan een jaar bij mij.
Die nachtzuster dus, Anja, die had op Fb een berichtje over een heel goede visbakker bij haar in Zuidlaren. Toen ik zei dat die in Groningen, vlakbij mijn garage, beter was, of tenminste dat die van haar wel heel goed moest zijn om die in Driebond (zo heet die wijk) naar de kroon te steken, was een afspraakje snel gemaakt om dat maar eens uit te proberen. Dat gaat straks gebeuren.

Om 1 uur heb ik bij haar thuis afgesproken, Pantu mee, die zal wel weer volledig door het lint gaan, dan naar de Zuidlaardermarkt om een gebakken visje te halen.

Ik ben benieuwd. Van schilderen zal dus wel niks komen, vandaag.
Is ook niet erg, alle goede dingen komen langzaam, is een mooi Nederlands spreekwoord. “ Daar houd ik mij aan, jonge vriend”, zou Heer Bommel zeggen. Waarover later meer.

Ook de groeten van Terpen Tijn.

 

Woensdag, 30-11-2016

 

Terpen Tijn (zie het dagboek van gisteren) is de kunstschilder in de fantastische serie strips van Marten Toonder (Rotterdam, 2 mei 1912 – Laren, 27 juli 2005) waarin Ollie B. Bommel (Heer Bommel), een beer, de hoofdrol speelt met als hulpje zijn anima, de poes Tom, oftewel Tom Poes.

Zoals in al de boeken en strips van Toonder spelen dieren de mensenrollen, gebruikelijk in fabels. Toch lopen er ook echte mensen tussen de dieren rond. Eén ervan is Terpen Tijn, de kunstschilder, die zijn inspiratie uit trillingen haalt, die hij zelf krachtig omschrijft als: de eeehh.... dinges! Ook menselijk zijn de jonge vrouwen, zoals de muze of de heks. Nog vergeten de tovenaar Magister Pas, die het kwaad van de wereld vertegenwoordigt. Die is uiteraard menselijk, dieren weten niets van “het kwaad”.
Ook de wetenschapper is min of meer menselijk, de prof. Zbygniew Prlwytzkofsky, door heer Ollie altijd professor Prillewits genoemd. Die zich voortdurend verliest in zijn eigen hersenspinsels, geassisteerd door zijn hulpje, de muis Alexander Pieps. Terwijl alle andere figuren in zijn boeken allemaal een hond, nijlpaard, pad, giraf of wat voor ander dier dan ook maar zijn. Heel bijzonder. Tevens menselijk, maar zeker niet humaan, is de Zwarte Zwadderneel, de zeer Calvinistische onheilsprofeet.
De hele serie staat bij mij in de boekenkast en wordt regelmatig van begin tot eind doorgespit. Wereldproblemen, politiek, filosofie, niets is Toonder te gortig, hij benadert deze zaken op een mij zeer aansprekende manier. Een aanrader voor iedereen, die ook dit soort problemen probeert te doorgronden.

Toonder geeft elegante oplossingen voor die complexe materie en het is fascinerend om te zien hoe een en ander vorm krijgt in een stripverhaal. Zelf kunstschilder zijnde, ben ik natuurlijk ook op zoek naar de inspiratie in de spanningsvelden tussen realiteit en fictie. Ook mijn jonge vrouwen, godinnen en nymphen, zijn allemaal menselijk. Terwijl ze eigenlijk, ieder voor zich, staan voor een benadering van een levensfilosofie, die, geboren in het Nabije-Oosten, via-via Europa heeft veroverd.
In de benadering van deze onderwerpen, door ondergetekende uit de Griekse en Romeinse mythologie gehaald, probeer ik dan op mijn manier onze maatschappelijke oorsprong te doorgronden en vorm te geven. Om op die manier zin te geven aan mijn eigen bestaan, anders dan me slechts voort te planten.

Dat laat ik liever aan anderen over, die anderen waar ik vroeger vanuit mijn autoband-schommel al vanaf een afstandje naar keek. Wat ze hoogstwaarschijnlijk ook allemaal braaf gedaan hebben, terwijl ik op zoek ging naar de waarheden in de eeehh... dinges!

Dat Marten Toonder op dezelfde dag geboren is als ik, is slechts toeval. Hoop ik.

 

 

 

DECEMBER

 

 

Donderdag, 1-12-2016

 

Sandrine is vandaag twintig jaar in Nederland. Hoe weet ik dat? Waarom is dat belangrijk? Elle est de retour, she's back, ze is weer terug bij mij! Via een diepe crisis (ik heb het schilderij overgekalkt, ik kon haar beeltenis niet langer verdragen maar gelukkig hebben we de foto's nog) en een oprechte boosheid mijnerzijds, is de lucht opgeklaard, hebben we een basis om verder te gaan.

Vanmiddag haal ik haar, twintig jaar is niet niks per slot van rekening, van haar werk uit Delfzijl, dan zien we wel hoe het gaat. Ben zo blij als een klein kind. Ze is uiteindelijk toch mijn platonische wederhelft. Het was al erg genoeg, dat het zo moeilijk ging allemaal.

Dat was dus een enerverend, maar voor ons uiterst effectief einde van een lange dag.

Want er was een hoop gebeurd. Ik had de Great Gig in the Sky (mijn afstudeerschilderij) op ware grootte laten afdrukken voor een kennis uit de Veenkoloniën en ik kreeg een berichtje dat het eindproduct opgeplakt en ingelijst was. Gemaroufleerd noemen ze dat, mooi woord voor 202 euro zal je bedoelen. Maar toch, klaar. Die ga ik deze morgen ophalen om hem vanmiddag bij haar af te leveren.

Was dat allemaal net een beetje geregeld, belt de buuv. Of ik maandag wat te doen heb. Hoezo? Nou, het volgende, ze heeft een stofwisselingsziekte en moet maandag naar Amsterdam. Vervolgens durfde ze me te vragen of ik haar wilde brengen en bij haar wou blijven in het ziekenhuis. Dat vond ik allemaal zo dapper (ze had er dan ook twee dagen mee rondgelopen) dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om nee te zeggen. Dat wou ik ook helemaal niet, nee zeggen, dus we gaan dat gewoon doen.

Alweer druk, druk, druk, druk…

Maar autorijden is een grote passie van mij, ik vind het heerlijk om onderweg te zijn, ik heb er zelf duidelijk dan ook nog wat aan.

Zo kan ik op vijf december ook weer voor Sinterklaas spelen. Dat ging mij toch altijd al goed af. Ik weer regelen dat Pantu naar het pension kan die maandag, gedaan, zaterdag-middag wegbrengen, zondag hondvrij, maandag Amsterdam met buuv en over alles wat ik doe..... de aanwezigheid van Sandrine.

Hoera, joechei, driewerf Hallelujah. Mijn dag kan niet meer kapot, vandaag.

 

Vrijdag, 2-12-2016

 

Gisteren razend drukke dag gehad. Eerst de opgeplakte foto opgehaald, zag er schitterend uit, toen snel met Pantu uit, foto wegbrengen (hangt nu beeldschoon te wezen boven haar bank) en snel terug om op tijd in Delfzijl te kunnen zijn, waar Sandrine werkt. Die had het twintigjarige jubileum nog te vieren, ze had op cakejes getrakteerd. En ook nog Sinterklaasbezoek gehad op haar werk. 

Voor de eerste keer samen eten, uithuizig. Wat erg gezellig was, het restaurant was matig, maar mijn tafeldame natuurlijk top.

Verhalen gehoord, we komen eindelijk toe aan de gewone dingen van elkaar, opleidingen, omstandigheden, al dat soort zaken. Daarna het gebruikelijke dipje van Sandrine, kopje koffie, zij thee en even later toch nog heerlijk knuffelen op de bank. Toen weer gauw naar huis voor Pantu.

Ik heb het echt nog nooit zo druk gehad als de afgelopen weken. Waar eerst mijn leventje rustig voortkabbelde, lijkt het nu in een stroomversnelling terecht te zijn gekomen. Dat is alleen niet onverdeeld gunstig en gaat nog even door, ook.

Zaterdag Pantu naar het pension, zondag vrij (nou ja, sinterklaasgedicht voor Sandrine maken en voorlezen, natuurlijk), maandag dagje AMC Amsterdam met buuv. Zoals gisteren gemeld.

Het schilderij Griekenland, waar ik al een tijdje mee bezig ben, heeft nu ook zijn ware identiteit prijsgegeven. Het is verrassend hoe een mens zijn eigen boodschappen weet te verbasteren en/of te camoufleren, om vervolgens tot volkomen verkeerde conclusies te komen. Gelukkig krijg ik er altijd wel een vermoeden van verkeerd-zijn bij cadeau en heb ik geleerd rustig af te wachten tot het schilderij zich echt blootgeeft. Om het daarna af te kunnen maken in de details. Griekenland blijkt Montpellier te zijn, de Mediterranée blijkt de boosdoener die voor de verwarring heeft gezorgd.

Ik was dus allang met een schilderij van Sandrine bezig (het blijkt het sterrenbeeld Waterman te zijn, haar sterrenbeeld). Het door de crisis overgeschilderde doek “L'Origine” blijft voor eeuwig verborgen voor de mensheid. Zo leg ook ik raadsels in de toekomst waar mensen zich later over gaan buigen. Misschien. Hopelijk!

Het gebeuren rondom legt overigens wel zo veel beslag op mijn tijd, dat ik nog maar weinig over heb voor mijn gebruikelijke filosofische gepruttel.

Ach, misschien is dat ook wel zo goed, af en toe moet je toch afstand nemen van “het denken over denken” om weer wat fris te worden. Want hoe verlokkelijk ook, niet alle filosofische conclusies zijn gemakkelijk in de dagelijkse praktijk toe te passen.

Dus vandaag maar even de rem erop, de was opvouwen en terug in de kast, de afwas doen, kortom een gewone vrijdag tussen gewone mensen. Toch hopelijk nog een beetje contact met de dame. Wish me luck!

 

Zaterdag, 3-12-2016

 

Deel 1: de broosheid van het bestand met Sandrine verontrust me nog steeds een beetje. Haar wisselvalligheid is fnuikend voor iemands zelfvertrouwen. Maar stapje voor stapje komen we nader tot elkaar. Maar 100% vertrouwen op de goede afloop heb ik nog steeds niet. Je zou toch denken, op rijpere leeftijd is dat gemakkelijker, maar niets is minder waar. De rugzakjes die wij beiden meenemen, wegen ontzettend zwaar, in dit geval. Relaties! Vriendinnen! Help!

Vanmiddag Pantu naar het pension brengen, dat moet op zaterdag, zondags zijn ze alleen voor nood open. Uiteraard zijn ze er wel voor de honden. Maar omdat het een heel hondvriendelijk pension is en het er goed uitziet, heb ik een extra dag er wel voor over. Plezierige consequentie is dat ik zondag huisdiervrij ben. Hetgeen natuurlijk weer perspectieven opent voor iets leuks met Sandrine. Sinterklaas? Dat heb ik nog maar een paar maal in mijn leven gevierd. We zien wel, ik heb wel een gedicht voor haar (met kadootje!), er moet maar afgewacht worden hoe een en ander verloopt.

Maandag ben ik toch onderweg met buuv naar Amsterdam. Ben benieuwd, wordt vast heel gezellig, want ze is goedlachs, meestal. Verder niets te melden, het gebeuren met mijn Française blijft alles overschaduwen. Ik weet niet of dat wel de bedoeling is van wat wederzijds geluk zou moeten zijn. 

 

Deel 2: verscheurd door twijfel heb ik de koe bij de horens gevat en toch maar weer een dringend verzoek tot communicatie en eerlijkheid via de messenger ingediend bij Sandrine. Per slot van rekening heb ik ook nog een Sinterklaascadeautje (met gedicht) voor haar, dus...

Resultaat: de kogel is nu finaal door de kerk. Zij is niet in staat, dat is al erg genoeg, om de dingen zoals ze zich aandienen te accepteren. Ergens zit een fout spoortje waardoor ze, iedere keer als ze zich gelukkig voelt, een mechaniek in werking stelt om datzelfde geluk weer te laten verdwijnen. Vandaar dat ze mij als jojo gebruikt. Gebruikt is natuurlijk het verkeerde woord. Ze kan er voorlopig niets aan doen.

We hebben op gepaste wijze afscheid van elkaar genomen, zo komt er ook een einde aan mijn onzekerheid, kunnen we beiden verder. Want ik was niet de enige die hierdoor geblokkeerd werd. Dus: exit Sandrine, helaas. Dat vindt zij ook. Dan maar met frisse tegenzin weer verder op mijn tegenwoordig onrustige levenspad.

Soit. Ik zie u morgen weer.

 

Zondag, 4-12-2016

 

Weer alleen, nieuwe ruimte, oud verhaal. We moeten maar weer een doek op de ezel zetten, dat is uiteindelijk voor mij de beste methode. Om dan maar weer te gaan zien wat zich openbaart. Want dat dat af en toe een verrassing oplevert, blijkt maar weer.

Sandrine herkende in het zogenaamde Griekenland-schilderij duidelijk de Zuid-Franse sfeer qua coloriet en vorm. Je weet niet altijd wat je maakt, zoveel is duidelijk.

Het schilderij heeft alvast een spijker, ook dat is helder. Zal blij zijn als in ieder geval een schilderij van mij bij haar aan de muur hangt. Dan maar een Franse titel: le Verseau de Montpellier (de waterman van Montpellier). Klinkt prachtig, toch?

Heb in ieder geval weer fatsoenlijk droomloos geslapen, dat zegt al genoeg. We zullen een beetje bij moeten tanken qua energie. Vandaag ‘zondag rustdag’ (echt toeval), beetje huishouden en maar wachten tot het nieuwe doek op de ezel springt.

Verder geen nieuws, vier december, over een maandje hebben we alle feestdagen-ellende weer gehad. Over twee-en-halve week worden de dagen al weer langer.

't Wordt tijd.

Midwinter is het enige door mij toegestane feest, het oudste feest van de mensheid samen met midzomer. Alleen die laatste vier ik niet. Ook het enige feest dat op wezenlijke feiten is gebaseerd. De kortste dag, de langste natuurlijk ook, is gewoon meetbaar. Klaar. Daar valt niets te aan te weerleggen of in te geloven.

Ik verbeeld me zelfs dat ik het voel, maar ja, dat doen gewone stervelingen ook met andere feestdagen, dus het zelfbedrog ligt al snel weer op de loer. Zoals geleerd: vertrouw niets, zelfs niet jezelf en de waarheid zal u geopenbaard worden. Zo is het.

 

Maandag, 5-12-2016

 

Vandaag met buuv naar het AMC. Broodjes en koffie mee. Altijd goed. Verwachten een uur of vijf terug te zijn. Tenzij er een straaljager op mijn auto flikkert, dan is 't beurd, zeggen we hier in Groningen. Buuv moet voor een onderzoek en een weefselafname in Amsterdam zijn, zal haar vragen waarom dat niet in Groningen kan. Verzekering? Geschiedenis? Je weet het niet, hè!

Sandrine gemaild hoe ze het schilderij wilde, horizontaal of verticaal. Voor de signering. Na het laatste pielwerk moet het maar zo wezen, dat het af verklaard wordt. Het probleem is namelijk vaak bij mijn schilderijen dat je eindeloos door kan gaan met penseeltje dubbel nul op een doek van 75 x 115, een keer moet je een lijn trekken, tot hier en niet verder. Wat dat aangaat, lijkt het erg op een relatie. Maar goed, schilderij af, relatie weg. Zo mout 't weez'n. (nogmaals Gronings. Vert.: Zo gaat het nu eenmaal)

Gelukkig vindt zij het prachtig, het moet horizontaal (dus ook een beetje ondeugend) volgens haar. De naam wordt toch anders, hoogstwaarschijnlijk: une chatte civilisée de Montpellier. En ook dat is een beetje ondeugend. Én een onderonsje.

Zo ben ik toch nog een beetje in haar nabijheid, zal ze me elke dag zien. De wraak van kunst is altijd zoet. Nu douchen, broodjes en de rest. Groet.

 

Update: terug van Amsterdam, buuv heeft een zware dag gehad. Lag daarom op de terugweg heerlijk te slapen naast me. Dat voelt toch altijd heel bijzonder als iemand zo rustig naast je ligt, dan word je in ieder geval als chauffeur goed vertrouwd. Al helemaal omdat ze geen held is op de snelweg. Ook niet als bijrijder.

Later kippensoep met peultjes als maaltijd, goed genoeg en lekker.

Morgen weer vroeg op pad, winterbanden halen. It's the time of year, right!

Over twee weekjes worden de dagen al weer langer, hoera! Maar dat had ik geloof ik, al gemeld.

 

Dinsdag, 6-12-2016

 

Alweer vroeg op en naar de garage voor de winterbanden. Die garage wordt er ook niet goedkoper op: 57,50 euro voor vier banden wisselen en uitlijnen. Maar ja, ze liggen daar ook een half jaar of langer, moet ik dan maar bedenken. Toch is het duur. Ik reken dat dit mijn laatste auto wordt; als ik zie hoe sommige (heel veel) 80-plussers doodsbenauwd de snelweg oprijden, hoop ik toch echt dat ik genoeg zelfkennis heb tegen die tijd om er mee op te houden als ik dat soort angstgedrag ga vertonen. Levensgevaarlijk, eerlijk waar.

Toch ook weer contact gehad met mijn liefde. Die had de foto van het schilderij doorgestuurd naar haar moeder en die vond het een prachtig schilderij. Met daaraan gekoppeld de vraag of ze dat gekocht had. Gekregen dus! Die moeder zal ook wel denken, maar ze heeft niet durven vertellen hoe de vork in de steel zit. Dat geeft ook weer te denken. Ik kreeg haar via een sms'je, niet via de afstandelijke mail, dus ik maar weer reageren, je weet immers nooit. Toch maar weer gebeld. Als ik haar dan weer hoor met dat schitterende Franse accent, dan smelt ik al weer helemaal. Vreselijk.

Maar goed, nieuwe banden, kibbeling eten met de beeldschone receptioniste van mijn garage (zij is eigenlijk ook een kunstenares, diep verscholen), die komt morgenmiddag naar Une chatte kijken. En een pizza eten.

's Middags nog een heerlijke wandeling gemaakt met buuv en Pantu om de Hoornseplas, de buurvrouw sociaal als altijd, stapeldol op elk hondje dat langskwam. Mijn hoofd stond niet zo naar mensen, maar het was prachtig weer en de wandeling lekker. Ook nog een beetje geschilderd aan mijn realistische lucht waar nog een landschap onder moet (dat leg ik later wel uit), nu kan het wel weer. Tot morgen.

 

Woensdag, 7-12-2016

 

Eindelijk echt, mijn platonische wederhelft heeft eindelijk een definitief antwoord gegeven. Helaas, het antwoord was nee. Dat zal uiteindelijk wel opluchten, zowel voor mij als voor haar. Kunnen we toch weer iets gelukkiger verder, maar in een andere vorm dan gehoopt. U zal niets meer horen van Sandrine. (dat beloof ik niet, uiteraard)

Het schilderij L'Origine overgewit. Komt wel iets anders op. Omdat een schilderij bij de eerste streek al zijn bestemming heeft gekregen, zal het mij benieuwen hoe de nieuwe

L'Origine eruit zal zien. Degene die dat dan ooit krijgt, zal werkelijk geen idee hebben wat voor drama eronder verscholen zit. Ach, dat maakt het ook wel weer bijzonder.

Terug naar de dagelijkse gang van zaken dan maar.

Af en toe moet ik mezelf laten zien dat ik het nog kan, realistisch schilderen. Niet zozeer qua techniek (er zijn duizenden technisch betere schilders dan ik) als wel qua weergave. Een portret moet iemand zijn, niet alleen maar erop lijken. Een lucht op een schilderij moet bijna bewegen als je er wat langer naar kijkt, dat bedoel ik.

Met het oog daarop ben ik een tijd geleden begonnen met een gezicht op Warffum, gewoon een smoes om die geweldige Noord-Nederlandse luchten te gaan schilderen. Die lucht is er nu, compleet met vliegtuigstrepen van de lijn naar Stockholm, die daar op vaste tijden overheen vliegt. Dat soort details. Daar hou ik nu eenmaal van. Het liefst zet ik de gegevens van de vlucht er ook nog even bij.

Maar ik val meestal door de mand als ik het landschap eronder moet vormgeven. Het is moeilijk kiezen, dat in de eerste plaats, en dan het technische gedeelte nog. Maar we gaan het proberen, de grens vinden tussen weergave en kitsch.

Misschien maar wat landschapsfoto’s van mezelf raadplegen, ik heb die dingen niet voor niets gemaakt, per slot van rekening.

Tijd voor ontbijt. Door het hele gedoe ben ik trouwens wel afgevallen, ben nu structureel 93,5. Van honderd kilo, hè!

Jaja....is het toch ergens goed voor geweest.

 

 

 

 

Donderdag, 8-12-2016

 

Het is nu donderdagmorgen, ik sla een klein stukje over (daar heeft u niets van gemerkt), werd zonet wakker met behoorlijk last van mijn schouders.

Heb in beide schouders bursitis, de een van het tennissen (echt waar, ik, jawel, de rechter schouder!), de andere van onvoorzichtig forceren gedurende een zeer pijnlijk half uurtje.

Gedane zaken nemen geen keer, de wedstrijd nooit uitgespeeld, het halve uurtje was gewoon een noodzakelijkheid om uit praktische moeilijkheden te komen.

Aha, lekker spannend! Misschien vertel ik het u nog wel eens.

Maar als ik (te) lang geslapen heb, het was vanmorgen kwart voor 7, word ik wakker met een pijnlijke schouder, die waarop ik het langst heb gelegen.

Dat is voor mij vreselijk, dat uitslapen, aangezien ik dan de hele dag bezig ben om die uren weer in te halen. Wat natuurlijk nooit lukt, zowel de logica als de natuurkunde zullen dit soort pogingen enthousiast dwarsbomen. Gelukkig maar, baas boven baas.

We nemen een extra paracetamolletje en zullen van deze dag maar weer iets moois gaan maken. Want dat blijft het hoofdstreven. Maak er iets moois van, elke dag!

 

Vrijdag, 9-12-2016

 

Time flies when you're having fun! Maar ook als het allemaal niet zo leuk uitpakt in je bestaan. Over een paar dagen zit m'n eerste dagboekmaand er al weer op. U had natuurlijk al lang geraden dat de term “liefde” in de ondertitel “jaarboek van een liefde” niets te maken heeft met relaties, al dan niet bevredigend verlopen.

Daarover gesproken, er is nogal wat misverstand gerezen door het gebruik van de term platonische liefde. Voor de meeste mensen geldt die term als duiding van een niet-lichamelijke verhouding, slechts gebaseerd op wederzijdse geestelijke waardering. Wat overigens door de oude Grieken, en ook door de Estrusken, stamvaders van de Italianen, als veel hogere stap werd gezien dan de lichamelijke, zeg maar “animale” liefde. De liefde voor de filosofie wordt als hoogste beschouwd. (Overigens waren bij de Etrusken man en vrouw volkomen gelijkwaardig. Daar kunnen we nog heel wat van leren.)

De grote filosoof Plato wist dat en vertelde de volgende mythe: ooit was er een mensenras met vier handen, vier voeten, twee hoofden en twee geslachtsdelen. Eigenlijk één wezen met man en vrouw als twee-eenheid. Maar soms was het wezen dubbel man, soms dubbel vrouw en dan had je nog degenen die man/vrouw in één helft waren, de hermafrodieten. Na een zonde (!) werd het wezen gesplitst, zodat mannen en vrouwen de rest van hun leven op zoek moesten naar hun wederhelft. Zo ook voor de lesbo’s en de homo’s. Alleen de hermafrodieten hadden aan zichzelf genoeg, hadden man/vrouw in zichzelf. Einde verhaaltje Plato. Het lag iets gecompliceerder allemaal, maar dat bespaar ik u. Natuurlijk was het maar een verhaaltje als verklaring waarom er zoveel vormen van seksualiteit voorkwamen, ook toen al. Wilt u daar het fijne van weten, googelen maar!

Die laatsten (de hermafrodieten) worden, ook nu nog, beschouwd als smeltpunt van animus en anima, wetend (niet álwetend) door de balans tussen linker en rechter hersenhelft, de ratio en het gevoel. De artisticiteit, zeg maar.

Even terug: een platonische liefde is dus NIET een seksloze liefde, maar een liefde waarbij de geestelijke balans tussen beide partners als veel belangrijker wordt gezien dan de animale binding. Als je elkaar dan ook nog op hetzelfde filosofische vlak/dezelfde filosofische hoogte kunt vinden, is de liefde compleet, spreek je van je platonische wederhelft.

Helaas is in deze zogenaamde moderne tijden de minste van de drie (de seks!) het belangrijkst geworden, maar zo'n tijdperk duurt nooit lang. Want wie zijn kaarten zet op uitsluitend een goede seksuele verbintenis, is gedoemd zich al binnen een half jaar te vervelen met steeds dezelfde partner. Het enorme aantal scheidingen en slechte verhoudingen duidt dan ook op een kentering.

Evenals de vele tijdperk-van-Aquarius-stromingen die de laatste decennia de kop opsteken, ook zij tonen een herwaardering van de rechter hersenhelft.

Dat de ratiodenkers in de vorm van kapitalisten en materialisten zich als tegenstanders daarvan opstellen, is evident. De huidige polarisering heeft een oudere geschiedenis dan u misschien wel dacht, zoveel blijkt maar weer. De goede lezer(es) snapt nu wel waar mijn term liefde in de titel geplaatst moet worden.

By the way: het heeft mij meer dan vijftig jaar en vele crises gekost om uit te vinden dat ik zo'n geestelijke hermafrodiet ben. Zodat u dat maar even weet.

Dat daar moeilijk een partner bij te vinden is, is dan ook duidelijk. Vandaar mijn gestuntel, vandaar mijn pogingen, vandaar de vele mislukkingen.

Het lag niet aan de vrouwen, echt niet! Het ligt aan wie en wat ik ben. Ik kan af en toe al nauwelijks met mijzelf leven, laat staan dat een ander dat kan. Groet, tot morgen.

 

Zaterdag, 10-12-2016

 

Zo'n bekentenis als die van gisteren gaat je niet in de kouwe kleren zitten, zoals dat zo mooi heet. Het onderkennen van je eigen onvermogen tot het hebben van een relatie met een ander mens, dieper dan een vriendschap, komt hard aan. En gek genoeg, iedere keer weer. Maar nu het via een dagboek gaat, dat misschien door vele mensen zal worden gelezen (dat hoop ik tenminste), lijkt het extra zwaar te zijn.

Toch heb ik wel rustig geslapen, gelukkig maar. Ben voor het naar bed gaan nog even op pad geweest om het hoofd te bieden aan mijn verdriet, hondje mee, die moest toch nog uit. En Randy Newman op de USB-stick.

Want dat heb ik tegenwoordig in de nieuwe auto, een USB-aansluiting. Weliswaar met een beperking tot twee Gb, maar ach, op 2 Gieg kan je heel wat muziek kwijt. Met één zo'n USB-stickie kan je rustig tot Barcelona rijden, zou je daarheen willen.

Maar dat wil ik gelukkig helemaal niet.

Randy Newman helpt me vrijwel altijd, van politiek (Boom goes London) tot intens erotische liefde (You can leave your hat on). Misschien heeft hij wel last van hetzelfde als ik, denk ik wel eens. Ook bij hem is er sprake van een diepe melancholie, duidelijk hoorbaar voor mij in al zijn nummers.

Maar goed, toch weer wakker geworden na een droomloze slaap, om het hoofd te bieden aan de nieuwe dag. Waarom ook niet, tot nu toe is dat altijd nog goed gelukt, op één periode in mijn leven na.

Maar ook die periode heb ik met behulp van wat therapie (the understatement of the year) en een paar goede gesprekken (nee, niet met vrouwelijke Sigmunds, dat lukte niet) goed kunnen afsluiten. Sorry van al die tussenhaakjes-toevoegingen, het lukt me niet altijd om de dingen die ik aan u kwijt wil, in vloeiende zinnen ten tonele te brengen.

Het is niet anders.

 

 

Zondag, 11-12-2016

 

De leukste dagen zijn die dagen waarvan je 's avonds denkt: dat had ik toch vanmorgen niet kunnen denken. Gisteren was zo'n dag. 's Morgens een beetje huishouden gedaan, afgewassen en zo, de gebruikte spulletjes weer terugzetten op de plek waar ze horen.

Later een paar foto's ge-upload naar de verschillende fora waar ik af en toe wel een fotootje heen wil sturen. Waaronder ook een site waar je je kunst kan showen.

Daar zie je allerlei uitingen van amateuristisch tot professioneel niveau langskomen, zoiets vind ik wel leuk. Ook kan ik soms iemand helpen met tips. Die al dan niet dankbaar worden ontvangen. Meestal wel, gelukkig.

Af en toe zet ik ook wel maatschappijkritische opmerkingen op Facebook, vaak wat aanvallend van aard naar ultrarechts of naar kapitalisme. Waar ik soms wel positieve respons op krijg van mensen die het met me eens zijn. Gek genoeg nooit van mensen die mij maar een vervelende linkse rakker vinden.

Een van die trouwe reageerders is Jan. We raakten via de messenger van Fb wat aan de praat, het werd al snel duidelijk dat ie qua politiek een bloedbroeder was, van het een kwam het ander en opeens leek het hem wel een leuk idee om elkaar eens persoonlijk te ontmoeten. Om kort te gaan, ik snel naar de winkel na het uitlaten van Pantu, even wat biertjes gehaald (daar had ik me al van vergewist dat ie dat dronk), wat kippenpootjes voor in de oven en om kwart over vier zat Jan in mijn atelier. Hij bleek een overjarige anarchist, vroeger met hanekam, had het kraakteam van het Wolters-Noordhoff-complex te Groningen in 1990 actief gesteund, om kort te gaan, een barricadenstrijder.

Hoe je er ook over denkt, dat soort mensen, óf links óf rechts, hebben altijd mijn achting. Het is nooit te laat om de slapende elite, die slechts de status quo in stand houdt, af en toe wakker te schudden zodat ze min of meer sociaal blijft. Maatschappelijke noodzaak, zeg maar. Het klinkt tegenstrijdig, maar dat is zelfs voor die behoudende groep confor-misten lang niet slecht.

Over Jan: veel raakpunten, muziek, kunst en een enorme denksnelheid, geuit in een vrijwel niet te stuiten woordenstroom. Ook een dierenvriend, gek op Pantu, met een zuster in de kunst. Hij had wat fotootjes mee van werk van haar, nam wat foto's van het atelier om op te sturen, kortom, het was gezellig tot mijn energie op was. Kippenpootjes gegeten, waren erg lekker, daarna Jan weer met het autootje naar huis gebracht. Pantu mee, kon die er gelijk ook nog even uit, drie kwartier later zat ik uitgeteld in mijn stoel. Hèhè, de baas van Pantouffle wordt oud, dat merkt ie dus op zulke momenten.

Met de belofte van een heerlijke spaghetti ergens in de toekomst al heel snel achter de tv ingedut, om later op de avond met een stijve nek weer wakker te worden. Gauw de hond nog een keertje uit, bierflesjes omgespoeld (gatverdarrie, wat stinkt dat als je het niet meer gewend bent), daarna door naar het uitnodigende bed om het tv-slaapje te vervolgen.

Om vroeg in de morgen, kwart voor 5, weer wakker te worden om dit stukje voor u te schrijven.

Goedemorgen, deze zondagmorgen.

 

 

Maandag, 12-12-2016

 

Over tien dagen is de langste nacht al weer voorbij, een kentering in de donkere dagen voor Kerst, dan hebben we gelukkig die ellende weer gehad. Ik vraag me af of ik ook zo tegen al dit gedoe opgezien zou hebben als ik toevallig wel een vrouw en een gezin, compleet met kleinkinderen, zou hebben gehad. We zullen het nooit weten, gedane zaken...

Van mijn realistische schilderij met de mooie lucht ga ik maar een geëngageerd werk maken. Er komt een leeg, weggeworpen colablikje op een weg te liggen in een laag standpunt. Mooi dramatisch, mooi opvallend. Helaas niet zo heel erg origineel, maar dat hoeft ook niet in dit geval. Ik heb van zo'n blikje nog wel een mooie foto, gemaakt op een van de wandelingen met Pantu.

Dat te schilderen is nog moeilijk genoeg trouwens, de toverkunst moet dan verborgen worden in een afbeelding die het predikaat surrealisme, magie of fantasie moet krijgen. De waarde van realisme is voor mij nooit zo duidelijk, het is al zo bepaald wat je ziet. Wel is het leuk om zoiets te maken, al was het alleen maar om te zien of ik het nog kan.

Het eindproduct zal ongetwijfeld te zien zijn op mijn website, als het een beetje goed gaat tenminste. Anders ben ik niet te beroerd voor de witkwast.

Wel blijf je dan, in het geval van de witkwast, zitten met de bestemming van het doek. Bij mij werkt dat in ieder geval wel zo. Ik draal altijd erg lang voor ik de eerste streek op het doek zet, ik moet het zeker weten. Want als de keuze voor het onderwerp eenmaal gemaakt is, is het doek gedoemd.

Dan kan de afbeelding wel totaal veranderen, de wezenlijke inhoud blijft toch gelijk. Bij mij in ieder geval altijd. Dus de fraaie lucht wordt de overspanning voor een kleine aanval op onze consumptiemaatschappij, dat is bij dezen beslist. Nu alleen het werk nog. Maar dat is het schilderen, de negentig procent transpiratie, zeg maar.

We zullen zien.

 

Dinsdag, 13-12-2016

 

Gisteren de hele dag rondgescharreld, fotostudie gemaakt voor het nieuwe schilderij waar ik al over schreef, kippensoep gemaakt (misschien wil buuv ook nog wat) én gegeten, dwa-ze ideeën verzameld voor dit dagboek. Die vervolgens niet uitgevoerd werden.

Kortom: een vruchtbaar dagje, sprak hij met veel gevoel voor ironie. Het weer was somber, ik ook een beetje, mis het vrouwelijke gezelschap, de aanspraak en alles wat daarbij komt kijken, kortom, als ik de dag een cijfer zou moeten geven, dan haalde die maar net een voldoende.

Geconfronteerd met een sterfgeval in de vriendenkring, ontkom ik er zelf niet aan om terug te gaan naar de dag dat Teja overleed. Dat prikt nog steeds een beetje achter de ogen, zal wel nooit overgaan, denk ik zo. Ook ga ik dan weer teveel eten, troostvoer. Dikke mac&cheese of zoiets. Dat helpt een beetje, maar niet heus.

Vanmiddag maar wat langer wandelen om het er weer af te krijgen. Voor vandaag groet ik u. Morgen een beter verhaal?

 

Woensdag, 14-12-2016

 

Door het druilerige weer de extra lange wandeling met Pantu niet gedaan. Als je naar buiten keek, werd je al nat. Dus mooi niet en Pantu hoeft ook niet zo nodig door al die extreem laaghangende wolken. Als ze eenmaal buiten is, valt het wel mee, maar echt leuk is anders wat.

 

Gelezen: een commentaar op Facebook. Bij een niet zo vrolijk schilderij van mij, jawel, de lucht met het colablikje.… Ik wilde de ongecorrigeerde versie toch maar als statement aan u doorgeven.

C.: Troosteloos, ... Wat jammer

Ik: Tja C., ook dat moeten kunstenaars laten zien. Dat is nu eenmaal ons werk.

C.: Er is al zoveel negativiteit, waarom daar nog energie in steken?

Ik: Die energie moet gebruikt worden om daar juist verandering in te brengen.

Dat kan helaas alleen maar door een confrontatie, nogmaals, dat is ook ons (kunstenaars-)werk. Als twee mensen hun gedrag aanpassen door het zien van dit doek, is mijn doel al bereikt. Als niemand wat doet, gebeurt er nooit wat en winnen de hufters. Daar zijn er al veel te veel van. Beschouw het maar als barricadenwerk.

C.: Juist ja. Respect!!

Ik: Dank! 

Zo zie je maar weer, een beetje uitleg kan wonderen doen.

Deze dame (C. was een vrouwennaam) weet voor de rest van haar leven, dat kunstenaars er niet alleen maar zijn om haar welgevallige objecten te creëren, maar dat die ook hun maatschappelijke taak hebben. Ik gebruik daarvoor wel eens de volgende metafoor: de maatschappij ziet zichzelf meestal als een gesloten vehikel en beloont de afvalligen niet. De best aangepasten in die maatschappij hebben ook de beste baantjes. Maar wat als dat vehikel een lekke band of een ander soort pech krijgt op de snelweg van het bestaan? Wie is dan de wegenwacht? U raadt het antwoord. Juist!

Alleen degenen die niet in die auto zitten, kunnen dat rotding repareren. Men scheldt op de onaangepasten en beseft niet dat de maatschappij, die per slot van rekening een mensenuitvinding is, een verlengstuk van de menselijke geest, ook niet zonder geweten kan. Daarom ben ik trots op mijn wegenwachtbestaan, trots op mensen als Jan die de barricaden beklimmen en draag ik zelf ook mijn steentje bij door mijn functie als maatschappijgeweten te bekleden. In schilderijen, gedichten, vroeger muziek en nu zelfs een dagboek. En dan heb ik het nog niet eens over mijn aanwezigheid die, zoals mijn docent altijd zei, blijk geeft van het besef dat diezelfde aanwezigheid genoeg is.

Of, in andere woorden: Alex, jij hoeft er alleen maar te zijn!

Donderdag, 15-12-2016

 

Deel 1: om te beginnen, hiep hiep hoera, de eerste maand zit erop.

Het dagboek krijgt vorm, de stukjes krijgen een positieve waardering, zelf lees ik ze ook af en toe terug, schaaf wat bij  en verbeter een taalfoutje. Maak lastige zinnen wat minder lastig (maar niet allemaal, u moet ook wat te doen hebben) en ben voortdurend bang dat ik de volgende dag niets te melden heb.

Voor het gemak maar even vergetend dat ik dat dan ook kan opschrijven.

U kent het wel: “vandaag niets te melden”, maar dat is natuurlijk een prachtige paradox want de eerste melding. Bovendien, de paradox is de basis van ieders bestaan. Wat een ander ook zegt, daar ben ik niet van af te brengen.

Alles in mijn (en uw) leven wordt beoordeeld als wel en niet bestaand, tegelijkertijd en schijnbaar in tegenspraak met elkaar.

Voor wie dat allemaal boven de pet gaat, ik heb er ook lange tijd over gedaan om door te krijgen hoe het in elkaar steekt. Gezonde twijfel over uw eigen existentie is voorwaarde. ‘Er bestaat geen waarheid’ is de eerste (en laatste) waarheid.

 

Deel2: in de tv-serie “Through the wormhole” wordt bewijs geleverd voor het feit dat ontmenselijking snel kan optreden zo gauw een proefpersoon in een groep gezet wordt tegenover een andere groep. Een groep van vijf was al meer dan voldoende om de andere partij zo ongeveer de dood toe te wensen. Een beetje despoot heeft immers ook een “vijand” nodig om het volk te mobiliseren. Het kapitalisme bijvoorbeeld, heeft de Koude Oorlog (lees: Rusland) nodig om in het zadel te blijven. Waarmee mijn theorie: "iedere samenscholing van meer dan twee personen is een isme en dient derhalve vermeden te worden", bewaarheid wordt.

Ik kom hierop omdat Rik uit België met zijn vrouw naar Dachau is geweest en zij diep onder de indruk terugkwamen. Waarna hij en ik een discussie kregen over nationalisme als oorzaak van de wereldoorlogsellende. Nu is nationalisme niet meer dan een heel grote groep die beantwoordt aan de theorieën van Morgan Freeman. Zolang wij andere mensen niet kunnen zien als alleen maar andere mensen, zullen we de neiging hebben ons bij een of andere groep aan te sluiten om zodoende ons eerste isme te creëren. Ziedaar de intellectuele kracht van het humanisme. Wat op zich ook al weer een isme is natuurlijk.

Rik voelde zich Belg in België, Groninger in Groningen, Amerikaan in the States. Dus ook Duitser in Duitsland? When in Rome, do as the Romans do? Zal het er nog eens uitvoerig met hem over hebben. Later. (Hij had het zo niet bedoeld, zei hij toen/later, hij had uitsluitend bedoeld dat hij zich overal goed thuis kon voelen.)

Vandaag hebben we weer een zeer druilerige dag, motregen of erger, de donkere dagen voor Midwinter, zeg maar.

Nee, ik zeg het toch niet, hahaha.

Nee, echt niet, heus.

Wat? Dat is chantage!

Nou, vooruit dan maar, maar heel zachtjes.... kerst! Nog een week naar de kortste dag.

 

 

Vrijdag, 16-12-2016

 

Aangehaald van woensdag 14/12: "...dan heb ik het nog niet eens over mijn aanwezigheid die, zoals mijn docent altijd zei, blijk geeft van het besef dat diezelfde aanwezigheid genoeg is.”

Toen ik dit opschreef en later herlas, realiseerde ik me opeens, dat dat eigenlijk wel heel arrogant gevonden kan worden. Nu is mijn eerste reactie daarop: so what!

Fact: "So what" is het eerste stuk van Miles Davis in een modaal toonsysteem. Het voert te ver om daar diep op in te gaan, het internet geeft antwoord als u het echt wilt weten. Dit kwistig rondstrooien met muzikale kennis is natuurlijk ook al weer arrogant. Zo blijf ik bezig.

Nu vonden ze me vroeger ook al zo eigenwijs, dat begon al op de middelbare school. Ik deed Mulo-B, dat was het hoogst haalbare voor kinderen uit arme milieus. Die B stond voor een verzwaard wiskundepakket, daar is de basis gelegd voor mijn latere inzichten. Hogere opleidingen waren voor mij domweg niet beschikbaar, helaas. Dat had me heel veel ellende bespaard.

Ik ben een typisch voorbeeld van iemand die niet genoeg is uitgedaagd tijdens de scholing/opleiding. Als ik ook maar eventjes mijn best deed, haalde ik gewoon dikke tienen. Zelfs op Duits. Maar ook is daar het onrecht voor het eerst gevoeld, alsof een kind er iets aan kan doen waar het opgroeit. Daar ging ook voor het eerst de kont tegen de krib, zoals dat zo mooi heet. Daarna is het maatschappelijk nooit meer wat geworden met mij.

Mijn redenatie was: als ik niet mag doen wat ik graag wil, terwijl andere kinderen dat wel mogen, dan ga ik niet meer doen wat jullie van mij verlangen. De eerste daad van provocatie was dan ook: de boeken voor de kweekschool voor de deur van de school neerleggen en een baantje gaan zoeken. Val maar dood! Ik wil helemaal geen leraar worden. Wat ik wel wilde worden, dat wist ik nog lang niet. Mijn eerste baantje was bij de Rotterdamsche Bank te Groningen. Die werd later met de Amsterdamsche Bank de Amro. Daar paste ik ook al niet.

De rest is geschiedenis. Daarvan zal ik af en toe in dit dagboek vast wel een tip van de sluier oplichten. Nu is het vrijdag, ik heb om 12.00 uur de crematie van degene, van wie ik afgelopen dinsdag heb gehoord dat hij plotseling overleden was, zomaar, heel snel. Dus Teja zal wel een beetje komen spoken. We houden vol. Arrogant of niet!

 

Zaterdag, 17-12-2016

 

Gisteren de crematie gehad, zeer indrukwekkend voor mij omdat ik hem niet heb meegemaakt. Ik heb sowieso een allergie voor veel mensen op een te kleine plek en het was afgeladen vol. Na het tekenen van het condoleanceregister had ik een achterafplekje gevonden waar nog een klein beetje ademhalingsruimte was voor mij, maar vlak voor twaalven werd ik ook daar belaagd door mensen die ik helemaal niet kende. Drie minuten later stond ik (bijna kotsend) weer buiten.

Mijn “mensenvrees”, gekoppeld aan de herinnering aan Teja's crematie, was duidelijk teveel voor mij. Ik weet zeker dat de vrouw van de overledene, die eigenlijk mijn kennis was, het mij wel zal vergeven.

De crematie zette me me natuurlijk wel weer aan het denken over leven en dood, en over de paradox van eergisteren. Want binnen die paradox staat de dood immers gelijk aan het leven, zijnde in essentie exact hetzelfde. Het mooie is dat vrijwel alle predikers en andere religieuze grootheden tot min of meer dezelfde conclusie zijn gekomen. Het vervelende is alleen, dat al die gasten er ook voor gezorgd hebben dat de wereld daarna opgescheept werd met een daaraan gekoppelde religie of denkrichting.

De enige filosofie/redenatietrant die daaraan ontsnapt is, is Zen. Het boeddhisme heeft wel een poging gedaan het Zen-denken te annexeren, maar de intrinsieke vorm van de Zen-denktrant weerhoudt zichzelf ervan deel uit te maken van een geloof, omdat Zen in schril contrast daarmee staat.

Zen is namelijk geen geloof. Zen is een staat van zijn. Dat staat dwars op elke religie die zich juist met verleden en toekomst (wat komt er na de dood, is immers ook een toekomstvisie!) bezighoudt. Diezelfde staat van zijn verkleint het risico dat er een nieuwe religie uit ontstaat. Hooguit een wijdverspreid besef dat er niets anders is dan het hier en nu, hoe tegenstrijdig dat ook met sommige gevoelens lijkt te zijn.

 

Zondag, 18-12-2016

 

Voorbeeld van een serieus begonnen maar uit de klauwen lopende uitwisseling via de messenger op donderdag 15 december.

Het ging over het feit dat ik Rik bedankte voor een mooi gesprek, ik noemde dat: balsem voor de ziel.

Zo ging het verder, met spel-, typefouten en al:

Rik: (smiley) ik vind het ook erg leuk…. ik heb er trouwens nóg een voor je die ik vanmorgen vond… "Orpheus bracht nog stenen en bomen in beweging. Maar een dichter kan geen baarmoeder verwijderen of een raket het zonnestelsel uit schieten. Het wonder en de macht zijn niet meer zijn deel.” Zie hiervoor: https://www.canvas.be/video/winteruur/2016-2017/ann-de-craemer

Rik: Ik vond haar uitleg wel mooi, maar ik zit momenteel in de ‘terugkeerfase’ en ben opnieuw boeken aan het lezen.

Ik: Ik ontmoette een keer mijn leraar muziek François Mollinger van Eeden, François pakte mijn tas af, keek er in en zei: dat dacht ik al, geen boeken, jij weet wel wat je moet denken.

Rik: Ik heb ze wel nodig.

Ik: Voor elk verhaaltje heb ik wel een anekdote, Rik, hahahaha! Maar dat komt door de remmende voorsprong, ik heb me nooit op een maatschappelijke functie willen of hoeven voorbereiden, dat scheelt erg veel tijd die ik aan denken over denken kon besteden.

Rik: Buitenbeentje. 

Ik: Heel veel buitenbeentje, maar dat wist je toch al?

Rik: Tuurlijk.

Ik: Alles heeft z'n prijs, Rik en die moeten we allemaal betalen.

Rik: idd helemaal waar.

Ik: Ook gij, Bruts.....Brutus.

Rik: Brutus?

Ik: De moordenaar van Caesar.

Rik: Dat was toch hij die Caesar vermoordde?

Ik: Ken uw klassiekers hahahaha.

Rik: Ja idd, dus ik snap de relatie niet...

Ik: Als iemand in hetzelfde schuitje zit als jij, zeggen wij dat: ook gij, Brutus. Dat betekent dat jij meedeelt in de misère.

Rik: Aha, oké, ik dacht al, wat nu! Kan beter weer wat bugs in mijn code gaan verwerken -haha-.

Ik: Gij, moordenaar van het vrije gedachtengoed, foei ......hahahahaha nee hoor, ik dol maar wat.

Rik: lol.

Ik: Precioes. Sorry voor de o, mijn toetsenbord wordt al onwilliger.

Rik: Tegendraads dus -haha- tja, het kent zijn meester.

Ik: Net als de baas. Heb vanmorgen nog een Volvo een trap gegeven, de ASO eigenaar spoot zijn wagen uit en dreigde met de politie. Toen gaf ik hem mijn mobieltje, hahahaha!

Rik: Grappig, heb ik ook eens gedaan toen een auto me van de weg dreigde te rijden.

Ik: Hij was verbijsterd, zo verbijsterd dat ie mij m'n mobieltje gewoon weer teruggaf. hahahaha, de sukkel.

Rik: alleen had ik toen nog geen mobieltje.

Ik: jawel, daar ree je in. Reed.

Rik: haha- flauwe.

Ik: Hééééééél.

Rik: Ik was met de fiets trouwens.

Ik: Nog flauwer, spelbreker.

Rik: Echt waar, heb hem een slag op de motorkap bezorgd.

Ik: Ik kan dit gesprek wel in z'n geheel in m'n dagboek zetten.

Ben trots op je. Heb ook wel eens een deuk in een motorkap geslagen. Voelt goed.

Rik: Dank, oké tot zover -haha- moet verder aan het werk...

doeg.

Ik: Werk ze. Misschien doe ik dat wel, dit gesprekje vereeuwigen.

Rik: Goed.

Ik: Moi.

 

“Moi” is de algemene Groningse groet, wordt te pas en te onpas gebruikt. Rare jongens, die Groningers.

Over de eerste zin van Rik over Ann de Craemer, die stelt dat Orpheus afgedaan heeft: quote… omdat een dichter geen baarmoeders verwijderen kan of raketten het zonnestelsel uitschieten: einde quote…; het is dan ook maar de vraag hoever we daarmee zijn opgeschoten.

Het oordeel is aan Uzelve. Gegroet!

 

 

Maandag, 19-12-2016

 

Nog twee dagen tot aan de zonnewende, dan kunnen wij ons weer gaan verheugen op langere dagen. Gepaard met kou en ijs vooralsnog, dat wel. Op woensdag 21 december 10:44 uur. Jawel, voor u opgezocht. Hoeft u dat niet meer te doen. Het internet is een zegening voor feitjesmensen zoals ik. Vreemd woord? Opzoeken. Een specifieke datum? Wikipedia. Geweldig toch?

Verder geloof ik vooral in het www.internet als oplossing voor het religieuze extremisme. Dat heb ik vanaf het begin al beweerd en deze overtuiging staat bij mij nog steeds als een huis. Want in dat geval geldt toch echt: kennis is macht, domheid is ondergeschiktheid. De religieuze leiders van die opstandige landen waar het extremisme baas is, weten dat maar al te goed : ze boycotten niet voor niets alle informatie die beschikbaar komt via het net. Vergeefse moeite: The Cloud wordt onze nieuwe heerser. Alleen zal het nog wel even duren voor het zover is.

Het kennisniveau in de Moslimlanden is bedroevend laag, nog hele volksstammen geloven niet dat de Aarde rond is, de meisjes mogen niet naar school en worden slechts gebruikt als kinderfabriekjes, en de jongens worden opgekweekt via het indoctrinatiemodel als bommendragers voor de leiders die zelf, feodaal als ze zijn, geen risico durven lopen.

Want uiteindelijk gaat het echt niet om het geloof, maar om wereldse macht, geld!

Want ook deze leiders zijn maar op één ding uit, de poen! Ook Buma is meer midden-stander dan dominee, vergis u niet.

Er is niet zoveel verschil tussen onze MP (dienaar van Mammon, in Hebreeuws/Joodse termen) en zo'n religieuze leider, laat u zich geen rad voor ogen draaien. De verschillen zijn uiterst gering. Ook hij maakt ernstig misbruik van het feit, dat het volk lang niet alles weet wat er echt gaande is. Maar dat terzijde. Teveel mensen hebben werkelijk geen flauw idee van de nietigheid van onze wereld, de kwetsbaarheid van ons ecosysteem, de uitgestrekt-heid van zelfs maar de nabije kosmos, waarden die via echt goed onderwijs in onze bewustwording kunnen worden geplant.

Vandaar dat ik toch maar lid geworden ben van onze drampartij bij uitstek: de Partij van de Dieren. En ook sommige acties van GroenLinks (die ik stiekem altijd GroenRechts noem vanwege hun banden met het neoliberale beginsel) wel een beetje steun. Zo heb ik meegeholpen de Rainbow Warrior in de vaart te houden, maar heb ik ook meebetaald om het skelet van de dinosaurus in Leiden te krijgen. Tevens ben ik mede-eigenaar van ettelijke vierkante meters grond, die via een crowdfundingsactie aangekocht zijn. Om die te beschermen tegen de willekeur van de omringende boeren, die wel even deze stukjes natuur zouden willen annexeren. En al doende een complete dassenburcht gewoon zou-den uitroeien. Want zelfs in het verlichte Nederland zijn er nog hele volksstammen die niet in de evolutietheorie geloven, die serieus denken dat een Supermacht de wereld geschapen heeft in zeven dagen.

Het mag van mij, vergis u niet, zolang ze maar niet gaan vertellen dat ik dat ook geloven moet. Iedereen is vrij in zijn hoofd, althans, zo zou dat moeten zijn. Maar ga dat maar eens aan de ayatollahs van deze wereld vertellen. Dan raakt u zo verward in hun intriges dat zelfs u uw hoofd verliest. Jawel, letterlijk!

 

Dinsdag, 20-12-2016

 

Gehoord in een tv-serie: zoeken wij niet allemaal een plekje op deze wereld waar wij onszelf kunnen zijn? Het antwoord is uiteraard: ja. De vraag is alleen, wie vindt dat plekje ook echt? Wie is echt in staat te voelen/te weten wat dat plekje is?

Even generaliseren: vrouwen kennen dat plekje sneller dan mannen, de geschiedenis zit boordevol vrouwen die hun eindbestemming ervaren in het krijgen van hun kind(eren), waar ter wereld ze ook zijn. Om daarna hun leven te wijden aan het zo goed mogelijk grootbrengen van die kinderen. Biologisch volkomen juist, maatschappelijk wat lastiger.

Want daarvoor heb je natuurlijk wel goede omstandigheden nodig, een man met geld, een man met goed zaad (de andere kant van de heuvel, weet u nog?) en, uiteraard, voor de vrouw zelf graag wat goede omstandigheden. Vandaar dat het de kapitalistische wereld maar niet lukt om al die vrouwen in het keurslijf van de economie te persen, anders dan door onderdrukking en/of chantage en/of manipulatie (een slimme meid is op haar toekomst voorbereid, een van de meest walgelijke werfteksten die ik ooit gehoord heb.) Vele religies gebruiken deze drie methodes ook.

Steeds maar weer is de biologie de maatschappijvisie de baas. Logisch ook: die visie is nog maar een kleine twee eeuwen oud, de biologie al miljoenen jaren, dat is niet eens een wedstrijd waardig.

Voor mannen ligt dat toch een stuk moeilijker. Zij zijn immers uitsluitend voorbestemd hun zaad te deponeren in het juiste vrouwtje en wie het beste zaad heeft, wint. Alle andere mannen zijn daardoor overbodig, al die mannen gaan dan maar gewoon doen wat ze het beste kunnen, rondlummelen of oorlog maken.

Die vrouwen zagen dat en dachten, ook niet gek: als we nu al die mannen eens verdelen, ieder haar eigen mannetje, dan hebben we het allemaal goed. Dat lijkt slim maar helaas: daarmee sloeg de verloedering toe. Want ook de mannetjes die niet geheel volwaardig waren, kregen nakomelingen, hetgeen natuurlijk nooit de bedoeling was.

Zoals een geëmancipeerde vrouw ooit eens over de te vele tekortkomende mannen schreef: "Niet zeuren, zusters, we hebben ze zelf zo gemaakt." Ik weet helaas niet meer wie deze grote vrouwengeest was.

Daarnaast zijn er ook nog mannetjes, die het daar sowieso niet mee eens zijn, die denken: “Ik heb helemaal geen zin mijn hele leven lang geld/zaad te doneren aan het goede doel, te weten, het in stand houden van de soort!” Hoe voller de wereld wordt met overbodige mannetjes, hoe meer van hen daarachter komen en dat zullen gaan zeggen. Want in tegenstelling tot wat veel vrouwtjes beweren: niet alle mannetjes hebben hun hersens in hun, al dan niet goed geschapen, mannelijk lid zitten. Er zijn er zelfs die poëzie schrijven, muziek maken, gaan schaken of dammen, schilderijen schilderen en jawel: dagboeken gaan schrijven. Met hun hoofd, niet met hun penis.

PS Nogmaals excuses voor de generalisaties, wilt u hier echt meer over weten, hele bibliotheken staan vol ongeduld op u te wachten. Maar bedenk: hersens meenemen, anders lukt het niet!

Even terug: voor eventuele seksuele escapades - mocht de nood hoog stijgen - heb je natuurlijk niet persé een vrouwtje nodig, van rechterhand tot geit, anything will do! Wat tevens antwoord geeft op vele vragen die de wenkbrauwen (én de verbazing) tot ongekende hoogtes zullen doen stijgen. Waarmee ik dierenmishandeling natuurlijk niet goedkeur, ik constateer slechts wat er al eeuwen gebeurt.

 

Woensdag, 21-12-2016

 

Er is niet aan te ontkomen, ook niet door mij. Een nieuwe aanslag door religieus-extremisten, nu in Berlijn. In de schaduw van de Gedächtniskirche, nota bene, hét monument ter herdenking aan een oorlog, door een ander soort extremisten gecreëerd.

Na Parijs, na Brussel, nu Berlijn. Amsterdam de volgende? Het monument op de Dam? Ik zou er niet raar van opkijken.

Londen heeft zijn marathonaanslag gehad, New York z'n Twin Towers, Nice de boulevard, zou het nu niet eens tijd worden om de handen ineen te slaan en wezenlijk iets aan de welvaart in de wereld te doen?

Om nu eindelijk al die corruptie, al dat gegraai aan de top, al die angst om arm te worden eens te lijf te gaan? Nu eens echt werk te maken van de bescherming van onze Aarde, ons enige huis in deze grote, nagenoeg oneindige kosmos? Ik dacht het wel, ja.

Want wederzijds begrip voor onze medemens houdt snel op waar de een kaviaar eet en de ander het moet doen met een handjevol rijst.

Maar bedenk het volgende: we staan met z'n miljoenen, miljarden (7.5 miljard inmiddels, probeer je dat es voor te stellen) op een kantelpunt in de geschiedenis van het Aapje Erectus, een kantelpunt waar de ideeën over goden, waarheden, afstanden, aantallen langs nieuwe meetlatten gelegd worden.

We maken reizen in ruimtes waarvan we vroeger dachten, dat wij er het middelpunt van waren, niet-ingewijden praten over subatomaire deeltjes, de ruimtekromme is niet eens een heel rare term - veel mensen weten dan waar het over gaat – en een film als Lucy (u moet hem gaan zien, echt waar) vertelt ons in een notendop waar het eigenlijk allemaal om draait. Tegelijkertijd worden mensen op middeleeuwse wijze (de katholieke Inquisitie?) vermoord, omdat die niet willen geloven, waar de ander juist hartstochtelijk wél in gelooft.

Dat het religieuze besef in z'n ego huist, dat de mens daarom zo op z'n pik getrapt is als je daaraan twijfelt (aan z'n geloof, dus), maar dat dat ego niet een waarheid is, maar een door uzelf gewrocht kasteel waarvan vroeger of later bij ieder mens de muren vallen, nee, dat kunnen we nog niet accepteren.

Maar dat een supermacht de wereld, én die kosmos, én al die miljarden, én uw Egokasteel én uw gedachten in zeven dagen heeft geschapen, dát kunnen we geloven.

Rare jongens, die mensen, zou Obelix zeggen. Voor Obelix, ken uw klassiekers. Voor die supermacht, ken uw geschriften.

 

Donderdag. 22-12-2016

 

Het is weer gelukt! De zon is weer op de terugweg. Die heeft even in Zuid-Afrika gekeken, India bespioneerd, Zuid-Amerika overgeslagen (tjongejonge, wat een zootje is het daar!), het Nederlandse Koloniale Verleden geïnspecteerd op de Molukken en in Papoea-Nieuw-Guinea (Irian Djaya) en vond dat het nu wel weer genoeg was geweest. Ook de zon heeft heimwee. Nu weer van de Steenbokskeerkring terug naar Grunn'n. Zo noemen ze Groningen hier.

Daar is die zon wel even mee bezig, maar uiteindelijk zal ook dat wel weer lukken. Dat doet ie per slot van rekening al vele miljoenen jaren, en oefening baart kunst. Leven, in dit geval. Er zijn namelijk theorieën die ervan uitgaan dat juist de inclinatiehoek van de aardas t.o.v. de zon het leven mogelijk heeft gemaakt. Heb het een keertje gelezen/gehoord en het klonk zeer aannemelijk.

We zullen het nooit echt weten, we waren er niet bij. Zoals wij bij heel veel dingen nooit “erbij” zijn geweest, om toch zeker te weten dat het zo is.

Wat een wonderbaarlijke dingen zijn hersens toch! Vooral ons abstractievermogen, de gave ons te verdiepen in dingen die we niet kunnen zien en/of verklaren vind ik verbijsterend. Wij zien hóe wonderbaarlijk hersens zijn als wij even rondkijken op de gesloten afdelingen van onze verzorgingstehuizen. Daar liggen levende, niet of nauwelijks meer denkende lichamen op bedden die trouw verschoond worden, dat wel, de tijd door te komen, tot ze afscheid mogen nemen van een bestaan dat ze eigenlijk al een hele tijd kwijt zijn. Af en toe denken ze nog een heel klein beetje, dan zie je een flakkering in de ogen die op enige activiteit duiden. Ik weet dat, ik heb een aantal jaren als vrijwilliger op die afdelingen mogen rondkijken. Daar viel het verschil toch erg duidelijk op tussen bewust denkende individuen en deze, bijna in coma levende, mensen. Een verschil van leven en dood, kun je rustig zeggen.

In vroeger tijden was zo'n mens natuurlijk al lang overleden, zoals een dier dat beschutting zoekt om ergens rustig uit het leven te glijden, nu passen we er echter goed op. Houden het zo lang mogelijk ademend, etend tot ze er bij neervallen en dat allemaal omdat de nabestaanden het niet over hun, eigenlijk egoïstische, hart kunnen verkrijgen, om het arme mens te laten gaan. Wat natuurlijk allang had moeten gebeuren en waar niets erg aan is. Partir, c’est mourir un peu.

Alleen niet voor degenen die gaan, dat vergeten we zo gemakkelijk. Die zijn meestal blij dat ze mogen. Hèhè, eindelijk van dat gedoe en gezeur af, wat een rust. De stervenden troosten de achterblijvers ook altijd, niet andersom, is u dat ook al eens opgevallen?

Wat ook opvallend is: vrijwel alle verplegers en verpleegsters op zulke afdelingen weten één ding zeker, zo willen ze niet eindigen. Het percentage dat voor vrijwillige euthanasie is, is daar ook ongekend hoog.

Het is toch ook van de gekke: het enige wat een mens echt bezit in dit leven, namelijk zijn eigen leven, daar mag ie niet eens vrijelijk over beschikken, tegengehouden door een rechtsstaat, die gegrondvest is op het imaginaire bestaan van die door ons bedachte supermacht van woensdag 21 december. Gisteren, ja. Waar ik niet van ben.

 

Vrijdag, 23-12-2016

 

De inktvlek begint zich uit te breiden. Waar gisteren thuis niet zo erg veel gebeurde, gebeurt er op het net voldoende. Meer en meer mensen lezen mijn dagboek, het wordt al gedeeld op Facebook, en de kritieken zijn mild tot erg mooi.

Waar ik me vroeger nog wel eens wilde verslikken in iets te lange zinsconstructies, blijkt dat tegenwoordig erg mee te vallen. Of ik heb slimmere en meer belezen lezers, dat kan natuurlijk ook. Ik moet wel zeggen dat het me al gemakkelijker afgaat, mijn gedachten rechtstreeks op het scherm krijgen.

Bijna wou ik papier typen, maar dat hoeft gelukkig niet meer. Ben al zo lang vertrouwd met het digitale gebeuren (bijna vanaf het begin, met tapedeckjes waar het programma op stond in codetaal voor DOS), dat papier bijna een overbodigheid is geworden. En dat is erg mooi, dat scheelt veel bomen.

Dat geldt natuurlijk ook voor de digitale fotografie. De materialen waar vroeger foto's mee gemaakt werden, waren verschrikkelijk vervuilend. Tegenwoordig kun je net zo veel digitale foto's maken als je wil, later rustig uitzoeken wat de beste en mooiste zijn, de rest vrijwel energieneutraal verwijderen. Het is niet alles rampspoed nowadays, laten we dat niet vergeten. Er kleven ook veel zegeningen aan deze tijd, kennis is gemakkelijker bereikbaar, communicatie is tegenwoordig wereldwijd terwijl diezelfde wereld steeds kleiner wordt.

Misschien bereiken we ooit de droom van de Esperantisten wel: wereldvrede door één taal. Maar dan moeten ze natuurlijk eerst nog wat oorlogen voeren over welke taal.

Nou Wereld, tot morgen maar weer.

 

Zaterdag, 24-12-2016

 

Gisteren naar de Veenkoloniën geweest. Wat foto's maken onderweg, die Veenkoloniën hebben een aparte sfeer. Zelfs het landschap straalt armoede uit.

In vroeger tijden was dat gebied een natuurlijke grens van uitgebreide, verraderlijke moerassen tussen De Zeven Provinciën (zo heette Nederland nu eenmaal vroeger) en Duitsland. Moerassen waarin menigeen verdwaald is en er zijn droevig einde heeft gevonden. Misdadigers werden die moerassen ingestuurd met de boodschap dat als ze de andere kant haalden, ze dan schuldvrij waren. Die andere kant haalden ze uiteraard nooit. Veenlijken - zie Het meisje van Yde en het Paar van Weerdinge (voor de grap het echtpaar Veenstra genoemd) - zijn te bewonderen in het Asser Museum.

Het veen zelf is allang weg, afgegraven door veroordeelden en/of andersoortige sloebers uit bijna heel Nederland, verstookt in even zo vele allesbranders. Wat resteert zijn de lange rechte kanalen voor het vervoer van het, in mooie stukken verdeelde en opgedroogde veen, jawel, de turf. Daarnaast parallelle wegen met lintbebouwing en schrale akkers, die in het najaar zorgen voor stofstormen. Met nog steeds dezelfde armoede en lage ontwikkeling, slechte scholing, alcoholmisbruik, inteelt en een ingebakken achterdocht tegen alles wat vreemd is. Dat zij zelf de vreemden zijn, komt niet in ze op.

Het is nog niet zo heel lang geleden (in 1971 nog voorgekomen) dat de oudste klein-dochter voor opa was in sommige contreien. Met recht heel bijzonder.

Toch is het de moeite waard om te proberen die veenkoloniale sfeer op een foto te krijgen. Wat maar zelden lukt, natuurlijk.

Weer thuisgekomen, met buuv een loempia gegeten, ze is wat ziekjes. Snotterig , hangerig, verstopt voorhoofd, kortom: een griepje. Misschien komt ze de Eerste Kerstdag bij mij eten als ze zich lekker genoeg voelt. We zullen zien.

Anders wordt het een gewone dag als alle andere, mijn Midwinterfeest heb ik al in mijn eentje gevierd. Zoals het hoort in mijn leven. Op naar het voorjaar en de vroege morgenwandelingen met Pantu, ik verheug me er nu al op.

 

Zondag, 25-12-2016

 

Voor het overgrote deel van Nederland is het Kerst. Geen witte, bij lange na niet. Ze willen het twaalf graden hebben, vanmiddag. Boven nul. Dus die sneeuw kan je echt vergeten. Bij mij de kerstsfeer ook, trouwens.

Heb alleen onder invloed van Teja vroeger kerstbomen gekocht, versierd en kerstdiners gemaakt. Haar mis ik nog steeds, die maaltijden en de kerstboom echt niet.

Nee, ik had op Facebook al een tekst: als we nu gewoon Kerst afschaffen, is er ook niemand meer alleen met de Kerst. Dat leverde niet al te veel reacties op. Hahaha.

Aan buuv het verhaaltje van de vechtende apen en de twee territoria uitgelegd. Zie maandag 28-11-2016. Zij was immers zelf buiten de islam getrouwd en in Noord-Nederland gaan wonen, overduidelijk een van de apinnetjes die het eigen territorium ontvlucht was om zich bij een andere groep te voegen voor sterke genen. Toen ze het verhaal doorkreeg, vond ze het erg vleiend.

Wat het natuurlijk ook is, want het zijn niet de zwakste aapjes die dit aandurven.

Het hielp haar ook nog om het schuldgevoel te overwinnen dat ze uiteraard nog steeds naar haar oude groep (lees: familie) had. Het heeft een fantastische dochter opgeleverd. Dat de biologische vader inmiddels uit beeld is verdwenen, past ook nog geheel in het plaatje. Hij was er slechts voor het zaad, had toen zijn plicht gedaan.

Voor de rest niets te melden, de wereld is nog donker, het kindeke dat vrede komt brengen, heeft zich ook nog niet gemeld, ze vechten nog steeds overal en als het zo doorgaat, ga ik maar weer in de hangmat. Een uiltje knappen, zoals dat heet. Groet!

 

Maandag, 26-12-2016

 

De laatste week van het jaar 2016. Het jaar waarin ik met dit dagboek begon, nadat ik al tijden liep te zeuren als ik weer eens op de praatstoel zat: ik kan er wel een boek over schrijven. Zo kan ik nu ook in woorden mijn visie op onze samenleving kwijt.

Een samenleving die ik overigens niet al te netjes vind, moet ik zeggen. Vooral de laatste jaren is de ikke, ikke en de rest kan stikken-redenatie gemeengoed geworden, met als gevolg dat de grootgeldbezitters aan de macht zijn gekomen, voor zover zij dat stiekem eigenlijk niet allang waren.

En populistische partijen, inderdaad, populair werden. Dat is altijd een slecht teken.

Geregeerd door een voor echte noden blinde elite, die afbreekt wat decennialang, wat zeg ik?….zelfs eeuwenlang is opgebouwd aan sociale zekerheid, zakken we pijlsnel af naar een zeer bedenkelijk niveau.

Er staan dan altijd wel idioten op om nieuwe “Joden” te zoeken, zodat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog al snel weer om de hoek kan komen kijken.

Maar voordat u Godwin erbij haalt, doe ik het alvast voor u.

Uit Wikipedia: Godwin ergerde zich aan de gewoonte om in discussies op Usenet en Facebook, vergelijkingen met nazi's, Hitler en de Holocaust te maken, en meende dat deze, vaak absurde, vergelijkingen afbreuk deden aan de ernst van diezelfde Holocaust. Om dit tegen te gaan formuleerde hij zijn stelling, bedoeld als een soort indoctrinatiepatroon (meme of tegenmeme)(antimeme). De bedoeling van zijn stelling was dus niet een eind te maken aan de discussies, maar om deelnemers aan een discussie bewuster te maken van de vraag of een vergelijking met de nazi's of Hitler gepast is, of simpelweg een kwestie van te ver doorgevoerde retoriek. De wet van Godwin stelt dus niet dat een discussie door die verwijzing of vergelijking zijn beste tijd heeft gehad.

Toch bestaat in veel nieuwsgroepen op het internet het gebruik om de discussie in de thread te beëindigen, zodra die vergelijking wordt gemaakt: degene die de nazi's als eerste noemt, heeft dan automatisch verloren, ongeacht het besproken onderwerp. Tenzij iemand de vergelijking opzettelijk maakt om een discussie te beëindigen. Op deze wijze staat de wet van Godwin garant voor een bovengrens aan de lengte van discussies in nieuwsgroepen. Dat iemand een discussie verliest door te verwijzen naar de nazi's, is echter een drogreden die Godwin zelf niet heeft bedoeld. Einde quote.

Nu maar weer verder over onze samenleving: volgens mij moeten we de echte oplossingen voor al onze problemen in een heel andere hoek zoeken, namelijk een drastische vermindering van de wereldbevolking. Maar ja, religieuzen propageren nog steeds een grote kinderrijkdom teneinde meer zieltjes voor hun stroming te winnen, kapitalisten zijn gebaat met teveel mensen aan de onderkant van de samenleving vanwege het laag kunnen houden van de lonen (zijzelf hebben meestal maar weinig kinderen, was u dat ook al eens opgevallen), niet-geschoolden in ontwikkelingslanden doen sowieso alsof ze konijnen zijn, niet gehinderd door wat dan ook en die veel te talrijke mensen zijn eveneens een dankbare prooi voor de miljardairs van deze wereldbol. Want ook die konijnen moeten eten en consumeren.

Nee, de hele zaak is door en door verrot, de natuur doet haar best met aldoor nieuwe ziektes, die wij dan weer razendsnel moeten onderzoeken en onschadelijk maken, het is een waanzinnige wedloop met de tijd. Tijd, die we niet meer hebben. Want ook daaraan kan voor de mensheid een einde komen. Misschien zou dat niet zo'n slechte zaak zijn voor Moeder Aarde. Die suist nu, verkracht en wel, rond de zon in haar bijna-eeuwige baan, onderdak biedend aan een ziekte die de mensheid zelf ook maar steeds niet bestrijden kan, kanker. En die kanker van Moeder Aarde, dat zijn wij zelf, helaas.

Amen is nu het zeer toepasselijke slotwoord van dit stukje dagboek op deze Tweede Kerstdag. Laten we hopen dat wij met z'n allen snel tot inkeer komen, zodat er nog een toekomst kan zijn voor Aap Erectus, die geleerd heeft zijn hersens als wapen te gebruiken. Want - als wij niet tot bezinning komen - als hij dat wapen tegen zichzelf gaat gebruiken en daar heeft het alle schijn van, dan zie ik het toch wel zeer somber in.

 

Dinsdag, 27-12-2016

 

Gisteren had ik het over tijd. Een zeer merkwaardig fenomeen als je er even bij stilstaat. Een tijdje, zeg maar. Tijd is uitsluitend bedoeld voor bewust levende wezens. De niet-bewusten leven gewoon totdat hun tijd verstreken is, door prooi te zijn of door ziektes geveld of gewoon door ouderdom (dat komt in de natuur nauwelijks voor, wist u dat wel?) maar de echt-bewusten, wij dus, hebben zelfs methodes ontwikkeld om dat fenomeen te meten. Minuten, uren, weken, jaren, eeuwen...in alle soorten grootheden kunnen we dat.

Zeer geavanceerde instrumenten hebben we daarvoor zelfs ontwikkeld: zandlopers, klokken, zelfs een atoomklok om heel precies te kunnen meten hoe laat het op Mars is. Maar nog steeds zijn de meest-geleerde en gespecialiseerde mensen het er niet over eens wat tijd nu precies is. Persoonlijk hou ik het op verplaatste energie, die vrij rechtstreeks te maken heeft met de manier waarop onze kosmos expandeert, niet lineair dus, hoe dat er dan ook maar uit mag zien. Wie het weet, mag het zeggen. Daar waag ik mij echt niet aan. Maar dat het met meer dan vier dimensies te maken heeft, daarover bestaat bij mij geen twijfel.

Wel kan ik het fenomeen filosofisch beschouwen, zijnde een slachtoffer van datzelfde fenomeen. Net als u, overigens. Wij zijn allen gedoemd onze rol hierin te spelen, het leven in stand te houden (onze hoofdtaak, de rest is triviaal) tot onze Grote Baas, de Tijd, zegt dat we moeten oprotten. Ons spel is gespeeld, de beurt is aan de volgenden. Ergo: wie stelt dat Onze Lieve Heer of Allah of welke god dan ook, eigenlijk Vadertje Tijd heet, kan ik redelijk volgen. De Tijd ontfermt zich over ons, de Tijd past op ons, zorgt dat we niet teveel rampspoed aanrichten, de Tijd is tegelijkertijd ons geweten en bezorgt ons uiteindelijk een plaatsje in zichzelf.

Echter, alleen de mens is zich ernstig bewust van wat geweest is, wat nu is én dat er nog iets komen gaat. Typische eigenschappen van diezelfde Tijd. En omdat hij dat weet, denkt die mens ook dat dat wat hij weet, de waarheid is.

Een Amerikaan heeft daar een schitterende uitspraak over gedaan: ev'rything (not only beauty) is in the eye of the beholder. Hetgeen zoveel betekent dat alles wat u waarneemt, door uzelf ook geïnterpreteerd wordt en gerubriceerd als zijnde bruikbaar of onbruikbaar. Wat echter niet betekent, dat hetgeen u waarneemt, ook de werkelijkheid is. U ziet slechts de voor u bruikbare zaken in de vorm die u het beste uitkomt. Onze geest speelt rare spelletjes met ons, wij gaan uit van een door ons zelf ontwikkelde logica en pretenderen dan de waarheid in pacht te hebben.

Dus gespiegeld aan dit dagboek: dit zijn slechts waarnemingen mijnerzijds en die bevatten geen enkel bewijs dat iets ook werkelijk gebeurd is zoals hier beschreven. Ik zag en zie het zo en meer is het niet.

De Amerikaan Thornton Wilder dacht ongeveer net zo over tijd als ik: It is only in appearance that time is a river. It is rather a vast landscape and it is the eye of the beholder that moves. Vrij vertaald: het lijkt maar zo dat tijd een rivier is die stroomt. De tijd verstrijkt eigenlijk niet, ú verstrijkt door dat steeds wisselende landschap dat Tijd heet. U bent het die beweegt, niet de Tijd.

Daar gaan we dan maar gewoon mee door: we kunnen immers niet anders. Beweeg ze!

 

Woensdag, 28-12-2016

 

Dit is een dagboek. Dat wil zeggen: een beknopte samenvatting van wat er de afgelopen pakweg 24 uur in mijn omgeving (en in mijn hoofd) is gebeurd. Dat mijn hoofd ook duidelijk bij mijn omgeving hoort, staat buiten kijf.

Ik ken, eerlijk gezegd, eigenlijk niemand die zo over zijn eigen hoofd heeft nagedacht als ik zelf. Dat begon al toen ik erachter kwam dat een mens zelf baas is in zijn eigen hoofd. Dat gedachten te sturen zijn als een auto.

Dat je problemen 's nachts in je hoofd kunt oplossen. Dat hoef je niet te leren; het luisteren naar je hoofd en goed interpreteren, dát is wat je moet oefenen. Boeken van onder meer Jung over archetypes zijn dan ook zeer waardevol. Want archetypes heten natuurlijk niet voor niets zo.

Er zijn beelden die je hersens produceren om jou iets uit te leggen, gerelateerd aan jouw ervaringswereld. Ik kan een vraag over kleur niet beantwoorden als ik er niet eerst iets over geleerd heb, zoveel is duidelijk. Maar die archetypes gaan duidelijk een stapje verder, dat zijn beelden die een mens genereert die ieder ander mens in dezelfde situatie ook genereert. Dit is het best te illustreren met een voorbeeld. Voor gevaar over bezit: een draak. Nu ziet een draak er voor een Chinees heel anders uit dan het door de Fransen geaccepteerde veile creatuur dat zijn bezit bewaakt door op z'n goud te slapen. Voor een Chinees is het een positieve geluksbrenger. Voor die Fransozen juist een negatief symbool. Maar het monster draak blijft een monster, zoveel is zeker.

Daarom maakt ook iedere schilder van hetzelfde onderwerp toch een heel ander schilderij, passend bij de beleving in zijn hoofd. Dat is het mooie van Kunst. De artiest creëert een beeld van een archetype (geloof me, er ontkomt er geen één aan, hoe hard die kunstenaar dat ook ontkent) en dat beeld zoekt erkenning bij het archetype in het hoofd van de toeschouwer. Of zoals iemand bij een schilderij van mij zei: ik kan er zo in weg wandelen.

Dan is je doel bereikt als kunstenaar, jouw interpretatie heeft aansluiting gevonden bij die van een toeschouwer. Waar je dan ook al heel snel een band mee kan krijgen. Want over dit ene onderwerp denken jullie, zender en ontvanger, qua beelden gelijk, of althans bijna gelijk. Een brede belangstelling is hier dan ook een handige omstandigheid, want hoe breder die aan de andere kant is, hoe groter de kans dat de (h)erkenning plaats gaat vinden. Vandaar dat een brede kunstbeleving zich ook altijd manifesteert bij, qua kennis, wat meer ontwikkelde mensen.

Als iets dergelijks zich bij een schilderij van mij openbaart, zeg ik altijd: dat doek heeft zijn spijker gevonden. Overigens, als ik er heilig van overtuigd ben dat de toeschouwer wezenlijk “in het schilderij” zit, krijgt ie het gewoon van mij. Dan communiceer ik recht-streeks met de nieuwe eigenaar en kan ik die, wat dat aangaat, volledig vertrouwen.

Dat is nog nooit misgegaan.

Tot zover deze beknopte samenvatting. Dat er duizenden boeken over dit onderwerp zijn geschreven, is evident. Ga ze gerust lezen, u breidt uw kennis uit en uw herkennings-wereld verbreedt zich per pagina, zo ongeveer.

Bent u eindelijk uitgeleerd – wie is dat ooit – dan weet u wel wat u moet denken…

Nee, toch niet?

Ik ga maar weer verder, vandaag maar weer eens een beetje schilderen.

 

 

 

 

Donderdag, 29-12-2016

 

Van het schilderen is niets gekomen. Het schilderij "La chatte" begon me aan te staren en ik besloot het toch maar aan Sandrine te geven. U weet wel, de Franse Vlam. Ik nam dus via de Messenger contact met haar op en verviel onmiddellijk weer in het zenuwgedrag wat ik ook had toen ik haar soms wel/soms niet zag. Teken aan de wand, dus.

Om kort te gaan (ze had eerst wat tijd nodig om erover na te denken, uiteraard), ze wilde het echt niet aan de wand. Misschien wel om dezelfde reden als dat ik eerst niet aan het idee kon wennen dat mijn schilderij wel in haar slaapkamer was. En ikzelf niet.

Maar nog voordat ik dat antwoord van haar gekregen had, openbaarde zich opeens een gedachte die mij overviel als een koude douche: ik was niet kapot omdat zij me niet wilde, ik was kapot omdat zij van mij op slag een oude man had gemaakt. Dat deed vreselijk zeer. Maar alles beter dan niet weten waarom...

Maar goed, toen wou ze het schilderij toch niet meer, soit. Nu zit ik hier, een oude schilder met een schilderij zonder spijker. Als dat geen dramatiek is!

Tot overmaat van ramp deed een van de lezers van dit dagboek ook nog een duit in het zakje door te stellen dat er aan mij een groot schrijver verloren leek te zijn gegaan. Hetgeen als een compliment bedoeld was (bedankt J.), maar wat voor mij onder de gegeven omstandigheden een beetje verkeerd uitpakte. Gelukkig ken ik dat gedeelte van mij dat gekwetst kan worden, de schade viel mee. Eén schijnbeweging en ik was weer op mijn eigen spoor.

Nu nog even door Oud & Nieuw heen, dan hebben we de grootste ellende wel weer gehad.

Oh, ook nog van Rik uit België een tip gekregen voor een uiterst amusant boek: De ster van Bethlehem door sterrenkundige Tim Trachet, aangeraden door Johan Braeckman, Belgisch filosoof. Dat boekje maar alvast besteld, mag hij hem als tweede lezen. Braeckmans artikel waarin het boekje aangeraden werd: Vijf wetten over (jouw) domheid. Dat artikel staat helemaal aan het eind van dit dagboek, bij de toegiften. Waar nog meer vermakelijk leesvoer staat. Ook gewoon te vinden op het internet. Een aanradertje.

 

Vrijdag, 30-12-2016

 

Ik ben me er wel van bewust dat ik af en toe wat zware onderwerpen aansnijd, maar op het gevaar af sommige mensen te verliezen als lezer, ik wil me toch niet gaan verlagen tot social talk in dit dagboek. Daarvoor heb ik teveel recepties, verjaardagen en andere samenscholingen meegemaakt die volledig ontaardden in onbenulligheid.

Zo gauw het echt ergens over ging, was er altijd wel weer een provinciaaltje dat zo nodig moest poneren dat “het toch wel gezellig” moest blijven. Echt waar. Terwijl ik volkomen allergisch ben voor dat woord in deze context, brrr...

Nee, het was in dit dagboek mijn bedoeling u deelgenoot te maken van wat er zo dagelijks door mijn hoofd spookt, en dat is nu eenmaal niet de vraag: wat eten we vanavond of wie gaat de verkiezingen winnen?

Alhoewel die laatste wel een heel gevaarlijke is. Voor je het weet, zit je in een links-rechtsdiscussie, terwijl het daar natuurlijk helemaal niet over moet gaan. Maar het hoeft ook echt niet allemaal wetenschappelijk verantwoord te zijn, ik mag ook heel graag de draak steken met alles wat zogenaamd serieus is, en met allen die uitsluitend serieus acteren. Dat kan niet goed zijn voor iemand. Per slot van rekening sprak Vondel al op gedragen toon: het leven is een pijp kaneel, elk zuigt er aan en krijgt niet veel. Ik bedoel maar.

Nee, natuurlijk heeft ie dat niet gezegd, hij zei: De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.

Dan ben ik alleen maar benieuwd wat mijn rol in dezen eigenlijk is. Soms heb ik daar zelfs een zeer donkerbruin vermoeden van. En nee, dat ga ik U niet vertellen.

Straks ga ik het schilderij “La chatte civilisée...” naar een eventuele spijker brengen, de foto's hebben ze al wel gezien, maar het echte schilderij is toch heel wat anders. Ik ben benieuwd.

U hoort nog van mij.

 

Zaterdag, 31-12-2016

 

Voorlopig hangt ze aan een spijker, La chatte... Op proef! Maar het zag er goed uit en haar nieuwe huis is een goed huis. Ik heb dan ook geen bezwaar. Verder ben ik erg blij dat ik dit schilderij niet overgewit heb. Aan die overgewitte nieuwe Mediterranée ben ik trouwens al wel opnieuw begonnen. De heftigheid spat er af.

Het zal me benieuwen.

Ben wat Sandrine zelf betreft, nu de volgende fase ingegaan, ben nu gewoon boos. Dat hoort ook zo, heb ik me laten vertellen, anders kun je geen afscheid nemen. Verder is die boosheid ook nog eens het bewijs dat het in ieder geval iets geweest is. Maar dat wist ik toch al wel heel zeker. Maar ik bedenk me de volgende keer wel twee maal voor ik me weer in zo'n avontuur stort. Zegt ie nu!

Verder is het hier de hele dag erg heiig geweest op het Groninger Land. “Diezig” zeggen ze hier.

Heb nog geprobeerd wat foto's te maken toen ik onderweg was naar de spijker, maar het was niet spannend genoeg. En stoppen onder deze mistige omstandigheden is dermate gevaarlijk, dat het echt wel een heel mooie foto zou moeten worden. Anders haal ik het nieuwe jaar nooit.

 

 

 

 

 

 

 

 

JANUARI

 

 

Zondag, 01-01-2017

 

Jawel, de beste wensen voor al mijn lezers. Natuurlijk ook als U dit niet op 1 januari leest. Eigenlijk doe ik helemaal niet aan feestdagen, die wensen gelden gewoon voor elke keer dat het weer licht wordt. Dat zal voorlopig heus nog wel het geval zijn. Per slot van rekening draait de aarde al pakweg 4.6 miljard jaar haar rondjes om de toen nog jonge zon en of dat nog niet erg genoeg is, moet je dat getal ook nog eens vermenigvuldigen met 365. Dat wordt pakweg 2.098 miljard keer een zonsopgang. Inclusief schrikkeldagen, uiteraard! (2.098.000.000.000) Twee-biljoen-achtennegentig-miljard. Plus 1. Die van vandaag. Wij mensen kunnen niet eens begrijpen hoeveel dat eigenlijk is. Probeer het u maar eens voor te stellen, het lukt niet.

Onze ruimtewetenschapper bij uitstek, Stephen Hawking, had daar een tv-serie (Genius) aan gewijd waarin hij een aantal jonge, tamelijk slimme mensen met dit soort getallen en vergelijkingen confronteerde.

Een van die afleveringen ging over het aantal sterren in ons universum, bij benadering geschat door de wetenschap. Met als metafoor dat een zandkorrel een ster was. Hoeveel zand er dan nodig was. De toch wel heel intelligente mensjes kwamen niet veel verder dan pakweg een paar kruiwagens vol. Maar om het totaal aantal bij elkaar te krijgen waren vele shovels vol zand nodig, bergen zand waar ze niet eens overheen konden kijken. 416 ton zand! Waarvan elke zandkorrel een ster was. Die natuurlijk ook nog een aantal planeten om zich heen had draaien. Driehonderdmiljard sterren, alleen al in onze Melkweg. En dat is nog maar één stelsel! Het onze. Daar zijn er ook nog eens tweehonderdmiljard van. Geschat, uiteraard.

Om dat te kunnen bevatten, hebben we het abstracte denken uitgevonden. Knap van ons, niet? Ja, ik weet het wel, zo zat het niet precies. Stil maar. Maar de serie van Hawking bekijken is zeker een aanradertje. U steekt er wat van op, gegarandeerd.

Maar hoe dan ook, die aarde van ons houdt daar voorlopig heus niet zomaar mee op, tenzij we natuurlijk in botsing komen met een ontzettend grote meteoor. Maar daar merken we dan geen van allen meer wat van. Ashes to ashes, dust to dust wordt dan een wel heel aanschouwelijke uitspraak. Ik zou het wel eens willen zien, van een heel veilige afstand dan, hè! Dan zou dat niet eens meer zijn dan een kleine flikkering in de onmetelijkheid van het universum. Niemand zou het opmerken. Alle werk aan dit dagboek voor niks.

Gelukkig vind ik dit erg leuk, het wordt zelfs met de dag leuker, dan moet ik daar maar de inspiratie uit halen. Het is ook wel profaan om voor de eeuwigheid te willen schrijven, toch? Ook als je niet gelovig bent zoals ik.

Maar zo'n vernietigende meteorietenbotsing met Moeder Aarde, dat zou pas Oudejaarsvuurwerk zijn! Een echte Knaller! In de letterlijke zin van het woord. Maar ook: nooit meer een Nieuw Jaar. En da's een groot geluk bij zo'n kosmisch ongelukje.

 

Maandag, 02-01-2017

 

Goedemorgen. Een nieuwe week, een nieuw jaar, oude gewoontes. Heb gistermorgen eerst maar, zoals ik elk jaar doe, de bier- en wodkaflesscherven van trottoir en fietspad voor mijn huis verwijderd. Niet omdat ik zo braaf ben (dat ben ik natuurlijk stiekem heus wel), maar vooral om de hondjes en honden te vrijwaren van sneden in de voetzolen. (Het oorspronkelijke meervoud van snede is sneden, omdat het om een, van herkomst, Nederlands woord gaat. De meervoudsvorm met een s is voor dit soort woorden later meer in gebruik gekomen) (uit Wikipedia)

Behalve dat onze meest populaire viervoeters daar erg veel last van hebben, van die sneden, niet van Wikipedia natuurlijk (dat is meer aan Jacques, mijn, op dit moment toekomstige corrector, voorbehouden, die haat Wikipedia), ben je ook gelijk vijftig euro kwijt als je alleen maar in de auto stapt naar de dierenarts.

Na deze goede daad (één per jaar is wel genoeg, hoor) gewoon lekker koffie gedronken met een Luikse wafel met chocoladesaus erop. Heel fout! Maar heel lekker!

Dat van die ene goede daad per jaar is natuurlijk klinkklare onzin, ik ben altijd wel bereid tot goed “noaberschop”. Maar er moet natuurlijk geen misbruik van gemaakt worden, dan houdt het ook bij mij wel op. Grenzen zijn bedoeld om af te schermen, dat ligt nu eenmaal in hun aard.

Zo is het ook gesteld met de beroemde vrijheid van meningsuiting, wat vast een groot item gaat worden bij de komende verkiezingen. Ook dat soort vrijheid bestaat alleen maar bij de gratie van zijn eigen grenzen, je hoeft heus geen wijsgeer te wezen om dat te kunnen snappen. Want mensen die die vrijheidsgrenzen overschrijden, zijn alleen maar bezig hun eigen grenzen op te rekken, te verwijden ten koste van de ruimte van iemand anders.

Filosofische criminaliteit kunnen we dat wel noemen. Geestelijk landjepik. Daar moeten we nog maar eens een goede straf voor bedenken, bijv. de lagere school overdoen, zodat ze nu wel wat leren. Want wees eerlijk, de mensen die op andermans vierkante meter gaan staan, zijn meestal niet de snuggersten.

Het vervelende daarvan is: ze snappen door die domheid ook niet eens dat ze het doen. Er ligt daarom nog een zware klus te wachten voordat we met z'n allen op deze planeet samen kunnen leven. Daar hebben we nu weer een heel nieuw jaar voor, het jaar 2017! Het zal me benieuwen hoever we komen.

 

Dinsdag, 03-01-2017

 

Met Wia naar de Appie geweest. Wia was Teja's vriendin, die kortgeleden, na een laat huwelijk van één jaar en drie maanden (82 jaar was ze toen ze trouwde!), haar man plotseling verloor. En nu moeizaam weer een beetje opkrabbelt. Je zou denken, op die leeftijd ben je al wel wat gewend, maar het omgekeerde is waar. Alles wordt alleen maar zwaarder als je oud wordt, niet alleen je lijf. Alleen het relativeren gaat steeds beter, dat wel.

Door Wia’s aanwezigheid werd ik echter zo meegenomen naar de tijd dat Teja nog leefde, dat ik na het afrekenen uit gewoonte naar de sigarettenbalie wilde lopen om een paar pakjes Marlboro te halen. Daar ging de tijd weer met mij op de loop, zomaar drie jaar terug! Dan zeggen ze nog dat tijdreizen niet mogelijk is.

Stephen Hawking heeft dat onomstotelijk en onweerlegbaar bewezen. Fysiek is het onmogelijk, beam me up, Scotty! Maar geestelijk kunnen we dus alles. Een geur, een foto, een aanraking, een woord, alles kan genoeg zijn om tegen je hersens te zeggen: je bent nu hier en toen daar en dan. We hebben een veel betere herinnering dan we denken, of liever, dan waar we ons bewust van zijn. Want kan een mens bewust moeizaam terug naar z'n derde, vierde levensjaar, het onderbewuste kan veel verder. Via hypnose kunnen we zelfs terug naar een soort van prenatale situatie.

Ook: in ieders leven zijn er momenten die het individu zich erg goed herinnert, in mijn geval zou ik er wel een schilderij van kunnen maken. Ben altijd al erg visueel ingesteld, het is niet voor niets dat fotografie, schilderen en ruimtelijk vormgeven via ceramiek (pottenbakken, jawel) mijn forten zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat dit soort geestelijke foto’s de blauwdruk zijn van mijn, en ook uw, bestaan. Ik noem ze ID-momenten, van identificatie. Het zijn van die stills, momenten dat je jezelf als het ware ziet functioneren in een bepaalde situatie. Een bijgelovige spreekt dan al snel van uittreding, zelf ben ik meer geneigd onze formidabele hersens de credits van dit soort creaties te geven.

Ook op de kunstacademie kregen we oefeningen waarmee we uitgedaagd werden het model/onderwerp op een andere manier te bekijken dan vanuit het standpunt waar je staat. Als je dan, bijvoorbeeld, jezelf kon projecteren boven of achter het onderwerp, werd de bedoeling duidelijk. Wie dat niet kon, kreeg de beloning ook niet.

Het zou mijn zelfgenoemde arrogantie tekort doen als ik niet vertelde dat mij dat wel lukte. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik zo geweldig ben, maar dat hersens, ook de uwe, geweldig zijn. Vrijwel onbeperkt in hun creativiteit.

 

Woensdag, 04-01-2017

 

Een van mijn online lezers (ene Jacques) schreef mij naar aanleiding van het dagboek van gisteren (quote: “ruimtelijk vormgeven via ceramiek (pottenbakken, jawel)”, einde quote), bedoel je niet “keramiek” in plaats van “ceramiek”? Dat laatste klinkt namelijk als “seramiek”. Maar aan je hersens mankeert niets...

Dat vond ik erg leuk, want afgezien van het complimentje over mijn hersens, geeft deze vraag mij aanleiding om een heel oude taaloorlog met u te bespreken. Die Jacques weet wel hoe hij mijn brein bezig moet houden. Mijn antwoord op zijn vraag luidde: het heet eigenlijk ceramiek, inderdaad seramiek-klinkend. Ceramiek komt uit het Frans (céramique), keramiek (Keramikós: van leem) uit het Grieks. In Nederland is er altijd strijd geweest tussen beide. Céramique is “bekakt” volgens de Griekse aanhangers. Daar ben ik mee opgevoed (opgeleid bedoel ik daarmee).

Keramisch wordt wel veel gebruikt voor andere, van klei gemaakte onderdelen van bijv. mengkranen. Maar pottenbakkers hebben het nog altijd over ceramiek. Dank voor de vraag. Kan ik wel een mooi stukje van schrijven, morgen.

Einde antwoord!

Bij deze!

Het interessante hieraan is natuurlijk de linguïstische en de etnologische verwisseling. Heeft Europa een Griekse of een Romaanse basis? Is onze taal op het Frans gebaseerd of juist aan Griekse basiswetten schatplichtig? Hoe groot is de invloed van Napoleon op onze taal? En “de Ko-ho-ho-ho-ho-ning van Hispanje, heb ik altijd geëerd”, wat is daarvan overgebleven? Duidelijk wel een vierjarige studie waard, lijkt me zo.

Misschien had de mooie bruid van onze Boeren-Koning Alexander toch wel gelijk toen ze stelde dat “de Nederlander” eigenlijk helemaal niet bestaat. Misschien kan het antwoord op al deze vragen ook nog wel gevonden worden bij de Linguïstische Antropologie.

Wikipedia: Linguïstische antropologie is het deelgebied van de antropologie dat de variatie in taal door tijd en ruimte bestudeert, het sociaal gebruik van taal en de relatie tussen taal en cultuur.

Duidelijk is, zo bekeken, dat het woord keramiek met “k” aan de winnende hand is, maar uiteraard zullen er bij de vakmensen altijd puriteinen overblijven. Zoals ook het woord puriteins uit z'n theologische basis is gescheurd en nu gebruikt wordt voor behoudend of/en zucht naar oorspronkelijkheid.

Die oorspronkelijkheid, die doet mij dan wel weer wat. Ook dat weer opgezocht in de etymologiebank op aanraden van dezelfde Jacques om mijn huiswerk beter te doen: via oorspronkelijk naar geniaal (buitengewoon begaafd).

 

Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands

genie 1 zn. ‘die zeer begaafd is; vernuft’ Nnl. genie ‘vernuft, talent’ [1732; WNT], ‘geniaal persoon’ in hoe men my als een genie zoude behandelen [1785; WNT verbieden].

Ontleend aan Frans génie ‘begaafd persoon’ [1686; Rey], eerder al ‘talent, vernuft’ [voor 1674; Rey] en ‘eigenschappen (van iets of iemand)’ [1532] < Latijn genius ‘beschermgeest’, en daarom ook ‘persoonlijke eigenschappen, karakter, vernuft’, afgeleid van genus (genitief generis) ‘geslacht, voortbrenging’, bij gignere ‘voortbrengen, verwekken’, en verwant met ? kunne en ? kind.

 

Tot zover. Dit is al erg genoeg. Ik ben al trots op u als u het helemaal gelezen hebt, laat staan het allemaal begrijpt. Ik namelijk niet.

Kortom: het woord gen als zijnde de oorsprong (lees: kleinste deel) van de mens was er natuurlijk veel later en hoogstwaarschijnlijk afgeleid van de bovengenoemde woorden en betekenissen, die echter alle te maken hebben met diezelfde oorsprong. Ook in de term verwekken kun je terugdenken aan oorspronkelijkheid. Volgt U het nog, ik al bijna niet meer.

Daar gaan we weer... Nogmaals bedankt, Jacques, ik had toch al niets te doen. Hahahaha! Hoe ver kan je afdwalen van een woord als céramique.

 

Donderdag, 05-01-2017

 

Januari is altijd een dure maand. De wet van het Chagrijn (beter bekend als Murphy's Law) wil dan ook altijd dat u en mij de vreselijkste dingen overkomen. Als er iets verkeerd kan gaan, dan gaat het ook verkeerd, vooral als het eigenlijk niet moet. Verkeerd in de zin van financieel, natuurlijk, menselijke ellende laten we buiten dit geschrijf. Vandaag in ieder geval.

Maar inderdaad, ik deed mijn computer aan vanmorgen, zag een klein flitsje van het controlelampje en daarna niets meer. Duidelijk een zekering, althans dat zei mijn lekenverstand. Met als gevolg dat ik nu dit zit te schrijven op een heel oude Siemens computer. Zo traag als dikke stront, zeggen ze hier.

Terwijl ik toch al een krappe maand heb vanwege de belasting. Maar omdat ik meestal de zaken die ik in dit dagboek beweer wel even nakijk (hoera voor het internet, alweer) en ook nog een geweten heb dat meeleest, stuitte ik ook hier weer op geschiedvervalsing. Je staat ervan te kijken hoe snel iets een eigen leven gaat leiden, verandert qua inhoud.

Murphy (een ruimtevaartingenieur) schijnt volgens zijn bloedeigen zoon gezegd te hebben: "if there's more than one way to do a job and one of those ways will end in disaster, then somebody will do it that way".

In de vertaling hebben wij echter de oorzakelijkheid buiten ons Calvinistische zelf gelegd, ons o zo soepele bijgeloof voedend met de uitspraak: als er iets verkeerd kan gaan, gaat alles verkeerd. Maar dat is Murphy's Law helemaal niet, dat heet de Wet van het bedrog: als iets mis kan gaan, dan gaat het mis op het slechtst denkbare moment.

Maar door die verwisseling geven we bijna Murphy zelf de schuld van de ellende. En wat ik in de eerste alinea schreef, dat zei hij dus helemaal niet. De vertaling van wat hij wel zei, voor degenen die geen Engels/Amerikaans kennen: als er meer dan één manier is om een klus te klaren en een van die manieren zal eindigen in een ramp, dan zal er ook altijd iemand zijn die het op die manier doet. Mensenwerk, dus. Daar doelde de Ir. op, niet op magische krachten uit wie weet waar, die de pest aan goedwillende mensen hebben en ze dus met de vreselijkste plagen achtervolgen. Gewoon mensenwerk, zoals wij alle werk maar liever moeten bekijken. Mensenwerk, geen magische krachten, geen godenwellust, geen wrake, gewoon domme menselijke tekortkomingen. Geen Calvijn van schuld en boete, geen “zie je wel, ik heb het toch gezegd”, maar gewoon oorzaak en gevolg. Zoals ik ook niet in het toeval geloof, er is altijd een reden voor iets wat er gebeurt. Dat wij die reden lang niet altijd kunnen onderkennen, laat staan waarnemen, is een van de oorzaken waar Murphy op doelde. Gewoon mensenwerk. Mensen maken nu eenmaal foutjes. Foutjes kunnen rampen veroorzaken. Dat heeft allang niets meer met mijn defecte computer te maken, die had gewoon zijn draaiuren erop zitten. Dan gaat ie dood. Net als wij als wij onze uren erop hebben zitten. Dat is pas slecht mensenwerk. Slecht godenwerk, eigenlijk.

 

Vrijdag, 06-01-2017

 

Hoera, mijn eigen computer is weer terug. Snel gedaan, nagekeken, twaalf checkuren gedraaid, hij doet het weer. Beter en stiller dan anders. Geluk bij een ongeluk, dus.

Ondertussen ook bij de weduwe langs geweest, plafonnière opgehangen, meegeholpen met spulletjes wegbrengen naar de inbreng. Ook gepraat, uiteraard.

Ze moet haar verhalen ook kwijt en ik weet als geen ander hoe leeg een huis is als je alleen achterblijft. Ook nog twee leuke mokken voor buuv en dochterbuuv van haar meegekregen, samen met een soeppakket voor pompoensoep. Dochter buuv is gek op alles wat groente is, is ook een bewust-geen-vleespuber, iedereen blij, behalve uiteraard de weduwe. Ze heeft het zwaar, maar ik ben blij dat ik haar een beetje helpen kan. Gelukkig zijn er nog wat meer mensen in haar omgeving op wie ze terug kan vallen, maar het begint al aardig op mantelzorg te lijken. Geeft niets, voor vrienden en buren, altijd. Niet omdat het zogenaamd moet van onze arrogante heersers in Den Haag. Maar omdat ik het zelf wil.

Over Den Haag gesproken: het door ons gekozen (en ook betaalde) residentiële volkje doet momenteel z'n uiterste best er nog zoveel mogelijk impopulaire maatregelen zo stiekem mogelijk doorheen te jassen voor de verkiezingen (daar komen wij volgend jaar pas achter), het wordt afwachten wat het politieke jaar ons brengt. Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat het verkiezingen worden die ons nog lang zullen heugen.

Het toch wel enge nationaalsocialisme begint namelijk weer de kop op te steken, gevolgd door de overtreffende trap daarvan, het fascisme. Populistische politici buitelen over elkaar heen in hun pogingen nieuwe partijen van de grond te tillen, waar ik ze overigens maar weinig kans voor geef. Van Links naar Rechts, van Allochtoon naar Autochtoon, van Sloebers naar Patsers, allen willen gehoord worden en het liefst hun zin doorgevoerd krijgen.

Plaats voor de helikopterview is er momenteel totaal niet, het vertrouwen in de politici is daarvoor veel te ver gedaald en verder is het politieke leven zo gecompliceerd geworden dat niemand dat plaatje van bovenaf nog kan begrijpen.

Door het internet is er, denk ik wel eens, veel te veel informatie ineens over nietsvermoe-dende burgers uitgestort, zodat het volk te snel heeft doorgekregen hoezeer ze bedrogen zijn, de afgelopen honderden jaren. Het feodale tijdperk heeft alleen haar naam maar veranderd, de intrinsieke bedoelingen nog steeds niet. Tegenwoordig heet het neoliberaal, maar in feite is het gewoon het ouderwetse kapitalisme, de nageboorte van datzelfde feodalisme.

Baronnen werden staalbaronnen, graven werden ondernemers, de nieuwe edellieden zijn de miljardairs; alleen de, door zichzelf uitgeroepen, koningen zijn voorlopig nog gebleven. Evenals de afspraken van de rijksten der Aarde om ook maar de rijksten te blijven. Ondertussen vermoorden Moslims elkaar uit naam van hun religie (alsof een religie daarvoor bedoeld is), sterven kinderen de hongerdood, verkankeren hele dorpen in Afrika vanwege milieuvervuiling en vissen de Japanners de oceanen walvisvrij. Maar ook in ons allang niet meer brave Nederlandje wordt Moeder Aarde verkracht, ook ik breng mijn computer naar de maker omdat ik niet meer zonder kan. Pretendeer ik. Zelfs onze onovertroffen Wadden zijn inmiddels bijna garnaalvrij. Leeggevist door graaierige multinationals. Hollandse garnalen zijn heel duur!

Het leed is te groot om je er nog wat van aan te trekken, zoveel kan een mens emotioneel niet behappen. Ik ben gewoon maar een klein beetje blij met mijn zelfgeredde stukjes natuur rondom Daarle, gecrowdfund door de Stichting Groeiend verzet. Waaraan ik ook meegedaan heb met een drie-en-twintigtal vierkante meters. Grootgrondbezitter, jawel! Een patser, dus!

 

 

 

Zaterdag, 07-01-2017

 

Gisteren gelezen in de Krant der Kranten, de Telegraaf, speciaal samengesteld voor “den fouten Nederlander”: Geert Wilders als een kind zo blij: twee vrouwen op de kieslijst. Op plek 2 (op 1 staat hijzelf, uiteraard) van de kandidatenlijst staat een getrouwe van het eerste uur: zorgwoordvoerder Fleur Agema. De derde plaats is verrassend voor de 30-jarige Vicky Maeijer, momenteel nog Europarlementariër voor de partij en al vanaf haar achttiende aan de partij verbonden. De rest van de kandidaten krijgt vandaag te horen op welke plek ze staan. Wilders zegt na een selectieprocedure van een jaar een ’prachtige lijst’ te hebben samengesteld.

Wat mij op Facebook de volgende reactie ontlokte: Zo zie je maar weer: er is geen pot zo scheef ( deze is wel heel scheef) of er past nog wel een deksel op. Wat zeg ik, twee zelfs! Arme meisjes, vanaf nu voor het leven getekend. Maar eigenlijk moet ie er nog eentje bijnemen gezien de naam van hun beroemde voorgangster: Eva Anna Paula Braun, dus een Eva, een Anna en een Paula. (iedere gelijkenis met bestaande personen is zuiver toeval) Jammer dat Geertje geen Moslim is, anders kon hij met alle drie trouwen vlak voor zijn dood.

De verloedering van ons arme, intelligente Nederlandje heeft definitief ingezet. Met name door de speciaal door Vunzig Rechts opgerichte PVV (gefundeerd door de Joodse Lobby in Nederland) om de laagopgeleide kiezer met populistische leuzen en platvloers taalgebruik uit het linkse blok te halen, hetgeen dus uitstekend gelukt is. Nee, daar heb ik geen bewijzen voor, maar ik kom zelf uit de politiek, ik weet hoe het werkt.

Welaan, die PVV zal de grootste partij van Nederland worden met een verzameld IQ van de kleinste partij. Regeren zit er niet in, maar dat was uiteraard de bedoeling ook niet. Als de minder-, dan wel nauwelijks geschoolde linkse kiezers zich maar onder de PVV-vlag zouden scharen, de weg vrijmakend voor de neoliberale gedachte.

Het gescheld in de Tweede Kamer zal zijn weerga niet kennen, de Marokkaanse voorzitter, Khadija Arib, zal geen orde meer kunnen houden, over en weer zullen de schoenen door de Kamer vliegen onder haar radeloos hamergeklop. Ik verheug me nu al. Samen met een groot aantal echte anarchisten, die dit allemaal met nauwelijks verholen enthousiasme zullen aanschouwen. Ik ken er nog wel een paar, ik zal ze in de gaten houden. En toejuichen, uiteraard.

Er was vroeger een korte, mooie film waarin Ramses Shaffy als Manuel, een dichter, singer/songwriter zeggen we tegenwoordig, de hele boel overhoop haalt, nadat hij zich op slinkse wijze heeft genesteld in een burgerlijk, braaf gezin. De verloedering van de Swieps, heette die film. Een werkelijk fantastisch gebeuren, hooguit geëvenaard door het boek van Kafka: Het proces. (Der Process: titel naar Kafka's eigen spelling, Der Prozess in de huidige Duitse spelling). De afbraak van het huis van de Swieps is tevens het einde van de film. Laten we hopen dat malloten als Gekke Geertje “uit ut zuien“ en de gasten van de Turkse gastarbeiderspartij Denk ons democratisch huis overeind zullen laten staan.

Want, zoals eerder door een president der VS gesteld: de democratie is de beste van alle slechte staatsvormen. (Of was het Churchill, daar wil ik af wezen. Nee, ik ga het ook niet opzoeken. Dat doet u zelf maar.) In elk geval beter dan de oligarchie waar Nederland momenteel onder zucht. Want als de rijksten aan de macht zijn, regeren de egoïsten, is democratie ver te zoeken en lijdt de rest van het volk. (Behalve die rijksten, natuurlijk) (Het was Churchill, natuurlijk heb ik het opgezocht).

 

Zondag, 08-01-2017

 

Gisteren zomaar een heuse sneeuwdag. Pantu in de sneeuw maakte duidelijk dat een wit hondje zelden wit is, maar vuilgeel. Dat deed me denken aan een opdracht in het basisjaar van de Kunstacademie: we moesten een vlak van 20 x 20 vullen met vijfentwintig vlakjes wit van 4 x 4 cm van verschillende materialen en verschillende witte verfsoorten.

Daarna van verschillende zwarte. Eenmaal gedaan was duidelijk te zien dat dat wat optisch wit lijkt, bijna nooit wit is. De eindconclusie, via een groot aantal wegen, dat wel, was dan ook dat zwart en wit geen kleuren waren maar optelsommen van kleuren. Meng je het rood-, geel- en blauwgekleurde licht, dan krijg je wit, meng je dezelfde kleuren verf, krijg je zwart.

Alle andere kleuren daartussenin kun je samenstellen en daarvoor moesten we dan ook een kleurencirkel maken van de kleuren rood, geel en blauw van onze keus. Ons palet, zeg maar. Zo noemen we de voorkeurskleuren van iemand. Heel beroemd is de kleurencirkel van Itten, zijnde de meest zuivere in de zin van rood, geel en blauw. (Dat is overigens later weer gecorrigeerd, maar dat voert te ver om hier allemaal uit te gaan leggen)

Die simpele oefening heeft later erg veel impact gehad op mijn werken. Per schilderij stel ik nu mijn palet samen om te komen tot een zo sterk mogelijke overdracht van dat, wat ik probeer te vertellen met kleur en vorm. Zoals componisten verschillende soorten toonladders gebruiken om het effect zo sterk mogelijk te maken. Want de kleur rood bijv. is niet alleen liefde/passie maar ook haat. De uiteindelijke filosofie is natuurlijk dan ook: zonder wit geen zwart, zonder rood geen groen, zonder dood geen leven. Oftewel heel simpel: niets bestaat zonder zijn tegenpool. Dit gezegd hebbende geloof ik het wel voor de komende zondag, krijg straks koffie- en atelierbezoek. Dat vind ik nog altijd spannend.

 

Maandag, 09-01-2017

 

Het koffie- en atelierbezoek (Jacques) achter de rug, het was zeer onderhoudend en aangenaam. Mede doordat het bezoek een heerlijke pure chocoladereep had meegenomen. Een duidelijke zielsverwant (niet, of eigenlijk ook, vanwege de chocolade), misschien moet je dat ook wel een beetje zijn als je een dagboek mooi vindt van iemand anders. Ook daar zullen de archetypes hun werk wel doen.

Maar het was fijn om dingen te kunnen vertellen, wederzijds neem ik aan, zonder dat je uit moet kijken wat je zegt. Zonder altijd maar behoedzaam te hoeven zijn, zonder aldoor maar het gevoel te hebben dat je op eieren loopt. Want dat was nu helemaal niet nodig.

Meestal moet ik dat namelijk wel. Want meer en meer dringt tot me door dat ik met mijn hersens toch wel iets ongewoons, iets heel bijzonders heb gedaan in dit korte bestaantje, vergeleken met andere mensen.

De schommel/autoband wees natuurlijk al wel in die richting, maar dat het toch nog zo lang heeft moeten duren voordat ik zelf inzag hoe, wat en waarom, dat is toch eigenlijk zonde van de tijd. Misschien dat D66, onze toch wel iets te rechtse studentenverzamelclub daar iets aan kan doen, zodat elk veelbelovend kind ook echt de kans krijgt om dat talent uit te bouwen, dan wel te (laten) polijsten. Dan zullen ze toch wel iets minder neoliberaal moeten worden, want hun gedachtengoed stinkt nu nog veel te hard naar kapitalisme en elitair denken.

Terug naar het gesprek: het gevoel dat je niet de enige bent op deze wereld die in een bepaalde richting denkt, hoe die koers dan ook maar is, is toch wel erg prettig.

Met een afspraak om een keertje bij mij te komen eten hebben we afscheid genomen, want koken voor anderen vind ik ook nog steeds erg fijn. Je kunt mij geen groter plezier doen dan je bord schoon leeg te willen schrapen omdat het zo lekker was. Dan hoef ik zelf eigenlijk al niet meer te eten.

Daar komt dan het oude spreekwoord van stal: een bron is nooit voor hem die haar gevonden heeft. Want de vinder krijgt meestentijds een andere beloning. Om maar es een archaïsche term als meestentijds te gebruiken. Maar dat is toegestaan, toch, bij zo'n oud, mooi gezegde!

 

Dinsdag, 10-01-2017

 

Met mijn bezoek van zondag heb ik het ook gehad over hoe je vijanden moet verslaan met eigen wapens. Niet met dezelfde woorden, dat niet, maar het kwam er wel op neer. Een van die vijanden is het stugge, starre Calvinisme van de streng-gelovigen in sommige streken van Nederland. Waar je, als je je niet aanpast aan de daar geldende normen, met pek en veren (bij wijze van spreken) door het dorp wordt gejaagd, dan wel achter op de strontkar te kakken wordt gezet. Want boeten zul je als je je niet gedraagt zoals zij dat willen.

Gek genoeg zijn dezelfde eisen ook aanwezig in het zogenaamd verlichte neoliberale kamp. Waarmee de helft van hun benaming al volledig wordt ontkend. Als je je niet indekt, niet slijmt bij de baas, niet de huidige huisje-boompje-beestjenorm wil volgen, niet jezelf wil verschansen in je Vinex-wijk en vooral, vooral geen financieel risico wil lopen omdat je, als je arm bent, volledig verbannen wordt uit deze (hun!) maatschappij, dan zul je niet beloond worden, geen promotie maken, geen carrière kunnen maken.

Dus hoezo, liberaal! Slaaf van de miljardairs, zal je bedoelen. Die, onder aanvoering van hun stroman in de Tweede Kamer - helaas momenteel zelfs als minister-president - hun status quo proberen te beschermen omdat ze doodsbenauwd zijn. Schijtlaarzerig bang om hun niet bestaande geluk te moeten opofferen aan het woord solidair. Of, nog viezer, sociaal. Wat, onder kapitalisten, zo ongeveer de ergste woorden zijn die je uit kunt spreken, laat staan die begrippen praktiseren.

Om terug te komen op de wapens: die kapitalisten kunnen we natuurlijk alleen maar bestrijden met een villastorm, een hedendaagse variant op de beeldenstorm van 1566, de religieuze afrekening tussen protestanten en katholieken. En dat komt er ooit nog wel eens van, die villastorm.

En die starre en nauwelijks geschoolde religieuzen uit de “Biblebelt” halen meestal hun eigen vernietigingswapens wel binnenboord, daar hoef ik niets aan te doen. Zoals in 1972 toen ze massaal het album Sail Away van Randy Newman kochten omdat daar een song in stond getiteld: God's Song. Zonder ook maar enig besef te hebben van het cynisme waarvan dit fantastische lied druipt, dachten ze een soort psalm aan te schaffen. Uiteindelijk heeft dit onvolprezen lied meer mensen hun kerk uitgejaagd dan menig antichrist had kunnen doen.

Zo besloot ik, als wapen, sonnetten te gaan schrijven, een in calvinisme geboren dichtvorm met behoorlijk strakke versvorm, waar heel gemakkelijk psalmen uit te destilleren waren.

Natuurlijk zal je bij mij het ook aanwezige cynisme behoren te proeven en zo niet, dan hou je er toch nog een mooi gedicht aan over. Toegevend aan mijn basisredenatie dat niets bestaat zonder zijn tegenpool volgt nu het

 

ANTI SONNET-SONNET

 

Ik zou U graag verblijden met een weergaloos sonnet A

Gezet op juiste versvoet en in numeriek akkoord B

Gesproken in gedragen en calvinistisch woord B

Groots & meeslepend, helaas, ik vraag belet A

 

Want het sonnet, bijna ondragelijk te woord gezet A

Is te vijandig, de vrije geest vermoord B

Anarchie tussen de regels maar al te graag gesmoord B

Om waardig voertuig van 't gevoel te zijn F

 

Maar toch heeft Lucebert, tezamen met kornuiten C

Geen gelijk, want grenzen zijn gemaakt om af te schermen D

Het kaf van 't koren zeer bewust te scheiden E

De elitaire geest wellustig te verblijden E

Met eigen koninkrijk want vrije literaire termen D

Zijn enkel goed voor vele vals verdiende duiten C

 

Via het erachter staande rijmschema kunt u zien dat ik ook in het sonnet nog wel graag een beetje tegendraads wil zijn, maar gelukkig wordt dat oogluikend toegestaan.

 

Woensdag, 11-01-2017

 

Nog even voor de duidelijkheid: de datum boven het dagelijkse dagboekstukje duidt op het tijdstip van schrijven 's morgens heel vroeg. Dat ik daarmee wel es een beetje smokkel, gaat u natuurlijk niets aan. Maar de datum woensdag 11-01 gaat over dinsdag en had eigenlijk dinsdagavond 10-01 geschreven moeten worden als terugblik, als dagoverdenking zo u wilt. Dat u het maar even weet. En niet over woensdag overdag. Want dat moet nog komen als ik dit schrijf.

Verwarrend? Welnee! Het maakt gelukkig voor de inhoud van de stukjes niet uit, tenminste bijna nooit. Wanneer wel?

Ziehier, over toeval: Rik uit België had gistermorgen (dinsdag dus, u leest dit op woensdag) bedacht dat je van al mijn stukjes bijna muziektekst zou kunnen schrijven (wat natuurlijk een enorm compliment is), hij opent mijn dagboek over maandag op dinsdagmorgen (dat leest hij altijd in de trein als hij naar zijn werk gaat) en hij ziet een sonnet. Surprise! (Let wel: ik had het al geschreven voordat hij het bedacht!).

Wat bij mij natuurlijk weer een reactie over het al dan niet bestaan van toeval ontlokte.

Ik kon het niet laten, wil altijd graag scoren na een mooie voorzet. Hij is er nog niet van overtuigd, namelijk, dat het niet bestaat. Ik moet beter mijn best doen, nog veel duidelijker zeggen dat er hooguit dingen zijn die we niet begrijpen, ook op geestelijk communicatief niveau, maar dat verleden en toekomst subjectieve waarden zijn die alleen maar schijnbaar bestaan.

Dat hoef je niet te geloven, het is te bewijzen. Ev'rything (!) is in the eye of the beholder. Al het kwaad in de wereld kun je ophangen aan het feit dat we verleden en toekomst vaste waarden meegeven. In een goedbedoelde maar armoedige poging een gemeen-schappelijk item te creëren, iets waar we gelijkelijk over kunnen discussiëren. Dat die gemeenschappelijke waarde niet bestaat, uw toekomst (laat staan uw verleden) is toch echt een totaal andere dan de mijne, dat ontkennen we liever.

Even een voorbeeld: verzekeringsmaatschappijen hebben liever dat u een beetje bang bent voor een zogenaamde gezamenlijke toekomst, want dan sluit u vervolgens een verzekering bij ze af om die door hen gecreëerde angst het hoofd te bieden. De angst, niet die toekomst zelf (!)

Zodoende blijft u geïndoctrineerd worden middels reclames, slogans en wat dies meer zij om toch maar te blijven geloven in die onbezorgde toekomst. Die niet bestaat en die zij u natuurlijk totaal niet kunnen garanderen. Zij zijn alleen maar uit op uw geld via uw vrees, echt niet met uw geluk als oogmerk. Met als gevolg dat u zonder die door u gedoneerde eurootjes een beetje minder geluk/geld bezit waardoor hun misleiding bijna een self-fulfilling prophecy wordt. Duidelijk?

Pecunia non olet! Geld stinkt niet. Nee, nee, dat zal wel niet. Het meurt bijna crimineel naar misleiding! Waar u intrapt omdat u hardnekkig in die toekomst blijft geloven.

Maar als u zich verzet, wordt u een paria zonder verzekering. In dat geval kunt u dan altijd nog kunstenaar worden. Of dagboekstukjesschrijver. Die geen premies betaalt voor zelden uitbetalende verzekeringen. Wie het laatst lacht, lacht het best... en da's beslist geen toeval.

 

Donderdag, 12-01-2017

 

Vandaag stormy weather. Behalve een van de mooiste bluesy jazznummers uit de muziekgeschiedenis (er is zelfs een film naar gemaakt en niet andersom, de muziek naar de film!) is het ook een forse reden voor mij, me niet zo happy te voelen. Ik ben erg gemakkelijk te beïnvloeden door meteorologische verschijnselen van negatieve aard. Of dat nu buien zijn, lagedrukgebieden, sneeuwstormen of wat je maar kan bedenken, zij kunnen dat.

Trouwens, die gemakkelijke beïnvloeding geldt ook de andere kant op. Bij het eerste het beste zonnestraaltje fleur ik weer helemaal op, ga 's morgens heel vroeg met het hondje wandelen, korte tripjes maken naar de dijk om “de see te sien”, even naar een vliegveld (Eelde of Oostwold, EHGG of EHOW), kortom, alles wat ik een beetje leuk vind. Eigenlijk, nu ik er een beetje goed over nadenk, ben ik sowieso erg snel te beïnvloeden. Door muziek, ook toen ik nog zelf meespeelde, door geliefden, door zielsverwanten, het houdt niet op.

Daarnaast ben ik ook nog eens zeer ambivalent, kan moeilijk tot besluiten komen totdat ik iets zo goed mogelijk heb uitgezocht. Dan word ik juist erg stellig in mijn beweringen. En terecht, ik heb het immers uitgezocht!

Iemand schonk mij een keer een koelkastmagneet-tegeltje met de tekst: “iedereen heeft recht op mijn mening”. Het was bedoeld als pesterij, maar dat vatte ik helemaal niet zo op. Ik vond het wel amusant en ook een beetje vleiend, maar de enige die erom kon lachen, was ik zelf. Daar kwam die arrogantie natuurlijk gelijk weer om de hoek kijken. Maar vandaag zit ik er maar mooi mee. Met die depressie, hè, daar had ik het over.

Ik zou gaan schilderen, Brussel wacht op z'n voltooiing, maar ik kon de juiste sfeer niet vinden om aan het werk te gaan. Wel heb ik wat boodschappen gedaan en medicijnen gehaald voor W. (die nog steeds erg moeizaam opereert).

En vandaag, straks om 10.00 uur, ijs en weder dienende, komt Alice “la chatte civilisée....” brengen om de lijst wit te schilderen. Ze hebben de goeie plek in het huis gevonden, het werk komt nu op een witte muur te hangen. Met een witte lijst, dat vind ik zelf ook altijd erg mooi. Als dat goed afloopt, kan ik weer een hoofdstuk afsluiten, want zo voelt dat voor mij. Schilderij op de spijker, nieuwe uitdaging. Wachten op de volgende muze.

 

PS Die tussenhaakjes-termen voor de vliegvelden betekenen het volgende: E is voor Europa, H voor Holland (u had het vast al geraden), GG voor GroninGen en OW voor OostWold. Mag u raden hoe Schiphol heet. Nee, niet EHSH, ook niet EHAD. Ik houd van verkeerde benen. Om u op te zetten, bedoel ik natuurlijk.

 

PPS EHAM!

 

Vrijdag, 13-01-2017

 

Het schrijven van dagboekstukjes is gevaarlijk. Hoezo? hoor ik u denken. Wel, door z'n vorm en door z'n inhoud is er een grote beperking. Als ik hier wat beweer, moet dat kort en bondig en dan zullen er ongetwijfeld wel stapjes in mijn hersens genomen zijn die toch niet in de tekst komen. Ik lees de stukken dan ook verscheidene malen weer over en over. Dan nog lees ik vaak over fouten heen, fouten die ik als eigenwijs mens uiteraard niet onderken, die ook niet tot me doordringen, zelfs al lees ik ze dertig keer.

Zoals bijvoorbeeld "verscheidene malen weer over en over". Wat natuurlijk een fantastische tautologie is. Zeg eens eerlijk, had u het gezien? Ik pas de derde keer dat ik het las.

Of ik onderken de fouten wel, maar besluit dan toch maar om ze te laten staan. Zodat ik ze, twee dagen later, toch weer moet corrigeren omdat het in mijn achterhoofd blijft knagen en ik er 's morgens vroeg mee wakker word. Druk, druk, druk...

Gelukkig heb ik onder mijn lezers ook iemand die zich niet te beroerd voelt de dagboekstukjes op taal- en stijlfouten te controleren en dat ook aan mij door te geven per kerende internetpost. Heerlijk, waarvoor dank. Een goede maaltijd is zeer zeker uw deel. Minimaal. Nee, niet een mini-maal, meer iets uitgebreider had ik in gedachten (wat flauw, Alex). We hebben nog contact daarover, beloofd is beloofd!

Maar inmiddels ben ik bijna aan het eind van de tweede maand van het dagboek, wie had dat gedacht. Ik niet, zeker weten. Huiverig als ik ben om te denken, dat ik zoiets als een dagboek schrijven wel zou kunnen, bedenk ik me zeker tienmaal voor ik er ook echt aan begin. Dan zal dit dus wel de elfde, misschien zelfs twaalfde maal zijn, want het staat er toch heus: Vrijdag, 13-01. Jawel: vrijdag de dertiende!

Wat die fouten betreft: heb ik er een gemist, of mijn onvolprezen corrector misschien, duid het mij (of hem) niet al te zeer euvel. Wij pleiten schuldig! Mea culpa, mea maxima culpa! (die uitdrukking, euvel duiden, heb ik al jaren ergens in willen gebruiken, zo zie je maar weer waar zo'n dagboek goed voor is)

Groet.

 

Zaterdag, 14-01-2017

 

Gisteren op pad geweest om een lange jas te veroveren. Tweedehands, uiteraard. Figuren als ik horen niet in uiterst nette jassen door het straatbeeld te flaneren.

Nu hebben we gelukkig in Groningen een aantal tweedehandszaken waar ik hoogstwaarschijnlijk wel terecht kan, zaken ontstaan uit de tijd van de banenpool. U weet wel, het streven om moeilijk plaatsbare mensen toch aan een baan te helpen. Hetgeen natuurlijk een faliekante mislukking bleek te zijn, moeilijk plaatsbaren zijn niet voor niets moeilijk plaatsbaar. Door ziekte, geest, onwil of juist intelligentie zijn sommigen van ons niet echt geschikt, of echt niet geschikt - dat kan ook - om mee te sjokken in de tredmolen van de, door bovenaf geleide, maatschappij. Die vereist namelijk een bepaalde overgave aan de door het kapitalisme opgelegde eisen. Sommigen kunnen dat nu eenmaal niet, of willen dat gewoon niet .

Die laatste groep is natuurlijk lastig.

Dat zijn de echte provo's, de barricadebeklimmers, de anarchisten. En niet te vergeten: de kunstenaars natuurlijk. Dat die daarvoor een prijs moeten betalen, is evident. Terwijl juist de door hen bekritiseerde maatschappij op deze manier het kind met het badwater weg dreigt te gooien. De best aangepasten krijgen immers de beste banen, maar de vraag is of de best aangepasten ook de slimsten zijn. Laat staan de meest wijzen. Ik ben bang van niet.

Een illustratie daarvoor is het feit dat als iemand iets beter weet (en hij/zij weet het écht beter), dat er dan een negatief in plaats van positief etiket opgeplakt wordt, namelijk dat hij/zij dan een “betweter” is. Terwijl degenen die hem/haar zo noemen, geen flauw benul hebben van wat zich in het hoofd van de betreffende betweter afspeelt. Daar zijn ze immers domweg niet toe in staat.

Maar door de kracht van de massaliteit lijken ze gelijk te krijgen in het bewaken van hun schijnbare voorspoed, ze vergeten echter dat diezelfde massaliteit hen vroeger aan de straatkant plaatste met geheven rechterarm. Heil, houzee! Jawel.

De stupiditeit regeert, populisten worden verafgood en oplossingen worden niet of nauwelijks aangedragen. De Aarde kreunt onder de verkrachtingen door de mensheid, maar bijna niemand luistert.

Toegegeven, ook ik rijd nog steeds in mijn autootje, al probeer ik dat steeds bewuster te doen. Maar ik ben bang dat het niet meer genoeg is. We zijn gewoon met veel te veel mensen. Minder, minder moet niet alleen gelden voor de Marokkanen (dank, Geertje W., voor je onnozelheid) maar voor de gehele mensheid. Alleen wordt dat door Religie en Kapitaal, zoals eerder gemeld, heftig bestreden. Die zijn gebaat bij meer, meer en nog een beetje meer.

Ik vertel het toch nog maar weer eens, beseffend dat het iets is wat de meeste mensen niet graag horen, maar de feiten liegen er niet om. Want ook ik ben zo'n betweter, zodat ik het wel moet vertellen. Hier sta ik, ik kan niet anders! (stiekem gejat van Luther, die dit tijdens zijn kruistocht tegen het katholicisme heeft gebruikt).

Totdat de Aarde het probleem natuurlijk zelf oplost met enorme natuurrampen, klimaat-schommelingen, niet te genezen ziektes, enzovoort. Maar dan zijn wij al veel te laat om de zaak nog te kunnen redden.

Wie weet, over meerdere honderden jaren, zwerven er weer kleine groepen mens-achtigen over de nagenoeg verwoeste wereld, kunnen ze weer van voren af aan beginnen. In de wetenschap dat ze hoogstwaarschijnlijk weer dezelfde fouten zullen maken. Want we zijn het contact met onze echte ziel kwijt, we denken de wereld te kunnen regeren met onze hersens, economische spelregels bepalen de menselijkheid en massaal stormen we enthousiast onze ondergang tegemoet. We zijn letterlijk zo doodsbenauwd geworden, dat we onze bejaarden niet eens meer rustig dood durven laten gaan omdat wij zijn gaan denken dat je bang voor de dood zou moeten zijn. Heil, houzee! Dat alles genoteerd op Zaterdag de Veertiende over Vrijdag de Dertiende. Over ongeluk gesproken!

 

Zondag, 15-01-2017

 

Die lange jas is er uiteindelijk toch nog gekomen. Sterker nog, mét een driekwart jas er ook nog bij. De driekwart voor acht euro, de lange voor tien. Prachtige jassen, schoon, heel, voering (dus lekker warm) en zo komt Jan Splinter door de winter, zeiden ze vroeger. Ik had buuv meegevraagd om op te passen dat ik niet als een malloot gekleed over straat zou gaan, maar die kon helaas niet. Jammer, want ik kan altijd heerlijk met haar een beetje bekvechten. We hebben het stadium bereikt dat we dat kunnen doen zonder elkaar gelijk de hersens in te moeten slaan. Dat is natuurlijk heel erg prettig. En leuk. Maar na langdurige aarzeling ben ik toch maar alleen gegaan.

Twee zaken bezocht: de een heet Goud Goed, de andere Mamamini. De naam Mamamini zegt op zich genoeg, maar de andere naam vereist enige uitleg voor niet-Groningers. Hier ter stede zeggen wij “goud” als we goed bedoelen. Da's ja goud, jong is een veelgehoorde en beroemde uitspraak. Waarmee we geen kwalitatief oordeel vellen, maar onze goedkeuring over een actie uiten.

Voor de kwalitatieve instemming hebben Groningers een zeer bijzondere oplossing, taalkundig gezien. Wij zeggen dan: “'t Kon minder”, minder is dan in de betekenis van slechter. Dus als een Grunneger dat tegen u zegt, beschouw het als een groot compliment. U heeft het dan fantastisch gedaan in zijn ogen.

Goud Goed” betekent derhalve gewoon “Goed Goed”. Maar dat klinkt natuurlijk voor geen meter. Ik ben jaloers op de creatieve geest die toentertijd deze naam heeft bedacht, alhoewel ik zelf ook wel dit soort wapenfeiten ken. Het personeels- en nieuwsblaadje van de Milieufederatie Groningen heette (of heet, daar wil ik afwezen) “Schoonschrift”, een naam waar ik persoonlijk toch wel heel trots op kan en mag zijn, want door mij hoogstpersoonlijk bedacht. Heerlijk, even opscheppen!

Terug naar de jassenwinkels. Ik heb nu, bij gebrek aan buuv, maar aan andere klanten gevraagd of het kon, of ik niet voor aap liep met mijn potentiële aanschaf. In de ene winkel aan een jonge vrouw van pakweg drie-, vierentwintig, in de andere aan een wat ouder echtpaar. Na instemming van alledrie dus twee jassen rijker voor achttien luttele eurootjes! Van pure blijdschap omdat er ook wel eens iets gewoon goed kan gaan (goud ken goan, dus), 's avonds gedaan of ik niet hartstochtelijk mijn gewicht probeer te bewaken en een zak kroepoek soldaat gemaakt. Samen met Pantu, dat wel. Die vlogen de kroepoekjes om de oren zodat ze niet wist, waar ze het eerst moest beginnen. Wat erg leuk was: elk stukje dat zij opat, kwam tenminste niet in mij terecht. Daarna zeer tevreden naar bed gegaan en uitstekend geslapen. 't Kon minder.

 

Maandag, 16-01-2017

 

Gisteren veel computerwerk gedaan, een website beheren is een hoop werk. En dan heb ik er nog drie ook. Eentje voor de poëzie en ander los schrijfwerk, eentje voor de schilderijen en eentje voor datgene wat u hier leest, m'n dagboek dus. Maar het is leuk om te doen, het geeft wel de voldoening dat er nu echt iets gebeurt op schrijfgebied. Want het is net als met schilderen, met alleen verf op een doek ben je er nog niet. Er moet afgelakt, gerubriceerd, op de website geplaatst met een verhaaltje en dan moet het eindproduct ooit ook nog eens aan een spijker.

Ergens waar het doek - of het boek - thuishoort.

Ook neem ik heel lang de tijd om, als het doek klaar is, het op een ezel te zetten waar ik het de hele tijd kan zien. Vooral als het in mijn hoofd nog niet af is. Ik wil namelijk erg graag weten wat ik er zelf op onbewust niveau ingestopt heb. Want uiteraard doe ik dat ook, net als iedereen die creatief bezig is. Het blijft een sublimatie van een intern proces, wat ik daaruit kan halen, is boven water getild, daar ben ik altijd erg blij mee. Want al het onbewuste dat zich manifesteert, is natuurlijk gelijk niet onder/onbewust meer, hooguit nog on(be)grijpbaar. Dan ontwaakt de terriër in mij pas echt. Aangezien ik namelijk weet dat ik er wat in stop, zal het eruit, ook! Veel collega's van mij zijn daar huiverig voor, maar als je zoals ik, het therapeutisch schilderen achter de rug hebt, volgt vanzelf het wetend schilderen. Dat levert natuurlijk ook een ander soort schilderijen op, wat minder impul-sieve doeken, zeg maar. Opvallend is, dat de meest impulsieve doeken in eerste instantie altijd het mooist gevonden worden; later komt er een grotere waardering voor de meer “bedachte”, de wat meer geconstrueerde, laat ik ze zo maar noemen. Zoals ook sommige gedichten zomaar op het papier gekwakt kunnen worden en je andere verzen juist goed in elkaar moet zetten. Vooral de klassieke vormen als sonnetten kunnen niet zonder denk-, graaf-, spit- en verbeterwerk. Sommige worden zelfs na jaren bij herlezing nog weer een klein beetje bijgeschaafd.

Verder heb ik vandaag mijn “verhandeling” teruggevonden, een observatie van het creatieve denkproces, geschreven ten tijde van de Academie St. Joost, later bewerkt in 1991. Zelfs Freud & Jung worden erbij gesleept, de komende tijd zal ik daar wel mee bezig zijn. T.z.t. komt die dan wel op de website, daar heb ik ook ruimte voor bespiegelingen. Daar hoort zo'n verhandeling natuurlijk gewoon bij. Want het lijdt natuurlijk geen twijfel dat juist Kunst op sublimatieniveau de spiegelende functie bezit.

Kijk maar, er staat niet wat er staat. Nooit!

 

Dinsdag, 17-01-2017

 

Op zoek geweest naar Kees van der Hoef. Roemrucht figuur uit Groningen, ouwe rocker, bluesfiguur, schrijver, dichter die door half Groningen herkend wordt als hij over straat loopt. De reden van mijn zoektocht: Kees is de broer van Rita, uitbaatster van Literair Café AaBC, waar ik graag een fotootje van wil hebben voor dit dagboek. Van het café, niet van de uitbaatster. Waar Kees trouwens medeoprichter van is, werd mij toch wel expliciet even duidelijk gemaakt. Daar is ie duidelijk nog erg trots op, op dat wapenfeit. Gelukkig heeft Kees nog wat opnames, die gaat ie voor mij opzoeken. Een klein flesje rum moet er dan wel af kunnen, zei een vriend van hem, die toevallig ook op bezoek was.

Dat bezoek was wel handig want Kees is erg oud geworden. En doof. Gelukkig niet dement, dat zou ook jammer zijn van zo'n levendige geest.

Ik heb gelijk toestemming gevraagd om wat foto's te mogen publiceren, dat mocht. Want je kunt wel foto's van het internet halen, maar om die te publiceren heb je, voor het eigen gevoel in ieder geval, toch altijd wel toestemming nodig.

Zo zijn sommige mensen weer uit dit dagboek geschrapt omdat ze het niet prettig vonden hierin te staan. Dat is, even tussendoor, nog een heel werk om die mensen er weer uit te halen. Heb ik die toestemming niet, dan gebruik ik vaak alleen de initialen of ik gebruik een gefingeerde naam. Historisch gezien kunt u daarom niet zo heel veel met dit dagboek want mijn waarnemingen zijn, zoals eerder gesteld, natuurlijk uitsluitend mijn waarne-mingen en daarom subjectief en gekleurd door mijn verleden. Ik geef geen garanties, echt niet!

Verder was het een stralende winterdag, paar graadjes vorst 's nachts en veel zon overdag. Pantu is dolgelukkig met zulk weer en dan vooral als zij door de weilanden mag struinen, snuffelend aan alles wat haar in de weg komt, en af en toe een lekkertje halen bij de baas als zij het nodig vindt om even te zien waar ik ben. Want al te ver weg van mij, dan raakt ze toch wel wat in paniek. Als ik dat dan zie en haar vervolgens even fluit, moet je haar zien rennen op die vreselijk korte pootjes. Fantastisch gezicht. Blij dat ze is als ze weer bij mij is! Geweldig, toch, zo'n hondje?

Aanrader voor iedereen die af en toe wel een beetje genoeg heeft van dat domme gezwets van al die mensen. en jawel, daar doe ik best aan mee, op z'n tijd. Maar het blijft dom!

 

Woensdag, 18-01-2017

 

Alweer een prachtige winterdag gisteren. Zo komen we er natuurlijk wel mooi door. Toch kan ik niet wachten om m'n eerste merel weer te horen, 's morgens heel vroeg. Dat zal vast niet lang meer duren. Volgens officiële bronnen was vorig jaar (2016) de kampioen met z'n extreem vroege lente: 28 januari! Dat is over elf dagen al! We zullen het bijhouden. Hoort u er eerder eentje? Meld het mij met plaats en tijdstip en ik zal het voor u doorgeven.

Want dat vind ik ook wel erg leuk om te doen. Past ook wel een beetje bij mijn feitennieuwsgierigheid. Want feitjes zijn leuk, maar natuurfeitjes het allerleukst! Ook tel ik tuinvogels, geef bijzonderheden door aan websites, luister vaak en veel naar natuurprogramma's, publiceer veel natuurfoto's bij verschillende groepen op Facebook en vind de Evangelische Omroep alleen maar te pruimen, als ze van die mooie natuurfilms uitzenden. Wat ze vaak en veel doen, want voor hun is de natuur één grote ode aan hun schepper.

Mogen ze best van mij geloven, zolang ze mij maar niet dwingen het ook te geloven. Want geloven, daar ben ik juist weer heel slecht in. Voor mij is Thomas de enige slimme discipel; eerst zien, dan pas geloven.

In een geschreven tekst mag je niet te vaak twee of meer keer hetzelfde woord of een vervoeging daarvan gebruiken, en dat geloof ik graag, maar ik zit inmiddels al op vier keer het woord geloven in drie zinnen. en nu zelfs vijf keer en één vervoeging in vier zinnen. Heerlijk, je moet het gezien hebben om het te kunnen...

Wetten en wetjes, het is altijd leuk om daar creatief mee om te gaan. Wat mij weer brengt bij de bewerking van mijn verhandeling die ik teruggevonden had. Die ik in 1991 had bijge-werkt tot z'n finale vorm.

Nou, dat blijkt toch niet z'n finale vorm te zijn. Het vereist heel wat bijschaafwerk en veel correcties. Het is duidelijk dat de veertien, vijftien jaar zonder Kunst met een grote K zeker louterend hebben gewerkt, want nu ik het overlees om het te kunnen digitaliseren, kan ik veel beter de zinnen vinden binnen de door mij gebruikte logica, zodat de boodschap veel duidelijker en helderder wordt.

Hoe minder misverstanden hoe beter, zeker als je het over dit soort kwetsbare zaken hebt. U hoort er vast nog wel eens iets van, op dit moment is het nog niet goed genoeg om het “den volcke” te kunnen tonen.

Maar het houdt me wel behoorlijk bezig en de tol betaal ik 's nachts als ik niet op de schouders kan slapen vanwege de bursitis door het typen. Een mooie, welgevormde typiste lijkt me dan ook wel wat, sprak hij lichtelijk seksistisch. En dan het liefst voor dag en nacht, sprak hij nog meer seksistisch. Ik moet er niet aan denken, sprak hij relativerend, weer terug op Aarde. Alhoewel, dan heb ik wel weer iemand om voor te kunnen koken, dat is toch wel erg leuk, sprak hij, alvast genietend. Maar helaas.... de Française is uit beeld en die zie ik ook niet meer terugkomen. En typen kon ze vast ook niet zo goed, ja, met de Franse Slag waarschijnlijk. Soit!

Later op de middag nog met buuv en hond de Hoornseplas gerond, koud maar mooi, erg gezellig en Pantu de tijd van haar leven.

 

Donderdag, 19-01-2017

 

Mijn natuurweetjesnieuwsgierigheid heeft mij, uiteraard zou ik haast willen zeggen, ook op het pad gebracht van Midas Dekkers. Ik heb een aantal boekjes van hem, die ik soms gebruik als avondvoer vlak voor het slapen gaan. Zo'n kort stukje amusement brengt mij gegarandeerd met een glimlach om de lippen naar dromenland.

Nou heb ik daar toch al nooit zo'n moeite mee, ik kan de doorwaakte nachten met getob op de vingers van één hand tellen, dus te klagen heb ik daarover totaal niet. Maar op de met zoveel luchtigheid vermelde ellende van Midas ben ik uiterst jaloers. Zijn beschrijvingen van de vele diereigenschappen, teruggebracht naar het menselijk niveau, kunnen alleen maar tot stand komen door een grote kennis van de onderwerpen die hij bespreekt. Hetgeen kan kloppen, hij heeft biologie gestudeerd.

Waarmee de man voor mij de onbetwiste kampioen van de korte stukjes proza is. Gelardeerd met humor zijn zijn verhaaltjes de rollades van de literatuur. Half om half, dan, hè! Want al zijn beschrijvingen uit het dierenrijk worden consequent teruggebracht tot menselijke proporties, hij vergelijkt de eigenschappen van zowel platwormen als kamelen - en alles daartussenin - met de eigenschappen van de mens.

Dat wij er daarbij slecht af komen, dat begrijpt u. Het mooiste echter van zijn stukjes is de tussen de regels door te lezen verwondering waarmee deze man het leven beschouwt. Dat ken ik.

Ook ik kan elke keer weer vol verrukking staan kijken naar een roodborstje dat zich, tam als ze is, prachtig voor ons etaleert: “Kijk es hoe mooi ik ben....!” Eergisteren nog, op de wandeling rondom de Groningse Hoornseplas. En dan heb je het nog nooit horen zingen. Prachtig, wat mij betreft de nachtegaal der Lage Landen. Alhoewel die ook steeds vaker in Nederland gehoord wordt.

Mijn eerste nachtegaal stamt uit het eind van de jaren zeventig toen ik met mijn toen-malige vriendin en twee “gewone” vrienden een boot op aanhanger ging wegbrengen naar het nog maar nauwelijks van de kolonels bevrijde Griekenland (1974). Wat op zich ook al weer een verhaal is. Na onszelf dwars door Oostenrijk geworsteld te hebben, onze trekauto was maar nauwelijks in staat de boot tegen de bergen op te slepen, moesten we vervolgens door, toen nog, Joegoslavië.

De aardbeving van Skopje was nog niet zo heel erg lang geleden (1963, ontluisterend om te zien wat zoiets aanricht) maar als je naar Griekenland moest, dan kon je fysisch-geografisch gezien van boven naar beneden over een tweebaansweg die nog niet helemaal af was en door vrijwilligers (lees: gevangenen) werd aangelegd: de Autoput (vertaald: de snelweg). Een levensgevaarlijke onderneming, niet in de laatste plaats omdat daar, als je even niet uitkeek, de onderdelen van je auto geroofd werden door de lokale bevolking die zelf immers nog helemaal niets had. Ik heb nergens meer autowrakken langs de kant van de weg zien liggen, karkassen eigenlijk want volkomen kaal geplunderd.

De route door Joegoslavië was te lang om dat in één dag te doen en tijdens de overnachting vlak bij een tankstation (dat was het veiligst), toen ik “op wacht” stond, hoorde ik die eerste nachtegaal. Die daar overigens veel voorkomt.

Over het geraas van al die vrachtwagens en toeristenauto's heen klaterde het lied van dit kleine onopvallende vogeltje en ik werd tot tranen geroerd, zoals wij schrijvers dat zo mooi kunnen zeggen. Dus dat hebben Midas en ik in ieder geval gemeen, zou je kunnen zeggen.

Mocht u per ongeluk stijlovereenkomsten zien tussen zijn werk en het mijne, dan is dat geen toeval. Ik heb het geleerd van de Meester.

 

Vrijdag, 20-01-2017

 

Almost payday. Het is toch iedere keer fijn als het geld aan het eind van de maand op de bankrekening staat. Op de een of andere manier haal je dan toch weer vrijer adem. Dat is natuurlijk zeer alarmerend. Afhankelijk als wij geworden zijn van instituten die het geld voor ons (verplicht) bewaren, zijn we nauwelijks meer in staat om zonder dit ruilmiddel te overleven.

Het gevaar schuilt natuurlijk in het feit dat een salaris en/of uitkering en/of pensioen verplicht op een bank overgemaakt moet worden. Als wij allen tegelijkertijd ons geld er weer af zouden halen op het moment dat het gestort wordt, klapt de hele zaak faliekant in elkaar. Hetgeen goed is om te onthouden, willen we ooit een keer van dit corrupte machtssysteem af. Maar dat kan natuurlijk alleen maar als er dan ook een alternatief is.

Een oplossing als de bitcoin is natuurlijk twee keer hetzelfde, dus geen oplossing. Het is dan ook de vraag of je binnen dit asociale systeem een oplossing moet zoeken, beter er buiten gezocht. En dan kom je tot de verbijsterende ontdekking dat daar geen ruimte meer voor is. Het komt er in de basis op neer dat vrijwel overal ter wereld grond als bezit gezien wordt waarvoor je, als je er gebruik van maakt, moet betalen aan de eigenaar van datzelfde stukje Aarde. Dus wie de meeste grond bezit, is de baas. Wat economisch gezien logisch is, filosofisch is dat niet direct een uitgemaakte zaak. De mens kan natuurlijk helemaal geen aarde bezitten, hij is zelf immers een voortbrengsel van datgene wat wij de Aarde noemen.

Dat religies dit ontkennen, zegt al genoeg, alleen de rijkste leden van de kerk werden ouderling. Ook de boeren, grondbezitters van het eerste uur, zijn over het algemeen zeer godvruchtig. Vandaar is het maar een heel klein stukje naar het Kapitalisme, jawel, nu even met een hoofdletter, want Mammon is de nieuwe God. Door de katholieken hoogstpersoonlijk uitgeroepen. Als het katholieke roofgoed te gelde zou worden gemaakt, zou heel de wereld schatrijk zijn.

Uit Wikipedia: de Mammon is een afgod, bekend uit de Bijbel. Het woord mammon is Syrisch voor geld of rijkdom, waarbij vaak gold dat die rijkdom als een god vereerd werd. Einde quote.

Dat is natuurlijk al heel lang zo. Ook het feodalisme steunde op het gegeven, dat de kas-teelheer onderdanen had die voor zijn rijkdom moesten zorgen, alsof de ene mens meer kon zijn dan de andere. Er zijn nog heel wat landen die leven onder het juk van een van de overblijfselen van die tijd. Inderdaad, de koninkrijken.

Nota bene gesteund door een groot deel van hun bevolking die hoogstwaarschijnlijk denkt: we weten wat we aan deze kasteelheer hebben, je weet nooit wat je krijgt als je de huidige vervangt door iets anders. Je zal maar een Amerikaanse president krijgen, dan ben je als lijfeigene je leven toch ook niet zeker. En zo is het ook.

Want die Amerikanen met hun presidenten zijn natuurlijk rechtstreekse afstammelingen van de uitvinders van het kapitalisme. Inderdaad, wijzelf! De echte Amerikanen zijn doeltreffend over de kling gejaagd, een Indiaanse lijfeigene meer of minder deed er niet toe, de prairies zijn vakkundig ontdaan van bizons en wigwams, de squaws werden tot hoer gemaakt en de heilloze opmars van de hebzucht continueerde vrijwel zonder haperingen. De Amerikaanse Droom ontaarde al snel in een sociale nachtmerrie.

Die droom werd wel af en toe verstoord door een of meer individuen die de wetten van het systeem wat al te letterlijk namen en er persoonlijk toe overgingen hele volksstammen te vernietigen. Hitler, Stalin & Franco zijn enkele van dit soort onmensen. Daar waren we toch ook niet echt blij mee. Wat wel verontrustend was, is het feit dat deze dictators door een heel volk niet gestopt konden worden.

Hetzelfde verschijnsel zal zich ook openbaren als wij onze nieuwe dictator omver proberen te werpen. Heil Mammon! Ik voorspel u: het zal niet lukken anders dan door een enorme natuurramp dan wel een wereldwijde krankzinnige oorlog waar echt helemaal niemand beter van wordt. De ratrace zal dus nog wel even voortduren, vrees ik.

Als illustratie een tekst die momenteel (januari, 2017) op het internet circuleert van de Dalai Lama: “Wat me het meest verbaast bij de westerse mens, is dat hij zijn gezondheid opoffert om veel geld te verdienen. Vervolgens offert hij dat geld weer op om zijn gezondheid te herstellen. Daarna is hij weer zo bezorgd over de toekomst dat hij niet geniet van het heden, met als gevolg dat hij niet in het heden, maar ook niet in de toekomst leeft. Hij leeft alsof hij nooit zal sterven en sterft vervolgens terwijl hij nooit geleefd heeft.”

Dat velen dan maar in het verleden vluchten, is een voorspelbare reactie, kan ik daar als westerling aan toevoegen. Maar in tegenstelling tot de Dalai Lama verbaast mij dat al lang niet meer. Daar ben ik veel te cynisch voor geworden. En te bang dat er de volgende maand geen geld gestort wordt op mijn bankrekening.

 

Zaterdag, 21-01-2017

 

Gisteren het criminele verleden van de pioniers (!) in de VS onder de loep hebbende genomen, vond ik het wel van enige eerbied getuigen om in dat opzicht ook eens naar Australië te kijken. Per slot van rekening zijn wij, als ras, hoogstwaarschijnlijk ook daar geboren. Het schijnt dat ongeveer tegelijkertijd er op verscheidene plekken op deze aardbol een mensachtige is ontstaan. Zeker is Afrika, bijna zeker Mongolië, maar ook in Australië zijn er aanwijzingen gevonden die kunnen duiden op een heel vroege menselijke soort. Terwijl er ook nog in Zuid-Amerika gezocht wordt naar vroege soorten. De Australische oorsprong is overigens niet te verwarren met de Lucy die in Afrika is gevonden, maar wel van de soort Australopithecus Afarensis was. Het was een vrouwtje en ze noemden haar Lucy omdat er in het basiskamp vrijwel continu Lucy in the sky with diamonds van The Beatles werd gedraaid. Of dat laatste verhaal klopt, daar wil ik afwezen. Het schijnt een menselijke eigenschap te zijn om historische momenten te larderen met sappige details om het verhaal smeuïger te maken. (Dan liever de lucht in of Ook gij, Brutus of Mon dieu, mon dieu, ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple). Ik heb zo mijn bedenkingen, mijn eigen neiging de zaken wat mooier te beschrijven in aanmerking genomen.

Wat in ieder geval echt waar is, is dat de westerse wereld (in dit geval voornamelijk Engeland) haar criminelen naar Australië verscheept heeft, in ballingschap zeg maar, om zich daar opnieuw te vestigen. Daarover van het net geplukt: op 13 mei 1787 vertrokken de eerste elf schepen richting Australië met aan boord circa zeshonderd zeelieden en militairen, 568 mannelijke criminelen, 191 vrouwen en 13 kinderen. Einde quote. Ze schenen daar toen nogal last gehad te hebben van “vijandelijke” aboriginals. Zoals de indianen natuurlijk ook “vijandig” waren. De arrogantie van de westerse beschaving (wat wel een heel cynisch woord is in deze context, toch?) was ook in Australië duidelijk voelbaar (er werd wat afgemoord in die begintijd), tot de dag van vandaag moet de oorspronkelijke bevolking nog steeds vechten voor haar bestaans recht. De West-Europese blanken verdedigden hun schandalige gedrag met een verkeerde uitleg van Darwin, die toen overigens nog wel geboren moest worden, namelijk een vrije interpretatie van het recht van de sterkste met de rechterhand op hun bijbel, alsof het gods wil was die daar ten uitvoer werd gebracht. Dat hetzelfde ook in Zuid-Afrika is gebeurd, door Nederlanders, Belgen en franstalige hugenoten, daarover bestaat ook geen enkele twijfel. Ze heetten daar niet voor niets Boeren. Lekker volkje, wij! Een wereldwijd excuus is op zijn plaats, maar dat zal nog wel even duren. Kapitalisten en introspectie, dat vloekt met elkaar.

Over Lucy gesproken, de gelijknamige film met Morgan Freeman, die overigens géén echte wetenschapper is maar er wel zeer overtuigend eentje speelt, is een aanradertje als u een beetje inzicht wil krijgen in de wetenschappelijke ontstaansgeschiedenis van de menselijk soort en de potentiële capaciteiten van het door mij altijd zo hoog aangeprezen menselijke brein. Het blijft wel gewoon een film, uiteraard! Maar met een goed glas erbij, een schaaltje borrelnootjes en de door mij afgelopen woensdag zo gewenste typiste, garandeer ik een mooie avond. Tenzij u gelooft dat de wereld nog maar zesduizend jaar oud is, in zes dagen geschapen (waarna er, terecht natuurlijk, een rustdag nodig was) en wij niet van een aapachtige afstammen. Dan kunt u maar beter niet kijken. Voor uw eigen gemoedsrust.

 

Zondag, 22-01-2017

 

Le Musée Belvédère, Oranjewoud.

It Oranjewâld/la forêt d'Oranges

 

Zaterdag met Wia naar een museum geweest. Ze moest eerst op ziekenbezoek in Heerenveen (Friesland) maar toen ze daarvan terugkwam om een uur of 12 (ik had even in de auto gewacht met een mooi muziekje), hebben we een vrij nieuw museum daar vlakbij in Oranjewoud bezocht. Oranjewoud heet Oranjewoud, omdat onze koninklijke familie daar vroeger een buiten had aangeschaft: de Sickingastate. En daar vaak was.

Nu is het er ook erg mooi dus een beetje logisch was dat ook wel. Als je je het toch permitteren kan... Zodoende werd het bijna vanzelf Oranjewoud, zo gaat dat met dat soort volk. Als je je naam ergens aan kan geven, is het van jou, toch? Daarom moeten vrouwen van oudsher hun eigen achternaam verloochenen en de naam van hun “bezitter” gaan dragen. Soms lijken dingen zo eenvoudig uit te leggen dat je je afvraagt waarom het allemaal nog steeds zo bestaat.

Het is maar goed dat ik geen vrouw ben, Aletta Jacobs was er niets bij geweest, totaal verbleekt. Voor degenen die dat niet weten: zij was een van de eerste feministen in Nederland en zéér strijdbaar.

Terug naar het museum: naast de Friese collectie hebben ze ook heel wat contemporaine Kunst. Niet verkeerd, zegt de Groninger in mij dan. Wel verkeerd, zei Wia. Die was na het afmattende bezoekje aan de zieke namelijk zo uitgeput dat we alleen het restaurant hebben geënterd voor mosterdsoep, koffie en een broodje kroket. Ook lekker en de cultuur loopt niet weg. Wat een van de prettige eigenschappen van Kunst is, het blijft je bij, als het goed is.

Maar ja, dan moet je het wel eerst gezien hebben. De volgende keer dan maar. De reis was prettig, mooi weertje, de winter had goed toegeslagen in het Friese land, de weilanden stonden half blank van de smeltsneeuw en de andere helft was bruin van de ganzen.

Daarna, toen ik wat vroeger dan gepland terug kwam, door het Groninger Stadspark gewandeld met buuv. Die zou even met Pantu wandelen gedurende mijn afwezigheid, maar ja, ik was er al weer. Het hondje wordt steeds socialer, nu de baas nog.

Maar of dat laatste lukt, daar blijf ik zo mijn twijfels over houden. En denk er om, Stadspark moet in Groningen uitgesproken worden met de klemtoon op park! Dus eigenlijk: Stadspáárk! Rare jongens, die Mollebonen.

 

Maandag, 23-01-2017

 

Gisteren geëindigd met: rare jongens, die Mollebonen. Nu de uitleg! Een molleboon, in Nederland bekend staand als een typisch Groningse lekkernij, is een geroosterde paardeboon (een soort tuinboon). Het roosteren kon op twee manieren:

A. In een mol, een soort wok. De naam heeft dus niets met het blinde, onderaardse beestje te maken. Dat van oudsher een wok of wadjan werd gebruikt voor het maken van die mollebonen is niet zo vreemd, want waarschijnlijk kwam het recept uit voormalig Nederlands-Indië.

B. De bakker liet de bonen in de oven naast het brood meebakken. Dit is te vergelijken met het roosteren van pinda's.

De stadjers (inwoners van de stad Groningen, soms ook nog wel Stadjeders geheten) worden ook wel mollebonen genoemd. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de gewoonte om de zgn. 'keuzeheren' met behulp van bonen te kiezen. Jaarlijks moesten de vertegenwoordigers van de kluften (stadswijken) blindelings een boon uit een zakje met zwarte en witte bonen halen. Wie een witte boon pakte, mocht dat jaar optreden als kiesman voor de leden van het stadsbestuur; een zwarte boon was een niet. Het Groninger Museum heeft nog enkele in aardewerk nagemaakte bonen.

Bron: Wikipedia.

Het is altijd leuk om in ontstaansgeschiedenissen te duiken. Wat betekent een woord, waar komt het vandaan, dat zijn de soort vragen die mij vaak bezig houden. Zo is mijn eigen naam uit het Grieks afkomstig (wordt daar overigens als Alechandros of ook wel Alechos - met een heel zachte ch - uitgesproken) en betekent beschermheer of afweerder der mannen. Met die laatste betekenis heb ik al heel lang geworsteld. Word ik nu verondersteld mannen te beschermen of juist vrouwen. Wie het weet, mag het zeggen. Duidelijk is dat ik, door mijn eigen androgyn zijn, mijzelf eerder als beschermer van vrouwen zal opwerpen, dan als beschermer van mannen. Wat volgens mij elke weldenkende man zou moeten doen, maar dat terzijde.

Het moge duidelijk zijn dat ik (ondanks mijn vele door onwetendheid ingegeven blunders naar het andere geslacht toe) niet tot het kamp der foute mannen behoor. Dat u het maar even weet. Maar ook niet tot het kamp der “echte” mannen. Wat dat dan ook maar mag wezen, een echte man. Vraag dat maar aan uw eigen “nigger”, zij weet het wel. (John Lennon: woman is the nigger of the world)

 

Dinsdag, 24-01-2017

 

Door het schrijven van dit dagboek, waarin ik probeer zo'n beetje te verhalen wat er overdag de revue passeert in mijn drukke koppie, raak ik opnieuw geconfronteerd met een oud litteken van een gelukkig reeds lang voorbije pijn, die ik met een groot deel van de mannen deel.

Ik had het over het “kamp der foute mannen” en iedere keer als ik daarover denk, of als het ter sprake komt in een gesprek, of hoe dat ook maar in mijn leven verzeild raakt, dringt zich altijd deze ene gedachte consequent en zeer persistent naar voren: “Ja, ja, dat zal wel, mooi hoor, maar ze gaan er wel met de mooiste vrouwen vandoor.” Dat ik met mooi alleen de buitenkant bedoel, is evident. Over de binnenkant van vrouwen... daarvoor is een heel jaar dagboekafleveringen nog niet eens genoeg.

Bij arts, tandarts, ziekenhuis kijk ik wel eens een vrouwenblad in. Die liggen daar ter inzage om jouw zo kostbare tijd een beetje te korten en te veraangenamen terwijl je wacht op de volgende jobstijding. In de vrouwenverhaaltjes die ik dan lees, komen altijd knappe, gebruinde, stoere macho's het leven van de schrijfsters overhoop halen. Nooit een iets te dikke (of juist een veel te magere) nerd, een te eigengereide, dus arme kunstenaar, een Jan Lul de arbeider...nee, knap, gebronsd, stoere kaaklijn en ogenschijnlijk bijna altijd bulkend van de centen, kortom, een foute man.

De schrijfster/hoofdrolspeelster is dan bijna altijd een buitenwijkvrouw, een beetje in slaap gesukkeld door de dagelijkse beslommeringen van één of twee kinderen en een, toch wel, fijne baan met een best aardige baas. Zij is nog steeds een beetje mooi, maar de zwaartekracht begint ook daar zijn tol te eisen. Dat mens - excusez le mot - raakt dan geheel in vuur en vlam bij de in haar getoonde belangstelling. Belangstelling die uitmondt in, u raadt het al.... ellende alom.

Vertel nou eens, dames, leg nou toch eens in jullie emancipatieblaadjes uit hoe het komt dat jullie, hoewel schermend met wapens als multitasking, gevoelscommunicatie e.d., daar toch altijd weer in trappen.

De “gewone” mannen als wrakhout achterlatend, mannen die zich vervolgens terug gaan trekken in het plaatselijke café teneinde daar met hun medeslachtoffers boven biljart of kaarttafel gelijke ervaringen te delen. Okay, het is een beetje zwart-wit, maar toch....

Ik heb het dan echt niet over mijzelf, mijn verhaal is mijzelf voldoende bekend, dat kent zijn eigen tragedie. Dit is puur een observatie en niet alleen van de huidige tijd, er is vroeger ook al erg veel over geschreven en geschilderd. “Der Mohr hat seine Schuldigkeit getan, der Mohr kann gehen” is niet voor niets een gevleugelde uitdrukking binnen deze context.

Pathos, empathie, hardvochtigheid, agressie: niets kan ons mannen meer helpen als laatste redmiddel. Alleen een goed glas bier met een portie bitterballen (die laatste is wel leuk in dit verband) kan redding brengen. En voor de nood de hoer om de hoek.

Dat die vrouwen dan als laatste redmiddel weer bij mannen als ik terechtkomen, om daar uit te proberen hoe ze nee moeten durven zeggen, ach, dat verhaal ken ik zo langzamerhand wel. Dat laten we nu even buiten beschouwing.

Even voor al die cafémannen: natuurlijk, dit is zwaar generaliserend, maar zeg nu zelf, hebt u dit soort dingen nooit es gedacht? Vast wel! Voor al die vrouwen die zich hierin herkennen (en zich er eigenlijk ook een beetje voor schamen): als u een huwelijk tussenbeens begint, zal het daar ook eindigen. Want wie met het zwaard leeft, zal door het zwaard sterven, zo spreekwoordt het en dat geldt dus ook voor de schede.

Groet: Alechos (met een heel, heel zachte ch).

 

Woensdag, 25-01-2017

 

Na de vorige heftige pagina's was ik wel even toe aan een rustige dag. Gelukkig zat het mee: dinsdag, heiig, bewolkt, niet fijn. Toch erop uit geweest voor een ruitenwisser-blad voor de achterruit van buuv d'r twintig jaar oude polo’tje, maar 's morgens eerst voor een troostgesprek naar Wia die het nog steeds erg moeilijk heeft. Het valt ook niet mee als je drie geestelijke wonden tegelijkertijd op die leeftijd (84) moet zien te overleven. Eén is al genoeg, toch? Maar de crisis weer bezworen, ik heb haar weer een beetje rustig achter-gelaten en buuv later op de dag maar meegenomen voor een garnalenkroketje.

Als opmontering voor mezelf, zeg maar. Die zijn gelukkig vlakbij de ruitenwisserzaak te krijgen, omrijden hoefde niet en ze is er dol op. Helaas, daar aangekomen, bleek onze vis-hofleverancier de eerste drie weken van het jaar gesloten. Dat was dus afzien geblazen voor buuv.

Wat de visboer betreft: schoonmaak, inventarisatie en dan weer met frisse tegenzin ertegenaan. Die viskraam heeft een heel goede reputatie en het was de eerste dag van hun jaar al weer beredruk geweest. Een goudmijn, als je je zaakjes goed voor elkaar hebt en kwaliteit blijft leveren. Dan gun je het de mensen ook, van mij mogen ze op deze manier best een beetje rijk worden.

Uiteindelijk ik ergens anders een gebakken visje gehaald, buuv garnalenkroketjes en met vieze handen en autosmeer om de kaken terug naar huis. Zij had haar kroketjes in de auto al op, ik nam het gebakken visje mee naar huis (dat doe ik meestal) want half afgekoelde gebakken vis vind ik het allerlekkerst. Wel de verpakking openhouden zodat het beslag nog een beetje knapperig blijft en de hele auto naar gebakken vis stinkt. Heerlijk! We leken net twee automonteurs, zo erg was het. Maar uiteindelijk erg gezellig. Veel meer is er eigenlijk van de nu al weer afgelopen dinsdag niet te vertellen, dus we laten het hierbij. Tot morgen maar weer. Arrivederci!

 

Donderdag, 26-01-2017

 

Ik ben naast vis ook gek op kip. Pootjes, gemarineerde bouten van de supermarkt, echte biologische, kippendijen ongemarineerd van de markt, hele soepkippen, levertjes, je kunt het zo gek niet bedenken of ik lust het, als het maar kip is. Zelfs voor een iets te droge borstfilet haal ik mijn neus niet op, ik snijd hem in kleine stukjes en er komt altijd wel een lekkere soep tevoorschijn. Beetje knoeien met wat groentes die erbij passen (bijna alles kan in die soep, tot aan grof gesneden witlof die niet meer als salade kan worden gebruikt toe, maar die de kippensoep een prachtige aanvullende smaak geeft), wat forse pasta erin, penne voldoet, en uiteraard als laatste een beetje foelie. Dat foeliegebruik komt uit de professionele keuken.

Ik kreeg mijn kippensoep nooit mooi op smaak totdat ik deze tip kreeg. Twee of drie kleine schilletjes mee laten sudderen op 1,5/2 liter, vooral niet te veel en opeens weet u het zeker, dit is kippensoep zoals het hoort. Oud-Nederlands moet het natuurlijk met een forse handvol vermicelli, maar grote pasta heeft toch mijn voorkeur. U leest het al, schilderen en schrijven zijn niet de enige dingen die ik leuk, dan wel mooi vind. Koken is ook prachtig, het mooiste is het om dat te doen voor mensen die ervan kunnen genieten. Als mensen het bord erbij op willen eten, of op z'n minst met de tong willen gaan aflikken, ben ik tevreden.

En nu een paar jaar na de dood van Teja er weer wat sociale contacten komen, kan ik weer aan de bak, af en toe. Daar ga ik me maar op verheugen nu ik de koelkast vol pootjes heb liggen, een stuk of wat voor buuv en en buuvdochter (die komt ze nog halen), een paar voor in de soep, de rest in een mooi Indiaas gerecht met rijst, gekarameliseerde ananas of lychees. Oefenen voor het toekomstige eetbezoek. Stelt u zich dat eens voor, malse kippenpoten met een mooie salade, goed brood en appelcompôte in een atelier met allemaal schilderijen in verschillende stadia om je heen. Als dat niet mooi is..... zei hij likkebaardend.

 

Vrijdag, 27-01-2017

 

Een zeer fraaie donderdagmorgen, gistermorgen. Heldere luchten, fraaie condenssporen in de lucht (door paranoïde figuren hardnekkig chemtrails genoemd), lekkere vrieskou (in tegenstelling tot allesdoordringende waterkou), de vuilnisbak buiten, en ook “walking the dog”.

Wat mij op de Beatles contra Stones-oorlog brengt. Walking the dog, I'm just a-walking the dog, if you don't know how to do it, I'll show you how to walk the dog; tot zover, u heeft nu vast de melodie al in uw hoofd zitten. Die oorlog was namelijk zeer hevig “in onze tijd”. De melodieuze, redelijk gepolijste popmuziek van Lennon c.s. tegen de rauwe rock van Jagger c.s. Rauwe rock? Het mocht wat. Vergeleken met wat er later nog zou komen in dat segment van de popmuziek, was het allemaal zeer braaf en netjes. Als niet-rocker weet ik daar te weinig echt van af, maar mijn oren hebben mij wat dat betreft nooit bedrogen. Rauw wel in tegenstelling tot de onvergetelijke muzikaliteit van de Fab-four.

U ziet, de oorlog woedt voort.

Maar niet ontkend kan worden dat het horen van liedjes als Yesterday, Blackbird en Michelle bij vrijwel iedereen het muzikale knopje laat omzetten. Laat staan dat je een onbedwingbare impuls tot meezingen met de tophits van deze jongens krijgt. En dat waren er vele, kan ik mij herinneren. Het was bijna raar als er niet een Beatleliedje op 1 stond. Zulks tot grote onvrede van de Rolling Stones fans, natuurlijk. Maar dat kwam goed uit want Rock&Roll (jawel, met hoofdletters, als eerbetoon) wordt geboren uit onvrede. Een soort self-fulfilling prophecy, dus eigenlijk. Hoe meer succes The Beatles hadden, hoe beter en hartstochtelijker de Rock van Mick.

Toch won ik deze discussie altijd door te vragen naar de volgens hen grootste hit van The Stones: jawel...... Lady Jane. Met op een goeie tweede plaats: Angie. Allebei nummers met een enorm Beatlesgehalte, jawel. Knock-out, Beatles one, Stones zero! I have a lot of Sympathy for the Devil!

PS De echt grootste Stoneshit, voor mij opgezocht door Jacques, bedankt Jacques, blijkt “I can't get no satisfaction” te zijn.

 

Zaterdag, 28-01-2017

 

Met buuv en dochter maar weer eens een rondje Hoornseplas gedaan. Een altijd fraaie wandeling als het mooi weer is – en dat was het - om een roemrucht stukje Paterswoldsemeer, afgescheiden van datzelfde meer door een damwand voor de wandelaars en een fietsbrugachtig geheel voor, u raadt het al, de tweewielers. Met veel eenden en ganzen in een groot wak, de rest ijs, wat puberjongens die zoals altijd levensmoe zijn, schaatsers op het meer verderop, maar zeer opvallend: geen kleine vogels. Geen meesjes, roodborstjes, winterkoninkjes, helemaal niets. Evenzo: in de stadstuinen ook al nauwelijks kleine fladderaars! Misschien horen we daar later een verklaring voor, nu is het vooralsnog alleen maar een beetje bevreemdend. We zullen het afwachten.

Bij Wia, de rouwende vriendin van mijn overleden vrouw, blijkt afgelopen woensdag inderdaad het kantelpunt geweest te zijn, ze klinkt weer wat fitter, uiteraard nog lang niet opgewekt, maar het dieptepunt is duidelijk voorbij. Dat is fraai. En vooral zeer prettig voor haar. Want het accepteren van het lijden kan dan wel het basisingrediënt zijn van het leven volgens Zen (hetgeen ik zeer zeker geloof), dat betekent niet dat je het dan maar moet cultiveren. Dat is toch heel iets anders.

Verder eigenlijk alleen maar hard gewerkt aan de verhandeling en dat is nog een hele klus. Belgische Rik kwam tot de ontdekking dat hij daar nog een exemplaar van heeft uit 1991! Het is wel mooi om te zien hoe je aan een ingenomen standpunt nog zoveel kunt toevoegen zonder dat je de basis geweld aandoet. Maar het is een hoop werk, dat zeker! Lastig, want de bursitis werkt niet mee waardoor ik momenteel door het schrijfwerk niet aan schilderen toekom. Alex, let op Uw Saeck! Maar vooral op uw schouders.

 

Zondag, 29-01-2017

 

Wezen wandelen met Wia in de Appèlbergen, een parkachtig bos/bosachtig park met veen, heide en bosschages, om dat uiterst chique woord maar eens te gebruiken. En ja, dat moet met dubbel-es-ch! Echt waar. Want bossage is iets heel anders, namelijk het ruw hakken van de voorkant van een stuk steen ter wille van het rustieke effect. Dat chique woord is overigens in de Appèlbergen wel op z'n plek, zo vlak achter Haren. Haren is het uiterst bekakte dorp ten zuiden van Groningen dat bekend werd door een wel heel bijzondere actie: een meisje uit Haren stuurde op 6 september 2012 een openbare uitno-diging voor haar Sweet Sixteen Party via de socialnetworksite Facebook naar 78 vrienden. Ze koos bewust voor de optie 'openbaar', zodat vrienden andere vrienden konden mee-nemen. Het meisje hoopte zo van tevoren te weten hoeveel mensen naar haar verjaar-dagsfeestje zouden komen. Een vriend van een vriend misbruikte de uitnodiging en nodigde vijfhonderd (!) mensen uit. Via het bekende sneeuwbaleffect kwamen daar in korte tijd nog duizenden mensen bij. Aan het einde van vrijdagmiddag 7 september waren er al zestienduizend (!) aanmeldingen. Het meisje verwijderde in paniek het evenement in overleg met haar ouders. Daarna 'kaapten' anderen het feestje en werden via sociale media nieuwe evenementen geopend met namen als Project X (naam van het meisje), Project X Stationsweg en Project X Haren.

Bron: Wikipedia.

Hoe dat is afgelopen, weet bijna iedereen in Nederland. Rellen, foute én juist goede politieoptredens, een gigantische puinzooi en een heel goede les voor elke tiener in Nederland. Een bewijs van de onbeperkte macht van de Social Media.

Wees voorzichtig met wat je schrijft, je weet nooit wat er van komt. Zo heb ik zojuist Haren bekakt genoemd, zeker weten dat daar natuurlijk ook weer mensen heel boos om worden. Uiteraard vooral zij, die daarmee bedoeld worden.

Maar de “bosschages” zijn gelukkig prachtig, de wandeling begint tussen lege maisakkers door, vlak onder de aanvliegroute van baan 23 van Vliegveld Eelde.

Die nummering van de banen is een indicatie van de graden van de windrichting, 23° betekent dus dat de baan in zuidwestelijke richting ligt. De andere kant van dezelfde baan heet dus 5. "Da's logisch, hè!" zou de bekendste, inmiddels overleden, voetballer van Nederland zeggen. Jawel, Johan bedoel ik!

Maar goed, met een beetje geluk kan je daar wat lestoestellen, privé-vliegtuigjes en soms een Boeing 737 zien aanvliegen voor een (bijna altijd) foutloze landing op de, speciaal voor die Boeings, prachtig verlengde baan. Eén keertje had ik de mazzel om een heel speciaal toestel te zien aankomen, puur per ongeluk, namelijk de privé-turboprop van Bernie Eccle-stone. Heel bijzonder fraai.

Genoeg daarover, mijn vliegtuighobby kan voor veel mensen zeer vervelend zijn, daar ben ik me van bewust.

De wandeling vervolgend, kwamen we uiteindelijk bij een soort rond veenmeer, een pingo-ruïne waar vlakbij in de Tweede Wereldoorlog verscheidene mensen zijn gefusil-leerd. Vandaar dat het een beetje een devote plek is, met bankjes, een gedenksteen en mensen die even de tijd nemen om erover na te denken, hopelijk in het besef dat zoiets als een wereldoorlog nooit meer voor zal hoeven komen. En al helemaal niet door het stupide nationaalsocialisme.

Pingo's, daar hadden we het over, zijn lensvormige ijsresten uit de laatste IJstijd toen de gletschers ook Nederland, of wat toen er al was van ons landje, hadden bereikt. Die later smolten en ronde gaten veroorzaakten in voornamelijk veengebieden. Na de afgravingen werden dat meestal meertjes of meren. Ze zijn gemakkelijk via Google Earth op te sporen, er liggen er heel wat in Nederland.

Maar ook tijdens deze wandeling alwéér opvallend, net als gisteren om de Hoornseplas: geen vogeltje te zien.

Zijn ze op drift geraakt, is de trek al weer begonnen? Hebben ze zich allemaal gemeld in de stadstuinen voor de landelijke vogeltelling? Zal het de komende dagen in de gaten houden. TJILP!

 

Maandag, 30-01-2017

 

Ik maak me, samen met heel veel andere mensen all over the world, erg veel zorgen over het toenemen van de macht van het nationaalsocialisme als reactie op het wereldom-vattende kapitalisme. Wat tegenwoordig neoliberalisme heet omdat de term kapitalisme te duidelijk verwees naar de intrinsieke bedoeling. Een te zwaarbeladen benaming vanwege haar onmenselijke bijverschijnselen, hier al eerder in dit dagboek aangehaald.

Enorme vervuilingsbronnen als verkrachting van Moeder Aarde, uitbuiting van de economische onderklasse, nota bene zelfs in het zogenaamd communistische China (dat eigenlijk gewoon nog middeleeuws-feodaal is), walgelijk protserige villawijken voor de “have's”, krottenwijken voor de “have-not's”. Waar je ook om je heen kijkt, overal zie je de randverschijnselen van dit verfoeilijke economische systeem.

Zelfs het zogenaamd communistische Russische stelsel blijkt bij nadere beschouwing gewoon een arbeidersuitbuitingssysteem te zijn ten gunste van de toplaag i.p.v. een pauperparadijs.

Om het maar niet te hebben over het asociale, bijna-fascistoïde landjepik-gedrag van de Joodse Staat als antwoord op hun materialistische neigingen. Waarmee ik het gedrag van de hun omringende landen niet goedpraat. Want ook het Moslimterrorisme is een over-duidelijk gevolg van al te grote verschillen tussen arm en rijk, ook daar.

Zolang echter de arrogantie van de bezittende klasse aanhoudt, zal een mens altijd beoordeeld worden op wat hij/zij bezit, niet op wie hij/zij is. Op bezit wat, filosofisch beschouwd, eigenlijk helemaal niet bestaat. Dit alles (ook al eerder vermeld in dit dagboek, het is nu eenmaal mijn stokpaardje dat ik zeer gaarne berijd) aangezwengeld door de inauguratie van een van die grootgeldcriminelen tot president van de Verenigde Staten. Hetgeen zeer droevig nieuws is. Was het foute nationaalsocialisme een antwoord op de zich uitbreidende macht van de bezittende klasse, diezelfde bovenste klasse slaat nu gewoon terug door een van hen de machtigste man van de VS te maken. Die zijn periode begonnen is met wild om zich heen slaan, en binnen een week al door de rechterlijke macht teruggefloten moest worden.

Nu maar hopen dat deze man zich in kan houden, een beetje luistert naar die rechters en ze niet domweg aan de kant schuift.

Het is levensgevaarlijk wat deze onbenul allemaal doet. Dat heb je als je geen wijze, maar een rijke man aan het hoofd van de tafel zet. Want rijken leven in de krankzinnige waan dat geld alles kan oplossen. En alsof dit allemaal nog niet ernstig genoeg is, zal er vast en zeker een reactie van de onderkant hier op gaan volgen. Waar ik mijn hart voor vasthoud. Als de laag- en ongeschoolden zich laten organiseren door fascistoïde volksmenners als Geert Wilders en Marine Le Pen, is het hek helemaal van de dam. Schermend met wapen-wedlopen, is Rusland opeens weer de zogenaamde vijand verklaard. Nu IS bijna op de knieën is gebracht, is het mondiale gekrakeel weer opgewaardeerd naar een machtswed-loop. Dat krijg je ervan als je mensen gaat beoordelen op hun bezit i.p.v. op hun menselijkheid.

Maar helaas gaan al die mensen die aan dat bezit gekleefd zitten, echt niet tegen hun onzichtbare dictator stemmen. Zij zullen zich blijven verzetten tegen elke stroming die aan hun Vinexwijkarmoede zou kunnen komen.

Het socialisme is niet voor niets de grote vijand van de PVV (hoor hoe Gekke Geertje tekeer gaat tegen PvdA en SP). Terwijl juist diezelfde PVV zich valselijk voordoet als een partij die opkomt voor de onderklasse. Niets is uiteraard minder waar. Het is slechts een heel slimme poging van de bezittende klasse om de onderklasse aan zich te binden, opdat ze maar niet op een echt sociale partij gaan stemmen. Geertje is gewoon een stroman voor Rutte, die op zijn beurt weer de stroman is voor de “upper-upper-class”. Terwijl de wereld steunt en kreunt onder de massale verkrachting door, let wel, haar eigen kinderen.

Terwijl vrijwel niemand het hoort, laat staan echt luistert.

 

Voor de vrolijke noot vandaag sluit ik af met een leuk (sic!) weetje: wist u dat die vreselijke, met rechtse neigingen gelardeerde neoliberaal, Alexander Pechtold van D66 een rechtstreekse afstammeling is van de Veenkoloniale paupers? Wie oren heeft, die hore!

 

Dinsdag, 31-01-2017

 

Toen ik gisteren op Facebook ergens op reageerde en in die reactie het woord cynicus voor mezelf gebruikte, dacht ik dat toch maar even te moeten verifiëren via een zoekactie op het onvolprezen internet. Ingetypt: cynicus en wat schetst mijn niet-academische verba-zing: het is niet een karaktereigenschap-an-sich, maar een heuse filosofische stroming ten tijde van Plato en Socrates. Gefundeerd door Antisthenes.

Al lezende en lerende kwam ik tot een verrassende conclusie: als kunstenaar ben ik duidelijk een Plato-adept, als maatschappelijk mens echter een oprechte cynicus. De afkeer van luxe en overdadigheid, terugkomend in mijn strijd tegen het Kapitalisme, is duidelijk van Antisthenes afkomstig.

Volgens het net: op dit vlak staan Plato en Antisthenes dus diametraal tegenover elkaar. Plato meende dat zaken terug te leiden zijn tot een abstracte essentie, Antisthenes vond van niet. Waar Plato’s filosofie dan ook gericht is op de zoektocht naar essenties, wijst Antisthenes die weg radicaal af. In zijn jonge jaren leefde hij (A.), geïnspireerd door Socrates’ afkeer van het materiële, als bedelaar, slechts gehuld in een mantel. Volgens de verhalen hield hij daarmee op toen de gescheurde mantel en het bedelen vervolgens mode werd onder hippe jongeren. Meeloperij, daar had Antisthenes een grondige hekel aan. De afkeer van moeilijk-doen en van luxe komt echter centraal te staan in de filosofie van de Cynici. Bron: http://historiek.net/cynische-filosofen/54562/

Alles bij elkaar opgeteld, uren van gefascineerd lezen later, lijkt het erop dat ik een milde opvolger ben van Diogenes, een aanhanger van de leer van Antisthenes, waar de term cynicus vandaan komt. Cynicus komt van Kynikos (Grieks voor hond-achtigen, zie ons woord kynologisch). Dat, vanwege de vergelijkingen die Diogenes maakte tussen mensen en honden waarbij de mensheid er uiteraard niet onverdeeld gunstig van afkwam. Diogenes is de filosoof die in een grote kruik woonde op het plein van Athene – dat verhaal kende ik al wel – en die bezocht werd door Alexander de Grote, die hem zeer bewonderde. Vele overleveringen zijn daarvan, de leukste is toch wel dat toen Alexander hem vroeg wat hij het liefste zou wezen, zijn antwoord was: mezelf.

Dat ging als volgt. Alexander kwam bij Diogenes en zei hem dat hij hem alles kon vragen wat hij verlangde. Waarop de filosoof antwoordde dat hij dan wenste dat de heerser een stap opzij deed, omdat die in zijn zon stond. Kennelijk kon Alexander dit antwoord nog wel waarderen, want hij zou daarop geantwoord hebben dat hij, als hij Alexander niet was, het liefst Diogenes zou zijn. Waarop Diogenes geriposteerd schijnt te hebben dat, als hij Diogenes niet zou zijn, hij óók het liefst Diogenes zou zijn.

Kortom: Diogenes was duidelijk een man naar mijn hart. en Alexander een man van grote wijsheid. Je kunt slechtere referentiekaders hebben, lijkt me zo. Wel begrijp ik nu beter van mezelf waarom af en toe mijn kunstenaar-zijn zich slecht verhoudt tot mijn maatschappelijk-mens-zijn. Het is dan ook raadzaam die twee maar strikt gescheiden te houden. Er kleeft tevens een heel groot voordeel aan: een schizofreen is nooit alleen! Maar dat wist ik eigenlijk allang, ook al voor deze fascinerende ontdekkingstocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FEBRUARI

 

 

Woensdag, 01-02-2017

 

Voor vandaag heb ik een gedicht van vroeger van stal gehaald omdat het me de hele tijd door het hoofd spookt. Het gedicht verhaalt hoe ik als kind vreselijk mijn best heb gedaan iedereen ter wille te zijn, gedwongen door de harde wetten van thuis, en uiteraard van een koude kermis ben thuisgekomen. Omdat er namelijk altijd wel iemand te vinden is, die misbruik maakt van de goedwillendheid van een ander. Van mij dus, in dit geval.

Of de mens een egoïstisch beest is of niet, daar zijn de meningen nogal over verdeeld, wat wel waar is, is dat altruïsme een duidelijk menselijke zaak is.

In het dierenrijk lijkt altruïsme wel voor te komen maar dat blijkt uiteindelijk, na gedegen onderzoek, altijd een hoger plan te dienen, zoals het in stand houden van de soort. Zodat het eigenlijk geen altruïsme is.

Zelf vind ik het een teken van echte beschaving als je bereid bent volkomen belangeloos iets voor een ander te doen, dan wel iets af te staan uit je overdaad. Wat eigenlijk ook een hoger plan is, natuurlijk. Maar helaas komt dat maar zelden voor. Wat mij er niet van weerhoudt om ermee door te gaan, ik kan gewoon niet anders. Het is part of my nature geworden (of het was er altijd al) en ik heb er geen behoefte aan om dat te veranderen. Nu, op hogere leeftijd, is ook het paradoxale karakter daarvan mij duidelijk geworden, al verscheidene jaren terug om eerlijk te zijn (1992), en toen heb ik van die ontdekking, als aanloop naar een Zen-cyclus, het volgende gedicht gemaakt:

 

RUÏNE

 

Nu:
Als straks de rook is opgetrokken van 't bouwwerk dat mijn leven was
waarin ik deed wat iedereen van mij verwachtte
en zo zichzelf kreeg opgediend door mij:
een dienaar van zijn eigen leven
en van het uwe
terwijl ik zelf alleen maar fluist'rend toe kan kijken
hoe één na één de muren van mijn rijk wank'len
daar de wil
en de idee waarop zij steun en grondvest zochten
mij verder nog ontbreken

 

Straks:
Wees welkom stilte, zie uw zoon die zich als nooit tevoren
terug zal trekken in een ivoren toren
gebouwd uit pure leegte
en spiegels zonder glans
met bovenop een tuin, een hof
gespeend van groei
en bloei en licht
geen kleuren in die tuin
alleen maar het gezicht

 

Ook op mijn website te vinden, samen met veel andere pennekinderen. (www.alex-zen.nl)

 

Donderdag, 02-02-2017

 

Als je een hondje hebt en je laat het uit, word je geacht de drollen met een schepje en/of een plastic zakje (puutje zeggen ze hier in Groningen) op te rapen en in de daarvoor geplaatste vuilnisbakjes te gooien. Hetgeen ik al die jaren in deze wijk (17 jaar al weer) trouw gedaan heb, eerst met Bobby en Dasha, nu met Pantoufle. Standaard had ik een rolletje plastic boterhamzakjes in de jaszak, elke jas zijn eigen rolletje, zodat ik me in ieder geval keurig van mijn taak kon kwijten. Nu staat er zo'n geel vuilnisbakje op de route, je zou dan ook denken dat het een makkie is voor de andere baasjes om dat ook te doen. Maar niets van dat alles. Verscheidene honde-eigenaren staan er onverschillig bij als het beest op de hurken gaat. Er is één grasstrook waar je echt niet meer veilig kunt lopen zonder met bruine zolen weer thuis te komen. Ik constateer dat al jaren, was eerst kwaad op die mensen, toen sloeg de onverschilligheid toe (je kunt er toch niets aan doen) en nu heb ik in een van mijn jassen geen rolletje boterhamzakjes meer.
Ik eerst heel stoer ook nonchalant kijken toen Pantu een fraaie drol legde, mezelf goedpratend, ach, niemand doet het, dus waarom zou ik dan weer de enige brave Hendrik spelen, maar nu zit het me toch niet lekker.
Een geweten fluistert heel zacht, maar je hoort het altijd. Zo slaat de verloedering heel sneaky toe. Het moge duidelijk zijn, de stoere Alex is nu al aan het verliezen. Straks zal ik weer zo'n rolletje in mijn jaszak doen, ik beloof het u. Voor al diegenen die het heel stiekem eigenlijk met me eens zijn
en het niet durven: doe het! Laat u niet kennen, doe die zakjes in uw jaszak en loop trots, zwaaiend met het volle zakje naar de dichtstbijzijnde vuilnisbak.

Die gerechtvaardigde trots zal uw beloning zijn plus de enorme waardering van uw wijkgenoten. Of anders wel de lieve glimlach van uw mooie buurvrouw.

 

Vrijdag, 03-02-2017


Ik ben een man met een stevige missie, misschien zelfs wel een obsessie. Mijn zoektocht naar de waarheid, hetgeen de missie immers was, heeft geresulteerd in een redelijk economisch, filosofisch
en psychologisch inzicht, heeft me naar de Kunstacademie gebracht om me er net zo hard weer af te laten gaan.
Naar pottenbakkers, fotografen
en beeldhouwers gestuurd om te leren, me opgezadeld met waanideeën maar ook met heel goede invallen en me gebracht tot waar ik nu ben: hier typend aan het stukje dat u nu zit te lezen.
Maar met obsessies is het net als met pijn; je hebt geen pijn, je wordt pijn, je bent een obsessie. Gelukkig kleeft er een groot voordeel aan obsessies, meerdere zelfs, maar eentje wil ik specifiek benoemen: je trekt je er niets van aan wat andere mensen van je vinden.
Maatschappelijk aangepasten zouden dit juist een nadeel vinden, maar vanuit het standpunt van de obsessiebezitter is dit een zeer effectieve
en gunstige eigenschap. Zolang er maar niets ernstigs of dramatisch gebeurt, blijft dat ook zo, want het houdt je scherp en gefocust.

Totdat je verliefd wordt! Opeens is het belangrijk wat die ander van je vindt, hoe je eruitziet, of je haar gekamd is, je kunt het zo gek niet bedenken hoeveel zorgen je je dan maakt. Ik kom hierop omdat Sandrine, met wie dit dagboek ooit begonnen is, binnenkort jarig is. Dat was helemaal niet erg geweest als ik het maar niet geweten had. Want ik onthoud nooit verjaardagen (daar ben ik bekend om én berucht) maar deze duidelijk wel. En het ziet er niet naar uit dat de eigenaresse van deze verjaardag spoedig uit mijn hoofd of mijn hormonen zal verdwijnen, merk ik nu. Ja, ja, zelfs op deze leeftijd nog!
Maar nu zit ik weer in dubio: bel ik haar wel of bel ik haar niet, feliciteer ik haar of doe ik het niet, vreselijk! Mocht er in dit dagboek de komende dagen af
en toe een kleine Française langs dwarrelen waar ik nog steeds romantische gedachten bij heb, ik vraag bij voorbaat vergiffenis. Want sommige dingen in deze wereld zijn sterker dan voornemens en leefregels, ja, zelfs sterker dan Calvijn, en de vleselijke liefde is daar één van. Helaas.

 

Gelukkig maar!

 

Zaterdag, 04-02-2017

 

Naast de mensen die ik gisteren al genoemd heb (pottenbakkers, fotografen en beeldhouwers) heb ik ook erg veel gehad aan de gesprekken met een musicus, François Mollinger-van Eeden, compositieleraar van onder meer Ronald Brautigam, zeer bekend bij mensen met een klassieke insteek. Met deze man, ontmoet aan de ronde kunstenaarstafel (de Dodentafel genaamd) van de Stadtlander, roemrucht café te Groningen, heb ik korte, intense gesprekken gevoerd over - vooral zijdelingse - zaken die de Kunst met een Hoofdletter betreffen. Wat mij het meeste bijstaat met betrekking tot deze grote geest, is een logeerpartij op het Friese platteland toen hij bij een struise en toch chique Friese blondine was ingetrokken. Behalve een concert in de voormalige boerenschuur (de vleugel was meer waard dan de hele boerderij bij elkaar) waarin hij de piano aanviel als een roofvogel, werkelijk fantastisch, was het hoogtepunt toch wel het bonenplukken in de moestuin.
Peultjes, u weet wel, die mooie platte boontjes, moesten 's morgens geplukt volgens François, om 's avonds des te lekkerder te zijn. En al plukkend hebben we veel kunnen praten in de vroege morgenstond, zoals dat zo mooi heet.
Daarna 's avonds de peultjes zachtjes stoven in de boter, nog net knapperig en dan een vleugje peper erover, goddelijk! Ook bezat hij een aantal van die lelijke, schattige honden, bull-terriërs, waarvoor hij binnenshuis een oplossing zocht om ze in een bepaalde kamer te houden. Ik heb toen een schuinstaand hekje voor hem gemaakt zoals je ze tegenwoordig ook op dijken en boven veeroosters vindt, ze vallen vanzelf dicht, kunnen maar naar één kant open.
Wat François de opmerking ontlokte: sinds ik jou ken, weet ik wat creatief is. Wat ik als een groot compliment accepteerde. Ook had ik hem een deurgroot schilderij gegeven dat ik toepasselijk vond - een geabstraheerde visarend die zijn prooi uit het water sloeg –, die werd ook onmiddellijk aan de schuurdeur geprikt met een aantal punaises. Hij vond het doek schitterend. Met daarna de verrassende bekentenis dat hij kleurenblind was.
In zijn nadagen heb ik hem nog een keertje gezien in Tsjechië, met een paar van die honden op het stadsplein van Ceský Krumlov, een schitterende stad onder Praag. Hij leek heel gelukkig, ik heb het daarbij gelaten, hem uit eerbied niet aangesproken.Tot de dag van vandaag weet ik niet of ik daar goed aan heb gedaan, maar gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer.
Ik weet zelfs niet eens of hij nog wel leeft, naspeuren op het internet is tot dit moment niet succesvol geweest. Maar de peultjes waren goddelijk en ik kan ze niet eten zonder aan deze heel bijzondere man te moeten denken.

 

Zondag, 05-02-2017

 

Ik was in Tsjechië verzeild geraakt (dagboek van gisteren) met een toenmalige vriendin die een Toyota Starlet bezat. Als je al heel lang geen auto gereden hebt, en dat was bij mij het geval, is zelfs zo'n ding een echte auto, een opperste luxe.
Wij met vakantie naar het oosten, Praag was het einddoel, daar hadden we een soort stadscamping gevonden van waaruit wij heel gemakkelijk alle kanten op konden.
Zij was geen lange afstanden gewend, ik had geen rijbewijs, toentertijd, we deden het daarom maar in twee dagen. Ergens in Midden-Duitsland boven Frankfurt hebben we overnacht op een camping. Wij hadden een Alpenkreuzer bij ons (kun je nagaan, achter een Starlet) en een handige jongen als ik had die vouwtent in twintig minuten bedrijfsklaar. Ideaal, zo'n ding, een openbaring. Er was ook nog een extra voortent bij voor als je wat meer tijd had en/of wat luxer wilde kamperen, nou, daar kon je wel een eettafel in zetten met zes stoelen, zo groot. 't Is dat ik nu geen trekhaak op mijn huidige auto heb, maar anders...
De tweede dag op naar Praag. Die stad móet je gezien hebben. Elke beschrijving is te karig. Men was al een tijdje bezig om de stad helemaal op te knappen na al het politieke gekrakeel, inclusief de goudverf en alles wat er bij zo'n weelderige stad hoort, het zag er bijna allemaal al keurig uit. Een goedkope stad om te wezen was het toentertijd ook nog. Voor een paar guldens een dagmenu. Aan de oevers van de Moldau.
Natuurlijk de memorial gezien van de Praagse Lente, de herdenkingssteen van Jan Palach, de student die zichzelf in brand stak als protest tegen de Russische inmenging in (toen nog) Tsjecho-Slowakije. Hij was niet de enige, wist u dat? Er waren wel tien zelfverbrand-ingen toen als protest. Maar Jan was de eerste en daarom hebben ze een plein naar hem vernoemd. En wat te denken van het huisje van Kafka, piepklein kamertje, keukentje en een pleetje achter, aan de overkant van de rivier bij de St. Vitus-kathedraal. Waarvoor je eerst over de beroemde Karlsbrucke met zijn beelden moest om daarna de bult te beklimmen waar die kathedraal op stond. Het stamcafé van deze beroemde schrijver hebben we nog bezocht voor een echte Pilz, zoiets blijft toch een beetje magisch. Dat je op een stoeltje zit waar een Palach of een Kafka misschien ook nog met zijn reet op heeft gezeten. Ons werd bezworen dat het nog steeds dezelfde stoelen waren, opgeknapt en wel. Verder moest je natuurlijk de oude binnenstad met de Joodse Begraafplaats gezien hebben, waar op één hectare zo'n honderdduizend mensen begraven zijn (meer dan twaalfduizend grafstenen) met soms wel tien graven boven elkaar.

Teveel te zien daar om op te noemen, ga er heen. Verplicht!
We deden uiteraard een concert. Dat hoort zo als je in Praag bent, kaartjes voor verschillende concerten kun je gewoon op straat kopen. Wij gingen naar een klassiek concertje van een kamerorkest in een bijzaal van het grote concertgebouw. En toen het eerste stuk inzette, Eine Kleine Nachtmusik, u kent het ongetwijfeld, riep de vriendin enthousiast uit: dat stukje ken ik! Het schetst geen verbazing dat vlak na de vakantie de verkering wel uit was. Ze hield niet meer van mij (waarschijnlijk was mijn afkeuring te goed op mijn gezicht te lezen geweest, wie zal het zeggen). Maar Praag heb ik gezien dankzij haar. Er is geen wolk zo zwart, of er zit wel een gouden randje aan. Later dus naar de stad Ceský Krumlov waar ik gisteren over sprak. Waar ik, behalve die niet-ontmoeting met Fran
çois, ook nog een bijzonder indrukwekkende expositie van het werk van Egon Schiele heb mogen aanschouwen.

Fantastische vakantie, exit Starlet-bruidje. Dag Marie-Anne! 't Was toch fijn.

 

Maandag, 06-02-2017

 

Te druk om te schrijven (kan ik eigenlijk wel zeggen), ben ik gewoon achter de monitor gaan zitten en ben ik begonnen met schrijven dat ik het te druk heb om te schrijven. Of is het vóór de monitor? Spannend om te zien waar het heen zal gaan vandaag.

Had een huishouddag waar ook al niet te veel van terecht is gekomen, want het hoofd liep me om door een middernachtsgedachte van vrijdag op zaterdag. En die wil ik u toch niet onthouden.

Ik kon de slaap niet vatten, voor mij hoogst ongebruikelijk, mijn hoofd kraakte zowat van het denken. Ik was niet aan het tobben, ik was gewoon aan het werk en dat ging behoorlijk buiten mij om. Althans, zo leek het, ik weet natuurlijk best dat er niets buiten mij om gebeurt in mijn hoofd.

Opeens had ik hem (de gedachte) te pakken, ik mijn bed uit, gauw computer opgestart (die staat meestal wel stand-by voor dit soort momenten) en het volgende genoteerd: mensen met een obsessie herscheppen, in hun poging hun eigen chaos te duiden, de chaos van anderen. (Kaos is het niets waaruit alles ontstaat). Dit is de ware betekenis inhoud van Kunst met een grote K, de enig wezenlijke vooruitgang die de Mensheid kent. Ik troost me met de gedachte dat ik zo'n schepper ben.
Ik was natuurlijk hierop gekomen door mijn bekentenis van vrijdag (ik ben een man met een stevige missie, zeg maar gerust obsessie) en bij mij werkt het dan zo dat zo'n zelfbewuste uitspraak wel op zijn merites getoetst moet worden. Dat schijn ik in mijn hoofd te doen, al wandelend met de hond bijvoorbeeld of als ik gewoon aan de was ben. Dan weet ik van niets, denk niets echt bewust, behalve dan waarover ik op dat moment mee bezig ben en opeens kan het zo maar tevoorschijn floepen. Dat gebeurde nu dus midden in de nacht. Gauw uit bed, gauw de geboorte van de gedachte gemaild naar Jacques opdat ik het niet kwijt zou raken.
Jacques, die tegenwoordig mijn dagboekstukjes controleert, vond het achteraf gelukkig niet erg, hij heeft zelf ook een drukbezette nacht af en toe. Maar nu is de boreling aan het landen in mijn hoofd.
De inval wordt, terwijl ik dit schrijf, getoetst op alles wat ik ooit gewrocht heb in de Kunst voor
zover ik dat nog weet ( dat is gelukkig het meeste). Tot aan dit eigenste moment heb ik niets gevonden wat de keuring niet zou kunnen doorstaan. Daar ben ik erg blij om.

En die troost? Ach, ik ben ook maar een mens, ook ik heb af en toe wel eens een steuntje in de rug nodig. Ondanks de verhevenheid van de zo onverwachte nocturne.

Even over de monitor: in een auto zit je ook achter het stuur, daarom denk ik dat je op de computer ook achter het toetsenbord zit. Maar vóór de monitor.

 

Dinsdag, 07-02-2017

 

Maandag nog een keertje voor buuv gekookt, spaghetti bolognese met rundergehakt, ze vindt het erg lekker wat ik maak. Dat doet mij goed.

't Is vreemd, als ik voor anderen kook, loop ik te zingen door het huis, besteed ruim tijd voor de mise-en-place, sta relaxed julienne te snijden, te pellen, te schillen en te ciseleren, kan vreselijk chagrijnig worden als het koken zelf mislukt (wat heel sporadisch voorkomt), maar als ik voor mezelf moet koken, maak ik me er maar een beetje van af.
Ik zorg dat ik de juiste dingen binnen krijg, niet te veel van die dingen die ik juist niet zou moeten eten en daar blijft het dan bij.

Maar het is een ook beetje misleidend bij mij als je het over verkeerd eten hebt. Soms moet ik mijn intuïtie volgen om erachter te komen dat mijn lijf om bijvoorbeeld melkpro-ducten bedelt, soms heb ik enorm veel zin in foute lekkernijen. Die twee dingen hebben een verschillende oorsprong maar een zelfde uitkomst. Bij beide opties sta ik verlekkerd naar iets in de supermarkt te kijken. Terwijl de ene optie bedoeld is om je lichaam in conditie houden, vervult de andere duidelijk de functie van troostvoer.
Wat kan helpen, is, dat als je naar de supermarkt wil gaan, je dan van tevoren goed eet. Met een hongergevoel koop je de halve winkel leeg, met een volle maag beperk je je tot het boodschappenlijstje. Wat je dan natuurlijk wel eerst moet maken. Het werkt. Echt waar! Proefondervindelijk bewezen. Het vervelende is natuurlijk dat je, als je arm bent, niet goed kúnt eten en dan van de weeromstuit te veel of juist alleen maar troostvoer gaat kopen. En dan vaak ook nog eens in de goedkopere supers, wat niet altijd (zeg maar gerust zelden) een aanbeveling is. De oorzaak van het structurele overgewicht van de laagste klasse in onze maatschappij zou wel eens in deze vicieuze cirkel kunnen liggen. Rijke mensen zijn over het algemeen in een betere lichamelijke conditie dan arme sloebers, generaliserend bekeken. Die komen dan ook niet in de betere restaurants, hebben geen verstand van voeding of koken en zijn derhalve aangewezen op McDonald's en andersoortige, cafetaria-achtige gelegenheden. Als ze al de deur uitgaan om te eten.
Maar dit alles is natuurlijk gebazel en geneuzel als je de hongerende kinderen rondom de Sahel en elders ter wereld ziet, ook nog eens gekoeioneerd door vijandige geloofs-systemen die hun weerga niet kennen. We zijn nog lang niet af van religieus misbruik op deze wereld, goede scholing is een eerste vereiste, tenminste, als je wel eerst je buikje vol hebt.
Zelfs in het "verlichte", over het algemeen goed geïnformeerde, Nederland wordt nog steeds een hoop "afgezweefd", "bijgeloofd", soms met catastrofale gevolgen. Maar gelukkig hebben we het world wide web, dat, volgens mij, de sleutel is tot universele informatie en beter onderwijs. Het zal nog wel even duren, maar het is niet voor niets dat dictatoriale systemen het open internet van alle kanten proberen te blokkeren.
Hun nauwelijks of niet geschoolde bevolking zou er eens achter kunnen komen hoe sommige vorken werkelijk in sommige stelen zitten. Dan is het met hun macht gedaan! Maar daar hebben we wel een hoop geduld voor nodig. Helaas zal dat mijn tijd nog wel duren!

 

Woensdag, 08-02-2017

 

Ik zal u gaan vervelen met een voor mij heel oud probleem. Het is een van de eerste conflicten die ik tegenkwam na de ontdekking dat ieder mens zijn eigen wereldbeeld met zich meedraagt. Dat er niet zoiets is als een gezamenlijke wereld.
Ja, natuurlijk wel, die ronde bol die daar om zijn ster zijn rondjes draait en door zijn eigen draaiing een dag- en nachtzijde kent, met een maan die eb en vloed veroorzaakt, door zijn schuine aardas ook nog seizoenen kent (wat hebben wij mensen toch al veel ontdekt, niet?), ja natuurlijk, die hebben we gemeen.
Dat al die gunstige omstandigheden hoogstwaarschijnlijk geleid hebben tot het ontstaan van leven, inclusief uw leven, ach, daar zijn we met z'n allen toch wel zo'n beetje uit. Een enkel geloof zo links en rechts dat er nog iets anders over denkt (daar hebben we een mooi hokje voor gemaakt, genaamd “creationisme”) ten spijt, kunnen we er toch wel min of meer van uitgaan dat het zo ongeveer in zijn werk is gegaan. Dus die bol, ja hoor, die is er wel. Maar zoals u tegen die wereld aankijkt, dat is uw zaak, uw visie en uw overtuiging. Dat mag. Gelukkig maar. Uw gedachten zijn echt vrij.

Door de Nederlandse Vrijdenkersvereniging De Dageraad, sinds 1957 De Vrije Gedachte geheten, verwoord in het volgende lied:

 

De gedachten zijn vrij!
Wie raadt ze daarbinnen?
Zij dansen voorbij,
Als nachtelijke schimmen,
Geen mens kan ze naken,
Geen jager ze raken,
Laat wezen wat zij:
De gedachten zijn vrij!

 

En zo nog drie coupletten waarvan de context duidelijk is; er is geen beperking (anders dan criminele) te bedenken voor uw gedachten. In uw hoofd woont u op een heel andere wereld dan ik. Op dit moment zo'n 7,5 miljard werelden! Elk mens zijn eigen. Op die wereld wilt u graag doen wat het leukste is, u doet uw best om dat te bewerkstelligen en dat alles vanuit een gezond soort egoïsme. Het is immers uw wereld!
Nu het probleem! Er was eens een vrouw die vanuit dat gezonde egoïsme niets liever wilde dan een arme sloppenwijkbevolking helpen, daar voelde ze zich het gelukkigst bij. In India, Calcutta. Daar werd ze later door haar eigen geloofsgenoten heilig voor verklaard. Inderdaad, Moeder Theresa. Agnes Gonxha Bojaxhiu was haar echte naam.
En om te bewijzen dat het vanuit haar eigen gezonde egoïsme was, verklaarde ze, tijdens de huldiging waar ze de Nobelprijs voor de vrede ontving, na het bedankje gelijk maar de oorlog aan de abortus. Dat was nu eenmaal haar wereldbeeld.

Oei, dat was even erg ongemakkelijk. Maar die heiligverklaring door haar eigen paus ging gewoon door. Ergo: als je altruïst bent vanuit je egoïsme, wat ben je dan? U snapt het al, het gaat eigenlijk niet over Moeder Theresa, het gaat over mezelf.
Doe geen moeite, ik ben er al heel lang uit en verklaar mezelf tot een grote egoïst die doet wat hij het leukst vindt, namelijk altruïst zijn, anderen helpen, if possible. Aan u de keus, ben ik het een of het ander? Uw keus bepaalt uw standpunt over mij in uw eigen wereld. Dat mag! Wat heet, dat moet zelfs! En wat u ook maar van mij vindt, mij raakt het niet, het is immers uw wereld.

Waar uw gedachten vrij zijn. En geen mens ze kan naken, geen jager ze raken!

 

Donderdag, 09-02-2017

 

Woensdag de hele dag in de weer geweest, Wia een beetje telefonisch opbeuren, tussen de middag wat warms eten (ik had nog wat zelfgemaakte bolognesesaus staan, een pastaatje en wat salade erbij, klaar is Kees), 's middags weer naar Wia voor een gecrashte computer, niet meer in beweging te krijgen,naar de computerwinkel voor wat onderdelen en voor je het weet, is de dag om. Dat is maar goed ook, want op de helft van deze maand ben ik al ruim over de helft van mijn centjes. Soms gaat dat zo.

Wel heb ik nog samen met buuv eergisteren een mooie leren jas veroverd in de Jan Splinterwinkel, zoals ik de minimawinkels altijd noem. Ziet er erg goed uit, lekker warm en dat is mooi want we krijgen nog een winter, voorspelden de meteorologen, te beginnen met vandaag. Ook niet duur, die jas, slechts een tientje, maar wel weer een tientje.
Maar nu ik dit verhaaltje opschrijf, denk ik opeens: ... klaar is Kees? Wat een rare uitdrukking, eigenlijk. Dus ik een beetje etymologisch op zoek, eerst dacht ik een Anglicisme, the “case” is ready, the “case” is done, maar een puur Nederlandse verklaring kwam me uiteindelijk toch wel meer logisch voor.
Deze krijgt mijn voorkeursstem: op de Veluwe heet de beer, het mannetjesvarken dus, Kees. Als die langskwam voor de zeug, dan was het al snel: ... klaar is Kees. Daarvan schijnt dan ook weer het werkwoord kezen vandaan te komen, waarvan wij de betekenis natuur-lijk allemaal kennen. Voor wie het werkwoord niet kent, men zoeke het op, men krijge rode oortjes en voor je het weet: klaar is...

Ach, ach, ach, die Biblebelt, toch!

 

Vrijdag, 10-02-2017

 

Van een Fb-vriendin, via-via gedeeld, afkomstig van de Waddenvereniging: mooi filmpje over de bouw van het beleefcentrum op de Afsluitdijk! Ik citeer: ...in het beleefcentrum 'De Nieuwe Afsluitdijk' kunnen bezoekers straks het verhaal van Werelderfgoed Waddenzee, de Vismigratierivier en het IJsselmeer beleven. Een aanrader... einde citaat.
Een “beleefcentrum”, god betere het. Zelfs mijn automatische correctie herkende het woord niet eens. Een beleefcentrum!
Als Youp van 't Hek dat leest, zijn ze nog niet jarig. Ik ben daarom hem graag een slag voor. Daargaat ie dan!

Een beleefcentrum! Hoe bedenk je het. Eerst moet je erheen, zeg, vanuit Assen. Okay, slechte keuze, die beleven daar zelf al genoeg in die opwindende stad! Nou, vanuit Amsterdam dan maar, daar is toch nooit wat te doen. Dan is zo'n beleefcentrum het ei van Columbus. Hè, hè, eindelijk es wat te beleven. Ik heb het woord nu al zo vaak getypt dat het u gaat irriteren, nou, da's dan goed, beleeft u tenminste ook weer eens wat.

Jacques, mijn corrector, vindt dit geen leuk grapje. Ik wel!
Ben je voorbij Alkmaar vanuit Amsterdam, komt op een gegeven ogenblik het vliegveld Middenmeer aan je rechterhand voorbij. Waar je ontzettend mazzel moet hebben, wil je daar een vliegtuig zien landen, dan wel opstijgen. Spannend! Wat een belevenis! Eindelijk bij Den Oever aangekomen, moet je over de sluizen (70!, denk erom, beheers uw rechtervoet) (kijk uit, het kan er erg hard waaien) en daarna even de vrijheid, 130 toegestaan dus iedere entrepreneur rijdt daar minstens 170, zo voorspelbaar, zo saai! Kansen zien, tijd is geld. Maak plaats, maak plaats, maak plaats, opzij, opzij, opzij, zong iemand al eens (die had het vast niet over ondernemers!) Boring! Op z'n Brits... dus saai!
Eindelijk!!! Ja, ja, het BELEEFCENTRUM. Van de Waddenvereniging nog wel! Volgens die milieuclub zelf:
… bij Kornwerderzand realiseren wij het Design & Build van het Beleefcentrum De Nieuwe Afsluitdijk (DNA). In het Beleefcentrum kunnen bezoekers... Het Design & Build… potverdomme, het kan niet op! Ontwerpen, bouwen, altijd wat nieuws, die Afsluitdijkers. Zo maak je toch geen centrum! En wat gaan we daar dan wel beleven? Het fascinerende vervolg... “… Beleefcentrum kunnen bezoekers het verhaal van UNESCO Werelderfgoed Waddenzee, KH2018, de Vismigratierivier, de toekomstige Afsluitdijk en het IJsselmeer beleven. Doel van het project is het versterken van de toeristische-economische structuur door ontwikkeling van de Afsluitdijk, een belangrijke toeristische toegangspoort voor Fryslân en Noord-Holland. Hiermee wordt direct en indirect de toeristische werkgelegenheid in de omliggende regio vergroot…

 

Wij staan sprakeloos, eerlijk waar. Voor Fryslân ook nog. Dat is toch...jawel, aan de andere kant van de dijk, echt waar! Friesland heet het eigenlijk, maar ja, die Friezen, hè! Terug, we zijn nog niet klaar met beleven, die Friezen komen later wel aan bod. Geloof me maar. Daar sta ik als Groninger garant voor.
“Het wordt een totaalbeleving met daarin onderdelen die Kornwerderzand en de Afsluitdijk tot een bezienswaardigheid maken. De bezoeker ervaart niet alleen exposities, maar krijgt verschillende panorama's op het landschap en de dijk cadeau, met als beloning het dak als ultiem uitzichtplatform.”
Ik ben nogmaals verbijsterd: ik ervaar een expositie, gewoon kijken naar is er niet meer bij, de ervaring telt alleen binnen de totaalbeleving en ik krijg ook nog es wat uitzichten cadeau. Bij dat cadeau krijg ik ook nog een beloning, jawel, een dak! Als ultiem uitzichtplatform. En dan is er ook nog KH2018, als u dát weet, bent u een echte bolleboos (of een Leeuwarder), hebt u al genoeg beleefd. Het is teveel, ik kan het ook niet meer bevatten. U krijgt drie dagen geen dagboek van mij, dit is geestelijk voedsel voor minstens een halve week.
Alleen stel ik die drie dagen vakantie wat uit, tot begin maart, dan ga ik een weekend naar onze zuiderburen, naar mijn Belgische vriend en zijn echtgenote. Rik & Erika. Dan kan ik hen vertellen van een Beleefcentrum op de Afsluitdijk, zij zullen hun oren niet geloven. Dat beloof ik u. Zij zullen daar in het zuiden niet weten wat ze gaan beleven!

 

Zaterdag, 11-02-2017

 

In verband met mijn weekend België oppas geregeld voor Pantu bij zijn vaste logeeradres in Hoogkerk, een geannexeerd dorp ten westen van Groningen. Nu bij de gemeente Groningen horend, zeg maar. Ja, anders was het niet geannexeerd, toch?
Nog afgezien van het feit dat een van mijn eerste grote liefdes daarvandaan kwam - die mij wreed verraadde voor een mooiere jongen - woonde daar ook Bertus.
Bertus was een schoolvriendje en die had een piano thuis. Waarop hij de blues kon spelen. We waren nog maar 12, 13 jaar, maar Bertus heeft duidelijk de kiem gelegd voor mijn latere liefde voor muziek. Ik was hem al heel lang vergeten, eerlijk gezegd, maar door het schrijven van dit dagboek komt er weer veel naar boven drijven. Zijn vader werkte in de kartonfabriek in Hoogkerk. De Halm heette die fabriek en mijn vriendschap met Bertus ging zover dat ik wel met hem naar zijn huis fietste, toch een behoorlijk eindje van mijn eigen huis in Groningen af. En dan speelde hij soms de blues voor mij. Dat was natuurlijk enorm, want met muziek en dieren werden wij thuis niet opgevoed. Na heel lang zeuren kreeg ik van mijn ouders een mondharmonica en het eerste wat ik daarop moest leren spelen, was het Wilhelmus. Dat het überhaupt nog goedgekomen is met mij, mag toch wel een groot wondertje heten. Maar dat terzijde.
Door de vader van Bertus kregen wij beiden ook een vakantiebaantje daar, om een paar centen te verdienen. Nog nooit zo'n fabriek van binnen gezien, het was een hele belevenis voor mij. Nu ik, veel later, tientallen fabrieken van binnen heb gezien om bij te verdienen en de twelve-bar weinig geheimen meer voor mij heeft, ik moeiteloos verbaal of op de sax of met de harmonica mee kan met elke blues die ik op de radio of elders hoor, besef ik pas hoe mooi muziek is in een mensenleven.
Via die blues heb ik de ontwikkeling van de muziek in omgekeerde volgorde doorlopen. Van de twelve-bar blues naar de wat complexere, via Blind Willie McTell naar Billie Holiday en van Billie naar de grote Jazz. Daarna heel voorzichtig door naar de Klassieken. En naar de peultjes van François Mollinger-van Eeden.

Tegenwoordig schilder ik het liefst met Bach of Tsjaikovski, of een van de romantische Russen. Wat een mens allemaal kan overkomen, alleen maar door te leren luisteren, is eigenlijk geweldig.
Ik ben zelfs nog aan muziek schrijven toegekomen (vierstemmig!), ook niet verkeerd, heb in de muziek vele herinneringen liggen. Bijvoorbeeld een optreden in de al eerder genoemde Jazzclub De Spieghel met een workshop waar ik een eigen geschreven stuk mocht dirigeren. Die workshop was onder leiding van bassist Gerard Ammerlaan. Een grote naam in de noordelijke jazzwereld. Het stuk heette Apparently Easy, ik weet het nog als de dag van gisteren. Het dirigeren was knudde, de belevenis des te groter.
Helaas is Gerard in 2011 veel te vroeg overleden. Ook al.

Ik besef dat het onvermijdelijk is dat, als je zelf wat ouder wordt, de mensen om je heen beginnen te verdwijnen maar wennen doet het nooit, vrees ik. En in mei word ik al 69, wie had dat ooit gedacht. Ik niet, in ieder geval.


Zondag, 12-02-2017

 

Was gisteravond volkomen uitgepierd, de hele dag bezig geweest om de gecrashte laptop van Wia te repareren, althans, een poging daartoe te doen. Een oude SSD (*) er in, paste niet. Anders geformatteerd, MBR (*) in plaats van GPT (*), probeer dat maar es te veranderen. Dat kan alleen als je een programma koopt, voor bijna net zoveel geld als een nieuwe SSD-schijf. Goede raad is duur, Wia besloot dan toch maar een nieuwe harde schijf aan te schaffen, dus die kan ik maandag ophalen en monteren om daarna de laptop opnieuw te kunnen installeren. Gelukkig heb ik van de oude schijf nog wat bestanden kunnen halen, dat scheelt weer.
Arme meid, ook dat nog. En dan denkt ze ook nog dat zij die schijf zelf kapot heeft gemaakt, lief digibeetje dat ze is. Anderen (kennissen) wisten ook geen oplossing, ga van het weekend nog wel van alles proberen, maar ik heb er een hard hoofd in. Zal nog wat rondtoeteren wat mijn probleem is, wie weet komt er toch nog een oplossing.

Ik heb het alleen wel even gehad.
Maar ja, ik ken mijzelf, je moet ook niet raar opkijken als je mij vannacht om driehonderd uur nog achter dat ding ziet zitten.

Want ik kan het domweg niet uitstaan dat we de spulletjes zo maken, dat alles weer opnieuw geld moet gaan kosten, veel geld. Mijn visie op het Westerse economische model is zo langzamerhand genoegzaam bekend, zeker voor de bezoekers van mijn Facebook-pagina. Ik ben er zo flauw van dat ik zelfs geen leuk einde voor dit verhaaltje kan bedenken, dus het moet zo maar. Gelukkig zijn er nog computers die het wel doen zodat
A. u dit kunt lezen
B. ik dit kon schrijven.


Moi.

 

(*)

SSD - Solid State Drive
MBR - Master Boot Record
GPT - Guid Partition Table

 

Maandag, 13-02-2017

 

Nadat ik zondag uitgeslapen had tot twintig voor acht (!), ben ik gelijk maar weer doorgegaan met de computerklus. En plotseling herinnerde ik me dat ik een reserve-SSD in de kast had liggen voor back-ups. Maar aangezien ik die backup tegenwoordig online doe, was ik die helemaal vergeten. Harde schijf erin, opstartprobleempjes oplossen en ja hoor, daar begon hij met de installatie. En nu, uurtje later, klaar. De laptop draait als nooit tevoren! Snel, adequaat en nu helemaal compleet Win10 er op.
Achteraf gezien is die harddisk van Wia nooit goed geweest, nog geen jaar oud met heel weinig draaiuren en toch kapot. En altijd maar klachten dat hij zo traag was. Dat is nu wel over. Apetrots, ik! Nu nog de uitgebreide klus van bestanden opnieuw installeren, foto's opnieuw veroveren, nog een heel werkje!
Dat moet natuurlijk samen met Wia, ik hoop dat ze het allemaal aan kan. Nou ja, ik ben nu toch opeens een beetje een mantelzorger geworden.
Voor de SSD met MBR-indeling is er ook een oplossing, ik neem hem mee naar Rik in België, die heeft een Mac, daar kan het wel mee. Die Mac voelt zich heus niet bezwaard om Windowsbestanden (de concurrent!) weg te gooien. Dat komt begin maart dan vast helemaal goed.
Zo werd het toch nog een gezellig weekend in mijn hoofd. Had nog een paar NCIS-afleveringen op de schijf staan, die moesten er dan maar aan geloven. Beetje hangmat, beetje TV maar helaas geen beetje Sandrine, wiens verjaardag het was. Maar daar heb ik toch heel weinig last van gehad, mede natuurlijk door het gepruts aan die laptop. Arbeidstherapie! Die heeft in dit geval goed geholpen.
Doe maar wat nuttigs in plaats van achter de vrouwtjes aan te lopen, zeiden ze vroeger. en zo is het. Toen, opeens, nog voor ik de hangmat in zou duiken, wist ik wat ik met het schilderij Molenbeek aan moest. Dat was zo gepiept, nu nog signeren en vernissen, dan kan die voor de export naar Koersel. Wat een dag!

Wia dolgelukkig met de nieuwe computer, voor zover mogelijk, die kon ook gelijk lekker slapen, weer een zorg minder. Want slaap geneest, de eeuwige slaap het best!


Dinsdag, 14-02-2017

 

Maandagmorgen werd ik wakker na een heerlijke nacht, tevreden als ik was met de klussen in het afgelopen weekend. Ik klom omhoog uit een heel diepe slaap, pakte mijn bril die altijd op dezelfde plek ligt, zette hem op en ging vervolgens op zoek naar mijn bril, omdat die niet op zijn vaste plekje lag...
Maar geen reden tot paniek, dit soort momenten heb ik mijn hele leven al. Er nooit ongerust door geworden, vond ik die klimtocht uit mijn onderbewuste waardoor ik niet direct op deze wereld was, altijd erg fijn. Heb hem ook wel eens kunstmatig meegemaakt in het ziekenhuis (algehele verdoving, eigenlijk ook heel diep in slaap) en ook daarvan heb ik wel prettige beelden.
Dat in tegenstelling tot mijn “bewuste” afdaling in mijn geest door meditatie en/of combinatie van drank en een stickie (ja, ja, ook dat heb ik wel geprobeerd, nieuwsgierig als ik was naar wat er allemaal in mijn hoofd gebeurt tijdens zo’n experiment). Want wat ik daar allemaal gezien heb, dat durf ik nu nog niet te schilderen. Maar laat ik het zo zeggen, de Hellepoort van Rodin is er niets bij vergeleken.
Wel heb ik daardoor groot begrip gekregen voor het werk van veel expressionisten die het wel durfden, die rechtstreeks vanuit die hel hun verf op het doek smeten. Of die al dan niet therapeutisch bezig zijn/waren, doet nu even niet ter zake.
Het ergst waren de beelden die ik kreeg tijdens mijn “rebirthing”. Die ik kunstmatig opgewekt heb. Dat moet je wel in een volkomen nuchtere staat doen, anders is het levensgevaarlijk, werd mij van te voren door verscheidene bronnen medegedeeld.

Ik kan u zeggen, die ervaringen gun je zelfs je ergste vijanden niet.

Of misschien juist wel, want die beelden, samen met het begrip dat ze veroorzaken, zijn uitermate helend voor alles wat er mis is gegaan/kan gaan gedurende je leven.

Louterend, noemen ze dat.
Afleidingen van veel van dat soort beelden kun je in films als Tolkien's Ban van de Ring en andere zogenoemde Fantasy terugvinden, de monsters, de trollen onder de brug, de hel van de Doemberg, de Zwarte Vorst; voor mij zijn dat soort beelden alleen maar herkenning, die kosten mij niet meer mijn nachtrust. Dat ik daar zelf niet meer bang voor ben, is trouwens wel iets anders dan het niet durven schilderen, dat is een stap verder. Misschien is dat mijn verantwoordelijkheidsgevoel naar de toeschouwer, misschien wreekt zich daar mijn te streng-gelovige opvoeding die mij ervan weerhoudt er in beelden over te berichten, ik heb geen idee, eigenlijk. “Gij zult uzelf geen beeltenis van mij maken....” Ja, ja!
Ik ben er namelijk heilig van overtuigd, dat de geboortegrond van dit soort onbewuste beelden voor de meeste mensen precies die plek is waar hemel en hel geboren worden, waar religies ontstaan, waar de doodsangst gevoed wordt. Elke therapeut en elke psychiater weet dat je precies die (doods-)angst overwinnen moet, om te kunnen leven.
Nu heb ik natuurlijk het voordeel dat ik in beelden denk, dat mijn fantasie beelden maakt die ik vervolgens heel gemakkelijk op een doek kan zetten met meer of minder vakmanschap, maar toch...!
Ik snap daarom best dat veel beeldend-kunstenaars het liever niet over de echte inhoud van hun werk hebben. Maar als je die angst eenmaal gepasseerd bent, durf je dat natuurlijk wel, het is immers jouw geest die sublimeert met gebruik van archetypes. Die jij dan vervolgens (die archetypes, niet die hellebeelden) kunt schilderen, beschrijven, wat dan ook maar. Met of zonder bril, het maakt geen verschil. Ook niet of die wel of niet op z'n vaste plekje ligt.

 

Woensdag, 15-02-2017

 

Het wordt al weer een beetje vroeger licht. Heerlijk is dat. Ik kijk nu al weer uit naar de vogelconcerten tijdens de wandelingetjes met Pantu 's morgens vroeg om een uur of vijf. Nog een paar weekjes! Want om vijf uur is de wereld nog een beetje stil, voor zover dat kan als je in de hoek tussen de A7 en de A28 woont, en kun je de meest mooie dingen zien en horen. Nu moet ik me nog met de voorpret tevreden stellen. Gelukkig kan ik ook dat goed, een kinderhand is snel gevuld.

Daarom heb ik medelijden met die gasten die zo nodig hele dagen door geld moeten verdienen, omdat ze denken dat ze daar gelukkig van worden. Omdat zij geen kinderhand meer hebben. Het gekke is dat zij, die dat doen, denken dat wij, die dat niet doen, jaloers op ze zijn. Zo noemen ze het ook als wij proberen wat van ons eigen geld weer van ze los te peuteren omdat ze toch veel te veel van ons hebben gejat om van te kunnen leven: jaloeziebelasting. Kun je nagaan wat een beperkte geest je dan moet hebben, als je zo denkt. Volgens mij heet dat gewoon projectie.
Zij zijn eigenlijk degenen die jaloers zijn, zoveel is duidelijk. Je ziet het ook in de kunstwereld; de patsers struikelen over elkaar heen als het aankomt op aankopen van zogenaamde investeringskunst. Terwijl de waarde van die kunst slechts wordt bepaald door de uniciteit. Als het niet duur is, dan is het ook niet goed. Voor hen. Maar begrijpen wat er op het schilderij staat, ho maar! De waanzin van de materialistische denkers ten top. Er zijn kunstenaars die daar de spot mee drijven en echt goud of iets anders kostbaars in hun Kunst verwerken, dan nog snappen de idioten de hint niet. Geluk zit niet in geld, maar dat kan je duizend keer zeggen tegen deze figuren, in dit opzicht zijn ze gewoon autistisch. Patiënten dus. Laten we ze dan maar met mededogen beschouwen, proberen hen van de waanideeën af te helpen en als dat niet lukt, ze in beveiligde tehuizen opbergen waar ze de hele dag Beursje mogen spelen. En op tijd hun pilletjes moeten slikken. Die dingen doen ze nu per slot van rekening ook al, elke dag. Maar dan lekker in hun eigen wereld en niet in de onze, waar ze alles vervuilen en vernietigen in hun kapitaalverzamelwoede. Want wij willen onze wereld graag nog een tijdje houden, vooral als het 's morgens vroeg zo stil en vredig en schoon is. Terwijl je hond rondstruint door een frisgroene wereld met dauw op de bladeren, één diamantje per grasspriet waarin de zon, onze echte levensbron, haar stralen laat schitteren en weerkaatsen. En ons vertelt wat er in ons leven echt belangrijk is.
Wie oren heeft die hore, wie ogen heeft die kijke!

 

Donderdag, 16-02-2017

 

Ik eindigde gisteren (ik weet het, ik mag niet beginnen met “Ik”) met een verwijzing naar mijn oren, mijn ogen en wat een mens daar allemaal mee kan, vergat ik warempel toch een voor mij heel belangrijk orgaan. Nee, niet dat wat u nu denkt, ik bedoel mijn neus! Voor Pantu overigens ook haar belangrijkste zintuig, die reuk, zoals voor alle honden. Maar zij en ik zijn daar niet de enigen in, het gebeurt vaak genoeg tijdens wandelingen dat je mensen zichtbaar de lucht ziet opsnuiven “oh, heerlijk, frisse lucht” en het leuke is, heb ik gemerkt, dat mensen zich daarvoor nooit schamen. Het zijn altijd blij kijkende, genietende mensen die je dan graag ook nog even laten weten: "Lekker hè!" Want geluk moet je delen, daar wordt het alleen maar meer van. Hoe meer frisse lucht, hoe beter.

Zo ruik ik, nu ik al vijftien jaar niet zelf meer mijn sigaretjes draai, het ook onmiddellijk als een passant rookt. Om over de stank van verschaalde drank maar niet te spreken.

Enne... over dat roken: ik kan zelfs ruiken of dat sjekkies zijn of gewone sigaretten, eerlijk waar. Laat staan pijp, de stank van die zwaar-gearomatiseerde tabak komt me al meters van tevoren tegemoet. Die specifieke geur brengt me onmiddellijk naar de vakantie-baantjes tijdens mijn schooltijd. Want in Groningen staat zo'n meurende tabaksfabriek waar ik dan een maand, vijf weken, werkte, Theodorus Niemeijer. Voor u even opgezocht op het net: Theodorus Niemeijer (Groningen, 27 juni 1822 – 12 augustus 1910) was een Gronings koopman en tabaksfabrikant. In 1848 nam hij de tabakshandel "Het wapen van Rotterdam" van zijn vader over. Einde citaat.
Langs het spoor naar Leeuwarden, vlak buiten het prachtige station van Groningen, stond die grote witte fabriek, eigenlijk wel een imposant gebouw, zijn vreselijke geuren de wereld in te blazen. Ik geef toe, het kan veel erger voor fabrieken, maar fris was dit toch ook niet. Binnen kon je zien hoe uit tien centimeter dikke buizen hectoliters sterk naar karamel geurende rotzooi over de pijptabak werd gespoten om vermengd te worden. Gatsie! Daarna werd die tabak een etage hoger gedroogd, voordat het machinaal in de plastic verpakkingen kon worden gepropt. Ik moest meestal op die droogzolder werken, daar stonden de met tabak gevulde hoge karren die met liften weer naar beneden moesten worden gebracht. Mooi werk voor 1,50 meter hoge pubermannetjes, die nog net niet teveel kostten.

Aan het eind van de werkdag moest je dan door een soort radarachtige scan om te kijken of je geen contrabande bij je had. Want niet de tabak was duur, het plakkertje op die zakjes en doosjes, díe kostten geld. Dat was de belasting, Vadertje Staat rookte altijd met je mee. En één keer in de maand kreeg je een voorraadje rookwaar mee naar huis. Daar was natuurlijk wel een levendige handel in, dat snapt u. Dat ik toch doorgegaan ben met roken, dat snap ik nu achteraf nog steeds niet.

Wat ben ik blij dat ik daar nu van af ben, dat ik niet meer zo iemand ben van wie een ander neusophalend zegt: “Oei, wat een zware roker.” Wat zal ik gestonken hebben, toen. Waarvoor alsnog excuses, eerlijk waar, echt gemeend. Maar nu toch trots, al vijftien jaar niet meer! Dat is gemiddeld zo'n 180 pakjes sigaretten, voor een zware roker dus meer dan 200, per jaar. Met de huidige prijs is dat dus maal 6.30 euro, maakt 1260 euro per jaar x 15 jaar maakt 18.900 euro bespaard. Dat is een heel mooie auto. Ik bedoel maar.

Eigenlijk rij ik dus voor niets, lekker krom geredeneerd. Inclusief wegenbelasting en verzekering. Heerlijk. Kan ik in elk geval op de weg nog een potje mee gaan luchtvervuilen, want zo heilig ben ik nu ook weer niet. Zo hypocriet wel.

Want ik ben verslaafd aan Engelse drop en autorijden. En aan het leven, maar dat wist u al.

 

Vrijdag, 17-02-2017

 

Gebeld met Jette, vriendin van mijn nu al weer bijna drie jaar geleden overleden vrouw, die op vakantie was geweest in Marokko. Het was mooi geweest, alleen had ze wat last van een darminfectie gehad zodat niet alles even prettig verliep. Toch was het over het algemeen heel geslaagd geweest. Ze had wat Marokkaanse etenskruiden meegenomen voor me, die ga ik morgenvroeg bij haar ophalen. Kunnen we tegelijkertijd ook weer even bijpraten. Dat moet per slot van rekening als je elkaar niet elke dag ziet. Relaties vergen onderhoud.
Ook nog vermeldenswaardig: woensdagmiddag met prachtig weer met buuv en het hondje de Hoornseplas gerond. Behalve dat dat erg gezellig en leuk was, constateerden we beiden dat het met Pantu erg goed gaat. Het was namelijk erg druk met hondenbezit-ters m/v en hun honden r/t bij de beroemde plas, maar Pantu functioneerde uitstekend daartussen. Ze nam zelfs een keer het initiatief om een jonge puber-reu recht te zetten die wat al te lawaaiig en vrij deed tegen een andere hond. Zo regelen honden dat namelijk onder elkaar, ook in een roedel zijn regels. Het socialiseren van mijn vrolijke terriër gaat duidelijk zeer voorspoedig, da’s mooi.

Ook gaat ze zo langzamerhand reageren op speeluitnodigingen en dat is natuurlijk een heel goed teken. Ben nog steeds vreselijk blij met het hondje, bezoek is onmiddellijk gecharmeerd van haar door-de-kamer-stuitergedrag, ik moet zelf erg vaak om haar lachen en af en toe luistert ze naar me als ik weer eens wat onzin uitkraam omdat het in huis wat al te stil wordt.

U kent dat vast wel, kopje gaat een slagje scheef, oortjes half hoog en dan kijken ze je aan alsof ze alles begrijpen wat je zegt. Zeer vertederend. En soms, heel soms geloof ik dat dan ook nog, tegen beter weten in.

 

Zaterdag, 18-02-2017

 

Heb afgelopen donderdag een tweedehands spade op de kop getikt voor 7,5 euro.

Een hele goeie, tegen de bamboe in mijn tuin. Dat gaat erg lastig omdat die plant een zeer dicht en zich hecht uitbreidend wortelgestel maakt, zo'n vijftien à twintig centimeter onder het oppervlak. Dus dat wordt roppen en scheuren, steken en snijden. Stukje bij beetje! Als het herfst is, moet het er helemaal uit zijn. Een vreselijke klus. Ik heb nu al pijn in mijn rug bij het idee alleen al.
Maar de man waar dat ding vandaan moest komen woonde in Roden, ik erheen. Werd gastvrij binnen gelaten en voor we het wisten, hadden we hele gesprekken over van alles en nog wat. Van politiek tot overleven, van grootkapitaal tot leven op het platteland (Zeerijp, Leermens), er waren ook heel wat linkjes via de naam van de straat waar hij woonde, de Jan Fabriciuslaan. Nee, niet Johan Fabricius, Jan. De vader van. Niet de romanschrijver maar de hoofdredacteur/journalist en artikelenschrijver, die weer vrij direct gelinkt kon worden aan mijn opa van moeders kant. Want mijn opa was ook een krantenjongen/hoofdredacteur, maar dan in de Achterhoek, in Lochem om precies te zijn. Die twee, Jan Fabricius en Bouwmeester, die kenden elkaar erg goed. Dus mijn neiging tot schrijven is misschien ook wel een beetje genetisch bepaald. Van de Bouwmeesterkant dan, hè!

Kan dat eigenlijk, dit soort overerving? Geen idee, zal daar es induiken. Maar vandaar dat ik wist dat er ook een Jan Fabricius was naast de Johan van de Scheepsjongens. Jawel, van Bontekoe. Wie kent ze niet.
Die spade-man uit Roden, om maar weer terug te keren tot het oorspronkelijke verhaal, had ook, net als ik, last van bursitis, een tennisschouder met uitstralende pijnen in de lange spieren van je arm. Enzovoort. De ene overeenkomst na de andere.
Kortom, we waren al heel snel een half uur en vele anekdotes verder. Bijna gelijke leeftijd, net zo grijzend maar hij wel meer heer dan ik. Maar ja, ik heb dan ook een artistieke status, hij was de docent die ik oorspronkelijk had moeten worden, had ik mijn kont niet tegen de krib gegooid.
Een heel leuke ontmoeting, derhalve. Na het afscheid nemen met de belofte van internetadressen uitwisselen, ik met een ijzersterke schep van Spear & Jackson weer terug naar Groningen. Nu maar eens letterlijk aan het spitten geslagen. Kijken of ik de tuin weer een beetje op orde kan krijgen. U hoort er nog van.

 

Zondag, 19-02-2017

 

Van het internet geplukt. Iemand schreef: “If you wanna stay happy, never look in a mirror but look at art, that's your real mirror. (Wijze woorden met dank aan Alex Sandee)…”

Die Engelse tekst had ik op Fb geplaatst en het is altijd mooi om te zien als, en hoe, je eigen formuleringen worden doorgegeven door mensen die zo’n tekst daar hebben gevonden. Een verduidelijking van die tekst volgt nu.


Het is aangetoond, heb ik nog niet zo lang geleden gelezen, dat een mens, een fractie van een seconde voordat hij in een spiegel kijkt, zijn/haar gezicht verandert. Vandaar ook de reactie op spontane foto's: “dat ben ik helemaal niet” of “dat vind ik helemaal geen mooie foto van mezelf”. Nee, dat is ook logisch, gezien het voorafgaande. We willen onszelf namelijk graag zien zoals wij denken dat we zijn, dus plooien wij ons razendsnel in het gewenste beeld. Hoe u echt bent, dat zien wij (de buitenwereld), alleen. Of, hoe ik echt ben, dat weet u alleen. Helaas, maar waar. U liegt en bedriegt uw hele leven al. Een harde constatering, zeker, maar ja, het is niet anders. Ik heb daar pakweg twee decennia geleden eens een gedicht over geschreven, nog voordat het bewezen werd. Dat eindigde met de woorden:

 

... niets bleek wat het was
dus laat U nooit verneuken
als U in de spiegel kijkt,
want aan de andere kant van 't glas
staat iemand die verraderlijk veel
een heel klein beetje beetje op U lijkt.

 

Nou, daar kunt u het wel mee doen, dacht ik zo. Want uiteindelijk is de enige die u verneukt....

Mooi is dat. Had u net het hele leven op orde, alles keurig gerubriceerd en opgeborgen, alles had z'n plekje, u dacht dat u wist wie u was.....forget it!
Zelfs de spiegel kunt u niet meer vertrouwen. Laat staan mij!

 

Maandag, 20-02-2017

 

Gisteren afgesloten met het naakte feit dat u eigenlijk én de spiegel én mij niet meer kunt vertrouwen, wie dan eigenlijk nog wel?
Om heel eerlijk te zijn... niemand.
U draagt uw eigen visie op de wereld met u mee, daar is niets unieks aan. Dat doen wij namelijk allemaal, ieder voor zich. Dat kunt u eventueel uitwisselen met iemand anders en als het heel erg op elkaar lijkt, zeggen we dat we een “klik” hebben. Modieuze term, maar ja, het dekt de lading zo mooi. Dus hebben we een klik, het zij zo.
Is die klik erg diep en intens, dan hebben we het al gauw over een “soulmate”. Nog wat verder en de bruidsmeisjes en -jonkers kunnen worden besteld. En nog twee stappen verder en we denken dat we de waarheid te koop hebben. Wat natuurlijk niet zo is. Want al eerder beweerd in dit dagboek: de waarheid bestaat niet en dat is de eerste waarheid. De paradox der paradoxen! Volgt u het nog? En dat alles omdat we op schijnbaar dezelfde manier tegen de wereld aankijken.
Maar dat neemt nog steeds niet weg dat u eigenlijk niets en niemand kunt vertrouwen, daarom vinden we die kongsi met die ander ook zo prettig. Het ontkent zo heerlijk wat we allemaal niet willen weten en waarover we eigenlijk ook helemaal niet willen praten.

En daar komt de kunst om de hoek zetten. U dacht vast al: waar blijft-ie!
Die kunst, gemaakt door malloten als ik, is een gesublimeerd eindproduct van iets wat wij kunstenaars in ons warrige hoofd bedenken, maakt niet uit waarover. Dat kunnen en doen wij nu eenmaal. En iedere kunstenaar heeft recht op zijn eigen afwijking.

Net als u, overigens. We lijken wel mensen!

Zoekt u herkenning, omdat u stiekem eigenlijk heel goed weet dat u alleen op de wereld bent, er is altijd wel kunst waardoor u aangesproken wordt. Tien tegen één dat u wel iets van uw gading vindt. Zeg maar, waar u een “klik” mee hebt. Waardoor u zich dus niet meer zo ellendig eenzaam voelt op deze wrede wereld, getroost door “des Künstlers” sublimatie.
Maar aangezien we niet allemaal onze eigen kunstenaar mee naar huis kunnen nemen (er zijn er niet zoveel en verder zijn we nogal lastig in de omgang), schaffen we ons een gedachte van het desbetreffende slachtoffer aan en nemen dat mee naar huis. In de vorm van een beeld, een boek, een cd, een schilderij, noem maar op, duizenden mogelijkheden met miljoenen oplossingen. Alleen, die kunstuitingen zeggen allemaal hetzelfde. Namelijk: kijk, dit bent u.

Veel meer, veel echter dan die man/vrouw in die spiegel waarin u zichzelf denkt te herkennen 's morgens vroeg. Want die heeft u zelf bedacht. En wij kunstenaars bedenken u!

Acta est fabula! Plaudite!

 

Dinsdag, 21-02-2012

 

's Morgens bel ik Wia altijd even voor een troostgesprek als ze weer wakker wordt in dat grote, lege huis van haar kortgeleden overleden man. En gisteren was het voor het eerst dat er geen verdriet of ingehouden snik in haar stem mee klonk. Verheugend, ze krijgt heel langzamerhand weer een beetje vat op de situatie.

Maar in dat gesprek probeerde ik een term te bedenken voor dat, wat zij en ik gemeen hadden, de beleving van echte liefde voor een ander. Toen werd er opeens een prachtige uitspraak geboren. Ik zocht namelijk woorden voor iets wat uitsteeg boven de lichamelijkheid van de liefde. Opeens een inval: ik gaf het de benaming van “de intimiteit van de vertrouwelijkheid”.
Daar werden wij alle twee een beetje stil van. Verrukt en zélfs een beetje blij. We hebben het ook allebei opgeschreven om het niet te vergeten, ik meldde gelijk dat ik die term in mijn dagboek wilde gebruiken. Wat ze goed vond. Bij deze, dus.

De intimiteit van de vertrouwelijkheid, wat mooi. Al zeg ik het zelf.

Maar u mag dat ook gerust mooi vinden en zelf zeggen, want schoonheid is altijd voor niks.

 

 

 

 

Woensdag, 22-02-2017

 

We hebben één vaste waarde in ons leven: ons leven zelf. Dat is de liniaal waarlangs wij alles kunnen leggen. Of iets ons past of niet, wat we leuk vinden, wie we leuk vinden, alles wordt gemeten aan wat we al beleefd hebben. En ook: hoe bang we zijn. In het fantastische boek van Richard Bach: “Illusies: de avonturen van een onwillige messias” wordt voor die angst een wezenlijke sleutel aangereikt. Dat gaat over een meisje dat niet mee durft in een vliegtuig, waarop de piloot haar over die angst heen helpt door te vertellen, dat ze alleen maar bang is omdát ze al eens is gevallen. Pure zen, schitterend!
Alles zit verborgen in ons eigen verleden. Alleen nu komt het vervelende: dat verleden wordt steeds groter en verandert voortdurend. Is voor een baby een maand een twaalfde deel van dat leven, voor iemand die zo oud is als ik, is diezelfde maand slechts 1/816 deel van mijn bestaan. Peanuts! En dat geldt alleen maar deze maand, de volgende is al 1/817 deel. Die babymaand duurt dan ook 68 keer zo lang als de mijne.

Daarom verstrijkt de tijd ook steeds sneller hoe ouder u wordt. 1/12 deel van je leven of 1/816 deel, het is me nogal een verschil. Want uw leven blijft gewoon uw leven, zonder lengtemaat. Tijd is een uiterst subjectieve observatie, een belevingsgerelateerd verschijnsel, maar dat wist u reeds. Time flies when you're having fun.

En dat is werkelijk zo. Ook zijn er gemakkelijk verschillende situaties te schetsen waarin de tijd traag als een slak voortkruipt. Even geen “fun”, dus!

In veel, meestal erg ingewikkelde artikelen is er al heel veel zin en onzin over tijd geschre-ven. Gelukkig weet nog niemand er echt het fijne van, maar mijn al eerder gemelde oplos-sing is: tijd is als een rivier, u staat aan de oever, alleen stroomt de rivier niet maar u beweegt. Daar kan ik me wel in vinden, dat past ook in mijn beleving.
Maar gelukkig mag u er heel anders over denken, daar hadden we het ook al over gehad. Daarom kunnen we die levensliniaal als meetlat voor ons bestaan ook wel afschaffen, weer een vaste waarde ontkracht.

Maar waar moeten we ons leven dan aan afmeten? Dat doet me denken aan het volgende zen-vraagstuk (ook koan genoemd): hoe kun je altijd winnen met schaken? Het antwoord is even simpel als verwarrend: niet beginnen.

 

Donderdag, 23-02-2017

 

Door Jacques, mijn corrector, mij medegedeeld in een messengergesprek: “….de werking van het menselijk brein en de superioriteit die wij, mensen, ons brein toedichten, garanderen een reeks aan problemen, zowel voor het individu als voor het collectief. Van commune tot wereldtoneel.“
Waarop ik het niet kon nalaten om hem te vertellen dat ik dat soort toespraken meestal hou. Wat natuurlijk ook zo is. Volgens mijn hersenen dan, hè! En daar begint het gesodemieter al. Wie zegt wat en waarom, en dan ook nog wanneer en in welke context, soms word ik moe van het eigen gemaal in mijn hoofd.

De reactie van Jacques was (HOERA!) paradoxaal. “Overschat jij nu je eigen brein niet?”

(Hoera!), want daar ben ik gek op zoals u weet. Op paradoxen. Kan God een rots maken die hij niet kan tillen? (In dit geval schrijf ik, tegen mijn gewoonte in, God met een hoofdletter omdat ik de Christelijke God bedoel, diegene waarmee ik ben opgevoed).

Het antwoord op de breinoverschatting had natuurlijk iedereen die mij een beetje kent, kunnen verwachten; dat kwam dan ook, en is volkomen passend binnen mijn schijnbare arrogantie: "Nee, nooit, ik gebruik hooguit een percentagetje meer dan de gemiddelde mens en dat is nog maar erg weinig, ben stiknieuwsgierig naar wat ik eigenlijk nog meer kan. Ik onderschat het eerder." Einde quote.
Ik denk dat in een verre toekomst zich nog grote mogelijkheden zullen openbaren binnen onze verstandelijke vermogens. Een bepaalde vorm van mind-reading sluit ik helemaal niet uit, net zo min als telepathie. Ik heb al eens eerder verwezen naar de film Lucy waarin dit soort mogelijkheden prachtig worden vormgegeven. En niet ten onrechte, want het is een prachtige film. Heeft u hem al gezien? Doen als u in dit soort onderwerpen geïnteres-seerd bent.
We (Jacques en ik) kwamen hierop omdat ik een boekje aan het lezen ben, getiteld: horen met je neus van Thijs Hannaart, waarin bewezen wordt dat wij onze complete hersens gebruiken om onze zintuigen te duiden/verklaren, dus bijvoorbeeld de audiokwab ook voor je reuk. Als je hoort hoe knapperig het buitenkantje van de biefstuk wordt gebakken, smaakt ie duidelijk beter. En als diezelfde biefstuk groen lijkt (door belichting), lusten we dat heerlijke stukje vlees opeens niet meer. Dus ook de visuele kwab speelt zijn/haar deuntje mee. Een erg leuk, erg fascinerend boekje en vooral ideeën-bevestigend voor mij. Wat ik natuurlijk erg lekker vind. Ook mijn brein wil wel eens geaaid worden, desnoods door mezelf. Net als ik.
Maar dat dan wel weer het liefst door een ander. Met de Franse slag, natuurlijk.

 

Vrijdag, 24-02-2917

 

Gisteren bij Wia de meubels verzet. Banken op een andere plek (lekker in de zon), de tafel ergens anders, dingetjes verplaatsen. Enzovoort, enzoverder. Want als je je perceptie verandert, verander je ook je denkpatroon, je manier van kijken naar dingen.
Zo heb ik na het overlijden van Teja mijn hele interieur volkomen omgegooid. Want als ik naar onze bank keek, zag ik haar nog steeds zitten. Wat de pijn niet direct minder maakte. Ik koos daarom voor verandering van mijn huiskamerinrichting. Wat later de opening bood om het nog verder om te gooien naar atelier toen ik eenmaal besloten had mijn oude beroep weer op te pakken.
Ook zie je vaak dat mensen vrij snel na een dramatisch voorval gaan verhuizen om diezelfde perceptie een nieuwe invalshoek te geven. En net zo vaak komt het voor dat mensen juist bijna krampachtig de situatie handhaven zoals die was om de herinnering in stand te houden. Ook dat is uiteraard toegestaan. Eenieder vindt zijn/haar eigen manier om met ellende te dealen. Shit happens, hoe je er mee omgaat, bepaalt wie je bent.
Teja duikt momenteel wat vaker op in mijn hoofd omdat de datum van haar overlijden met rasse schreden nadert. En dan is het al weer drie jaar geleden. Er is veel gebeurd in die drie jaar, er zijn al weer heel wat schilderijen geboren, er zijn al bijna vijftigduizend kilometertjes onder de wielen van mijn autootje doorgegleden, zelf ben ik als een feniks uit de kunstenaars-as herrezen en ik heb nieuwe vrienden en nieuwe vijanden gemaakt. Zoals het een kunstenaar betaamt.
Ben zelfs al weer een keertje verliefd geworden zoals u weet, eigenlijk is het te veel om op te noemen. Wat ik dan ook maar niet ga doen. Maar zo'n overlijdensdatum is wel het tijdstip waarop je je realiseert, dat je als achterblijver volkomen machteloos bent als verdrietige zaken plaatsvinden. Dan zijn die drie jaren opeens totaal onbelangrijk geworden. En is het als de dag van gisteren dat het overlijden gewoon plaatsvond. Je stond er bij en keek er naar, volkomen verbijsterd.

Nog geheel onbewust van het gegeven dat drie jaar later die gebeurtenis in een dagboek beschreven zou worden. Beschreven... Door mij, nota bene! Diezelfde mij, die zijn hele leven al zei: ik kan er wel een boek over schrijven, en dat vervolgens nooit deed.

Want toen wist ik nog niet dat je een boek pas kan schrijven als het af is.

Het boek is af!

 

Zaterdag, 25-02-2017

 

De opmerking van Jacques van eergisteren over de werking en de schijnbare superioriteit van ons brein zet natuurlijk een complete trein in beweging in mijn hersens. Van bekend station naar bekend station razend, kom ik constant dingen tegen die ik dan toch weer op een andere manier kan beschouwen. Kijk, daar is een restauratie bijgebouwd, hé... dat stationnetje is er niet meer (kon zeker niet uit!), dag conducteur, moet u mijn kaartje nog zien? Want dat ik een kaartje voor deze overdrachtelijke trein heb, dat wil ik wel weten. Dan wil ik ook wel graag dat er een gaatje in geknipt wordt. (Dat deden ze vroeger, gaatjes in de van stevig karton gemaakte kaartjes knippen, daar kon je niet mee sjoemelen).
Die reis vind ik iedere keer weer spannend, gek genoeg. Voor al die zaken die ik dan onderweg tegenkom, kan je natuurlijk een maatschappelijk aspect in de plaats zetten. De bijgebouwde restauratie staat voor de bevolkingsgroei waar je je vraagtekens bij kan zetten, het verdwenen stationnetje staat natuurlijk voor het uit haar voegen gegroeide huidige economische systeem dat korte metten maakt met onnuttige restanten uit voorbije tijden, de conducteur belichaamt overduidelijk mijn gevoel voor rechtvaardig-heid. Die kartonnen kaartjes zijn overduidelijk symbolen voor het zo menselijke gevoel van nostalgie en zo is die reis iedere keer weer spannend, of maak ik hem spannend.
Zelfs de fouten en foutjes die de corrector dan uit mijn teksten haalt, geven mij weer aanleiding om te beschouwen. Zoals daar zijn: tja, een mens is nooit uitgeleerd, of: Nederlands is een zeer moeilijke taal (altijd weer een mooi excuus).
Ook: je kunt blijkbaar je roeping volgen door teksten te corrigeren, wat geweldig! en natuurlijk: waarom moet ik zo nodig een dagboek schrijven... Ik bedoel maar.

Waarbij Jacques natuurlijk een van die medereizigers in mijn trein is die garant staat voor een goed gesprek, af en toe. Of om samen, beschouwend, naar buiten te kunnen gaan zitten loeren. Zonder mijn overige medereizigers te kort te doen, uiteraard. Het genoegen dat ik beleef aan de Belg Rik, als medepassagier met een ongrijpbaar vak, moet zeker ook vermeld.
Waarmee ik maar wil zeggen dat mijn spannendste leven niet het leven van buiten mijn deur is. Wat er in mijn hoofd gebeurt, dat is het ware avontuur. En als ik dement mocht worden, per ongeluk of door een andere oorzaak, wil iemand dan even het laatste gaatje in mijn treinkaartje knippen? Want zielloos door het leven gaan zonder deze reizen… nee, dat moet maar niet.
Vegeteren op het bestaan is aan mij niet besteed. Strijdend ten onder, groots en meeslepend, struikelend over kunnen denken over denken, al filosoferend sneuvelen op het slagveld der logica, dat is je ware!

 

Zondag, 26-02-2017

 

Het is een vervelende tijd momenteel. Politici van allerlei pluimage buitelen over elkaar heen in belachelijke pogingen stemmen voor zichzelf, of voor hun partij te winnen. Politiek is verworden tot een spelletje van twijfelachtig niveau, het is weer eens verkiezingstijd. Het was toch al nooit zo verheffend, daar in Den Haag.
Populisten aan de ene kant, pragmatici aan de andere, kapitalisten altijd aan de verkeerde kant (ja, ja, een heus waarde-oordeel!) en de “echte politici”, de idealisten, mogen als gebruikelijk in de marge een beetje meespelen.
Want idealen zijn lastig voor diegenen die ze hebben, maar nog veel lastiger voor hen die er niet in geloven. Idealen zijn niet berekenbaar, niet meetbaar en spelen zich af in een toekomst die nog niemand kent. Ergerlijk, op z'n minst. Want gedreven door die idealen zijn de bezitters ervan altijd behoorlijk fanatiek, tot bezeten aan toe. Niet aanspreekbaar, niet benaderbaar voor compromissen: idealen kunnen niet schipperen. Die zijn wat ze zijn en worden nooit echt werkelijkheid.
Want eenmaal een ideaal tot werkelijkheid getransformeerd, blijft er niets anders van over dan een pragmatisch luchtballonnetje. Waaruit dan weer nieuwe idealen geboren worden, natuurlijk, dat wel.
You may say that I'm a dreamer, but I'm not the only one.


Toch hebben die idealisten meer macht dan ze meestal denken, ze houden de anderen scherp, uit angst dat ze hun zetels zullen kwijtraken aan die fanatieke ettertjes. Want diep in hun hart weten zelfs de meest verstokte pragmatici en de meest vunzige kapitalisten dat die mensen met een wezenlijke visie op de toekomst, dat ideaalbeeld voor later, eigenlijk heel erg gelijk hebben.

Het nooit zullen krijgen, okay, maar dat is juist het loon der dapperheid, want zo kunnen die toch wel een beetje onhandige dromers mooi zichzelf blijven.
Idealisme sterft nooit uit.

Veritas temporis filia. (De waarheid is de dochter van de tijd)

 

Maandag, 27-02-2017

 

Eergisteren (zaterdag) maar weer eens in mijn hobby gedoken: koken! Want net als een goed schilderij moet eigenlijk ook een maaltijd voldoen aan een aantal eisen. Dan laat ik de presentatie nog maar even buiten beschouwing, dat past weer meer bij mijn kunstbeleving. Maar juist de smaken moeten hun werk doen in een goed gerecht.
Ook daar zijn mooie dingen te ontdekken. Zoals: een snufje zout laat een zoet gerecht zoeter smaken. De leer der tegenstellingen laat zich ook in de culinaire wereld gelden! Een hartig krokantje past uitstekend bij een fruitgerecht, een halve perzik uit blik (op zware siroop! Mjumm...) is verrukkelijk op een plak stevig gekruide warme rollade. Een beetje van die bliksiroop (ook goed warm gemaakt en met een beetje sambal erin) eroverheen, je weet niet wat je proeft.
Nu heb ik daar kortgeleden al eens over geschreven, over hoe eigenlijk je hele beleving door alle delen van je hersens beïnvloed wordt (ruiken met je ogen, zien met je neus) en nu bekruipt mij constant het gevoel dat daar meer in te ontdekken valt. Dat het grotere plaatje wel eens meer overeenkomsten dan verschillen zou kunnen opleveren. Kun je een schilderij dan ook ruiken, een muziekstuk zien?

Die laatste vraag kan ik moeiteloos bevestigend beantwoorden.

Bij mij erg aansprekende muziek krijg ik wezenlijk beelden, zo duidelijk dat ik er zelfs schilderijen van kan maken, als ik dat zou willen. Wij kennen, bewust of onbewust, alle-maal ons eigen Arcadië, dat wij moeiteloos kunnen projecteren op allerlei soorten bele-venissen. En niet in het minst op de belangrijkste belevenis die een mens kent: zijn overlijden. Dan noemen de christenen dat Arcadië de hemel, de indianen spreken in dat geval van de eeuwige jachtvelden en voor een moslim-martelaar wachten zeventig maagden in het paradijs om hem te belonen voor zijn vrome leven. En de hindoes hebben hun eigen grote rivier, de Ganges, die zich al geestreinigend oceaanwaarts spoedt. Wat moslimvrouwen wacht in hun hemel, gelegen tussen de Eufraat en de Tigris, daarover is geen expliciete duidelijkheid, maar het lijkt erop dat zij genoegen moeten nemen met het Paradijs zelf. Het land van melk en honing, stroomafwaarts bij de Grote Rivier. De symboliek moge duidelijk zijn. Niet? Jawel toch! Zij zijn het paradijs zelf. En dat past dan weer wonderwel binnen mijn overtuiging voor wat de verlichting betreft als het over vrouwen gaat. Dat vrouwen niet verlicht kunnen worden.

Al die vrouwen verontwaardigd: waarom niet? Omdat zij de verlichting zelve zijn. Maar ze hebben het wel een beetje weggestopt vanwege de eisen van tweeduizend jaar mannelijk chauvinistisch denken. Beetje vergeten, sorry! Kom vrouwen, het ligt in jullie handen. Kom in opstand. Doe es wat!

 

Dinsdag, 28-02-2017

 

Gelukkig... de carnavalsfeesten zijn alweer over hun hoogtepunt heen, de vrouwtjes weer alcoholisch bevrucht, en morgen, woensdag, nog even het verplichte haringhappen. Wat overigens, afgezien van de verplichting, wel erg lekker is, na een paar dagen zwaar gezopen te hebben. Voor die haringen wel eerst nog even het askruisje ophalen, als boetedoening voor alles wat men het afgelopen jaar allemaal fout heeft gedaan, en voort kan “het Zuien” weer met de te grote stallen, wietkwekerijen, drugslaboratoria en nog veel meer wat hun god allemaal verboden heeft. Maar zij toch lustig beoefenen. Want volgend jaar toch weer opnieuw een carnaval?
Waar de xenofobie voor Nederlandse begrippen ongekend hoog is, en alles wat anders is in die zuidelijke provincies met de nek aangekeken wordt, hebben ze niet eens door dat hun eigen ritueel van vasten en carnavallen wel merkwaardig veel overeenkomsten vertoont met Ramadan en Suikerfeest. En dat het bevruchten der vrouwtjes bijna een noodzakelijkheid is na een maand onthouding (dat geldt vooral voor Moslims, de Katholieken beoefenen een veel meer afgezwakte versie daarvan).
Die Middellandse-Zee-religies hebben overigens veel meer met elkaar gemeen dan je zou vermoeden op basis van hun wederzijdse haat. Omdat ze eigenlijk allemaal in hetzelfde verhaal geloven en dezelfde god aanbidden, maar met een andere interpretatie van het, door hun profeten geschreven, goddelijke woord. Wat overigens merkwaardig veel overeenkomt, onderling. Maar ja, voordat ze dat allemaal inzien... het zal mijn tijd wel duren.

Verdiep u er maar eens in. Niet schrikken, is mijn goede raad.

Dan ben ik eigenlijk alleen nog maar benieuwd hoe ze t.z.t. het door mij geschreven woord zullen duiden.
Wel moet ik nog even kwijt dat ik, ten tijde van mijn studie in Breda aan de Kunstacademie St. Joost, mij tijdens carnaval verschanste in huis met mondvoorraad voor een vijftal dagen. Dat ik gewoon een nuchtere Groninger kon blijven.

Even lekker generaliseren: Groninger tussen de Brabanders, ik geef u op een briefje, het werkt niet. Vandaar dat ik na mijn tweede carnaval terug naar het hoge Noorden ben gevlucht. Ik kon het niet langer aanzien. Academie of geen academie!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MAART

 

Woensdag, 29-02 en 01-03

 

NUTS!

 

Voor alle mensen die op de 29ste februari jarig zijn, toch gefeliciteerd. Jullie kunnen het ook niet helpen dat er geen betere verdeling is gemaakt, ooit een keer. Het blijft mensenwerk. Wat jullie betreft, hadden we beter een vierjaarlijkse cyclus kunnen maken van 1461 dagen. Hoe oud ben je dan als je 1 jaar bent? Da's simpel.... cyc 1/365 en gewoon doortellen tot je vier bent. (cyc 1/1461) Daarna komt cyc 2/0001.

Om het te begrijpen, hier de uitleg voor de cijferneukers: dan was ik nu cyc 17/302. Mijn complete datum met geboortejaar er bij (2-5-1948) zou dan 1948 gedeeld door 4, dat wordt 487 plus de overige gegevens. Dus: cyc 487/0/17/302. Was het per ongeluk 1949 geworden, dan was het eerste deel cyc 487/1/**/*** geworden. Even om het duidelijk te maken! Niet proberen het te vatten als u geen rekenaar bent, gewoon doorlezen. Ik bedenk het waar je bij staat, eerlijk waar! We zijn dan allemaal schrikkelkinderen geworden, krijgen dan één keer in de vier jaar een prachtig cadeau, zo eentje waar je echt wat aan hebt. Dat begrijpt ook een niet-rekenaar uitstekend.

Niet van die flutdingen waar ze maar een jaartje voor hebben kunnen sparen, nee, iets heel moois.

Er moet natuurlijk ook een algemene jaartelling komen voor op de kalenders. Het jaar 2000 was ook geen millennium geweest maar gewoon cyc 500. Vandaag is het dan cyc 504/426. Nooit meer een 29ste februari, nooit meer een schrikkelkind. En ook weg met die verwarrende 0 voor het eerste jaar dat je leeft. Handig hoor. Hoef je maar één keer in de vier jaar je voorste cijfers aan te passen. Iedereen weet gelijk hoe oud je bent. (ik voorzie hier wel wat moeilijkheden met het vrouwenfront!) De Aardse omwentelingen tellen we dan gewoon weer, net als in de goedkope meisjes-romannetjes, in lentes. Of winters, wat u wilt!

Lastig? Welnee, eenmaal ingevoerd duurt het maar twintig of dertig lentes (vijf of zeven cycs) en men weet niet beter. Allemaal heel handig, heel fijn voor die schrikkelkinderen, geen frustraties voor hen en weg met de vele soorten bijgeloof, die op data zijn geënt. Maar wel een beetje lastig voor de verjaardagskalenders. Dan hangt er zo'n enorm papier op je plee met 1461 dagen.

Daar gaat het hele mooie plan natuurlijk de prullenbak in, daar zal het vast op afketsen. Wat een onmogelijk grote verjaardagskalender. Niet te doen. Weer iets geniaals in de kiem gesmoord, het drama van het geschifte kind.

Misschien een titel voor een boek?

 

Donderdag, 02-03-2017

 

Afgelopen weekend de geniale vuilspuiterij van Youp van 't Hek gelezen. Die heeft een column in een krant, de NRC genaamd. De Nieuwe Rotterdamsche Courant. Die naam alleen al! Wat was de vroegere Nederlandsche taal toch mooi vergeleken met het hedendaagse Nederlands. Net als een oude auto. Vreselijk stinken, een dweil op de weg, ontzettend slecht voor het milieu, maar o, wat waren ze schitterend om te zien. Er gaat voor mij dan ook niets boven een Traction Avant of een DS19.

Maar terug naar de lelijke nieuwe spelling: niks pannenkoek, niks hondenhok, gewoon 1 koek voor 1 pan en 1 hond in 1 hok, pannekoek en hondehok! Die Duitsers hebben het goed begrepen: gewoon Pfannkuchen.

Een heel luxe Pfannkuchen: Kaiserschmarrn, een Oostenrijkse uitvinding. Proberen, heerlijk! Beetje poedersuiker erover, wat gestoofde pruimen, jammie!

Taalvernieuwing om de taalvernieuwing zelve, dat typeert die laatste taalingreep. De piepeltjes die daar normaal voor zorgen, voor die taalvernieuwing, waren gewoon bang werkeloos te worden, en hebben zichzelf ijlings een nieuwe taak gegeven. Dat is daarnaast ook nog eens erg leuk voor drukkerijen en toeleveringsbedrijven die zich bezighouden met het gedrukte woord. Een nieuw woordenboek levert heel wat banen op, immers.

Een grote omwenteling moest en zou er komen, vanaf nu mogen er 2 honden in 1 hok, potverdorie. En meer koeken in het pannetje, of ze er nu in passen of niet. Dat doet er niet toe. Maar daar hadden we toch al een naam voor? Drie-in-de-pan, jawel. Die ook nog eens een beetje bakkunst vereisen. Die, met wat heerlijke, in rum gewelde, rozijnen erin, een niet te versmaden lekkernij vormen. Bijna zo lekker als die schmarrn-snoeperij van Kaiser Franz Joseph de Eerste.

Zelf heb ik er ook nog wel eens uitgebakken reepjes ontbijtspek met stroop bij geserveerd, ook niet verkeerd!

Maar nu weer terug naar het begin van dit stukje: Youp van 't Hek, onze nog lang niet ergste cabaretier.

Van links tot rechts, van arm tot rijk, van uiterst dom tot geniaal, eenieder krijgt van deze etterbak een verbale veeg uit de pan, zijn eigen bekakte hockeyafkomst moet het, gelukkig, het ergst bezuren. Zoals ik voor mijn eigen armoedige-volksbuurt-afkomst het strengst ben, dat is niet te vermijden.

Want uit je eigen milieu ontsnappen is niet iedereen gegeven, maakt niet uit welke kant op. Dat vereist doorzettingsvermogen en een enorme portie geduld. Voer voor psychiaters. En/of therapeuten.

Of taalhervormers, want die mogen zich gaan buigen over de prangende vraag: is zo'n opmerking van Youp nu een pannenveeg of een panneveeg, komt zoiets nu uit een vegenpan of een veegpan? De afkomst zal het gaan bepalen, de toekomst zal het leren: keuken of werkkamer, daarin zal het 'm zitten. Persoonlijk hou ik het 't liefst op een Youpveeg, want zoals hij, daarvan is er maar eentje. Gelukkig maar. Want voor je het weet wordt zoiets een Yuppenveeg.

 

Vrijdag, 03-03-2017

 

Vanavond reis ik af naar het Belgische. Lang weekend bij Rik en zijn vrouw, gezellig. Maandag ben ik er weer. Hun kinderen zijn elders, min of meer, om zodoende plaats te maken voor het bezoek uit het hoge Noorden. Het hondje Pantu naar haar vaste logeer-adres, die mensen zijn dol op haar. Zo dol dat ik me geen zorgen hoef te maken of ze wel goed terecht komt, mocht mij iets overkomen. En anders is buuv er ook nog, die vangt met alle liefde Pantu op in geval van nood. Het is dan ook een schat van een hondje, eerlijk waar. Waar ik ook goed mee scoor bij de vrouwen.

Niet dat ik daar vervolgens ook iets mee doe, dat is weer een ander hoofdstuk. Maar ze vinden Toetje (dat is haar roepnaam) zonder uitzondering adorabel!

Vanmiddag eerst nog even een paar haringen bij de beste viskraam van Groningen opha-len, in een plastic box met een diepvrieselement blijven die wel een paar uurtjes goed. Ik zal ze bij die kraam vertellen dat het voor de export is. Dan zit ik wel om half zes in de auto, royaal op tijd om omstreeks tienen daar aan te komen. Onderweg nog even een koffie en een foute hap, is Alex ook weer tevreden.

Rik vroeg al of hij de whiskey klaar moest zetten, hij kent mijn zwakke plek. Maar die straffe borrel bewaar ik toch echt voor mijn sterfbed, mocht ik er dan nog aan denken. Met een forse slok Glenfiddich het hoekje om gaan, dat is toch wel een mooi perspectief! En vanuit mijn ongelovige vooringenomenheid heb ik ook al een graftekst voor mij bedacht (mag ook op de urn of op de kartonnen crematiekoker staan), die luidt als volgt:

bericht uit het hiernamaals, er is geen hiernamaals”.

Want paradoxen, daar ben ik immers gek op. Die leven eeuwig. Zij wel!

 

Zaterdag en Zondag: In België

 

Maandag, 06-03-2017

 

Zondagavond teruggekeerd uit het Belse Buitenland na een leuk weekend tussen de Bourgondiërs. Waarin mijn woordenschat wederom is verrijkt met een aantal zeer fraaie uitdrukkingen waarvan ik u de mooiste niet wil onthouden: poepeloere-zat! We zullen het niet hebben over de omstandigheden die geleid hebben tot het gebruik van dit mooie woord, maar het betekent, zoals u ongetwijfeld zal hebben begrepen: ladder-, maar dan ook werkelijk ladderzat. Zoals een Vlaming dat dan zo melodieus zegt, daar kan geen mooi klassiek muziekstukje tegen op!

Ook nog een mooi woord: pensding! Nee, niet een pensding maar gewoon: pensding. Een soort bloedworst zonder velletje. Wel net als in Nederland gegeten met appel, maar toen ik de rodekool voorstelde voor erbij, zoals we in Nederland ook wel doen met bloedworst, werd ik toch wel weer vreemd aangekeken. Het zwarte brood kennen ze wel, roggebrood dus.

Ik had beloofd wat lekkers mee terug te nemen voor de oppas van Pantu, dat heeft nog het nodige denkwerk én de nodige moeite gekost. Het werden uiteindelijk bonbons van Leonidas in een mooi doosje, mij bezworen de beste te zijn. Maar op de terugreis bij de Nederlandse grens kwam ik erachter dat ik die bij Rik in de koelkast had laten liggen, samen met een portie witlofsalade en een stuk tortillataart, dus ik weer terug. Bereisde bonbons, zullen we maar zeggen. Alhoewel ik degene was die moest reizen, niet de bonbons. Verkeerd geformuleerd.

Al met al was het erg mooi en gezellig in Koersel, wat wandelingetjes gemaakt tussen de buien door. Dat wandelen eindigde, uiteraard, net als alle vorige keren, onveranderlijk aan een tafeltje met iets lekkers, drinkbaar /of eetbaar.

Als afscheid hadden we een brunch (goh!) gepland in een oude mijn, waarvan wij vergeten hebben foto's te maken. Van de brunch, niet de mijn. Want, zoals al eerder gemeld, dat doen ze echt allemaal. Overal zie je die maffe zuiderburen van ons de welgedekte tafel vereeuwigen, om die daarna te versturen naar Jan & Alleman op het net zodat heel België weet: hier kun je goed eten. Want eenmaal Bourgondiër, altijd Bourgondiër. Dat zult u mij nog vaak horen zeggen, dat beloof ik u.

Teveel om op te noemen in zo'n weekend, maar tevreden terug gekeerd, Pantu weer dolblij en ik kan haar altijd terugbrengen, werd mij bezworen. Als ik nog eens een weekend weg wil, geen probleem. Toch willen we de volgende keer proberen haar mee te nemen, gezien de positieve sociale ontwikkeling van Toetje. Dat zou de Belgische Vrouw des Huizes helemaal te gek vinden, want die is ook helemaal gek van hondjes. Alleen is dan het risico wat groter, het zal maar niet lukken. Dan zit je het hele weekend opgescheept met drie onwillige honden en ik verzeker u, bonbons of niet, dan wil je graag weer terug.

Want u kent het spreekwoord: met onwillige honden is het slecht hazen vangen. Die je dan vervolgens ook al niet ter tafel kan brengen. En dat vinden ze daar in België, zoals nu toch wel duidelijk bewezen, een duidelijk minpunt. Allez, hè…

 

Dinsdag, 07-03-2017

 

Gisteren maar weer even alles gewoon, na het logeerweekend. Gewoon de pitbull aftanken (zo noem ik mijn Nissan Acenta 100pk altijd) en dat viel nog best mee, want ik had een redelijke wind in de rug gehad. Dat scheelt toch gauw een vijftal euro’s bij zo'n licht autootje. Daarna de reisrommeltjes weer een beetje opruimen, gewoon even met Wia bellen hoe het gegaan was dit weekend, met haar naar Appie. Ook gewoon.

Zij was overigens heel erg moe, ze heeft een controlfreak-karakter en kan eigenlijk niets uit handen geven. Als er dan iets mis gaat met bijvoorbeeld haar laptop, is ze al heel snel diezelfde controle kwijt omdat ze eigenlijk een digibeet is. Ze weet hoe ze mailtjes moet schrijven en haar bankzaken moet behartigen, een document printen gaat ook nog net, maar veel ingewikkelder moet het niet worden.

Maar goed, ze is ook 84, 85, je zou ze de kost moeten geven, die op die leeftijd nog nooit een computer van dichtbij hebben gezien. Zo slecht is dat dan ook allemaal niet. Maar ja, één keertje een vastloper en de paniek slaat toe. Gelukkig belt ze mij tegenwoordig eerst, voordat ze op de toetsen gaat lopen beuken, want dat deed ze vroeger altijd in haar wanhoop. Waardoor er vaak nog veel meer schade werd aangericht. Dat geram op de tere toetsjes heb ik haar tenminste al afgeleerd, het Alex eerst bellen aangeleerd.

Meestal krijg ik vrij snel het apparaat wel aan de praat, kan ze weer mailen, patience spelen en haar bankzaken regelen. En is ze weer gelukkig.

Wel kan je het soms met al dat gepruts vreselijk druk hebben. Zo druk, dat je er opeens achter komt dat de afwas nog op het aanrecht staat omdat je achter de televisie in slaap gevallen bent. Terwijl je het gevoel hebt dat er de hele dag niets fatsoenlijks uit je handen is gekomen. Wat dan ook zo is. Wat je ook nog eens allemaal in je dagboek moet vermel-den. Dat dát in ieder geval wel gelukt is, leest u nu. Daar is alleen niets gewoons aan.

 

Woensdag, 08-03-2017

 

Grauwe, grijze dag geweest, gisteren. Weinig inspirerend. Zelfs de vogels hielden zich gedeisd, een vroege merel probeerde het nog, maar ook dat stelde weinig voor. Het knapte in de middag nog wel een klein beetje op, echt veel werd het toch niet. Verder bleek dat ik deze winter veel meer energie heb gebruikt dan de vorige, veel zachtere winter, volgens het bericht dat ik van mijn leverancier gekregen heb. Het zal in dat opzicht dan ook niet echt helpen dat ik mezelf gedwongen heb 's avonds wat later op te blijven, gewend als ik was om tien uur, half elf naar bed te gaan, toen Teja nog leefde. Dan werd om negen uur de thermostaat al lager gezet. Daar was ze heel kien op, ik duidelijk veel minder. Nu gaat pas om 12 uur, half 1 dat ding naar beneden.

Gelukkig kan ik mijn voorschot aanpassen, zodat ik straks niet een paar honderd euro's moet bijbetalen. Want dat soort klappen kan ik nu niet meer opvangen zonder in problemen te komen. Dan toch maar weer wat vroeger naar bed? Ach, het voorjaar komt eraan, straks weer een hele zomer zonder gasverbruik, behalve voor de douche. Dat zal het wel weer een beetje compenseren. En douchen doe ik niet dagelijks. Behalve dat het ongezond is, als je het tenminste altijd met shampoo en/of zeep doet, is het ook nog eens erg duur. Beetje poedelen bij de wasbak, kop en kont, oude tijden herleven met washandjes en stukken zeep.

Kan me nog herinneren hoe we de restantstukjes zeep vroeger in een soort klopper deden om daar een sopje voor de afwas mee te maken. Gelukkig was de zeep toentertijd nauwelijks gearomatiseerd, zodat de borden en kopjes maar weinig geur meekregen.

Toch hoef ik er nauwelijks mijn best voor te doen om dat soort geuren weer omhoog te halen. Zoals meer zaken uit mijn vroege jeugd. Vreemd dat, als je ouder wordt, die zaken juist weer steeds helderder worden. Ik kan straffeloos de hits van de Beatles reproduceren, zit in de auto luidkeels mee te galmen met “Love me do” en bij veel nummers ga ik automatisch het volgende nummer van de vroegere elpee inzetten. Misschien zijn daarom verzamelalbums ook nooit zo in trek als de originele platen.

Je weet gewoon wat er komt bij het originele album. Heerlijk.

Gelukkig schijnen, zelfs als je gaat dementeren (waarvan ik hoop dat mij dat nooit overkomt), de oudste herinneringen nooit te verdwijnen. Maar alle tussenliggende onzin, dat stuk dat wij de volwassenheid noemen, schijnt volledig de geestelijke mist in te gaan. We reizen gewoon de andere kant weer op om als laatste actie te verdwijnen via as, vuur of verrotting in de moederschoot. Van moeder Aarde dan, hè! Waar wij oorspronkelijk immers ook uitkwamen.

Via een mensenvrouwtje als tussenstation, dat wel. In werking gezet door een mensenmannetje, dat ook. Met welk werkje wij, uit de boom gevallen aapjes, ons hele leven bezig blijven, zo sterk is Moeder Natuur. Mede daarom kan ik nog steeds, ondanks luddevedut, ondanks sterfgevallen, ondanks scheidingen met veel genoegen kijken naar zo'n tussenstation, vooral als het fraai gebouwd is. Natura omnia vincit, dat hoef ik voor u vast niet te vertalen. En natura artis magistra, mijn tweede god, bepaald niet een mindere, vast ook niet. Weet u dan toch niet wat ik bedoel, dan is daar het internet waar alle herinneringen van de hele mensheid momenteel verzameld worden. Totdat de gehele mensheid gaat dementeren, natuurlijk, dan is er geen houden meer aan en verdwijnen wij gezamenlijk naar het begin van ons. Jawel, hup, het paradijs in. Van die ene beruchte appel van die ene beruchte boom, daar maken we moes van. Want die heeft ene Eva echt niet geplukt, die is gewoon gevallen. Precies op Adams hoofd. Daar kreeg diezelfde Adam een lumineus idee door, dat later door ene Isaac Newton is gekopieerd. Over de zwaartekracht, jawel. Die uiteindelijk altijd wint.

 

Donderdag, 09-03-2017

 

Het schoonste plekje in onze huizen is toch ongetwijfeld te vinden in onze wc. Het toilet, ja, ook goed. De plee! Mag ook! Dat is even afgezien van de plek die HKK (het kleinste kamertje) heeft in onze flats /of appartementen tegenwoordig. Namelijk er middenin. Uiterst onhygiënisch maar noodzakelijk vanwege de kosten. Vroeger stond de kakdoos gewoon in de tuin, desnoods op het stadsbalkon(netje), maar ja, dat was natuurlijk ook omdat er toen nog geen spoeling voor was. En de ton opgehaald werd door de strontkar. Waarop ze in leukere tijden de ongelovigen en de afvalligen door het dorp reden.

Toch is daar, op die kakdoos, het schoonste plekje te vinden van uw huis. Achter uw rol toiletpapier. Tenminste, als u die ophangt aan de muur. Anders mag u niet meedoen met deze stelling. Meermalen per dag wordt uw rolletje een beetje verder afgewikkeld ( al helemaal als u met meerdere personen in uw huis woont) en elke keer schuurt die rol even licht over uw toch al goed gepoetste tegeltjes. Daardoor glimt uw tegeltje precies op dat plekje van genoegen. Brandschoon! Wat een mens al niet bedenkt als hij 's morgens, als eerste heldendaad van die dag, plaatsneemt op zijn persoonlijke aansluiting op het riool.

Over die rol wc-papier: vroeger gebruikten wij als papier de krant. Het liefst de goedkope, gratis exemplaren. Hier in Groningen vervulde “De Gezinsbode” die eerzame functie. Tot de dag van vandaag kan ik een krant uiterst effectief in lange repen scheuren. Tot mijn tiende verjaardag was dat dan ook een van mijn taken in ons veel te drukke gezin.

Tot mijn tiende, omdat wij toen gingen verhuizen naar een flat, drie hoog. Met een echte wc en een lavet om in te badderen. Wat heel af en toe mocht, want dat kostte natuurlijk klauwen vol geld. Wat er niet was, in mijn jeugd. Maar wel vanaf dat moment, hosanna, het pleepapier. Wat volgens Wikipedia meestal single layer was, double of zelfs triple als je rijk was, af en toe bedrukt met bloemetjes, heel soms met een boodschap (nee, niet de grote bood-schap) of een foto. Bekend zijn daardoor geworden: Osama Bin Laden, George W. Bush en niet te vergeten ons aller Adolf Hitler. Sinds kort ook nog ene Trump. Met welke figuren wij daardoor geacht werden onze reet af te vegen en later door de plee te spoelen. De bood-schap was duidelijk!

U mag in deze verkiezingstijd invullen wie u zelf graag op uw rol afgebeeld wil zien. Om die vervolgens te verzuipen nadat-ie zijn werk gedaan heeft. Dan is uw wc pas echt het schoonste plekje op aarde.

 

Vrijdag, 10-03-2017

 

Nog tien dagen en dan is het al weer drie jaar geleden dat Teja overleed. Er is een hoop gebeurd in die drie jaar. Na de eerste paar maanden waarin ik echt niemand hoefde te zien, de meeste tijd in de auto en onderweg naar nergens heb doorgebracht, is het me toch gelukt de draad van mijn leven, het leven voor Teja, weer op te pakken.

Nu, alweer een stuk of tien schilderijen verder, een compleet heringericht huis én leven, een nieuwe hond – waar ik inmiddels een hechte band mee heb – kan ik met een gerust hart en zonder arrogant te zijn, zeggen, dat ik het goed heb aangepakt.

Het huis verloedert niet, ik verloeder niet, heb een nieuwe kennissenkring (nou ja, kringetje), de zaken goed op de rails.

Hou de medicijnen goed bij, heb ze in die drie jaar maar twee keer vergeten, en mijn conditie verbetert stukje bij beetje. Zoals het vroeger was, wordt het toch nooit meer, daarvan ben ik inmiddels ruimschoots overtuigd. De magnoliastruik in de tuin staat bijna in bloei, die is voor eeuwig gekoppeld aan Teja's sterfdatum. Op diezelfde dag ging toen de eerste bloem open en nu is het gewoon elke keer een beetje spannend. Lukt het de twintigste maart deze keer wel? We zullen zien, u hoort het ongetwijfeld van mij.

Deze afgelopen dag was er eentje van mantelzorg (voor Wia) en een nieuwe pan kippensoep, getrokken van supermarktdrumsticks. Ook een beetje schilderen aan de nieuwe “chatte civilisée de Montpellier”, mijn eigen bewerking van “l'Origine du Monde”. Waaraan ik inmiddels weer ben begonnen na het overschilderen van de vorige. U weet dat vast nog wel; na de treurige afloop van de verliefdheid op de kleine Française. Ze duikt nog regelmatig op in mijn hoofd, het hart is inmiddels al wat gekalmeerd en de hormonen weer op oude-mannenniveau. En mijn zelfvertrouwen weer tot een fatsoenlijke hoogte gestegen.

Daarom kan ik er wel weer tegen, zo langzamerhand.

De weerberichten zijn gunstig, de zon komt er aan, de temperaturen stijgen, veel vogels zijn alweer terug, om kort te gaan.... let's do it, let's live another year.

 

Zaterdag, 11-03-2017

 

Het was druk, gisteren, om de Hoornseplas. Tot 1 april mogen we daar nog wandelen met de honden en vrijdag was het schitterend weer, volop enthousiaste huisdieren derhalve. En baasjes.

Veel pret, Pantu duikt spontaan, met of zonder bal, het water in, kou lijkt dat beestje niet te deren. In ieder geval vindt ze het niet onprettig, denk ik maar, anders zou ze het uit zichzelf niet doen. Ons vorige hondje kreeg je alleen hartje zomer het water in, en dan ook nog met behulp van een bal die ze dan moest apporteren. Maar Pantu heeft, naast Jack Russellbloed ook fries bloed (stabij), dan weet je het wel. Want behalve aan Jägermeister en Beerenburg zijn Friezen ook nog eens massaal verslaafd aan water, het liefst in bevroren vorm. Al is de bezeilbare vorm ook zeer gewild.

Mensen die het stugge Friese nationalisme niet zo goed kunnen waarderen, stellen dan ook regelmatig voor de hele provincie maar onder water te zetten. Dan kunnen ze pas zeilen.... en 's winters schlittschuh laufen. Want dat kun je wel aan ze overlaten. Het heeft dan ook al vele kampioenen opgeleverd.

Ik ga hier nu niet die zin neerzetten, waarvan elke Fries oprecht hoopt dat ik hem zeg, de zin die moet bewijzen dat je een echte Fries bent. Ik doe het niet! Nee, echt niet! Maar ik weet zeker dat elke Fries die zin nu al in het hoofd heeft, dan wel hem al luidkeels heeft gedeclameerd. Verder!

Ook beroemd, het Friese stamboekvee. De zwart-witten die je overal op de wereld ziet, zeg maar. Maar wat de meeste mensen niet weten, is dat eigenlijk het roodbonte vee het authentieke Friese rund is. Daar schijnen er alleen niet zo veel meer van over te zijn.

Maar wat de Friezen vooral niet kunnen hebben, is het feit, dat de Groningse paarden beroemder zijn dan de Friese. Friesland-Groningen, dat is een strijd die al eeuwen heerst, vroeger al tussen de grensdorpen, vooral als de meisjes zich aangetrokken voelden tot een jongeman van de andere provincie (het groene gras aan de and’re kant van de heuvel), maar ook de belangrijkheid van de provinciale hoofdsteden was een goede reden om veelvuldig met elkaar de degens te kruisen. Wat Groningen onveranderlijk heeft gewonnen. Maar het aller-, aller-, allerbelangrijkste is tegenwoordig toch wel het voetbal. FC Groningen tegen Heerenveen, de moeder van alle oorlogen. Clubemblemen worden van elkaar geroofd (om later goedmoedig weer aan elkaar terug gegeven te worden), dingen worden blauw-wit dan wel groen-wit geverfd (van de tegenstander, hè) en nog veel meer ludieke acties die de respectievelijke supportersides kunnen bedenken, kun je in die tweestrijd verwachten. Gek genoeg wordt die oorlog nooit met de voetbalclub van de hoofdstad van Friesland gevoerd: de Leeuwarder SC.

Cambuur, zo heet die club, vervult slechts een bescheiden rol in de Nederlandse compe-titie, de Friese trots moet vooral gedragen worden door het Haagje van de Friezen, het al genoemde Heerenveen. Dat doet toch wel zeer in Leeuwarden.

Maar het wereldberoemdste sportgebeuren van de Friezen is toch wel de Elfstedentocht, een lange schaatstocht langs elf steden (de naam zegt het al), verspreid over de provincie. Die wordt gelukkig dit jaar niet meer gehouden. Gelukkig voor mij, want ik hou op deze leeftijd niet meer zo van kou, maar oprecht jammer voor de schaatsers. Maar ja, die zullen toch wel niet zo vaak meer aan de bak komen, zolang de mensheid zijn CO de lucht in blijft pompen. Want dan is straks niet alleen heel Friesland onder water gezet, ben ik bang. 't Kan Friezen, 't kan dooien. (ja, ja, ik weet het!)

 

Zondag, 12-03-2017

 

Gisteren naar een lezing van de Partij van de Dieren geweest. Titel: idealisme is het nieuwe realisme. Waar ook Esther Ouwehand aanwezig was. Samen met Lammert van Raan, een docent, wat je kon horen aan zijn manier van vertellen. Helaas Marianne Thieme niet, die had ik wel eens in het echie willen aanschouwen. Appetijtelijke dame, begiftigd met ruim voldoende intelligentie, een lust voor het oog. Eeehhhh....mijn schildersoog, dan, hè!

Niet dat Esther nou een trol is, dat nu ook weer niet. Maar Mooie Marianne was elders in het land met dezelfde lezing, een opstapje naar de verkiezingen natuurlijk. Haar plaats-vervangster Esther was in het echt nog kleiner dan ze al lijkt op het reusachtige spreek-

gestoelte van de Tweede Kamer.

Een lief meisje met haar op de tanden, dat wel. Ze kwam iedereen vooraf een handje geven, met zo'n tweehonderd bezoekers kon dat nog net. Voor de rest eigenlijk niets bijzonders, een verklarinkje, wat sympathiebetuigingen vanwege het gas en de slacht-offers daarvan. Ook nog wat babbels en methodes uit de Kamer en wat ze daarmee beogen. Na de gebruikelijke vragen uit de zaal, meestal gesteld door mensen die zichzelf erg graag horen praten, en de daarbij behorende antwoorden, was het tijd voor een versnapering.

Waarvan ik geen gebruik heb gemaakt, te druk en te warm. Maar wat ik u niet onthouden wil: op de zoektocht naar de zaal (voordat het zou beginnen) kwam ik een alleraardigste vrouw tegen met sparkling eyes. Na de contactopmerking (ook op zoek naar de zaal van de PvdD?) was haar eerste vraag of ik een monnik of zoiets was. Scherp gezien, dat verdiende een antwoord, ik bood haar wat te drinken aan. Waarop ze positief reageerde en een kopje koffie accepteerde. Kort mijn geschiedenis verteld, zij een klein beetje de hare en namen uitgewisseld. Weet zeker dat daar nog wel een ontmoeting achteraan komt. Benieuwd. Achteraf bleek wel dat zij mij helemaal niet bedoelde met die monnik-vraag, maar goed, het contact was toch gelegd.

Thuisgekomen na de “meeting” kwam ik net buuv tegen, die had met Pantu in het park gewandeld, en die was erg ondeugend geweest. Pantu, niet de buuv. Het was mij eergisteren (vrijdag) opgevallen dat ze dat toen ook al was. Beetje ondeugend, beetje ongehoorzaam, voorjaar? Buiten wel in ieder geval, de bloemen barsten de grond uit en de temperatuur stijgt. Heerlijk, iedereen blij.

Update: al drie kwartier gechat met de dame van de lezing, goedlachse kletskous, gevoel voor humor en schuwt de serieusheid ook niet. Gauw maar eens nogmaals koffie drinken voor wat meer data-uitwisseling.

Ze is goed met computers, zei ze, vandaar deze onromantische term.

 

Maandag, 13-03-2017

 

Pantu heeft nu ook kennis gemaakt met het nieuwe vrouwelijke contact. Het was leuk. 's Middags gewandeld op het industrieterrein, mee naar huis voor een lekkere bak koffie en veel praten. Nog afgezien van wat persoonlijk leed (wie niet op deze leeftijd), is ze ook nog zoekende. Ik hoop dat ik wat voor haar kan betekenen, vooral in dat opzicht. Niets mooier als een gelukkig mens, vol energie. De power ervoor heeft ze wel, daar zit 't hem niet in.

Straks met Wia naar het ziekenhuis, da's weer heel andere koek. We zullen zien, u

ook. Later. Want nu heb ik even niets te melden. Ook dat kan gebeuren.

 

Dinsdag, 14-03-2017

 

Met Wia naar het ziekenhuis geweest, ogen laten controleren in verband met suikerziekte. Het gaat goed met haar, twee stapjes vooruit, eentje terug. Soms eentje vooruit en weer drie terug, maar over het algemeen zit er toch een stijgende lijn in. Het zou toch mooi zijn als ze niet haar 84-plusjaren moet doorbrengen in constante rouw. Daar is het leven niet voor bedoeld, Calvijn of niet.

Maar wat eigenlijk vandaag toch wel iets meer mijn aandacht vereist, is het feit dat Turkije zijn toch al wat twijfelachtige houding ten aaanzien van Nederland heeft aangescherpt door hier het afgelopen weekend een provocerende rel te creëren. Waarop Nederland, gelukkig maar, op een voor mij bevredigende manier heeft gereageerd.

Toch zie je hoe in de media en ook elders, de ware oorzaak van al deze ellende nog steeds niet genoemd wordt. Namelijk, het buiten jezelf plaatsen van een geloof, dat eigenlijk in jezelf zou moeten zitten. Maar dat is nu eenmaal een van de pijlers van mensen die geloven. Die willen allemaal hun religieuze overtuiging overbrengen aan een ander in de misplaatste overtuiging dat, wat goed is voor hun, per definitie ook goed is voor de aangesprokene. Want alle mensen zijn gelijk, toch? Wat overigens onmiddellijk tegen-gesproken wordt door de houding tegenover vrouwen binnen de meeste mondiale geloven. Die worden toch wel als tweederangsburgers beschouwd. Ja, zelfs ook nog in Nederland.

Dan zijn we blijkbaar toch niet allemaal gelijk, of zoals cynici zeggen: sommigen zijn toch gelijker dan anderen. En omdat religieuzen baat gehad hebben bij de verering van een antropomorfe supermacht (wat een god eigenlijk is), moet een ander dat ook wel hebben. Anders gaan ze weer twijfelen aan hun eigen (bij)geloof, geworteld als dat zit in hun ego.

Vandaar dat ze agressief worden als je bewijst dat hun god niet bestaat, want ze voelen dat als een ontkenning van datzelfde ego. En een ontkenning van een ego is een pijnlijke zaak. Altijd.

Wat dat met, bijvoorbeeld, voetballers doet, is genoegzaam bekend. Datzelfde gebeurt ook met fanatieke gelovigen, ziedaar: de geboorte van het extremisme.

Want dat soort mensen is zich nog maar nauwelijks bewust van ego's, alter ego's en wat dies meer zij. Laat staan van andere mechanismes die hun geest beheersen. Hun simpele denktrant laat zich het best illustreren met het feit, dat zij aan tegenstanders/critici altijd de volgende onbenullige vraag stellen: of de tegenstander kan bewijzen dat hun god niet bestaat.

Alsof je iets wat niet bestaat, zou kunnen bewijzen. De bewijslast ligt bij hun, maar dat hebben ze nog niet door. Zo gauw die daar namelijk terecht komt, wordt er nadrukkelijk geclaimd dat daar juist precies “het geloven” vandaan komt.

De ongelovige Thomas was de enige reële van de discipelen, laten we het zo maar stellen Al eerder geponeerd in dit dagboek, overigens. En uiteraard werd en wordt die verguisd. Gezien het bovenstaande, logisch hè. Zou Cruyff zeggen. Kijk, dat was pas een god, een voetbalgod weliswaar, maar toch: een god. (*)

Helaas, ook Johan is niet meer onder ons. Want ook goden gaan gewoon dood. Gelukkig maar, daar zullen uiteindelijk ook de religies zachtjes door versterven. Al zal dat mijn tijd nog wel duren en nog vele generaties na mij. Want echte vrede is dan pas mogelijk, als ieder mens bekend is met het feit dat ieder individu zijn eigen wereld met zich meedraagt. Want: ev'rything is in the eye of the beholder.

Maar daarvoor moeten er toch wel eerst meer en veel betere scholen komen, en gratis. Zie het Finse onderwijsmodel. Stokpaardje van die nieuwe kennis, opgedaan via de PvdD-lezing. Nee, niet opgelopen, dat doe je met ziektes.

Maar zeer interessant, dat Finse model. De moeite van het opzoeken waard.

Laten we het zo zeggen: het enige item dat ik wezenlijk waardeer in D'66, is hun gedre-venheid om de scholing te verbeteren. Dat ze dat vervolgens weer te elitair maken, is dan gelijk weer een minpuntje. Want: in de kennis schuilt de waarheid. En zonder kennis kom je nooit op het spoor van de paradox. Die uiteindelijk de enige waarheid zal blijken te zijn.

 

(*) Tegeltjeswijsheid: ik haat ‘t als mensen Cruyff met god vergelijken! Ik bedoel, hij is goed, maar hij is geen Cruyff.

 

Woensdag, 15-03-2017

 

Door de rel met Turkije, door rechts (lees: Rutte) fantastisch uitgebuit om meer stemmen te veroveren voor de verkiezingen vandaag, ere wie ere toekomt, word ik toch weer nadrukkelijk met mijn neus op het feit van de dubbele moraal van onze vrouwelijke wederhelften gedrukt. Omdat ik ergens in dit dagboek een oproep deed aan vrouwen in het algemeen om eens in het geweer te komen tegen al die onderdrukking. Als dat massaal gebeurt, is er geen man die ze tegenhoudt, immers? Toch kreeg ik daar een vrouwelijk antwoord op dat wij, mannen, dat maar voor hun moesten doen. Hoezo? Die dubbele moraal ook!

Al vanaf mijn puberteit worstel ik daar mee, wist nooit hoe ik me daarin moest opstellen. En in de loop der jaren is dat er niet beter op geworden. Als mislukte macho man had ik het daar natuurlijk extra moeilijk mee. Bedenk zelf maar eens: een leuke vrouw, mooie verpakking met een attractieve inhoud om de gewenste aandacht te trekken, is verguld als ze die aandacht dan ook wezenlijk krijgt van mannen uit haar “doelgroep”. Die dan ook gelijk worden beschouwd als potentiële huwelijkspartners. Terecht, uiteraard.

Trekt ze echter diezelfde aandacht van een dertig jaar oudere man (die toch ook niet blind is en hetzelfde plaatje ziet), dan is dat opeens een vieze oude man. Of is zij opeens een hoer. Je zal er maar mee moeten dealen, om een populair woord te gebruiken. Zeg je tegen een vrouw dat ze een lekker kontje heeft, krijg je ofwel een zoen die al snel kan leiden tot meer, ofwel een klap voor je kanis met de toevoeging dat je een seksist bent.

Dit zijn maar twee voorbeelden van de vele die aan te halen zijn. Als man is hier geen peil op te trekken, het is daarom dan ook geen wonder dat vele kerels op de lange duur de pijp aan Maarten geven, uberhaupt niet meer reageren. Om vervolgens naar het café op de hoek te gaan en daar belanden in de hoek van seksistische mannen met grove, gore moppen.

Iets dergelijks is ook gaande met de islamitische hoofddoekjes.

Enerzijds toont de draagster door die hoofdbedekking trouw aan haar man en het geloof, anderzijds is ze natuurlijk wel een vrouwelijk wezen met seksuele behoeften zoals iedere andere vrouw. Ik kan me zelfs voorstellen dat de vrouwenbesnijdenis voor een groot aantal van die vrouwen onder de wetten van de islam dan ook een echte opluchting is. Jawel, ze missen de seksuele genoegens maar ze kunnen makkelijker aan het woord van hun god gehoorzamen, en daardoor aan het bevel van hun man, omdat het verlangen natuurlijk na een aantal jaren echt wel gedoofd is. (Vrijwel alle religies zijn patriarchaal, n.b.!) Rust is dan hun deel. Hormonen vallen haar niet meer lastig, alleen de eigen man zal rustig gehouden moeten worden, ingewikkelde keuzes hoeven niet meer te worden gemaakt. Rokjesdag zal je in die landen dan ook niet tegenkomen. Het etaleren van de vrouwelijke koopwaar wordt immers bepaald niet gestimuleerd door religies. Inderdaad, ook niet door religies in Nederland.

Ook hier zijn sommige vrouwen nog maar nauwelijks ontsnapt aan het hoofddoekje dat ze geacht werden te dragen. Los, mooi en lang haar is natuurlijk een uiterst verleidelijk wapen in de zoektocht naar het voor jou beste zaad, als vrouw. Er is dan ook bijna geen pubermeisje te vinden met kort haar. Zelfs zo verleidelijk, dat het losmaken van het haar tot aan de dag van vandaag een impliciete toestemming inhoudt voor de partner om zijn gang te kunnen gaan. Uiteindelijk moet natuurlijk wel de hom bij de kuit, die natuurlijke noodzaak is nu eenmaal sterker dan welke religie dan ook. Je ziet dan ook vaak dat in situaties, waar zaadwinning niet meer echt noodzakelijk is, vrouwen verder kortgeknipt door het leven gaan. Het succes van het jaren-vijftigpermanentje is grotendeels daaraan te danken. Je had je verleidende vrouwentrucjes niet meer nodig en het gecastreerde kapsel werd een soort automatisch hoofddoekje. Zonder hoofddoekje te zijn. Een uiterst politiek-diplomatieke oplossing, typisch CDA.

Er is niet zo heel veel verschil tussen moslims en gereformeerden, dan wel Nederlands hervormden, echt niet. Want hun god is eigenlijk ook dezelfde, op de keper beschouwd. Het grootste verschil zit dan ook in de profeet. Die beiden toch ook een zeer twijfelachtige rol hadden als het over vrouwen gaat. Maar zoek dat maar lekker zelf uit. I rest my case.

Klaar is Kees.

 

Donderdag, 16-03-2017

 

Uiteraard beheerst de verkiezingsuitslag ook mijn leven. In dit dagboek dan maar een neerslag daarvan.

The morning after..... u mag mij feliciteren, van twee naar vijf. En de voormalige socialistenclub die haar naam geweld aan heeft gedaan (arbeid?) krijgt haar verdiende loon. Moeten ze maar luisteren naar de achterban in plaats van te collaboreren met de vijand. Als ze vier jaar geleden een linkse, misschien moeizame, samenwerking waren aangegaan (wat Diederik Samsom min of meer had toegezegd, daardoor hadden ze zoveel stemmen van de SP losgeweekt), was dit allemaal niet gebeurd. Was de onderkant van de samenleving niet categorisch leeggeplukt, was de zorg een staatsinstituut én betaalbaar gebleven, hadden we echt de topinkomens aangepakt, was de zorgpremie inkomens-afhankelijk gemaakt.

Nu zitten we met de gebakken peren en gaat dit miljarden kosten om de door kapitalis-tisch rechts aangerichte schade weer te repareren. De miljonairs en de miljardairs hebben inmiddels in die vier jaar hun zakken weer volgepropt. Genoeg hierover, deze grote bewegingen zijn door één persoon toch niet te keren. Domheid regeert nu eenmaal altijd, maar noblesse oblige.

Wij zullen nog veel harder ons best moeten doen om mensen te laten zien dat de echte belangen niet liggen in economische welvaart maar in een gezonde toekomstvisie voor de Aarde. Ons aller huis, zeg maar. Dat dat haaks staat op de materialistische leus “de rijkdom regeert”, het feodale standpunt zeg maar, is evident. We gaan nog zware jaren tegemoet, vrees ik. Dat daardoor het populisme aangewakkerd gaat worden, is ook duidelijk. We zullen het zien, we hebben er in ieder geval vandaag mooi weer bij.

Het voorjaar naakt, zeggen de poëten dan zo mooi.

Terwijl in Jemen, Zuid-Soedan, Somalië en Nigeria mensen op dit eigenste moment elkaar vermoorden voor een builtje rijst en fase 5 is uitgeroepen.

Jawel, ook daar naakt het voorjaar wel eens, maar echt genieten doen ze er in armoedig Afrika niet van. Daar hebben ze veel te veel honger voor. Dan is zo'n verkiezingsuitslag opeens niet zo belangrijk meer.

 

Vrijdag, 17-03-2017

 

Die verkiezingsuitslag suddert nog wat na bij mij. Vijf zetels! Ik heb het even voor u opgezocht en uitgerekend, dat zijn, ruwweg geschat, een half miljoen visionaire mensen in Nederland. 500.000! Je zou het toch bijna niet geloven. Drie steden zo groot als Groningen, gevuld met mensen die de rotsvaste overtuiging hebben dat alleen een bewoonbare planeet een thuis kan zijn voor ons, mensen. Het is niet eens te geloven, dat er figuren zijn die dit niet doorhebben. Als je geen huis hebt, kan je toch niet wonen? Of ben ik nou gek!

Het antwoord op die laatste vraag kan ik wel geven, ja, ik ben knettergek. Zo gek dat ik 's morgens héééél vroeg met mijn hondje door de natuur loop en daarvan geniet, zo gek dat ik mijn best doe mijn afval te scheiden, zo gek dat ik ook gerust naar tweedehandswinkels ga voor kleding (ook hergebruik is verantwoord denken), maar vooral zo gek dat ik absoluut niet geloof dat een miljoen in je portemonnee je gelukkiger maakt dan dat ik nu al ben. Rijker, ja, dat wel.

Maar als ik de chagrijnige smoelwerken zie van de dure jassen die door de Appie lopen, weet ik wel zeker dat geld niet gelukkig maakt. Zorgeloos leven doet dat wel, ja, maar dat hoeft niet zoveel te kosten als men doet voorkomen. Maar zolang het grote geld nog de dienst uitmaakt, het meer nooit vol is en het egoïsme hoogtij viert, zullen de visionairen blij moeten zijn met die vijf zetels in een schijndemocratie. Blij met in ieder geval een kleine mogelijkheid om een alternatief te bieden voor hen, die twijfelen aan de materialistische benadering van het geluk.

Daar hebben we zelfs geen Oosterse levensvisie voor nodig. Alhoewel die behoorlijk kan helpen als je toch al op zoek bent naar echt geluk, echte rust, echte tevredenheid. Gekoppeld aan de absolute overgave aan het feit dat er alleen maar een moment nu bestaat. Want dat is al moeilijk genoeg tussen al die kapitalisten, neoliberalen en populisten. Tussen de ongelovigen, zeg maar.

 

Zaterdag, 18-03-2017

 

Gisteravond met Jetty naar een Marokkaans restaurant geweest. Lekker én gezellig, maar vooral erg fijn omdat mijn vrouw komende maandag, drie jaar geleden is overleden.

En J. was misschien wel haar beste vriendin, des te leuker dat ik nu ook goed met haar kan opschieten. Het gezellige tafeltje dat wij uitgezocht hadden, mooi aan de kant, had volgens de serveerster (een schatje, echt waar) één groot nadeel. Het stond voor een deur, achter die deur was de stoppenkast. En soms moesten ze daar wel eens bij. Wij namen het risico, dat zou ons niet overkomen, toch?

Gelukkig, ze moest er bij. Hilariteit alom. Zo maak je nog es wat mee. Dus opstaan, stoelen weg, tafeltje verschuiven, deur open en stoppen nakijken, even wachten, controle, nog even wachten, tafeltje terug, stoelen er weer bij en we konden weer verder eten. Lekker eten, zeker. Niet voor elke keer maar voor de afwisseling zeker wel.

Over Teja en haar sterfdatum hebben we het uiteindelijk verder niet meer gehad. Maar nu ik weer thuis zit en dit allemaal op het scherm voor me zie verschijnen, dwalen mijn gedachten toch wel weer een beetje daarheen af. De magnolia, die haar vertrek symboli-seerde, staat al weer dik in de knop, ben benieuwd of we het eerste wit zien, maandag. Van Wia, die zelf immers ook in een rouwproces zit, kreeg ik een schitterend gedicht toegestuurd dat perfect weergeeft, hoe je daar ook in kunt staan. Het is geschreven door een, nu inmiddels overleden, vriendin. Dat wil ik graag met u delen, de toestemming daarvoor heb ik gekregen:

 

Als alles gedaan is, rest de stilte

gevuld met vragen die we vergeten zijn te stellen

Als alles gezegd is, rest de stilte

gevuld met vragen die we niet durfden stellen

Als het leven geleefd is, rest de stilte

gevuld met vragen die nooit beantwoord zullen worden

Laat alle vragen oplossen in het niets

wat rest, is de stilte

 

Zo kunnen we elk verlies, al dan niet dramatisch, omkleden met schoonheid. Zelfs als dat verlies het kwijtraken van je eigen leven is, zoals hierboven blijkt. Componisten, poëten en andersoortige kunstenaars doen niet anders, teneinde dat gemis te sublimeren naar melancholie. Die voor eenieder verdraagbaar en overdraagbaar is.

Want tranen uit een melancholische bron zijn pure zelfgenezing.

 

Zondag, 19-03-2017

 

Gisteren u een mooi gedicht geschonken over sterven, over de dood, vandaag een opmerking van een Groningse dichter/schrijver die over dezelfde ervaring gaat. Yur is zijn artiestennaam. Mede geïnspireerd door drie schilderijen van mij (volgens eigen zeggen), heeft hij in 1999 een sonnettenkrans geschreven in het Gronings, getiteld: Hongerige Wolf. Een sonnettenkrans is een cyclus van vijftien sonnetten. Veertien sonnetten waarvan de eerste zin gelijk is aan de laatste van het vorige, en als laatste het vijftiende sonnet, dat bestaat uit de eerste regels van de voorafgaande veertien. Als u van de Groningse taal houdt, zorg dat u een exemplaar te pakken krijgt.

Hij heeft ze in het Gronings geschreven met Nederlandse vertalingen erbij. Die zijn absoluut noodzakelijk als u het Gronings niet machtig bent. En waarschijnlijk ook nog als u die taal wel machtig bent. Het voert te ver om alle coupletten hier neer te zetten, het is een geniale cyclus, maar één zin uit deze krans wil ik u niet onthouden.

Die luidt als volgt: doodgaan doe je niet, maar wie je liefhebt, sterft. Deze fantastische paradox werkt voor mij zelfs twee kanten uit, is multi-interpretabel. Want ook kun je dan zeggen: doodgaan doe je niet, maar wie jou liefheeft, sterft. Waarmee een rouwproces een toch wel heel diepe en spirituele lading krijgt, waarin menig nabestaande zich zal kunnen herkennen. Elke herinnering aan het sterven van de ander wordt een sterfproces voor de overlevenden. En zo is het eigenlijk ook.

Deze wederkerigheid van de dood is dat, wat ons het meeste angst aanjaagt, wat ons het meest verdriet doet.

De overledene zelf heeft daar geen last van, die ligt te rusten in zijn kist, is als as verstrooid over zee of elders, rijdt als krijger over de eeuwige jachtvelden of vermaakt zich met de hem toegewezen maagden. Hoe het met de vrouwen gaat, daarin heb ik geen inzicht. Een eeuwige squaw lijkt me toch ook niet alles. Maar als ik mocht kiezen, ik wist het wel.

Wat blijkt.... ik mag kiezen! Afhankelijk van het (bij)geloof dat ik aanhang, afhankelijk van mijn levensvisie, is ook de aankomstplaats van de levenstrein voorbestemd. Want als “ev'rything in the eye of the beholder” is, is het einddoel natuurlijk ook afhankelijk van de gekozen levenswandel. Juist daarom is er in de hemel altijd vrede, zijn de eeuwige jachtvelden een echt “Walhalla” en zijn die moslims met hun maagden altijd elders in de weer. Die hoor je niet meer, eenmaal daar aangekomen. Nooit meer oorlog als iedereen dood is. Zeker weten!

Wat zegt u....oh, als ik mocht kiezen. Dat wou u graag ook nog even weten?

Wel, niemand hoeft erbij te zijn, als ze de rommel opruimen, ik heb al mijn energie dan allang opgebruikt, ik zit nu al veel te lang op mijn berg. De restanten mogen ze van mij rustig in de sloot mieteren. Van de milieudienst zal dat wel niet mogen, maar ach.... wie heeft er last van. Ik niet meer.

En als u in de levende Alex geen belang stelde, dan doet u dat maar liever in de dode ook niet. Tenzij u zich wil verkneukelen (mooi woord in deze context) over mijn verscheiden. Hèhè, die etterbak zijn we kwijt. Dan mag het, uiteraard. Ik heb er dan allang geen last meer van. Nu ook niet hoor! Welnee. Jawel. Een beetje.

Alleen dat kwijt klopt niet helemaal. Nog heel lang zullen doeken van mij, gedichten van mij, een dagboek (dit!) op het eeuwige internet, wat milieu- en andere activiteiten, wat muzikale composities, teksten, bladmuziek, een door mij met vrienden versierd zure-regenstation van Groningen, herinneren aan het feit dat deze man op Aarde is geweest. Lekker puh! zou het kind in mij willen zeggen.

Over het graf heen zal ik u dan groeten met de al eerder door mij gedicteerde graftekst: bericht uit het hiernamaals, er is geen hiernamaals. Wie kan dat dan beter weten dan ik, de ik die daar dan ook wezenlijk is.

Beter laat dan nooit: dank aan al degenen die mij met dat stationversieren in Groningen geholpen hebben, het was fantastisch!

 

 

Maandag 20-03-2017

 

Na zo'n tekst als die van gisteren ( ook eergisteren) kan ik eigenlijk net zo goed ophouden. Alles is gezegd. De goede lezer weet nu precies hoe ik erin sta, in het roerige leven. Wat mijn voorkeuren zijn, hoe mijn seksuele geaardheid is ( vooral niet te vergeten, mijn geestelijke geaardheid), hoe mijn politieke keuzes zijn, wat ik graag eet en wat voor soort hondje ik het liefst om mij heen heb. Inderdaad, eigenlijk is alles gezegd. Dat ik nog steeds kan vallen voor een kleine Française, dat ik tegelijkertijd alles eigenlijk wel goed vind, wat mijn graftekst moet zijn mocht ik plots de welbekende pijp aan Maarten geven en hoe ik niemand op mijn begrafenis wil zien. Allemaal bekend, nu.

Ik heb u zelfs de enige, echte waarheid verteld. Meer kan ik eigenlijk niet doen, geloof ik. Dacht ik zondagmiddag. Om die reden begon ik maar wat op te ruimen, zowel letterlijk als figuurlijk, en achter mijn tentoonstellingsezel, in mijn boekenkast, zag ik plots een map liggen. Het was een stuk boekenkast waar ik al drie jaar niet meer geweest was. En die map was ik al bijna vergeten.

Geweldig, allemaal werk van vroeger!

Gedichten, heel veel, ik had al eerder verondersteld dat ik ze was kwijtgeraakt, en een kort verhaal over een soort fata morgana in de woestijn. Dat verhaaltje zal ik, met de huidige kennis, nog eens grondig nakijken en overschrijven. Dan kan het op mijn gedichtensite, (ja, ja, die heb ik ook nog!). Of ik gebruik hem als een soort feuilleton in dit dagboek, uitgesmeerd over een paar dagen. Ook een leuk idee. Ik sudder er nog wel even over. Ben benieuwd. Van die oude gedichten zal ik u er nu alvast eentje geven, ik vind het nog steeds een leuk versje. Dat is voor mij voldoende reden. Hoop dat u het ook leuk vindt.

 

OUD NEDERLANDS STAFRIJM MET MODERNE AANPAK

 

veelal vruchteloos is 't pogen/veelal franjeloos het doel

zonder leed geen mededogen/veelal vervelend het gevoel

vaak vertwijfeld in 't gedogen/zeg ‘k wat ik veelal veins of voel

zonder vreugd geen ziel bewogen/vaker echter hou 'k mijn smoel

 

Als uitsmijter bedoeld, ik zie u morgen.

 

Dinsdag, 21-03-2017

 

Gisteren de sterfdag van Teja. De magnolia is er niet in geslaagd een mooie bloem voor haar te produceren, maar ja, zo'n koud voorjaar vertraagt de boel altijd behoorlijk, hier in het hoge Noorden.

Zo erg vind ik dat ook niet, ik leef toch al niet zo bij datum of tijd, elke afspraak is voor mij een gruwel. Moet ik ergens om vier uur 's middags zijn, zit ik al vanaf een uur of twaalf onrustig te wezen. Want op tijd komen is voor mij wel een beetje een dwangneurose, merk ik. Ik presteer het zelfs om op het aangegeven adres waar ik moet wezen, rustig voor de deur te wachten tot klokslag het moment, dat ik afgesproken heb.

Die magnolia zal daarom ook wel gedacht hebben: “De baas leeft niet bij de dag, wat zal ik mijn best dan doen. Met zijn dwangneurose heb ik niets te maken”. Verder heeft zo'n plant geen keus, natuurlijk. Hij staat daar maar wat, diep geworteld, dus hij kan geen kant op. Zelfs al zou hij het willen. Maar dat wil hij dan ook helemaal niet. Mijn tuin (voor stadsbegrippen fors, negentig vierkante meters) ligt op het Oosten, de meeste planten gedijen hier uitstekend. Aangezien, ook nog, mijn woonblok drie hoog is, ben ik de brandende zon 's middags hoogzomer ook kwijt, heerlijk koel. Daar hebben mijn plantjes alle baat bij.

Ik kom hierop omdat Teja, met mij alleen maar op de eerste verdieping gewoond hebbende, na onze verhuizing naar de huidige benedenwoning helemaal verrukt raakte van het tuinieren. Met een klein krabbertje en zo'n handschepje kon ze uren tussen die plantjes wroeten. En dat voor iemand die nooit een hobby of een ander soort tijdverdrijf kende, behalve met twee of meer poezen lekker uitslapen onder een groot donzen dekbed. Maar in die tuin is ze de laatste twee jaren van haar leven toch erg gelukkig geweest. Dat is een mooie herinnering, zo'n beeld blijft je bij, daar heb je geen camera voor nodig. Dat soort foto's kun je toch het best gewoon in je hart bewaren.

 

Woensdag, 22-03-2017

 

Na al het geplaag en gesar van de Belastingdienst ben ik er deze maand voor het eerst in geslaagd weer wat op de spaarrekening te zetten. Ondanks het feit dat ik er eigenlijk een tegenstander van ben, van sparen, is het toch een noodzakelijk kwaad gebleken. Wasmachines kunnen nu eenmaal kapot en naar de wasserette sjouwen kost net zoveel, nog afgezien van de moeite die je daarvoor moet doen. Beter voor het milieu is zo'n wasserette ook al niet, dus een wasmachine moet gewoon vervangen worden.

En dan heb ik ook nog de luxe van mijn mooie Micra, die mij nu al meer dan 50.000 kilometers in drie jaar rondgezeuld heeft. Da's al één en een kwart maal de omtrek van onze aarde, denkt u zich dat eens in. Inderdaad, zeker een luxe. Een mens bespaart gemakkelijk honderd euro's per maand als dat ding er niet meer staat. Minstens. Dat is €1200 per jaar. Da's veel, toch?

Maar in geval van nood kan ik hem altijd nog verkopen had ik al besloten, maar als deze het begeeft, koop ik geen nieuwe. Niet vanwege het sparen, maar vanwege mijn leeftijd. Ik ben dan al royaal in de zeventig en als ik zie hoe mensen op die leeftijd zich gedragen in het hedendaagse, chaotische en drukke verkeer, weet ik een ding zeker: dat ga ik niet zo doen. Dan maar op de e-bike nog een paar jaartjes rondtoeren, mocht ik nog zoveel tijd krijgen. Want met het klamme zweet op het voorhoofd proberen die bejaarden een snelweg op te rijden met 70 km/uur, de oude knuistjes trillend aan het stuur in pure doodsnood, want daarginds komen al die andere auto's dreigend aangereden met minstens 120 km/uur. En niemand heeft ze geleerd dat ze dan juist gas moeten geven, sterker nog, op dat moment zijn ze volledig vergeten waar dat gaspedaal zit.

Welk verschijnsel je overigens ook heel veel ziet bij vroeg middelbare dames in te kleine autootjes. Het liefst rood. De autootjes, niet de dames. Die zijn meestal Groen. GroenLinks wel te verstaan. Door angst gedwongen nemen ze altijd de verkeerde beslissingen, staan midden op kruispunten vast, wanhopig, help, wat moet ik nu!

Klinkt dit seksistisch? Welnee, als het realiteit is, kan het nooit seksistisch zijn, maar gewoon een wrede waarheid. Toevallig (!?) erg vaak voorkomend bij die categorie vrouwen. Ik ben al erg gelukkig als zo'n chauffeuse het gaspedaal wel weet te vinden bij een stoplicht. Want dat er nog meer mensen door groen willen, komt ook meestal niet bij ze op. In het slechtste geval gaat ook de smart- of I-phone nog eens bliepen, dan is het circus compleet.

Ik heb er echt een de auto zien parkeren op een onmogelijke plek, iedereen heftig in de ankers en mevrouw pakt haar telefoon. Ongelogen. Maar tegelijkertijd zal ik ook de patsers in leasebakken een veeg uit de pan geven, want die doen hetzelfde maar dan midden op de snelweg met minstens 160 km/uur! Als je mazzel hebt, werken ze ook nog eens de naast hen liggende nota's af. De sukkels. Dat ze ook VVD stemmen, dat snapt u. Want al het asfalt dat deze patserpartij in Nederland wil neerleggen vanwege de grootgeldmaffia, dat asfalt hebben ze ruimschoots nodig voor hun dwaze capriolen.

Oh ja, ik rijd ook wel eens te hard, laatst ben ik nog van Koersel (België) naar Groningen gereden in drie uurtjes. Daar moet je behoorlijk het gaspedaal voor ingedrukt houden, dat geef ik u op een briefje. Maar dat was wel laat op de zondagavond, geen kip op de weg, al helemaal geen dames in rode koekblikjes of levensgevaarlijke zakenlieden in zwarte lease-bakken. En dat durf ik ook rustig tegen de oppas van Pantu te vertellen.

Da's wel een plisieman, ja! zee-e op zien Stadsgrunnegs. (zei hij op z'n Stadsgronings). Dapper, hè, van mij!

 

Donderdag, 23-03-2017

 

Een heerlijke voorjaarsdag later. M'n eerste mug geplet, Pantu lekker in de zon in de tuin, allemaal goede voortekens. Maar gelukkig ben ik niet bijgelovig en zijn voortekens niet aan mij besteed. Ik ga er heus niet opeens in geloven, alleen omdat het goede voortekens zijn. Dan houd ik het maar liever op logica, voor zover ik daartoe in staat ben. Want ook in de logica zijn er vele valstrikken.

Neem het grapje dat ik gisteren met Rik uit België had. Dat ging over een mooie zonsopkomst. Ik gelijk – u kent me inmiddels – de zon komt helemaal niet op, de aarde gaat onder. Hij: tja, het is maar hoe je het bekijkt, zeker... Ik: maar toevallig staan wij wel op de aarde en niet op de zon en dat beperkt de mogelijkheden toch wel wat, dacht ik zo. Grijns van Rik (die kent me ook). Einde gesprekje.

Ik wed met u, aan deze conversatie is logisch gezien geen mouw te passen. Wie draait waar om, zo ja of zo nee, is het kijkersstandpunt bepalend voor de waarneming of is de beweging redengevend voor de observatie.

Na een uur verhit debatteren ben je er nog niet uit, of je moet al een definitie op gaan stellen. Bijvoorbeeld: we nemen de zon, als centrum van ons zonnestelsel, als middelpunt van onze waarneming. Dat dat zonnestelsel een van de miljarden stelsels is (vijftig miljard in de Melkweg alleen al), die allemaal zelf weer ergens omheen schijnen te draaien, maakt het ook wel uiterst verwarrend. Al helemaal omdat dat draaien helemaal niet waar is, of niet helemaal waar is en alleen maar zo lijkt... Help!

Ik had u al eerder geadviseerd om de serie Genius van Stephen Hawking te gaan bekijken, ik doe dit nogmaals als u bovenstaand praatje eigenlijk heel leuk vindt. Want als ergens duidelijk is, dat niets is wat het lijkt, dan is het in deze prachtige serie wel. Zeer geschikt voor nitwits zoals u en ik, die toch proberen te begrijpen hoe een en ander in elkaar steekt.

Dan hebben we het nog niet over de spoedcursus logica voor beginners, die u toch eigenlijk ook wel onder de knie moet zien te krijgen, wilt u met mij mee kunnen. Maar draait uw leven enkel om triviale zaken, krijg dan geen minderwaardigheidscomplex, ga er lekker mee door en vergeet dit stukje dagboek. Het was niet voor u bestemd. Want op zo'n mooie voorjaarsdag kunt u natuurlijk ook gewoon heerlijk met uw hondje in het voorjaarszonnetje wandelen. Moet u wel een hondj......stop, ho!

Ga zelf eens lekker wandelen, Alex, dat is goed voor jou!

 

Vrijdag, 24-03-2017

 

Komend weekend, zomertijd. De klok een uur vooruit. Ezelsbruggetje daarvoor: voorjaar, vooruit. Ezelsbruggetje volgens de etymologiebank: [hulpmiddel om iets te onthouden] {1682 als 'hulpmiddel om de middenterm van een syllogisme te vinden'} vertalende ontlening aan latijn: pons asinorum, pons [brug], asinorum [van de ezels]. In de scholastieke filosofie gebruikt voor 'een wending die een logische verhouding aanschouwelijk maakt'. De oorsprong is waarschijnlijk het verhaal van Plinius over de ezel die niet over een brug loopt als hij daardoorheen het water kan zien. Einde quote.

Alleen al om dat allemaal te kunnen begrijpen moet u toch wel van zeer goeden huize komen. Hetgeen bij mij, zoals bekend mag worden verondersteld, niet het geval is.

U kunt mij dan ook met een gerust hart een autodidact noemen. En dat past inderdaad wel een beetje bij mij. Zelf doen, zelf leren, lekker eigenwijs.

Die eigenwijsheid heeft z'n voor- en z'n nadelen, dat weet eenieder die het ook is.

De nadelen zijn vooral bekend bij de omgeving van de eigenwijze; hij neemt niet zo gauw zomaar iets aan. De voordelen daarentegen zijn: hij neemt niet zo gauw zomaar iets aan, dus als hij dat wel doet, zit het ook voor eeuwig geramd. Het lijkt in dat opzicht wel een beetje op de wet van de remmende voorsprong. De eigenwijze zal zijn eigen eigenwijsheid moeten incalculeren om daarin niet te verstarren.

Ergo: de meest eigenwijze, hij, die het allemaal zelf wil doen, is gedoemd zijn hele leven te moeten accepteren dat anderen het beter weten, teneinde van hen te blijven leren, om eigenwijs te blijven. Volgt u het nog? Een waarlijk prachtige paradox, I love it!

Nog een fraai ezelsbruggetje? 't Kofschip! Behalve een echt bestaand, zeer fraai binnenvaartschip, is het ook een hulpmiddel om te bepalen of een voltooid deelwoord een d of een t krijgt. Eindigt de stam van het werkwoord (persoonsvorm zeggen ze tegenwoordig) op een van de medeklinkers van 't Kofschip, dan volgt er een t. Bijvoorbeeld: werKen, ik werK. De K zit in ‘t Kofschip, dus: gewerkT. Handig als je hier nooit uit kunt komen, altijd in de fout gaat. En je het toch wilt weten.

Dat wil je immers als je eigenwijs bent. Het moet wel!

 

Zaterdag, 25-03-2017

 

Het begint nu echt voorjaar te worden. De sneeuwklokjes zijn weer bijna uitgebloeid, de krokussen (alleen de gele) zijn al weer compleet geruïneerd door de mussen. Daar schijnt een of ander stofje in te zitten dat ze onweerstaanbaar maakt voor deze huiselijke vogel-tjes. Vraag het een bioloog.

Steenbreek, narcis, longkruid en een vroege tulp laten hun bloemen al weer zien in mijn tuin en 's morgens is het een pokkeherrie van het gescheld van de vogels. Want vergis u niet, wat wij als een lieflijk concert ervaren, is slechts één grote opeenvolging van dreige-menten en vunzige opmerkingen. Eigenlijk dienen wij heel andere dingen te horen, zoals: kijk uit, ik woon hier, donder op, vlieg heen, ik ben de sterkste, kom maar op als je durft. Afgewisseld met zinnetjes als: hé, is er nog een lekker wijf in de buurt, valt er nog wat te neuken of woorden van soortgelijke strekking. Het is maar goed dat wij, gedegenereerde aapjes, dat allemaal niet verstaan. Wij doen dat soort dingen anders. Namen wij vroeger de luit ter hand en zongen een romantisch liedje onder het raam van onze geliefde, in later jaren namen wij onze toevlucht tot ingehuurde minstrelen (de naam alleen al) om ons lied naar de verlangde prooi te brengen.

Alhoewel Wikipedia ons er ernstig van probeert te overtuigen dat het woordje minstrelen niets met minnen te maken heeft, heb ik daar wel zo mijn bedenkingen bij. Dat zijn overigens dezelfde bedenkingen als die ik bij Wikipedia zelf ook heb.

Nog wat later, in mijn vroege jeugd, namen we het door ons te verleiden slachtoffer gewoon mee naar een pop- of bluesconcert, waar je al schorschreeuwend moest zien te bereiken dat hij/zij later op de avond toch in je bed belandde. Of onder het poppodium. Ook daar zijn heel wat, later brave, burgers verwekt. Niet door mij, overigens.

Het moderne headbanging lijkt mij overigens niet de geijkte methode om te komen tot een teder en romantisch samenzijn. Toch worden ook onder die omstandigheden goede resultaten geboekt. Wat mij de overtuiging geeft dat het dus echt niet, of niet echt, om het concert gaat. Als het hoogste punt van hormoonproductie bereikt is, is er nog maar weinig voor nodig om het gebeuren in juiste banen te leiden. Wat ook wel eens uitmondt in onjuiste banen.

Mijn grote voorbeeld en leermeester Midas Dekkers heeft daar een zeer fraai boekje over geschreven, dat hoef ik alvast niet meer te doen. Dat scheelt. Het boekje heet Lief Dier, ga gerust op zoek om een exemplaar te bemachtigen. Niet schrikken als u braaf en puriteins bent. Dan beter ook maar niet aanschaffen, is mijn welgemeend advies.

Want ook in de Griekse en Romeinse mythologie, zoals Midas eveneens beschrijft, konden ze er al wat van. Bekend is Leda en de zwaan, waar Zeus in de gedaante van een zwaan de door hem begeerde vrouw, Leda, koningin van Sparta, overvleugelt.

Waarom hij een zwaan koos, mag bekend worden verondersteld. Nee?

Alle eendachtigen, inclusief zwanen, zijn in het bezit van een penis, dit in tegenstelling tot de meeste andere vogels die maar een beetje armoedig tegen elkaar aan moeten wrijven. Daarom dus!

Verder is de sage van Europa natuurlijk ook bekend, waarin het erotisch samenzijn van een schone Fenicische prinses met een stier (alweer Zeus) toch ook de wenkbrauwen laat fronsen. Brave versies van het verhaal vertellen dat Zeus als stier Europa alleen maar ontvoerde maar de minder brave..., ach, laat maar, dat kan u zelf ook wel bedenken.

Want het is voorjaar en dan dwalen onze gedachten maar al te graag af over erotische zijpaden. Vooral als die overpeinzingen vergezeld worden van het lieflijke gezang der vogels. Waarvan de nachtegaal (de meest lieflijke van allemaal) nu gewoon de boze buurman blijkt te zijn, omdat u midden in de nacht met een halfzatte kop de muziek te hard hebt gezet voor uw vriendinnetje.

Opdat de buren wel de muziek, maar niet het gekreun zullen horen.

Hoe ontnuchterend de waarheid!

Hoe wreed de romantiek!

 

Zondag, 26-03-2017

 

Zaterdag (gisteren om 12.00 uur) is de bloem van Teja opengegaan. Of, zoals Jacques, de corrector, zegt, de belangrijkste Magnolia van Nederland. Ook, afgezien van mijn persoonlijke verhaal hierachter, hij bloeide in 2014 precies op haar sterfdag, is het natuurlijk een wonderbaarlijke en prachtige bloem. De zware knoppen kondigen zich in de herfst al aan en exploderen uiteindelijk aan de nog kale takken, om later pas aangekleed te worden met tere, groene bladeren.

Ook J.J. Cale heeft aan de schoonheid van deze heester een prachtig nummer opgehangen. U kunt het vinden op YouTube:

https://www.youtube.com/watch?v=slVJRzwVWVQ.

Een werkelijk prachtig lied van een formidabele artiest. Uitgegeven in 1971.

Waarvan nu de lyrics volgen, voor als u mee wilt zingen (want die neiging krijgt u vast bij dit nummer heel snel):

 

Magnolia

 

Whippoorwill's singing/Soft summer breeze

Makes me think of my baby/I left down in New Orleans

I left down in New Orleans

 

Magnolia, you sweet thing/You're driving me mad

Got to get back to you, babe/You're the best I ever had

You're the best I ever had

 

You whisper "Good morning"

So gently in my ear

I'm coming home to you, babe

I'll soon be there

I'll soon be there

 

Saillant detail is dat de whippoorwill een nachtzwaluwsoort is, die in de overlevering

's nachts de wacht hield om de zielen van de overledenen te stelen.

Toepasselijker is een bloem nooit opengegaan.

J.J. Cale was als gitarist vooral bekend om zijn zeer speciale slagtechniek, die een illusie van traagheid creëerde. Waar ook Eric (slowhand) Clapton mee behept was. Nog zo'n gitarist van wie u vast wel gehoord heeft. En zo niet, hurry! Stel u op de hoogte van deze grote gitaarmannen uit mijn vroegvolwassenheid toen ik net ontsnapt was aan mijn KVV-tijd in de militaire dienst.

De ergste periode uit mijn leven, wat heb ik daar een last van gehad. Dat ik er al met al nog een klein beetje normaal onder weg gekomen ben, vind ik tot de dag van vandaag een groot wonder.

Jawel, hij was beroeps. ABC-specialist. Dat staat voor Atomaire, Biologische en Chemische oorlogsvoering. Tegenwoordig heet dat NBC. De N staat dan voor nucleair, uiteraard. Die specialisatie heb ik gevolgd aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda, waar ik voor het eerst met het katholieke leven kennismaakte. En het vervolgens snel weer de rug toekeerde. Mijn tirade in dit dagboek tegen het carnaval kunt u zich vast nog wel heugen, daar begin ik niet weer over. Wel wil ik het nog even hebben over die opleiding in Breda. En hoe bijzonder het is, dat ik in dezelfde plaats ook de kunstacademie heb gevolgd. Eerst de atoombom, daarna mijn eigen wapen: de kunst! Maar, mocht er toch een dreiging komen van een atomaire oorlog, zorg dan dat u vlak bij mij in de buurt bent, want ik weet precies waar ik dan moet wezen, daar heb ik voor geleerd.

Alles over het wapen zelf, maar vooral over het Nederlandse weer, de wind op verschillende hoogtes, deze beide laatste zaken vooral om te kunnen weten waar de fall-out terecht zou komen in geval van een maaiveld-kernexplosie. Wat in Nederland ongetwijfeld zou gaan gebeuren. Want als je in Nederland je kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt die er toch al razendsnel afgehakt. Daar hoeft de kernbomgooier zich alvast geen zorgen meer over te maken. Die Nederlanders weten zelf heel goed hoe ze van de echte talenten af moeten komen. De rest doet de vijand wel. Hoezo, ik cynisch?

En voor je het weet, is Nederland weer gewoon de Noordzee. Maar dan wel een Noordzee die oplicht in het donker! Hoe vervelend dat ook is, het heeft één groot voordeel; zijn we eindelijk van dat neoliberale poldermodel af (én van de Friezen, maar dat terzijde). Want dat het poldermodel met de grond gelijk gemaakt moet worden, dat staat buiten kijf.

Wat zegt u, waar ik dan ben in geval van een atoombomexplosie?

Het zal u niet verbazen, het liefst er recht onder!

 

Maandag, 27-03-2017

 

Gisteren las ik de door Jacques gecorrigeerde versie voor de laatste keer door voordat ik hem overal op het net en op een harde schijf zou publiceren. Toen realiseerde ik me ineens dat mijn kennis over het weer, opgedaan op de KMA, verantwoordelijk was voor mijn zeer overtuigende luchten op mijn schilderijen. Al zeg ik het zelf.

Uiteraard - ik ken mezelf, u kent mij nu ook al een beetje - ben ik maar even op onderzoekingstocht uitgegaan om dat te controleren. En ja hoor, de verschillende luchtlagen en andere windrichtingen zijn overal overduidelijk aanwezig, aan de wolken te zien. Dat heb ik toen duidelijk niet bewust zo geschilderd, ik was al borstelend en vegend alleen maar op zoek naar de magische factor waardoor de lucht levensecht zou worden op mijn doeken. En nu heb ik dat antwoord per ongeluk gevonden. Door het schrijven van een dagboek. Het leven zit toch prachtig in elkaar, achteraf gezien.

Want magie op een doek wordt, onder meer, gecreëerd doordat onze hersenen van een 2D-plaatje toch erg graag een 3D-model willen maken. Dus mijn luchten zorgen ervoor, dat ook het brein door meerdere luchtlagen op het verkeerde been wordt gezet. Oostenwind in de onderste luchtlaag, maar noordwestenwind daarboven bijvoorbeeld, een heel gangbare momentopname. Verder controlerend constateerde ik dat schilderijen met “dode” (niet schijnbaar bewegende) luchten daar inderdaad geen rekening mee hielden. Vaak hoorde ik van toeschouwers, en ik ervoer dat zelf ook, dat, als ze wat langer naar mijn luchten keken, ze de illusie van die beweging bijna meemaakten. Soms zelfs zo erg dat hun lichaam aan het wankelen werd gebracht. Voorbeeld: u zit in een stilstaande trein en de ernaast staande trein vertrekt, komt in beweging. Pas als die trein visueel uit het raam verdwijnt, komt, met een echt lichamelijke schok, de werkelijkheid terug. U dacht dat u bewoog, maar stond stil, de spieren echter dachten daar anders over. Aangestuurd door de ogen. En ontspanden pas weer toen diezelfde ogen u vertelden dat u echt wel stil stond. Ik ben er wel eens misselijk van geworden.

Zo ook met mijn wolkenpartijen, ze vertellen dat ze bewegen maar bij de rand van het schilderij gekomen zeggen uw ogen: stop, rand van het doek. Dat creëert dan de beweging die u denkt te zien, maar die er natuurlijk niet is. Magie! Die ik nu ook kan wegstrepen als zijnde tovenarij, nu bevredigend verklaard door de wetenschap. Zoals diezelfde wetenschap alle geloof, bijgeloof en magie uiteindelijk zal kunnen verklaren.

Al zal het verzet daartegen nog heel wat eeuwen duren en zullen er nog miljoenen magische zaken op te lossen zijn. Maar goed, dan hebben aankomende studentjes ook nog wat te doen. Ik ben er voorlopig tevreden mee dat zelfs mijn schijnbaar verknoeide tijd in dienst van Hare Majesteit, uiteindelijk toch íets heeft opgeleverd.

Er is geen wolk zo zwart of er zit wel een stralend-gouden randje aan.

 

Dinsdag, 28-03-2017

 

Een mooie dag, veel zon, de magnolia is een zee van witte bloemen. De lente barst uit al haar voegen en je kunt het gras zowat horen groeien. Daardoor ben ik terechtgekomen in een bepaalde staat van zijn, een vreugdevolle existentie, waarin vroeger vaak mooie poëzie werd geboren. Niets te melden en toch boordevol van binnen.

Een mooie, rustige wandeling met buuv en Pantu, die de tijd van haar leven had met water en zon, en louter aardige mensen. Die allemaal ook al niets te melden hadden. Daarom dit gedicht uit 1990 (ongeveer) waarin ik dat fenomeen beschrijf:

 

IK WEET NOG NIX

 

het gras is groen

een boom staat hoog

een huis is vaak van steen

een boterbloem is geel en niet

veel groter dan een madeliefje

er klaagt een geit, zij

mekkert om het hoekje van de schuur

iets knarst, dat is de waterput

wijl poezen slapen in 't kozijn

de zon staat stralend

aan de hemel

als een uit zijn as

verrezen Feniks

de hond blaft,

kat miauwt

en nog steeds weet ik nix

 

Woensdag, 29-03-2017

 

Alweer een zonnige, warme dag. Boodschappen gedaan, afspraak met nieuwe kennis Ina door misverstand over de tijd bijna in het water gevallen. Door daadkrachtig optreden harerzijds toch weer net op tijd gered. Dus dan eerst maar samen, Ina en ik, met Pantu wandelen. Het was al echt warm, en Pantu was bijna niet uit het water van de Hoornseplas te krijgen. Het blijft jammer dat we daar 's zomers niet terecht kunnen, maar ja, het is nu eenmaal zo. Er zijn gelukkig nog meer opties, maar ja, de Hoornseplas is toch wel het paradijs. Voor mens én hond.

Daarna Toetje thuis gebracht en samen geluncht in Restaurant de Twee Provinciën aan de rand van het Paterswoldsemeer vlak bij Eelde. Twee kroketjes brood voor haar, hamburger brood voor mij. Twee enorme borden voer, veel te veel, maar wel lekker. En al kletsend doorhappen tot de buiken rond genoeg waren. Hoefde die dinsdag niet meer te eten.

's Avonds Oranje-voetballen kijken. Na het debacle tegen Bulgarije moesten we maar afwachten wat het tegen het voetballand bij uitstek, Italië, zou worden. De zwalkende formatie van het Nederlands Elftal kan al jaren niet meer voetballen, diepe ballen langs de vleugel, daar hebben ze al decennia lang niet meer van gehoord. Breien is het enige dat ze nog kunnen, in hun snoezige oranje pakjes. Ga voetballen voor je centen, mietjes! Ze rijden rond in onbetaalbare sportwagens, hebben dure (barbie)vrouwen voor de neuk, maar werken, ho maar. Geef mij maar een elftal vol Dirk Kuyten, sleurders, werkers, roppers, scheurders en negentig minuten vol gas. Dat helpt! Voetbal is vervangende oorlog, zei Rinus Michels. De huidige coaches tuimelen als bowlingkegels, en nu willen ze onbenul van Gaal weer aanstellen.

Ben ik dan de enige die ziet dat deze man een anachronisme is. En alleen maar wrakhout achterlaat? Het lijkt er bijna op. We zullen zien, ik heb al tijden geen abonnement meer op de voetbalzender, het leukste voetbal zie ik voor niets. Uit Engeland, jawel.

 

UPDATE

De eerste helft voorbij, “we” staan met 1-2 achter, maar dat is niet erg. Het voetbal is verfrissend, lang geleden dat we dat zo gezien hebben. Mooie cominaties, één keer raken en de diepte opzoeken. Bevrijd van Blind en zijn starre instructies zien we opeens weer jonge honden op het veld, zoals het hoort. Natuurlijk nog wel met erg veel fouten in de verdediging en in de passing, maar ja, verliezen doe je door je fouten, winnen niet door de goeie dingen. Zo hoort dat in het voetbal. Op naar de tweede helft. Tot zo...

AFGELOPEN! Het is 1-2 gebleven.

Toch zijn er lichtpuntjes, leukere acties, attractiever veldspel , wat heel belangrijk is, ik ben niet tijdens de wedstrijd in slaap gevallen. Dat zegt al heel wat. Genoeg over de oorlog, die voetbal nu eenmaal is. Eind van een lange, drukke, welbestede dag, berregoanstied!

 

Ook Woensdag de 29ste.

 

Dit was eigenlijk de bijdrage voor Donderdag, 30-03-2017 maar publiceer hem voortijdig. Waarom?

Lees, luister en huiver.

Plaatsvervangende schaamte. Grote boosheid hier. Onze nationale schaamtepleister Giro555 is weer een nieuwe bedelactie tegen de hongersnood in Afrika begonnen. Gauw iets storten om je geweten te sussen. En de directeuren van de goede-doelen-stichtingen lachen alweer in hun vuistje. Hierom!

Om te beginnen: http://www.volkskrant.nl/opinie/hoeveel-storten-de-afrikaanse-leiders-eigenlijk-op-giro-555~a4479919/ ... waarin becijferd wordt dat de teller op 15 miljoen staat, een schijntje vergeleken met de gestolen miljarden van de Afrikaanse zelfuitge-roepen leiders.

Mocht u dan nog niet overtuigd zijn, dan graag uw aandacht voor het volgende: één procent van de wereldbevolking heeft meer geld dan de overige 99%. Nee? U begrijpt niet wat ik daarmee wil zeggen? Als wij de hongersnood echt willen oplossen zullen we van het vervloekte kapitalisme in al zijn vormen af moeten komen.

Jawel, ook het Russische systeem van Poetin valt daaronder. En het Chinese systeem deugt ook voor geen meter! We zullen het vunzig-rechtse denken uit de domme koppies moeten halen, het ieder-voor-zich-gevoel moeten uitroeien met wortel en tak.

Maar zonder armoede zijn er geen goedkope werkkrachten, geen loonslaafjes en daarom geen miljoenen voor de bazen. Die vervolgens hun dure stoeihoeren op hun dure jachten zullen moeten missen! Of hun dagelijkse portie witte snuiftabak.

Er is bijzonder weinig verschil tussen negers vangen en verkopen in de Verenigde Staten of ze laten creperen van de honger aan de rand van de woestijn in Midden-Afrika. Waar ze kanonnenvoer voor de lokale godsdienst mogen worden in ruil voor een bak rijst.

Ook in eigen land is de terreur van dit vunzige economische systeem, weliswaar zeer geniepig, duidelijk aanwezig. Voor wie het zien kan. Voor wie het zien wil. Hé, minister-president, ik heb het tegen jou! Luisteren!

Nee, ik geef niets. Ook niet aan de kankerstichting omdat mijn vrouw daaraan is over-leden. Een menselijk systeem zou maken dat alle zorg gratis is voor iedereen. Maar ook daar geldt het geld. Medicijnen zijn tien keer te duur, specialisten verdienen tien keer te veel... ik kan beter ophouden, ik kan wel blijven spuien.

Hier in Groningen (ook in Twente en de Achterhoek, trouwens) kennen we noaberschop, de stilzwijgende afspraak om je buren te helpen zonder geldelijk gewin. Als er wat aan de hand is, help je. Klaar. Daar wordt niet over gediscussieerd. Ook niet als het wat kost. De volgende keer ben jij misschien aan de beurt en dan vind je het geweldig, dat zij dat voor jou doen. Zo hoort het ook.

Ik ben zo vreselijk boos dat ik zelfs uit moet kijken wat ik hier neerpen. Dit is de wezenlijke reden voor mijn barricadengedrag gedurende mijn hele leven.

Waarom ik kunstenaar ben geworden (dat was ik al, okee!). Waarom ik mijn schilderijen maak. Waarom ik dit dagboek schrijf.

En waarom ik de prijs heb betaald voor een beetje inzicht in de verdorven menselijke geest.

Maar een welgemeende vloek moet nu maar even kunnen, vind ik: GODVERDOMME! Ik hoop dat u hem hoort.

Morgen misschien weer een vriendelijk stukje over mooi weer, hondjes en betoverende bloemen, misschien zelfs over poëzie. Maar nu even niet!

Donderdag, 30-03-2017

 

Dag om bij te komen van de boosheid van gisteren.

Wat kost dat een energie!

Tot morgen.

 

Vrijdag, 31-03-2017

 

Mijn boosheid heeft me behoorlijk bij de poot gehad. De woensdag ben ik verder zonder kleerscheuren doorgekomen, afgezien van enkele schriftelijke aanvallen van een paar rechtse idioten die zich, terecht, aangevallen voelden. Maar de kortzichtigheid én het gebrek aan intelligentie, waarmee ze hun status quo verdedigen, dan wel proberen te handhaven, is verontrustend. En het absolute gebrek aan idealen, behalve over het saldo op hun bankrekening, doet mij het ergste vrezen voor dit onbenullige landje. En ik ben heus niet de enige die er zo over denkt.

Maar vluchten is ook geen oplossing, proberen Nederland te veranderen is een betere optie. Natuurlijk heb ik eergisteren heel wat mensen tegen de haren ingestreken en net als katten, vinden ze dat niet prettig. Maar ja, die waren toch al verloren voor de mens-heid. De mensen, niet de poezen.

Geen idealen, geen visie, geen dromen, ik zou niet eens weten hoe ik zonder deze schone zaken zou moeten leven. Iemand vroeg mij zelfs of ik, door schilderijen te verkopen, niet zelf een vunzige kapitalist was. Hij keek dan ook ernstig op z'n neus toen ik hem kon mededelen dat ik mijn schilderijen niet verkocht, maar ze altijd weggaf. Daar had ie niet van terug, dus begon hij vervolgens te schelden. Maar ja, ik noemde hem in eerste instantie natuurlijk ook een vunzige kapitalist, dus hij stond in zijn recht. Lachen!

En dan staan er ook weer hele volksstammen op die deze aanval te grof vinden, maar met liefde krijg je geen materialist over de drempel, heus niet.

Vroeger heb ik eens een handleiding voor de anarchist gelezen, een zeer vermakelijk boekje, dat aangaf hoe je instanties en andere logge staatslichamen moest benaderen om ze lekker dwars te zitten, zo niet nog erger te hinderen. Eén ding uit dat boekwerkje is mij altijd bijgebleven: een goede anarchist knipt zijn haar eraf, indien noodzakelijk (u mag raden wanneer dat boekje ongeveer geschreven is). Maak jezelf onherkenbaar als dwarsligger, ga in driedelig en een scheiding in je haar de vijand tegemoet en vervolgens te lijf. Spreek de taal van je tegenstander, ook een handige tip. Platte taal bijvoorbeeld helpt uitstekend om PVV'ers wat te vertellen, dat is de enige taal die ze verstaan.

Dat kan ik hier rustig neerpennen, dit boek zullen ze toch nooit of te nimmer gaan lezen.

Maar al met al hakte die dag er toch behoorlijk in, qua energie. Ik ben daarom donderdag maar een beetje gaan bijtanken bij een kennis met een tuin waar heel veel vogels komen. Ik had al eens eerder gevraagd of ik een keertje mocht komen fotograferen en dat heb ik nu dan maar gedaan. Een pizza meegenomen en een pannetje aspergesoep om de inwendige mens te versterken, zoals dat zo mooi heet, en lekker geprobeerd geelgorzen, boomklevers en heggemussen mooi op de gevoelige plaat te krijgen. Wat het natuurlijk al lang niet meer is, een gevoelige plaat. Het zijn gevoelige pixels tegenwoordig.

De digitalisering van de fotografie is een ware uitkomst gebleken. Je kunt duizenden foto's schieten als je dat wilt, als je maar genoeg geheugen bij je hebt. Plus opgeladen batterijen voor de camera. Weggooien wat niet bruikbaar is, er blijven altijd wel een paar over die door de keuring komen. Geen filmpjes meer, geen negatieven waar je verder nauwelijks invloed op hebt, tegenwoordig kan alles beïnvloed worden. Een echt bewijs is een foto dan ook nauwelijks meer, tenzij je met heel goeie apparatuur kunt aantonen dat een foto niet gemanipuleerd is. En dan nog moet je van heel goeden huize komen.

Maar al met al ben ik “at the end” toch blij dat ik mijn boosheid woensdag heb geventileerd, zelfs een beetje trots.

Want als ik het niet doe, wie gaat het dan nog doen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

APRIL

 

 

Zaterdag, 01-04-2017

 

Een dag van mantelzorg achter de rug. Goed om te doen maar toch erg vermoeiend.

Ik kan wel merken dat ik geen jonge man meer ben, die ongestraft de hele dag met mensen kan optrekken, hoe aardig ze ook zijn. Daar heb ik het dan ook niet over, over die mensen. Maar dat je tekort schiet aan energie, is een niet zo heel fijn gevoel. Gelukkig moest ik nog tanken (ook de auto had energie nodig) en kwam zodoende in de heerlijke verleiding om zo'n geweldig gebakken visje op te halen in het auto-industriegebied van Groningen, Driebond genaamd. Daar staat die kraam waar Rik uit België ook elke keer naar toe moet als hij in Groningen is. Haringen en de lekkerste gebakken vis van Gronin-gen. Erewoord! En nee, ik heb geen aandelen.
Dus gauw even buuv gebeld, die had op Toetje gepast en was met haar wezen wandelen. Die lustte ook wel een gebakken visje, voor haar ook maar eentje meegenomen. Zij blij, ik blij. Hoe zeggen ze dat tegenwoordig op z'n popiejopies...oh ja, een win-win situatie. Vreselijke uitdrukking, eigenlijk. Stinkt naar neoliberaal.

U weet wel, de nieuwe naam voor het aloude vunzige kapitalisme. Maar goed, ik was nog steeds in een uitstekend humeur. Toen kreeg ik in mijn inbox een bericht van Vroege Vogels, voor elke natuurliefhebber bekend, met de volgende inhoud: in Limburg is een dassenburcht volgestort met gier. Dat is woensdagavond gebeurd in Nuth, volgens de Partij voor de Dieren waarschijnlijk vanaf een akker. Mogelijk kunnen er nu geen dassen meer wonen. Nu volgt een deel van dat bericht.

Grimmige sfeer
Eerder deze maand gaf Das&Boom al aan dat de sfeer jegens de beschermde das almaar grimmiger wordt. In groten getale zijn dassenburchten vernield, geëgaliseerd, uitgegraven of anderzijds ernstig verstoord en worden dassen zelfs geschoten. Dat constateert de Stichting Das&Boom naar aanleiding van een uitgebreide steekproef van dassenburchten in Limburg.

Camerabewaking !

Anderhalve week geleden trok de Stichting Das&Boom aan de bel omdat ze zich grote zorgen maakt over de dassen in Limburg. Ze heeft al aangekondigd bedreigde dassenburchten te gaan bewaken met camera's. Volgens Limburg is er melding gemaakt bij de zogeheten Groene Brigade van de provincie Limburg, die het buitengebied moet controleren. Einde quote.

Tijdens het lezen moest ik mijn vreselijke best doen om niet weer ontzettend kwaad te worden. Boeren en natuur, een onzalige combinatie. Maar het ergste is dat deze, vanouds zeer gelovige tak van de bevolking er absoluut geen been in ziet om beesten uit te roeien als dat geld oplevert. Je zou toch denken dat hun religieuze Grote Heer het toch ernstig af zou keuren als zijn volgelingen zijn scheppingswerk vernietigen. Maar nee, hoor, catastro-fale monocultuur en afschieten of anderszins vernietigen van beesten die zogenaamd schadelijk voor hun zijn, is de gewoonste zaak van de wereld, zo lijkt het wel.
Gelukkig neemt die natuur wel wraak, als de milieubewegingen en hun aanhangers dat al niet doen. Toen de Friese boeren massaal buizerds afgeschoten hadden, kwam er het volgende jaar een muizenplaag. Net goed! De idioten. De totaal van hersens gespeende agrarische domme apen. De mens kan niet zonder de Aarde en al haar bewoners, en nee, jullie boeren zijn daar echt geen rentmeesters over, wat jullie dominees zondags ook staan te orakelen op hun preekstoelen. Echt niet.
Rentemeesters, ja dat wel, onder aanvoering van de meest afgrijselijke voorman die jullie in jaren gehad hebben. Jawel, super-rechtse Buma. Die er geen been in ziet een samen-werking aan te gaan met de fascistoïde Geert Wilders, een man die een stroming vertegenwoordigt waar ieder fatsoenlijk mens zijn neus voor ophaalt.

Zo niet deze Buma. Het deert hem niet, hij staat in zijn gelijk, denkt ie. Mooi niet, dus.
Want zegt een zenvraag (een Koan, heet dat) niet geheel terecht: wat doet u als u ziet dat u bijna op een mier trapt? U mag zelf antwoorden, zoals op alles wat zen u voor de voeten gooit. Het is per slot van rekening úw geweten.

 

Zondag, 02-04-2017

 

Twintig weken alweer! Honderdveertig (!) afleveringen in dit dagboek, door mij begonnen om de wereld maar eens te vertellen wat er allemaal in dat kleine, 68-jarige koppie van mij omgaat. Ik hoop dat u het mooi vond. Mooi genoeg om ook de volgende aflevering maar weer te gaan lezen. En misschien was het wel niet altijd mooi, maar dan wel boeiend genoeg, hoop ik.
Terugkijkend ben ik zelf vooral verbaasd hoeveel een mens wel niet meemaakt in zo'n korte tijd. Van zware verliefdheden tot oprechte boosheid, van melancholie tot grote vreugde, van inkeer tot passie, het was allemaal aanwezig. Dat allemaal om de sub-titel te rechtvaardigen: jaarboek van een liefde.
Die niet over een vrouw of een minnaar of een minnares gaat, maar over mijn diepe overtuiging dat de mensheid is vergeten waar het allemaal om draait. De liefde voor onze echte moeder, moeder Aarde.

Want door ruimteonderzoek, satellieten die om de aardbol draaien via een langzame en bijna eeuwige val, raketten en andere missies, zijn we al een heleboel te weten gekomen over ons huis. Maar wat we niet schijnen te willen zien is, hoe wij ons thuis stapje voor stapje vernietigen door een specifiek waanidee, namelijk dat er iets te bezitten zou zijn. Zelfs officiële rapporten van integere wetenschappers worden ontkend in de jacht naar roven, hebben en houden.
Bezit, waaraan de dwaze mens alles heeft opgehangen, zijn geluk, zijn toekomst, zijn succes in de voortplantingsdrang, je kunt het zo gek niet bedenken.

Die dwanggedachte is zelfs zover gegaan, dat wij die wereldbol waarop wij leven, de Aarde, nu ook al als bezit zijn gaan beschouwen. We hebben religies uitgevonden om onszelf te bedotten, een onze-lieve-heer die ons vertelt dat wij de rentmeesters zijn van deze planeet, een Boeddha die ons hetzelfde vertelt maar dan vanuit het menselijke standpunt, Een Allah, die eigenlijk dezelfde is als onze onze-lieve-heer maar die vooral vertelt dat hij de enige god is, en zo nog vele, vele anderen.
Dat alles als uitvloeisel van de gedachten van die vroege mens, die met ontzag naar een heel oude eik kon kijken en er dan maar van uitging dat dat wel een heilige boom moest zijn. Of in ieder geval een heilige plek, want in zijn overlevering waren die boom en die plek er ook al, toen zijn voorouders er waren. Maar begrijpen, ho maar!
Daarin is nog niets veranderd: we weten veel meer, ook heel oude eiken gaan dood, gletsjers kunnen makkelijk stenen tillen die mensen niet eens verroeren kunnen, de aarde schijnt rond te zijn en heus niet het middelpunt van het heelal, te veel om op te noemen. Maar echt begrijpen.... u raadt het al.
Toch hoop ik door dit dagboek wel iemand te kunnen overtuigen dat het echt, écht allemaal anders moet. Totaal anders. Het liefst via de weg der geleidelijkheid, want de doden vallen altijd aan de verkeerde kant, maar als het niet anders kan..... dan maar een ecologische revolutie. Eentje, die later als kantelpunt in de menselijke geschiedenis kan worden aangehaald in het dagboek van een dwarse kunstenaar. Die zonodig moet beschrijven wat er allemaal in zijn kleine koppie omgaat.

 

Maandag, 03-04-2017

 

Iemand is erg blij dat hij/zij niet mijn partner is. Zielsgelukkig! Diegene heeft in ieder geval van zaterdag op zondag voortreffelijk geslapen. Laten we het maar op een zij houden, gezien mijn lichamelijk-hetero-zijn. Dat had ze namelijk niet gedaan als ze wel het bed met mij had gedeeld. Ik werd namelijk plotseling wakker met een schok (zo'n heel diepe schok, u kent dat vast wel) en een totaal uitgedroogd bekkie. Met een vieze smaak! Gatverdarrie. Oftewel, ik heb als een gek liggen snurken. Dat doe ik alleen, tenminste volgens degenen die het ooit hebben meegemaakt, als ik heel erg moe ben.

Ik had namelijk een paar dagen geleden mijn elektrische bed versteld en was zaterdag-morgen met een pijnlijke onderrug wakker geworden. Duidelijk niet goed afgesteld, dat bed, en daarom slecht geslapen, niet uitgerust. Zo door de dag heen was dat natuurlijk wel weer verdwenen, maar gelukkig dacht ik er zaterdagnacht weer aan, vlak voor ik naar bed ging. Dus ik het bed weer in de oude stand teruggezet met als gevolg daarvan (hoogstwaarschijnlijk) de diepe slaap en het gesnurk. Zo kunnen kleine dingetjes van grote invloed zijn op uw leven.
Nog een voorbeeldje: ik had een kennis/vriend met een mooi huis op het platteland. Tuin voor, grote tuin achter (met moestuin) en links en rechts ook nog wat meters groen. Om kort te gaan, vrijstaand in een prachtige omgeving. Huis tiptop in orde, planten in bloei, wat wil je nog meer. Met een deel! Ook wel bijkeuken genaamd. U weet wel, zo'n soort achterste betonnen plek nog onder het dak, bestemd voor rotzooi, fietsen en tuingereedschap. Je kwam daar vanuit de keuken via een mooie boerendeur. Met een klink. Die klink, die piepte. Elke keer als dat ding uit z'n houdertje gewipt werd, maakte hij een uiterst irritant geluid. Dat heeft jaren zo geduurd, tot ik er op een gegeven ogenblik knettergek van werd. Die vriend hoorde het pas toen het geluid verdwenen was. Omdat ik eindelijk, eindelijk, de moeite nam om er een klein beetje vet aan te smeren. Toen werd het weer rustig in het achterhuis.

Deze, door mij gepraktiseerde “theorie van de piepende deurklink”, staat sinds dat moment symbool voor kleine dingen die irritant zijn en waar niets aan gedaan wordt. Omdat u niet eens meer door heeft dat die irritatie er is, laat staan waar die vandaan komt. Vastgeroest als u bent (net als iedereen trouwens, inclusief ikzelf, niets menselijks is mij vreemd) in al uw tradities en gewoontes. Het kan daarom geen kwaad af en toe eens met wat vet in een spuit door uw geestelijke huis te speuren op zoek naar hinderlijke bijgeluidjes. Ik geef u op een briefje, uw levenskwaliteit gaat er met sprongen op vooruit. Ook die van uw partner, mits aanwezig. En net als met dat huis: het leven wordt opeens veel meer waard!

 

Dinsdag, 04-04-2017

 

's Morgens lees ik op de computer altijd De Telegraaf. Dat doe ik niet uit sensatiezucht, ik wil gewoon graag weten wat de vijand denkt. Dan kan ik mij beter wapenen tegen de gevolgen van de rechtse leugen en weerbaar blijven. Deze voormalig foute krant ziet er namelijk geen been in zeer creatief met de aangeboden feiten om te gaan teneinde de rechtse indoctrinatie compleet te maken. Want net als links is ook rechts bezig haar waarheden over het voetlicht te brengen. Aan u de keuze welke waarheid u verkiest, zoveel is natuurlijk waar.
Zo heeft deze, in mijn ogen niet alleen in het verleden, foute krant ook een vrouwenkatern waarin de laatste roddels en vunzigheden uit de privésfeer van omhooggevallen Neder-landers worden besproken. Ook wel BN'ers genoemd. Dat dat soort berichten in een “vrouwenkatern” staan, draagt ook al niet echt bij aan de emancipatie, maar vooruit.

Er zullen wel een hoop vrouwen zijn die eigenlijk helemaal niet willen emanciperen, die lezen dit alles met graagte.
Ik merk dat, als ik over dit soort onderwerpen begin, er aan generalisatie niet valt te ontkomen, nu alvast mijn verontschuldigingen. Hoort u niet bij de doelgroep, lees gerust verder en glimlach om mijn mannenvisie op deze zaken. Want wat las ik vanmorgen...

Humberto Tan (een tv-presentator) heeft zijn vrouw verlaten voor jonger vrouwelijk bloed. Zijn al wat oudere ex-vrouw, Hummie-darling is toch ook echt wel de vijftig gepasseerd en zij, ze is, meen ik, 46, spuugt nu rook en vuur. Dat hij haar heeft “ingeruild” voor Dionne Stax, een lekkertje van 31, bekend van de tv.
Nu was het mij ook al opgevallen dat Dionne er de laatste weken wel zeer appetijtelijk bij liep, een duidelijke “Aha...vandaar”-erlebnis voor mij, derhalve. Met als hoogtepunt een optreden van haar in een wel zeer beeldige rode jurk. (Vergeeft u mij het nichterige taalgebruik, s.v.p.) Als vrouwen de hormonen in de strijd gooien, kun je als man echt niet anders dan dat in ieder geval opmerken. Zo zit de Natuur nu eenmaal in elkaar. En zo gebruiken vrouwen dat ook.

Wat je er vervolgens mee doet: soek ut lekkur selluf uit.
Maar waar het mij vooral om gaat, is de term “ingeruild”. Die zij nota bene zelf gebruikt. Over dubbele moraal gesproken! Je moet natuurlijk niet raar opkijken dat, als je je man vangt met uitsluitend hormonen, je diezelfde man niet meer kan vasthouden als die hormonen niet meer de hoofdrol spelen in de relatie. Want de kerkelijke dwang van bovenaf ter bestendiging van uw huwelijk bestaat al lang niet meer in grote delen van Nederland, dus daar ligt ook al geen reden meer als de rest uitblijft. En fatsoen is een te zwakke waarde om niet overvleugeld te kunnen worden door het vrouwelijke voort-plantingsmechaniek. Met andere woorden: er wordt wat afgevoosd op deze wereld!

We kunnen per slot van rekening niet allemaal nimfen bij bronnen gaan schilderen als sublimatie. Zoals ik doe. Maar als je als achtergelaten vrouw dan de term “ingeruild” gaat gebruiken, classificeer je jezelf toch echt wel als een tweedehands oestrogeenloos bood-schappenwagentje. Dat ingeruild wordt voor een nieuwer sportmodel. Waar je als man natuurlijk wel weer een nieuwe “kick” van krijgt. Zo lang het duurt.
Mocht er zich in een mannenleven onverhoopt geen groen blaadje aandienen (we heten niet allemaal Hummie-darling!), dan is een Harley-Davidson ook al snel gekocht. Of een leuk Mazda-sportwagentje. In het ergste geval een namaak-terreinwagen.

Door hun vrouwen schoorvoetend toegestaan, want zij kunnen daar allang niet meer tegenop. En omdat zij dat maar al te goed beseffen, hopen zij hun man bij zich te houden door hem het nieuwe speeltje dan maar te gunnen.
Er schort een hoop aan de relationele en seksuele voorlichting op middelbare scholen, dat was al bekend, het kameraadschappelijke terrein van een relatie is al helemaal onder-belicht. Dat je als man en vrouw naast elkaar dient te staan, als vriend en vriendin, in dit leven. Waar toevallig ook nog een seksuele behoefte aan vast zit, waar je als partner ook aan wil voldoen. Voor haar! Of voor hem! Dat heet dan de lichamelijke liefde.
Maar er niet per se aan hóeft te voldoen. Anders heet datzelfde opeens dwang! En in deze context zelfs verkrachting! Waarmee wij het terrein van de rechtsgang en de jurispruden-tie betreden. Daar stop ik. Daar heb ik geen verstand van. Van al het voorgaande eigenlijk ook niet. Nou ja, een beetje dan! Maar het generaliseren was heerlijk! Ik heb genoten! Waarvoor nogmaals mijn verontschuldigingen.

 

Woensdag, 05-04-2017

 

Overal om mij heen gaan momenteel mensen dood. Ik weet het, het hoort erbij. Het is het loon der sterken, erg genoeg. Want zonder dood zou er niet eens leven zijn.

Maar wat je in je hoofd weet, komt in je hart nog wel eens anders aan. Dan zou je willen dat juist die ene mens nog niet aan de beurt zou zijn geweest. Dan liever jij zelf.
Maar het leven is onrechtvaardig en kent geen genade. Genade is een onderlinge mensenzaak.

In de verbijsterende Tolkien-serie “De ban van de Ring” laat de schrijver een van de hoofdfiguren, de tovenaar Gandalf, een opmerking plaatsen, die me altijd is bijgebleven. Uit al die tienduizenden zinnen die op al die duizenden bladzijden staan.

“Kun jij iemand het leven schenken? Wees dan niet te snel het iemand af te pakken”, zegt hij tegen de hoofdpersoon van het boek. Wat mij betreft, draait heel Tolkiens levenswerk om die ene zin, is dat de kapstok waar zijn hele bestaan aan is opgehangen. Fantastisch! Zoals mijn bestaan is opgehangen aan de zoektocht naar de waarheid. Die onvindbaar bleek te zijn. Was daarom mijn leven nutteloos? Welnee!
Eén ding dat ik op die zoektocht heb geleerd is, dat het om de zoektocht zelf gaat. Niet waar je aankomt, niet het vinden is belangrijk. Want als je het gevonden hebt, is je missie voorbij, je keert huiswaarts, het schip gaat aan de kade, de motor stopt en je haalt met grote takels alles wat je gevonden hebt op de wal. Ter leringhe ende vermaeck van al diegenen die niet de tijd /of de gelegenheid hadden op zoek te gaan. Of er domweg geen zin in hadden. Of zich geen schipper voelden. Soms zelfs niet naast god.
Allemaal mogelijkheden.....weg ermee!
Resteert een lading vondsten, al dan niet belangwekkend.

 

Dat doet me dan weer denken aan de tijd dat ik, op een boot in Groningen wonend en werkend, tot een bepaald inzicht kwam waardoor al mijn vroegere werk nutteloos bleek. Ik heb dat werk opgestapeld op, inderdaad, de kade, heb al mijn vrienden en kennissen een berichtje gestuurd dat ik het ging doen en wanneer. en gaf ze tot die tijd de gelegenheid te komen halen wat ze maar wilden. Mijn beste vriend uit Breda kwam over om me moreel te steunen en vrijdags ging de brand in datgene wat nog over was.
Het was een fantastische fik, een reinigingsvuur, wij waren samen aan een volwassen bierdieet en we werden niet eens dronken. Dat zou teveel genade zijn geweest. Maar uit de as verrees een nieuwe waarheid! Hoe wreed, hoe paradoxaal!

 

Donderdag, 06-04-2017

 

Geen groter genoegen dan te kunnen zeggen dat ik eigenlijk niets te melden heb vandaag. Eergistermiddag twee keer met Pantu uit geweest, eenmaal in mijn uppie, de tweede keer met buuv. Die misbruikte de gelegenheid gelijk door voorzichtig te vragen wanneer ik weer van die lekkere Indiase rijst ging maken, die had ze zo lekker gevonden. Dat maar weer toegezegd, koken voor anderen blijft leuk.
De wandeling ging naar een plas in de buurt van Hoogkerk, een geannexeerd dorp aan de westgrens van Groningen-stad, waar Pantu heerlijk achter de bal aan kon zwemmen. Lekker in de zon op een bankje, buuv had voor zichzelf een hartig stokbroodje gekocht en voor mij een puddingbroodje. Zo schattig. Alles zonder spanning, alles leuk, iedereen tevreden en woensdagmorgen gewoon die heerlijke rijst gekookt. Grote pan vol, altijd lekkerder in een grote hoeveelheid, dan kan ik ook nog wat invriezen /of weggeven. Niets te melden, derhalve. Tevredenheid is saai, maar heerlijk op z'n tijd. Morgen maar weer verder.

 

Vrijdag, 07-04-2017

 

Gisteren saaie tevredenheid, dat is vandaag wel over. Aangewakkerd door een krantenfoto van een vader met twee dode kinderen, gedood door gifgas. Gedood door idioten, die levensovertuigingen misbruiken om wereldse macht en rijkdommen te vergaren. En al doende ook nog eens de vrije keus om te geloven wat je wil, om zeep helpen.
Kijk, het maakt mij niet uit wat iemands overtuiging is, zolang diegene mij maar niet wijs wil maken dat dat, wat hij gelooft, de enige waarheid is. Want ik geef je op een briefje, dat is het niet, de enige waarheid. Want al eerder aangetoond in dit dagboek: dé waarheid bestaat niet, en dat is de enige waarheid.
Snapt u die paradox niet, gewoon niet verder lezen, is dan toch zinloos. Maar kijk naar die vreselijke foto en begrijp wat ik bedoel. Barbaarsheid uit de Middeleeuwen haalt het niet bij dit plaatje. Toen kon je tenminste nog zeggen dat je niet beter wist. Nu weet iedereen wel beter. En niemand doet wat.

U hebt mijn voorwoord gelezen, neem ik aan. Regeringsleiders, demagogen, dictators, kerkleiders, koningen en koninginnen, allen hebben belang bij het kunnen ontwijken van een vreselijk gegeven. En dat gegeven is, dat een individu uitsluitend gebaat is bij zijn eigen overleving. Vooral ten tijde van bedreiging. Als dat bestaat uit het valselijk aanhangen van een geloof omdat anders je kop er domweg afgehakt wordt, dan moet dat maar. Als dat bestaat uit het aan de kant van de weg staan met geheven rechterhand, sieg heil roepend omdat je anders gefusilleerd wordt, so be it. Als dat bestaat uit verklaren dat je vrijwillig een hijab draagt omdat je anders het risico loopt gestenigd te worden, oké! Wij hier in het “Vrije” Westen (let op de aanhalingstekens, die staan er niet voor niets) kunnen wat gemakkelijker met religieuze issues omgaan omdat wij de scheiding van Kerk en Staat al achter de rug hebben.

Tenminste, zo goed als. Zo verlicht zijn we hier al wel. Misschien. Denken we.

Want er zijn nog steeds splintergroeperingen die daar geen heil in zien. Wat natuurlijk vanuit hun gezichtspunt terecht is, de kerk loopt niet voor niets leeg.

Maar er zijn meer wantoestanden in de moderne mensenwereld die daar rechtstreeks mee verbonden zijn. Het vergaren van stuitend veel geld over de ruggen van expres arm gehouden mensen, is er zo een. Er bestaan mensen die in hun eentje een begrotingstekort van een heel land kunnen oplossen. Te belachelijk voor woorden, maar realiteit. Kapitalisme noemen we dat. Een groot deel van Midden- en Zuid-Afrika gaat daar onder gebukt. Niet te vergeten ook Centraal-Azië. Waar kinderen doodgaan van de honger. Misschien kunnen ze dan nog maar beter vergast worden. Dat gaat tenminste een stuk sneller. Hoe vreselijk, fascisme blijkt minder erg dan kapitalisme.
Terwijl men zich toch zou kunnen realiseren dat alle menselijke aardbewoners gelijk zijn en evenveel recht hebben op een zelfde portie als de buurman/vrouw. Dat heet nu eenmaal beschaving. Maar helaas heeft die conclusie van de eigen overleving, eerder in dit stukje, ook geleid tot belachelijk egoïsme en materialisme. Waardoor die gelijkheid een fake is gebleken. Geld is macht, bezit is macht, geweld is macht en al die macht heb je over een ander. Wij zijn ziek, wij mensen. In ons hoofd. Doodziek! En dat allemaal omdat we niet durven geloven dat eenieder zijn eigen wereld met zich meedraagt. Met zijn eigen regels en zijn eigen blik op diezelfde wereld.
Vrijheid is pas vrijheid als die voor iedereen geldt. Geen seconde eerder. Daarom, als u prijs stelt op uw vrijheid, bevrijd uw buurman. Want als alle buren bevrijd zijn, is er vrede op aarde, in alle mensen een welbehagen.

Als dat eenmaal gebeurd is, ik beloof het u plechtig, doe ik mijn eerste gemeende echte dankgebed. Maar, alweer, geen seconde eerder.

 

Zaterdag, 08-04-2017

 

…weer een aanslag, ditmaal in Stockholm. De wereld brandt, de politiek doet niets. Ja, pappen en nathouden. En pleisters plakken. Laten we uitkijken dat we niet alle moslims hier de schuld van gaan geven. Laten we ze ook vooral niet terugsturen, want daar weer aangekomen, worden ze zeker óf vermoord, óf ingelijfd in het IS-leger. Een vrijdenkend mens is daar niet veilig.
Een economische boycot zal het meeste helpen, geen vakantie meer daarheen, geen olie meer van kopen. Want, zoals al eerder gemeld, dit is geen religieuze oorlog maar een kapitalistische onder het mom van. En al die argeloze, ongeschoolde, naïeve moslims trappen er weer in. Maar het gaat over macht, geld, olie. Maar nog even, dan is de olie op, dan wordt het Midden-Oosten weer wat het vroeger was: een woestijn zonder geld. Je wilt er nog niet eens begraven worden. Zij zelf ook niet, daarom komen ze liever hierheen.
Maar ik begin wel een beetje murw te worden van al dat geweld, ik ga het al bijna gewoon vinden. Ook daarin schuilt gevaar.

Halt! Ho! Gewoon terug naar vrijdag, naar nu!

's Morgens Wia even moeten geruststellen vanwege haar enorme angst voor W.O.III, dat is me gelukt met de mededeling dat je alleen bang bent om te vallen, als je al eens gevallen bent. Gejat van het eerder vermelde boekwerkje. En aangezien zij toch wel min of meer bewust W.O.II heeft meegemaakt...
Ik geloof zelf ook niet zo in een derde wereldoorlog. Als die namelijk echt uitbreekt, is ie toch catastrofaal voor iedereen. Er zijn al nooit winnaars in een oorlog, maar dan helemaal niet meer.
Gelukkig kennen we de toekomst niet. Dat moet maar zo blijven. Dat kan trouwens ook niet anders, tijdreizen is nu eenmaal onmogelijk, hoe jammer ook. Door Stephen Hawking voldoende overtuigend aangetoond.

Ondertussen zijn we op verzoek van Wia even naar de begraafplaats geweest, waar de urn van haar man is bijgeplaatst. Even kijken hoe het graf er bij ligt. Hij is bij zijn overleden vrouw bijgezet, we gaan het samen een beetje onderhouden en eventueel verfraaien. Zij houdt zich erg goed, huilbuien op zijn tijd, maar inmiddels nu al in staat zichzelf, als de beroemde baron von Münchhausen, aan de haren uit het moeras te trekken. Blij toe, want Wia is een slim en aardig mens, die het niet verdient door calvinistische schuldgevoelens geplaagd te worden. En als het moet, zal ik wel met die Calvijn afrekenen, dat is mij wel toevertrouwd zonder dat ik op het stoeltje van een therapeut ga zitten. Inmiddels weet ik immers wel behoorlijk goed hoe het er aan toe gaat in onze verwarde hoofden.
Na het grafbezoek ook nog even haar auto door de wasstraat gejaagd, voor haar toch nog altijd een avontuur, die staat er nu ook weer spic & span bij. Wist u trouwens dat dat dus een gewoon zeepmerk is/was? Ik niet, weer een openbaring. Een mens leert elke dag.

Ook deze oorlogsdag....euhhh.....zaterdag.

 

Zondag, 09-04-2017

 

Weet u, als ik toch zo'n walgelijke miljardair was, dan wist ik het wel. Ik maakte gewoon een zonnepanelenpark in de Sahara. Zonneschijn genoeg! Ik begon gewoon in Zuid-Marokko en dan rustig naar het Oosten toewerken. Stap voor stap. Rustig aan! Aangevuld met windmolens, wind genoeg daar en niemand heeft er last van. Geen trekroutes van vogels over de Sahara, die vliegen allemaal langs de kust, die krijgen daar ook geen moeilijkheden door. Een gedeelte van de stroom gebruikte ik om de dan opeens in de schaduw liggende gedeeltes te bevloeien en voor je het weet, is er geen Sahara meer. De ene na de andere oase zal verrijzen, elke oase een eigen dorp, gecontroleerde veeteelt (anders vreten ze onmiddellijk het nieuwe groen weer weg) en mooie akkertjes voor de lokale vraag naar plantaardig voedsel. Toegevoegd een absoluut verbod op grootschalige verbouw van wat dan ook maar, om toekomstige poeners te ontmoedigen. De rest van de stroom kan je verkopen tegen een leuke, lage prijs in de omringende landen. Alles beter dan olie en/of kernenergie.
Wat nog veel leuker is, je kunt er voor zorgen dat de gemiddelde levensstandaard behoorlijk stijgt in die gebieden waar je bezig bent. Dat daardoor het religieuze extre-misme behoorlijk af zal nemen is een, toch wel zeer prettig, bijkomend effect. Want extremisme wordt vooral gevoed door armoede en alphabetisme, niet door religieuze overtuigingen.
De IS-oorlog is rechtstreeks te linken aan het zo verderfelijke westers-economische model, zijnde een balansconflict. Hoe meer geld (macht) verzameld in het kapitalistische model, hoe groter de tegenkracht om de zaak weer te egaliseren. Daar hoeft u geen econoom voor te zijn om dat te kunnen concluderen, een beetje inzicht in Zen is genoeg.
De weigering van, hier te lande, de VVD om te nivelleren, is van dezelfde hoedanigheid. Dat zal ze dan ook, ooit, dun door de broek lopen. Maar ja, inzicht, anders dan in de hoogte van hun kapitaal, hoeft u van dat volkje immers niet te verwachten.
Ook moet ik er dan wel een beetje rekening mee houden dat de Midden-Oosten-poeners (die stiekem eigenlijk ook deel uitmaken van dat Kapitalisme) mij dat zonnepanelenplan niet in dank zullen afnemen. Maar goed, dat waren toch al niet mijn vriendjes. Wel van Rutte c.s. Dat wel!
Mooi plan, goed idee. Het zal dus wel niet gebeuren. Want deze keer heb ik alweer een stukje maand over, terwijl de centjes al weer bijna op zijn. Dus daar loopt het op stuk. Ik ben geen miljardair. Helaas voor de Sahara. Het zij zo.

 

Maandag, 10-04-2017

 

In de nacht van zaterdag op zondag had ik een heel heldere droom die me ook zeer gedetailleerd is bijgebleven. Inmiddels weet ik, dat als je een droom meeneemt naar je bewustzijn van overdag, je er iets mee moet. Je onthoudt hem niet voor niets, zeg maar.
Ik teken u het beeld: een pad door de duinen, zonovergoten, een heerlijke, heldere dag, links van mij twee paaltjes, het een duidelijk wat hoger dan het andere, met bovenop elk paaltje een zangvogeltje. Al kijkend ontwaar ik, ook links van mij, een grote rover in de lucht. Het blijkt een vliegende deur te zijn, een zeearend. Overduidelijk. Ik zie hem rondcirkelen, de vorm is onmiskenbaar. (ik heb hem in het echt gezien, mijn hersens zijn daarom prima in staat dat beeld voor mij te produceren). De arend draait loom zijn rondje, vliegt even voor mij uit en komt ineens terug, duikt recht naar mij toe, vleugels ineengevouwen, poten grijpklaar gestrekt. De twee zangvogeltjes (leeuweriken?) smeren hem in het ruige struikgewas. Nogmaals komt de arend na een majestueus rondje op mij af gedoken, duidelijk nu naar mij toe want de vogeltjes zijn inmiddels immers gevlogen. Letterlijk en figuurlijk. De arend passeert mij rakelings, ik sta rechtop (!) en ben niet bang. Einde droom.
Het lukte me niet om de droom in een lucide staat te beleven, wat ik soms wel kan. Dus werd ik gewoon wakker. Goedemorgen, wereld.
Nu moet u weten dat de arend mijn persoonlijke symbool is. Mijn totemdier, zeg maar. Vroeger, toen ik nog in reïncarnatie geloofde – ja, ja, dat heeft ie ook nog heel even gedaan - wou ik altijd al in de gedaante van zo'n trotse vogel terugkomen op Aarde. De symboliek is mij later natuurlijk wel duidelijk geworden, toen ik mij met de inhoud van wat ik schilderde ging bezig houden. De droom refereert dan ook duidelijk aan mijn boosheid en mijn reactie daarop van de afgelopen week, ook geventileerd in dit dagboek.
Het was dus een confrontatie met mezelf, of ik het allemaal wel goed doe. Want, troost u, ook ik heb af en toe mijn twijfels. Achter al mijn spot en zelfspot, kritiek en zelfkritiek, zit toch ook maar een gewoon mens. Een gewoon mannetje, zei mijn tweede ex. Die mij vervolgens verliet. Nou ja, we gingen uit elkaar. Ze had eens moeten weten hoe gelijk ze had! Hoe trots ik nu daarop ben. Terwijl ze toen beter had kunnen blijven. The best was yet to come! Maar dat wisten we toen nog niet.

Ik hoop dat ze ergens heel gelukkig is. Vast wel! Het was een strijder, die gaat er niet zo maar onderdoor. Heb haar de link gestuurd naar mijn dagboek, misschien krijgt ze dit ooit wel eens onder ogen.

 

Dinsdag, 11-04-2017

 

Wia maandagmorgen gebeld, ze klinkt nu met de dag beter. Blij toe. Mensen moeten rouwen - daar weet ik immers zelf ook alles van - zijnde een deel van het doorgaan met het leven. Kon haar zelfs uitleggen hoe idealen (de mijne) een status quo kunnen doorkruisen. En door haar krijg ik dan weer beter door hoe weerbarstig de behoudende geest is. Zelfs zo weerbarstig dat die idealen in de huidige politieke opstelling geen schijn van kans maken.
Hetgeen te zien is aan de manier waarop de PvdD en de SP, die beiden zijn gegrondvest op idealen, door de rest van de politieke partijen behandeld worden. Ze krijgen domweg geen kans. De grootste plannen, door visionairs uitgedacht, zullen nooit eerder wortel schieten dan door: A. een economische noodzaak of B. een ideologische, maatschappelijke verandering waar een heel groot gedeelte van de bevolking achter staat. Een democratische dijkdoorbraak, zeg maar. Dat laatste zie ik niet zo snel gebeuren, zeker niet in ons behoudende kikkerlandje, waar alle veranderingen langs de financiële liniaal gelegd worden. Een nieuw plan moet daarom mede zorgen voor een economische verbetering, dan heeft het kans van slagen.
Iets geheel anders: ik ben er ook achter, door het beschrijven van de droom van gisteren (die met de zeearend), waar die prachtige vogel in mijn geest huist. Als kind kregen mijn één jaar jongere broertje en ik wekelijks een blad thuisgestuurd of bezorgd, gedrukt op armoedig papier. Dat blad heette Arend.

Uit Wikipedia: “het stripblad Arend verscheen tussen 1955 en 1966. Een stripblad van zestien pagina's gedrukt op krantenpapier. De buitenpagina's in kleur en de binnenpagina's zwart-wit. De eerste uitgave kwam uit in oktober 1955.”
Toen was ik net zeven--een-half. En ik herinner me er heel veel van. Want het binnenblad was ook in kleur (daar zit alweer een Wikipedia-fout) en bevatte meestal een technisch onderwerp, bijvoorbeeld: een futuristische motor of een ruimtevaartachtige fantasie.
Van de stripverhalen kan ik me bijna niets meer voor de geest halen, maar die binnenplaten moesten, toen al, mijn leergierige feitjesgeest aan het werk gezet hebben. Heb wat rondgeneusd op het internet nu ik dit teruggevonden heb, en ontdekte een sprookjesland voor mij. Ik ken zowat alle binnenplaten die ik daar kon vinden. Dat werd een diepe duik in mijn introverte verleden. Heerlijk!
Daar komt die arend overduidelijk vandaan. Het jeugdblad. Dat ie dan na al die jaren opeens weer in mijn geest via een droom opduikt, dat ik voor mijn herinneringen uit mijn jeugd niet bang ben, dát vind ik toch wel echt wonderbaarlijk.

 

Woensdag, 12-04-2017

 

Er moet maar een nieuw spreekwoord komen. Morgenrood, Pantu in de sloot. Maar ja, dan is het volgende ook waar: avondrood, Pantu weer in de sloot. Het lijkt er namelijk op dat de Friese roots van mijn Jack Russell steeds meer de overhand gaan krijgen. Van de winter, een paar graden boven nul, stoof ze nog vrijwillig de Hoornseplas in, en nu, met deze voorjaarstemperaturen, is ze nauwelijks meer het water uit te krijgen. Je kunt rustig een bal wel vijftig meter of meer een vijver in gooien. Ze stormt er net zo gemakkelijk achteraan.
Zwemmen op z'n hondjes! En dat met die kleine pootjes. Een zwaaistaart als roer.

Of ze daar ook mee vooruitkomt, met die staart, dat weet ik niet. Maar leuk om te zien is het zeker. Ik heb maar mooi geluk gehad met deze vrolijke terriër.
Iets heel anders: ik was afgelopen maandag bij de tandarts geweest, nieuwe tand als beeldhouwwerk op de oude tandfundamenten, maar die lag er dinsdagmorgen al weer uit. Gelukkig kon ik snel een nieuwe afspraak maken. De tandarts heeft echt zijn best gedaan om een beetje tijd voor mij vrij te maken, kan ik toch vandaag zonder fietsenrek met buuv naar het schoolconcert van haar dochter. Daar had ze me voor uitgenodigd en dat vind ik erg leuk. Ik heb toch een klein beetje het gevoel dat ik een familie heb gekre-gen met buuv & dochter.
Vanmiddag daarom naar de Oosterpoort, een beroemde concertzaal hier in Groningen waar ik vroeger al erg veel mooie optredens heb gezien. Ook heb ik daar al eens met een vijfluik geëxposeerd in een groepsexpositie. Dat gepeperde verhaal komt misschien later.

Het zal me benieuwen wat we van dochterlief voorgeschoteld krijgen, samen met haar schoolgenootjes. Wel weet ik dat de hoogste klas nooit mag zingen, de baard in de keel heeft en maar al te vaak voor een valse noot heeft gezorgd.
Het moet wel de moeite waard worden, want twee keer lamme kaken door de beksmid, vlak na elkaar, is wel een beetje veel van het goeie.

Maar je moet er wat voor over hebben, wie mooi wil zijn....

U hoort nog van het concert.

 

Donderdag, 13-04-2017

 

Het concert van het Parcival College, een vrije school in Groningen, zoals gisteren toegezegd. Het programma zag er al zeer veelbelovend uit. Net als ik met m'n nieuwe tand. Maar dat terzijde.
Negende klas – kleinkunstliedjes, door de leerlingen zelf geschreven en uitgekozen – zeer fraai, ook muzikaal erg sterk. En zo'n dikke tweehonderd leerlingen in één koor, dat is niet niks. Af en toe kippenvel, echt waar. Ook de dochter van buuv zat daarbij.
De achtste klas had een percussieonderdeel in elkaar gewrocht, geïnspireerd op de grote voorjaarsschoonmaak. Er werd zeer ritmisch en heel strak muziek gemaakt met vegers, kliko's en hun deksels, mattenkloppers inclusief matten, vegers met bijbehorende blikken en nog vele andere schoonmaakattributen. Verder lagen op het toneel 180 djembés waar af en toe ook massaal ritmes mee gemaakt werden. En als 180 djembés tegelijkertijd geslagen worden, dan geeft dat een enorm kabaal, dat kan ik u na gistermiddag verzekeren.
Een hoogtepunt in dat trommelslagersgeheel was toch wel dat, toen de vier kliko's voor het eerst de klep opendeden, er ook nog mooie meisjes uit kwamen springen. Zoals vroeger uit de beroemde taart. De apotheose was dat er, na een fantastisch crescendo met een oorverdovende stilte erachteraan, een heel mooi verstild momentje kwam met die vier kliko-meisjes met een heel klein subtiel ritme. Als klapstuk. Oorverdovend applaus. En terecht.
Klassen 10, 11 en 12 hadden zich als taak gesteld een requiem uit te voeren van Johann Michael Haydn, jongere broer van Joseph. Een gewaagd stuk, moeilijk om dat met amateurs te doen, maar ze brachten het tot een redelijk goed einde. Gesteund door een professioneel klinkend orkest, met zeker een aantal beroepsmusici erbij, maar dat kan ook niet anders bij een stuk met zo'n hoge moeilijkheidsgraad.
Het concert werd afgesloten door de zevende klassen die een aantal popliedjes vertolkten. De brugpiepers kweten zich voldoende van hun taak, zo'n groot koor is al moeilijk genoeg. Laat staan met 13-jarigen. En daar stonden er, denk ik, wel zo'n driehonderd van op het podium. Toen de zaal verzocht werd mee te klappen, wat we braaf deden, begon het zelfs nog een beetje te swingen.
Als uitsmijter werden ondertussen alle leerlingen van het hele college overal op de trappen en in de zaal neergepoot om het slotlied te zingen, ook zeer fraai. Het toeval wilde dat dochterlief vlak bij ons stond te zingen. En buuv maar glimmen van trots. Zij en ik hebben het concert na afloop nog wat culinaire eer aangedaan met een heerlijk broodje kebab/lam in een plaatselijk winkelcentrum. Dat was niet verkeerd. Een welbestede dag, derhalve.

 

Vrijdag, 14-04-2017

 

Ik haat tulpen! Nee, ik weet niet waarom. Echt niet vanwege het liedje, ook niet vanwege de nationale symboolfunctie, nee gewoon, ze zien er vreselijk uit. Volkomen misplaatste bloemen op te lange stelen. Als je ze als snijbloem gebruikt, gaan ze krom hangen omdat diezelfde stelen niet ophouden met groeien. En slappe, gaargekookte asperges worden. Vreselijk...
Wel zijn de velden vol tulpen op Texel me dierbaar, maar daar kan je niet meer zien dat het tulpen zijn, hooguit aan de kleur. Als je van de boot komt in het goede seizoen, stralen die veelkleurige velden je tegemoet. Dat is dan wel weer mooi. Ben je blij dat je weer op het eiland bent.

Nu wil het geval dat ik in mijn tuin elk jaar één tulp heb. Een rode. En elk jaar neem ik me voor als de bladeren uit de grond komen, om hem weg te steken en ik doe het nooit. Zo vreselijk inconsequent. Ik kan me er niet toe zetten even dat kleine schepje uit de tuinkast te halen, steek, plat, en nooit weer terug komen, jij! Het lukt me niet, het lijkt toch een beetje op moord.

En dan, 's morgens vroeg, zitten er prachtige dauwdruppels op, dan moet ik er zelfs weer een foto van nemen. Nu mooier dan voorheen, want vorig jaar heb ik een Sony-vierkleurencamera aangeschaft (DSC-F828, tweedehands, nieuw zijn ze niet meer te krijgen) en die geeft kleuren toch duidelijk beter en stralender weer dan de geijkte driekleurentoestellen.
Ook heeft die camera een kantelbare body in plaats van zo'n kwetsbaar beweegbaar display, zodat ie erg geschikt is voor macrofotografie. Je kan hem op de grond zetten en de body kantelen, zodat je erg goed kunt zien wat je fotografeert. Hij kan zelfs UV-foto's maken, die functie moet ik ook nog eens een keertje uit gaan proberen. De filters heb ik, de camera ook, dus wat let me. Ik weet wat me let, de tijd let me!
Want sinds ik weer mijn oude kunstenaarsleven heb opgepakt, heb ik het drukker dan ooit. Echt waar! Foto's maken, de mantelzorg, schilderen... het huis wil ik ook schoon houden, dat heb ik Teja plechtig beloofd en dat ga ik zeer zeker doen. Druk, druk, druk, druk, zou ik samen met Herman Finkers willen verzuchten.

Nee, laat die tulp maar staan, anders krijg ik dat verhaal elk voorjaar weer op m'n brood van mezelf. Ja, had je maar.... u kent dat wel. En dat vertik ik, dáár heb ik het juist te druk voor.
Maar houdt u van fotograferen, vooral van macro, en u kunt de hand leggen op zo'n camera, doen! Accu's hiervoor zijn nog volop verkrijgbaar en u heeft er een juweeltje aan.

 

Zaterdag, 15-04-2017

 

Sinds ik mijn haar weer heb laten groeien, vorig najaar, heeft het al weer een respectabele lengte bereikt. Nou groeit het haar, behalve snel, ook altijd over mijn voorhoofd en van een vroegere buurman van mij heb ik geleerd om, als je nat haar hebt, het zo te kammen als je het wil hebben en er dan een pet of muts op te zetten. Het effect is natuurlijk een soort watergolf, vrouwen uit de sixties wel bekend. Zo blijft mijn haar mooi uit mijn ogen en buigt met een mooie slag naar links en rechts. en dat beklijft ook wel anderhalve dag.
Ik gebruik daar zo'n mooie gebreide zwarte wintermuts voor, maar die zit zo lekker dat ik hem vaak gewoon vergeet. Net als de bril, zeg maar. Die voel je ook niet meer na verloop van tijd. Nu draag ik die muts vaak ook gewoon als ik thuis ben, zonder dat ik doorheb dat ik hem op heb. En vannacht (01.15 uur) ging ik naar bed, en pas toen ik ging liggen, voelde ik dat dat ding nog op mijn kop zat. Belachelijk! Maar wel waar.
Mensen en gewoontes, praat me er niet van. Mijn sleutels liggen altijd op dezelfde plaats, dat moet ook, ik vind ze nooit terug als ik ze per ongeluk ergens anders neerleg. Daar is zelfs handig Nederland al op ingesprongen door een oproepbare sleutelhanger met bliepje te maken. Appje op je smartphone en bliep-bliep-bliep, há, daar liggen ze. Helaas, geen smartphone hier ten huize. Dat gaat over voor mij.

Toch gedwongen de vaste stek te handhaven.
Toen ik daar even verder over nadacht, kon ik niet anders dan concluderen dat we bijna overal vaste plekken voor hebben. Zoals gemeld: sleutels op de vaste plek, kruiden in het kruidenkastje op ooghoogte, besteklade bijna altijd rechts van het gasstel, tenzij het echt niet anders kan, en de heilige koe het liefst ook altijd op dezelfde parkeerplek. Ik ken zelfs mensen die boos worden als hun eigen blik niet op z'n vaste stekkie kan staan. Terwijl ze toch echt geen recht hebben op die ene plek vlak voor de huisdeur.
We worden diep ongelukkig als er van die regel afgeweken moet worden. Het kost weken om weer te leren wat de nieuwe plek voor bijvoorbeeld, uw kamerjas is. Of waar de sokken nu liggen.
Daarom lijken de interieurs van al onze huizen zo vreselijk veel op elkaar. Dat is geen dommigheid, of gedachteloos volgen van trends, het is gewoon handig! We hebben het zo geleerd, van huis uit al, en dat transporteren we moeiteloos naar onze nieuwe woon- of leefsituatie. Slechts een enkeling is in staat zijn huis er anders uit te laten zien dan de gemiddelde mens. Maar willen we toch iets anders, vervangen we de bank door een hangmat (tjongejonge, wat ben ik toch origineel!), dan spreken we opeens over restylen. Laat me niet lachen, wat een armoe!
Tot mijn grote verbijstering zag ik in een film over mensen die in hutjes ten zuiden van de Sahara woonden, dat zelfs een Nederlander daar moeiteloos het bestek zou kunnen vinden. Ja hoor, de spaarzame lepels en vorken lagen daar waar ze hoorden, rechts naast het povere gasstel.
Nu weet ik tenminste waar die ene vreemde uitspraak vandaan komt, die uitdrukking waar ik me m'n hele leven al over verbaas! Komt-ie: vrouwen horen achter het aanrecht.

Daarom is het zo moeilijk om dat te veranderen, we worden er ongelukkig van als dat opeens anders moet. Ze stonden daar al eeuwen! Vandaar dat de emancipatie der vrouwen zo'n moeizaam proces is, het kost ons nog decennia om te leren, dat eigenlijk de man veel beter kan koken en dus achter het aanrecht hoort. (even generaliseren, dat moet in dit geval). Er zijn voor vrouwen wel veel betere baantjes te bedenken. Wat dacht je van minister-presidente.

 

Zondag, 16-04-2017

 

Gisteren met Wia naar Meinardi geweest. Een bedrijf op het platteland tussen het Hoogeland en de Veenkoloniën in (het dorp Noordbroek, om precies te zijn) dat zich gespecialiseerd heeft in asperges en aardbeien. Daar hebben we het witte goud gekocht voor de zaterdagavondmaaltijd waarvoor zij mij had uitgenodigd. Behalve vreselijk druk daar, was het ook vreselijk gezellig, al werd Wia wat erg gespannen toen ze nogal lang in de zeer rommelige rij moest staan voor haar bestelling, en het afrekenen daarvan. Gelukkig liep het allemaal goed af en voorzien van de noodzakelijke heerlijkheden én wat cadeautjes voor België, hebben we schadevrij het pand kunnen verlaten.
Haar weer thuis afgezet, afspraak bevestigd voor het tijdstip van het dineetje en mijn eigen zaken gaan doen, zoals het uitlaten van Pantu, wat huiselijke plichten en een middagdutje, natuurlijk. Daarna de gezamenlijke aspergemaaltijd bij haar thuis.
Zij had alles gedeconstrueerd opgediend, wat ik altijd erg leuk vind, want dan kan je je eigen bordje mooi opmaken. Behalve asperges had ze verrukkelijke ham, een botersausje, peperdure honingtomaatjes die zeer verrassend van smaak waren, gebakken krieltjes, komkommersalade en flinterdun gesneden zalm. Mijn inbreng bestond uit een mix van tonic en Crodino, uno aperitivo non-alcoholico en mits in de goede verhouding gemixt, een zeer prettige combinatie. Het was zeer smakelijk allemaal.
Een prachtig gesprek schudden we samen ook wel gemakkelijk uit onze mouw, zij en ik, want we houden allebei niet van prietpraat, succes verzekerd. Het is mooi om te zien hoe goed het met haar gaat. Om een uur of 8, na een kop koffie met heerlijke chocolade-mint paaseitjes, weer naar huis, oude mensen kunnen dit soort dingen niet zo lang meer volhouden.
Voor de rest valt er niet veel te melden behalve dat eens te meer aan de paasboodschap niet valt te ontkomen. Mijn oplossing is derhalve: naar binnen, deuren dicht en overleven. Net als met carnaval en kerst. Ze zeggen altijd: je moet er mee leren leven, maar dat lukt me niet. Ik zal ermee moeten leren doodgaan.

 

Maandag, 17-04-2017

 

Natuurvorsers, mensen die niet alleen kijken naar de natuur, maar er ook over nadenken, weten het al heel lang. Een straatkat wordt maar twee jaar oud, een wilde vier à vijf, de huispoes al gauw twaalf, dertien jaar. Zo niet twintig, ook dat komt geregeld voor. En de oudste tijgers leven in de dierentuin. Datzelfde geldt ook voor de leeuw, de gier en af en toe een vogelbekdier. Ook wandelende takken mogen zich verheugen op regelmatige maaltijden en een lang, goed verzorgd leven.
Het lijkt er dus echt op, dat de meeste dieren in (beperkte) gevangenschap veel langer in leven blijven, dan de beesten in het wild. Uitzonderingen bevestigen uiteraard ook hier de regel. Zoals de olifanten, die in gevangenschap slechts de helft van hun jaren halen.

Maar nu, opgelet!
Het geval wil dat de gemiddelde levensverwachting voor een mens in Nederland in 1870 zevenendertig jaar was, en nu is dat achtenzeventig. Meer dan een verdubbeling in de laatste 150 jaar! De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat dat een positief teken is, maar helaas. Het toont overduidelijk aan, gezien de vorige conclusie over dierentuindieren en huispoezen en bankhondjes, dat de hoogconjuncturele mens zich vrijwillig in een gevangenis heeft laten stoppen met alle catastrofale gevolgen van dien.
Wat blijkt: onze doodsangst (onze grootste vijand én grootste inspirator) heeft ons in het ootje genomen, om de tuin der lusten geleid, ons met het beroemde kluitje in het religieuze riet gestuurd. Want onder het mom van grotere voorspoed en een kunstmatig verlengd leven, bespoedigen we alleen maar onze eigen ondergang.

Het individu mag dan wat langer leven, de mensheid kort haar bestaan fors in. Het is inmiddels een feit, dat deze Aardkloot overbevolkt dreigt te raken, als zij dat niet al is, doordat te veel mensen te oud worden.
Miljoenen, wat zeg ik, miljarden bejaarde aapmensjes /of mensaapjes staan straks met de voeten in het, dan al verscheidene meters gestegen oceaanwater. Hopend dat zo'n meteoor, die binnenkort ons even komt bezoeken op een afstand van vier keer de lengte tot de maan, ons de volgende keer echt treft, om zodoende deze schitterende planeet te zuiveren van de kanker die mensdom heet. Met de nadruk op dom. Ik kan niet wachten.

 

 

 

Dinsdag, 18-04-2017

 

Het was zo'n dag. U kent het vast wel. Wat je ook onderneemt, niets gaat echt goed. Het begint 's morgens al! Computer opstarten..… crash! Voordat je die weer aan de praat hebt, kost het je minstens drie kwartier. Koffie maken… water op. Alles maar weer bijvullen, water, koffie, spoelbakje schoonmaken, voordat je koffie hebt, ben je weer een kwartier verder. Gelukkig valt dat kwartier in die drie van de computer, half-wasted time, dus.
Eindelijk koffie! Lekker stuk bastognekoek erbij, valt dat uit je handen. Pantu blij, die speelt graag voor stofzuiger als er iets te eten valt. Gelukkig, alles werkt weer.

Camera aan de computer koppelen voor het overzetten van de foto's van gisteren, mel-ding van een driver upgrade. Het schiet niet op, zo!
Natuurlijk, die kun je ook overslaan, die upgrade, maar dan heb je hem de volgende keer weer te zeuren. En aangezien je zo heel langzamerhand doorkrijgt wat voor dag het wordt, laat je hem maar upgraden. Toe maar jongen, de baas heeft alle tijd. Is niet waar, maar ja, iemand moet jou moed inpraten. Pantu zegt niets. Ja: “BLAF” op z'n tijd - zij heeft een grotehondenblaf - maar daar heb je ook niet al te veel aan.
Okay, alles werkt weer, inclusief ik zelf, mijn dagboek corrigeren is de volgende klus. Veel bijgeleerd van Jacques, heel af en toe weet ik het beter dan hij, nu nog toepassen op dat stuk “Dagboek/Jaarboek” dat hij nog niet onder ogen heeft gehad, dat nog lang niet foutenvrij is. Werk, werk, werk. Nooit geweten dat schrijven zo'n tijdrovend karwei is.
Later op de dag met het hondje uit, aangekomen op de uitrenplaats, had m'n camera meegenomen, jawel hoor, accu leeg. Nu is dat geen ramp, heb altijd opgeladen accu's voor beide camera's bij me, maar toch.
Ben ik net de accu aan het vervangen, vliegt er een bruine kiek vlak bij me langs. Zodoen-de geen foto, u zult me op m'n woord moeten geloven. Accu erin, kiekendief weg. Uiteraard. Nog een tijdlang de camera om de nek gehad, tegen beter weten in, want zo'n kiek komt heus niet terug, leg het toestel in de auto, ja hoor, een torenvalkje, vlak bij mij aan het bidden. Ik was zo gedemotiveerd dat ik niet eens meer geprobeerd heb de camera alsnog te grijpen, ben naar huis gegaan en bleef de rest van de dag in de hangmat, met in mijn achterhoofd het donkerbruine vermoeden, dat ik daar ook nog wel door zou zakken.
Dat is gelukkig niet gebeurd, rest van de dag overleefd en nu maar gauw vergeten. Maar heb ondertussen nog wel een stuk of tien pagina's gecorrigeerd. Dat wel!

 

Woensdag, 19-04-2017

 

Leuk bijverschijnsel van een mislukte tweede paasdag, mijn dagboek van gisteren/de pechdag is gekeurd en goed bevonden. Geen fouten, genoeg ruimte om te lezen door goedgekozen alinea's, niet al te lange zinnen, kortom, ik blij. Voor de eerste keer, helemaal foutloos. Het wordt nog eens wat met mij. Het corrigeren van het oudere werk gaat ook gestaag door, tijd om te schilderen is er nauwelijks.
Nu staat dat toch altijd al op een laag pitje, na de winter, en het schrijven van dit dagboek zal zeker niet meehelpen.
De mooie lange dagen die komen, zullen vast gevuld worden met wandelingen, de e-bike weer uit de schuur en bestegen voor tochtjes om het nabije Paterswoldsemeer, ik ga me vast niet vervelen. Het tochtje van Groningen-Zuid naar de Meerweg in Paterswolde langs het kanaal is een van de mooiste korte fietstochtjes die ik ken. En ik ken er vele. Dan met een grote boog om het meer, wel even bij de onlanden bij Peize langs, en terug naar huis.
Ook nieuwe afspraak gemaakt met België, daar ga ik zaterdag de 29ste even heen, blik-sembezoek. Even eruit, voor mij van tijd tot tijd noodzakelijk.

Daar staat tegenover dat ik geen lange vakanties ambieer, na een paar dagen elders begin ik me al te vervelen. Om nog maar niet te spreken van mijn, in dit dagboek al eerder vermelde, heimwee. Die vast en zeker de kop zal opsteken, aan lange vakanties begin ik al niet eens meer. Dinsdag nog wel even nogmaals bij Meinardi langsgegaan, ik moest nieuwe dropjes halen. Die had ik afgelopen zaterdag voor Rik & Erika gekocht, maar daar was ik stiekem zelf al aan begonnen. En toen we daar waren, zaterdag, Wia en ik, ving ik op dat ze zo weinig kleingeld hadden. Nou, daar had ik thuis nog wel een bakje vol van staan. Dat schijnt trouwens vrijwel iedere alleenstaande man bij zich thuis te hebben staan, zo’n bakje met kleingeld. Had ik gelezen in een vrouwenblad bij de tandarts. Die vrouwen uit dat blad begrepen dus geen van allen waarom we dat hebben. Ik ga ze niet wijzer maken, zoek het lekker zelf maar uit. Hahaha!
Om kort te gaan, een gedeelte van dat kleingeld heb ik omgezet in asperges, drop en aardbeien. Dat leek me wel een nuttige ruil. Want ik ben gek op aardbeien en die van Meinardi zijn de beste. Kwaliteit verzekerd. 't Kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.

Die asperges, die ga ik vanavond (woensdag dus) eten. Heerlijk, met een romig ei/groentesausje, wat ham en gebakken aardappeltjes. Jammie!
Ik laat het u wel weten hoe lekker het echt was. Misschien maak ik er zelfs op de Belgische manier een mooie foto van. Als ik dan maar niet allemaal zuiderlingen op de stoep krijg om bij mij te komen eten.

 

Donderdag, 20-04-2017

 

Ik was vroeg aan het werk, gistermorgen, zag het langzamerhand lichter worden. Vanachter mijn bureau heb ik vrij uitzicht naar het Oosten, daar kan ik elke dag genieten van het ontwaken van de dag. Veel filosofische sprongen zijn op dat tijdstip gemaakt, ben altijd al een ochtendmens geweest, immers.
Het daghet in den oosten, het lichtet overal, en zo is het. Voor mij althans.
Maar door dit vroeg middeleeuwse, zeer oude lied werd ik wel teruggeworpen in de tijd.
Is de romantische context al belangwekkend, de cultuurhistorische oorsprong van dit oude lied is vooral bijzonder interessant. Het werd geschreven in een tijd, dat door Kerk en Staat de macht van de vrouwen ( hun erfrecht, voorál hun erfrecht!) zeer werd ingeperkt door de invoering van het wettelijke huwelijk. Een en ander vormgegeven door de paternalis-tische kerkelijke instituten. Radio, tv en Facebook bestonden nog niet, de boodschappen werden door stadsomroepers en minstrelen verkondigd en verspreid. En kracht bijgezet door het zwaard. Wie niet horen wil... ja, ja, dat waren nog eens tijden.

By the way: het lied zelf werd later ook nog gejat door de Kerk, zoals de Kerk wel meer volkse gebruiken naar haar hand wist te zetten. Midwinter werd de geboorte van hun zoon van god, terwijl het gewoon de overdrachtelijke geboorte van het nieuwe jaar was, name-lijk de kortste dag.
Het is vooral verbijsterend om te zien dat het dus duizend (!) jaar lang heeft geduurd (zo oud is het lied), voordat de vrouw de strijd aanging om haar positie weer wat te verbeteren. Dat had toch wel wat sneller gekund, meisjes! Maar goed, de emancipatie is uiteindelijk toch begonnen, beter laat dan nooit.
Vroeger placht ik ook verzen te schrijven en net als in deze zeer oude en aangrijpende ballade, heb ik, ooit, een lied geschreven over een verliefdheid, waar op de achtergrond nog een andere minnaar speelt. (Verontrustend, je gaat gelijk in een andere taal denken.) Met mijn vers had ik trouwens niet de bedoeling de maatschappij te veranderen, die nei-ging kwam veel later pas. Al zag ik de barricades, waar het gevecht plaatsvond, al wel in de spreekwoordelijke verte.

Nee, mijn lied beschreef eigenlijk de melodramatiek van een verkeerd ingeschatte liefde.
De eerste keer dat ik het voordroeg op de literaire avonden waar ik regelmatig mijn gezicht liet zien (in café Vaatstra, tegenwoordig Moeke Vaatstra geheten te Zuidwolde, vlak buiten Groningen), ging er een welgemeend “ach” door het zaaltje.

Nu dan maar te uwer beoordeling:

 

Voor haar de waarheid

 

glas-blauwe suikerpot, rook-glazen Shell-mok
de lepel met sporen van dagenlang thee

het vuilwitte tafelblad, bierviltje van gist'ren
het adres van een meisje, ontmoet in 't café

 

hij was aan het zwerven, kwam toevallig haar tegen
het klikte, zo dacht hij, bood haar een glas
en zijn gezelschap, zij knikte instemmend;
hij wist een cafeetje waar 't gezelliger was

 

dus fietsten zij samen door stad en door regen
naar 't volgende kroegje en dronken wat bier
ze praatten en proostten, lachten veel samen
tot 't sluitingstijd was, zo tegen half vier

 

toen deelde ze mee dat een vriendje haar wachtte
of hij nu boos was, hij schudde van nee
maar betaalde de drankjes, nam zelfs geen afscheid
ging terug naar zijn flatje en keek daar tv

 


De voordracht, toentertijd, was nog zonder refrein. Later is het ook nog op muziek gezet door ondergetekende, met een refrein, dat echter niets toevoegde behalve aan de muzikale vorm.

En nadat u de brok in uw keel hebt weggeslikt (zielig hè), bedenk: het is niet echt gebeurd. Het is bedacht. Door mij.

Da's natuurlijk niet geheel toevallig.

Want groots en meeslepend, en een snikkende eenzaamheid, daar hou ik wel van.

 

Vrijdag, 21-04-2017

 

Eigenlijk bijna niets gedaan, gisteren. Even naar Jetty, die vriendin van mijn vrouw, ge-weest, om te kijken waarom een programma niet werkte op haar computer, te trage verbinding bleek het euvel. Ben namelijk ook een beetje computerdokter voor mijn vrienden en kennissen, dat scheelt een hoop geld voor hen. Te veel computerwinkels maken mijns inziens toch wel een beetje misbruik van het nog veel voorkomende digibetisme, teneinde de broodnodige pecunia binnen te harken. Maar binnenkort krijgt

J. glasvezel, is ze sneller dan ik. Dan mijn verbinding, moet ik natuurlijk zeggen.
Voor deze keer moest ik bij mij thuis dan maar even een bestelling op het internet doen voor haar. Gedaan, gelukt, begin volgende week zal het wel bezorgd worden.

“Het” is een foto, afgedrukt op kunststof.

Het bleek dat, omdat het uploaden van de foto te lang duurde via de verbinding van J., de browser van de fotosite automatisch op tilt sprong. Zodoende het mislukken bij haar.
Maar fraai hoor, wat ze tegenwoordig allemaal kunnen afdrukken. Tuinposters, enorme formaten, mits de foto daarvoor geschikt is natuurlijk. Op hout gedrukt, op plastic, T-shirts, foam, je kunt het zo gek niet bedenken. en in een kwaliteit, daar word je als fotograaf van vroeger toch alleen maar jaloers van. Toegevoegd de technische mogelijkheden van de hedendaagse camera's, vijftig maal zoom op een compactcamera is al heel gewoon, succes is gegarandeerd als je iets moois aan de muur wilt hebben, voor relatief een paar centen.
Blijft over, gelukkig, het talent van de fotograaf om precies op dat moment zo'n foto onder die hoek, met die uitsnede, te maken, dat kunnen ze nooit in een apparaat stoppen. Sommige mensen hebben het, anderen krijgen het nooit voor elkaar. Die kun je op de rand van een uitbarstende vulkaan zetten, maken ze er nog een slechte foto van. Ook ik heb wel eens mensen gefrustreerd, zodat ik later de opmerking kreeg: “...staan we naast elkaar exact hetzelfde te fotograferen, heb jij gvd een mooie foto en ik...” Ongelukkigerwijze moet je zo iemand nog gelijk geven ook. Die zal het nooit leren, helaas.
Zo heeft een jonge, zeer getalenteerde pianist in zijn kinderjaren ooit eens gezegd (luidt de overlevering): “Ik kan iets moeilijks heel gemakkelijk als ik goed oefen”. Die pianist was Ronald Brautigam. Toch niet direct de eerste de beste. En hij had uiteraard gelijk. Naast het talent voor iets, zal er immers hard gewerkt moeten worden, om zo'n talent dan ook te laten schitteren. De diamant moet geslepen, anders blijft de innerlijke, echte schoon-heid verborgen.
Terug in Groningen (J. woont op het platteland), een net door mijzelf getrimde Pantu maar even uitgelaten, lekker gebakken visje gekocht voor buuv, twee haringen voor mij.

Met uitjes! Iemand in België, die dit dagboek volgt ( dat doet ie trouw, hè Rik?), wordt nu heel jaloers. Maar hij krijgt dropjes, volgende week zaterdag. Geduld, jongske.

En als je weer in het hoge Noorden komt, zullen wij samen onze viskraam bezoeken, de nieuwe haring is er dan weer, dan zal ik je trakteren. Met deze zachte winter zal die haring goddelijk zijn. Dat durf ik je te beloven.

Voorlopig alleen maar even van de voorpret genieten.


PS
Later toegevoegd
Het is nu 18 juli en de haring is inderdaad "goddelijk".

 

Zaterdag, 22-04-2017

 

Een achteloos gesprekje:
“Morge....!”
“”Goeiemorgen, buurman, al weer vroeg op!”
“Ach ja, altijd hè....”
“, nog een aanslag geweest, deze week?”
“Leuk dat je het vraagt, ja, gisteren nog eentje, weer in Parijs”
“Alweer in Parijs? Wat moeten die gasten daar nou.....”
“Ja, dat weet ik ook niet, maar 't was op de Champs-Elysées, je weet wel, die van de Tour...”
“Die van de Tour??? Ooooh, je bedoelt die van de Tour-de-France! Bij de Arc de Triomphe langs, dat vind ik altijd zo'n mooi gezicht”
“Dat schrijf je zonder streepjes, buurvrouw, maar inderdaad, die....”
“Oh... Nou, tijd voor een bakkie....”
“Ja lekker, ga ik ook even doen, Luikse wafel er bij, tot morgen maar weer...”
“Dag, buurman”
Zo zou vandaag de dag een achteloos gesprekje met de buurvrouw kunnen plaatsvinden. Niet die zin met “zonder streepjes”, natuurlijk, die is bedoeld als plagerijtje voor mijn corrector. Volkomen zinloos. Eigenlijk. Maar leuk! Tenminste, als je mijn gevoel voor humor hebt.
Leuker, in ieder geval, dan de zoveelste aanslag van de terroristen, maar inderdaad net zo zinloos. Want de plegers van die aanslag krijgen natuurlijk ooit een keer een vreselijk bloe-dige rekening gepresenteerd. En het einde van die aanslagen is nog lang niet in zicht, laat staan van het indienen van de rekeningen.
Kijk, wij feodale, arrogante westerlingen hadden natuurlijk niets te zoeken in het nabije Oosten tijdens de kruistochten. Welke reden de terroristen altijd aanhalen om hun eigen waanzin goed te praten. Negenhonderd jaar geleden! Dat lijkt toch wel erg op een stok zoeken om de hond te slaan.
Vergeten wordt dan al te gemakkelijk dat de eerste dreiging natuurlijk van de moslims zelf kwam, die bezig waren Griekenland en Spanje onder de voet te lopen in hun zucht naar het stichten van een moslim-wereldrijk. Zoals de katholieken ook graag een wereldorde probeerden te creëren in en vanuit Europa. Waar ze, helaas, net als de moslims in slaagden. Dat hebben we wel geweten. Over Alva hoef ik u ook immers niets te vertellen! De wrede hertog van Alba, eigenlijk.

Dat was in het begin van de zestiende eeuw. Vierhonderd jaar van roomse onderdrukking later, ik bedoel maar. Het zou pas echt interessant zijn om uit te zoeken hoe het komt dat religies zo aan het verleden hangen. En zo hardnekkig, vooral. Misschien omdat religies geen Aardse toekomst kennen? Alleen een hemelse? Dat ze daarom zo weinig acht slaan op de waarschuwingen van moeder Aarde dat het verkeerd gaat?
Even tussendoor: over onderdrukking gesproken, dat de ontkerstening van de Lage Landen samenvalt met de eerste emancipatiegolf, mag ook geen toeval heten, toch? Zie donder-dag de twintigste april, eergisteren dus, in dit dagboek.
Nee, van de religieuze instituten moeten we het niet meer hebben, het wordt tijd dat de wereld daarmee afrekent. Je mag geloven wat je wil, gedachten zijn vrij, maar ze zijn wel alleen maar van jou! Alle wegen leiden al lang niet meer naar Rome, dat was vroeger zo, tegenwoordig leiden alle wegen naar jezelf!
Maar deze laatste afrekening, met de instituten, dat zal z'n tijd nog wel duren, dat maak ik niet meer mee. U ook niet. Uw kinderen ook al niet. En zelfs uw kleinkinderen niet, ben ik bang. Urbi et orbi! Dat betekent niet voor niets: voor de stad (Rome, dus) en voor de wereld. Wat voldoende de imperialistische, religieuze waanzin aangeeft. Wie oren heeft, die hore, wie verstand heeft, denke na en wie een hart heeft: heb lief. Onvoorwaardelijk!

 

Zondag, 23-04-2017

 

Zaterdag nogmaals met Wia naar Noordbroek geweest om asperges te kopen. Vandaag/vanmiddag komt ze die dan bij mij eten. Pizza met zongedroogde tomaten, asperges en artisjokbodems, heerlijk! Ik kan me er nu al op verheugen.
Als voorafje (bekkeploagertje, noemen we dat hier) haricots verts met ham uit de oven, ook altijd fijn. Aangevuld met de al bekende mix tonic/crodino, de mix 50/50 en koud serveren, desnoods blokje ijs erin, heerlijk fris. Over eten kan ik wel uren lullen, echt waar. Het best als ik net lekker gesmuld heb, vreemd, hè!
Je zou toch denken dat je met een volle maag het wel ergens anders over zou willen hebben, maar nee hoor, altijd over lekker en meer. Of mooi! Dat mag ook. Eigenlijk mag alles, behalve politiek! Waarschuwing: nooit doen, na de maaltijd.
Mooi is ook zo'n fijn begrip. Er bestaat immers objectief en subjectief mooi. Het subjectieve, daar kan je niet zo veel over zeggen, dat is strikt persoonsgebonden. Maar objectief mooi, dat is toch een heel ander verhaal.
Er zijn nu eenmaal regels en die regels zijn geboren uit wat wij in principe allemaal mooi vinden. Zo is er de beroemde (én verguisde) Gulden Snede, en die geldt voor alle mensen ter wereld. Het Esperanto onder de mooiheidsregels, zeg maar.
Dus ook voor al die eigenwijze kunstenaars, die graag willen denken dat hun zogenaamde vrije wil niet geknecht wordt door regels. Want daar hebben kunstenaars (zo hoort het ook) een pesthekel aan. En aan deze regel al helemaal, omdat al die kunstenaars diep in hun hartje natuurlijk best weten, dat een vrije wil niet bestaat. Dit mag u gewoon van mij aannemen, er zijn tig boeken over geschreven door wetenschappers die het zonet beweerde overduidelijk aantonen.
Die regel slaat op verdeling in min of meer ideale maten voor alles, wat wij waarnemen en mooi vinden. Het leuke is, dat als die dwarse kunstenaars gewoon maken wat zij mooi vinden, ze automatisch de Gulden Snede toepassen.
Die regel is zo dwingend, dat er een filosofische beschrijving van is gegeven. Ook is er zelfs nog een mathematische oplossing voor gevonden. En hoe harder de meute het ontkent, hoe beter je de voorbeelden overal uit de menselijke belevingswereld kunt halen als voorbeeld.
Even wat wiskunde: mathematisch is de regel A : B = B : (A+B) waarbij A het kleinste deel is. Dit is de meest simpele toepassing en als je het kunt herkennen, duizelt het je, hoe vaak het gebruikt wordt. Een afgeleide daarvan is de reeks van Fibonacci, een getallenreeks waarvan elk volgend getal de optelsom is van de vorige twee. Dat ziet er dus zo uit: 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, 610, 987, 1597, 2584, 4181, 6765, 10946, …
Deze reeks is, volgens de overlevering, afkomstig uit de Oosterse filosofie en wordt onder meer gebruikt om aan te tonen hoe problemen zich vermenigvuldigen als ze niet opgelost worden. Merk op dat u in eenentwintig stappen al gevorderd bent tot 10946. Een paar stapjes verder en het zijn er al een miljoen, dat gaat razendsnel. De filosofische oplossing ligt dan ook verscholen in het begin van de reeks. Uiteraard, zou ik haast zeggen, anders zou je nauwelijks van filosofie kunnen spreken. Meer geef ik niet kado. Wilt u het toch weten, u weet me te vinden.
Ik kom hierop, omdat ik pakweg dertig jaar geleden een korte tijd opgetrokken ben met een beeldhouwer, Harm van Weerden, die bezig was een aantal bollen te vormen uit steen voor een publiek gebouw in Veendam. Ik herkende de Gulden Snede in de verhoudingen, heb hem nog wat meegeholpen (beelden gaan drijven op het aardoppervlak als je ze niet op de juiste manier verankert) en kreeg van Harm de opdracht om de Gulden Snede in het nog natte beton van het voetstuk van de grootste bol te kerven. Daar staat die formule nog steeds.

Gistermiddag heb ik Harm opnieuw gesproken. Ik had een aankondiging gelezen dat hij gastspreker zou zijn bij een open academieklasje, daar ben ik dus maar heen gegaan. De tijd was rijp. Harm begon te glimmen toen hij mij weer kon plaatsen, ik hoefde alleen de bollen en de formule maar aan te halen, toen herkende hij me weer.
Ik heb hem verteld, dat hij een van de weinige mensen was, die mij door moeilijke periodes heen heeft kunnen slepen. Ik ben dan ook veel dank verschuldigd aan deze beeldhouwer. Maar natuurlijk ook aan compositieleraar François Mollinger van Eeden, mijn kunstacademiedocent Alphons Maas en niet te vergeten, de pottenbakker Johan Broekema. Mannen die hun veroverde wijsheden vrijelijk in mij hebben gezaaid, om die in mij tot wasdom te laten komen.
Na uitwisseling van de persoonlijke gegevens en de belofte dat ik hem binnenkort op zal zoeken om in alle rust een beetje bij te praten, ben ik zeer tevreden huiswaarts gereden.
Wel kwam ik nog langs het huis van mijn Française, hoopte stiekem nog een glimp van haar op te vangen, maar helaas, die puberale dwaasheid was mij niet gegund.

Eigenlijk maar goed ook, het had vast weer voor een hoop onrust gezorgd. Terwijl ik de laatste tijd weer behoorlijk goed functioneer. Houen zo!

 

 

 

 

Maandag, 24-04-2017

 

Hoe moeilijk kan het zijn om een regel te bedenken waarin alle democratische rechten komen te vervallen voor alles en iedereen, die een gevaar vormt voor het voortbestaan van diezelfde democratie? Want daar ligt de zwakte van dit systeem. Vrijheid van vereniging houdt natuurlijk op, als die vereniging een vereniging van kwaadwillenden is. Vrijheid van godsdienst houdt op als diezelfde godsdienst pretendeert het enige, ware geloof te zijn. Dan is de vrijheid voor de één de gevangenis voor de ander. Vrijheid van meningsuiting houdt per definitie op als je wezenlijk bedreigende taal naar een ander gaat uiten. Vrijheid is vooral een weten (én kennen) van je grenzen, zo blijkt maar weer.

Hoera, mijn stokpaardje, de paradox.
Maar waar zullen we die grenzen dan aan meten? Aan welvaart? Aan redelijkheid? Aan kennis? Aan medemenselijkheid? Gelukkig hebben we daar wel de vrijheid in.
Zo mogen de kapitalisten gerust hangen aan hun grenzen van valse welvaart, wetenschappers aan de grenzen van de kennis, echte socialisten aan het schuurzijden van het rechtvaardigheidsgevoel; gelovigen aan de almacht van wie ze ook maar aanbidden, ja, eenieder mag zijn eigen keus maken. Mijn keus, voor zover dat niet al duidelijk was, is het welzijn van Moeder Aarde. Langs die lat gelegd, kan geen beslissing verkeerd zijn.
Zo is het “wensen dat de mensheid inziet dat we met veel te veel zijn” - mijn hoofdwens - uiterst vervelend voor de religieuzen en behoudzuchtigen. Die gaan heus niet spontaan meewerken. De ene groep niet omdat eventuele maatregelen daarvoor ingrijpen in het werk gods zou zijn, de andere niet, omdat schaarse arbeidskrachten voor de bazen automatisch minder winst betekent. Maar voor de supersamenleving die Aarde heet, zou het een welkome verademing zijn.
Teveel roofbouw wordt door ons gepleegd, teveel oceanen worden leeggevist door onze voortdurende vraag naar proteïnen, noodzakelijke bouwstenen voor de gezonde mens. Veel te veel vee wordt gehouden onder bedenkelijke omstandigheden in de zucht naar geld. Vee, dat ook nog eens zorgt voor een enorm mestoverschot.
Maar in plaats van dat we die mest nu verplaatsen naar gebieden die het wel gebruiken kunnen (Sahara?), wordt het geloosd zodat gevaarlijke concentraties zorgen voor een volgende stap naar algehele vernietiging van onze macrobiotoop.
Ik weet het, u hebt dit vaker van mij gehoord en ook dat ik zelf ook nog wel eens tegen dit principe zondig. Maar ik doe in ieder geval wel mijn best, en dat kan ik niet van iedereen zeggen. Wie zonder zonden is, ...
Toch zou ik het u wel in overweging willen geven, denk er eens een keertje over na. Wat moeten uw kindskinderen met een verwoeste Aarde? Maar vooral, waarom maken we onze eigen ontstaansgrond (letterlijk en figuurlijk) onvruchtbaar? Wij mensenkinderen zijn de kanker geworden in onze eigen baarmoeder, verbale dwaasheden domineren de krantenkoppen, en in de kerk wordt 's zondags gezongen: werp uw zorgen op de heer.

Ik geef u op een briefje, zelfs de christelijke heer kan dit geweld niet meer aan.

Almachtig of niet.

Dat weet ik zeker, want ik ken hem goed. Van jongs af, mag ik wel zeggen.

Ik weet daarom maar al te goed, op wie ik dan wel mijn zorgen moet werpen.

 

Dinsdag, 25-04-2017

 

Bericht in de internetkrant van zondag op maandag: Chriet Titulaer (73) overleden. En het eerste wat ik dacht, was niet: goh, wat zat die man er naast wat het internet betrof (hij voorspelde het world wide web geen grootse toekomst!), maar: “nog vier jaar te gaan”. Het hemd is nader dan de rok, zo blijkt maar weer. Het schijnt erbij te horen als je wat ouder wordt, kijken hoe lang je nog te gaan hebt, vergeleken met.

Hoogstwaarschijnlijk bedoeld om je alvast te verzoenen met jouw nakend sterven.
Want hoe ouder je wordt, hoe nakender dat doodgaan. Dat is nu eenmaal de prijs voor degenen die ouder worden dan hun omgeving, zij moeten het meeste afscheid nemen.

Tot je er zo moe van wordt, van al dat vaarwel wensen, en goede reis, en wat er al niet meer uitgekraamd wordt bij een overlijden, dat je zelf maar besluit om de pijp aan Maar-ten te geven.
Over de herkomst van deze laatste uitdrukking is al veel gezegd en geschreven, maar alle beschrijvingen beginnen met: misschien. Onzekerder kun je het niet hebben. Dat in tegen-stelling tot het al eerder genoemde verscheiden zelf.
De enige verklaring die duidt op een stoppen ergens mee, is de volgende : taalkundige Jan Stroop denkt dat de Maarten in deze uitdrukking Maarten Luther kan zijn. Pijp zou dan een verbastering van pij zijn. Maarten Luther hing zijn (katholieke) pij immers aan de wilgen. Het is mogelijk dat je pij aan Maarten geven ging betekenen: 'het katholieke geloof afzweren', en later nog algemener: 'ergens mee stoppen'. Als u dit al een zwakke verklaring vindt, raad ik u aan, geen andere verklaringen op te zoeken. Die zijn zo mogelijk nog veel zwakker.
Maar om terug te keren tot het dood gaan van Chriet Titulaer, Chriet was een bevlogen man, verslaafd aan moderne techniek en praktische wetenschap, en een onuitputtelijke bron voor mensen zoals ik. Die, u weet dat inmiddels, verzot zijn op feitjes en wetenswaardigheden.

Normale kinderen lazen Dik Trom, wij (de nerds) lazen encyclopedieën. Ieder zijn meug. Maar eigenlijk was niet Dik Trom het bijzondere kind, dat waren wij die hem niet kenden. Ja, “nur vom Hörensagen”.
Heerlijk, ook deze uitdrukking wilde ik al mijn hele leven een keertje gebruiken, en nu kan het. Verrukking alom! Nu kan ik ook wel..... nou nee, dat is nog een beetje te vroeg, eerst moet dit dagboek af.

En dat is 15 november pas. Nog even doorwerken. Maar eind goed, al goed.

 

Woensdag, 26-04-2017

 

Het zal u vast zijn opgevallen, de laatste tijd domineert het onderwerp “dood” mijn dagboek. Dat is natuurlijk wel logisch, om mij heen verruilen veel mensen het tijdelijke voor het eeuwige, hoe dat eeuwige er dan ook maar uit mag zien. Er moet per slot van rekening wel plaats gemaakt worden voor nieuw leven.
De lammetjes zijn al weer halve schapen geworden, bij de uilen vliegen de jongen al bijna uit en sites met natuurwebcams slaan zowat op tilt door al die bezoekers die graag naar uitkomende eieren en voerende ouders kijken.
Want zo bedroefd als wij zijn om het heengaan van onze dierbaren (en zo hoort het ook), zo verheugd zijn we bij het zien van jong leven. Krijsende zuigelingen die alleen door hun ouders vertederd worden aangehoord, lebberende lammetjes die alleen maar uit lijken te zijn op totale verwoesting van de uiers van 't arme moederschaap, veel te hard voor de poes zingende merels 's morgens vroeg als iedereen nog wil slapen, kortom, het voorjaar barst letterlijk uit al haar voegen (én knoppen). Waar alles en iedereen later ook weer naar toe gaat. Inderdaad, naar de knoppen!
Even voor u opgezocht, oké, ik kan het niet laten en het bespaart u een hoop werk, maar ook over deze uitdrukking bestaat een hoop twijfel. Een eufemisme voor “naar de kloten gaan”, lijkt nog het meest op z'n plaats te zijn.

Foei, wat een taalgebruik, Alex. Al lijken we daar tegenwoordig wat minder van te schrikken dan vroeger. Toen we alles nog netjes zeiden. Maar het eind van die correctheid in de taal komt met rasse schreden naderbij, als diezelfde correctheid wordt misbruikt om zaken te verhullen. Hetgeen op dit moment schering en inslag is in onze landelijke politiek. Onze regering wordt niet meer vertrouwd vanwege de bedekte waarheid. Er is geen hond meer die politici nog vertrouwt om de zonet aangehaalde reden.
Zodoende krijgen populisten alle kans om hun macht uit te breiden, omdat zij in ieder geval letterlijk zeggen wat ze bedoelen. Niks politieke correctheid, het volk heeft schoon genoeg van alle nauwelijks gemaskeerde leugens, zelfs iemand met een zwakke intuïtie voelt op z'n klompen aan, dat er niet wordt gezegd wat er eigenlijk wordt bedoeld. Dat houdt natuurlijk een keertje op.

Dat keertje is nu, nu de Le Pens en de Wildersen van deze wereld hun slag proberen te slaan. Geef ze eens ongelijk, je kunt niet ongestraft miljoenen mensen maar voor blijven liegen. Dat komt ooit eens op je bordje terecht.

De afbraak van de vroegere socialistische partijen, die zijn gaan heulen met de vijand, is daar een sprekend voorbeeld van. Dat noemen ze dan verantwoordelijkheid nemen. Alweer zo'n leugen. Heersers via de mooie taal...

Maar gelukkig is het voorjaar! Hebt u al een Koekkoek gehoord? Pas dan op voor z'n jongen!

 

Donderdag, 27-04-2017

 

In het dagelijkse telefoongesprekje met Wia probeerde ik uit te leggen, dat ik zo weinig mogelijk waardeoordelen wil uitspreken (uitzonderingen: het vunzige kapitalistische denken, wat domweg verwerpelijk is, plus nog wat meer mensonwaardige -ismes), ik zocht naar woorden en kwam plots op het begrip inzichtsoordeel. Dát was het woord dat de lading dekte. Hetgeen prettig was, want het is goed praten met haar, een scherp verstand, en een houding die een besef van "noblesse oblige" verraadt. Dat verplicht je om de noodzakelijkheid te onderkennen om je zo precies mogelijk uit te drukken.
Het woord is min of meer door ons samen bedacht, en dient als volgt te worden begrepen: een beschouwelijk oordeel over een inzicht dat iemand (of jijzelf) ergens over heeft veroverd. Dus niet over het object, maar wat jij ervan denkt! And she agreed.
Conclusie: wezenlijke communicatie levert positieve energie. En tevens prachtige vondsten! Schrijf het woord maar bij in uw woordenlijst, het is de moeite. Je vindt de schatten altijd waar je ze niet verwacht. Mijn dag kon niet meer kapot.
's Avonds buuv uitgenodigd voor de maaltijd: Griekse pitabroodjes met koriander, gevuld met stukjes lamsworst en een op aardappels gebaseerde, ingekookte saus met stukjes haricot vert en ui. En plakjes feta. Voorzichtig, niet laten aanbranden, zo'n inkokende aardappelsaus. Een stevige tzatziki op z'n Grieks gemaakt voor erbij. Dat doe ik met dille en vette Griekse yoghurt (10%). Veel lekkerder dan een knoflooksaus uit een potje.

Scheutje eerste persing olijfolie, twee of drie teentjes knof, snufje zout, iets meer peper. En geraspte, in een theedoek uitgeperste komkommer, natuurlijk. Paar druppels citroen of limoen, goed doorroeren, paar uurtjes in de koelkast, klaar.
Een mooie ijsbergsalade met tomaat, komkommer en een frisse, licht-zoete dressing om het geheel te completeren. Zij vond het heerlijk, ik ook. Wat ook leuk is, behalve het koken zelf: mijn corrector, die tevens smulpaap is, loopt het water nu in de mond als hij dit leest, dat weet ik wel zeker!
Maar het allerleukste is toch, dat, als er iemand komt eten, ik weer aandacht besteed aan het koken. Dat blijft toch een hobby van mij. Maar in je uppie doe je zoiets niet, je wilt een beetje applaus, toch? Daar heb ik wel een afwas voor over.
Die je ook nog eens kan laten staan, da's mijn geheime wapen. Want morgen is er immers weer een dag.

 

Vrijdag, 28-04-2017

 

inderdaad, morgen is er weer een dag (zie gisteren). Namelijk: vandaag. En vandaag is de dag na koningsdag. Hadden we vroeger nog een konneginnedag (met dank aan de cabaretier Wim Sonneveld) waar nog een zekere grandeur van uitging, tegenwoordig is het echt een lachertje. Dat die grandeur vroeger volkomen misplaatst was, mocht de pret niet drukken voor al die honderdduizenden Nederlanders, die op die dag de oud-Holland-se spelen herontdekten, zich het vuur uit de sloffen en het zweet in de bilnaad renden om onze zelfverklaarde vorst/vorstin de haar/hem toekomende eer te bewijzen.

Zelfverklaard, omdat eigenlijk helemaal niemand om dit stelletje adellijke Duitsers heeft gevraagd. We schertsen wel eens over de Nederlandse boerenkop van onze Alex, in feite is het gewoon een Moffenkop. Entschuldigung, Hoheit! En al die Nederlanders die nu zo “spontaan” zijn verjaardag vieren, hebben geen flauw benul van deze bedenkelijke afkomst. Adolf had helemaal Nederland niet hoeven bezetten, Nederland was al lang Dietsch! (Dutch, Deutsch) Welke naam verbasterd is tot Duits en aan onze Oosterburen toegeschreven! Even terzijde: in de heel, heel, heel oude betekenis slaat dit woord zelfs op rondbuikig, jawel. (dieet?)
Pas vele honderden jaren later zijn wij Oranje Nederland geworden. Genoemd naar het stamslot dat in Midden-Duitsland in Dietz (Dietsch? Dutch? Deutsch?) an der Lahn staat. Een zijrivier van de Rijn. (Oranienburg)
Huh? Is heel Duitsland genoemd naar een dorpje waarin een kasteel staat waar oorspron-kelijk de huidige Nederlandse vorst vandaan komt? En heel Nederland naar dat kasteel?
Is dan dat dorp de huisvesting van de oorspronkelijke lijfeigenen van de Oranjes? (dat waren nog eens tijden!) En zo ja, is Duitsland dan nu eigenlijk Nederland?

Jawohl, Hoheit.
Leuke hersenspinsels, u mag het zeggen. Om er het fijne van te weten, raadpleeg het internet. In uw eigen tijd, oké? Maar een klein tipje van de sluier zal ik hier alvast voor u oplichten, uit het verguisde Wikipedia:
het Huis Oranje-Nassau is een tak van het Huis Nassau, een oud, uit midden-Duitsland afkomstig adelsgeslacht. Het huis heeft een centrale rol gespeeld in de politiek en overheid van Nederland en kortstondig ook in andere delen van Europa. Het behoort, sinds Willem van Nassau de bezittingen van zijn neef René van Chalon erfde, tot de hoge Europese adel. Toen het Huis Oranje met Willem III van Oranje uitstierf, voegde zijn Friese neef uit het Huis Nassau-Dietz de namen Oranje en Nassau samen. Sindsdien wordt van het Huis Oranje-Nassau gesproken. Al is dit Huis in 1890 in mannelijke lijn met Willem III der Nederlanden uitgestorven, men rekent ook Wilhelmina, Juliana en Beatrix met hun zonen en kleinkinderen tot het Huis Oranje-Nassau, en niet tot de huizen van hun echtgenoten uit de huizen Mecklenburg-Schwerin en Lippe-Biesterfeld, of de adellijke familie Von Amsberg. Einde Wiki.
Deze, ietwat saaie, opsomming bewijst één ding: Nederland is al heel lang geleden domweg door de Duitse adel geannexeerd, zodat onze aanbiddelijke Maxima volledig gelijk heeft: er bestaan helemaal geen Nederlanders. Wij zijn Duitse afvalligen! En als wij schelden op “die Moffen”, doen wij gewoon aan nestbevuiling.
Kortom, dit feodale gebeuren (de koningsdag) is niet veel meer dan vlagvertoon van Middeleeuwse horigen (slaven!) langs de kant van de weg, die mutszwaaiend houzee roepen als de Midden-Europese heerser in zijn koets (gouden? gulden?) langskomt.
Maar ík weet waarom dat volk echt zo blij is.
Het was namelijk vroeger gewoonte om de bevolking van een geannexeerd gebied domweg tot slaaf te maken en te laten uitsterven. Of gewoon over de feodale kling te jagen. Dan wil je wel blij zijn als je dat hebt overleefd. Dat de macht van het zwaard naadloos is overgegaan naar de macht van het kapitaal (gulden? gouden?), is niet een vooruitgang, het is slechts een ruil van wapens.
Toch hoop ik oprecht dat u een fijne koningsdag hebt gehad, waar u op de talloze vrij-markten weer heerlijk uw rommel hebt kunnen verkopen, zodat anderen nu weer met

úw rotzooi zitten opgescheept. Want wij blijven kleine middenstandertjes, wij Dietschen! Houzee! U begrijpt nu vast wel, dat ik me niet in het feestgewoel heb gestort.

En waarom. Waarvan akte!

 

Zaterdag, 29-04-2017

 

Vrijdag rommeldag. De was, de afwas, stofzuigen, kortom, de hele dag bezig en aan het eind van de dag is alleen je huis maar weer gewoon een beetje schoon. Uiterst onbevredigend. Dan moet de was nog op het wasrek om te drogen, alle losse rommel die ik zo in een week verzamel, weer terug op z'n vaste stekkie en 's avonds in slaap vallen achter de beeldbuis. Of is het vóór de beeldbuis. Allebei fout, het is allang geen buis meer. Ik heb een fantastische tv, HD led beeldscherm, 55 inch. Dan kan je de rugnummers zien tijdens een voetbalwedstrijd, erg mooi, maar ook natuurfilms en interessante docu's komen prachtig mijn huiskamer binnen.
Met af en toe natuurlijk een mooie film uit mijn verzameling dvd's, daar heb ik er heel wat van, plus wat ik van het net geroofd heb. Mea culpa, mea maxima culpa. Jawel, ook ik download wel eens iets illegaal. Maar niet zo heel vaak, het meeste wat ik mooi vind, is toch niet illegaal verkrijgbaar. Music for the millions en hypefilms zijn niet zo aan mij besteed. Uitzondering en “guilty pleasure” is de film Pretty Woman met Richard Gere en Julia Roberts. Een uiterst foute film die ik toch minstens twaalf keer gezien heb. En het verveelt nog steeds niet.
Vroeger al ging ik vaker naar filmhuizen dan naar bioscopen. Daar werd heel wat fraaier materiaal getoond dan in de gewone bioscoop, met vaak filosofisch een stuk beter onderbouwde films. Bij James Bond zit ik mij na drie minuten al te vervelen. Maar een echt goeie film blijft je je hele leven bij.
Een zo'n film is Stalker. Een film van de Russische regisseur Andrej Tarkovski. Gezien ten tijde van de kunstacademie St. Joost te Breda. Komt u ooit in de gelegenheid die rolprent te zien, een aanrader.
Ook moet ik u iets bekennen. Ondanks mijn hele grote bek over het koningshuis, hun geschiedenis en hoe ik daarom geen koningsdag vier en voor hen geen hoofdletters gebruik, ben ik toch gistermiddag bezweken voor de oranje tompoezen die ik van de buren aangeboden kreeg. Ik heb geen nee gezegd, ik kreeg het niet voor elkaar, foei! Over zwak en hypocriet gesproken! Ze waren maar wat lekker.
Straks, om een uur of tien, ben ik onderweg naar België, ga via Duitsland. Het is een iets langere weg, maar dan hoef ik niet langs Eindhoven. Want dat is een ramp, nu ze daar aan het bouwen zijn. Slechte bewegwijzering, onduidelijk waar je heen moet, maar via Düsseldorf ben je dat mooi kwijt als je uit Groningen komt. Mooie reis, mooi weer, broodjes en drinken mee, wie doet me wat. Pantu is logeren, ook blij, ik welverdiende rust voor een paar dagen. Tot ziens! Tot over achthonderd mooie kilometertjes. Met heel veel mooie, klassieke muziek onderweg. Ik zie u weer als ik terug ben.

 

Zondag, 30-04-2017

 

Mooie reis gehad, groeten uit Koersel! Later misschien meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MEI

 

 

Maandag, 01-05-2017

 

De Dag van de Arbeid, heel België is vrij. Zoals ik tegen Rik grapte: jullie doen dat precies om verkeerd (Belgisch!), de dag van de arbeid moet je juist werken, en de rest vrij nemen. En nu ik terug in het hoge Noorden ben na een mooi Vlaams weekend, moet ook ik maar weer gewoon aan het werk. Wat voor mij betekent: dagboek schrijven en corrigeren. Daar gaat ie dan.

Over eergisteren, op weg naar België: onderweg, ter hoogte van Düsseldorf stond ik even te pauzeren (kaffee!), hoorde ik opeens een vreemd vliegtuigje. Nu is luchtvaart mijn grote hobby, als kind al wist ik precies welk vliegtuig er over kwam, en waar het heen ging, aan het geluid kende ik zelfs het type vliegtuig. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven.

Een tochtje naar Amsterdam, Schiphol naar de spottersplek, de Polderbaan (18R) is aan mij wel besteed. De uitleg: het cijfer 18 duidt op de windrichting, pal zuid dus, in dit geval. De R op rechts (right), omdat Schiphol drie banen 18 heeft. R, C, en L, dat lijkt me dan duidelijk. En kom je uit het zuiden aangevlogen, dan heet diezelfde baan 36L. Da's logisch, hè, zou Neerlands beroemdste voetballer zeggen. Wilt u een keertje mee vliegtuigen kijken, aanmelden en opstellen in rijen van drie.
Terug op die parkeerplaats in Duitsland, ik keek op en zag een klein eenmotorig toestel overkomen. Dat is niet zo raar met een vliegveld vlak in de buurt. Maar wat er vreemd aan was, ik zag geen propeller, terwijl ik er wel een verwachtte, zo aan het viertaktgeluid van de motor te horen. Gelukkig had ik mijn camera met voldoende telecapaciteit bij me om het toestel uit de lucht te kunnen plukken. Zodat ik ook het registratienummer kon lezen.
Terug in Groningen na het weekend, zag ik dat de foto gelukkig goed genoeg was om het allemaal uit te kunnen zoeken. Bleek het een ultralight (ULV) te zijn met de propeller in het kielvlak, zeg maar het verticale staartvlak. Ik blij, zo eentje had ik nog nooit gezien. Wat dat betreft, is de kinderhand snel gevuld. Aan de hand van het nummer D-EKUM had ik al snel opgezocht dat het een Rheinflug RW-3, Multoplane 4 was. Een hele mondvol voor een vliegend stoeltje en een heel bijzonder vliegtuigje.

Maar wel kan ik weer een observatie bijschrijven op mijn lijstje.
Eén terechte conclusie: mijn gehoor is in ieder geval nog goed genoeg om te onderkennen dat het een nog nooit gehoord geluid was, da's ook mooi. Te midden van al het langs-razend verkeer. En op die hele “Parkplatz” zag ik echt niemand geboeid omhoog kijken naar dat heel bijzondere ding. Ik ben benieuwd hoeveel mensen dat uberhaupt gehoord hebben. Ik denk eigenlijk - behalve ik - helemaal niemand.

Maar ja, Lexje was een bijzonder kind, en dat was ie! Is ie!

Verder was het een fraai weekend, het bezoek aan het Vlaamsche land was kort maar hevig. En prettig. Heb van hen nog een fraai boek gekregen, alvast voor mijn verjaardag. (zie PS) Een serie op schrift gezette colleges van Michel Foucault, verzameld in een vierhonderd pagina's dik boek met de veelbelovende titel “De moed tot waarheid”. Omdat het, volgens Rik, perfect aansluit bij mijn manier van denken.
Ben er al in begonnen, het niveau is (natuurlijk) universitair. Ik zal er wel wat extra werk voor moeten verrichten, wel wat hoger moeten reiken dan ik gewend ben. Maar dat houdt me van de straat, toch?
Ook hebben we in het Vlaamse land een bijzonder goede pizzeria gevonden, waar nog een plekje vrij was. En waar ze ook een heel lange lijst pasta's hadden. Voor mij werd het een spaghetti pesto. De spaghetti was voortreffelijk al dente, de pesto krachtig (zelfgemaakt?) en er werd automatisch brood bij geserveerd. Dat moesten ze hier in Groningen ook maar eens leren. Een fraaie pizza met asperges met een mooie dikke bodem voor de heer des huizes en penne formaggio e prosciutto voor echtgenote/ tafeldame Erika maakten het geheel af.

Toen het bordje schoongesopt was met het brood, restte een voldaan gevoel. En dat gevoel is nog steeds aanwezig, zelfs nu ik dit verslag voor u doe.


PS die verjaardag is morgen, 2 mei om precies te zijn. Dan word ik 69.

Bij mij associeert dat getal niet alleen maar met mijn vergevorderde leeftijd.

Precies, de Française is nog lang niet dood in mij.

 

Dinsdag, 02-05-2017

 

Jarig! Hiep, hiep, hieperdepiep, hoera! Lang zal ie leven! Zo zou het althans moeten zijn. Maar niet voor mij. Ik vier mijn verjaardag niet, net zomin als ik andere feestdagen vier. Voor mij is iedere dag een gewone dag.

Of misschien juist wel een buitengewone dag omdat ik me nog steeds verwonder over het feit dat het weer licht is geworden. Dat heb ik mijn hele leven al zo gevoeld.
Maar het consequent doorvoeren van dit leven-bij-het-moment (dus ook het afschaffen van een verjaardag, of andere datumgebonden feestjes) stuit dermate vaak op maatschappelijke ongemakken, dat de meeste mensen de strijd al snel opgeven.

Te vaak moet je een afspraak maken, te vaak ligt iets vast in de tijd, zodat een weigering daartoe je meer vijanden dan vrienden oplevert. Laat staan begrip voor je standpunt. Liever zou ik dat dan ook helemaal niet doen, afspraken maken, maar ja, ook ik word soms gedwongen door mijn omgeving die op haar beurt weer wordt gedicteerd door een agenda. Maar lieverkoekjes worden niet gebakken, zeiden ze vroeger altijd al.
Het wordt al niet eens begrepen door het merendeel der mensheid, dat het niet de tijd is die verstrijkt, maar het individuele leven. Dat de tijd juist niet een meetlat is waarlangs je je ontwikkelt, waarlangs je leeft. Tijd is niet een metaforische rivier, zoals in vroeger tijden wel werd aangenomen, maar jijzelf bent het water, stromend van bron naar zee, een eigen spoor trekkend door het statische land dat tijd heet. Om daarna weer terug te keren als regenwater voor een nieuwe reis.
Dit lijkt triviaal, maar voor de wording van uw eigen geest is het van het grootste belang om hier bewust van te zijn. U merkt dat ik wording en bewust expres uit elkaar heb gehaald. Omdat bewustwording een onmogelijke opgave is. Net zo min als een mens niet gelukkig kan worden, maar alleen maar gelukkig kan zijn.
Het uitsluiten van de tijdsfactor in uw emotionele beleving is van het grootste belang voor de ontwikkeling van uw perceptie.

Bewustwording is flauwekul, in meer of mindere mate van iets bewust zijn, én dat onderkennen, is wezenlijk. Dat is het verschil tussen zijn en niet zijn.

Als je constant maar bezig bent rijk te worden, zul je het nooit zijn. Boekje hierover? Zen en de kunst van het boogschieten van Eugen Herrigel.
Dat krijg je er dus van, als je mij een paar uur opsluit in een autootje, zoevend over

's heeren wegen, dan vind ik vanzelf woorden om dingen duidelijk te maken die ik nog niet, of alleen maar anders, had kunnen uitleggen.

Dat is een mooie, extra beloning voor een toch al heel mooie reis. Achthonderd kilometer voor een spaghetti pesto en wat verlichte gedachten, dat is je ware.
Nee hoor, lieve mensen in België, ik kwam echt voor jullie.
Dank voor de gastvrijheid.

 

Woensdag, 03-05-2017

 

De dinsdag/verjaardag is vrijwel geruisloos voorbijgegaan. Een paar telefoontjes, een paar reacties op Facebook (alles en allemaal even lief) en “Kartoffelsalat” met witlof. “Salat” natuurlijk, om nog even te refereren aan mijn, toch wel erg leuke, weekendtrip naar België via Düsseldorf. Overigens, ze rijden daar “auf der Autobahn” nog steeds als idioten. Rij je zelf zo'n 120 km/uur, komen ze je passeren alsof je stilstaat. Die moeten zeker 200 rijden! Maar om de paar seconden weer zwaar in de ankers omdat het eigenlijk veel te druk is voor dit soort escapades. En als je dat nu doet op een zesbaansweg 's nachts, als er bijna geen ander verkeer is, à la. Daar kan ik dan nog inkomen, gezien de kick van het erg hard rijden. Ook ik heb motor gereden, ook ik ben verslaafd aan verkeersadrenaline. Maar over-dag en druk en vierbaans, nee, dat maar niet.
Verder heb ik deze jaardag een aantal, nog opgeslagen afleveringen van NCIS gezien, toch wel een van de leukste crime-series die ik ken. Als je tijd nutteloos wil besteden, dan is dat een goede manier.
Pantu was blij dat ze weer thuis was, heeft vrijwel de hele tijd bewusteloos in haar mandje gelegen. Zo'n weekend is voor haar vermoeiender dan voor mij. En als ze dan toch even wakker was, lag er een heel groot kauwbot van runderhuid op haar te wachten, en maar knarven. Goed voor de reiniging van de tanden en voor sterke kaakspieren. Het bot is ongeveer net zo lang als zij zelf, een prachtig gezicht.

's Avonds nog even naar Real tegen Atlético, beiden uit Madrid, gekeken, en als je dat dan ziet, is de conclusie gerechtvaardigd dat we in Nederland toch echt wel een beetje achter lopen qua voetbalniveau. Die bekerfinale tussen AZ en Vitesse afgelopen zondag was immers het aankijken niet waard.
De Nederlandse topteams schitterden door afwezigheid in deze finale, die wilden volgens mij daar helemaal niet in betrokken raken, zo snel als die al uit dat toernooi lagen.

U hoort het al, gebabbel, allemaal zinloos gebabbel van mij, ik hou er mee op.

Tot morgen.

Inderdaad, vrijwel geruisloos.

 

 

 

Donderdag, 04-05-2017

 

Na mijn kleine “college” over tijd, hoe dat een statisch fenomeen is en juist u degene bent die beweegt, moeten er natuurlijk wel wat dingen rechtgezet worden.
Bijvoorbeeld: time flies when you're having fun! Helaas, tijd vliegt niet, u gebruikt de energie, die tijd nu eenmaal is, gewoon een beetje sneller als u plezier heeft in uw bestaan. Waardoor het lijkt, alsof de tijd sneller gaat. En u dus eigenlijk langzamer. So, you fly slowly, when you're having fun.
En ook als u ouder wordt, onttrekt u meer energie aan dat fenomeen dat tijd heet. Ook dan doet u alles langzamer. Een actie, waarvoor u vroeger een kwartiertje nodig had, heeft nu een uur van uw energie nodig. Aftakelen is een krachtenvretend proces, er is steeds meer brandstof nodig om de zaak nog een beetje overeind te houden. Aangezien u die krachten zelf niet meer heeft, haalt u de resterende benodigde energie uit de tijd, lijkt de tijd steeds sneller te gaan als u ouder wordt. Maar eigenlijk glijdt u steeds langzamer af, richting de kist. Of de oven, zo u wilt!
Dat is ons alleen nog te snel, dus stellen we het liever nog wat uit. Wetenschap, doctoren, bejaardenzorg, verpleging, zij allen doen hun uiterste best om u zo laat mogelijk tussen die zes planken te krijgen. In de hoop dat zij hun eigen moment zo ook wat uit kunnen stellen. Helaas. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren, jawel. Kunt u het nog volgen?
Ik geef toe dat het verwarrend is. Het is zelfs moeilijk voor mij om niet, al schrijvend, in de valkuil te trappen. Ook is het erg lastig de juiste woorden te vinden om het u het duidelijk te maken. Onze taal is niet ingesteld op dit eeuwige statische zijn dat tijd nu eenmaal is. Wij kunnen daar maar nauwelijks bij met onze hersens. Of liever, met dat gedeelte, die tien procent van onze hersens, die wij gebruiken. Want die andere negentig procent zou-den wel eens onder meer over dit onderwerp kunnen gaan. Hoe tijd en energie samen-werken, samenzijn eigenlijk.
Gelukkig betrekt ook de wetenschap, schoorvoetend, de tijd als factor in haar berekeningen. Waardoor 1 + 1 geen twee is maar de optelsom plus de tijd die u gebruikt heeft om tot die conclusie te komen. Bent u er nog bij? Hier begint het al aardig abstract te worden.
Bent u het spoor al lang bijster, geen nood, u hoort gewoon tot die 99, 999 procent die het ook niet kunnen bevatten. En dat hoeft ook niet. Niets houdt u tegen om de tijd als rivier te zien, sterker nog, onze hele maatschappijvisie is erop gegrondvest, dus alles om u heen lijkt uw waarneming te bevestigen. Lekker rustig. Maar niet correct!

Maar maak uw afspraken, leef uw leven en doe het goed. Dat is al mooi genoeg. Potverdikke, het lijkt wel een preek. Snel, van die kansel af!

 

Vrijdag, 5 mei 2017

 

Gisteren was de jaarlijkse dodenherdenking van de Tweede Wereldoorlog, die twee minuten stilte vind ik nog steeds zeer indrukwekkend. Dat zal wel nooit overgaan. Aangezien ook mijn leven behoorlijk is gekleurd door de Hitleriaanse waanzin - ik ben van 1948 - zal dat wel extra impact hebben. Dat kan ik natuurlijk voor anderen niet beoor-delen. Je zal maar een Joodse overlevende zijn, de enige van je familie en daar je verdere leven mee moeten dealen. Lijkt me vrijwel onmogelijk. Wel weet ik, dat ik midden in een enorme geboortegolf ben terechtgekomen, waarvan ik nog dagelijks last heb. Waar ik ook ga, er gaan altijd duizenden met mij mee.

Die daar ook last van hebben, natuurlijk.
Massaal zaten we in overvolle klassen, 40+ was heel gewoon, massaal gingen we op dezelfde baantjes solliciteren, massaal trokken we naar het platteland om goedkope arbeidershuisjes te bewonen (die daardoor heel duur werden), massaal traden we in het huwelijk en massaal kregen we kindertjes. Om zodoende nóg een geboortegolf te veroorzaken, deze keer een anti-autoritaire golf, zijnde een product van de oorlogsgeneratie. Daar hoef je geen wetenschapper voor te zijn om dat te begrijpen. Die anti-autoritaire generatie, daar maak ik me nog steeds wel wat zorgen om. Als alles democratisch opgelost moet worden, is de democratie de nieuwe dictator.

Op scholen en universiteiten zeer goed waar te nemen. Vele docenten, leraren, profes-soren zuchten onder de terreur van de nieuw verworven inspraakmogelijkheden.
Freek de Jonge deed in een van zijn shows daar ook een boekje over open: “... dan roep ik “INSPRAAK!” en dan is het gelijk weer stil. Want ze hebben niets te melden, die (opstandige) jongeren.” Aldus een van de grootste cabaretiers van Nederland. Je kunt van Freek houden of hem haten, een tussenweg is er niet. Maar ontkennen dat ie een grote geest is, daarvan kan geen sprake zijn.
Door en voor die tweede generatie werden alle scholen vernieuwd, ze schaften het brede onderwijs af, alles moest resultaatgericht, klaargestoomd voor een baan, dienstplicht afgeschaft, voortaan dienstplichtig aan de sociaaldemocratische maatschappij. Die het woord sociaal snel vergat en zich neoliberaal ging noemen.

Neoliberaal, de nieuwe vrijheid.

Als het niet zo droevig was, zou je er bijna om moeten lachen. Er bestaat geen nieuwe vrij-heid, er bestaat ook geen oude, er bestaan uitsluitend grenzen. En territoria.

Probeer maar eens een grens te overschrijden, een territorium te ontvluchten, moet u zien wat er gebeurt. Hoezo, nieuwe vrijheid!

 

Zaterdag, 06-05-2017

 

Beschrijf ik hier meestal wat ik de vorige dag heb gedaan en/of gedacht, vandaag maar eens een melding van wat ik van plan ben te gaan doen. Want gisteren was ik behoorlijk ziek van een virus dat rondgaat. Keelpijn en een loopneus, de tandarts afgezegd, dat wil je zo iemand toch ook niet aandoen. Met een paar aspirines rustig aan doen, was het advies. Dat heb ik maar gedaan.
Voor deze zaterdag: de weersverwachting is eindelijk goed, er wordt behoorlijk wat zon verwacht met 16 graden Celsius. Dat lijkt er tenminste een beetje op. Onkruid schoffelen in de tuin, ik heb een stuk tegelvrij gemaakt waardoor nu het onderliggende scherpe zand bloot ligt.

Mussen zijn daar gek op - voor het zandbadderen - en ook Pantu mag er erg graag in rollen. Toch groeit ook op dit scherpe zand nog genoeg gras en onkruid, zodat een beetje bijhouden geen overbodig werkje is. Wel zit het behoorlijk los in het zand waardoor het niet lastig is om te verwijderen, dit in contrast met een groot stuk waar de vorige bewoner een kleine papyrussoort heeft neergezet. Die zich teveel heeft uitgebreid. Die is gaan woekeren, kun je beter zeggen.
Deze taaie rietachtige maakt een dicht tapijt van wortels op ongeveer twintig centimeter diepte; om die te verwijderen moet je graven en scheuren. Zwaar werk voor iemand wiens hart het niet meer zo goed doet. Elke mooie dag een stuk is de beste oplossing. Dan begin ik met een takkenzaag om die wortelmat in stukken te zagen, anders is er helemaal geen trekken aan. We zullen zien of ik er vandaag weer wat van af kan krijgen.
De magnolia is intussen al geheel getransformeerd van wittebloemendrager tot gewone groene struik, mijn fuchsia is toch weer aan het uitlopen - wat ik niet verwacht had vanwege vorstschade - en de rhododendron barst zowat uit zijn knoppen. Mijn rotstuintje, dat ik eigenlijk een beetje opgedragen heb aan Teja, doet het ook prima, dus het ziet er allemaal mooi genoeg uit, buiten. Voor mij, dan.
Wia komt vanavond mihoensoep eten met kip en garnaaltjes (zij neemt gelukkig een toetje mee), daar heb ik ook nog wel wat werk aan. De bouillon heb ik gisteren al gemaakt van kippenpoten, door mezelf Marokkaans gekruid en gebraden, dat levert een krachtige soep op. Als groente gebruik ik peultjes, little gem en paksoi, afmaken met wat croutons en een in water “gebakken” ei. Smullen maar. Marokkaanse kruiden op de gebraden kippenpoten die later in de bouillon gaan om de ve-tsin iets te compenseren. Wat die rare Chinezen in bijna al hun gerechten donderen. En waar teveel mensen last van krijgen (ik zelf ook), zodat ik het maar liever een beetje mijd. Hoewel het nog niet wetenschappelijk is aangetoond dat het echt slecht is. Maar dat zegt tegenwoordig niet zoveel meer, aangezien die wetenschappers betaald worden door de fabrikanten van dat spul. (inmiddels, een half jaartje nadat ik dit opgeschreven heb, is mij ter ore gekomen dat de giftigheid wél bewezen is!)
Ook is de Giro d’Italia begonnen, zodat ik stiekem af en toe even opzij kan kijken of misschien Nederlandse wielrenners zich een beetje in de picture rijden. Want dat doen ze graag in deze prachtige, Italiaanse ronde. Die ik persoonlijk een stuk mooier vind dan de Tour de France. Maar over smaak valt niet te twisten en dat doe ik dan ook niet.
Morgen zal ik u berichten of alles is gegaan, zoals ik nu hier heb gepland. Want als er iets onzeker is, dan is het wel de toekomst.

 

Zondag, 07-05-2017

 

Zoals ik gisteren al schreef, niets is zo onzeker als de toekomst.
Het etentje ging niet door, Wia is vierentachtig, op zo'n leeftijd moet je niet aan een griep worden blootgesteld. Want mijn aankomende griepje van gisteren is een echte griep geworden. Compleet met rauwe strot, tranende ogen, loopneus en gammele knieën. Dat gun je uiteraard niemand.

Nu is 't niet zo dat Wia een teer poppetje is, ze is een Friezin (geboren op een winderige hoek, zeggen ze hier), dus die kunnen wel wat hebben. Maar toch is ze op zo'n vergevorderde leeftijd, dat dit soort ziektes harder aankomen dan als je nog een jong lijf en een goede conditie hebt.
Dus het was thuisblijven geblazen voor mij. Extra paracetamolletjes, veel dutjes tussen de hoestbuien door, ik werd er bekaf van. Ook is er niet veel uit de creatieve geest gekomen. Want als het lichaam ziek is, lijkt de geest wel zwaar verdoofd. Er sijpelt wat door, maar er echt over naar huis schrijven, kun je niet. En hoef ik ook niet, ik ben er al, immers.
Wel kreeg ik, toen ik toch even achter mijn computer zat - vrij uitzicht op mijn tuin - plotseling bezoek van twee foeragerende Vlaamse gaaien. Gelukkig lag mijn camera klaar, een mooi plaatje was snel geschoten.
Gelijk even gepubliceerd op mijn Facebookpagina en dat leverde een hoop leuke reacties op. Het zijn dan ook prachtige vogels.

De benaming Vlaamse is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van het feit dat deze gaai bij tijd en wijle de Lage Landen vanuit het zuiden invasief overspoelt (nog steeds), en de Nederlanders er daarom maar van uitgingen dat die mooie vogels allemaal afkomstig waren uit, u raadt het al, Vlaanderen. Ook dit jaar is er waarschijnlijk zo'n invasie, je ziet er erg veel, overal. Vandaar, misschien, dat ze nu ook mijn stadstuin met een bezoekje vereerden.

Zo kun je, ziek thuis zijnde, toch nog wel wat van de buitenwereld meekrijgen. En zelfs nog een beetje met feitjes rotzooien. Heerlijk!

 

Maandag, 08-05-2017

 

Waarom mensen nooit zeggen wat ze bedoelen.
Als een vrouw tegen jou, als man, zegt, dat je bindingsangst hebt, bedoelt ze eigenlijk: “Ik wil graag een kind maar zoek daar iemand voor die bij mij blijft, want ik durf het niet alleen. En nu zit mijn minderwaardigheidscomplex me in de weg, want ik vind mezelf niet mooi genoeg, ben ik wel mooi genoeg, vind jij me wel mooi genoeg, ja hè, ja hè, ja hè!”. Tegen die tijd hoef je als man niet meer, tenzij je je hersens in je pik hebt zitten. Want dan zit je geweten daar ook, en poets je de plaat na de daad. Trap je daarna ook nog in de leugen dat jouw zaad goed genoeg was om de soort te reproduceren, dan zit je al aardig gevangen in een web, hetzelfde web dat politiek rechts zo fraai noemt: regeringsverant-woordelijkheid nemen. En hoe dat mis kan gaan, zie je wel aan de voormalig socialistische partij, de PvdA! Die wilden zo graag meeregeren dat ze zichzelf, na vier jaar rechts beleid uitvoeren, opeens terugvinden als kleine partij. Nog net geen splinterpartij, dat had ik ze ook niet gegund. Dit is al erg genoeg.
Als een man tegen jou, als vrouw, zegt: “Ik zal altijd bij je blijven”, bedoelt hij eigenlijk: “Wat ben jij een lekker ding, ik vind jou wel mooi genoeg, daar krijg ik hem echt wel van omhoog en dat zal zo blijven zolang jij zo'n lekker ding blijft.”

Begonnen is de wedloop tegen de tijd, die elke vrouw, uiteraard, zal verliezen. En na een jaar of zeven heeft die man allang weer andere “lekkere dingen” gespot, zodat zijn belofte al behoorlijk op losse schroeven komt te staan.
Als je als vrouw tegen je man...
Zo had ik vandaag mijn dagboek willen beginnen. Gelukkig heb ik dat niet gedaan, aangezien ik ook niet altijd zeg wat ik bedoel. Nou ja, een beetje meer dan vele anderen, dat wel. Dat heeft me dan ook al vele vrienden gekost. Om die reden stop ik mijn relatiekritiek maar weer terug in een diep hoekje van mijn geest. Daar waar alle miskleunen van het mensdom zitten. Want ik geef u niet de schuld, man of vrouw, net zo min als ik een individuele gelovige de misdaden van de religieuze instellingen ga verwijten. Of een VVD'er het asociale beleid van het kapitalisme.

Hetgeen natuurlijk niet betekent dat dat beleid en die misdaden niet plaatsvinden. Maar het gekke is dat we, als mensen, dan opeens wel de schuldigen willen straffen, maar het instituut vrijpleiten. Alsof dat onaantastbaar is, een nieuwgekozen god. Zo willen we ook graag politieagenten uitschelden, terwijl ze gewoon hun werk proberen te doen, maar het rechtse beleid, dat er in zijn krankzinnige bezuinigingsdrift voor zorgt dat ze dat niet goed kunnen doen, laten we ongeschonden. Vreemd, toch?
Ik ben erg blij dat ik mijn dagboek zo niet ben begonnen, kun je nagaan wat een tumult dat weer had opgeleverd bij al die politiek correcte vrouwen die denken dat emanciperen hetzelfde is als net zulke topfuncties bekleden als mannen doen. Gelukkig heb ik dat allemaal niet geschreven, pfoei.... ik wis me het zweet van het voorhoofd.

 

08-05-2017 (vervolg)


Gisteren weer een beetje beter dan eergisteren, qua gezondheid. En deze morgen weer wat beter. We hebben het ergste gehad, lijkt wel! Gelukkig maar! Gebabbel, gebabbel, gebabbel...
Wat goed, hè, dat ik het niet over de sof van Faaienoort heb gehad.

 

Dinsdag, 09-05-2017

 

Maar natuurlijk wil ik het wel even over de “Sof van Faaienoort” hebben, en al helemaal toen ik iemand de term “Zeperd van Zuid” hoorde uitkramen. Daar was ik wel jaloers op. Een schitterende alliteratie, beter dan het spel van mijn favoriete voetbalcluppie. Naast de plaatselijke FC dan, hè! Grunn'n. Die overigens, qua speelstijl wel een beetje op Feijenoord lijkt. Harde werkers, reuzendoders en volledig door het ijs zakken tegen de zwakkere ploegen, zoiets. Maar het was niet om aan te zien, afgelopen zondag in Rotterdam.

Denk nooit dat je er al bent voordat je er bent, waar je ook maar heen wil gaan. Iets over huiden verkopen en beren schieten. Adviezen die de trainer de voetballers maar weer eventjes onder de neus moet wrijven.
Overigens, ik hanteer hier de oude spelling, Feijenoord, met een lange ij. De Griekse Y (ook wel i-grec of ypsilon genoemd) is er later in gekomen, onder druk van de commercie. Beide namen staan, gek genoeg, wel pontificaal op de Kuip.
Verder is bij mij nog steeds het griepkucheltje aanwezig tezamen met de loopneus, dus nog even volhouden. Het zal wel goed komen, denk ik zo.
Niets te melden, gelukkig geen boze reacties gekregen op het dagboek van gisteren over al die zaken, die ik niet benoemd heb. Van meisjes van alle leeftijden die niet ver genoeg doorgelezen hebben, want dat kan natuurlijk ook nog eens. Er zijn altijd meer mensen die een tekst verkeerd begrijpen, dan die wél weten wat ze lezen, vraag dat maar aan de apostelen.

 

 

 

Woensdag, 10-05-2017

 

Gisteren kwam ik er door een telefoontje plotseling achter hoe ik, door het schrijven van dit dagboek, opeens elke dag weet wat voor dag het is. Nooit zou ik beseft kunnen hebben dat daar een van de prijzen lag die betaald moeten worden. Terwijl ik me mijn hele leven al verzet tegen de menselijke neiging alles maar onder controle te krijgen. Afspraken zijn voor mij een kwelling, agenda's zijn vervloekte boekwerkjes en alle uren die ik, vlak voor de afgesproken tijd met iemand, moet doorbrengen met nutteloos wachten, zijn voor altijd verloren. Wasted time.
Ook heb ik er de pest over in als ik in ziekenhuizen uren moet wachten op drie minuten onderzoek. Maar dat heb ik met meer mensen gemeen.

Daar, in dat ziekenhuis, is het echter meer machteloosheid dan ergernis. Vaak gepaard natuurlijk met lichamelijk ongemak, je zit daar toch meestal niet voor niets. En dan ook nog getreiterd door glossy's, uitnodigend op de wachtkamertafels uitgespreid, die mij vertellen dat ik het allemaal verkeerd heb gedaan en nooit, maar dan ook nooit gelukkig kan worden, zonder zo'n verbouwd boerderijtje op het rustieke platteland. Met vlak voor de deur uitnodigend water, waar een leuk bootje op mij en m'n modelfamilie ligt te wachten op onbelemmerd vaarplezier.
Gelukkig heb ik, wat die glossy's betreft, al het inzicht verworven dat een mens niet gelukkig kan worden, maar het alleen maar kan zijn. Dat scheelt een hoop werk.

Én ergernis. Zodat ik die bladen met een glimlach weer terzijde kan leggen. Gewoon mooie plaatjes kijken van onbereikbare automobielen die 270 km/uur kunnen en dat in Nederland niet mogen. Dus uitsluitend status-symbool zijn.
Gelukkig zijn we aan het eind van de reis allemaal even arm. Of even rijk, 't is maar hoe je het bekijkt. De man met de zeis heeft geen portemonnee nodig, het geld is voor de achterblijvers. Die daar vervolgens ruzie over gaan lopen maken. Daarom, als u veel van uw familie houdt (en van u zelf), maak al uw geld op. Geef het onbekommerd uit, zorg dat de staat er niet met het meeste vandoor gaat - u hebt geen inspraak waaraan die het gaan uitgeven - en heb plezier van uw goedgespaarde centjes. U bespaart ze een hoop ellende.

Is het omgekeerde het geval, bent u blij dat u die etterbakken eindelijk achter u kunt laten, zorg dan dat ze genoeg van u erven om er heisa over te maken. Heerlijk, hebt u toch het genoegen om lekker na te trappen, over het graf heen.

Dat moet dan toch wel de hemel zijn! Waar ze geen kalenders hebben en de tijd niet bestaat en u nooit meer hoeft te weten wat voor dag het vandaag is.

Glossy's hebben ze daar ook niet, u woont er dan al in eentje.

 

Donderdag, 11-05-2017

 

Dat ik op mijn oude dag nog ijdel zou worden! Voor mensen die mijn Facebook nooit bekijken: af en toe verander ik mijn profielfoto, soms wordt het een bloem, soms een stukje schilderij en soms ook een zelfportret. Nu heb ik kortgeleden als profielfoto een zelfportret gemaakt via de spiegel in de douche, en die opname bleek erg geschikt om grafisch te maken. Zo noemden we dat vroeger toen we nog zelf ontwikkelden en af-drukten. Zwart-wit met een lage resolutie, zodat details verdwenen.

Met zo'n soort foto heb ik, by the way, ooit nog eens een wedstrijdje gewonnen. Van een beeld van een visserman in de haven van IJmuiden. Misschien kan ik die nog terugvinden in de enorme hoop troep van vroeger, maar da's van later zorg.
Het grafisch maken van het doucheportret lukte echter zo goed, dat ik het resultaat niet alleen heb gebruikt als profielfoto, maar het tevens heb laten afdrukken op een koffiemok. Echt waar! Ik geef toe dat dat wel erg is. Maar het resultaat mag er wezen. De gelijkenis met het beroemde posterportret van Che Guevara is niet geheel toevallig, denk ik!

Verder gaat het vandaag duidelijk een heel stuk beter dan gisteren, vanmiddag dus maar weer wat langer wandelen met Toetje. Ze is toch op haar best als ze al wandelend hele terreinen mag verkennen, af en toe door een plas rennen als een hovercraft of heerlijk door een of ander geurtje mag rollen. En achter de bal aan rennen, natuurlijk, waarbij het sprintje dat ze dan trekt, het bekijken meer dan waard is. Daar kan geen Nelli Cooman tegenop. Die er overigens echt wel wat van kon. Dat weten de iets ouderen onder ons nog best.
Terzijde: voor zo'n klein landje hebben we toch nog heel wat goeie loopsters opgebracht. Vroeger hadden we de wereldberoemde Fanny Blankers-Koen, later Ellen van Langen en de al genoemde Nelli Cooman - al was Nelli een erfenis uit ons koloniale criminele verleden - en tegenwoordig de superatleet Dafne Schippers. Die net als Obelix vroeger wel in een ton toverdrank lijkt te zijn gevallen.
Over Fanny: wist u dat ze bij thuiskomst (na vier keer (4!) goud op de Olympische Spelen van Londen in 1948, mijn geboortejaar) werd verrast met een heuse fiets? Die ook nog door haar buurtgenoten was bekostigd? Daar moet je tegenwoordig eens om komen!

 

Vrijdag, 12-05-2017

 

Vandaag maar eens een gedichtje van vroeger.
Over communicatiestoornissen in de liefde.
De verwarrende, heerlijke, misdadig wrede liefde.

Die sterker blijkt te zijn dan de overtuigingskracht van je ego.

Wat natuurlijk ook moet, anders kwamen er nooit meer nieuwe mensjes. Want ethisch en esthetisch is een paring natuurlijk niet om aan te gluren, zoals dat tegenwoordig zo lelijk genoemd wordt.
Niet dat dat van mij nu zo nodig moet, al dat gevoos, de Aarde is al vol genoeg, maar hormonen houden zich niet aan rationele beslissingen.

Maar na die paring moet je ook nog eens goed met elkaar op kunnen schieten, elkaar een beetje willen begrijpen. Tenminste, als je denkt ( wil) dat er nog een keertje zo'n vrijpartij in het vat zit. Laat staan een verbintenis van een aantal jaren.
Dat het daar vaak mis gaat, bij dat elkaar kunnen begrijpen, laat het volgende sonnet zien. De zinnen hiervan worden door man en vrouw om en om gezegd:

 

 

 

 

 

Telefoongesprek


Dag, liefste, mij, ik wou gewoon je stem eens horen
Hallo...., zeg, moet je horen, 'k heb nu niet zoveel tijd voor jou
Dat geeft niet lief, als je maar weet, da'k heel veel van je hou
Want weet je, met jou in mijn leven, is 't niet meer als tevoren


Ik wil niet als tevoren, 'k wil jou alleen bekoren
'k Was nog maar nauw'lijks toe aan liefde & aan trouw
Want 'k vind het leven heerlijk, met jou als lieve vrouw
Ik krijg de vage indruk, dat je me niet wil horen


Natuurlijk hoor ik jou, ik kan je zelfs verstaan
Als je me goed begrijpt, wil dan eens naar me luisteren
Ik luister, schat, ik hoor je goddelijke stem

 

Zo kan het echt niet langer, je dwingt me aardig klem
'k Zal mooie dingen in je liefelijke oortjes fluisteren
Nu is 't genoeg, 'k gooi nu je spullen uit het raam.

 

Missie mislukt!

Project afgeblazen!

De toren van Babel opnieuw verrezen!

 

Zaterdag, 13-05-2017

 

De inhoud van de vrijdag wordt al vaster een traditie, namelijk: grote huishouddag. Alles gaat even van de plek, overal de stofzuiger langs, vochtige doek over de planken en al het zand en de haren van mijn blaffende huisgenoot verwijderen. Zo'n hondje kan er wat van! Van ontharen, bedoel ik, dat blaffen doet ze (gelukkig) alleen als er aangebeld wordt.
Wat wel mooi is, is dat een huis vaste tochtpatronen heeft zodat het haar altijd op dezelfde plekken ligt, dat scheelt alvast. Maar het zand laat zich door wat tocht niet verplaatsen. Daarvoor zal je toch door het hele huis moeten. Dan zijn dat toch heel wat meer vierkante meters dan je je realiseert. Voor één persoon! Vroeger woonden hele families op hetzelfde oppervlak. Moeder, vader, vijf à zes lawaaiige kinderen, allemaal heel gewoon. Logisch dat de onderlinge sociale regels dus ook heel wat strakker waren, op het rigide af. Noodzakelijk zelfs, om de lieve vrede een beetje te bewaren.
Dat dat niet altijd maar verkeerd is, bewijzen de vele burenruzies die momenteel aan de orde van de dag zijn. Omdat rekening houden met elkaar niet meer wordt geleerd, zie je steeds meer hufterigheid opduiken. Vooral daar waar te veel mensen te dicht op elkaar zitten. In het verkeer, flats en sociale huurwijken, de ellende is af en toe niet te overzien. Door festivals nu al stokdoof gemaakte jongeren, die thuis de muziek op windkracht tien zetten en dan verbaasd zijn dat de buren op de muren gaan staan beuken en aan de deur gaan lopen rammelen, tientallen neergekwakte fietsen die voor de deuren van studenten-kotten hun laatste dagen lijken door te willen brengen als ware het een verzorgingstehuis, de verloedering slaat al verder toe. Niemand schijnt zich er meer aan te storen. Sterker nog, als je er wat van zegt, ben je een ouwe zeur.
Ach, misschien ben ik dat dan ook wel een beetje, ik heb in ieder geval mijn leeftijd mee om een mopperkont te zijn.

Een aardige mopperkont, weliswaar, maar toch, een mopperkont.

 

Zondag, 14-05-2017


Ben aan de Nitrazepam. Dat moet ik af en toe om de overspannen geest wat rust te gunnen. Aan het eind van mijn zenuwen zit namelijk altijd een woede-uitbarsting, meestal gericht tegen het gisteren al aangehaalde ontbreken van sociaal gevoel. Die woede-uitbarstingen kan je terugvinden in het uiterst leerzame boekje van Alice Miller: het drama van...
Sinds Teja en ik een vreselijke tijd met onze benedenburen hebben gehad, die pas na drie jaar door de woningstichting kon worden bestraft met woninguitzetting, is teveel burengerucht voor mij “the trigger”. De druppel die de sociale emmer doet overlopen. Meestal onderken ik het tijdig en moet mezelf dan ook een beetje bezweren met gedachten als: het is nu eenmaal zo, andere mensen leven ook, sommigen houden van de hele dag muziek om de kop, enzovoort. Als de lawaaimaker dan nog wel een klein beetje sympathiek is, dan helpt dat wel. Maar is het een hufter, dan breken bij mij snel de dijken. Een heftige overstroming is dan het gevolg, daar kunnen ze in Zeeland nog iets van leren.
Ik ben er namelijk heilig van overtuigd dat hufterigheid uitsluitend te stuiten is met hufterigheid, dat is namelijk de enige taal die ze kennen. Daar kan je nog zoveel “Age of Aquarius” tegenaan gooien, daar zijn ze totaal ongevoelig voor.

Liefde lost niet alles op, moet je maar denken. Soms moet je wel bommen gooien. Het is niet anders. Dan hoeft het natuurlijk niet gelijk een atoombom te zijn. Maar deze oprechte, uit de praktijk gehaalde, overtuiging helpt ook al niet mee het gevaar van een dijkdoorbraak te neutraliseren. Dan maar aan de pil.
Het nadeel echter van de Nitrazepam Mylam is, dat ik dan ook beter niet kan autorijden en al helemaal niet mag drinken. Nu doe ik dat laatste al vijftien jaar niet meer, zoals bekend mag worden verondersteld, maar het autorijden… ai! Dat doet pijn. Want koffie en autorijden, dat zijn toch twee dingen die ik liever niet zou willen missen.

 

Maandag, 15-05-2017

 

Het kampioensweekend is voorbij en mijn kluppie heeft gewonnen. Het voetbal waar ik van hou, is de grote winnaar gebleken. Werklust, inzet, fouten, maar vooral liefde voor het voetbal kenmerken deze club. Had ik eerder in dit dagboek Dirk Kuyt al geroemd en benoemd tot ideale schoonzoon, hij gaat nu de boeken in (ook dit dagboek, dat blijkt) als kampioenmaker. Met zijn honderdste eredivisiedoelpunt maakte hij Feijenoord de beste van Nederland, precies waarvoor hij teruggekomen was. Dat hij die honderdste goal ook nog eens uitbreidde tot een hattrick, was natuurlijk helemaal geweldig.
Aangezien ook de lokale FC de nacompetitie heeft gehaald ( dat is al heel mooi), ben ik een blije televisiekijker geweest, afgelopen weekend.
Dat is maar goed ook, want de rustgevende pillen laten naast hun verdovende werking ook een dorre woestenij achter in mijn hoofd.

Want, zoals gebruikelijk in dat soort geestelijke contreien, er liggen daar uitsluitend adders onder het spaarzame gras op de loer, terwijl er verder nagenoeg niets wil groeien en bloeien. Adders in de vorm van plicht en belofte aan jezelf, om toch elke dag een aflevering voor dit dagboek af te leveren, bijvoorbeeld. Hetgeen onder deze omstandigheden vrijwel onmogelijk is. Niet die aflevering, u zit hem nu te lezen per slot van rekening, maar wel een aflevering waarin ook nog iets zinnigs vermeld wordt.
Op een opsomming van wat ik allemaal in de wasmachine gegooid heb, zit u per slot van rekening ook niet te wachten. Laat staan of het ook nog schoon is geworden.
O ja, we hebben het Eurovisie Songfestival alweer niet gewonnen, de vakjury had nog wel het beste met ons voor (vijfde plek), maar de kijkers thuis waren duidelijk niet gecharmeerd van die drie loepzuivere damesstemmetjes. Misschien nog wel van die stemmetjes, maar de gebaartjes erbij waren toch wel erg slecht. Als ze stil waren blijven staan, hadden ze vast een beter resultaat gehaald. Maar ja, dat zullen we nooit weten.
Tot zover maar vandaag, morgen gaan we wel weer de wereld redden. Dat zit er vandaag niet in.

 

Dinsdag, 16-05-2017

 

De dagen rijgen zich geleidelijk aaneen zonder al te grote veranderingen /of gebeurtenissen. De zomer is onderweg, de temperaturen beginnen al boven de twintig graden uit te stijgen, de eerste bloemen in de tuin zijn al weer uitgebloeid en mijn hengel staat nog steeds ongebruikt in de schuur.
Misschien wordt het toch tijd om die spulletjes maar weer eens na te kijken en dan weer met een bootje het Leekstermeer op te gaan teneinde wat te gaan vissen.

Na Teja's dood heb ik het een paar keer geprobeerd, maar toen was het alleen zijn opeens veranderd in eenzaam zijn. En waar alleen zijn een bijna euforische staat is voor mij, is eenzaamheid dodelijk. Voor iedereen, trouwens. Toen ben ik eerst maar eens gestopt met hengelen. Dat is inmiddels al bijna drie jaar geleden.
Toch heb ik prachtige uren beleefd, heel vroeg in de morgen op het meer.

Schuchter, zo zeggen poëten dat, wordt het licht, vogels beginnen zich te roeren, boven het riet cirkelt al loom een vroege rover. Rietzangers, baardmannetjes en karekieten laten de rietstengels als uit zichzelf bewegen, de vogeltjes zelf zie je zelden maar hoor je des te beter. Omdat ze zo goed verstopt zitten, hebben ze een fors geluid nodig om zich kenbaar te maken aan vijanden, dan wel eventuele partners. Kgrr-kgrr-kiet-kiet klinkt het scherp op nog geen tien meter bij u vandaan. Dat is de grote, weet u dan. De grote wat.... nou, luister dan....kgrrr-kiet. Ja dus, goed geraden. De kleine is iets melodieuzer, alhoewel melodieus wel een heel groot woord is voor deze serie geluidjes. En zit je net lekker in je boot je hengels klaar te maken, word je opeens verrast door het zoevende zwiepgeluid van een paar zwanen die laag overkomen. Dat hoor je nog lang nadat ze gepasseerd zijn, daarna keert de stilte terug. Dan heb je geen meditatie meer nodig.
Dobbers in het water, beetje bijvoeren, dan duurt het meestal niet zo heel lang voordat de eerste rimpelingen aangeven dat er leven is in de onderwaterbrouwerij. Meestal heb je dan al gauw ook beet.
Na een paar vissen uit het water gehaald te hebben, ik probeer dat zo goed en zo netjes mogelijk te doen zodat ze weer terug het water in kunnen, begint de mensenwereld om een uur of half zeven wakker te worden.
Je hoort als het ware al die wekkers tegelijkertijd afgaan, wc's die doorgetrokken worden, toast die geroosterd wordt, de eerste auto's gestart. En opeens, binnen een aantal seconden, is de wereld vol lawaai, blijkt de snelweg toch vlak langs het meer te lopen en is de heerlijke stilte overleden. Morgen weer, denk je dan.

Maar dat doe je niet! Niks morgen weer! Want morgen heb je al je spulletjes weer opgeruimd, alles weer schoongemaakt en opgeborgen tot de volgende keer dat je denkt: hé, 't is al weer een tijdje geleden dat ik gevist heb. Dan pas begint dit verhaaltje van voren af aan. Maar het is nooit hetzelfde, dat scheelt. De natuur kent geen herhalingen, je kunt niet even terugspoelen om diezelfde zwanen nog een keertje te kunnen zien overkomen. Dat is mooi, zou mijn muziekleraar François zeggen, want twee keer hetzelfde is nog steeds hetzelfde.

Zelden heb ik een opmerking gehoord die meer waar was.

 

Woensdag, 17-05-2017

 

Na het dagboek van gisteren kreeg ik wel erg veel zin om dan toch maar weer te gaan vissen. Ben dus maar even op pad geweest om spullen in te slaan. Dat moest wel want de grote tas met dobbers, lood, tangetjes, haaktrekkers en vele andere zaken die een zichzelf respecterende visser bij zich dient te hebben, is vorig jaar gestolen uit mijn schuur. Ik had die open laten staan, zelf vergeten af te sluiten en een paar uur later werd ik door een buurman gewaarschuwd dat ze mijn schuur aan het leeghalen waren. Toen was ik al te laat.
E-bike, elektrische buitenboordmotor met oplader en de grote sporttas waren de gemakkelijkste prooien voor het geteisem. Heb nog vele weken op Marktplaats rondgekeken, maar nee hoor, weg is weg. De politie is er ook nog bij geweest, maar ja, ik had de deur zelf open laten staan. Er is een proces-verbaal opgesteld, heel braaf, maar uiteraard heb ik er nooit meer iets van gehoord. En de verzekering keert natuurlijk ook niets uit. Terecht, vind ik. Moet je maar beter opletten.
Maar voor het vissen heb je al die zaken echt wel nodig, dus dan maar weer winkelen. Gelukkig hebben ze mijn hengels niet meegenomen, daar hadden ze duidelijk geen verstand van. Want een van die dingen was een negen-meter-zeventig lange lichtgewicht hengel, die je met één hand kunt vasthouden, als het moet. Heeft u wel eens aan het andere eind gestaan van bijna tien meter hengel? Het is een zeer imposant gezicht, dat verzeker ik u. Erg handig voor de overkant van niet al te brede waters. Maar ook kostbaar. Die hadden de criminele onbenullen gewoon laten staan, daar ben ik toch wel blij om.
Zeer binnenkort kunt u me wel weer aantreffen, denk ik, op een van de stekken die ik de afgelopen drie jaren niet meer heb gezien. Met hond. Of op het Leekstermeer uit het dagboek van gisteren. Héél vroeg, om het weer licht te zien worden. Tot dan.
Ben benieuwd of het me lukken zal om het verleden achter me te laten.

Koffie en broodjes mee! Plus m'n e-reader voor leuke verhaaltjes en mooie klassieke muziek. Wie doet me wat!

 

Donderdag, 18-05-2017

 

Het burengeruchtprobleem min of meer opgelost. De buurman, die eindelijk doorkreeg dat er toch echt wel iets ernstig mis ging, heeft me benaderd en we hebben een goed gesprek gehad. Voor zover mogelijk. De kou is uit de lucht en de spanning uit mijn nek. Wat natuurlijk wel zo prettig is, als je een beetje van je eigen tuin wil genieten. Die overigens erg goed gaat, dit jaar.
De uitgezaaide Texelse boshyacint bloeit rijkelijk tussen de oranje klaprozen, in een andere hoek van de tuin lijkt een brede lathyrus het echt te gaan doen. Dat levert straks, in de herfst, natuurlijk weer prachtige bloemen op. En net vandaag zie ik de knoppen van mijn rhododendron hun prachtige bordeauxrode bloemgeheim prijsgeven. Het meerkleurige longkruid bloeit al een tijdje en zal dit ook wel weer tot het najaar volhouden. Die meerdere kleuren, dat schijnt te maken te hebben met het bevruchten door de insecten. Rood beginnend, worden ze bestoven door de enthousiaste vliesvleugeligen om daarna te veranderen in kleine paarsblauwe bloemen waar geen mot meer trek in heeft.
Ook de trotse zuilen van het vingerhoedskruid zijn al weer een centimeter of tachtig hoog, zodat, als de hommels arriveren – straks – de bloemen net op tijd open zijn om ze te belonen. Dat levert weer prachtige foto's op, natuurlijk. Die verleiding kan ik nooit weerstaan, hoe zo'n prachtig beest die schitterende witte bloem inkruipt om zijn buikje te vullen, in alle rust. Bang is zo'n hommel niet, hij heeft zijn postuur dan ook wel mee vergeleken met bijen, wespen, zweefvliegjes en al die andere duizenden soorten die ik niet bij naam ken. Laat staan hun roepnaam.
Vlinders heb ik nog maar nauwelijks gezien, het natte, koude voorjaar zal daar vast debet aan zijn. Maar ik twijfel er niet aan dat ook die straks wel weer langs zullen komen. Misschien toch maar eens denken over een nieuwe vlinderstruik, succes is dan verzekerd.
Ook de vogels weten dit jaar mijn tuin te vinden. Het volharden in voer beschikbaar stellen, buiten, levert uiteindelijk toch het gewenste resultaat op. Kauwtjes, merels, heel veel mussen maar ook kool- en pimpelmezen laten zich regelmatig zien. Een paartje Vlaamse gaaien heeft mij al eens met een bezoek vereerd, af en toe wat houtduiven en een enkele ekster kan ik ook al bijschrijven op het lijstje. Voor de kleine vogels heb ik zo'n voerautomaat gekocht waardoor de grotere vogels niet bij de lekkernijen kunnen komen. Het mooie is dat die groten dat schijnen te weten, ze doen geen enkele poging om toch bij de automaatpinda's te geraken. Terwijl hun voer er toch vlak naast hangt. Slim hoor! Maar de pienterheid van de kauw is spreekwoordelijk, hij is toch de Einstein onder de vogels.
Helaas zijn, wat die slimheid aangaat, de zaken angstwekkend omgedraaid.

Waar vroeger het soort dier dat zich het best aan de omringende natuur kon aanpassen, overleefde, is het nu zover gekomen, dat de soort die zich het beste aanpast aan de mens, de meeste kansen heeft. Terwijl ondertussen de afstand die de mens heeft naar de natuur, onoverbrugbaar is geworden. Zodat straks, als de laatste Adam, samen met zijn laatste Eva, de finale adem zal uitblazen, de kauwtjes zullen overblijven. Wat zullen ze eenzaam zijn zonder ons! Einsteins zonder publiek.

 

Vrijdag, 19-05-2017

 

Veel bezig geweest met correctiewerk. Dit dagboek wordt nog voortdurend bijgeschaafd, nagekeken en af en toe een klein beetje veranderd.
Niet chronologisch veranderd, wat er gebeurd is, is nu eenmaal gebeurd, maar sommige zaken blijken achteraf soms van meer invloed te zijn geweest dan eerder aangenomen. Dan is het wel zo prettig als dingen een logisch vervolg krijgen in een dagboek.

Aangezien het een compleet jaarboek moet worden, en hopelijk ook nog eens uitgeefwaardig, is dat een hoop werk. Meer dan ik had gedacht, moet ik zeggen.

Wat wel erg mooi is, is dat de dagboekstukjes dagelijks worden gecorrigeerd. Voornamelijk op taal- en spelfouten, maar ook stijlfouten worden genadeloos onder het vergrootglas gelegd. Ik leer daar een hoop van, het gaat me na een half jaar steeds beter af.
De grootste moeilijkheid is namelijk dat ik een verteller ben, een prater, niet een schrijver. En om een balans te vinden tussen spreektaal en schrijftaal, dat valt niet altijd mee. Gelukkig is corrector-Jacques voor mij een rots in de branding, een rustpunt in de woelige prozaische wateren. Waar al menig kort verhaal rampzalig is vergaan, verdronken in het kritisch schuim van recensenten. In krachtige termen wordt door deze laatsten afgerekend met de zo fragiele scheepjes, die de voorzichtig begonnen schrijvers m/v aan het ruime sop der literatuur hebben toevertrouwd. Ik maak me dan ook geen enkele illusie over de door mij te water gelaten borelingen, maar gelukkig weet ik wel iets van metaforen. Zoals blijkt.
Ook in de wereld der poëzie hoef ik niet helemaal onbeslagen ten ijs te komen. Daar maken stijlfiguren zelfs tamelijk autoritair de dienst uit. Sonnetten, haiku's, stafrijmen, versvoeten, alexandrijnen, allemaal regeltjes die voor mij geen geheimen meer hebben. Wat niet betekent dat het dan ook automatisch mooie gedichten worden, dat niet natuurlijk!

Maar de toch wel vrij strakke discipline van poëzie spreekt mij ontzettend aan. Misschien is de calvinist in mij daarvoor verantwoordelijk, dat weet ik niet, maar ik kan erg genieten van de spitsvondigheden die nodig zijn om te komen tot oplossingen binnen de traditionele dichtvormen. Want juist daarbinnen heb ik geleerd, dat vrijheid het bewaken en in stand houden van grenzen betekent. Dan heb ik het natuurlijk niet over kunstmatige landsgrenzen.
Wat ik wel ernstig betreur, is de moderne neiging om klinkende volzinnen zonder lied en vorm maar gewoon een gedicht te noemen. Wat helaas maar al te vaak gebeurt. Een treurige ontwikkeling. Want zoals mijn zelfkennis mij noodzaakt mezelf een matige schilder te vinden - ik ben meer een schilderende boodschapper - zien anderen, bijvoorbeeld binnen de poëzie, die noodzaak van introspectie duidelijk niet. Hetgeen ik, inderdaad, erg jammer vind.
De conclusie: ik ben dus een schrijvende verteller, en, zoals net gemeld, een schilderende boodschapper.

Misschien had ik toch maar gewoon fietsenmaker moeten worden.
Maar dan hoor ik Maarten weer zingen: “om te janken zo mooi” en dan weet ik weer: nee, toch maar niet bandenplakken.

 

Om te janken zo mooi (Maarten van Roozendaal)


Ach zie de lammeren nou toch lurken/Aan hun vers geschoren moeders
en hoe de jonge zwanen/Donzen in de zachte sloot
en hoe de zwoele wind de wolken waait/Tot pas gewassen luchten
Kan iets mooier dan het mooi is/Kan iets groter zijn dan groot


voel de hosta nou toch lonken/Haar knoppen staan op barsten
Het nieuwe riet drinkt gulzig/Water uit de smalle vaart
Kan iets frisser dan het fris is/Wulpser dan het wulpste
Ach ik ben goddank dus nog 'n keer/Een jonge lente waard


En zie die irissen nou toch pronken/Met hun stampers als koralen
Een varen rolt haar blaren/Als een leguanentong
en zie de veulens nou toch wank’len/ de vogels naar hun nesten
Kan iets verser dan het vers is/Kan iets jonger zijn dan jong

 


Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt/Onder de wijde wilgen
De puppies rennen rondjes/Bijtend naar hun eigen staart
Kan het leuker dan het leuk is/Jeugdiger dan jeugdig
Ach ik ben goddank dus nog ‘n keer/Een jonge lente waard


En nu de wingerd zich wellustig/ het onkruid onbezonnen
en ik mezelf aftel/Van volwassen naar bejaard
Wordt het groener dan het groen was/Nu ik grijzer dan ik grijs ben
Ach ik ben goddank dus nog ‘n keer/Een jonge lente waard

 

als vannacht een open hemel/De sterren strak laat stralen
ik buiten op mijn rug lig/Starend naar het firmament
Kan het stiller dan het stil is/Eeuwiger dan eeuwig
Dan ben ik goddank dus nog een keer/Gevangen in ‘t moment


O! Want dit is zo mooi
‘t Is om te janken zo mooi
Mooi! om te janken zo mooi

 

 

Kijk, dat vind ik nou mooi.

 

Zaterdag, 20-05-2017

 

Nog een paar dagen en het vakantiegeld arriveert. Dat lijkt normaal, maar tegenwoordig heb ik dat geld echt nodig om weer een buffer op te bouwen. Die moet ik toch echt hebben voor als de wasmachine kapot gaat, of zo. Een uitgebreide vakantie zit er niet meer in. Terwijl ik nog niet eens arm ben. De minima in dit godvergeten landje moeten zich van nog veel minder redden. Ik ken een aantal dat moet rondkomen van 35 euro per week. Met kind! Jawel. Wat dus domweg niet te doen is.
Dat sommigen daardoor dermate gefrustreerd raken dat zij dan maar het dievenpad opgaan, daar kan ik best inkomen. Zelfs stiekem wel een beetje toejuichen. Waar het graaien aan de top ongekende vormen heeft aangenomen - lang leve de neoliberalen, hoera! - leeft een fors percentage noodgedwongen onder de armoedegrens. En gaat dan maar het goede voorbeeld volgen. Ook graaien, uiteraard! En dat in een van de rijkste landen ter wereld.
Terwijl ik vroeger echt geleerd heb dat ieder mens bestaansrecht heeft, dat ieder mens recht heeft op voldoende voedsel en onderdak. Kapitalisten denken daar echter heel anders over. Wie niet werkt, zal niet eten, wie arm is en dood gaat, moet dat maar liever snel doen (anders kost het te veel) en de brutalen hebben de halve wereld. En nemen de andere helft, zeiden wij er vroeger achteraan. Zo is het nog steeds.
Het bizarre is dan ook dat zelfs (de leden van) de partij die zich rentmeester van de wereld noemt, zich liever bij de kapitalisten aansluit(en) dan te zorgen voor de armen. Wat toch de eerste prioriteit zou moeten zijn. Maar de halve mantel van St. Maarten zijn onze Neder-religieuzen al lang vergeten. Net als de lessen van hun eigen godszoon. In wie zij wel hartstochtelijk geloven, maar van wie ze zijn leefregels niet willen navolgen.
En dan valt het hier in Nederland nog erg mee. Op dit eigenste moment gaan er per minuut honderden kinderen dood en lijden meer dan 900 miljoen mensen honger als gevolg van uitbuiting en religieuze misvattingen!
Dat is niet omdat er geen eten is! Dat is er namelijk genoeg. Maar zolang er meer aandeel-houders zijn dan hongerlijders, zal dit aanhouden. Zolang wij geld anders gebruiken dan waar het voor bedoeld is, niet meer een ruilmiddel maar als machtsmiddel, zal dit blijven duren.
Al wel eerder heb ik in dit dagboek geprotesteerd tegen dit oneigenlijke gebruik maar nog steeds is de partij der graaiers de grootste partij van Nederland. Op de voet gevolgd door een bonte verzameling nationaalsocialisten die ook alleen maar uit zijn op hun eigen belang. Een partij mag je het niet noemen, die verzameling, je kunt er niet lid van worden, democratisch zijn ze ook al niet, ze hoeven derhalve ook niet te verantwoorden waar hun fondsen vandaan komen (ev'rybody knows!).

Maar gelukkig is de rest van dit kikkerlandje zo slim om met deze geschiedkundig zwaar-beladen stroming, in ieder geval politiek, niet in zee te gaan.

In troebel water is het slecht hengelen, de oogst bestaat immers uitsluitend uit halfblinde vissen.

Waar duisternis heerst, heb je aan visie niets.

 

 

Zondag, 21-05-2017

 

Mooie salade gemaakt voor Alice. De mooiste receptioniste van Nederland. Op haar werk komt het er nooit van om fatsoenlijk te eten, daarom had ik aangeboden om voor haar een lunch te verzorgen. Want mooie gerechtjes maken vind ik ontzettend leuk werk. Zo heb ik er zelf ook nog wat aan! Deze keer een witlof-avocadocombinatie met peer. Met van alles erbij. Wat rucola, wat kiemgroen (alfalfa), geroosterde amandelen en zelfgemaakte croutons. Op een bedje van gekookte aardappel. Met een hardgekookt ei! Als zoetje in de salade wat fijngesneden cranberry's en een, in dunne plakjes gesneden, dadel. Een yoghurtdressing met honing, bieslook, basilicum en een vleugje peper completeren het geheel. Al met al ben je daar toch nog een behoorlijke tijd mee bezig. Maar het resultaat was ernaar. Kon het niet laten er zelfs een foto van te maken. Kun je nagaan!
De combinatie witlof-avocado was mij aan de hand gedaan door Wia - met wie het overigens heel goed gaat, ik ben trots op haar - die het gewoon maar uitgeprobeerd had. Naspeuringen op het net leverde de combinatie met de peer op. Daar was ik zelf nooit opgekomen. Peer en avocado! Wie bedenkt nou zoiets. Maar een voortreffelijke combi. Onthouden! Nog een leuk avocado-weetje: de naam komt van het oud-Mexicaanse ahuacatl. Wat eigenlijk teelbal betekent. Wie ze wel eens heeft zien liggen op de markt of in de supermarkt, snapt dat direct. De pit kan je trouwens ook vrij gemakkelijk laten ontkiemen op vier lucifers of satéprikkers, dat levert een mooie kamerplant op. Hoe dat moet, is gemakkelijk te vinden op het internet.
Zaterdagmiddag zou ik nog naar een buurman afreizen die zich bezighoudt met model-vliegtuigen. Dat vliegveldje ligt ergens tussen Onderdendam en Winsum maar net toen ik zou gaan, werd het donker en verwachtten ze een bui. Dat wordt duidelijk een andere keer. Het is wel een heel mooie hobby, moet ik toegeven. Grote mannen, wat ouder over het algemeen, die toestellen van pakweg 1,5 à 2 meter radiografisch de lucht in sturen. De modellen zijn over het algemeen erg natuurgetrouw en voor een luchtvaartenthousias-teling als ik gemakkelijk te herkennen, over het algemeen. Het vliegen ermee is erg lastig, met teveel wind proberen ze het niet eens, want die kleine modellen zijn daar erg gevoelig voor. Ik denk eerlijk gezegd, dat het besturen van een echt vliegtuig gemakkelijker is.
Zelf heb ik een kleine helicopter, ook radiografisch bestuurd, maar die moet z'n luchtdoop nog krijgen. Dat ga ik dan ook maar samen met die buurman doen, die is gewend aan dat soort apparatuur. Kan die het mij mooi leren. Want leren, daar ben je nooit te oud voor.
Tot je wél te oud wordt, dan hoef je nog maar één lesje te leren. Dat kan iedereen. Je zult wel moeten.

 

Maandag, 22-05-2017


Helaas is het weer mooi weer. Niet om het mooie weer, natuurlijk, maar om het uiterst vervelende bijverschijnsel: burenoverlast. Zo gauw de temperatuur boven de twintig graden stijgt, is er een bepaalde categorie mensen, die denkt dat, door het wijd geopende raam, alle buren mogen meegenieten van hun veel te harde muziek. Hard, want zelf zitten ze ook buiten. Dat andere mensen er misschien een andere muzieksmaak op nahouden, komt niet eens in ze op, laat staan dat die muziek ook nog eens een ernstige inbreuk is op de geestelijke vierkante meter van de buren. Waar ik er dan eentje van ben. Zelfs al vind je die muziek wel mooi, dan nog is het een ernstige overschrijding van jouw persoonlijke gebied.
Als je er vervolgens wat van durft te zeggen, krijg je het argument: als je er niet tegen kan, moet je maar in een hutje op de hei gaan zitten. Waarbij ze gemakshalve vergeten dat zij de overlastgevers zijn, zij dus eigenlijk zouden moeten verhuizen. Een typische ASO-eigenschap.
Dat deze laaggetalenteerden vaak in studentenhuizen te vinden zijn, geeft te denken. Zeg maar: datgene, wat zij juist niet blijken te kunnen. Want kennis doen ze voldoende op in hun scholing, sociale vaardigheden des te minder.
Integendeel, in hun voortdurende wedloop om maar ergens bij te horen, vooral niet uit de toon te vallen, zijn ze wanhopig op zoek naar hun eigen indentiteit. Niet snappend dat ze die, in en door die zoektocht, juist zijn kwijtgeraakt. Groot groeien valt niet mee en dat lukt dan ook maar weinigen.
Het succes van de neoliberale partijen is hier duidelijk aan af te meten. Onze MP ziet er nog steeds uit alsof hij op een warme dag zijn raam wijd open gooit om zijn kapitalistische boodschap uit te dragen. En zijn tegenstanders de hei op te wensen.

Dat het niet meer dan een hutje wordt, ook daar zorgt hij dan nog voor.
Maar gelukkig heb ik een remedie voor al dat soort ellende: een rondje stad.

Mijn autootje heeft een uitstekende stereoinstallatie met USB-aansluiting voor twee-gigabite sticks, die ik vol stop met voor mij wel te harden muziek. Klassieke piano heeft dan wel mijn voorkeur.
Camera mee, je weet nooit wat je onderweg tegenkomt, hondje achterin voor als we een mooie uitlaatplek vinden en dan maar een beetje rondtoeren. Slecht voor het milieu, akkoord, maar goed voor mijn knorrige geest. Kwestie van prioriteiten stellen.
Clair de Lune, pianoconcerten van Bach, Franz Liszt, zelfs Für Elise mag er dan bij mij wel in. Af en toe een requiem ertussendoor voor de broodnodige melancholie (dat van Mozart heeft toch wel mijn voorkeur) en er kan niets meer fout gaan. Dan komt het toch wel weer goed met mij. Wordt het vanzelf weer guur weer. Ramen dicht. Buren stil.

 

Dinsdag, 23-05-2017

 

Voor u gekopieerd uit De Telegraaf: tienduizenden natuurliefhebbers hebben dit weekend meegedaan aan tal van evenementen in de natuur en het stedelijk groen. Door heel Nederland werden activiteiten georganiseerd onder de naam Fête de la Nature (Feest van de Natuur), van een keverspeurtocht in het bos tot ’guerrilla gardening’ in de stad en van nestkastjes bouwen tot een schaapscheerdersfeest. Tot zover.
Vogelnestkastjes bouwen is natuur! Net als schapen scheren.
Er was mij wat opgevallen, laatst, waar het voorgaande sterk op aansloot.
Een wervende commercial op tv liet een vrouw op een strand zien. Met de gesproken tekst: lekker wandelen op het strand. Volgende beeld: dezelfde dame in een bosrijke omgeving. Tekst:...of genieten in de natuur. De natuur, dat is het strand duidelijk niet. Als het maar groen is, dan heet het al snel zo. De zee is geen natuur. Wijzelf ook al niet. Let maar eens op in de EO-films. Natuur is boom, paardebloem, kalfjes, mieren en ook: bijen! Wat mogen we daar graag naar kijken.
Als er toch één diersoort is die in de tekst van Genesis 3:19 past, dan zijn het de bijen wel. Zie ze vliegen, zie ze verzamelen, zie ze op hun kindertjes passen. Zie ze honing verzamel-en voor het toppunt der schepping: de mens.

“In het zweet uws aanschijns zult gij uw McDonald eten, jawel”. Maar dan wordt toch wel vergeten, dat deze uitspraak eigenlijk een vervloeking was ten tijde van het verwijderd worden uit het paradijs. Die eindigde in het verplicht wederkeren tot het stof waaruit u geboren was. Maar ergens in de loop van de geschiedenis hebben de protestanten de zaak omgedraaid en van dat zweten uws aanschijns een goede daad gemaakt. Een leefregel, zo u wilt. Als je maar werkt, krijg je ook je bordje havermout. Zo heeft de heer het bedoeld, zo is de middenstand geboren, vraag maar na bij het CDA!
Verscheidene filosofen, geschiedkundigen en economen hebben deze omkering, na bestudering, dan ook aangemerkt als de geboorte van het kapitalisme. Voor mij lijdt het geen twijfel dat het meer een kip-of-het-ei-verhaal is. De steeds groter groeiende wereld-bevolking was er natuurlijk al lang aan toe om het productieproces in goede banen te moeten leiden.

De omkering van gods vervloeking tot een zegen leidde tot een arbeidsethiek, die gemakkelijk aansloeg bij de nauwelijks opgeleide onderklasse. Dat kwam natuurlijk goed uit, zo werden ze zeer doeltreffend op hun religieuze schuldgevoel gewerkt. En verander-den ze in gelegaliseerde slaven, later gewoon arbeiders genoemd.

Wie daar beter van werden, hoef ik u niet uit te leggen. De arbeiders zelf niet, dat begrijpt u. Die mochten in hun korte vakantie even uitrusten van gods zegenrijke werk,de ver-vloeking (die het natuurlijk nog steeds was, vraag maar aan die noeste werkers die daar dag in, dag uit onder gebukt gingen) even vergeten tijdens een uitstapje naar de dierentuin. Jawel, natuur kijken. Niet naar het strand, daar gaan wij alleen maar heen als het veel te warm is om iets te doen, nee, naar de dieren die wij uit de groene bossen en steppes en toendra's hebben gehaald. Waar de mens vroeger, heel vroeger, zelf leefde. De golvende heuvels van Arcadië. Logisch dat wij alleen dat groen maar natuur noemen, het is immers ons oorspronkelijke huis! Het is ónze natuur, potverdikkie!
Daar, in die dierentuin, leven ook nog mensen, die die vervloeking nog niet hebben hoe-ven omdraaien, die nog niet uit het paradijs zijn verdreven. Op de apenrots! Verboden te voeren, staat er op de bordjes, maar eigenlijk zijn die bordjes voor u bestemd. Want van voeren komt schuld (zegt Calvijn), van schuld komt werken, van werken komt vakantie en van vakantie komt niets dan ellende. Te aanschouwen in elke willekeurige Artis.

Natura Artis Magistra staat er boven de poort in Amsterdam. De natuur is de leermeesteres van de kunst. Flauwekul, natuurlijk! Die natuur is gewoon ons huis. Waarin we al heel lang niet meer wonen.

 

Woensdag, 24-05-2017

 

Over een maandje hebben we de langste dag al weer gehad. Ik heb er al met al niet te veel van meegekregen, van de vroege morgens en de lange avonden, tot nu toe. Was ik vroeger 's morgens bij het krieken van de dag al buiten, met hond, nu lig ik wat langer op mijn bed. Omdat ik mijn dagritme heb veranderd, namelijk.
Ik viel 's avonds zo vaak voor de tv al in slaap, ik miste de mooie films of het laatste sportnieuws vrijwel altijd, dat ik gemeend heb daar maar iets aan te doen. Dus wat later opblijven en 's morgens wat langer blijven liggen. Zo heel langzamerhand lukt dat een beetje. Maar alles heeft z'n prijs, nu mis ik die mooie morgens vaak. En de vogelconcerten.
Ook is mijn elektriciteitsrekening wat hoger, nu ik 's avonds laat de lichten langer aan heb. Dat komt ook nog bij die te betalen prijs op. Het is dus de moeite van het heroverwegen waard of ik dat zo blijf doen. We zien wel.
De hengelspullen liggen te wachten in het atelier, een aantal setjes moet ik nog maken. Snoer, nieuwe dobbers, loodjes en haakjes heb ik al ingeslagen, nog genoeg te doen voordat ik weer kan gaan vissen. Buuv wou wel een keertje mee, zei ze. Het zal me benieuwen. Ondertussen ligt ook het hele huis nog bezaaid met hond, goed te zien als de zon nog laag staat, dus de stofzuiger moet er maar weer eens een keertje door.
Om kort te gaan, nog genoeg te doen en te weinig om te vermelden. Want nog steeds boos op die religieuzen die maar steeds niet beseffen dat geloven best mag, maar nooit moet. Van niemand niet!

 

Donderdag, 25-05-2017

 

Gisteren opnieuw een grote naam in het nieuws vanwege overlijden. Roger Moore als Bond, James Bond. Beroemd vanwege een aantal pretentieloze 007-films die desalniettemin bij iedereen van mijn generatie bekend zijn. De gentleman-spion, die, tamelijk onschuldig, wel het hart veroverde van iedere vrouw, en niet alleen in zijn films. Zoals wij mannen BB, CC, Audrey en Sophia hadden, hadden onze vrouwen en/of vriend-innen Roger Moore op hun verlanglijstje staan. Waar zij ook altijd hevig van onder de indruk waren (wat wij mannen natuurlijk nooit begrepen), was een vreselijk lelijke Fransman, Jean-Paul Belmondo genaamd. Daar was geen concurreren tegen.
Maar ja, de meisjes konden natuurlijk ook nooit op tegen mijn absolute favoriet: Liz Taylor. Die gewoon ook in het lijstje hierboven dient te staan.

Ik ga er eigenlijk gemakshalve (gemakkelijkheidshalve zeggen ze in Vlaanderen) van uit dat u de afkortingen wel thuis kunt brengen, maar voor de jongeren: Brigitte Bardot, Claudia-once upon a time-Cardinale, de mierzoete Audrey Hepburn , zoals al genoemd, Sophia Loren, een Italiaanse schoonheid met meer klasse in haar pink dan die drie anderen bij elkaar.
Ook was er nog Gina Lollobrigida, het Europese wapen dat ingezet werd als tegenhanger van Marilyn Monroe. U ziet het: ik kan er moeiteloos velen opnoemen, en dat terwijl wij toch helemaal geen, of nauwelijks, films zagen in die tijd. Wel hadden wij als kinderen filmsterrenplaatjes die je overal bij kon krijgen, die werden dan ook hartstochtelijk verzameld en onderling geruild. Veel van de beroemde films van bovengenoemde acteurs en actrices heb ik dan ook op latere leeftijd pas gezien.
Maar goed, deze donderdag moet dan maar de Hemelvaartsdag van Roger Moore worden. Ter ere van Bond, James Bond. U mag er wel een dry Martini op drinken: shaken, not stirred. Zegt deze uitdrukking u niets, dan raad ik u toch aan maar eens een ouderwetse Bond-film van Roger te gaan zien. Als aanrader: Moonraker. Het zal u vermaken. Maar vindt u Bond-films niets, dan is een aflevering van The Saint misschien wel iets voor u. Waar hij ook in schitterde.
Maar toch, persoonlijk, was Sean Connery voor mij de beste 007 ooit. Ruige mannelijk-heid, gepaard aan een nonchalante stijl, daar was ik wel jaloers op. Dat vrouwen daar als een blok voor vallen, dat begrijp ik. Ook in latere, andere films bleef die man dat houden. Imponerend was de film “de Naam van de Roos” van Umberto Eco, een van de weinige films die net zo mooi zijn als het boek. Nu ik het erover heb, ik zal die film eens uit de kast trekken en daar een paar uurtjes ouderwets van gaan genieten. Kop koffie en wat supermarktkroepoek erbij (verkeerd, maar oh, zo lekker) en de baas is wel weer tevreden. De baas, dat ben ik. Vrij naar Lodewijk XIV, de zonnekoning.

 

Vrijdag, 26-05-2017

 

Vandaag moet de pitbull (zo noem ik mijn auto, gezien zijn karakter) naar de garage, grote beurt. Zit na drie jaar al op 55.000 kilometer, dat is ruimschoots meer dan de omtrek van de aarde. Krijg gelukkig een leenauto mee, dat scheelt. Helaas bestaat er geen leenaarde.

Over leenaarde gesproken, ik heb een leuk weetje voor u: al in de derde eeuw voor Christus bepaalde de Griek Eratosthenes de omtrek van onze aardbol door het meten van de hoek van de zon t.o.v. de Aarde. Eratosthenes had berekend dat de zon in Syene om 12 uur 's middags een rechte hoek met de aarde maakt en in Alexandrië een hoek van 82,8 graden. Het verschil is dus 7,2 graden. Alexandrië en Syene maken dus een hoek van 7,2 graden. Eratosthenes wist dat deze steden 5000 stadia (oude lengtemaat) van elkaar lagen. Omdat een cirkel 360 graden heeft, volgt daaruit: 360 : 7,2 = 50 en 50 x 5000 = 250.000 stadia, dit is 37.500 km. Tegenwoordig weten wij dat de aarde ruim 40.000 km in omtrek is. Dit klopt ook met de berekening van Eratosthenes, want wij weten nu dat Syene en Alexandrië 800 km van elkaar liggen. 800 x 50 = 40.000 km.
Dit komt mooi overeen met het momenteel geaccepteerde aantal kilometers. We kijken niet op een paar meer of minder, want de aarde is niet perfect rond. Dus die afstand is een beetje variabel.
Maar om nog even een beetje door te rekenen: 55.000 autokilometers komt met een gemiddeld verbruik van 1 : 20 dan op 2.750 liter benzine à pakweg anderhalve euro per liter. Oei, ruim vierduizend euro's. Duizelingwekkende bedragen. Waar Vadertje Staat 64 procent van inpikt, dat wel. Ze mogen blij met me zijn.
“Maar ik rook niet!” was vroeger een slogan na zo'n soort berekening. Zo moet je het maar bekijken. Ga maar eens uitrekenen wat je jaarlijks aan tabak uitgeeft, kan je ook een leuke auto van rijden.
Terug naar mijn 55.000 kilometers: er zijn nog steeds mensen die niet eens willen geloven dat de aarde bolvormig is. Die er heilig van overtuigd zijn dat de aarde een plat bord is met de Zuidpool in het midden en een rand van ijs, wat dan de Noordpool moet zijn. In dat geval was ik dus met mijn 55.000 kilometers allang in peilloze dieptes gestort, over the edge! Waar ik wel eens vaker over ga, maar dat terzijde! En enkel overdrachtelijk!
Natuurlijk klopt de laatste redenering niet, ik heb niet in een rechte lijn gereden, immers, maar ik wou u het beeld van een over de rand tuimelende, dagboekschrijvende kunstschilder niet onthouden.

Zaterdag, 27-05-2017

 

Door het aanhalen/kopiëren van een stukje Wikipedia stonden er veel taal- en stijlfouten in het dagboek van gisteren. Inmiddels al gecorrigeerd en/of verwijderd. Uiteraard. Waar Jacques - mijn corrector - volkomen terecht over viel en die ik dus van tevoren had moeten zien. En ook had moeten zien aankomen, gezien de twijfelachtige reputatie van de populaire online encyclopedie. Altijd controleren als je stukjes kopieert, ook al vanwege eventuele rechten.
Ook begon Jacques gelijk te fulmineren tegen, wat hij noemde, Wikipedia als typerend voorbeeld van de intellectuele (en verdere) verloedering in de laatste tien jaar. Waar ik hem groot gelijk in moest geven, als voorvechter van het vrije woord en waarheids-vinding.
Alleen heb ik zelf de indruk dat dat al wel wat langer gaande is, langer dan de laatste tien jaar. Sinds de invoering en het faliekante mislukken van het Mammoetonderwijs, de WVO, is het onderwijs van god los, worden examens aangepast aan het niveau van de leerlingen, is er een kaalslag geweest van goede leraren (gedumpt via riante regelingen) en is de door Jacques genoemde verloedering razendsnel ingetreden.
Democratisering op het middelbaar onderwijs maakte de ramp compleet. De popmuziek maakte een vrije val, niet langer waren de teksten belangrijk maar werd de dwingende beat beslissend. Ook in diezelfde vrije val meegezogen werd de belangstelling voor jazz, blues en klassieke muziek. Gelukkig is er een kentering waar te nemen, de laatste paar jaar.
Ook bestaat er, gelukkig maar, ook zoiets als Music for the Millions die velen, die anders niet met klassieke muziek in aanraking waren gekomen, weer laat kennismaken met iets anders dan popmuziek van de radio. Dus er gloort weer een klein beetje hoop, Jacques!
Hoe vreselijk ik het zelf ook vind klinken, André Rieu heeft in dit opzicht veel baanbrekend werk verricht. We hoeven per slot van rekening ook niet allemaal te weten dat Pijper een Nederlandse componist was, beroemd om zijn “absolutistische muziek”, muziek zonder literaire verwijzingen. Een vorm van wezenlijke abstractie, een muzikale Kandinsky. Muziek om de muziek, zeg maar heel populistisch.

Een Nederlander op wie we eigenlijk trots zouden moeten zijn. Maar niemand, bijna niemand, kent hem. Geen Moldau, geen Zwanenmeer, geen walsjes, maar tonen die al of niet bij elkaar passen, of juist elkaar verstoten. Als je nooit naar klassiek geluisterd hebt, is Pijpers muziek een gruwel voor je oor, echt waar.
Zo werd Teja al vreselijk kriegel als ik wat vrijere jazz opzette, dan gingen haar nekharen overeind, werd ze zelfs pissig. Stan Getz en Dave Brubeck (Take Five!) waren wel zo'n beetje haar grens qua swing.
Ze heeft het, helaas, nooit kunnen leren waarderen. Het is ook niet iedereen gegeven om waarnemingsgrenzen te verleggen, dat vereist toch wat meer lef. En ook bereidheid tot het erkennen en verkennen van nieuwe paden.
Over voorvechter van het vrije woord gesproken, ik ben, eindelijk, begonnen aan de, van Rik voor mijn verjaardag gekregen, verzameling colleges van Michel Foucault. Hetgeen een voor mij zeer taaie pil is over “de moed tot waarheid”, zoals het boek is getiteld. Lastig begrijpbaar, moet veel opzoeken, lijkt wel een studie. Wat het natuurlijk ook is. Dat is veel om te behappen voor een jongen “uit het volk”. Maar ik geef niet op, dat deed ik vroeger niet en dat doe ik nog steeds niet. Wat dat betreft, heb ik toch ook nog wat Zeeuws bloed in mij. Luctor et emergo. Wat niets met watersnood of rampen van doen heeft.

 

Zondag, 28-05-2017

 

Het aanhalen van de Zeeuwse wapenspreuk Luctor et emergo, gisteren, doet me eens te meer beseffen, dat er zoveel misverstand is over taal. En door taal!

Hoe verschillend mensen uitspraken kunnnen interpreteren, al naar gelang het belang van de toehoorder. Ev'rything is in the ear of the beholder, ja, dat ook al. In het geval van Zeeland wel voorstelbaar én voorspelbaar, de watersnoodramp is tot op de dag van vandaag een item op onze zuidwestelijke eilanden, maar de oorsprong van deze fraaie Emergo-leus dient toch echt gezocht te worden in de Spaans-katholieke overheersing.

Wat nog tamelijk gecompliceerd lag, meen ik me te herinneren van lessen van vroeger. Het had iets met Engelse koninklijke steun te maken. Tegen de Spanjolen, natuurlijk. Ook de Fransen hadden nog wat in de melk te brokkelen toentertijd. Welke steun ons later de beroemde landing van Willem I van Lady Brittania heeft opgeleverd, volgens mij. Terwijl Willem I eigenlijk Duits was. U ziet, feodaal gezien bestond de EU al veel langer.
Ik ga het niet nogmaals voor u opsommen, eerder in dit dagboek heb ik het al eens uitgelegd. Maar als alleen het verklaren van iets geschrevens al zoveel verschillende stromingen, misverstanden en conflicten kan opleveren, dan hebben we toch vele redenen om te twijfelen aan de inhoudelijke waarheid van datgene wat op schrift gesteld is. Als prachtig voorbeeld kunnen we toch de christelijke heilige schrift, de bijbel, wel aanhalen. Als je ziet wat voor een ellende daaruit voortgekomen is... dat wilt u allemaal niet weten.
Dan komen we liever razendsnel terug op mijn credo: de waarheid bestaat niet, geschre-ven of niet, en dat is de eerste waarheid. Ik durf het gerust credo te noemen, omdat het wat mij betreft de enige bestaanszekerheid is die de mensheid heeft: de paradox. Dit besef, dat iedereen zou moeten hebben, zou dé oplossing zijn voor vele oorlogen. Dat klinkt hoogdravend en zo bedoel ik het ook.
Per slot van rekening is het zondag, zie het maar als mijn preek. Zo zij het!

 

Maandag, 29-05-2017

 

Wegens hitte de zondag voornamelijk binnen doorgebracht. Alhoewel het zaterdag nog veel warmer was. Bijna dertig tropische graden! Dan valt de temperatuur van vierentwintig graden vandaag alleszins mee. Op de tv was gelukkig van alles te beleven, Tom Dumoulin kon de eerste Nederlander worden die de Giro zou winnen, Verstappen, de Formule1-racer, wou Monaco wel eens uitrijden (dat was hem nog nooit gelukt in zijn korte loopbaan) en 't liefst op het podium terechtkomen, kortom, spektakel genoeg. Dus met wat fris en een hartig hapje mijzelf voor de beeldbuis geïnstalleerd, wie doet me wat. Niemand deed me wat.
Ook was de volière aan een schoonmaakbeurt toe, dat is altijd nog een hele klus en omdat ik toen toch de stofzuiger te pakken had, kon ik het Pantuhaar ook wel weer verwijderen. Vreselijk, wat een haar komt er van zo'n klein hondje. Maar dat allemaal nog even gedaan, voordat het spannend zou worden.
Later in de middag, Max had Monaco uitgereden en was vijfde geworden, gauw nog even met Pantu en buuv naar een waterplas bij Hoogkerk gereden, waar ze heerlijk heeft gezwommen. Pantu dan, hè, niet de buurvrouw, die zie ik dat niet zo snel doen. Gelukkig op tijd terug om het laatste stuk van de rit van Dumoulin te zien, een fantastische tijdrit, en meer dan snel genoeg om de Giro te winnen. Op zo'n moment word zelfs ik een beetje chauvinistisch. Daar is natuurlijk niets mis mee, als je het maar niet blijft.

Daar zorg ik zelf wel voor, dat is mij goed toevertrouwd.

 

Dinsdag, 30-05-2017

 

Vroeger zat ik regelmatig in stationsrestauraties. Die van Groningen, beroemd om de architectuur, was favoriet. Niet omdat ik daar vandaan kom, omdat het mijn geboortestad is, maar om de hele entourage. Knippende obers - eentje kende mij op de lange duur persoonlijk - losse tafels aan de zijkanten en bankachtige zitplaatsen in het midden. Een schitterende stationshal completeerde het geheel.

Die hal is een tijdlang verborgen geweest onder nieuwerwetse bekleding maar gelukkig hadden ze de daarachter zittende - schitterende - jugendstilelementen niet verwijderd zodat, decennia later, de mooiheid weer tevoorschijn kon worden getoverd. Samen met station Haarlem behoort “ons” station nu weer tot de mooiste stations van Nederland.
Ik mocht daar graag reizigers observeren, notitieboekje en pen bij de hand. Laptops bestonden toen nog niet, computers waren dingen die voor oorlogsdoeleinden waren uitgevonden, tv was nog maar nauwelijks in kleur.
Regelmatig raakte ik daar geïnspireerd, soms zomaar door het geluid van een vertrek-kende trein - conducteursfluitjes associëren bij mij nog steeds erg sterk - soms door de mensen die kwamen en gingen. Daar is het besef gegroeid dat een mens reist om te reizen, niet om ergens te komen. En ook gebeurt er op zo'n prachtige plek heel af en toe iets wat je echt raakt.

Van één zo'n gebeurtenis het volgende, poëtische verslag.

Daar ter plekke geschreven.

Waar gebeurd. (nou ja, bijna helemaal waar)

 

TOEVALLIGE ONTMOETING

 

ik denk haar een verleden, twee kinderen had zij
het een geslaagd, het andere overlee'n
haar man heeft haar mooi zwanger laten zijn
en is vertrokken, god weet waarheen

 

dat is het beeld als ik de deur zie openen
en schuifelend met koffer een dame binnenkomt
verleden chique, niets meer te veinzen
een licht gesprek houdt op, verstomt

 

zij zet zich aan een tafel, zuchtend
bestelt de toegeschoten ober dronken: “Koffie graag”
vraagt dan een vuurtje voor haar
stamelend gedraaide sjekkie
roert melk en suiker door haar koffie, traag


spreekt ze tegen mij omdat ik naar haar kijk
en zij geen ander heeft om haar gemoed te ventileren
zij tovert mij twee wonderschone kinderen
een man op zoek naar wijde, verre luchten

 

dan is de koffie op, de sigaret gerookt
voor 't naar haar luisteren bedankt ze een paar keer
pakt weifelend haar koffer, kreunt naar buiten
laat mij achter, hartezeer

 

de ober komt de warboel op de tafel ruimen
terwijl hij haar hoofdschuddend nakijkt:

't is wat, hè, meneer

 

Woensdag, 31-05-2017

 

Gistermiddag met Annet, een Fb-vriendin, op stap geweest. Annet heeft lange tijd, vele jaren zelfs, geleden onder een zwakke knie en slaapapneu en is voor beide kwalen dit jaar en eind vorig jaar behandeld. Het slapen gaat nu een stuk beter en voor de nieuwe knie heeft ze therapie. Sinds gisteren, toevallig, heeft ze weer voor eerst onder begeleiding gefietst op de hometrainer. Zo goed kan de knie weer buigen.
Dat kwam mooi uit en ik had haar al eens eerder beloofd een middag met haar op stap te gaan, even uit het kleine huisje dat ze bewoont. Dat huis staat in Leens, een dorp onder Zoutkamp, dus een tochtje naar Lauwersoog is snel gemaakt. Op naar de havenpier met een blije Annet.
We waren er nog maar net, ik had de campingstoelen die ik meegenomen had, nog onder de arm, een camera voor eventuele foto's ook bij me, ziet A. ineens wat dobberen in het zoute havenwater. Jawel hoor, een zeehond. Niet zo heel raar aan de rand van de Waddenzee maar toch erg leuk. Ik had er daar nog nooit eentje gezien. Maar toen ik die camera bedrijfsklaar had, was de zeehond weg. Wat overigens geen hond is, natuurlijk, maar een rob.
Dat laatste probleem hebben we goed opgelost. Pantu was ook mee en een bal is snel gegooid, zo hadden we toch nog een zeehond. Toetje vond het heerlijk!
Na wat vissers de haven te hebben zien invaren, werden we wel wat koud, het woei daar nog behoorlijk, en zijn we op pad gegaan om een heerlijk gebakken visje in het warme visrestaurant te gaan eten. Traditioneler kan het bijna niet.
Maar halverwege dat restaurant zou ik nog wat foto's maken van een paar hele mooie, al eerder opgemerkte papavers, ik zet de auto neer om die plaatjes te schieten, ik doe dat, kom terug, zegt Annet vanaf de passagiersstoel: "Moet je daar zien!" Ik keek naar waar ze heen wees en wat bleek: er ligt daar een zandrug van een meter of vier hoog midden op dat industrieterrein en die bult zand hebben oeverzwaluwen uitgekozen om holen in te graven en hun jongen groot te brengen. Toen wisten we waar al die zwaluwtjes vandaan kwamen die we op de pier ook al zagen. Een tijdje in stille bewondering staan kijken, uiter-aard wat foto's gemaakt in de hoop dat er eentje goed zou lukken en toen toch maar het lekkerbekje gehaald. Met patat! Prachtig! Heerlijk!
Omdat we toch al met de auto waren, hebben we ook maar even het boodschappen doen aan het uitstapje gekoppeld. Er is een grote supermarkt in Leens, wat zeg ik, zelfs twee, zo kon ik uiteindelijk mijn passagiere met boodschappen en al tevreden thuis afleveren. Eén zwaluwfoto is prachtig gelukt, de papavers staan er ook mooi op, een visdiefje heb ik ook prachtig op beeld en natuurlijk mijn eigen zeehond, Pantu. Voor zo'n prestatie mag je hele naam wel eens een keertje voluit gespeld, Pantoufle du Mer. Bij dezen, dus.

PS Thuisgekomen bleek het visdiefje, tijdens de fotobewerking, toch geen visdiefje te zijn maar een Noordse Stern. Nog mooier! Een blijde dag heet zoiets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JUNI

 

 

Donderdag, 1-06-2017

 

In plaats van woensdag gehaktdag, doe maar woensdag wasdag. Het bed verschoond, de vorige was opgevouwen, vannacht lekker gesnurkt tussen geurige lakens en relaxt wakker geworden. Volgens mij slaapt een mens echt lekkerder in een pas opgemaakt bed...
Dat kan natuurlijk autosuggestie zijn, zoals ooit eens door een wetenschapper verkocht aan de wereld. Coué heette die man. Som aan het eind van de dag drie goede/leuke dingen op die je die dag gedaan hebt, herhaal dit elke dag en je leven wordt langzamer-hand waardevoller. En jij beïnvloedt zo je eigen omgeving weer wat positiever. Zo doorbreekt men een negatieve spiraal.
Een soort mengvorm tussen self-fulfilling prophecy en een placebo-effect. Naar mijn mening. Schrijf een dagboek waarin je de goede dingen vermeldt van die dag, en je leven zal kwalitatief in waarde stijgen..... ha, dat doe ik immers al!
Is mijn leven gedurende dit dagboek verbeterd? Ik durf te stellen van wel.

Al schrijvend laat ik immers alles van die dag de revue passeren en geef zo mijn hersens de mogelijkheid het een en ander te heroverwegen. Heb ik het goed gedaan, wat kan ik beter doen, was het de moeite waard?
Nu was ik van nature al een optimistische mopperkont, dat scheelt natuurlijk wel als je zoiets wilt uitproberen. Daarnaast ook nog eens bereid tot diepgaande introspectie, zeker wel. Dus dat deel is redelijk gemakkelijk voor mij.
Een soort actieve, bewuste manier van dromen, lijkt me die methode van Coué.

Want in je droom doe je dat immers ook. Verwerken en oplossingen aandragen.

Dat we onze eigen dromen, en dus de oplossingen, niet altijd begrijpen, komt door de symbolische taal van ons onderbewuste. Daar kun je dan opnieuw een kleine studie aan wagen. Zie de boeken van Jung. Zeer interessant werk.
Maar ik snap het mechaniek wel; als je dat alvast doet - die drie leuke dingen van die dag - voordat je gaat slapen, hoef je je daar ook geen zorgen meer over te maken. Hoef je daar ook niet meer over te dromen en slaap je dus beter, raak je beter uitgerust omdat je 's nachts niet meer werkt. Het zal moeilijk bewijsbaar zijn, lijkt mij.
Wel weet ik dat ik, door accenten te verschuiven bij Wia (u weet wel, de rouwende vriendin van Teja), de aandacht van haar emoties kan verleggen. Niet het probleem oplossen, die pretentie heb ik niet, wel het over andere dingen hebben die ook op deze wereld plaatsvinden. Zij heeft verdriet, akkoord, terecht, daar wordt niet aan getwijfeld. Maar met alleen emotie tonen los je je problemen niet op.
Moet dat dan, problemen oplossen?
Daarover het volgende. Ooit heb ik ergens eens gelezen: er zijn twee dingen waar je je geen zorgen over hoeft te maken. Ten eerste, de dingen waar je iets aan kan doen. Die pak je gewoon aan. Ten tweede, u raadt het al, de dingen waar je niets aan kunt doen. Die je gewoon maar moet ondergaan omdat er nu eenmaal… u snapt het!

 

Vrijdag, 2-06-2017

 

Voor rust en vrede moet je op een begraafplaats wezen. Elke zichzelf respecterende stad heeft er minstens eentje. Meestal meerdere. Er is er een voor de katholieken met protserige graven, een voor de protestanten, de gereformeerden klitten ook in de dood nog steeds bij elkaar onder zeer strakke stenen, een Joodse begraafplaats mag in een wat grotere stad ook niet ontbreken en er moet ook nog een dodenakker zijn waar de graven zo gericht liggen dat de op de rechterzij liggende overledene het gelaat richting Mekka heeft. Voor de moslims, dus. Alhoewel de profeet Mohammed aangeeft dat de overledene daar begraven moet worden waar hij/zij gestorven is, wordt er toch de voorkeur aan gegeven dat in het geboorteland te doen, bang als ze zijn dat op den duur het graf geruimd gaat worden. Een in Nederland geen onterechte angst. Wij hebben hier in de lage landen nu eenmaal niet zoveel ruimte om al onze doden te laten rusten tot in eeuwigheid.
Nu ga ik met Wia regelmatig naar het graf van haar kortgeleden gestorven echtgenoot, zodoende waren wij daar donderdagmorgen ook weer even. Zij ging wat water halen voor de planten en bloemen en ik had mijn camera meegenomen voor de vogels. Want vogels zijn daar genoeg. Zeker op de begraafplaats waar haar man bijgezet is.
Een prachtig, groot park met honderden berken, bloeiende heesters, schone lanen en keurig gemaaide velden. In bijna al die bomen hangen ook nog eens nestkastjes. Voor alle soorten! Want vergis u niet, een koolmees gaat heus niet in een mussennestkast. Dat is duidelijk onder zijn stand. Elke soort vogel zijn eigen nest qua afmeting en stijl. Het lijken wel mensen.
Ook de vlieggatopening bepaalt wat voor soort vogel erin gaat wonen. Want het gat moet zo groot zijn dat het vogeltje er wel in en uit kan maar de rover, die op de eieren of de jongen uit is en bijna altijd groter, dus niet. Want in dat park wonen, naast al die vogels, ook nog van die schattige eekhoorns. Wij vinden ze schattig, de vogels niet. Want het lekkerste maaltje voor een eekhoorn is een ei! Pluk de dag, roof een eitje is een veelge-hoorde eekhoorn-reclameleus.
Toen wij daar rustig op een bankje op die begraafplaats zaten en naar de al bijna familiaire blauwborst keken, zagen we ook een wat minder opvallend exemplaar.

Mijn biologielessen gehad hebbende, ging ik er natuurlijk van uit dat dit het blauwborst-vrouwtje wel moest wezen, mannetjes zijn nu eenmaal (bijna) altijd mooier dan vrouwtjes, die zijn terwille van de veiligheid wat minder opvallend gekleurd. Een paar mooie foto's gemaakt, het vogeltje was behoorlijk tam en zat ons, heel dichtbij, net zo nieuwsgierig te bekijken als wij hem/haar.
Na nog een bezoekje gehad te hebben van een zanglijster en een Vlaamse gaai - ook een eierrover, trouwens - vonden we het welletjes en zijn we een kopje koffie gaan drinken.

Thuis, laat in de middag ging ik de oogst aan foto's bekijken. Ik schiet altijd heel veel plaatjes - lang leve het digitale tijdperk - en ga ze dan op de computer selecteren om ze te bewerken tot fraaie afbeeldingen. Indien mogelijk.
Maar toen ik de toch wel heel mooie foto's zag van de blauwborst, zag ik dat het helemaal geen vrouwtje was. Alhoewel de oranjebruine stuit en staart wel zo deden vermoeden. De vogelgids erbij en wat blijkt: we hadden oog in oog gestaan met een heuse nachtegaal. Op vijf meter afstand. Fantastisch. Dat was dubbel zo mooi omdat, toen we wegwandelden richting koffiehuisje er een vogel wonderschoon zat te zingen. En ik kon hem maar niet vinden. Logisch, achteraf. De nachtegaal zong ons nog een vaarwel toe. "Bedankt voor de fotosessie, ik vond het erg leuk", zong hij. Graag gedaan, nachtegaal, denk ik nu, graag gedaan. Het genoegen was geheel mijnerzijds.

 

Zaterdag, 3-06-2017

 

In een van Midas Dekkers' onvolprezen boekjes met schitterende observaties beschrijft hij het toilet als uitgelezen leesplek. (De hommel & de walrus: de regenwulp)

Waar ik het volkomen mee eens ben. Rustig de overblijfselen van voorbije maaltijden lozen onder het genot van een onderhoudend boekwerkje. Bijvoorbeeld één van Midas zelf. Uitermate geschikt, daarvoor.
De korte verhalen in zijn boeken zijn precies lang genoeg om uw uiteindelijke doel ook te verwezenlijken. In ieder geval veel beter dan hoe uw goudvis dat moet doen in zijn vissenkom. Drie kwartier lang dezelfde rondjes draaien met een sliert poep aan je lijf die minstens net zo lang is als jezelf. Dat moet je je niet willen voorstellen. En te lezen is er ook niets in die kom. Bij mij ligt tenminste een e-reader in het wasbakje, die hoef ik enkel op te starten. Et voilà! Lezen!
In zijn regenwulpverhaaltje, waarin het niet over de wulp gaat maar over de regen, stelt de heer Dekkers: hoe intiemer je toilet is, des te wijder de verten die zich openen. Dan heeft ie het over hoe je, rustig poepend, je geest een wijde vlucht laat nemen. Zonder dat je verder iets moet.
Want niemand haalt een ander van de wc af, dat doe je niet. Behalve in geval van uiterste nood. In die uiterste nood ging je er immers ook naar toe! Zo heilig is dat. Wc-moorden in tv-detectives zijn ook altijd erg schokkend, erger dan gewoon maar afgeknald worden op straat. Waar je weer niet mag kakken van de heilige Hermandad. Knoop dat maar even goed in je oren, Tom Dumoulin. (Tom heeft het bestaan om tijdens de door hem gewonnen Giro d’Italia, toen hij in hoge nood verkeerde, domweg af te stappen en “en plein public” zijn drol in een weiland te lozen. Overmacht!)
Die Hermandad, dat was oorspronkelijk een verbond waar je lid van kon worden, een soort broederschap. Een buurtwacht, zou je tegenwoordig zeggen. Die nauwe banden onderhield, dat wel, met de Spaanse inquisitie.

Dus zo heilig was die hermandaddelijke broederschap nu ook weer niet. Behalve als je ongelovigen vermoorden een heilige zaak vindt, natuurlijk. Religieus extremisme is in dat geval het heiligste "isme" dat er bestaat, dat is zeker, en heus niet alleen voorbehouden aan fanatieke moslims.
Maar nu weet ik tenminste wel waarom mijn gedachten altijd van die ruime vluchten nemen, ik ben gewoon een schijtlaars. Met een grote bek, dat wel.
Die zijn hele leven lang dezelfde rondjes draait met een sliert verleden aan zijn kont, net zo lang als hijzelf. Maar dat laatste geldt gelukkig voor eenieder, al of niet daarvan bewust. Ken uw vissenkom! Lees Midas!

 

 

 

Pinksterzondag, 4-06-2017

 

Soms zet een woord of een naam gelijk een heel circus in je hoofd in werking. Locatie: Stade Roland-Garros, tenniscentrum in Parijs. De wedstrijd: Djokovic, nr. 2 van de wereld tegen ene Diégo Sebastian Schwarzman uit Argentinië!
Hand opsteken wie niet gelijk denkt: Schwarzman? Argentinië? Foute Duitser? Nazi? Voor je het weet, is je vooroordeel gevormd. Dat doet overigens niets af aan het feit dat het eindoordeel wel eens net zo zou kunnen luiden. Wel eerst even verifiëren.
Verder is het een erfenis waar deze jongeman natuurlijk niets aan kan doen. Twee generaties terug was opa misschien fout. So what! Fout zijn, verkeerde keuzes maken heeft geen genetische oorsprong. Alhoewel er wetenschappers zijn die daar wel anders over denken. Helaas vergeten die (bijna) altijd in hun onderzoekingen de eerste vier levensjaren mee te nemen. Terwijl wel is aangetoond én bewezen, dat de blauwdruk van het/jouw leven de eerste paar jaren van je opvoeding gemaakt wordt.
Een mens kan door die blauwdruk zijn omstandigheden maar moeizaam wijzigen, soms lijkt het zelfs of die je hele leven met je meereizen. Wat natuurlijk, gedeeltelijk, ook zo is. Met een bepaald wereldbeeld geëtst in je brein, zal je ergens anders dat wereldbeeld weer snel willen verwezenlijken. Daar wordt alles voor in het werk gesteld.
Het begrip self-fulfilling prophecy is in dit dagboek al eerder gebruikt, niet in de laatste plaats omdat ik er van overtuigd ben dat heel veel mensen dat mechaniek onbewust gebruiken om hun wereld te vormen.
Als je in een god gelooft, zie je hem altijd in al zijn werken, toch? En als je, al dan niet, in toeval gelooft, word je al snel fan (of juist niet) van toekomstvoorspelprogramma's op ons aller tv. Waar onnozele zielen het geld uit de zak geklopt wordt in hun hoop door een beeldbuismedium voorspeld te krijgen, dat ze later heel gelukkig zullen worden.

Totaal onbewust van het feit dat een mens niet gelukkig kan worden. Alleen maar gelukkig kan zijn. Want later bestaat niet en vroeger is voorbij.
Maar deze filosofie is voor bijgelovigen al veel te hoog gegrepen. En dat is maar goed ook, want een nieuw "isme" is snel geboren. En daar hebben we er al meer dan genoeg van. Mindfulness, Gestalt, Moerman (een beetje), edelsteentherapie, allemaal loten aan dezelfde boom van bedrog. Die ruilen gewoon de ene religie in voor de andere. Veel therapeuten verdienen daar weer een royaal belegde boterham aan, en al die loten van deze valse stam slaan de plank volledig mis.
Je kunt geen oefeningen uit Zen halen en die willekeurig gaan gebruiken, dat is zelfs levensgevaarlijk. Als je probeert van Zen een "isme" te maken, geeft dat al aan, dat je er nog helemaal niets van begrepen hebt. Maar ik heb er heel veel aan gehad, hoor ik nu de verontwaardigde lezer zeggen.

Ja, uiteraard, placebo's werken ook. En religie voor een gelovige ook. Maar dat ligt aan u, niet aan het "isme".
Want u kunt meer dan u denkt.
Zelfs het bovenstaande geheel begrijpen.
Want per slot van rekening is het Pinksteren, u hebt wel een geestelijke beloning verdiend.

 

 

DE “GEESTELIJKE” BELONING

 

Daar komt ie dan: neem een boek, open het volkomen willekeurig, pak een bladzijde, sla hem om alsof u leest en stop als u op het hoogste punt bent. Met links het gelezene en rechts wat nog moet. Ziet u dat op die zijkant van die pagina? Op dat hele smalle streepje, papierdik? Nee? Neem een vergrootglas. Kijk nogmaals. Kijk beter!
Ecce homo, daar bent u.

Hier en nu!

 

UPDATE voor Pinksteren, 2017


Het is nu 02.00 uur en ik heb net, noodgedwongen, een rondje stad moeten doen om het hoofd weer even vrij te maken. Want een half uur geleden heb ik gehoord dat religieuze extremisten opnieuw aanslagen gepleegd hebben, nu weer in Londen. Op de Tower Bridge. De waanzin houdt niet op.
Het wordt tijd dat de wereld leert inzien dat religies geen antwoord zijn op vragen die we (nog) niet kunnen beantwoorden. Er bestaan nu eenmaal geen goden, die hebben nooit bestaan en die zullen ook nooit bestaan. We zullen moeten afrekenen met Zeus, en Thor en Wodan, maar ook met Krishna, Vishnoe, Allah en Onze Lieve Heer. En nog vele, vele anderen. Allemaal overblijfselen uit een tijd dat de simpel denkende mens verwonderd omhoog keek naar de talloze sterren. Zonder dat ze wisten dat dat even zovele zonnen waren met elk hun eigen planeten, dat de afstanden, gemeten in miljoenen lichtjaren een niet te begrijpen factor was, en dat de grootheid van het heelal al helemaal niet te vatten is, anders dan in abstracties.

Goden, overblijfselen uit een tijd dat de mens dacht dat hij in het middelpunt van het universum leefde, dat alles om de Aarde draaide.
We weten inmiddels een beetje meer, wij wonen ergens in een uithoekje van de Melkweg, een sterrenstelsel zo groot dat we dat al niet eens kunnen begrijpen. En dat hele grote, enorme, voor ons onbegrijpbare stelsel is slechts een van de vele miljoenen/miljarden die er daar weer van zijn. Twee biljoen, zijn de laatste schattingen. Dat is twee maal tien tot de twaalfde macht. In cijfers: 2.000.000.000.000 Melkwegen! Dit zijn natuurlijk maar schattingen op basis van wiskundige formules, niemand weet het precies.
Ja, we zullen moeten afrekenen. Met onze eigen naïviteit, met onze eigen onwetendheid, met ons verleden. Én met alle goden die wij in onze kinderlijke onschuld gecreëerd hebben. Want niet heeft god ons gecreëerd, wij hebben hem geschapen. In zeven dagen. Met hemel, hel en al.

 

Maandag, 5-06-2017

 

Toen ik met dit dagboek begon, heb ik u gelijk gewaarschuwd. Het zou niet een gewoon dagboek worden. U zou een verslag krijgen wat er allemaal in mijn leventje gebeurt, maar ook wat er allemaal plaatsvindt in mijn hoofd. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Vandaar ook af en toe een betoog over zaken, waarvan ik vind dat u ze op z'n minst een keertje gelezen moet hebben. Dat ik daarbij wel eens in herhaling val, moet u mij maar niet al te kwalijk nemen. Veel dingen zijn in mijn hoofd helder, maar die helderheid vertalen in woorden die u kunt begrijpen, dat is nog een heel ander verhaal. Waarmee ik niet aan uw intelligentie twijfel, maar aangeef dat het in mijn hoofd vaak een behoorlijke warboel is. Gelukkig heb ik Jacques, mijn corrector. Die houdt mij wel met beide benen op de grond. Voor zover nodig.


Het is tot dusver een zwaar pinksterweekend, de aanslagen in Londen genereren bij mij een enorme boosheid en zijn dus ook voor mij een forse belasting. Niet in verhouding natuurlijk met de slachtoffers en hun familie, maar toch. Waar ik natuurlijk iets mee moet. Annet adviseerde mij zondagmorgen om maar wat in de tuin te gaan snoeien en scheuren, maar dat had ik al gedaan toen zij nog in dromenland verkeerde. Het hielp een klein beetje.
Het stevige middernachtelijke statement in mijn dagboekupdate hielp eigenlijk meer. De lange wandeling met Pantu 's middags was echter het meest effectief. Voor mij, dan, Pantu heeft geen weet van aanslagen en extremisme. Die bespeurt alleen maar dat de baas wat van slag is en komt mij vaker dan gewoonlijk even een neusje geven. Dan moet ik haar even achter de oren krauwen zodat ze met een zucht van tevredenheid weer in haar mand gaat. Want het is een Jack Russell en die kennen maar twee standen. Aan en uit. Ik ben jaloers.

 

Dinsdag, 06-06-2017

 

Niet zo bar veel te melden. In mijn hoofd wordt het weer wat rustiger, een paar gesprekken met vrienden gehad over mijn gevoel van onmacht om dingen groter aan te pakken dan ik normaliter doe. Dat hielp.
Maar ik kan nu eenmaal de wereld niet redden, al zou ik dat graag willen. Het Jezus Christus-syndroom noemen ze dat ook wel. Dat mij af en toe behoorlijk parten speelt.
Een vroegere kunstenaarsvriendvriend van mij uit Breda was in Portugal gaan wonen, had daar een berg gekocht (dat kon toen nog), vriendin met katten mee en wegwezen. Hij was een voormalige veenkoloniaal, gevlucht voor de daar alom aanwezige stupiditeit en was na de kunstacademie al aardig bezig geweest met living art. Met wisselend succes. Toen hij bergwaarts vertrokken was, kreeg ik na een week of wat een laatste bericht van hem. Het was een prentbriefkaart met daarop een afbeelding van een hevig bloedende crucifix met achterop de mededeling: "Jong, wat zugst d'r oet!" (vert.: beste jongen, wat zie je eruit!). Verder niets, geen Portugees adres, geen verwijzing, geen uitnodiging. Zo was hij wel, helder en duidelijk tot op het bot. Hij had mij door, de viespeuk!
Als ik aan hem denk, krijg ik nog steeds diepe gevoelens van genegenheid. Zoals passend voor een echte vriendschap.
Het heeft niet geleid tot de genezing van het syndroom, dat niet.

Niet in de laatste plaats omdat ik dat ook niet wil, ik zie er geen ziekte of niets verkeerds in. Ondanks dat het me parten speelt. So be it!

 

 

 

Woensdag, 07-06-2017

 

Gisteren een stormpje over Nederland. Verkleinwoord, want het stelde niet zo veel voor. Na een fors aantal droge dagen (in het noorden; het midden en zuiden hebben wel wat meer water gehad) was mijn tuintje wel weer toe aan wat vocht. De insecten etende vogels zijn ook weer dolgelukkig, teveel droogte is ook voor hen catastrofaal.
Voor mij was het een hangmatdag, lekker uitrusten na het afgelopen lange en vooral zware weekend. Beetje opgenomen films kijken, heb er nog heel wat in de wachtrij. Winderige dagen lenen zich daar het beste voor. Want storm is geen gunstig teken voor creativiteit.
Ik mag graag binnen zitten, maar zodra dat moet, gaat bij mij de kont tegen de krib. Alex en moeten zijn twee totaal onverenigbare begrippen. Moeten en creëren ook!
Pantu vond het wel prachtig, die storm, ik had nieuwe tennisballen gekocht en met de wind in de rug kon ik met de ballenwerper enorme afstanden gooien. Dat blijft een fantastisch gezicht, zo’n hondje met vier hele korte pootjes. Ik moet toch nog maar eens met haar naar een fatsoenlijk strand, kijken wat ze op dat zand presteert. Wie weet, misschien zit zo langzamerhand een lang weekend naar een Waddeneiland er wel weer in. Misschien kan ik wel iemand vinden die met mij mee wil. Voor mijn gezelligheid. Want de baas wil ook wat. Ook bereikte mij het bericht dat een van de leukste vrouwen van de tv-geschiedenis aan kanker is overleden, Sandra "Kroepoekje" Reemer. Op 66-jarige leeftijd. Rotziekte!
Ik vrees dat ik de rest van mijn leven dat woord niet meer kan horen of lezen zonder aan Teja te denken. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen die ziekte vroeger gewoon je lot noemden, zo onontkoombaar als het is. Daar vind je graag een god voor uit, toch!

Want zonder zo'n god is het soms wel hard te dragen. Over dit laatste zal ik u morgen een gedicht laten lezen.

 

Donderdag, 08-06-2017

 

Gisteren heb ik u een gedicht beloofd.

De meeste poëzie komt uit de tijd dat ik een jaar of 40 was, het nog oudere werk is bijna helemaal verdwenen, dat was duidelijk de kwalificatie puberrijm nog niet ontstegen. Dit is nog zo'n vroege, eentje die de toets der kritiek wel kon doorstaan.

Als tijdsdocument waardevoller dan als gedicht, dat is dan ook de reden dat ik het bewaard heb.

 

Ouderdom

hij kijkt de vlammen in 't gelaat
de rug gekromd, de benen stram
door al het lopen zonder dat het hem iets baatte
een lied, zijn vrouw staat in de keuken
en doet de vaat, het klinkt als alledag
zij hoopt, haar man zal ooit een keer ontsnappen
uit deze moede, moedeloze staat

 

toch was het vroeger niet zo, kan zij heugen
herinnert zich met glimlach dagen van weleer
waarop hij haar beminde op de heide
toen hij nog leefde, niet gegrepen door het vuur
dat hem 't gelaat nu flakk'ren doet
laat keren in zichzelf
hij kan niet meer ontkomen
aan deze zelfgewrochte leugen

 

haar lied spreekt van de Heer, onwankelbaar vertrouwen
hij hoort het met een wrange glimlach aan
denkt het verleden; weet hoe hij hem liet vallen
en staart opnieuw met dode ogen

in 't levend vuur dat hem mankeert
beseft opeens met grote afschuw
dat zij, die zingt vol godsbesef
als enige om hem zal rouwen

 

Tussentijds heb ik nog wel wat meer vlagen dichtdrift overleefd, meestal onder invloed van een nieuwe muze, dan wel een nieuwe vriendin. Dat die vriendinnenverzen lichter van toon en romantischer van aard zijn, lijkt me logisch. Later zal ik u er nog wel eens eentje laten lezen, het is nu niet het juiste moment voor luchthartigheid. In mijn leven.

 

Vrijdag, 09-06-2017

 

Met Wia naar Bunde geweest, een dorpje vlak over de grens bij Nieuweschans.

Even voor de afwisseling. Veel noorderlingen trekken naar de oosterburen, er zijn daar wat goedkope supers, de benzine is zo "billig" vergeleken bij Nederlandse brandstof dat de rit zichzelf betaalt, en voor kennissen en vrienden wordt wat drank ingeslagen. Flessen Bourbon voor 7 euro, tja, met één doos kan de reis al weer gemakkelijk uit. Op de parkeerplaatsen staat het vol gele (dus Nederlandse) nummerborden met in de kofferbak minimaal vijf dozen drank. Want ook de droge witte wijn en rosé zijn bijna te geef vergeleken bij hier. Jammer dat ik niet (meer) drink.
Daarna kan je, na het boodschappen doen, in de plaatselijke "Konditorei" ook nog een lekkere kop koffie krijgen met heerlijk gebak erbij, wat wil je nog meer! U snapt dat je je daar met Nederlands of Gronings ook heel goed redden kan. Duitse bijles is niet noodzakelijk.
Bij de "Konditorei" kan er overigens nog steeds niet gepind worden, da's wel heel bijzon-der tegenwoordig. Wacht maar tot ze een keertje overvallen worden, moet je zien hoe snel die pinautomaat er staat. Maar goed, dat is hun zorg.

Wel opvallend is de vriendelijkheid van het personeel. Dat wil ik niet alleen maar toeschrijven aan klantvriendelijkheid, ik geloof echt dat het een goed en aardig volkje is, daar!
Nederland heeft natuurlijk vele honderden kilometers grens waarover het goed tanken en toeven is. Bij onze Vlaamse zuiderburen bijvoorbeeld is de benzine nog goedkoper dan in Duitsland. Om het over hun beroemde frieten en chocola maar niet te hebben. En dat lopen die Haagse schrapers toch maar mooi mis. Met hun grote bek over een gemeen-schappelijk Europa zijn ze nog niet eens in staat de benzineprijs-plus-accijns overal gelijk te krijgen.
De sukkels snappen nog niet eens hoeveel kilometers dat alleen al scheelt, zou toch wel erg leuk zijn, ook of misschien vooral voor Moeder Aarde.
Maar ja, met onze Aarde zijn neoliberalen toch al niet bezig, behalve om haar leeg te roven. Die zijn uitsluitend geïnteresseerd in het spekken van de bovenlaag van de bevolking. Terwijl die allang genoeg heeft. Ik hoef trouwens de stupiditeit van de rechtse denkers hier niet uit te leggen, die lezen dit dagboek toch niet. Die zijn veel te druk met bumperkleven en 170 km/uur proberen te rijden op een volle snelweg. Omdat ze een of ander waanidee hebben dat tijd geld zou zijn.

Hadden ze toch dit dagboek moeten lezen.

 

Zaterdag, 10-06-2017

 

Druk met de besognes over het nieuwe huis van Wia. Die heeft een ander appartement gekocht in de bejaardenflat waar ze woont en dat moet natuurlijk eerst helemaal proper, dan geschilderd, dan nieuwe vloerbedekking. Ook moeten de beide balkons - ze heeft er twee, zeer luxueus - duifvrij gemaakt. En dan de verhuizing zelf natuurlijk nog, lampen ophangen, schilderijen ook, nog wat kastdeurtjes aflakken, kortom druk, druk, druk, druk. Tussentijds nog met Pantu uit - die wil ook aandacht - en 's avonds voor de tv weer in slaap sukkelen.

Van donderdag op vrijdag schrok ik om half vier, midden in de nacht, in mijn hangmat wakker, gauw nog even het hondje uit en verder pitten. Dit moet niet al te lang duren, dat is zeker. Gelukkig neemt ze alleen haar eigen spulletjes mee, dat scheelt een hele hoop werk.
Wat wel heel mooi is, ze heeft straks een prachtig uitzicht oostwaarts. Ze kan Delfzijl en de Eemshaven zien liggen als het helder is. Want haar bestemming is op de negende etage. Prachtig. Zo hoog wonen is ook nog eens een stuk stiller, ook dat is fijner. Nog meer leuke dingen aan haar nieuwe hok: haar balkonzijraam (echt waar, dat heeft ze!) kijkt uit over de stad, dat wordt vuurwerk kijken met oud en nieuw. Tenminste, als de wind goed staat. Anders sterf je daar af van de kou, op die hoogte.
Die duiven, dat is wel een probleem. Ik heb zelf nog zo'n kunststof kraai, dat helpt een beetje en verder zijn er ook wel randen met stekels er op, daar kunnen ze dan niet op landen. Maar ja, dan kun je ook niet zelf op de leuning hangen. En da's weer een groot nadeel. We zullen zien. Ik zal in ieder geval blij zijn als het achter de rug is. Verder niet zoveel meer kunnen doen, gisteren. Straks gaan we samen op eettafeljacht. Ikea, here we come!
Van het schilderen komt momenteel helemaal niets meer terecht. Dat ligt 's zomers meestal wel zo’n beetje op z'n gat, maar nu met de verhuizing - en natuurlijk dit dagboek - is het helemaal het nulpunt genaderd. Geeft niets, komt vanzelf weer.

Zondag, 11-06-2017

 

Zaterdagmorgen goede spullen gezien bij de IKEA. ...
W. en ik hebben op ons dooie akkertje door deze afgrijselijke winkel geslenterd en een lijst kunnen maken van spullen voor haar. Er was zelfs een vloerkleed dat je zo aan de muur zou kunnen hangen als decoratie. Schitterend. Het bezoekje aan de Zweedse woninginrichter werd stijlvol afgesloten met koffie en gebak (voor W.) en een cola met broodje zalm (voor de baas).
Vrijdagavond de voetbalwedstrijd Nederland-Luxemburg gezien, de WK-kwalificatie. Het zal wel moeten veranderen, anders halen ze het toernooi niet eens. Dit Nederlandse elftal heeft ernstig te lijden onder een rotte appel in de fruitmand. En zoals eenieder weet: één appel is genoeg. Ik laat maar in het midden, wie ik met deze appel bedoel.
De gouden tijden van wereldvoetballers afkomstig uit Nederland zijn voorlopig even voorbij, is volgens mij een terechte conclusie. Hoewel ik de prestatie van ons aller Bedumer Arjen Robben niet wil kleineren. Die haalde nog wel een ruime voldoende, samen met jubilaris Sneijder. De rest was maar matig en heeft tegen een gemotiveerd Frankrijk geen schijn van kans. Sprak hij profetisch! Ik hoop dat ik een slechte voorspeller ben.
Ook heb ik de voederautomaat voor de mussen, vinken en mezen weer even bijgevuld, ze zitten er af en toe wel met z'n twaalven omheen. Ik heb soms het gevoel dat ik in m'n eentje de mussenpopulatie hier aan het redden ben, zoveel bedelende jongen zitten er vleugeltrillend bij. Maar dat is niet erg, ik vind mussen erg leuke vogels en gun ze een vruchtbaar leven. Het allermooiste is als ze op een warme dag in mijn hele grote zandbak een stofbadje nemen. Dan zitten ze met zijn allen kuiltjes gravend hun verenpak te reinigen, het zand stuift in het rond. Dan is geluk weer heel gewoon!

 

Maandag, 12-06-2017

 

Een heel warme zondag achter de rug. Kon ik er vroeger al niet heel goed tegen, tegenwoordig is het helemaal een dag om binnen te blijven met zoveel mogelijk de gordijnen dicht. Vroeger begreep ik het nog wel een beetje, met een wat rossige baard. Het verruilen van de rossigheid tegen grijs heeft echter niet automatisch geleid tot een groter weerstandsvermogen tegen verbranding. Dat zal dus wel voor altijd zo blijven. Het snelle verbranden is dan hooguit nog handig voor het crematorium.
Gelukkig ben ik niet de enige die niet tegen de zon kan, er lopen heel wat rossige mensen in Nederland rond. Een echt rooie vrouw met zo'n heel dunne, bleke huid kan mij dan ook visueel uitermate bekoren. Jazeker, zoiets dien je op die manier te zeggen. Dat klinkt toch een stuk mooier dan: vind ik nog steeds mooi. Een beetje romantiek moet kunnen, ook in deze harteloze tijden. Ik zou bijna zeggen, juist in deze harteloze tijden.
Maar ook die prachtige vrouw zal snel verbranden in de zonneschijn, daarom blijven wij, rossigen, met z'n allen bleek. Ierse erfenis? Noord-Russische tak? Wie zal het zeggen. Leuk om uit te zoeken, dat wel. Maar niet voor mij, er is vast wel een of andere nerd die die taak op zich wil nemen.
Over Russische tak gesproken, wist u dat er, linguïstisch gezien, erg veel Wit-Russische invloeden in het oud-Gronings kunnen worden teruggevonden? Bewezen is het nooit maar er gaan - al heel lang - stemmen op dat er ten tijde van de grote volksverhuizing, een volkje (een stam, zo u wilt) uit Wit-Rusland deze kant is komen opzetten en zich in Noord-Nederland heeft gevestigd. Onderzoek hiernaar is voortdurend door Jan en alleman getraineerd en dat geeft te denken. Zelfs voor het taalonderzoek (hoe onschuldig, toch!) kwamen geen middelen vrij.
Als dat namelijk echt waar is, is het Gronings veel meer een echte taal dan het Fries. Dat zullen die namaak-Engelsen ten westen van Grootegast niet leuk vinden. Hahaha, lachte hij het best, want het laatst, Groninger zijnde. De alom beruchte Fries-Groningse vete stamt dan, uiteraard zou ik zeggen, ook uit die tijd. Dat zou dan oorspronkelijk gewoon een stammenoorlogje kunnen zijn. Er werd heel wat afgeknokt in die dagen! Het zou een hoop verklaren.
Ook de opkomst van de feodaliteit in die periode wordt dan wel erg helder. Onze oudste adel bestond overduidelijk gewoon uit roofridders, die her en der lijfeigenen verzamelden en aan ordinair landjepik deden. Meewerken of anders "kop d'r af". Tja, dan wil je meestal wel. Ergo, er is wezenlijk niet echt iets veranderd, de nieuwe adel doet nog steeds hetzelfde. Alleen het kop d'r af is nu vervangen door geweigerde loonrondes. Een soort indirecte onthoofding, zeg maar. De crue methode is tegenwoordig voorbehouden aan extremisten. Die alleen maar denken, dat ze edelen zijn.

 

Dinsdag, 13-06-2017

 

Het is gelukkig weer wat afgekoeld. Een beetje water in de tuin, af en toe wat zonneschijn, zo kom ik de zomer wel door. Nog klussen genoeg daar in mijn tuintje, ik heb nog steeds die hoek met korte bamboe die eruit moet. Dat is erg lastig, want de plant legt een taai wortelstelsel, zoals eerder al aan u uitgelegd. Het moet dus helemaal omgestoken worden om alle wortels te kunnen verwijderen. Gelukkig heb ik een goede landbouwriek die daar erg geschikt voor is. Maar het moet wel allemaal gebeuren, dat wel. Da's een hoop werk. Dus aan de slag met enthousiaste tegenzin. Want langer dan een half uurtje stevig werken zit er niet in voor mij, twee keer per dag. Dan houdt het echt wel op.
Inmiddels is ook de ronde van Zwitserland al weer begonnen, daar kan ik tussentijds mooi naar kijken, dag drie al weer. Wielrennen op tv, de grote rondes tenminste, vind ik erg mooi om te volgen. De Giro is inmiddels achter de rug en ook al de Dauphiné. Nu dus Zwitserland en straks weer de grootste: de Tour de France. Met als prachtige uitsmijter in het najaar: de Spaanse Vuelta. Voor dat soort uitzendingen heb ik mijn grote tv aangeschaft.
Niet zozeer om het fietsen zelf, alhoewel ik dat heldendom op twee smalle bandjes ook erg mooi vind, maar vooral vanwege de helicopterviews in de bergstreken. Ooit een keertje komt het er van, dan zal je mij in zo'n ding zien zitten. En dan hoeft het echt niet in de bergen te zijn (liever wel natuurlijk), maar een tochtje naar Texel vanuit Groningen over de Wadden, daar lunchen en weer terug, de kinderhand is gauw gevuld.
Het allerliefst zou ik stinkend rijk willen zijn en dan gewoon een vliegbrevet regelen. Met mijn eigen vliegtuigje in de belendende boomtop belanden of tegen een hangar aan knallen, is ook een grootse en meeslepende dood. Waarvan ze alles weten op vliegveld Stadskanaal.
Jawel, Stadskanaal heeft een vliegveld. Zelfs een heel leuk vliegveld, al zeg ik het zelf. Wel afgezien van die dodelijke wind daar op de veenkoloniale vlaktes, natuurlijk.

Ik ben er wel eens wezen kijken met een buurman van mij, die buurman die ook model-vliegtuigen radiografisch laat vliegen. Ook hij vond Stadskanaal erg leuk.

En vlak bij Stadskanaal, pakweg twintig kilometers noordoostwaarts, ligt nog een veenkoloniale plaats: Veendam. U raadt het al, ook daar zo'n schattig vliegveldje. Ook voor ultralights.
We hebben in Nederland veel meer vliegvelden dan u dacht, geef maar toe. Wel 46 stuks, voor de zwevers bestemde velden meegerekend. En ook nog drie in Caribisch Nederland. U weet wel, daarginds in de West, wat eigenlijk de Zuid zou moeten heten. In ons crimi-nele koloniale verleden waar de zon altijd schijnt. Denken we.

Is niet waar, er valt meer regen dan in Nederland.

Gelukkig zijn we koloniaal Indonesië al kwijt, anders hadden we nog veel meer vlieg-velden. En nog meer regen, daar hebben ze zelfs een echte moesson. Wel schijnt een van die vliegveldjes in Irian Jaya, West-Papoea zo u wilt, Nederlands Nieuw-Guinea als u nog liever wilt, het gevaarlijkste ter wereld te zijn. Zulks uitsluitend uit overlevering. Als u het opzoekt op het internet, krijgt u een heel andere opsomming. Dat wel. Ook spannend. Laat dat vliegtuigje maar aanrukken, ga ik al die veldjes bezoeken.
Moet ik toch weer meedoen aan de Staatsloterij, anders is er geen enkele kans dat zoveel geld mijn kant op komt waaien. Het zal daarom wel bij die ene vlucht naar Texel blijven, ben ik bang. Als die er al komt.

 

Woensdag, 14-06-2017

 

Ik heb een nieuwe hangmat, hoera! Toen ik met W. door de Zweedse meubelgigant liep, had ik hem al gezien, maar hij was niet meer leverbaar. Tenminste niet vanuit de winkel. Gelukkig is er ook nog zoiets als het internet, en ja hoor, daar kon ik hem wel bestellen. Het is wel wat duurder door de verzendkosten, dat moet je er dan maar voor over hebben. Deze nieuwe hangmat is wat breder met stokken aan hoofd- en voeteneinde en zal hopelijk mijn schouders wat meer ontzien. Dat wordt nog lekkerder slapen dan voorheen, denk ik zo. Het lichte schommelen geeft een bijna-baarmoederlijke sensatie, net als het slapen op een bootje in een haven. Ook zo heerlijk. Het lichte geklots van het water tegen de boot, het zachte geklepper van de stagen tegen de aluminium masten en de lichte beweging van de boot door de golfslag, al die omstandigheden laten mij gezamenlijk snel naar dromenland vertrekken. Maar goed, bij gebrek aan een boot, een nieuwe hangmat. Wie het kleine niet eert, sprak hij calvinistisch.
Welke uitdrukking natuurlijk absolute flauwekul is, slechts bedoeld om je lot lijdzaam te dragen en je daar vooral niet tegen te verzetten op straffe des doods of verbanning uit het Hemelse Hiernamaals. Maar als je met dat soort onzinuitspraken opgevoed wordt, blijven ze toch hangen. De valstrik is groot. Leefregels zijn mooi als het handvatten zijn om je aan vast te klampen in tijden van nood, maar als het niet hoeft… u snapt hem.
En voordat u in de pen klimt: zowel vatten als vaten is toegestaan. Gezien de context - de reformatie - heb ik gekozen voor de oudste vorm. Dat leek me wel gepast.
Vanmiddag wordt hij bezorgd. De hangmat, niet Calvijn.

 

Donderdag, 15-06-2017

 

Zeven maanden alweer! Normaal zou ik in zo'n situatie zeggen: "Time flies when you're having fun", maar na de uitleg in dit dagboek kan dat echt niet meer. Ik zou mezelf immers alleen maar tegenspreken. Want ik hoop u er toch echt van overtuigd te hebben, dat u de subjectieve factor bent en de tijd juist de stabiele. Hoe lastig dat af en toe ook te accepteren is. Het moet dus zijn: you fly when you're having fun.
Deze zeven maanden zijn voorbijgevlogen, mag ik dan eigenlijk ook niet meer zeggen. Zo lastig allemaal!
Dat komt, hoogstwaarschijnlijk, omdat het nieuwe tijdsinzicht, ons zeer recent gebracht door de theoretische fysici, uiterst “modern” is, historisch gezien. We hebben nog hele-maal geen woorden/taal voor de gewone man ontwikkeld om dit fenomeen te omschrij-ven. Sterker nog, er zijn niet zoveel "gewone mannen" die dit überhaupt kunnen vatten. Wetenschappers kunnen dat natuurlijk beter, maar die zijn door ons, amateurs op dat terrein, weer niet te begrijpen. Die hebben hun eigen afdeling op de toren van Babel!

Ook dichters lijken er weet van te hebben, maar ja, wie leest er tegenwoordig nog een gedicht. Ziedaar de reden van mijn dagboek.
Zie mij dan maar als medium tussen de "nerds" en de mensen die gewone taal spreken. Want ik begrijp ze wel (de dichters begrijp ik ook, overigens), en spreek hun taal een beetje. Zoveel, dat ik u kan uitleggen wat zij bedoelen.

Wát zij bedoelen, is het volgende: nog maar kort hebben we een klein beetje benul van wat er eigenlijk aan de hand is, hoe uniek een situatie als de onze is, hoe geweldig veel geluk wij hebben gehad bewoners van deze planeet te zijn. De kans dat deze omstandig-heden zich ergens anders ook zullen voordoen, dat een diersoort zich bekwaamt in denken over leven in plaats van alleen maar in overleven, is zo onnoemelijk klein, dat wij ons voorlopig nog wel even uniek mogen blijven noemen. Maar, als dat toch elders een keertje gebeurd is, hoe klein die kans ook is, dan zijn de afstanden zo onmetelijk groot, dat contact vrijwel uitgesloten is. Daar heb ik het al eens eerder met u over gehad.
Misschien zit in dezelfde abstractie als waarmee wij die enorme aantallen duiden, ook wel een oplossing. We weten in ieder geval al, dat ons heelal er heel anders uitziet dan we 150 jaar geleden veronderstelden. En het eind van onze onderzoekingen is nog lang niet in zicht. Daarom moet u zich nog maar eens goed bedenken, als u weer eens zo'n wereld-vreemd figuur langs ziet schuifelen. Misschien heeft die malloot wel uw toekomst in het hoofd. Want dat is waar die malloten wonen, in hun hoofd.
De VPRO heeft ooit een keer een serie uitzendingen over "ons" met dit soort wetenschappers gehad. De serie heette: "Een schitterend ongeluk". Die titel duidt onze situatie op deze Aarde uitstekend, wat mij betreft. Daar is ook een boek van gemaakt en dat boek staat uiteraard ook te schitteren in mijn boekenkast, dat snapt u. En niet per ongeluk.

 

 

Vrijdag, 16-06-2017

 

Het was een gisteren een warme dag, later in de middag zelfs een beetje benauwd, klam. Veel verder dan mijn nieuwe hangmat installeren en een beetje eten maken ben ik daardoor niet gekomen. En de hond uitlaten. Waarvoor ik even op pad moest naar de uitlaatplek. Helaas. Want de ringweg zat weer vol middelbare dames in te kleine autootjes en ziekenhuisbezoekende bejaarden die vergeten waren waar het gaspedaal zit, vrachtwagens haalden links en rechts in, zelfs via de verkeerde baan, ook doodziek van al dat geschutter, kortom, ik was blij dat ik weer thuis was. Zelfs Wia, toch 84, haalt verbaal nog wel eens flink uit naar dat soort chauffeurs.
Als remedie zet ik meestal wat relaxte muziek op, dat helpt. In dit geval de swamprock van J. J. Cale: They call me the breeze van zijn eerste album Naturally. Waarop ook de onnavolgbare song Magnolia. Welk nummer ik nu ook nooit meer kan horen zonder aan Teja te denken. Er bestaan slechtere herinneringen, dat zeker.
Maar het blijft hippiemuziek uit mijn twenties. (1972!) Later ook nog gespeeld door andere grootheden als Eric Clapton en Lynyrd Skynyrd.

Gelukkig heb ik airco in mijn opgevoerde burgerbakje, dus kon ik de ramen van de Pitbull dichthouden en de muziek een klein beetje harder. Zo werd het leven toch weer wat draaglijker.
Pantu was ook blij om thuis weer in haar mand te mogen, na twee duiken in de sloot en een paar keer achter de tennisbal aan te hebben gerend, had die het ook wel gezien.
Later draaide de wind naar het westen en werd het wat frisser, zodat een goede nachtrust verzekerd was. Nu maar zien wat de vrijdag brengt.

 

Zaterdag, 17-06-2017

 

Als ik een vreemd vliegtuiggeluid hoor, dan móet ik even kijken, dat weet u al van mij. Vrijdagmorgen was het weer raak. Ik stormde naar buiten om, nog net op tijd, een overvliegende zakenjet te zien, eigenlijk een turboprop. Dat is een vliegtuig met een straalmotor die een propellor aandrijft, een beproefd concept in de snelle commerciële vliegtuigwereld.
Gauw naar binnen, flightradar opgestart en daar had ik hem. Een Italiaan. Een Piaggio P180 Avanti. Het toestel was afkomstig van EHRD (Rotterdam) en zette, na een rondje om de stad Groningen, de landing in op Eelde. Die naam en die gegevens zeggen u allemaal niets als u geen liefhebber bent. Voor een foto van dat toestel, Googel die mooie Italiaanse naam Piaggio P180. U kunt daar zien dat het een heel elegant ding is met een heel bijzonder uiterlijk. Design, zo u wilt.
Zo had ik mijn eerste belevenis al te pakken nog voordat de dag goed en wel was begonnen. Ben nog even naar het vliegveld geracet om te kijken of ik ik het vliegtuig nog te pakken kon krijgen op de camera, maar helaas. Of het was al weer weg, of het was keurig in een hangar verstopt.
Over de term geracet: op nltaal.blog.nl het volgende stukje gevonden dat duidelijkheid schept over leenwoorden. Het is al uit 2006 dus het echte stelen is vast al verjaard. Dit ging over schaatsen:
... in Turijn hebben vooral ‘onze’ meiden de laatste tijd hard geraced. Of hebben ze hard geracet, gereest of gereesd? Het is altijd een probleem leenwoorden in het Nederlands goed te vervoegen. Hoe luidt de regel hier? Voor leenwoorden geldt dezelfde regel als voor ‘autochtone’ Nederlandse woorden. Alle zwakke werkwoorden krijgen in de verleden tijd ‘de’ of ‘den’ erachter. Behalve als de stam eindigt met een klank die in ‘t kofschip voorkomt, dus een t, een k, een f, een s, een ch of een p. Allemaal harde, stemloze klanken. Dan wordt er een “t” geschreven.
Bij racen is de stam ‘race’. Op het eerste gezicht eindigt de stam op een e. Maar in de uitspraak hoor je die e niet. Je zegt ‘resen’ en ‘ik rees’. Dan gaat de kofschipregel ineens toch op. Het is dus ‘ik race’, hij ‘racet’, ‘ik racete’ en ‘ik heb geracet’
Hetzelfde geldt voor ‘tapen’ (op een bandje zetten): ik tapete en ik heb getapet. Het ziet er misschien niet uit. Maar het is toch goed.

Einde van deze verhandeling.

 

Maar veel leuker, op dezelfde site: in het Engels is het zo dat seks wordt beschreven met woorden, die suggereren dat een persoon een ander iets ‘aandoet.’ Dus Jack screws Samantha, Jack fucks Samantha, of Samantha fucks Jack. In het Nederlands kan dat ook, maar minder goed, dacht ik zelf zo. Jack neukt Samantha maar Jack vrijt met Samantha. Door het woordje ‘met’ is het zo dat Samantha eigenlijk samen met Jack is. In het Engels is dat dus anders.
In de taal van de liefde gebruikt men daar wel uitdrukkingen die meer gezamenlijkheid aanduiden, maar dan met woorden die niks met seks te maken hebben. Dus Jack makes love to Samantha of Jack sleeps with Samantha of Jack goes to bed with Lisa. De woorden love, bed, sleep zijn niet seksueel. In het Nederlands kan je dus ook die liefdestaal gebruiken. Jack bedrijft de liefde met Samantha, Jack gaat naar bed met Lisa. Lisa op haar beurt doet dat ook met Jack, of met Samantha die nu natuurlijk even niks te doen had, daarna vrijt Jack met Samantha en aait Lisa Samantha, die nu met Jack naar bed gaat. En dus is het nog gezamenlijker.

Nou goed, u begrijpt het al, taal zegt meer dan duizend dingen.
Wie durft nu nog te zeggen dat taal saai is! Dank aan bovengenoemde site.
Jacques (nee, niet Jack) had in dit opzicht ook nog een verrassing voor mij: geen enkel foutje in mijn dagboek van gisteren! Het lijkt erop, dat ik het heel langzamerhand begin te leren. Ik denk en ik hoop dat mijn leraar Nederlands van vroeger - dank, K.D. (Klaas Dirk) Drenth - erg trots op me is, nu ik uiteindelijk toch aan het schrijven ben geslagen. Zijn hoge verwachtingen hoop ik uiteindelijk toch een beetje waar te maken.

 

Zondag, 18-06-2017

 

Nog een beetje astronomie en astrologie.
Gisteren was het de vroegste zonsopgang. Om 05.13 uur zagen we het eerste stukje van de zon boven de horizon verschijnen. (niet echt natuurlijk, u sliep vast nog! Of nog vast.) Maar omdat we niet in een volmaakte cirkel om de zon draaien is de laatste zonsondergang altijd een week later. Dit jaar is dat 24 juni om 22.07 uur. De echt langste dag ligt daar precies tussen, dit jaar ( meestal, maar niet altijd) op 21 juni. Dan is het de zonnewende, staat de zon loodrecht boven de Kreeftskeerkring en begint bij ons de zomer. Wat natuurlijk niet echt logisch is, want het is dan precies midden in onze zomer.
Erfenis uit een onnadenkend verleden, zullen we maar zeggen, en te lastig om het nu nog te veranderen. Net als de naam Kreeftskeerkring, die is nog uit de tijd dat het sterrenbeeld Kreeft op die lijn lag. Tegenwoordig is dat Stier. Mijn sterrenbeeld. Voor de astrologen onder ons: Stier, ascendant Stier met de Zon in het twaalfde huis. Schijnt zeer zeldzaam te zijn. Jawel. Net als Marten Toonder, trouwens. Ook Stier, ascendant Stier. Sla maar een kruisje. Je zou er bijna bijgelovig van worden.
Gelukkig ken ik de menselijke geest en haar werking goed genoeg om hier niet in te trappen, de omgekeerde redenering van astrologen kent voor mij geen geheimen meer. Die kan gevoeglijk, samen met religies en andere soorten van bijgeloof, naar het land der fabelen verwezen worden. Waarmee ik niet zeg dat u er niet in mag geloven, natuurlijk. Dat moet u uiteraard zelf beslissen.
Wilt u er dan toch het fijne van weten, trek er een dag of vier voor uit en ik zal het u uitleggen. Wat nog heel kort is, vergeleken met de tijd die de waanideeën nodig gehad hebben om zich in uw geest te nestelen.

 

Maandag, 19-06-2017

 

Waar leren in je jeugd gewoon opnemen als een spons is, een leeg terrein vullen met al dan niet nuttige kennis, is het op latere leeftijd niet meer zo eenvoudig. Zelf ben ik van mening dat leren er op latere leeftijd niet meer in zit, het is meer een herijking. Een verplaatsen van nuttigheden naar onnuttigheden, verwerpen van stellingen of juist omarmen van wat u vroeger ooit eens had geleerd. Vandaar dat het een moeizaam proces is. Wat er in uw hoofd zat, woonde daar immers zo gerieflijk, u hoefde zich er geen zorgen meer over te maken, de doctrines deden hun werk (daar had u ze voor, toch?), u leefde uw leven en zag dat het goed was.
Tot er iets ingrijpends gebeurt. Er gaat iemand dood, u wordt ontslagen, iemand die u dierbaar is, krijgt een ernstig ongeluk, er kan van alles gebeuren in dit leven.

Shit happens!

Opeens wankelt uw rijk, uw waarheden blijken leugens, kortom, er deugt niets meer van. Crisis! Bent u op dat moment nog jong, dan moet er normaal gesproken geestelijke veerkracht genoeg zijn om daarvan te herstellen. Maar bent u op zo’n pechmoment vijftig jaar of ouder, heeft u toevallig een drukke baan/functie, dan lukt dat niet zo gemakkelijk meer en wordt u overspannen. U noemt het dan lekker een burn-out (dan betaalt de baas het ziekteverzuim tenminste een tijdje), maar als dat toevallig net even niet kan, heet het gewoon een midlifecrisis. Die, heus niet toevallig, samenvalt met het tijdstip dat we eigenlijk (biologisch gezien) aan het einde van ons leven zijn gekomen. Het lijf is klaar, de genen zijn doorgegeven, het voortbestaan van het leven is verzekerd. Goed gedaan! Nice job, well done, taak volbracht.
Maar wat dan? Da's makkelijk. Vakantie natuurlijk, zegt het biologische lijf!
Willen we echter toch zonodig in onze laatste vakantie doorwerken, of moeten we dat zelfs omdat onze zelfgemaakte maatschappij nu eenmaal zo in elkaar zit, dan krijgen we, logischerwijs, die al genoemde burn-out. Wat eigenlijk niet een midlife- maar een end-of-life-crisis is. Want dat is precies wat we zijn, opgebrand. Dus geen burn-out maar een burned-out! Uw leven is nutteloos geworden, vanaf nu bent u alleen nog maar tot last.

Welzeker, dat klopt. Duizenden bejaardenhuizen en verzorgingsflats bewijzen mijn gelijk. Vol mensen die te oud zijn geworden om nog te genieten van wat ze die eerste vijftig jaar hebben opgebouwd, als ze zich dat tenminste nog kunnen herinneren. Want als het lijf klaar is, duurt het niet lang meer of ook de geest geeft zichzelf.

 

Dinsdag, 20-06-2017

 

Er zijn nog wel wat interessante conclusies te trekken uit en naar aanleiding van mijn dagboek van gisteren. Waarin ik opperde dat een mensenleven eigenlijk al zo'n beetje voorbij is na vijftig jaar. Qua functioneren zijn we immers op ons hoogtepunt op ons, pakweg, twintigste jaar, daarna begint het bouwwerk in elkaar te storten. Meer en meer moet onze energie in onderhoud in plaats van in groei gestoken worden. Maar eigenlijk weten we het al, het gevecht is verloren. Waar een dier zonder tijdsbewustzijn zich daar gewoon aan overgeeft, begint bij de mens, omdat hij weet wat er komt, de strijd tegen het onvermijdelijke. Zoekt hij allelei uitvluchten om de wrede waarheid zo lang mogelijk uit te stellen. Sportscholen, racefietsfabrieken, allerlei soorten plastisch chirurgen, zij doen hun uiterste best om maar zoveel mogelijk geld te slaan uit uw weigering oud te worden. Hele economieën zijn op deze angst gegrondvest.

Driekwart van onze wereldbevolking leeft in de illusie dat er na de dood nog een leven is, want dan hoeft u niet meer bang te zijn voor het einde. Ingefluisterd door religies die daar, net als de chirurgen, geld uit hopen te peuren. En dat sommige religies daar uitstekend in geslaagd zijn, is evident.
Nee, nee, nee, nee we noemen geen namen, nee, nee, nee, namen noemen we niet...
dit voor de 50-plussers, de al bijna uitgeleefden, die kennen het wijsje nog wel. Ik maak me sterk dat u het al bijna mee zat te zingen.
Het was een liedje uit de oudejaarsconference 1963 van Wim Kan, die ook al doorhad dat je een hoop kunt zeggen, maar niet alles. Al zijn enkele van zijn, iets meer grofgebekte, collegae wel iets verder over de grens van de welvoeglijkheid gegaan. Om het maar wat archaïscher te zeggen.

Terug naar die religies.
Er was al vroeg in de prehistorie van de mens de neiging ontstaan om de doden te begraven. Heel bijzonder. Voor dat komende leven? Of was het misschien eerst ingegeven om de doden uit eerbied te beschermen tegen predatoren? Dat laatste lijkt me waarschijnlijker. Alhoewel andere, zeer vroege beschavingen, juist de doden aan de gieren voerden, precies andersom, dus. Heel oude eskimo's hadden de wijsheid om zich op het moment suprême te laten doodvriezen op het ijs, hetgeen een mooie en stille dood is. En ook dan werd er niets meer van ze teruggevonden.
Wat ook hun motieven waren, wij zullen het nooit weten. Maar wat we wel kunnen concluderen, is, dat het besef van Eeuwige Jachtvelden, een Nirwana, een Hiernamaals, Hemel en Hel uitsluitend is voorbehouden aan tijdbewuste geesten. Hondjes gaan niet naar de hemel, zo bezwoer mijn vader mij, fietsend naar zijn werk, als antwoord op mijn prangende vragen. Daar en toen ben ik dus mijn geloof kwijtgeraakt, naast hem ped-

delend op mijn tienerfietsje met iets te korte benen (ook de fiets werd op de groei gekocht). Tegenwoordig weet ik het zeker: of we gaan allemaal, van pissebed tot boterbloem, van paddenstoel tot mens of er gaat geeneen. Ik houd het op het laatste, maar dat was u al duidelijk.

 

Woensdag, 21-06-2017

 

Nieuwe natuur schijnt beter te zijn dan oude, dode bomen mogen blijven liggen om nieuw leven voort te brengen, oude koeien zijn uit Schotse sloten gehaald om te komen kijken hoe traag onze rivieren door ons laagland gaan.
Deze schitterende, van eruditie druipende zin, is gejat. Aan de stijl te zien, zou u het al moeten weten. Gejat van Midas. Midas Dekkers, ja. Uit een boek over sterfelijkheid.

Titel: De vergankelijkheid. Midas, op zijn beurt, heeft de rivieren gejat van Marsman, Hendrik Marsman.
Ik kom hierop, omdat ik ontdekt heb dat eigenlijk alle boeken en films, zeg maar, alle media die gebruikmaken van taal, voor mij draaien om één zin, één alinea. Die de hele film, het hele boek, het gansche poëem samenvat of in zich herbergt.
Ik heb De Ring van Tolkien toch minstens een stuk of acht keer moeten lezen (geen straf voor mij), voordat ik die sleutelzin te pakken had. Zo zegt Gandalf (de tovenaar) tegen Frodo (de schijnbare hoofdfiguur) als die Gollem (de oer-hobbit) wil vermoorden:
"Kun jij iemand het leven schenken? Wees dan niet te vlug het te nemen." Einde citaat.
Nadat ik dat ontdekt had, ben ik een groot deel van mijn schrijfwerk gaan nalezen of ik dat zelf onbewust ook had gedaan. Het moge duidelijk zijn, inderdaad, dat had ik.
In films gebruiken ze daar ook vaak een bepaald shot voor. In Sophie's choice bijvoorbeeld is er een still bekend van Meryl Streep, zittend in een prachtige erker. Dat beeld is me bijgebleven als sterkste van de hele film.
Het is natuurlijk een strikt persoonlijke zaak welk beeld je bijblijft, maar toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat een scheppend mens zijn creatieve bouwwerken om een enkel thema optrekt. Als kapstok, zeg maar, waar je verder alles aan hangt. Dat is al complex genoeg.
Over kapstok en poëzie gesproken, vooruit dan maar, een gedichtje van een jaar of twintig geleden:

 

TROCHAEISCHE HERINNERING

 

aan een knaapje, zwoel gekapstokt/hangt een jurkje in mijn kast
maar als ik de deur weer los doe/en
mijn ogen dan niet toe doe
dan is Leiden weer in last

oh, dat jurkje dat jij aan had/toen ik jou mijn liefd' beleed
als ik nu mijn hart weer los doe/en
mijn ogen even toe doe
zie ik jou, met lust bekleed

ach, dat jurkje dat jij uit had/hangt nu verkreukeld in mijn kast

 

Zo kom ik, potverdomme, toch weer bij Sandrine terecht. En het was al zo warm…

 

Donderdag, 22-06-2017

 

Behalve de langste dag is het ook een van de warmste dagen tot nu toe geweest. Op het hoogtepunt bleef de thermometer in mijn tuin op de 31 graden steken. Veel te warm voor mij. Word er zeer kortademig van. Alleen even met Pantu en buuv weg geweest, lekker zwemmen in de Stadsparkvijver, Toetje dan, hè, maar ook die had het al snel gezien en was blij dat ze, met de tong uit de bek, weer thuis op de koele vloer kon gaan liggen. Alleen even de stofzuiger door het huis gehaald - een hond blijft een hoop werk - en verder helemaal niets. Zodat er ook niets te melden is behalve dat, wat ik u net heb verteld. Tot morgen maar weer, ijs en weder dienende. Ha, ijs, goddelijk. 'k Heb nog een paar waterijsjes in de vriezer, geloof ik. Die gaan eraan!

 

Vrijdag, 23-06-2017

 

Had ik u er afgelopen zondag van overtuigd dat de langste dag, logisch gezien, niet het begin van de zomer kon zijn, omdat de kortste nacht gewoon in het midden van de zomer ligt, vandaag keer ik op mijn schreden terug. Nee, niet terug, dat is een tautologie.
Ik werd vanmorgen wakker met een dwingende gedachte (dat overkomt mij vaker, dat weet u), namelijk, dat een mens eigenlijk al begint dood te gaan op het moment van zijn geboorte. Op dat eigenste moment vangt het afbraakproces al aan. De eerste cellen zijn al weer vervangen nog voordat u uw eerste luier hebt volgepoept.

Nog voordat u uw eigen moeder hebt gezien. Dat komt later pas, na de geur- en tastgewenning, opdat u niet zo schrikt als u dat hele grote mens vlak voor u ziet opduiken. En dan hebben we het nog niet eens over de vader, da's pas eng!

De geluiden van de moeder, daar hebt u tenminste al negen maanden aan kunnen wennen, die mannelijke engerd, da's nog andere koek. Vaderkoek.
Daarom is lang vaderschapsverlof ook een dwingende noodzaak, niet voor al het werk wat zo'n lelijk schreeuwertje veroorzaakt, dat kan een beetje moeder gemakkelijk alleen aan. Maar om te voorkomen dat het kind later, getraumatiseerd vanwege een verkeerd vadermodel, ambities krijgt om paus te worden. Of ayatollah, dalai lama, guru. Of nog erger, extremist. Jazeker, die hoort ook in dat rijtje thuis.
Dat lange verlof is ook handig voor een fatsoenlijke binding met het kind op hormonaal niveau, zodat pa niet gillend na een paar maanden het huis uit vlucht, maar zich vertederd kwijt van zijn taak het hele spul de rest van zijn leven te onderhouden. Soms zelfs zoveel van dat specifieke hormoon, dat pappie zichzelf terugvindt achter de kinderwagen. Geen nood, dat oxytocineniveau daalt vanzelf weer na een paar weken.

Dat alles bij elkaar noemen we dan een gezin. En vele gezinnen bij elkaar heet een samen-leving. Nu weten we ook wie de schuld is van al onze maatschappelijke ellende. Jawel, dat bent u zelf! Daar bent u als baby al mee begonnen.
Daarom ga ik niet kinderachtig lopen doen en het altijd maar beter willen weten, de afge-lopen 21ste juni is gewoon het begin geweest van de zomer. Waarna de winter onmid-dellijk in aantocht is vanaf de 22ste.
Terwijl mijn tuin bruin ziet van de fouragerende mussen met hun bedelende baby’s en roze van de papavers, heel vroeg deze morgen, leg ik mij berustend neer bij die onoverkomelijke datering. Ik had eerder al gesteld dat het heel moeilijk te veranderen zou zijn, deze ommezwaai bespaart mij in ieder geval een hoop werk. Voortschrijdend inzicht, zullen we het maar noemen.
Dit was nota bene het eerste wat ik dacht vanmorgen! Ik word soms echt moe van mezelf. Gelukkig is het wel veel frisser dan gisteren.
Véél frisser.

 

Zaterdag, 24-06-2017

 

De ouderen om mij heen klagen steen en been. In extreme hitte of extreme kou vallen er altijd veel slachtoffers onder de bejaarden. Ik weet zeker dat, als ik ooit door het weer de pijp aan Maarten ga geven, dat dan door de warmte zal komen. Kou is voor mij niet zo'n punt, daar kan ik behoorlijk goed tegen. Die is in ieder geval niet zo drukkend als warmte. Dan krijg ik het behoorlijk benauwd en moet ik me maar zo weinig mogelijk in avonturen storten. Van de dokter mag ik in die omstandigheden zelfs wat extra drinken, zelfs iets zouter eten. Maar leuk is anders.
Gelukkig gaan we volgens de Buienradar een koele week tegemoet en dat moet, want het is verhuisweek voor Wia , die het heel erg moeilijk heeft. Naast haar gebruikelijke sores. Als straks eerst het nieuwe appartement maar klaar is om daar neer te kunnen gaan strij-ken, dan zijn we al een heel eind verder.
Zou met buuv gistermiddag nog boodschappen doen, blijkt die ook al geveld te zijn. Die hoort nog niet eens bij de ouderen, wel bij de zwakken. Haar darmkwaal speelt regelmatig op en dat is geen pretje. Kortom, weinig hosanna, deze dag.
Heb van mijn vroegere buren nog een bakje hutspot gekregen, dat kan ik wel een beetje opknappen. Bal erbij, beetje jus, beetje sambal en ik kom de dag wel weer door.
De tuin moet maar even op nog frissere dagen wachten, het onkruid groeit zonder mij enthousiast door. Zoals de wereld ook wel door zal draaien zonder Alex, ik maak me geen illusies wat dat betreft. Maar eerst dit projekt (dagboek van een jaar lang) maar afmaken. Dat geeft me nog tot en met 14 november. Wat het is voordat je het beseft. Hoe zat dat al weer met die tijd? En pret?

 

Zondag, 25-06-2017

 

Zaterdagmorgen met Wia naar de begraafplaats geweest, het was daar prachtig.

De serene rust van dat soort plekken is balsem voor de ziel. Even gekeken of alles er nog netjes uitzag, wat inderdaad het geval was; de paar regenbuitjes van de afgelopen dagen hadden de bomen en struiken netjes afgestoft. De vele vogels in de groengewassen bomen hadden er ook buitengewoon veel zin in en zongen mij linea recta naar een goed humeur. En wat mooi is, nu ik eenmaal weet dat er nachtegalen zitten, zie ik ze ook regelmatig fourageren. Hun bruine stuitjes zullen me de rest van mijn leven niet meer verrassen. Ook merels, gekraagde roodstaarten, blauwborstjes, meesjes en vinken gaven hun acte de présence. Een prachtige zanglijster kwam ook nog even bewijzen dat hij het nog niet verleerd was, een Vlaamse gaai dwarrelde langs met veel misbaar en hoog in de lucht joegen een paar meeuwen een buizerd de stuipen op het lijf.
Kent u het programma "De baardmannetjes"? Een aanrader voor elke vogelliefhebber. Daarvan heb ik kortgeleden geleerd dat je de Vlaamse gaai niet meer zo mag noemen, die heet nu gewoon gaai. Omdat die met Vlaanderen niets te maken heeft, dat had ik u al eens eerder verteld in dit dagboek.

Ook winterkoninkje mag niet meer, en roodborstje. Verkleinwoorden zijn opeens ook taboe verklaard, ten prooi gevallen aan betweters die uitsluitend regels volgen en alle gevoel voor proporties zijn verloren. Ik weiger. Tot aan de kist zal ik roodborstje blijven zeggen. En meesjes, maar wel: vinken. Terwijl die nauwelijks groter zijn.

En samen met die verkleinwoordjesregel moest er opeens ook een "n" in hondebrokken, hondemand en poezepootjes. Ook dat ga ik echt niet doen. We zeggen toch ook geen kikkersbilletjes, nou dan!
Nog even en ze verbieden de poëzie ook nog. Omdat daar wel eens een nieuw zelfbedacht woord in staat of een ongewenst verkleinwoord of een heel fraaie verbastering. Expres, ja! Gewoon om de lezers te sarren of ze tot nadenken te bewegen.

Nog even en het woord "entartet" komt weer in de mode. Daar hebben wij toch heel slechte herinneringen aan.
Terug naar de vrede van de begravenen. Daar waren we nog steeds, rustig wandelend en naar de namen van de overledenen kijkend. Ik zag zelfs nog een kennis, mijn leeftijd ongeveer, die ik al heel lang niet meer gezien had. En nu lag hij daar. Dood. Dat stemt toch melancholiek, echt waar.
Gelukkig was er wat later nog een kopje koffie met een tosti, Wia een gevulde koek. Dat was lekker. Op de terugweg haar de mannelijke manier van stuurdraaien-tijdens-manoeuvreren geleerd op het industrieterrein. Haar man deed dat ook altijd, nu had ze mij dat ook al zien doen en toen werd ze toch wel erg nieuwsgierig hoe dat moest.
Ik heb het haar even voorgedaan op een veilige plek, toen mocht zij het proberen en na een paar pogingen begon ze het door te krijgen. Dat leert ze nog wel. Heel stoer voor een vrouw van 84. Normaal zie je vrouwen van die leeftijd met krampachtige handjes en het zweet in de bilnaad doodsbenauwd door het verkeer manoeuvreren. Ringwegen en op- en afrijstroken onveilig makend. Zij dus niet. Ze is nog steeds van het geefgastype, ook bij stoplichten. Daar kunnen een hoop chauffeurs nog iets van leren.
We zijn veilig thuisgekomen, later ben ik nog even met Pantu naar datzelfde terrein teruggegaan. Even lekker achter de bal aanrennen en van de keutel af. Goed voor haar, goed voor mij. Boodschappen erachteraan, een paar harinkjes snappen (ze zijn heerlijk dit jaar), klaar weer voor vandaag. Jawel, harinkjes, verkleinwoord. Zo zeg je dat nu eenmaal. Nee hoor, Jacques, het is niet tegen jou gericht. Ik weet dat je er diep in je hart net zo over denkt.

 

Maandag, 26-06-2017

 

Bewolkt, af en toe een drup, en ook... de TT. Afkorting voor Tourist Trophy.

Het jaarlijkse feest in Assen, een van de mooiste racecircuits van de wereld. Zeggen de rijders. Assen zelf, de plaats, daar wil je nog niet begraven worden, eerlijk gezegd.
Aan de TT heb ik gemengde gevoelens overgehouden. Ik ben er een paar keer geweest, maar de laatste keer dat ik er was, ik denk in 1973 of daaromtrent, was het zo verschrikkelijk warm, dat ik tijdens de 350cc wedstrijd flauwgevallen ben. En zo het hoofdnummer, de 500 heb gemist. En later ook nog als toetje de zijspannen. Die reden toen nog. Kwam pas weer een beetje bij in de trein naar Groningen.

Het blijft sneu, want toen was het ook al behoorlijk prijzig om binnen te geraken. Zodoende heb ik Egbert Streuer met zijn zijspan nooit zien rijden. Wel Wil Hartog, Boet van Dulmen en Jack Middelburg. Wil had als bijnaam "de Witte Reus" vanwege zijn lengte en zijn smetteloos witte overall, de bijnaam van Jack was "Jumping Jack". Omdat die met de regelmaat van een klok van zijn motorfiets stuiterde. Totdat hij één keertje teveel van de fiets vloog en daarbij overleed.
Hoe warm het was: de flesjes gewoon kraanwater gingen voor een gulden van de hand, weet ik nog. Dat was in die tijd een fors kapitaal, toen wisten de middenstanders ook al van prijzen.
De geur van die snelle tweetaktmachines zal me echter eeuwig als dierbare herinnering bijblijven, gek genoeg. Terwijl je eigenlijk beter van stank kunt spreken. Maar als motorliefhebber is dat juist hemels. En dan hebben we het nog niet eens over het krankzinnige gejank van de luchtgekoelde Suzuki's. Verrukkelijk!
Zo zie je maar weer, zelfs het hemel- helgevoel is associatief en vooral zeer subjectief.
Beroemde namen uit die tijd: Phil Read en Giacomo Agostini. Op YouTube is er zelfs nog een filmpje van dat jaar, Giacomo won toen de 350cc.

Bijna vertederend om te zien, vergeleken met het geweld van tegenwoordig. Was toen geluk nog heel gewoon? Nee, natuurlijk niet, ook toen al ellende alom.

Jonge mensen verdienden te weinig om een huisje te kunnen kopen, een autootje werd vierdehands aangeschaft en je meubels maakte je zelf. Kortom, er is helemaal niets veranderd en dat zal ook niet gaan gebeuren als we niet van een heel ander economisch uitgangspunt uit zullen gaan. Want het huidige systeem draagt zijn eigen vernietiging overduidelijk met zich mee. Daar racen we, wat mij betreft, behoorlijk hard naar toe. Op onze gezamenlijke tactloze machine. Dan is Jack niet de enige die eraf stuitert, mind my words!

 

Dinsdag, 27-06-2017

 

In volle gang met de verhuizing. Wia heeft aan mij gevraagd in de oude woning een oogje in het zeil te houden, donderdag verhuisdag. Of ik ook kon zorgen voor de catering voor de mannen. Dat kon ik! Even wat lekkere broodjes en een kop kippensoep, dat gaat er altijd wel in. Ik zal wel blij zijn als die verhuizing achter de rug is. Dan begint het echte werk voor mij pas. Al die kleine klusjes die zich tijdens dit soort activiteiten openbaren, zijn voor mijn rekening.

Lampen ophangen, schilderijen op de goede plaats, beetje bijschilderen en dan als grootste klus: alle kastbovendeurtjes (acht stuks) moeten er een voor een afgehaald worden en opnieuw gelakt. Passend bij de ene muur in haar woonkamer die sjiek grijs is gemaakt. Sjiek omdat grijs vele tinten kan hebben. Want grijs heeft één heel bijzondere eigenschap: op het raakvlak met een andere kleur neemt het de complementaire kleur daarvan aan. Met oranje ernaast komt er dan een blauwgroene zweem in het grijs, bijvoorbeeld. Daar moet je wel rekening mee houden, wil je harmonie kweken. En dat wil ik!
Zeker voor W., die al genoeg te verstouwen heeft gehad. Die heeft niet ook nog eens een onrustige leefomgeving nodig. Kennis van binnenhuisarchitectuur, gekoppeld aan Feng-Shui-inzichten staan garant. Soms is gewoon iets een stukje verplaatsen al voldoende, als je weet hoe je moet kijken. Gelukkig mag ik dat soort dingen doen bij haar, zij vertrouwt mij daarin. Want de kracht en de hardnekkigheid van de macht der gewoonte moet je niet onderschatten. Vaak ten onrechte geduid als eigenwijsheid.

Ervaring is nu eenmaal een indoctrinerende en fascinerende, maar meestal geen goede leermeester.
Nog even over dat grijs: de metaforische waarde zit hem natuurlijk in het feit dat "grijze" mensen hun kleur ontlenen aan hun omgeving en daar dan de complementairen van zijn. Zinloos protest is het overblijfsel, want de intrinsieke waarde is nul.

Wie niets te zeggen heeft, kan beter zijn mond houden. Amen!

 

Woensdag, 28-06-2017

 

De vloerbedekking ligt er, in het nieuwe appartement. De kleur past gelukkig prachtig bij het al aanwezige schilderwerk. Daar zijn we gelijk mooi klaar mee.
Op het oude adres lampen van het plafond gehaald en beelden en ceramiek verzameld (weet u nog, keramiek of ceramiek? dagboek 04-01-2017). Netjes bij elkaar neergezet zodat het veilig door onszelf vervoerd kan worden naar de negende verdieping.

Vanaf die negende heb je een grandioos uitzicht. Het was gistermorgen mooi weer en naar het oosten kijkend, ontwaarden we zelfs de “Windmühle” aan de overkant van de Eems. W. zag er een stuk of negen, ik telde er zo al tachtig. Mijn ogen zijn nog steeds heel goed, dat is duidelijk. Ook de windmolens van de Eemshaven, meer noordwaarts, zijn vandaar te zien, met helder weer. En 's avonds zie je dan al die rode lampjes bovenin die dingen branden. Zodat er geen ultralight-vliegtuigje uit Stadskanaal of Oostwold tegenaan vliegt. Dat geeft zo'n rommel.

Die verhuizing waar we middenin zitten geeft al rotzooi genoeg, toch?
Uitgewerkt om een uur of half 12, we zijn allebei toch niet meer de jongsten, zijn we even gaan lunchen. Wia wist nog een leuke gelegenheid.

De Waterjuffers bij Vos, in de Oostpolder bij het Zuidlaardermeer. In Noordlaren. Volgt u het nog? Een restaurantje bij een palingrokerij. Zeer aan te raden.

Een croque madame voor meneer en twee kroketten brood voor mevrouw. Kopje koffie (zij) en een cola (ik) maakten het wel compleet. Heerlijk buiten zitten aan de rand van het water, terwijl de boerenzwaluwen ons bijna lettelijk om de oren vlogen. Het brood was erg lekker en knapperig, een handbediend pontje naar de camping aan de overkant dat het af en toe een beetje liet afweten, zorgde voor het entertainment, zo kwamen we weer een beetje tot rust. Onderweg ernaartoe, moesten we door Haren, dat tegenwoordig al bijna Groningen-Zuid-Zuid heet. Daar balen ze vreselijk van, daar, maar er zit niets anders op. Daar in Haren was ook nog een verkeersomleiding die nergens op leek, ik bleef hem volgen en ja hoor, volledig de mist in gereden. Dat vond W. niet leuk, die houdt van zo snel mogelijk van A. naar B. Het reizen zoals ik dat beleef, is haar volkomen vreemd. Maar goed, dat wist ik toch al. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen.
Nou ja, allemaal? 's Avonds kreeg ik toch nog een telefoontje van haar dat opeens de tv het niet meer deed en de gewone telefoon ook al niet. Typische verhuisgeintjes.

Als je eenmaal begint te scheuren, gaat alles anders dan je verwacht.

Dan maar weer het autootje in om de bij haar opkomende paniek te bezweren en de storing op te zoeken. Gelukkig bleek het een stoppenkwestie te zijn en kreeg ik dat net op tijd, voor het journaal van 8 uur, voor elkaar. Daar kijkt ze altijd naar, dat moet!

Ik heb haar voor de tv achtergelaten, morgen weer verder. Dan komt de schoonmaakploeg en daarna kunnen we beginnen met het echte verhuizen. Gelukkig hebben ze daar liften. En grote karren om veel op te zetten. Dus ik houd goede moed.

 

Donderdag, 29-06-2017

 

Vandaag maar even geen uitgebreide beschrijving van gisteren in dit dagboek, ik ben domweg te moe. Er komt niets meer uit mijn creatieve brein en voor een gewone opsomming van de bezigheden van woensdag lijkt me dit toch niet het geijkte podium. Voeg daaraan toe, dat ik gisteren waanzinnig veel foutjes en fouten in het dagboek had gemaakt (zelfs de correctie-emoji van Jacques keek lelijk), dan lijkt me de bovenstaande beslissing wel de juiste. Dus tot morgen of overmorgen.

 

Vrijdag, 30-06-2017

 

Een langverwacht pakketje is binnen. Dat had wat vertraging opgelopen, maar is nu toch aangekomen. Een pocket van mijn grote voorbeeld Midas Dekkers, derde druk, 1991, gesigneerd. De titel: De kikvors en andere beesten.
Zijn bundels met korte dierenverhalen zijn mijn favoriete bedlectuur. Want een kleine verhandeling van deze humoristische grootmeester staat garant voor een goede nachtrust, beter dan welk slaapmiddel dan ook.
dat er een handtekening van Midas in het boekje staat, maakt het voor mij natuurlijk nog veel waardevoller.
Ik ga maar eens op zoek naar nog meer publicaties, misschien is het wel leuk om Midassen te gaan verzamelen. Wie nog wat in zijn/haar boekenkast heeft staan en dat kwijt wil voor een leuk prijsje, ik hou me aanbevolen. Voor niks mag natuurlijk ook, dat snapt u.
Want ook mijn pensioen is nog steeds niet geïndexeerd, namelijk, terwijl er miljarden verdiend worden. Maar niet door modaal en lager, dat snapt u met zo'n rechtse VVD-regering. Ach, en dan heb ik nog helemaal niets te klagen, heb een mooie flat met tuin, een mooi autootje, ik kan me een hond permitteren (dat is in Groningen een kostbare zaak) en heb elke dag fatsoenlijk te eten. En mag (lees: kan) af en toe, dat blijkt, mezelf de luxe van een nieuw boekje gunnen.
Inmiddels is Wia over, het ging uiterst voorspoedig. Er waren gelukkig niet te veel helpers, want dat helpt meestal niet. Dan loop je anderen en jezelf alleen maar in de weg.
Maar ze kan al weer tv kijken, internet moet nog aangesloten, ga ik straks even naar kijken. Vanaf morgen elke dag een klusje, dan komt het vanzelf een keertje af.

 

JULI

 

 

Zaterdag, 01-07-2017

 

Hoog bezoek uit België. Rik & Erika zijn "uut ut zuiën" afgereisd om, onder meer, mij met een bezoekje te vereren. Dat zegt Rik dan wel; uiteindelijk is het een Bourgondiër en draait dit bezoek alleen maar om de nieuwe haring. Geintje!

Maar het is wel opvallend, de geprikte datum, hahaha!

Van het vorige bezoek heb ik nog een heerlijke foto waarop de vrouwelijke helft zichzelf overwint en hapt. Vol afschuw. Dapper, hoor. Ze hoeft er niet nog eentje.

Te vissig.

Dat hoor je van meer mensen, you lov'it or you hate it, er is nauwelijks een tussenweg. Heel af en toe zegt iemand dat hij/zij de haring nog wel lust als die maar in hapklare brokjes wordt opgediend. Sommigen willen hem ook nog wel tussen een broodje, maar zo van het staartje met een siepel, dat is toch echt voor de liefhebbers.

En het allerlekkerst. Een siepel is een ui, even ter verduidelijking.
Wat ook heel fraai is, is een schotel met gefileerde nieuwe haring, dakpansgewijs gelegd met een rijke dille-roomsaus met een heel klein scheutje limoen/citroen. Beetje venkelgroen erop ter garnering en aanvallen maar. Goddelijk. Als er zo'n schaal op een koud buffet staat, is die het eerst leeg. Altijd!
Over eten raak ik eigenlijk nooit uitgepraat, mijn beste receptenuitwisseling is dan ook vlak na een copieuze maaltijd. Eerst goed uitbuiken, dan hoef je niet meer te eten en kun je het er rustig over hebben. Ongeveer net zoals je eerst goed moet eten, voordat je boodschappen gaat doen. Dan koopt je portemonnee tenminste de boodschappen in plaats van je ogen en je maag. Want die kunnen dat niet goed. Of juist veel te goed, 't is maar hoe je het bekijkt.
Te vaak ben ik met een veel te volle boodschappenkar de supermarkt weer uitgelopen. Kasten afgeladen, thuis, dat kost me dan weer weken om het allemaal culinair weg te werken. Twee weken later moet je dan weer eten weggooien, dat vind ik echt zonde! Dat moest niet mogen. Gelukkig weten de van honger stervende Sahel-kindertjes dat niet van mij, dat scheelt. Maar dat wij als hebzuchtige mensheid dit soort Sahel-dingen daarginds maar gewoon laten gebeuren, dáár heb ik pas echt mijn buik van vol.

 

Zondag, 02-07-2017

 

Een geslaagde dag met Erika & Rik achter de rug. Ik had voorgesteld om naar Bourtange te gaan, een mooi monument uit de geschiedenis van Groningen. Maar dan moesten we natuurlijk eerst Pantu uitlaten. Die dat erg leuk vond. Ze is dol op Erika, dat bleek. Na het honduitlaten op weg, eerst nog even langs de haringkraam voor Rik. Die werkte zo drie van die dingen weg. Hondje thuisgelaten, die kan prima een paar uurtjes alleen zijn.
Het gaat te ver om hier het hele verhaal over Bourtange te vertellen, maar we kunnen het er wel op houden dat het een vesting was midden in de moerassen op de Duitse grens, gebouwd op de enige route daar doorheen. Een ideale plek voor zoiets, je moest er wel langs als je oostwaarts - of juist westwaarts - wilde reizen.

Na verscheidene malen herbouwd te zijn in verschillende, lang voorbije oorlogen, is het de afgelopen eeuw geheel in zijn historische luister hersteld. De panden worden nu gebruikt voor bewoning, museumachtige toepassingen en horeca. En uiteraard: souvernirwinkel-tjes. In welke laatste Erika een gazonprikker met twee vogeltjes rijker is geworden, ik een bijna gotisch ontworpen groene kaars, huisgemaakt.
Ook was er een tentoonstelling met aardgebonden kunstobjecten van Agnes Spruit, getiteld Rondedans met Moeder Aarde. Bijzonder fraai gebruikgemaakt van vilt en kienhout uit de moerassen afkomstig, tenminste, dat neem ik aan.


Een hier en daar zeer kreupele beschrijving op de website over deze expositie:


Expositie ’Rondedans met Moeder Aarde’ door viltkunstenares Agnes Spruit.
Bourtange heeft er een nieuw museum bij in het Nieuwe Kruithuis onder de noemer ’Kunst in het Kruithuis’. Viltkunstenares Agnes Spruit bijt het spits af met een levensgrote sculptuur van Moeder Aarde, en side works van vilt en ander natuurlijk materiaal. Een prachtig gedicht op wandkleden vertelt haar verhaal.
Volgens een beschrijving: de kunstenares laat haar grote liefde en haar, door mij gedeelde, zorgen om de natuur zien en daagt de bezoekers uit om gevoelens voor de natuur, milieu en duurzaamheid te delen met anderen via een boodschap bij het beeld.
De expositie stond eerder al in St. Petersburg - Rusland in opdracht van het Nederlands consulaat in het kader van een expositie over duurzaamheid en in het viltmuseum van Mouzon - Frankrijk. Agnes Spruit laat ook de reacties van bezoekers van die exposities zien. Speciaal voor deze expositie heeft zij ook nog een prachtig mysterieus lichtkunstwerk gemaakt over het Bourtanger Moor.
Aan een van de muren van het Nieuwe Kruithuis kunt u ook een indrukwekkende muur van zand bewonderen. Dit lakprofiel is in 1986 gemaakt van grondlagen zoals die zijn aangetroffen achter het Nieuwe Kruithuis.

Einde citaat.

 

Deze expo was, in elk geval voor mij, zeer de moeite van het bekijken waard.

Agnes ontpopte zich duidelijk als een zuster in het kwaad, getuige het op doeken geschreven fraaie gedicht over Moeder Aarde. U kent mijn eigen pleidooi.

Tijdens onze ronde over de vestingwallen, de zon was inmiddels fraai gaan schijnen, kreeg Erika het nog een beetje te kwaad met een lichte hoogtevrees. Gevoed door moeilijk begaanbare, iets te steile trappen. Gelukkig waren wij er als ridders in de nood. Ook moesten Rik & Erika natuurlijk ook nog even op het, boven de gracht gelegen, "schiethoes". Zoals het een goede toerist betaamt.
Wat wel vervelend was: tijdens een film in het filmhuis werden we door de beheerster gestoord ten faveure van Duits sprekende nonnen, of wij maar even wilden vertrekken. Buitengekomen werd het dorp, wij dus ook, overspoeld door een openbare, in de buitenlucht gehouden kerkdienst van de protestantse kerk aldaar.

Of dat nog niet erg genoeg was: ook de jeugd mocht, in een poging hen binnen de gelovige gemeenschap te houden, een partijtje meeblazen zodat ook nog eens een techno-Jezus het dorp a-muzikaal overspoelde. Gelukkig duurde het niet te lang zodat al weer vrij snel de rust terugkeerde in het dorp. Zoals dat hoort bij dorpen en vestingen. Maar toch een milde vorm van religieuze terreur. Ik ben benieuwd of iedereen ook zo blij geweest zou zijn als een moskee-omroeper zijn boodschap had verkondigd. Het hemd is nader dan de rok, zullen we maar zeggen.
De dag werd afgesloten met een bezoek aan The Four Roses, een in Groningen roemrucht Mexicaans restaurant, waar in ons geval de rucht ruimschoots de roem oversteeg. We moesten wel heel erg lang wachten, eerst op een tafel, terwijl ik toch gereserveerd had, later op het eten zelf. Okay, het was zaterdagavond en razend druk, maar toch. De kwaliteit van het eten was ruim voldoende, en Rik had inmiddels zo'n honger dat hij zelfs vergat "een foto te trekken" van de schotels. Twee en een half uur later kon ik de Bourgondiërs tevreden en volgegeten naar hun hotel toe brengen. Waarna ik thuis, liggend in mijn hangmat, onmiddellijk in slaap donderde.

 

Maandag, 03-07-2017

 

Het bezoek is weer vertrokken. Tegen de middag nog met hen naar het wassende water gekeken in Lauwersoog, Pantu gelijk weer de haven in achter de bal aan.

Dat was maar goed ook, want die had eerder een wel heel onsmakelijk plekje gevonden om in te gaan liggen rollen. Die stonk letterlijk een uur in de wind.
Nog even lekker uitwaaien met een stevige noordwestenwind en na een mooie lunch (tapas voor drie personen) terug naar de stad, nog even een glas fris en dan zuidwaarts richting België. Die stevige noordwestenwind werd door Rik een zuidoostenwind genoemd omdat de wind daarheen waaide. Rare jongens, die Belgen! Maar ik weet wel waarom hij dat zei, nu had hij de wind op de terugweg tenminste in de rug. Belgische logica! Hahaha.
Terug naar Koersel, daar wonen ze, dat is vier uur rijden als je het rustig aan doet en dat moest nu wel, want het was zondagmiddag. En daarom behoorlijk druk op de weg, boordevol mensen die doordeweeks niet durven rijden omdat het dan zo gevaarlijk is op de snelweg. U snapt zeker wel wanneer het pas écht gevaarlijk is op de snelweg. Precies!
Ondertussen kon ik rap terug naar mijn favoriete stekje, Pantu in haar mand en de rust keerde terug in mijn atelier. Want het was mooi dat ze er waren, altijd fijn om ze te zien en het is ook weer fijn als ik weer alleen ben. Want alleen, dan ben ik op mijn best. Goede reis, lieve mensen.


Met Wia gaat het ook goed, ze heeft een aantal dingen, waaronder de reserveset auto-sleutels, teruggevonden die tijdens de verhuizing waren verdwenen, én ze heeft goed geslapen. Dat zijn goede berichten dit eerste weekend in het nieuwe huis, ze redt het wel.
Binnenkort ook een keertje met haar naar Bourtange voor die expositie, heb ik met 'r afgesproken, dat kunnen we misschien koppelen aan een bezoekje Bunde, Duitsland voor wat boodschapppen. En die expositie wil ik heus nog wel een keertje zien, er een beetje meer aandacht en tijd dan afgelopen zaterdag aan besteden. Dat is het zeker waard.
We zullen zien, voorlopig nog druk genoeg, maar de spanning is er nu, gelukkig, wel af. Dat scheelt. Dan kunnen we weer gewoon aan het werk alsof er niets gebeurd is.
Want ook de tuin heeft nog wat aandacht nodig, de papyrus is er nog lang niet uit.

En in het najaar moeten er dan nieuwe struiken in. Wat voor soort, daar ga ik me vandaag maar eens mee bezig houden. Lekker scharrelen en rondneuzen in een tuincentrum, heerlijk!

 

Dinsdag, 04-07-2017

 

In een hoekje van mijn geest begint het zich weer te roeren. Het stukje Alex dat zich schilder noemt, wordt wat onrustig. Ik was nog bezig met een nieuwe opzet voor "L'Origine du monde" (de oude had ik overgewit, weet u nog wel?) Het wordt duidelijk, dat ik de vorm hiervoor nu wel gevonden heb. Belgische Erika kan er nog steeds niet anders dan besmuikt naar kijken, merkte ik eergisteren, schattig!
Of die reuring in mijn geest nu toevallig samenvalt met het oplossen van de druk van de verhuizing van de afgelopen dagen, ik denk het niet, eigenlijk. Ik geloofde immers niet in toeval?
Ik kan me weer beter op mijn eigen zaken concentreren, dat zal het zijn. In ieder geval voorzie en voorspel ik dat ik binnenkort het penseel weer ter hand ga nemen. En bij de term "voorzie" bekruipt mij de lust om zo'n belachelijk helderziendenprogramma van de tv op te bellen en af te wachten of zij dat nu ook kunnen "zien".
Ik weet wel zeker van niet, na goede observatie van die oplichterij blijkt dat zij de ant-woorden die ze zogenaamd geven, op slinkse wijze uit de slachtoffers zelf trekken. Dat is op zich wel een beetje knap, natuurlijk. Ik zie dat u de kwast ter hand neemt, klopt dat? Dat moeten ze wel zeggen in plaats van penselen, want anders zouden ze al weten dat ik schilderijen maak en geen kozijnen schilder. Ik doe het niet, maar de verleiding is groot. Niets is mooier dan bijgeloof werkelijk aan de kaak stellen.
Luister, ik ga niet ontkennen dat er meer communicatie tussen mensen mogelijk is dan wij nu beseffen, maar via de telefoon een niet bestaande toekomst van en voor iemand voorspellen, nou nee. Maar dat ligt niet zozeer aan het al dan niet hebben van een voorspellende gave van het medium, maar meer aan het feit dat een toekomst überhaupt niet bestaat. Het maximale effect van zo'n voorspelling zou een grote mate van waarschijnlijkheid zijn. Zoals u gerust kunt waarzeggen dat morgenvroeg de zon weer opkomt. Maar in het verleden behaalde rendementen zijn geen garantie voor de toekomst. Nee, natuurlijk niet. Want we weten niet wat er komen gaat. Niemand weet dat, zelfs ik niet. Juist ik niet!
Ik wist een kwartier geleden echt nog niet dat dit door mij in het zeer nabije verleden getypte stukje over de toekomst zou gaan. Ik weet nu nog niet eens wat ik over drie minuten ga schrijven. Dat bedenk ik ter plekke.
Meestal gaat dat goed, maar soms wil het voor geen meter. Soms raffel ik over de toetsen, dan weer moet ik zoeken naar woorden om op te kunnen schrijven wat ik u wil vertellen. Want het hier en nu is echt het enige moment dat u leeft, eerlijk waar. De rest is hoop, vrees en pure doodsangst. Ziedaar de ingrediënten die onze lieve heer heeft uitgevonden voor zijn nieuwe tv-programma: ik zie dat u bang voor mij bent, klopt dat?
Ik ben niet bang, ik vrees niet met groten vreze, ik weet namelijk waar de goden zich verstoppen. Waar ik verre van blijf. Zou u ook moeten doen. Want de verleiding wordt anders toch groot om dat programma van de heer der heerscharen te bellen, bidden noemen christenen dat. Maar heus, ook de goden zijn niet helderziend. Want zij bestaan in het verleden en dat bestaat ook al niet. Dat heeft bestaan.

 

Woensdag, 05-07-2017

 

Mien Toentje, zo luidde de titel van een van de beroemdste liedjes van Ede Staal, de enige Groningstalige zanger die ook landelijk forse bekendheid verwierf. De magie van zijn stem deed het grote werk, de mooie teksten de rest. En alhoewel het Staalse Gronings voor de rest van Nederland nauwelijks te verstaan was, lukte het hem toch de aandacht vast te houden. Zoals andere groten dat ook kunnen.

Zelfs al ken je geen Frans, dan nog is Gilbert Bécaud fantastisch om te horen. Nathalie en Et Maintenant kent nagenoeg iedereen, misschien niet van naam, maar dan zeker van vaak gehoord hebben.
En wat dacht je van Jacques Brel! Die is zelfs zo bijzonder dat maar weinig andere zangers/zangeressen nummers van hem willen of kunnen zingen. Onze eigen Liesbeth List kon het, haar vertolking van Bruxelles is onnavolgbaar. Maar zijn eigen versie is toch het allermooist.
Slechts zelden zijn vertolkingen van anderen beter dan de originelen. Maar het komt voor. She Came In Through The Bathroom Window van Joe Cocker is er zo een. Okay, Joe gooide dan ook wel een heel speciaal sausje over dit prachtige Beatle-nummer heen. Je hoort niet elke dag een Britse trol een mooi lied zingen. Maar ja, ook al dood.

We hebben er een hoop zien gaan, de laatste tijd. Dat is natuurlijk ook wel logisch omdat heel veel van die namen stammen uit de revolutionaire jaren waarin de bluesmuziek via Rock & Roll resulteerde in wereldbrede popmuziek. In welke jaren ik ook grootgebracht werd. Of liever: waarin ik mijzelf opvoedde.

Met wisselend succes, dat wel. Toch is het met mij uiteindelijk nog wel een beetje goedgekomen. Met vallen en opstaan. U leest het resultaat op dit eigenste moment.
Via opstandige puber met, toen ook al, een forse hekel aan de arrogantie van de bezittende klasse, ben ik uitgegroeid tot iemand, die in ieder geval weet waar hij over praat. Want als ik het niet weet, praat ik niet. En als ik het fout heb, word ik gaarne gecorrigeerd. Wel met argumenten, a.u.b.! Anders telt het niet.
Ik kwam hierop (op dit hele verhaal) omdat ik gistermiddag samen met een bovenbuur-man tekeer ben gegaan in mien toentje (mijn tuin.) Had ik maandag al aan u gemeld, dat dat moest. Roppen en scheuren om die plant er uit te krijgen, zwaar werk. Maar met z'n tweeën veel gemakkelijker. Zoals veel met z'n beiden gemakkelijker is. Ja, ook dat, ja!
Toch, als je de zeventig nadert, is het allemaal niet zo'n ramp als dat laatste niet zo goed meer lukt. Dan kan je toch vrij snel alles weer relativeren om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat je het aan het eind toch ook alleen moet doen. Iemand anders moet dan maar voor mijn tuintje zorgen, ben ik ervan af.

Uitgeschilderd, uitgeschreven, uitgeademd, uitgevreeën.

Vertrokken voor de laatste keer, begeleid door Ede's "Twijde Perron".

 

Donderdag, 06-07-2017

 

Alweer woensdag geweest. De woensdag is voor mij de enig herkenbare dag, omdat ik dan mijn pillendoosje opnieuw moet vullen. 's Morgens vijf, 's middags vier pilletjes om het karretje rijdend te houden. Door dit zichzelf steeds herhalende wekelijkse ritueel word ik extra bewust van het verstrijken van de tijd. Iets waar ik me vroeger hartstochtelijk tegen verzette. Niet tegen het verstrijken, tegen de bewustwording daarvan.
Levend van zonsopgang naar zonsopgang heb ik een redelijk deel van mijn bestaan geleefd zonder afspraken en andersoortige maatschappelijke verplichtingen. Ik vond het heerlijk. Niet gehinderd door een, mezelf opgelegde, verplichting deel uit te moeten maken van welke maatschappij dan ook. Die uitsluitend bestaat bij de gratie van de mensen die eraan meewerken, niet andersom.
Ik ben wel sociaal als ik zelf daarvoor kies, niet omdat het moet. Ik bestrijd niet de armoede, ik sta op de barricaden tegen onrechtvaardigheid. Ik bestrijd niet de gelovigen, ik bevecht de instituten. Pleisters plakken is handig, tijdelijk, maar lost niets op. Mensen eten geven is mooi, het kapitalisme dwarszitten is mooier. Eten is er genoeg, immers! Het wordt alleen onrechtvaardig verdeeld door diegenen die volkomen ten onrechte menen dat al dat eten van hun is.
Er zijn niet veel medestanders te vinden voor deze benadering, eerlijk gezegd.

Iets wat mij hogelijk verbaast. Juist al die mensen die zich laten voorstaan op hun hogere status als mens ten opzichte van het dierenrijk, ingegeven door een valse voorstelling van zaken als zou de Aarde van hun zijn, zouden zich bij mij moeten aansluiten. Ware het niet dat juist zij die lieden zijn, die al dat eten als eigendom beschouwen, die deze schandelijke fout maken. Die ook vooraan staan om de eerste steen te werpen naar eenieder die daar iets van zegt. Ik weet het, ik heb dit vaker, maar dan met andere woorden, betoogd. Maar wat mij betreft, kan dat niet vaak genoeg. Tot het niet meer hoeft.
Dat heet idealisme. De grote vijand van alles wat behoudend is.
Zoals D66 zichzelf overbodig wil maken in hun streven de perfecte democratie te creëren. Hetgeen onmogelijk is en dus vertellen ook zij hun verhaal steeds opnieuw. Het gevaar is dan natuurlijk dat je als D66'er uiteindelijk de zeurkous van de democratie wordt genoemd. Dan luistert niemand meer naar je.

Maar als dat dan zo moet, dan moet dat maar. Ze hebben in ieder geval hun best gedaan. Beter dan best bestaat immers niet?
Mocht ik ooit de geschiedenis ingaan als de onuitstaanbare drammer van de sociale onrechtvaardigheid, dan zal ik trots zijn. Heb ik in ieder geval sommigen geraakt met mijn betogen. Als enkelen van die sommigen dan de fakkel van mij over zouden willen nemen, graag zelfs. Want een strijd als de mijne is een estafette-marathonloop die een grote geestelijke conditie vergt met een vastberaden koppigheid. Mijn zegen hebt u alvast.

 

Vrijdag, 07-07-2017

 

Ik heb een dode buurman. Het was al een beetje een wrak exemplaar, afkomstig uit de volkswijk waar de FC Groningen (voorheen GVAV) het stadion had staan. "Oosterpaark", zeggen ze hier in "Stad". Met de klemtoon op paark.

Vanaf zijn twaalfde had de jongen al aan het bier gezeten, in die wijk niet ongebruikelijk, en dat was in zijn hoogtijdagen niet alleen bij bier gebleven. Ook niet bij eentje! Tevens had hij, waarschijnlijk door geldgebrek aangespoord, wel eens wat illegale, dan wel moeilijke dingen gedaan zodat ook de dienaren van de wet op de hoogte waren van zijn alcoholische bestaan. Daarbij rookte hij als een schoorsteen, dus zijn dagen waren welge-vuld en ook geteld.
Hij is bij mij onsterfelijk geworden omdat hij mij, bij de eerste ontmoeting die ik met hem en zijn begeleider had, uitdrukkelijk had gevraagd of het een lawaaiige portiek was. Van mijn ontkennend antwoord werd hij erg blij. Ik natuurlijk ook omdat ik er door zijn vraag van uitging dat hij een rustige nieuwe bewoner zou worden. Niets is zo fijn als een buurman die je niet hoort.
Daar had ik buiten de waard gerekend, een treffender uitdrukking kan je in dit verband niet hebben, want na een dag of tien donderde de soul opeens door de flat. Bij navraag bleek, nadat wij hem met z'n allen op die herrie hadden aangesproken, dat hij een over-leden broer als smoes gebruikte om zowel zijn lever, alsook zijn versterker te pijnigen.
Een van zijn lievelingsnummers was Try a Little Tenderness van Otis Redding. Ik geef toe, er is lelijker muziek om troost bij te zoeken en waarschijnlijk voelde hij zich door die ene mooie korte zin aangesproken. Ik maak me sterk dat dat ook de enige zin was waarvan hij de betekenis kende.
Later ben ik nog wel eens met die jongen op stap geweest, naar Schiphol, of zo maar een rondje door de provincie met een gebakken visje in Termunterzijl, gewoon uit mede-menselijkheid. Hij had een zuster die bijna nooit langskwam, en een moeder in slechte staat in een verzorgingstehuis. Dat kwam ik op dat soort tochtjes nog wel van hem te weten, maar duidelijk was wel, dat het een eenzame, zwakke broeder was en dat ook zou blijven. Die duidelijk niet sterk genoeg was om van de alcoholische troost af te blijven. Later kwamen daar ook nog laat-in-de-avond-koeriers op scootertjes bij, als hij tenminste geld had. Die brachten heus geen pilsjes! Gelukkig was hij toen al wel getemd qua muziekvolume, dat scheelde.
Een maand of drie, vier terug was hij al een keertje door de brandweer in een deplorabele staat uit zijn huis gehaald, dat moest via een achterraam op twee hoog, om opgelapt te worden in het nabije ziekenhuis. Een week of drie geleden kwam hij, schijnbaar opgeknapt en zeker een tiental kilo’s lichter, weer terug. Ook was hij weer goed aanspreekbaar geworden, daar mankeerde het de laatste tijd behoorlijk aan.
Nu, achteraf, blijkt dat hij eigenlijk terug naar huis gestuurd was om dood te gaan.

Het was zijn laatste opflakkering, zoals je dat vaker ziet bij mensen die bijna de pijp uit gaan. Geen kwade bedoelingen van de instanties, hij wou dat zelf.

Bleek later. Dus teruggestuurd is eigenlijk het foute woord. Mea culpa.
Hij kreeg een paar keer per dag nog bezoek van iemand van de thuiszorg en woensdag-avond is hij door een van hen gevonden. Als er ooit iemand uit zijn lijden is verlost, is het mijn buurman wel.
Eigenlijk ben ik een beetje blij voor hem. Hij had op deze aardbol niets meer te doen. Een heel klein beetje "tederheid proberen" kan ik voor hem dan ook gemakkelijk opbrengen. Ik ga niet naar zijn begrafenis, ik heb daar niets te zoeken en hij eigenlijk ook niet. Hij is bij zijn Eeuwige Kastelein, waar hij altijd op de lat mag schrijven.

Want in zijn hemel is HGG gratis. Voor de term HGG: lees de verhalen van Adriaan en Olivier. Door Leonard Huizinga op schrift gesteld. Ook dood.

 

Zaterdag, 08-07-2017

 

Wia had een mooie, lange, ongestoorde nacht gehad van donderdag op vrijdag. Dat was extra mooi omdat de wasmachine nog niet op z'n plaats stond, de KPN dacht dat een abonnee wel rustig een maand zonder internet kon en er een oudere zuster van haar overleden man op bezoek was. Overgekomen uit Engeland.
Toch maakte dit alles haar gelukkig niet meer zo van streek als voorheen. Dat duidt op een behoorlijke vooruitgang.
Samen hebben we donderdagmiddag wat boodschappen gedaan bij de Zweedse interieurgroothandel om wat noodzakelijke aankopen te doen voor in het nieuwe appartement. Een wastafelkastje, bijvoorbeeld, hoort tot de dingen die je daar rustig kunt kopen. Als je dan de beschikking hebt over een vriend met twee rechterhanden (jawel, ik!) die dat onding wel even voor je in elkaar zet, houdt niets je nog tegen. Dan staat er in no time een bergplaatsje voor waspoeder en wasmachinelevensverlengende middelen onder die wastafel.
Wasmachines leven langer met Cal.... ja, ja, u hoort de riedel al in uw hoofd. Kun je nagaan hoe indoctrinerend een voortdurende herhaling kan zijn. Maar dat terzijde.
Wasmachinelevensverlengende, dat is toch wel een heel mooi woord voor Scrabble, dacht ik zo. Wordfeud heet dat tegenwoordig op de smartphone, gratis te downloaden. Kost je wel veel tijd op die toch al veel te dure telefoons.
Ik heb even zo'n apparaat gehad, maar wist niet hoe snel ik dat ding weer moest lozen. Heb hem maar weggegeven aan Yessica, mijn aangenomen pleegkleindochter in Kaag. Die hem vast al verkocht heeft, hahaha! Ben eigenlijk wel benieuwd hoe het met haar gaat. Soms spiek ik wel even stiekem op haar Fb-pagina en zie dan dat ze nog steeds alive and kickin' is. Dat is toch fijn als je een gezamenlijk verhaaltje hebt. En meer ook niet, stelt u zich er niets bij voor.
Het verhaaltje samen was een protestdemonstratie tegen TTIP, een handelsverdrag tussen Europa en de USA dat de Europese milieuregelgeving behoorlijk onderuit zou halen ten faveure van de grootverdienviespeuken.
Daar was ik heengegaan, maar op station Schiphol kon ik zo snel de trein naar Amsterdam niet vinden. Ik moet wel behoorlijk radeloos gekeken hebben, want uit het niets kwam Yessica mij daar even helpen, mij, domme boer uit Groningen. We zijn de hele dag bij elkaar gebleven, ik heb haar op een mooie lunch getrakteerd (zij had overduidelijk niets te makken, financieel gezien) en later hebben we nog een paar maal contact gehad. Het was voor mij een dankbaar slachtoffer om te verwennen en toen zij eenmaal doorhad dat er geen andere bedoelingen achter staken, is ze zelfs nog een keertje in Groningen geweest. Wat erg gezellig was. Natuurlijk verwatert zoiets ook weer, te ver weg en te anders qua omgeving, maar het was een leuke ervaring. Dat zij voor mij ook een muze was, dat kon Yessica niet bevroeden. Uiteindelijk heb ik een heel mooi profielportret van haar gemaakt. Mensen die haar kenden, zagen direkt dat zij het was op dat doek. Daar was ik heel blij mee. Zelf heeft ze een heel goede kopie gekregen, het origineel is nog steeds in mijn bezit. En heet: Yessi of the waves, Ariel returns.
Is ook niet te koop. Zo is dat!
Het wastafelkastje staat inmiddels op z'n plek. Een nuttige dag.

 

Zondag, 09-07-2017

 

Ik zou u graag even willen vervelen met de zoveelste verhandeling over grote, heel grote en enorme zaken, geobsedeerd als ik ben door het fenomeen tijd. Maar ik zal dat niet doen. Ik zal het u besparen. Wel wil ik u vertellen hoe het een en ander in mijn jeugd is begonnen. Want deze obsessie over tijd heb ik mijn hele bewuste leven al met mij mee-gesleept. Als zevenjarige al sloopte ik oude wekkers om te zien hoe die tijd werkte, nog compleet onwetend.

Geen idee hoe ik toentertijd aan die wekkers ben gekomen, echt niet. Maar zo begon het. Je haalde als kind zo'n ding uit elkaar en probeerde hem ook weer in elkaar te zetten. Dat lukte af en toe, meestal niet. En eenmaal (ik was een jaar of elf, schat ik) sprong dat uurwerk door een te strak opgewonden veer met een knal uiteen. Ik zal dat nooit vergeten, zelfs de kleur van de wekker kan ik me nog herinneren. Koper met twee enorme bellen bovenop.
Want zoals Newton door een stom incident met een appel een glimp van inzicht kreeg in het nog niet beschreven fenomeen zwaartekracht, zo begreep ik opeens in een flits dat precies dat, waarnaar ik gezocht had, me zojuist was geopenbaard.

Ik had het verschil tussen een klok en de tijd ontdekt. Nog zonder dat ik de termen daarvoor had geleerd.
De rest van mijn jeugd heb ik doorgebracht in bibliotheken bij de encyclopedieën.

De ency die we thuis hadden, aan de deur door colporteurs toentertijd enthousiast verkocht op afbetaling, was al snel door mij kapotgelezen. Oorzaak en consequentie, spanningsveld en ontspanning, energie en schepping, micro en macro. De rest was kinderspel. Zoals het ook was begonnen. Soms gaat dat zo.
Vanaf dat moment volg ik elke populaire tv-serie over het heelal, de kosmos, zwarte gaten en quasars. Tot de dag van vandaag. Zelfs een gegeven als "the folded universe' klinkt mij tegenwoordig soepeltjes in de oren. Laat staan termen als kwantumtheorie en constante van Planck. Jaja, ik scherm wat af met dure termen.
Zodoende kreeg ik, domweg door mijn nieuwsgierigheid te volgen, inzicht in de grootste raadsels van ons bestaan. Dank zij allerlei mensen die zich, net als ik, al dan niet professioneel geïnteresseerd hebben voor dit grote wonder.
Maar nu kom ik zo langzamerhand voor keuzes te staan.
Ben ik een wetenschapper die schildert, een schilder die een dagboek en gedichten schrijft of een poëet met een meer dan normale belangstelling voor de tijd en het universum? Wie het weet, mag het zeggen.
Wat ik inmiddels wel geleerd heb: het heelal is een immens grote koperkleurige wekker met twee enorme bellen waarvan de veer niet te strak is opgewonden. Hopelijk. Anders is de Big Bang die daarop volgt, niet te overzien.

 

 

Maandag, 10-07-2017

 

Jacques, mijn hooggewaardeerde corrector, die zich ooit bij mij geïntroduceerd had met een reep pure chocolade, heeft, om zijn zinnen wat te verzetten na de werkweken, ooit een stacaravan op een Drentse camping aangeschaft. Ver verwijderd van stadse herrie en baangerelateerde verwikkelingen poogt hij zo een beetje energie bij te tanken. Wat meestal wel lukt.
Nu had ik in mijn stadstuin twee jonge bomen staan die er toch uit moesten vanwege het opruimen van de papyrus, die daar alles dreigde te overwoekeren. Of hij er belang bij had. Nou graag! De een was een Japanse Esdoorn met mooie, rode fijnvertakte bladeren en de ander een Himalayapalm, sterk en goed bestand tegen niet al te strenge vorst. Dus ik er eergisteren (zaterdag) heen, hij zou daar dan zijn met zijn jongste dochter na een bezoekje aan Bunde. Beetje boodschappen doen, tanken en koffie met gebak eten. Altijd leuk en maar kort verwijderd van de stad Groningen. Maar de meest doorslaggevende reden is toch wel dat gebak daar bij de koffie in Duitsland. Heerlijk!
Op naar de camping met de boompjes achterin. Om daar te komen moest ik via Assen-Noord en daar raakte ik al snel de weg totaal kwijt door de al jaren durende ellende bij het station aldaar. Van bewegwijzering hebben ze in Assen echt geen kaas gegeten. Nog erger dan in België. En dat zegt wat.
Via codeletters werd ik rondgeleid naar plaatsen waar ik helemaal niet heen wilde, via wegen waar niemand aan wil wonen, laat staan er begraven wil worden. Wat een zootje! Het blijft turf, jenever en achterdocht daar, in die verder beeldschone provincie.
Uiteindelijk is het me toch gelukt de camping te vinden en werden de boompjes met een kar naar de bestemming gebracht. Mooi achteraan in alle rust. Zijn dochter was een heerlijke snater, die na een minuutje of vijf al had ingeschat dat ik totaal ongevaarlijk was, vervolgens stapje voor stapje vrijmoediger werd. Dat is erg leuk om mee te maken. Jacques zat er apetrots bij te glunderen.

Wat later zijn we in het campingrestaurant wat wezen eten, pilsje voor Jacques, ice-tea voor de dochter en ik braaf aan het water. Het was prima, de gerechten een ruime voldoende en de dochter niet stil te krijgen. Vejukkejuk! Oftewel, in haar taaltje: vet lekker.

 

Dinsdag, 11-07-2017

 

L.S.
In navolging van de heere der heerscharen heb ik afgelopen zondag ook maar een rustdag genomen. Nu had hij een geheel universum geschapen in zes dagen, dus een beetje bijkomen kon voor hem geen kwaad. Verder moest hij diezelfde week ook nog eens de strijd aangaan met een aantal andere goden.
Om te beginnen ene Allah in het nabije Oosten, die zich aan hem spiegelde. Een soort alter ego, zeg maar. Verder een aantal goden en godinnen onder aanvoering van Zeus op de Olympus, een imposante berg in Griekenland. Die rare Romeinen aan de overkant van de Adriatische Zee hadden zo hun eigen zootje ongeregeld geregeld. Alhoewel de heere dat latere Italiaanse volkje er ernstig van verdacht gewoon andere namen te hebben gegeven aan die gasten op die Griekse berg. Het blijven latino’s, immers.

Dan had je Vishnu in India ook nog, samen met zijn maatjes Brahma en Shiva. Verder had je er op de overzeese gebiedsdelen nog een aantal, die door de Azteken aanbeden werden maar dat was zo ver weg, daar hoefde hij niet expliciet aandacht aan te schenken, dat loste zichzelf wel op. En de eeuwige jachtvelden voor de Noord-Amerikaanse Indianen werden netjes begraasd en kort gehouden door de miljoenen bizons die hij daar neergezet had, ook daar had hij geen omkijken naar.

Keurig geregeld!
De enigen die wel behoorlijk dwars lagen, waren die gasten uit Noord-Europa, waarvan Thor wel de ergste was. Dat was het moeilijk opvoedbare zoontje van Odin, de baas daar in Scandinavië.
Die - dat zoontje - had een zeer forse hamer waarmee hij behoorlijk kon uithalen.

En hoewel Donar (dat was de roepnaam van Thor) die hamer meestal gebruikte om reuzen te doden, samen met zijn vriendje Loki, was zoonlief toch wel een behoorlijke lastpost. Duidelijk ADHD.

Alles wat die gast vernielde, moest toch maar weer gerepareerd worden. Zonder een verzekering die dat wilde dekken.
En de heere had het toch al zo druk. Miljoenen soorten planten en dieren vroegen zijn aandacht, bergen, zeeën, binnenmeren, de Hoornseplas, het hield niet op.
Gelukkig was hij niet 100% almachtig. Daardoor ontdekte hij dat er eigenlijk een soort bedrijfsleider op deze nieuwe Aarde nodig was. Voor de gewone klusjes, zeg maar.

Zo gedacht, zo gedaan en Adam was een feit. Dat is natuurlijk leuk als je een schepper bent, je hoeft het maar te bedenken en hopla.... het is volbracht. Maar toch, eind van de week, even uitpuffen. Oh ja, nog één dingetje vergeten, hij moest natuurlijk nog wel een eigen naam hebben. Anders zouden ze daar beneden niet weten hoe ze hem moesten aanspreken. Tenminste, als die Adam zich een beetje van zijn taak kweet in dat paradijs met zijn Eva, om die pas gemaakte wereld te bevolken.
De heere wilde zijn naam toch eigenlijk ook wel met een hoofdletter geschreven zien worden, net als die andere goden. Alsof hij minder zou zijn! Een beetje ijdelheid was hem ook niet vreemd, moest hij bekennen.
Nog eventjes peinzen....ja hoor, hij had wat bedacht. Het moest maar Jahweh worden. Ik ben wie ik ben, vrij vertaald, daar kon geen logicus tegenop. Dat vond hij een wel mooie naam, bijna een titel, dan hadden ze ook nog wat om na te denken daar beneden.

 

2017 (ikzelf, heden)

 

...en daar begint het toch wel erg op mijn eigen werk te lijken. Ook ik bedenk iets, paar daagjes werken (soms iets langer) en jawel hoor, ook deze mens heeft iets geschapen. Dat is toch wel mooi, feitelijk zijn de heere en ik dus gewoon collega's.

Of collegae, daar wil ik afwezen. Ook ik bedenk mooie namen voor mijn schilderijen, gedichten en internetaccounts zodat de toeschouwers iets te denken hebben. Daar kan de heere zelfs niet tegenop.
Deze cynicus groet u. Ga heen in vrede.

En doe als Adam.

 

Woensdag, 12-07-2017

 

Het is vakantie. Zeker een derde van de mensen in mijn leefomgeving heeft huis en haard al verlaten om duizenden euro's te gaan spenderen aan reis en verblijf in Zuid-Frankrijk, Italië, Spanje of Portugal. Of zo mogelijk nog verder. Griekenland, Turkije, sommigen zelfs Indonesië. Terwijl het nog niet eens echt schoolvakantie is. Dan gaan er nog veel meer.
Voor mij zijn nu de stilste weken van het jaar aangebroken. Anderhalve maand heerlijke rust. De studenten, notoire lawaaimakers, zijn allemaal afgereisd. Eerst naar huis, de was inleveren, geld bietsen en dan naar een vreselijk zuidelijk oord aan zee. Waar ze met z'n allen weer bij elkaar zijn, een paar duizend kilometer verderop.

En waar enthousiast gewerkt wordt aan het nageslacht. Of in ieder geval goed geoefend.
Waarom we met z'n allen als trekvogels die kant op reizen, is niet geheel en al onduidelijk. Dat de ontstaansgeschiedenis van de West-Europese mens daar te vinden is (de grotten van Lascaux!) is zeker wel een punt. Dat mensen daar, zogenaamd onbewust, weer heen trekken is, voor mij dan ook niet zo'n groot wonder. Er is meer verborgen in de mensengeest dan menigeen vermoedt. Veel daarover kunt u opzoeken in het werk van Carl Gustav Jung, een begenadigd leerling van ons aller Freud.
Na de studenten gaan de piepjonge gezinnen alvast, voordat de families met iets oudere kinderen roet in het eten gooien en de beste plekken bezetten op de familiecamping. Opvallend is wel dat de grootste lawaaimakers ook altijd als eersten vertrokken zijn. Of misschien valt dat mij alleen op. De conclusies laat ik aan u.
Maar één ding is pas echt duidelijk: hun vakantie is eigenlijk mijn vakantie. Ik heb de rust waar zij naar op zoek zijn, maar ik kan mijn centen in de zak houden, er iets moois van kopen. Of mijn tekorten als gevolg van vier-en-een-half jaar neoliberaal beleid wegwerken. Want van de patsers moeten we het niet hebben, zoveel is duidelijk in dit hebberige landje. Maar ik ben niet jaloers, zoals onze VVD-MP dat toch wel graag en iets te nadrukkelijk betoogt. Op de heel rijken hoef je immers niet jaloers te zijn.
De door hen getoonde geestelijke armoe om alleen maar tevreden te zijn met meer, steeds meer, is tekenend voor de rijkste klasse. Ze gaan naar concerten, maar ze snappen niets van muziek. Ze kopen dure kunst en begrijpen de essentie niet eens.

Ze rijden dure wagens en kunnen die dingen nauwelijks op de weg houden.

Ook zie je ze met camera's van vele duizenden euro's rondzeulen, maar ik maak me sterk dat er nooit een goede foto uitkomt. Uitzonderingen daargelaten.

Nee, daar hoef je zeker niet jaloers op te zijn.

Zolang je fatsoenlijk onderdak hebt, wat kleding en genoeg te eten, is er niets aan de hand. De rest is luxe. En als je je dan ook nog zo'n leuk hondje als Pantu kunt permitteren en zes weken rust voor de boeg verwacht...
Sssst! Ik heb vakantie. Pantoufle ook!

 

Donderdag, 13-07-2017

 

Je hebt twee soorten vrouwen. De ene soort met, de andere zonder magneet aan de kont. Anders dan de oppervlakkige lezer zou denken, bedoel ik dat niet seksistisch en heeft dat al helemaal niets met het uiterlijk te maken. Een pondje meer is net zo onbelangrijk als een pondje minder, als je als vrouw met die magneet gezegend bent.
De magneetvrouwen hoeven er geen moeite voor te doen om de mannelijke aandacht vast te houden, sterker nog, als ze dat wel doen, vallen ze door de figuurlijke mand.
Zoals bijna alle hockeysters en volleybalsters die magneet wel hebben, hebben bijna alle korfbalsters hem niet. Die vallen niet door de mand, die gooien er een bal doorheen. In een braaf, van oorsprong Zweeds (Ringboll) spelletje, waarin mannen en vrouwen in hetzelfde team met dezelfde sport bezig zijn.
Het is niet voor niets dat dit spel weigert zich verder uit te breiden buiten de Lage Landen. Dat is logisch, want net als voor meer van dit soort initiatieven geldt ook hier: de bedoeling is goed, maar de uitwerking deugt niet.

Er wordt namelijk voorbijgegaan aan die eigenschap, die ervoor zorgt dat de soort in stand gehouden wordt. De leg. Helaas hebben we elkaar daarvoor hard nodig en dat uit zich nu eenmaal in een totaal ander spel. We hebben daarom vrouwelijke én mannelijke spel-letjes. Om naar elkaar te kijken. Sommige daarvan lenen zich natuurlijk best om door beide seksen te worden gespeeld, met andere resultaten weliswaar, maar tegelijkertijd? In hetzelfde team? Gemengd dubbel bij tennissen? Is niet om aan te zien.
Veel vrouwen mogen een voetbalwedstrijd graag zien, niet om het spel maar om de mooie afgetrainde kerels die zich daar op dat veld lopen uit te sloven.
Heel veel mannen daarentegen hebben met erg veel plezier de Nederlandse zaalhandbal-vrouwen in actie gezien, de afgelopen jaren. Of de Oranje-voetbaldames. Maar wel met totaal andere oogjes dan dat ze naar Ajax-Faaienoort keken.
Vooral ene Rafael van der Vaart keek met meer dan gewone belangstelling naar top-zaalhandbalschutter Estevana Polman. Met als gevolg dat ze nu geen Polman meer heet, maar moeder. Missie geslaagd! Uiteindelijk moet de hom wel bij de kuit, toch? Dat blijft het ultieme hoofddoel van al deze strapatsen.
Nu zullen de magneten daar geen moeite mee hebben, die hebben de zaadlozingen voor het opscheppen, maar de magneetloze meisjes zullen wat meer moeite moeten doen. Andere oplossingen moeten zoeken. Die vinden ze altijd, getuige het grote aantal kinderen dat zij voortbrengen. Sinds enige tijd alweer ben ik erachter hoe zij dat doen!!!???

Ze doen alsof ze dom zijn.
Vlak voor het doelpunt op de tv voor het beeld langslopen. Jawel, zeg het maar, hoeveel van jullie, mannen, hebben dat al niet meegemaakt? Daarom acteren ze alsof ze er geen verstand van hebben of willen hebben. Ze willen in beeld, daar gaat het om, ze moeten gezien worden. Geen magneet, dan maar een trucje.
Wat dacht u van hulpeloos de armen ten hemel heffen, als ze midden op een ingewikkeld kruispunt met het autootje stilstaan! Al het andere verkeer blokkerend! Nee, dat is geen dommigheid, dat is calculatie. Je weet immers nooit of er niet een ridder met een wit paard, lees: veel witte paardekrachten, lees: witte patserbak, tevoorschijn komt, om haar uit de nood te helpen.
En wat dacht u van het speels en per ongeluk tegen de benen aanrijden met het winkelwagentje, o, sorry, ik zag u niet. Ja, hahaha, ze bedoelt, u zag mij niet. En daar doe ik wat aan.
Wat ook een heel mooie in de supermarkt is: staan kletsen op een kruispunt met elkaar. Vooral dertigplussers en vroege veertigers zie je dit doen. Vanuit vier richtingen zijn er vier kansen, toch?
Laatst had ik nog zo'n gevalletje bij de kassa van onze nationale grootgrutter.

Een vrouw voor mij had haar karretje niet voor haar, maar achter haar gepositioneerd. Zeer ergerlijk omdat ze zo de hele zaak ophield (er stond een lange rij) en de lopende band niet alvast kon laten vullen door de volgende klant. Dat was ik, helaas.
Vroeger zou ik kwaad geworden zijn, maar nu heb ik het door. Dat was immers de bedoe-ling. Ze moest toch gezien worden? Nou, dat heeft ze geweten.
Toen ik er heel beleefd iets van zei - dat kan ik heel goed als ik dat wil - antwoordde ze bits: "Meneer, ik hou er niet van als mensen zo dicht op mij staan". Alsof ik geen karretje voor mij had, ik bedoel maar.
Mijn antwoord was dan ook dodelijk. "Mevrouw, u mocht willen dat er nog iemand zo dicht op u zou willen staan!" Ik kon nog net het applaus niet horen van de anderen in de rij, en mevrouw was tot op het bot vernederd. Die bedenkt zich wel twee keer voor ze weer zoiets flikt.
Zo zie je maar weer wat voor geniale antwoorden je kunt bedenken met een klein beetje inzicht. Mevrouw zal uiteindelijk wel mannenhaatster worden, mede door mijn voortref-felijke reactie. Als ze dat niet al was.

 

Mea culpa, mea maxima culpa. Met trots! En zonder bescheidenheid.

 

Vrijdag, 14-07-2017

 

Naast ergerlijke situaties als midden op kruispunten staande autootjes en vervelende oude vrouwen in de rij bij de supermarkt, levert het vrouwenspel op jacht naar een partner natuurlijk ook fantastische momenten op, getuige het volgende voorval.
Het was nog in de oude dierentuin van Emmen, ik was aan het kijken en filmen hoe de robben gevoerd werden. In dit geval door een zeer fraaie, jonge dierenverzorgster.

Dat fraaie kon de robben niet schelen, die waren uitsluitend in de hun toegeworpen vissen geïnteresseerd. Enkele reigers lieten zich de gelegenheid ook niet door de snavel boren om zo'n gemakkelijk visje mee te kunnen snaaien, kortom, actie genoeg.
Het meisje zag dat ik aan het filmen was, ik kreeg een mooi glimlachje en even later was het voeren voorbij. Toen, op het moment dat ze zich van mij wegdraaide om naar de volgende halte te gaan, maakte ze met haar rechterhand dat oervrouwelijke gebaar waarmee ze zich vergewiste of haar spijkerbroek wel goed genoeg over haar fraaie kontje gedrapeerd zat. Dat zat ie! En dat was het!
Helaas ben ik het filmpje in de loop der jaren kwijtgeraakt, u zult me dus op mijn woord moeten geloven. U houdt het tegoed, mocht ik toch nog ergens een kopie vinden. Maar alleen al het feit dat ik het zag én onthouden heb, al die jaren, zegt toch al genoeg. Het meisje zal hoogstwaarschijnlijk allang getrouwd zijn, ze was er eentje met magneet. Maar daar ging het mij natuurlijk helemaal niet om.

Uit: Aanwijzingen hoe en wanneer een vrouw zich flirterig gedraagt, een stuk of zestien tips. En dit is de negende tip: Kijk naar haar benen. Vaak zal een geïnteresseerde vrouw haar benen kruisen. Het is vooral een goed teken als haar bovenste been naar jou gericht is. Als ze je aandacht nog meer op haar benen wil richten, zal ze misschien ook even met haar hand over haar dij strelen of haar broek even met de vingers glad strijken.

 

Hele studies zijn eraan gewijd, dit is maar een van de vele artikelen op het internet die allemaal lijsten vol van dit soort tips bevatten.

De Amsterdamse fotograaf Ed van der Elsken (1925 - 1990)(RIP) heeft vele fotoseries gemaakt van hoofdstedelijke schonen, bezig met al deze bovengenoemde zaken.

Zijn beroemdste afbeelding is wel die, waar drie beauties een straat oversteken in kleurige jurkjes. Alle drie om in te bijten.
Ook ik heb nog een originele foto van Ed (vermoedelijk!), techniek en beeldtaal wijzen sterk in die richting. Honderd procent zeker ben ik niet, helaas is de foto niet gesigneerd.
Ach, door de eeuwen heen zijn allerlei soorten kunstenaars op dit fenomeen gedoken, van Milo met zijn Venus naar Sandro Botticelli met de geboorte van dezelfde godin, via Niki de Saint Phalle's met haar Nana's naar mijzelf. Met Ariel returns. Dat schilderij kunt u op
www.alex-zen.nl vinden. Ik weet wel wat die lieden bezielde. U ook?

 

Zaterdag, 15-07-2017

 

Omdat buuv een paar dagen niet zo lekker was geweest, er was zelfs een ambulance aan te pas gekomen, heb ik even voor haar gekookt. Gelukkig kan ze wel eten als ze zo'n aanval krijgt, dat is voor haar fijn en geeft mij de gelegenheid om weer een beetje te genieten van het koken voor iemand anders. De eerste dag (dinsdag) had ik spaghetti bolognese voor haar alleen gemaakt, dochterlief had al gegeten, en woensdag een heerlijke penne met spinazie à la crème, parmezaanse kaas en een mooie omelet voor hen beiden. De spinazie nog aangevuld met reepjes kruidig rundergehakt, knapperig gebakken. Jammie.
Dat alles geserveerd in een mooie glazen schaal met een paar plakjes tomaat erbovenop en de Italiaanse vlag was ook weer aanwezig. Wat die Italianen erg graag doen, hun nationale driekleur verwerken in de maaltijden. Ik maak me zelfs sterk dat ze het er om doen, dat die driekleur gewoon van hun eten afkomstig is. Niks geen heldhaftige heraldiek of zo.
Terug: aangezien ik die bolognese niet in een kleine hoeveelheid kon maken, mocht ook Wia ervan profiteren. En ikzelf, zei de gek.

Hetgeen wel een heel bijzondere uitdrukking is. Alsof je gestoord moet zijn als je het over jezelf wilt hebben. De Nederlandse neiging om vooral niet trots te zijn op jezelf en wat je presteert, wordt door buitenlanders altijd als zeer bevreemdend ervaren.
Ik denk dat het gerechtvaardigd is om Luther en Calvijn daarvan de schuld te geven. Twee mannen die meer slachtoffers op hun geweten hebben dan menig dictator, is mijn per-soonlijke mening. Het opdringen van moraalregels aan derden is geen licht vergrijp. Want, zoals eerder in dit dagboek aangehaald, gedachten zijn vrij.
Het is toegestaan mensen te helpen in het vormen van die gedachten, dat heet opvoeding, maar enkel en alleen als de persoonlijke vrijheid van de ontvanger voor de volle honderd procent gegarandeerd is.
Derhalve ben ik ook een absolute tegenstander van onderwijs op religieuze gronden. Daar is geen ruimte voor anarchie. Op straffe des doods zelfs, in het ergste geval. Vrijheid van godsdienst, jawel. Maar dan ook vrijheid in het verwerpen van dezelfde godsdienst. Kom daar eens om bij een gereformeerde school. Of bij het islamitisch onderwijs. Daar is weinig gelegenheid voor vrijdenkerij. Zeg maar rustig, geen.
Pas als religieus onderwijs, welk dan ook, daar ruimte voor geeft en de dialoog met on- of andersgelovigen wezenlijk aangaat, mag daar ruimte voor zijn. Anders per se niet. Zonder die ruimte kan er immers van democratie geen sprake zijn.
Zoals de Trias Politica de basis is voor de politieke macht, dienen Rede, Wetenschap en Logica de drie pijlers te zijn van intellectuele vooruitgang. Niet een geloof in welke niet-bewijsbare godheid dan ook.

Let wel, ik val uw geloof niet aan, doe gerust, als u daar gelukkig van wordt. Maar dwing anderen niet, nooit, om hetzelfde te denken als u. Mij hoeft u ook niet te geloven, mij mag u gewoon lezen. Zijnde een mens, die deze drie pijlers wel als basis ziet voor een welbesteed leven.

 

Zondag, 16-07-2017

 

Teja’s vriendin Wia is tegenwoordig, in haar nieuwe appartement, in het bezit

van twee balkons. Na een korte doch hevige strijd met de onvermijdelijke stadsduiven, schijnbaar en tijdelijk door ons gewonnen maar nooit echt voorbij, kunnen we nu overgaan op het inrichten daarvan. Ze kijken beide uit op het Oosten en met helder weer kan je Duitsland zien liggen. Door het venster op de linkerkant kan je prachtig over de mooiste stad van Nederland heenkijken.
Wat zegt u? Welke mooiste? Groningen, natuurlijk. Mag ik ook een beetje chauvinistisch zijn?
Nu had ik ook nog een olijfboompje in een bloempot achter het huis staan en aangezien mijn tuin op de schop gaat, gedeeltelijk, kan die mooi bij haar op het balkon. Kan ze haar eigen olijven eten, in ‘t najaar. Hopelijk. Dat vond ze een mooi idee, het boompje is dus zaterdag verhuisd.
Mooie nieuwe witte pot, plant erin, klaar. Mooi hoor. De bloei zit er goed in, een paar olijfjes zal ze er echt wel aan overhouden. Pizza eten met olijf is de volgende halte. Verder had ze nog wat dingen te doen, zoals spullen uit de oude garage halen waaronder een mooie houten Lundia-kast. U kent dat wel, zo’n stellingsysteem waar je van alles in en op kan monteren. In ieder geval, zij had nog zo’n kast met twee deurtjes, die je in zo’n stelling kan plaatsen. Heel geschikt voor op het balkon als opslag voor al die losse bloempotten en andersoortige plantartikelen, die anders maar rommel liggen te wezen op zo’n plek.
Daar heb ik gisteravond nog een soort onderstel met verstelbare stalen poten voor gemaakt, is dat ook weer voor elkaar, dan staat die kast niet koud op het beton. En
gaat dan ook niet al te snel rotten. Dat wordt een heel mooi balkon, Romeo en Julia waardig. .
Straks, om een uur of tien, gaan we samen naar het kerkhof, wat persoonlijk gevonden stenen van haar man bij het graf leggen. Dat soort dingen is mooi vanwege de symbolische waarde ervan en het helpt bij het rouwproces. Wat dat betreft, gaat het goed met haar. En daarom met mij ook.
Begin wel te merken waarom schrijvers niet helemaal op deze aardbol leven, je loopt in je achterhoofd steeds te denken hoe het verder moet in die wereld die je zelf aan het scheppen bent. Spannend hoor!
Ook ga ik mezelf steeds meer een echte schrijver voelen, niet alleen maar een dagboek-maker, dus oppassen geblazen. Ik mag graag ergens in doorschieten en dan is het einde zoek. Tot ik mezelf uiteindelijk en onvermijdelijk tegenkom, m’n voet van het metaforische gaspedaal moet halen. Waarschijnlijk moet ik ook stevig op de rem, gierende banden tot gevolg, en proberen weer meester over het voertuig te worden. Wat tot nu toe altijd is gelukt. Maar ja, ik had u ook al eens eerder uitgelegd dat mensen als ik de wegenwacht van de maatschappij zijn, dus van remmen en gaspedalen weet ik alles af. Dan moet die noodstop ook wel lukken, toch? Ik heb er het volste vertrouwen in.

 

Maandag, 17-07-2017

 

Een paar weken geleden stond ik onder de douche, ik deed wat shampoo op mijn hand en masseerde dat door mijn haar, zoals vroeger geleerd en m’n hele leven al gedaan.
Maar ik heb een decennia of wat een bijna kale kop gehad, soms zelfs helemaal kaal geschoren en nu ik weer lang haar heb, is dat natuurlijk weer even wennen.
De shampoo van de eerste keer er uitgespoeld en dan doe ik, normaal gesproken, voor de tweede keer nog wat shampoo op het hoofd. Dan schuimt het lekker en voelt het haar ook goed. Dat deed ik altijd omdat ik een vrij vette hoofdhuid heb, een sterke talgproductie, die onveranderlijk ontaardt in roos, bah! Dat vindt niemand leuk.

En opeens trof mij als een bliksemflits, staande onder de douche, de gedachte: „Wat ben ik eigenlijk aan het doen? Als mijn haar de tweede keer zo lekker schuimt, betekent dat toch, dat het al vetvrij is?!“
Daar moest ik nog even goed over doordenken. De tweede keer is dus overbodig, ik kan twee keer zo lang met mijn shampoo doen en misschien... dus ik deed het niet, die tweede keer.
Vanuit mijn bevooroordeelde anti-kapitalistische optiek had ik natuurlijk onmiddellijk een link naar de grote getallen. Als van de zeventien miljoen mensen in Nederland nu eens pakweg tien miljoen die tweede keer niet doen, wat een besparing alleen al.
Behalve het behalen van een enorme milieuwinst (niet geheel onbelangrijk), halveert de omzet van de shampoofabrikanten, hoera!, keldert de winst van de vunzige aandeelhouders, houzee! Krijgen de CEO’s geen bonus meer, applaus! Allemaal winst. En dat is alleen nog maar van ons kleine kikkerlandje, laat staan dat dat wereldwijd gedaan wordt. De gevolgen zijn niet te overzien, eigenlijk. Revolutie!

En dat allemaal door een klein, overbodig kneepje shampoo. Ik hoor de vrouw van de CEO al zeggen: “Dan verkoop je toch gewoon je boot?” Kent u die reclame nog? Die was leuk!
Nou zult u wel zeggen, ach, wat maakt dat nu uit, zo’n klein beetje. Inderdaad, voor uw huishoudportemonnee maakt dat inderdaad niet uit, die paar centen. Da’s waar.
Maar dan heb ik nog een argument, behalve dat alles wat goed uitpakt voor het milieu, sowieso al de moeite waard is. Ik heb dat haarwassen nu een aantal weken zo gedaan en wat gebeurt er? Mijn hoofdhuid voelt een stuk rustiger, mijn talgproduktie is duidelijk naar beneden en ik heb veel minder “jeuk op de kop”. Logisch eigenlijk, want als ik mijn hoofdhuid niet zo heftig ontvet, hoeven mijn talgklieren minder hard te werken om dat allemaal weer aan te vullen. Dat alleen al is genoeg rechtvaardiging om u deelgenoot te maken van deze fantastische ontdekking.

Met schone haren op een ietsiepietsie schonere wereld.

 

Een oud Zen-gedicht:

 

Omdat er eigenlijk niets is,
Is er geen stof om weg te vegen.
als je dat eenmaal begrijpt,
Hoef je niet stokstijf stil te zitten.

 

Fenggan (9e eeuw NC) (unshaven monk)

 

Gegroet.

 

Dinsdag, 18-07-2017

 

Veel klussen gedaan bij Wia in het nieuwe appartement. Het begint mooi te worden. Een fraaie foto van Schotland opgehangen, daar ging haar man graag heen, dat is een goede herinnering voor haar. De diepe Lundia-kast opgehaald uit de garage en gemonteerd in een soort bijkeuken, een passpiegel in de gang opgehangen waarvoor de betonboor nodig was en wieltjes onder een wastafelkastje geschroefd zodat dat ding gemakkelijk te verschuiven is. Verrollen eigenlijk, nu!

Toen ik, een beetje moe, weg wilde gaan, kwam de door haar bestelde tafel voor in de werkkamer net aan. Die moest dan ook nog maar even in elkaar gezet worden. Gedaan en een heel mooi eindresultaat. Het is een grijze aluminium tafel, eigenlijk voor in de tuin, met een blad van gehard zwart glas. Ook nog uittrekbaar, zelfs.

Erg fraai, ik was er jaloers op. Nu kan ze makkelijk zes personen aan tafel hebben.

Of die er ooit komen is een tweede, maar de mogelijkheid is er tenminste.
Wel ontstond in de loop van de ochtend wat wrijving met Wia, zij is zelf ook een beetje een baasje, net als ik, en nu moest ze zich schikken in haar rol als opperman. Dat viel haar wat zwaar, maar na een korte clash is alles toch goed gekomen.
Nee hoor, we zijn echt nog wel vriendjes.
Maar ja, ze is niet gewend aan tegengas van iemand die niet voor haar buigt. Want dat kan ik niet, voor niemand niet, daar is mijn rug niet op ingericht. Want die zit gekoppeld aan mijn geest.
Deze dinsdagmorgen gaan we nog achter een grijs bureautje aan voor de laptop, kan ze ook weer rustig internetten, thuis. Dat doet ze nu in de grote recreatieruimte in het huis, daar hebben ze gratis wifi. Daar kan ze twee uur achter elkaar terecht voor bankzaken en mail. Veel meer doet ze niet op dat ding, dat is duidelijk lang genoeg.
Ben wel een beetje moe, heb de nacht van zondag op maandag slecht geslapen, geplaagd door de tinnitus. Dan hoor ik allemaal geluiden en heel zacht gepraat in mijn linker oor, zo zacht dat ik het net niet kan verstaan. In mijn hoofd, hè! Ben vroeger nog wel eens naar buiten gegaan om te kijken of het echt was, maar nee hoor! Ik ben de enige die het hoort. En rechts suist het dan harder dan normaal.
Ze schijnen er niets tegen te kunnen doen, helaas, ik moet er mee leren leven. Zegt de dokter. En als ik me er niet aan erger, mezelf gewoon voorhoud dat er een klein feestje wordt gehouden wat ik ze best gun, dan dut ik meestal op een gegeven ogenblik wel weer in. Ouderdom komt met de nodige gebreken, dit is er één van.
Ik heb nu al medelijden met al die gasten die momenteel de dance- en houseparty’s aflopen, die krijgen in één avond meer decibels om de oren geslingerd dan ik in mijn hele leven.

Dat wordt wat als die boven de vijftig komen. Naast Oost-Indisch doof allemaal ook nog stokdoof. Stekeblind waren ze al. Gaan die gasten, die nu fortuinen verdienen aan die feesten, dat dan ook betalen?

Vast niet, geloofsgenoten als zij zijn van onze minister-president.

Onze graaiers-stroman, zeg maar.

 

Woensdag, 19-07-2017

 

Geen ideeën, uitgepierd. Bekaf, moe. Dat zijn zo’n beetje de begrippen die momenteel de baas in mijn hoofd zijn. Het voortdurend op de tenen moeten lopen in de mantelzorg begint zijn tol te eisen. Langzamerhand bekruipt mij het gevoel, dat ik me wat terug moet trekken, dat het wel mooi is zo. Zal de klussen die ik nog moet doen, afmaken en dan de frequentie van bezoekjes wat aanpassen aan mijn eigen behoeften.
Ik ben nu eenmaal geen mensenmens en dat zal ik ook nooit worden. Laten we eerlijk zijn, ik ben er een zestal maanden voor haar geweest, zo langzamerhand moet ze het wel weer alleen kunnen.
Dan kan ik me weer gaan concentreren op mijn barricadenwerk, wat uiteindelijk het belang van een individueel mens ruimschoots overstijgt. Inclusief het eigen belang. Maar dat soort dingen zijn niet uit te leggen aan anderen dan lot- en bestemmingsgenoten. Als u zich toch een beeld van mij wilt vormen, lees „Een man“ van Oriana Fallaci. Een uiterst boeiend boek. Een aanrader. Geen lichte kost, u zijt gewaarschuwd.

Voor twee. En door twee.

 

Donderdag, 20-07-2017

 

Gisteren een tropische dag gehad. Even Wia telefonisch gewaarschuwd dat ze zich rustig moet houden, er gaan van de hitte net zo veel oude mensen dood als van de kou. Misschien zelfs wel meer. Zal ik het uitzoeken? Nee, veel te warm.
Heb mezelf net via het internet twee voorbanden voor de Pitbull aangeschaft, is zeker de helft goedkoper (inclusief montage) dan bij de garage. Dat tikt behoorlijk aan. Ergens in het kapitalistische circus hebben ook garages hun eigen graf gegraven.
Werden de panden bijvoorbeeld eerst duur door prijsopdrijving via kunstmatige schaarste, nu kunnen de garages diezelfde dure panden niet meer onderhouden door peperdure rente, terwijl de banken geen cent rente op kapitaal meer betalen.

Heeft de overhead zich te veel met graaien bezig gehouden, nu verlangt de werkvloer ook haar deel. En terecht, zij doen het werk, per slot van rekening. Zonder werkvloer geen graaiers.
In deze twee kleine voorbeelden alleen al ziet u het manco van het kapitalisme, het groeit zichzelf dood. En aan de vooravond van het sterven van die economische begerigheid staan we momenteel.
Zelfs economisch-rechtse filosofen zijn momenteel al geneigd wat naar het linkse standpunt op te schuiven. Toe te geven dat het zo niet werkt. Dat zal zeker moeten, we zijn “the point of no return” aardig genaderd. Als wij niet terugkeren naar centen, in plaats van procenten, is ons economische graf snel gegraven.
Zelfs een idioot kan zien dat 3 % van twee ton toch echt veel meer is dan 3 % van een minimum inkomen. Terwijl een nog veel meer verdienende miljonair het natuurlijk al helemaal niet nodig heeft, behalve dan ter bevestiging van zijn infantiele waanidee. Een idioot ziet het wel, een kapitalist niet. Dat zegt genoeg.
Wat voor een ellende daar dan uit voort zal vloeien, dat kan niemand overzien. Het is in ieder geval een inktzwart scenario wat zich dan zal ontvouwen. De door mij al eerder voorspelde villa-storm zal echt een keertje uitbreken.
U gelooft mij niet? Ach, niemand geloofde mij, toen ik in 1980 al voorspelde dat omstreeks 2007 de Moslimoorlog zou uitbreken. In welke vorm, dat kon ik ook niet overzien, maar dat het zou gaan gebeuren, dat wist ik toen al. Nooit heb ik meer spijt gehad over mijn gelijk.
Maar ondertussen gaan we een koelere dag tegemoet dan gisteren, gelukkig.

Wat klussen doen, de tuin is nog lang niet af, de afwas wenkt, kortom, ik kom mijn dag wel weer door. Mocht ik per ongeluk toch nog wat leuks of bijzonders beleven, dan hoort u dat morgen wel weer van mij.

 

Vrijdag, 21-07-2017

 

Door het slechte weer donderdag genoodzaakt thuis te blijven. Tijdens de opklaringen kon de hond gelukkig net even uit zonder dat ze nat werd. Want zo graag ze in sloten duikt, zo weinig is ze te spreken over een regenbui. Of nog erger: de douche. Waar ze af en toe echt onder moet, zo smerig is ze soms.
Toch zet ik die douche op lekker lauw-warm voor haar. Maar ik moet de deur van de douche goed dicht doen, anders peert ze me er zo vandoor. Om daarna het liefst midden in de kamer de vacht uit te schudden. Daar geef ik haar geen kans voor, want dan heb ik alles nat in de woonkamer. Maar het afdrogen met een ruige handdoek vindt ze wel weer erg lekker. Daarvoor komt ze dan toch wel weer graag naar de baas.
Verder ben ik bezig de oudste afleveringen van dit dagboek na te kijken op nieuwe taalinzichten, mij door Jacques aangereikt. Wat kortere zinnen, veel ontbrekende komma’s en een te enthousiast gebruik van sommige woorden.
Zo heb ik nogal eens de neiging een woord in een bepaald stukje meerdere malen te gebruiken. Alleen maar in die ene aflevering, heel bijzonder.
Wat mij ook perse verboden is, is het woordje dus aan het begin van de zin. En niet alleen aan het begin. Dus dat doe ik dan ook maar nooit weer. Geintje, Jacques! Vergeef me dus.
Het is wel een vreselijke klus en behoorlijk arbeidsintensief. Om kort te gaan, er worden heel wat uren achter de computer doorgebracht, momenteel. Maar dat vind ik niet vervelend, integendeel zelfs.
Ben alleen wel benieuwd hoe erg ik deze discipline straks zal missen. Partir, c’est mourir un peu, en zo is het.

 

Zaterdag, 22-07-2017

 

Van vrijdag op zaterdag is mijn werkcomputer gecrasht. Alweer. Nu maak ik natuurlijk een hoop draaiuren en dat helpt niet echt mee. U zult zich dus even moeten behelpen met korte mededelingen mijnerzijds, aangezien het erg lastig is om op mijn oude computer hetzelfde werk te doen. Het lukt wel, maar leuk is iets anders. Heb het corrector Jacques ook al even gemeld, kan die het ook even rustig aan doen. Het barricadenwerk zal dus even op zich moeten laten wachten. Heftige dingen worden uiteraard wel aan u doorgegeven.
Dat hoort.

 

Zondag, 23-07-2017

 

Eerder in dit dagboek had ik u al eens duidelijk gemaakt dat mensen meestal iets heel anders zeggen dan ze bedoelen. En dat dit heel vaak zo is. Reden te meer om ook uw eigen woorden te meten aan uw daden. Of andersom, uw roemruchte daden aan uw uitspraken.

Vandaag wil ik het met u hebben over een andere, erg leuke, communicatieve blunder. Echt gebeurd!
Een hij en een zij.
Hij, stapelverliefd: “Je ogen zijn net mooie diamantjes”. Zij: “Echt waar? Wat lief!” Waarbij haar ogen nog harder gaan stralen. Gevolgd door een zoen. Omdat de “lieve” man zonet bevestigd heeft wat zij eigenlijk (nog) niet durfde geloven. Want zij weet natuurlijk best dat de ogen van verliefde mensen altijd stralen. Hij bevestigt nu, onuitgesproken, haar vermoeden dat zij eigenlijk een beetje “in love” op hem is. Door zijn complimentje is ze er nu zeker van.
Hij ziet dat ook nog en reageert navenant. Hoera! De buit is binnen.
Dat noemen ze dan onderbuikgevoel. Lariekoek! M'n grootje! Dopamine, adrenaline en fenylethylamine zijn de namen van de hormonen die verantwoordelijk zijn voor dat gelukzalige gevoel, voor die stralende oogjes. Dat heeft met die hele onderbuik niets te maken.
Maar die onderbuik zelf dan? Waar die voor dient, wordt in de zeer nabije toekomst van dit liefdespaar al snel duidelijk. Uiteindelijk moet de hom wel bij de kuit.
Nu is het natuurlijk niet zo dat al die vrouwen dat bewust doen, het overgrote merendeel doet immers ook maar wat. Dit was heus niet bedoeld als poging om vrouwen zwart te maken, ik leg alleen maar een mechanisme uit. Een enkeling zal er uiteraard wel bewust op inspelen, teneinde een of ander doel te bereiken.

Moar wel t dut, mout t wait'n, zeggen ze hier in Groningen. (Wie het doet, moet ook de consequentie aanvaarden)
Toch geeft het wel te denken dat er voor vrouwen middeltjes op de markt zijn waarvan de ogen gaan glanzen. Vanaf nu weet u waarom.

 

Maandag, 24-07-2017

 

Tijdens een telefoongesprek kwam het onderwerp schaken opeens tevoorschijn. Of ik dat ook kon. Na mijn bevestigend antwoord kreeg ik een heel verhaal over een voormalig leraar, die ook schaker was en stukjes in de lokale krant daarover schreef. Ter lardering van een verhaal, zeg maar. Zoals veel vrouwen verslag doen. U kent dat wel: “…..ja, dan komt Jeanet, je weet wel, de dochter van die man die jij vorige week bij mij ontmoet hebt, en die ook schaker is en leraar aan de voormalig technische hogeschool, die nu afgebroken is, nou, die Jeanet dus, en daar een vriendin van, nou die heeft een neef die ook een zeilboot heeft. Maar die vaart niet meer en die ligt nu te koop. In Grouw. Maar dat doet er niet toe. Goed, die Jeanet dus, zegt tegen mij... “ Tegen die tijd ben ik allang afgehaakt.
Over schaken dan maar.
Ik heb een heel mooi glazen spel, dat zet ik af en toe op en speel een partijtje. Maar schaken in je eentje is een zinloze onderneming, behalve als je er een diepgaandere studie van maakt. Voor het echte spel heb je een tegenstander op jouw niveau nodig en een goed gesprek. Niet over Jeanet...
Zelf heb ik het schaken geleerd op de MULO van een leraar, de heer J. Zwanepol. Volgens mij gaf hij maatschappijleer, maar dat weet ik niet zeker. Ik schrijf expres “de heer”, want dat was hij. Organiseerde het jaarlijkse Niemeyer-schaaktoernooi, een soort Nederlands jeugdkampioenschap, kan ik mij heugen. Zo iemand, dus.
Ik vond schaken een prachtig spel, nu nog steeds, en dat is niet zo gek als je zulke hersens hebt als ik. Na een tweetal jaren deden we ook een soort toernooitje op onze eigen school. Daar heb ik diezelfde man een remise afgedwongen. Noem dat gerust een wapenfeit, ik ben er nog trots op.
Een tijdlang heb ik zelfs geloofd dat hij mij dat heeft laten doen, zo onwaarschijnlijk was dat. Tegenwoordig ben ik wel geneigd om de remise een remise te laten zijn, want zelfs al heeft hij mij laten remiseren, dan nog is het een compliment, want duidelijk bedoeld ter aanmoediging van mijn bètabrein. Waarvoor dank, heer Johan Zwanepol, het heeft geholpen. Na 53 jaar staat het mij nog steeds haarscherp voor de geest.
Want hij besefte dat je zo'n brein als het mijne moest stimuleren, in plaats van het weg te zetten als de schedelinhoud van een nerd. Waarvan akte.

 

Dinsdag, 25-07-2017

 
Gisteren is de bouwvak begonnen, eerst in Midden-Nederland, veertien (nu dertien) dagen later in het Noorden en daarna komt het Zuiden aan de beurt. De vakantie voor landarbeiders en bouwvakkers. Het gepeupel, zeiden ze vroeger. En dan regent het.

Nu regent het bijna altijd tijdens de bouwvak en dat is niet geheel en al toevallig. De uitleg: in vroeger tijden kregen landarbeiders en handwerkslieden helemaal geen vakantie, dat kostte alleen maar geld, vond de baas/boer. Vanuit zijn kapitale villa/boerderij. Je mocht al blij zijn als je als arbeider vrij kreeg om naar je eigen begrafenis te gaan, toentertijd. En dat het kind dat je vrouw droeg, van jezelf was. Maar toen de laagste klasse ook vakantie begon te eisen en de bazen/herenboeren er niet meer onderuit konden na lang traineren en veel protest, was het al snel onderling bekokstoofd dat dat dan maar in de zomerse regenperiode moest zijn. Dan was er toch niet zoveel te doen op het land, want onbegaanbaar, en ook de bouw leed gedurende die periode onder de regenval. Dan konden ze wel een paar dagen gemist worden. Want veel meer was het niet, in die dagen. Een dag of drie was al mooi. Achteraf gezien was het natuurlijk ook geen wonder dat het volk massaal opstandig werd, en als zodanig een uitstekende voedingsbodem was voor het opkomende populistisch-fascisme. Wat had de onderste klasse te verliezen? Niets toch?
Tot de dag van vandaag is dat zo. Ook hedendaagse fascistoïde partijen hengelen in de poel der ontevredenheid, grotendeels gevuld met laagopgeleiden en foute denkers. De ware schuld van beide wereldoorlogen kan je dan ook met een gerust hart neerleggen bij de bezittende klasse, zijnde een afgrijselijk uit de hand gelopen reactie op hun asociale beleid. Dat ze dat niet willen weten, is evident. Maar de conclusie is onontkoombaar. Adolf was fout, uiteraard, heel erg fout, maar niet meer dan een werktuig tegen het kapitalisme. Zoals Wilders dat op dit moment is. Die, gek genoeg, gesteund wordt door het zionisme, een beweging, ontstaan lang voor de acties van Adolf. Die streefde naar een Joodse staat in het Midden-Oosten. Doet u dat niet ergens aan denken? IS? Toeval? Welnee. Logica.

 

Woensdag, 26-07-2017

 

Komende zaterdag een trip naar Amsterdam gepland. Misschien gekoppeld aan een bliksembezoek aan België, ben dan toch al halverwege. Ga een grote groene fles naar een Facebook-kennis brengen. Pas wanneer ik eerst even op Schiphol wat van die grote jongens heb zien landen, dan wel opstijgen. Altijd leuk, mensen ontmoeten die positief op mij reageren via het net. Die mijn dagboek ook lezen. Meestal met dezelfde soort humor, ook voldoende diepgang, je weet nooit wat dat oplevert.

In ieder geval een mooie dag achter het stuur. Dat is voor mij sowieso een traktatie.
Hondje mee of naar een pension, even afwachten of buuv haar uit kan laten.

Maar een pension is leuker voor haar. Is ze het minst alleen. Eerst een paar dagen uit-rusten, de klus bij Wia zit erop. Kan ik weer gewoon de beetje mopperige Alex worden,

die ik altijd al was.
Ondertussen ook nog de Senseo van buuv gerepareerd, de nieuwe serie is uiterst gevoelig voor verstoppinkjes. Dan wil het deksel niet meer open omdat dat ding zichzelf vacuüm trekt, zodat je hem ook niet meer kan ontstoppen. En moet de achterkant eraf teneinde weer lucht in het systeem te krijgen. Duidelijke ontwerpfout.
Eerst lastig pielen met een schroevendraaier, tie-wrap doorknippen, slangetje los, koffie en water opvangen, klep los, slangetje vast, nieuwe tie-wrap erop, achterkantje weer inklikken en vastschroeven. Padhouder doorblazen, eventueel voorzichtig doorprikken totdat dat echt gemakkelijk gaat. Heel gedoe, toch gelukt, hij doet het weer. Zij ook weer blij. Advies aan alle eigenaren van de nieuwe uitvoering van dit beroemde koffiezetapparaat: houd de padhouder schoon. En koop alvast kleine tie-wraps.
Wat een verrukkelijk geneuzel! Heerlijke prietpraat! Mag toch ook wel eens een keertje, niet? Dat dacht ik!

 

Donderdag, 27-07-2017

 

Het kan bijna niet anders of u verwacht van mij een gepeperde uitspraak over het damesvoetbal. Over hoe de prestaties van het Nederlandse elftal zich verhouden tot de andere Europese teams, hoe ze de hemel in worden geprezen en hoeveel progressie erin zit. Om maar met het laatste te beginnen: ja, er zit progressie in. En ja, ze worden teveel de hemel in geprezen.
Was het vrouwenvoetbal een paar jaar geleden het pupillenvoetbal nauwelijks ontstegen, tegenwoordig zijn er heel wat elementen in te ontdekken, die met echt voetbal te maken hebben. De organisatie is behoorlijk, het positiespel meer dan goed. En dan heb ik het nog niet eens over wat technische hoogstandjes die af en toe ook de revue passeren. Waar het publiek, terecht, van smult. Er wordt gepoort, getruukt, mooie passes „over de hele“ waren er tot nu toe ook voldoende te bewonderen en zelfs voor een stevige professionele overtreding draaien ze hun hand niet meer om. Ere wie ere toekomt.
Alleen het afmaken voor het doel is nog steeds rampspoed. Die ene echt goede spits van Nederland (Vivianne Miedema) wordt tot nu toe zeer stevig bewaakt en heeft derhalve het hele toernooi nog niet gescoord.
Onze drie (9 uit 3!) overwinningen leunen voornamelijk op strafschoppen, gelukkig hebben we er eentje die dat echt goed kan. Ene Sherida Spitse. What’s in a name! Maar dat is wel wat mager.
Op de vleugel moeten we het wel even hebben over Lieke Martens, zijnde de beste van het hele stel. Als je naar haar kijkt, zie je hoe voetbal gespeeld moet worden.

Vijf van dit soort in het elftal en „we“ worden Europees- én wereldkampioen.
Naast al het goede nieuws is het wel opvallend, hoe de dames zich de verwerpelijke gewoontes van de mannelijke collega’s eigen hebben gemaakt. Alsof een hoger niveau dat automatisch zou inhouden. Het gebruik van dramatische gebaartjes van de Romeinsen, het sneaky overtredingen maken, het gezeur bij de scheids en het Italiaans-verongelijkte gedrag dat daarbij hoort, lijkt sprekend, evenals de tuimelneiging van de Duitse dames, die erg goed naar hun collega’s hebben gekeken. Vermeldenswaard in dit opzicht is tevens de hardheid van onze zuiderburen, de Belgische dames. Daarbij hoort dan natuurlijk ook de brei-neiging en het moeizaam scoren van het oranjeteam, rechtstreeks gekopieerd van de heren. Toch, over die hardheid gesproken, stellen de vrouwen zich heel wat minder aan dan de „mietjes“! Dat moet gezegd.
Maar al met al is het een mooi toernooi met beter vrouwenvoetbal dan we ooit gezien hebben. Dus of het in lift zit? Jazeker! Of ze er al zijn? Zeker niet! Dan moet er nog een hoop werk verzet worden.
Eervolle vermeldingen zijn er voor het Duitse en het Engelse team, zij steken met kop en schouders boven de rest uit en zullen waarschijnlijk de finale wel spelen. Op enige afstand gevolgd door het Zweedse elftal. Maar… de bal is rond, is niet voor niets de beroemdste uitdrukking in de voetbalwereld. En ”voetbal is oorlog“ van de Generaal als goede tweede. U weet niet wie de Generaal is?
Dan heeft deze hele dagboekaflevering u ook maar weinig gezegd.

 

Vrijdag, 28-07-2017

 

Je kunt al merken dat de dagen weer iets korter worden. De langste dag is alweer meer dan vijf weken geleden geweest. En afgezien van een paar hele korte, hete periodes zijn we er goed doorheen gerold. Maar het kan nog, die hittegolf. Compleet met een zeiszwaaiende magere Hein. Vooral bejaarden leggen tijdens zo’n golf het loodje. Shit happens!
Ik kan me zonovergoten dagen in augustus herinneren, op negenjarige leeftijd, zittend in de lichtbruin gelakte houten schoolbankjes op de lagere school. Puffend van de hitte, probeerden we bij de les te blijven, letterlijk, in dit geval.

Hetgeen niet altijd lukte, dat snapt u.
De kans op die hittegolf wordt uiteraard met de dag kleiner en voor je het weet, begint het gezeur over Sinterklaas en een witte kerst weer het nieuws te domineren. Vooral niet te vergeten: het ge-eikel van correct Nederland over Zwarte Piet. Dat die Piet het hulpje is van een katholieke pedo-Klaas, dat vergeten we maar liever. Alsof de hulpmiddelen van de gemijterde kinderliefhebber al niet genoeg zeggen. Een piet en een zak, ik bedoel maar. Welkom in het klooster.
Eén ding scheelt wel: de lengte en kleur van mijn weer lang gegroeide haar, gekoppeld aan de omvang van mijn welgedane buik, stelt mij in staat te solliciteren naar de functie van kerstman. Dat zou ik nog wel kunnen, denk ik. Niet gekoppeld aan een religie, gewoon midwinterkadootjes uitdelen. Dan hoef ik alleen maar mijn baard iets langer te laten groeien. Ho, ho, ho!
Want aan mijn gedragingen hoef ik niets te veranderen. Ongebonden als ik ben aan materiële zaken, kost het me geen enkele moeite dingen weg te geven, just for fun. Per slot van rekening doe ik dat nu ook altijd al. Ik heb nooit begrepen hoe mensen emoties koppelen aan voorwerpen. Daar heb ik echt geen enkele neiging toe.
Misschien is dat een lichte vorm van autisme mijnerzijds, maar ik heb geen dingen nodig om me aan iets te herinneren. Als dat „iets“ zich niet meer in mijn geheugen openbaart, is het om duidelijke of onduidelijke redenen niet meer noodzakelijk om het in voorraad te houden. Dan maar weg ermee! Het kan voor hetzelfde geld natuurlijk net zo goed een vorm van hetzelfde autisme zijn, als u dat koppelen aan dingen wel nodig heeft. Omdat u zich anders schuldig voelt, mocht u wel iets vergeten? Ik weet het niet, ik gok maar wat.

‘t Is ook niet echt belangrijk!
Mijn herinneringen zijn meer gestoeld op geuren, omstandigheden en niet te vergeten: mijn intuïtie. Waar ik een reuzegroot vertrouwen in heb.
Het gebruik van deze menselijke eigenschap, die uw persoonlijke herinnering, de mate van inschattingsvermogen, de opgedane kennis en (meestal mislukte) opvoeding koppelt aan ons collectieve geheugen, is wat mij betreft de opening naar een gelukkig bestaan. Zodat u altijd de voor u beste oplossing kunt kiezen uit een scala van mogelijkheden. Met vertrouwen op wat u geleerd heeft en tegelijkertijd openstaand voor nieuwe informatie, dat is de wezenlijke sleutel.
Word opnieuw Alice in Wonderland. Even verbasteren uit Exodus: gaat heen en verbaast u. Heerlijk! Onthoud dat niet de zon westwaarts ondergaat, maar de Aarde oostwaarts tegen de richting van de zonnestralen zon indraait.

Ook: elke dag wordt het een beetje later licht, tot voorbij midwinter. En dan weer elke dag wat vroeger tot aan de langste dag.

Kijk, dat mag u in uw geheugen stoppen.

 

PS Ben ik eindelijk eens een keertje de eerste die over Sinterklaas en kerst begint.

De commercie afgetroefd!

 

Zaterdag, 29-07-2017

 

Heel vroeg in de morgen. Omdat buuvdochter naar een soort vakantiegebeuren met klasgenoten en vriendinnen op Ameland is, kan ik haar moeder mooi even van haar lenen. Ze had al een paar keer bij mij gegeten, dat vond ze helemaal niet erg, en straks gaan we een rondje Nederland/België doen. Via Afsluitdijk naar Alkmaar, koffie op de dijk, Heemskerk, eerste eindbestemming Schiphol. Da’s speciaal voor mij, even vliegtuigen kijken, voor buuv hoeft dat niet zo nodig. Gewoon weer even onder de indruk zijn van al die enorme dingen die uit de lucht komen vallen en dan die Facebook-kennis in Amsterdam bellen dat we onderweg zijn.
Behalve de al eerder gemelde zeegroene fles ook nog wat aardewerkpotten voor planten in de tuin. Aangezien mijn tuin gedeeltelijk op de schop gaat - gisteren heb ik het laatste stuk van de uiterst weerbarstige papyrus eruit getrokken - blijven er ook wat spullen over. Op de vrijgekomen plek wil ik dan een paar mooie sierheesters neerzetten.
Die mogen niet al te groot worden, omdat de ruimte toch wel aardig beperkt is. Dat vereist nog een leuke zoektocht in het najaar.
Bij die kennis drinken we een pruttelkoffie, ben benieuwd. Zij zweert erbij, ik heb zelf wat mindere ervaringen.
Daarna gaan we verder op pad, via Antwerpen naar het Belgische Koersel. Buuv is nog nooit bij onze zuiderburen geweest, erg nieuwsgierig derhalve. Nu zijn snelwegen bijna overal gelijk, maar als we een stuk binnendoor moeten, zal ze de beroemde lintbebouwing zien.
Waarbinnen je niet weet waar de ene plaats ophoudt en de andere begint, anders dan door de borden bij de dorpsgrens. Gelukkig ben ik er al een beetje aan gewend, maar ik heb toch nog echt de routeplanner nodig, anders verdwaal ik daar.
De ene weg volgt de andere op, allemaal zo’n beetje gelijk met toch allemaal verschillende huizen. Maar door de veelvoud aan vrijgebouwde en losstaande huizen zijn ze opeens weer homogeen samen. Heel vreemd. In een van die huizen woont Rik. Zie hem maar te vinden.
Daar gaan we wat bijkomen van de schrik, even bijpraten. We zullen wel weer wat lekkers gaan eten (het blijven Bourgondiërs!), na de koffie gaan we weer op huis aan. En aan het eind van de dag hebben we 800 kilometers gereisd om gewoon weer thuis te kunnen zijn. Prachtig! Volmaakte zinloosheid! Verslag volgt.

 

Zondag, 30-07-2017

 

Eerder had ik u verteld over het voeren van de robben in de toen nog gewone dierentuin Emmen (14 juli). Als u enige nostalgie proeft in deze woorden, dan klopt dat. Afgezien van een waardeoordeel over dierentuinen in het algemeen, was mij de kneuterigheid binnen die toch wel grootse aanpak lief. Het was nog echt een tuin met dieren. Dieren die je normaliter niet over straat ziet lopen. Met als hoogtepunten voor mij de apenrots, waar ieder mens zichzelf kon ontdekken (lees: spiegelen) en een fantastische vlindertuin.
Bontgekleurde fladderaars met een spanwijdte van wel 23 centimeter in een stukje tropisch oerwoud. Als je daar binnenkwam, besloeg je de bril, dat duurde een paar minuten.
Maar nu het grote nieuws: ik heb die film van „le quatorze juillet“ teruggevonden.

Ik kon me ook niet echt voorstellen dat ik zo’n product weggegooid zou hebben, maar ja, je weet nooit wat een mens doet in sommige omstandigheden. Al helemaal niet als het over mijzelf gaat. Wat dat aangaat, ben ik volmaakt onbetrouwbaar. Het is in mijn geval zeer wel mogelijk dat ik van iemand iets krijg wat ik op dat moment erg mooi vind, terwijl dat mooi vinden een week later niet meer geldt. Waarna ik het dan volkomen onschuldig weer doorgeef aan iemand die datzelfde ding dán weer erg mooi vindt.
Zo blijven de mooie dingen in de wereld. Even een definitie van mooi,simpel en toch gecompliceerd: iets is mooi omdat je het wilt hebben, om welke reden dan ook. Een appel omdat die rijpe kleuren vertoont, een vrouw omdat ze in jouw verwachtings-patroon past, een gebouw omdat het functioneel is, kunstproducten omdat de Gulden Snede goed is toegepast. Enzovoort.
Over verdwenen zaken gesproken, mijn grote voorbeeld Midas Dekkers heeft een prachtig stukje geschreven over het verschil tussen weg en kwijt. Over kannievinden en ooithiergeweestmaanuniemeer. Voor het eerste heeft u een partner nodig, al dan niet tijdelijk. „Heb je mijn sleutels ook gezien?“, en dan weet die partner dat.
Voor het tweede gewoon de ontkoppeling tussen een ding en wat het voor u betekende, zodat u het uit uw leven hebt verwijderd. Ooit een keer. In het eerste geval is het dan ook vaak dat, zodra u die vraag gesteld heeft, u die sleutels gewoon ziet liggen, in het tweede geval blijft weg gewoon weg. U heeft het immers doelbewust uit uw bestaan verwijderd.
Dan treedt wel de wet van behoud van energie in werking. Want mijn „weg“ is de nieuwe bezitters „aanwezig“. Want ook weg is nooit helemaal weg.
Ik ben weg.

 

Maandag, 31-07-2017

 

Zaterdag de grote rondreis Nederland en België gedaan met buuv. Het was reuze gezellig, ze heeft veel om mij gelachen. Ik kan reuze komisch zijn op z’n tijd, echt waar. „Don’t take it too seriously“ zou gerust mijn motto kunnen zijn. En is het eigenlijk ook. Want het leven is veel te vluchtig om erover in de rats te blijven zitten.
Natuurlijk, als er iemand in uw kring overlijdt, of een ernstig ongeluk krijgt of anderszins vervelende dingen meemaakt, dan is dat verre van leuk. Uiteraard.

Maar geef ook ruimte om het weer te laten betijen, na vloed komt eb, na regen zonneschijn. Al die gemeenplaatsen zijn niet voor niets gemeenplaatsen geworden.
Je moet wel even de tijd nemen, voordat je dat soort dingen gaat zeggen tegen mensen die iets is overkomen. Als de verkering net een uur uit is, moet je niet aan komen kakken met: er is geen handvol maar een landvol. Eerst moet het verdriet beleefd worden.

Dat heeft net zo goed bestaansrecht als vreugde. Je moet er toch niet aan denken om dag in, dag uit alleen maar lachend door het leven te gaan. Dan duurt het niet lang of ze sluiten je op. Volkomen terecht.
Want wat mensen vaak vergeten, is dat je een gevoel niet hebt, je bent het. Iets wat je hebt, kun je naast je neerleggen, of weggooien bij het grof vuil. Een existentie kan je niet zomaar veranderen. Daarom kan een mens ook niet gelukkig worden, je kunt het echt alleen maar zijn.
Terug naar de ronde om Nederland van buuv en mij.
Buuv heeft genoten. Dat begon al bij een klein tankstation ergens na Sneek voor de eerste kop koffie. Achter de kassa stond een aardige dame met een fantastische neus, die duidelijk toe was aan een praatje. Bleek het ook een Amsterdamse te zijn. Vandaar misschien die mooie kromme neus. En voordat we het wisten, was het tien minuten later. Als buuv eenmaal begint te kwekken, is het een stortvloed, het houdt niet op anders dan door krachtdadig optreden. Daarna via Alkmaar en Amsterdam-ring West naar het vliegveld. Dat ging goed, er waren ditmaal geen omleidingen wegens werkzaamheden. Wat op zich al een uitzondering is in deze contreien.
Ze vond Schiphol heel wat leuker dan gedacht, ze heeft nog wat plat Amsterdams met een paar ouwe kerels zitten lullen op die spottersplek, een grote parkeerplaats bij de Polderbaan (Voor kenners: 18R). Dat hielp natuurlijk wel mee. En het blijft toch een prachtig gezicht, al die grote reuzen die uit de lucht komen glijden. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die daar niet een beetje van onder de indruk was.
Na een verrukkelijke bamischijf en een gedeeld patatje, het was inmiddels half een, afreizen naar de volgende bestemming: de Facebook-kennis in Amsterdam-Zuid.
Het brengen van de fles samen met de potten was immers de directe aanleiding voor deze reis. Het zou te ver voeren om de tragiek aan te halen waarom ze moest verhuizen, maar dat ze dolblij was met haar nieuwe woning, was duidelijk. Daarbij had ze een postzegeltje als tuintje, zoals ze het zelf noemde, waar ze mooi kruiden en plantjes kon kweken.
Ik had haar nog nooit ontmoet, maar dat het niet bij deze ene ontmoeting blijft, is wel duidelijk. Waardevol, en ook buuv voelde zich bij deze toch wildvreemde goed op haar gemak.
Nou doen Mokummers dat toch wel vrij snel, sneller dan wij, stugge Noordelingen, die eerst wat katten en katers uit bomen moeten kijken, voordat wij ons wat meer blootgeven. Terwijl dat bij mij nog best meevalt, maar ja, ik ben dan ook geen echte volbloed Grunneger.
Toen waren we nog niet eens op de helft, morgen de rest.

 

 

 

AUGUSTUS

 

 

Dinsdag, 01-08-2017

 

Als beloofd, vandaag de rest van de zaterdagtrip met buuv.
Maar eerst: het is 1 augustus en nog steeds functioneert het dagboek, ik leer steeds beter verwoorden wat ik wil vertellen. Veel miskleunen zijn al de nek omgedraaid door de redactie, een aantal hardnekkige fouten moeten nog steeds als ongewenst in mijn hoofd terechtkomen. Dat valt niet mee als je 69 bent.
Zo heb ik vroeger nooit geleerd dat er tussen twee werkwoordsvormen komma’s moeten. Dat wordt mijn volgende klus. Na het afschaffen van de verscheidene stopwoordjes die veelvuldig de atmosfeer in mijn teksten bedierven. Zoals bijvoorbeeld het bijwoordelijk voegwoordje „dus“.
Ook is het gebruik van te veel verkleinwoorden drastisch door mijn strenge corrector aangepakt. Jawel, het woord stopwoordjes mag in deze context van mezelf. Waarvoor dank, Jacques, het wordt nog eens wat met mij. Nog drie-en-een-halve maand en het dagboek van een jaar is klaar. Ik zal het gaan missen, dat weet ik zeker.
Nu verder met de trip.
Buuv wou graag België eens zien, daar was ze nog nooit geweest. Ze had al eens wat van een kennis gehoord over de bebouwing daar, zoals ik het u ook al eens verteld heb. Daar was ze erg nieuwsgierig naar. Hoe gemakkelijk je kunt verdwalen omdat eigenlijk alles op elkaar lijkt, de stads- en dorpskernen niet meegerekend. En dat juist het allemaal verschillend zijn van de huizen garant staat voor een homogeniteit die zijn weerga niet kent. Maar ook als je het minder fraai zegt, ben je na een kilometer of tien je focus geheel kwijtgeraakt.
Natuurlijk was er ook een wegomlegging, ditmaal bij Leopoldsburg. Fatsoenlijk aangeven daar, ho maar. Uiteindelijk zijn we, nadat we eerst vijftien kilometer de verkeerde kant op waren gestuurd, gewoon langs het verboden-in-te-rijdenbord gereden en driehonderd meter verder was de afslag die wij moesten hebben.

We hebben heel wat afgelachen.
Buuv weet nu wat we bedoelen met die Belgische lintbebouwing. Dat was haar trouwens, naast haar vroegere kennis, ook al verteld door onze nieuwe Amsterdamse facebook-vriendin, drie uur eerder.

Die had ook al hetzelfde ervaren. Buuv keek haar ogen uit.
Uiteindelijk hebben we toch ons doel bereikt. Na de kennismaking hebben we eerst even uit kunnen rusten in hun schitterende tuin, om later uit eten te gaan, ergens vlakbij in een Italiaans georiënteerd restaurant met een mooie kaart.

Ook de kinderen gedroegen zich voorbeeldig, voor zover dat kan, het was allemaal uiterst genoeglijk. En smakelijk.
‘s Nachts, even voor tweeën waren we weer thuis in Groningen. Moe maar voldaan, zoals dat heet. Buuv bij de deur afgezet, die tolde zo haar bed in. Terwijl ze ook al heerlijk had liggen snurken in de auto. Daar had ze alvast een heerlijk zacht kussen voor meegebracht. Om tegen de zijruit te leunen met haar hoofd.
Het allerleukste was dat ik gisteren, maandag, bericht kreeg uit België dat buuv de volgende keer verplicht weer mee moest komen. Van de kinderen. Toen ik buuv dat vertelde, begon ze dan ook helemaal te glimmen. Zoiets is toch het mooiste compliment dat je kunt krijgen.
Een zeer geslaagde trip, dank je wel, buuv!

 

Woensdag, 02-08-2017

 

Niet te veel gedaan, nog steeds een beetje bijkomen van de trip zaterdag. Heeft een behoorlijke impact gehad, merk ik nu. Ben wel met mijn Pantu naar de dierenarts geweest voor een inenting tegen kennelhoest.
Die had ze eigenlijk al eerder moeten hebben, voor dit weekend, maar ze streken met de hand over hun hart bij het pension, voornamelijk omdat Pantu er stralend-gezond uitzag.
Dat ging ik gistermiddag dan maar even laten doen. Verder hoorde ik dat als Pantu mee naar België gaat, zij ook nog ingeënt moet worden tegen rabiës, hondsdolheid.

Dure hobby, een hondje! Zeker in Groningen waar je ook nog steeds hondenbelasting moet betalen. Heel veel. Een van de hoogste tarieven van Nederland. Belachelijk.
Vooral omdat die belasting niet voor de hondenbezitters zelf wordt aangewend maar gewoon in de algemene middelen terechtkomt. Dan verbaast het me ook niet dat diezelf-de baasjes vaak zeggen: „We betalen ervoor, waarom zou ik de drol opruimen, dan?“
Zo zit er aan een oorzaak vaak een onbedoeld gevolg vast.
Ergo: als deze belasting toch in de algemene middelen komt, kun je net zo goed een kat belasten. Of de kanariepiet. Of dat schattige schildpadje dat je voor je kind hebt gekocht. Schildpaddentax! Dát zou mooi zijn. Die kan je heel langzaamaan betalen. Stapje voor stapje. Gezwets, derhalve.
Maar een onbedoeld positief neveneffect zou zijn dat er geen schildpadden meer als huisdier gehouden zullen worden. Hetgeen erg mooi zou zijn, niet in de laatste plaats voor die schildpadjes zelf.
Gelukkig, ik maak me weer druk over futiele zaken als hondenbelasting. Die niet eerder op te lossen zijn, dan als een gemeentebestuur overstag gaat. Maar dat gebeurt voorlopig niet want die honderdduizenden euro’s die ze op deze manier jatten, hebben ze nog veel te hard nodig. Terwijl veel armlastiger gemeenten niet eens hondenbelasting kennen. Het is wel meer dan tien euro per maand, voor één hond.
Over schildpadden gesproken, ik ging een paar jaar geleden, vlak na Teja’s dood met haar vriendin op vakantie naar Helgoland om samen te proberen het overlijden te verwerken. Daar trof ik op Düne, het vliegveld van Helgoland, een heel grote schildpad aan. Die was zeker 35 centimeter. Zonnend op een drijvende boomstam.

Die was daar vast ook niet geweest als er belasting voor betaald had moeten worden. Nu mag dat beest op een eiland in de Noordzee, waar overigens een bijna subtropisch klimaat heerst, in alle rust heel oud worden. Van mij mag het. Maar het hoort niet.

 

 

 

Donderdag, 03-08-2017

 

Mooie dag, veel zonneschijn. Beetje buiten gezeten, wat opruimklusjes in de tuin gedaan. Langzamerhand komt die weer op een punt dat ik kan gaan nadenken over wat er straks in moet. Maar eerst nog wat geduld betrachten, zoals dat zo mooi heet, of er niet nog een restant van de papyrus is achtergebleven. Want dat wil ik echt nooit weer, zo’n plant.
Er zijn nog wel meer heesters en struiken waar je mee uit moet kijken. Een sering bijvoorbeeld, mooi hoor, maar die moet je dood schoppen, zo ongeveer. Vlinderstruiken zijn ook bijna niet uit te roeien en u moest eens weten hoeveel moeite het me gekost heeft om de druif om zeep te helpen.

Dat klinkt allemaal heel wreed, maar soms moet je wat.
Mijn mussenzandbak moet ook regelmatig geschoffeld en onkruidvrij gemaakt worden, misschien ga ik boven dat witte zand nog wel een pergola bouwen. Mooie balken en andere noodzakelijkheden daarvoor heb ik voor het grootste deel al in bezit. Dan kan ik er een mooie passiebloem of een nieuwe druif tegenaan laten groeien. Kan die pergola nog een beetje extra zon afschermen, naast mijn parasol. Ook niet verkeerd. Als een Groninger zoiets zegt, betekent dat dus heel goed, dat wist u al.
Er zit nog een leuk extraatje aan dat verwijderen van de tegels, ik heb nooit meer last van overstromingen. Het water is razendsnel weg, zelfs bij hoosbuien. Dat is natuurlijk ook erg prettig.
Wel begin ik zelf wat last te krijgen van een hoge bloeddruk, ik moet weer wat beter op mijn zout gaan letten. Met al die leuke dagen wil je wel eens de hand lichten met al die gezondheidsregels. Dan zijn bamischijven op de spottersplaats van Schiphol niet de allerbeste versnaperingen voor mij. Even gas terug, derhalve! Anders komt dit dagboek nooit af. Wat in dat voorkomende geval wel een mooi bijverschijnsel oplevert: “unvollendete” werkstukken zijn altijd erg gewild.

 

Vrijdag, 04-08-2017