29-06-2020 

'k Bin nait (verhoal veur RTV Noord)

‘k Bin nait ‘n echte Grunneger. ‘k Bin ‘n stadjeder, ook wel stadjer neumd, dat ligt ‘r moar an woar joe woon’n ien Stad. Ik bin geboor’n in zuid, bie Paarkweg, in Rivier’nbuurt. Woar an 't end van de Berkelstroade geliek de weilanden begonn'n. Slootje over spring'n, avontuur. Papiermool’n was dr nog nait, dei heb ik loater bouwd zien word’n.

Ik ben geboor’n oet ‘n verbintenis van ‘n Zeeuwse stiefkop en en ‘n Achterhoeks wicht. In oorlog gevlucht noar ‘t Hoge Noorden. Doarom is mien Grunnegs ook hailendaal niks. Bedörven as dei toal is ien Stad deur import zo as ik, en deur student’n oet ‘t haile land dei hier groag studeer'n.

‘t Is niks, 't was niks en ‘t zel ook niks word’n, zee’en ze. Wat toal betreft tenminste.

Loater as tien- elfjoarige verhoesd naar Corpus den Hoorn, woar na de oorlog neie flets oet grond stamt werden veur ‘n neie stad. Een échte stad. ‘n Grode stad.

En daarom proat ik Stads, Stadjeders. ‘t Liekt nargens op. Moar as ‘k ergens aanders kom in ‘t land, zegg’n mensen toch direct: nou, je kunt wel horen waar jij vandaan komt. Hoe goed ik ook probeer netjes Nederlands te spreken. En dat moest ik noodgedwongen wel toen ik begin jaren tachtig ging studeren in Breda aan de Academie St. Joost. Awel, in ‘t Zuien, hè! Waar ze houdoe zeggen in plaats van fatsoenlijk Moi.

Ik had me al wat met fotografie beziggehouden, tekenen deed ik mijn hele vroege jeugd al, en ik kon ook een beetje pottenbakken. Wat ik geleerd had in het jeugdcentrum Rajakimoes toen ik een paar jaar in Stadskanaal woonde. Van ene Johan Broekema, een echte pottenbakker uit Drouwen. Keramist, zeggen ze in dat wereldje. Helaas veel te vroeg overleden in 2010. Pottenbakken is een gevaarlijk beroep.

Dus op naar de kunstacademie in Breda, waar ik naam en faam maakte met mijn bastaard-Gronings. En met mijn daden.

Want met carnaval sloot ik mezelf drie dagen op met voldoende mondvoorraad, nadat ik die katholieke waanzin één keertje zelf had meegemaakt. Vreselijk! Carnaval, dá’s niks voor Grunnegers, ook niet voor import-Grunnegers.

Ik bleef daar niet lang, trouwens, daar in Breda, want tot mijn grote verbazing werd ik ziek... en hoe. Van de heimwee. Ik zag groen en geel van misselijkheid en wist alleen maar te bedenken dat ik terug wou.

Terug naar Grunn'n, terug naar de klei.

Ik liet dus de boel de boel daar in Breda, stapte in mijn met schilderijen volgepropte lelijke eend en reed in vliegende vaart terug.

Noar Stad. Om doar verder lelijk Grunnigs te spreken. Zoas ‘t heurt veur ’n Stadjeder. Of Stadjer, 't is moar woar joe woon'n ien Stad.

 

24-06-2020

Sanitaire noodstop

De nachten zijn kort. Achter de tv in slaap gevallen, wat me midden in de nacht dwong nog even met het hondje uit te gaan. Kwart over drie. Maar in het Oosten was de lucht alweer aan het bleken, nog even en de warmste dag van het jaar (voorlopig) zou aanbreken. 28 graden in het noorden des lands, voorspelden ze. Da's veel! Maar nu nog niet, het was heerlijk koel. T-shirt met mouwloze fleece, dat was meer dan genoeg. En geflankeerd door een heel blij hondje voelde ik me weer even totaal relaxed.

Dat blije hondje was natuurlijk vooral blij omdat zij haar drol weer kwijt was, van opluchting gaat ze dan even heel hard huppelen. Da's een mooi gezicht, zo'n Jack Russell blij springend met die te korte pootjes. Daar had ik al heel vaak over nagedacht, bijna alle honden doen dat. Op de hurken, verlost van de rommel en hoera, huppelen. Van groot naar heel klein, bijna allemaal.

En nu, terwijl Saturnus en Jupiter aan de zuidelijke hemel hun best deden de hardst-stralende ster te zijn, vond ik opeens een antwoord op die totaal niet prangende vraag: hondachtigen trekken 's nachts! Naar een andere locatie of gewoon op jacht, maar onderweg! En als je dan even "moet", trekt de roedel natuurlijk gewoon verder, die gaat heus niet braaf als een mensenbaasje namaak-onverschillig staan kijken alsof jij (hondje zijnde) helemaal nergens mee bezig bent. Kwijt is weg en alleen is gevaarlijk in de jungle, op de steppe, op de toendra, op de uitlaatplek. Van rover naar prooi is maar een heel kleine drolpauze lang. En daarom, besloot ik midden in de nacht terwijl het in het Oosten inmiddels al veel lichter was geworden - het daghet altijd in het Oosten - huppelen ze. Snel terug naar de roedel/baas/bazin. En die "blije huppel" is onmiddellijk over zo gauw ze weer bij jou zijn. Modus: normaal is goed genoeg. Niet alleen de hemel was verlicht, zonet.

 

29-05-2020

Nogmaals Jupiter 

Vanmorgen vroeg (héél vroeg), wakker en traditiegetrouw even wandelen met het hondje. Het was al wat licht aan het worden, niet direct- en echt licht, maar zo dat de atmosfeer zelf al in de zonneschijn baadde en op de plek waar ik was, we het moesten hebben van de weerschijn daarvan. Hetgeen dat typisch-blauwe morgeneffect geeft.

En nog steeds: corona op „den Aardkloot“. Daarom nauwelijks een vrachtwagen te horen terwijl er toch een licht Noordenwindje was, waardoor, als gevolg daarvan, je normaal gesproken al van de A7- en A28-herrie om zou moeten komen. Maar nee hoor, stilte.

Wel een heel gelukkig scharrelende Jack Russell, neus op de grond en op die te korte pootjes druk bezig overal de juiste sporen en geuren te analyseren. Want Pantoufle is niet het enigste (fout-Nederlands, Alex!) hondje dat daar langs komt, dus werk aan de winkel.

Maar voor mijn ogen en oren was er ook genoeg te doen. Een vijver vol kwakende kikkers, van rek-kek-kek-kek tot krâârrk-krâârrk, een lawaai van jewelste. En niet een paar, tientallen! Dubbel-glas vereist als je aan de rand van een stadsvijver woont in de vroegzomer. En voor mijn ogen in de, nu o zo heldere morgenlucht, ook een kadootje, een parel, lange jaren niet meer zo mooi gezien. Omdat ie laag stond leek ze uiteraard ook nog groter door de lens van de dampkring, maar daar stond onze schitterende morgenster: Jupiter.

Mars, er vlak naast zou moetende staan, was al niet meer te zien door het te veel aanwezige morgenlicht, maar Jupiter straalde daar nog ruimschoots doorheen. Wonderschoon.

Nog even kunnen we daar van genieten, dan heeft de economie het weer gewonnen, kun je van de snelweg-herrie daar niet meer wandelen en zie je helemaal geen morgensterren meer. Letterlijk beneveld door de welvaart. En is onze MP weer als een kind zo blij.

Het zal mijn tijd wel duren (ik hoef niet meer zo lang) maar ik heb nu al medelijden met alle toekomstige generaties. Zie het wonder van de Nederlandse krottenwijken, zo maar ontstaan uit de hoog-conjunctuur, de laatste leugen van Jhwh en Allah en hoe ze nog meer mogen heten. Als ik een vrouw was, ik wist het wel. Steriliseren, die boel. Maar ook dat hoeft misschien straks niet meer, daar zorgt de dan alom-aanwezige straling wel voor. Maar gaat U rustig slapen, zei ooit ene zwaar-gereformeerde MP Hendrikus Colijn in 1945. En: Signum Crusis. In nomine Patris. et Filii. et Spiritus Sancti. Amen... mompelde een zwaar collaborerende Paus Pius XII, die het niet zo erg vond dat het Jodenprobleem eventueel opgelost zou worden.

L’histoire se repète, voorwaar, ik zeg het U... het is volbracht!

 

A’dam 

Gisteren (20-05-2020) noodgedwongen een boodschap in Amsterdam gedaan.

Ik had online een 3/4 gitaar gekocht (ik ga even kijken of ik op zo’n kinder-instrument nog wat van de muziekvreugde van vroeger terug kan vinden) en die bleek na bezorging een complete puinbak. Een enorme dreun gehad tijdens het vervoer,dat was duidelijk. Normaal gesproken stuur je zo’n ding terug, maar zelfs dat was niet meer de moeite. Dus ik naar de muziekwinkel gezocht die zich achter de onlineshop verborg, ha, ook een echt filiaal, een echte winkel in Amsterdam. U weet wel, zo’n plek waar ze dingen in voorraad hebben, die je dan gewoon mee naar huis kunt nemen na betaling. Vroeger had je ze veel, nu is dat bijna nostalgie. Gekeken of ie open was, jawel, en omdat ze in onze flat aan het bouwen zijn met slaghamers en boren was ik maar al te blij dat ik mijn huis kon ontvluchten. Geluid draagt ver in zo’n revolutiebouw-flat. Een verre boodschap doen is dan een typisch geval van het beroemde, aan twee-kanten-snijdende mes.

Dus hup, het autootje in, hondje mee, 5 uur alleen is wel veel -ze kan het wel, hoor, daar heb ik haar op getraind - en de weg op. Door de polders naar onze hoofdstad. Had van te voren al even gekeken waar we precies moesten zijn in A’dam (goeie gewoonte uit de tijd van voor de routeplanners), zodat ik ook in onze enorme hoofdstad niet voor verrassingen zou komen te staan. So far, so good.

Maar het beste moest nog komen.

De jagende linkerbaan was verdwenen! Al die Audi’s, Tesla’s, BMW’s en Mercedessen van drie maal modaal en hoger waren weg, verschwunden! Heel af en toe dook er nog eentje op die zo nodig 140 of harder moest, maar ik heb er op de hele reis, heen én terug, niet meer dan een stuk 10 gezien. Vrijwel iedereen 108/109 (dat is honderd echte kilometers, ongeveer) dus inhalen had ook geen zin, rustig achter elkaar aan met voldoende tussenruimte en geduldig langs een bijna onafzienbare rij vrachtwagens. Lekker muziekje aan (Dire Straits, Leonard Cohen), wie doet me wat. Twee bumperklevers gehad, vrijwel te verwaarlozen, en maar één riskante inhaalmanouvre via een ophoudende linkerbaan. Het feit alleen al dat ik ze tellen kon, zegt al genoeg. De enige file (nee, in A’dam ook al niet!) was afkomstig van de open brug in de polder door een schipper die te lui was om de mast te strijken. Gelukkig stond ik vrij vooraan, dus dat viel ook wel mee. En vergeleken met wat ik anders meemaak op zo’n hoofdstedelijke trip, peanuts!

Ik maak me sterk dat ik minstens 1 op 23 moet hebben gereden en geen enkel tijdverlies hoefde bij te schrijven om volkomen ontspannen 5,5 uur later weer in Groningen terug te komen. Gelijk hondje uitlaten, de ringweg Groningen was het drukst van alles en toen thuis maar chinees besteld. Niet uit luiheid maar om het te vieren.

Van mij mag het nog wel even corona-crisis blijven, wat dat verkeer betreft. Natuurlijk niet voor de getroffenen, dat spreekt. Mijn oprechte condoléances. De sociale ramp is nu al niet meer te overzien. Maar de heldere blauwe luchten zonder zwaar vervuilende condenssporen spraken boekdelen. Moeder Aarde haalt opgelucht even adem. Het zal wel weer overgaan, vrees ik, zo gauw we het virus hebben bedwongen. Dan zal de financiële vraatzucht van het neoliberale gedeelte van Nederland wel weer zorgen voor een volgend vuil Nederland, wachtend op een volgende crisis. Die komt, geheid. Want dat de Aarde uiteindelijk wint, desnoods met miljarden menselijke slachtoffers, dat staat vast.

Die kapitalisten spelen een spelletje met iets wat ze totaal niet kunnen begrijpen, laat staan kunnen bedwingen of, voor hun nog beter, verslaan. Want al lijkt dat momenteel niet zo, ze hebben bij voorbaat al verloren. En als enige oplossing kennen ze enkel het Grote Graaien, waarvan ze denken dat dát hun wel zal helpen. Terwijl ze niet eens beseffen dat al dat graaien juist de oorzaak is. Want van vicieuze cirkels hebben ze ook nog nooit gehoord, op school waren ze ook al niet de heldersten, immers. Wat zegt u, die gitaar? Ach, daar is een mooie regeling voor getroffen en een gaaf exemplaar staat nu op mij te wachten. Als ik het weer een beetje beheers, zal ik het u laten horen

 

13-05-2020

OBESITAS

In deze rommelige tijden, waarin virussen hun uiterste best doen onze mooie Aarde te bevrijden van de kanker die mensheid heet, waar een chemo-kuur voor een mens heilzaam is maar chemie voor de blauwe planeet juist de ondergang betekent, waar bestraling het averechtse effect heeft (het doodt Gaia, maar geneest de kankercel die homo sapiens heet), ben ik vooral bezig mijn gewicht op 95 min te houden, mijn streefgetal. Te zwaar, ik weet het, maar mijn door een hartvirus geremde lijf verzet zich nogal tegen al te veel bewegen. Wat ik dus juist zou moeten doen wil ik de honderd halen, tenminste. Nu wil ik dat helemaal niet, ik woon vlak bij een bejaardenhuis, dat zegt genoeg, maar toch...

Kortom, op 95 blijven is een hele klus. Ik was al nooit zo’n sportief type, nerd zijnde, ik leefde eigenlijk al voornamelijk in mijn hoofd.

Waar ik het uiterst plezierig vind.

Mooie gedachten worden op de meest vreemde tijdstippen geboren, meestal als ik geen mogelijkheid heb ze ergens op te slaan, de hersenspinsels die het wel lukt te overleven, worden in mooie korte stukjes proza op het internet gepoot om daar hun heilzame werk te doen, weerslagen in acryl op doek van al dat hersenwerk, kunnen rekenen op een aantal bewonderaars, kortom, ik vermaak me wel. Behalve die kilo’s, hè! Want van denken val je niet af.

Maar dat is nu over! Gisteren zag ik in een kookprogramma op ons aller beeldbuis (weinig buis!), dat de gemiddelde Amerikaan meer dan 120 kilo vlees per jaar eet! Waar Nederlanders met 89 kilo al ruim boven het gemiddelde zitten (en nog steeds heel erg veel boven wat we eigenlijk nodig zouden hebben), werken onze overzeese nakomelingen steak na steak naar binnen. Met als gevolg dat royaal overgewicht in de VS al heel gewoon wordt gevonden. Zie ze schommelen! Kijk maar es naar al die Amerikaanse shows! Je schrikt je rot! Door het beeld waggelend proberen ze aan de man te komen (ook nog verbaasd dat het niet lukt), in kookprogramma’s prachtige gerechten te maken of nieuwe huizen betrekkend waar ze nauwelijks door de voordeur kunnen. Om binnen hijgend te kunnen zeggen dat de keuken zo prachtig ruim is.... en zo mooi uitzicht biedt op tuin met barbecue.

Ik ben genezen! Vergeleken met hun ben ik prachtig slank, alles is betrekkelijk! Ik zet weer zeer tevreden mijn petje op, trek mijn flamboyante lange jas weer aan en loop, nee flaneer, weer uiterst trots door het straatbeeld. Aldus de goden tartend hun bestaan waar te maken door mij met hun bliksemstralen te treffen. Want trots is verboden, in het zweet uws aanschijns...

Stop, even terug naar het begin, U heeft samen met mij toch ook geconstateerd dat datgene wat voor ons genezend is, voor Gaia rampzalig blijkt te zijn? En dat dat genoeg zegt? I rest my case... voor vandaag!

 

21-04-2020

 

Bij Jupiter...

 

Op mijn vroege-morgen wandeling met het hondje, op jacht naar vallende sterren (nee, geeneen gezien) viel me wel opnieuw op hoe helder onze sterren tegenwoordig staan te fonkelen aan het firmament. (Dank zij corona, onze nieuwe bijbelse plaag volgens Kees van der Staaij). Hoe boven de zuidwestelijke horizon Mars, Saturnus en Jupiter vrijwel op één lijn stralend stonden te vertellen hoe groot de kosmos eigenlijk wel niet is. Dat zal ons leren, denken ze daar. Want ze heten natuurlijk helemaal niet zo, wij hebben die sterren zo genoemd. In een tijd dat we nog niet eens wisten wat planeten waren, laat staan dat we beseften dat daar niemand zou kunnen wonen die ons kon vertellen hoe die planeten eigenlijk wel heten. En of die bewoners hun planeet überhaupt wel een naam gegeven hebben. Dit soort beschouwingen overvallen mij meestal zomaar, uit onverwachte hoek. 

Hoe wij, mensen, dingen namen geven en er daarna vreselijk arrogant vanuit gaan dat die dingen ook zo heten. Hetgeen natuurlijk volkomen flauwekul is. Want hoe iets of iemand heet, dat maakt diegene of datgene zelf wel uit. Begrijpen is bezitten, denken wij in onze hoogmoed. De eerste menselijke denkfout...

Ooit gehoord: bij sommige Eskimo-stammen wordt dit naamgeven dan ook overgeleverd aan de bezitter van die naam zelf. Die in zijn naam zijn hele levensloop weergeeft. Bijvoorbeeld: Hallo, ik ben derde kind, tweede zoon, heel ziek geweest, snelle jager, eerste man van .... En dan weet je gelijk wie en wat je tegenover je hebt. Handig.

Ook bij Indianen, zijdelings verwant aan de Eskimo’s, treffen we zoiets aan, die vieren geen verjaardag maar een naamgevingsdag. Want wanneer je bent geboren, dat is niet interessant, dan moet je eerst een jaar indelen in maanden, weken, dagen, allemaal namen om te komen tot nieuwe namen. Want... als iets een naam heeft, hebben we er, opnieuw, macht over. Denken we. Nee, als je als klein mensje altijd moest lachen, aardig bent geweest (of juist net niet), je eerste zeehond hebt gedood (of bizon, als je zo’n indiaantje was), wanneer je bent gehuwd, hoe dapper je bent, kijk, dat zijn dingen die in een naam horen. En dat soort namen groeien dus mee met wat een mens heeft beleefd of gepresteerd. Wat heerlijk!

En hoe dan de bureaucratie krakend in elkaar stort omdat ze niets of niemand meer kunnen benoemen teneinde er macht over uit te oefenen, van dat beeld in mijn hoofd stond ik vanmorgen toch wel geweldig te genieten toen ik Mars, Saturnus en Jupiter als op één lijn boven de zuidwestelijke horizon zag staan. Want ook daar klopt natuurlijk helemaal niets van, dat lijkt alleen maar zo. Zoals alles alleen maar zo lijkt. It’s all in the eye of the beholder. Nothing is real, there’s nothing to get hung about, strawberriefields forever....

 

TUSSENDOOR...

 

Als de Oosterse verlichtings-filosofie is verworden tot een wijkplaats van de individualiteit, een schuilplaats voor de individu, zodoende het beeld bevestigend dat er zoiets als een geest zou bestaan, heeft diezelfde denkwijze geen bestaansrecht meer, anders dan een volgend „isme“ in de lange rij denkmethodes die ons ‘minder alleen’ zouden moeten laten voelen. Hetgeen, uiteraard, een onmogelijke zaak is.

Kennis is elke dag iets nieuws leren
Wijsheid is elke dag iets loslaten

 

20-04-2020

 

van Amstel... 

 

Doodgeslagen door onnodige beleefdheden, gewurgd door alle niet gemeende vriendelijkheden, platgewalst door neoliberale lafheid (want sociale moed is nu eenmaal slecht voor de omzet), overkomt ons nu een nieuw fenomeen: het heet sociaal SAMEN. In een crisis, veroorzaakt door de mensheid zelf door overbevolking, overbevissing, over-industrialisering en vooral een overgrote dosis overmoed, heeft onze verbeelding een absoluut dieptepunt bereikt. Het neoliberale SAMEN, god betere het. Een kapitalist als ons aller MP dat woord horen uitspreken is een gotspe, om dat mooie Hebreeuwse moord maar weer eens van stal te halen. Eén stapje verder en we gaan weer gezamenlijk de kerken bevolken, schijnheilig psalmenzingend de nieuwe Middeleeuwen tegemoet. Of volksliedzingend het zelf-uitgeroepen feodale Nassausche koningshuis - afkomstig uit de diepe krochten van het Germaanse Rijk - toejuichen met vlaggetjes „aus Oranienburg“, in de toepasselijke kleur uitgevoerd. Kleine kinderen schreeuwen aan de kant van de weg hun longetjes kapot, leve de koning, leve Maxima, leve de minima. Want samen, MP en wij ook, natuurlijk, zetten we de schouders eronder, samen kunnen we virus Corona verslaan, samen gaan we ons wapenen tegen het zelfveroorzaakte Chinese gevaar, dat juist gevaar geworden is omdat onze eigen entrepreneurs vrachtschepen en vrachtvliegtuigen vol goedbedoelde rotzooi over hebben laten komen, teneinde dat in de maag te splitsen van Nederlandse minimumlijders die niets anders meer kunnen kopen omdat de neoliberale leiding van ondernemend Nederland de onderkant van de samenleving dermate uitgekleed heeft dat eindelijk, ten lange leste (*), de munten echt de zwaartekracht hebben overwonnen.

Na Rutte de omgekeerde zondvloed, alle geld stroomt omhoog. Het zal pas echt goed gaan als de kleine beleggers erachter komen dat ook zij verneukt zijn, dat ook zij hun spaarcentjes toch maar beter in een ouwe sok hadden kunnen stoppen. In plaats van te investeren en beleggen, gedwongen door de kunstmatig laaggehouden rente op spaargeld terwijl de onterecht onvolprezen bank-CEO’s bonus op bonus krijgen om de opgelopen schade - door een klein sociaal oproer veroorzaakt - weer te repareren. Want uit stof is u geboren en tot stof zal u wederkeren. Maar eerst nog even gedwongen door dat stof gekropen. Amen.

(*)

Het hemelse gerecht heeft zich ten lange leste
erbarmd over mij en mijn benauwde veste
en arme burgerij, en op mijn volks gebed
en dagelijks geschrei de bange stad ontzet.
De vijand, zonder dat wij uitkomst durfden hopen,
is, zonder slag of stoot, vanzelf hard weg gelopen.

 

En nu ter Kerke, fluks ter Kerke,

ook wie niet werken kan zal werken

want samen, samen lossen we het op

en wil je niet, heb je een dwarse kop

dan zal je ‘t echt op je salaris-strookje merken!

 

Vrij naar de Gysbreght. 

 

18-04-2020

 

Kentering?

 

Midden in de nacht ga ik bijna altijd nog een keertje met het hondje wandelen. Dat kan vanaf een uur of twaalf zijn, liever nog iets later. Een uurtje of een, half twee is prachtig. Want dan wordt het heerlijk stil. Relatief gezien, uiteraard, want als je in de hoek tussen de A7 en de A28 woont in Groningen, komt er natuurlijk altijd wel een auto voorbij. En met noord-noordoostenwind is het het ergst. Dan hoor je elke vrachtwagen langs denderen, piepend afremmen en/of grommend weer optrekken. Dat is binnenkort over als dat beroemde kruispunt stoplichtvrij wordt gemaakt. Daar zijn ze nog wel een paar jaartjes mee bezig, reden te meer om het zelf ook nog maar even vol te houden.

Maar tegenwoordig valt me iets heel anders op. Ik hoor niet meer het verkeer, nee, ik hoor de individuele auto’s optrekken en afremmen, kan zo’n ding helemaal volgen, komend vanuit Friesland de bocht om naar Assen, of rechtdoorgaand naar Moffenland. Ja, zo heet dat hier nog steeds, zal er wel nooit meer uitgaan. Maar waar het hier om gaat, een overduidelijke vermindering van het doorgaande verkeer, dus. Heerlijk.

Genietend van die betrekkelijke stilte merkte ik vannacht nog iets wonderbaarlijks op. Ik zag Venus ondergaan. Nou is dat niet zo abnormaal maar wat wel mooi was, de planeet schitterde als nooit tevoren. Goud-wit stralend stond ze daar, de planeet der planeten. Dat was lang geleden! Corona telt, naast de vervloekingen, dus ook haar zegeningen. De luchtvervuiling is enorm afgenomen, ondergaande sterren en planeten worden niet meer verduisterd door fijnstof en andere vervuilingen, overdag stralend-blauwe luchten, nauwelijks vertroebeld door dunne flarden vliegtuigluchtvervuiling. Prachtig, net als vroeger.

Het zal wel niet beklijven, vrees ik. In de gezamenlijke politiek-rechtse VVD-CDA-pecunia-jacht zal het foute deel der mensheid straks gewoon weer doorgaan met vervuilen, daar waar de grens al lang bereikt is, doorgaan met gaat-heen- en -vermenigvuldigen terwijl daar het maximum van wat de Aarde kan verdragen ook allang in zicht is, kortom, zich als kanker gedragend met als bijna willoos slachtoffer onze Gaia. Godinsymbool voor dat kleine plekje thuis in de gigantisch-enorme Kosmos, waar de mensheid per ongeluk is ontstaan en wat ze nu hard bezig is te vernietigen. Bijna willoos, want ook de natuur heeft het in zich om door middel van rampen, Australische branden en moeilijk te bestrijden ziektes weer in balans te willen komen. Nee, ik ben niet hoopvol, dat klopt. Er zal een nog veel grotere ramp als pest, corona, tbc, kanker nodig zijn om het allemaal weer te herstellen. Maar misschien, als wij met z’n allen beseffen dat juist wij de Kanker van Gaia zijn, dat het tij dan toch nog gekeerd kan worden. Want 8 miljard mensen zijn teveul, veulsteveul.

 

Vrijdag, 10-04-2020

 

METHUSALEM
 
 
Als notoire mensheid-hater (of liever ‘daden-der-mensheid-hater’), heb ik mijn uiterste best gedaan mijn leven te verkorten. Zowel tabak als alcohol moesten hun heilzame werk doen in combinatie met een toch wel tamelijk ongezonde levensstijl. Helaas (en ook wel een beetje gelukkig), het lukte niet. Nu, 71 jaren oud, voel ik mezelf al een halve Methusalem, een zeer eerbiedwaardige grijsaard uit de Bijbelse geschiedenis. Die er volgens de overlevering bijna duizend jaar over deed om het hoekje om te gaan. Dat daarmee waarschijnlijk duizend maanden zou moeten worden bedoeld, is duidelijk. Er werden vroeger maar heel weinig mensen veel ouder dan 55 - 60 jaar. Dat de goed voor zichzelf zorgende feodale upper-class wat ouder werd, was dan ook uitsluitend te danken aan het feit dat al het werk door hun onderdanen (lees: lijfeigenen, oftewel slaven) gedaan werd (moest worden op straffe van, eigenlijk). Die werden dan ook niet veel ouder dan een jaar of veertig, tenminste, als je kop er niet eerder af ging of als je als vrouw al niet veel eerder in het kraambed gestorven was. Wat in en voor de Middeleeuwen ook nogal vaak voorkwam. Bedenkt U zich nog maar een keertje als U weer eens verzucht: ‘Ach, die goeie ouwe tijd...’ U weet duidelijk niet wat U zegt.
Terug naar Methusalem: veel mensen (mannen!) uit zijn tijd werden ook heel erg oud volgens de overlevering, de eerste man (Adam) zou meer dan 900 jaar oud geworden zijn, volgens het boek der boeken van de christenen. Nou staan daar wel meer sprookjes in, wat heet, het is één groot verzinsel, maar ach, het boek werd dan ook geschreven door mensen die nog maar nauwelijks konden bevatten dat de aarde rond was en niet het middelpunt der schepping, maar zelf draaiend om een enorme zon, die op zich weer een zeer nietig stipje was in de uitgestrektheid van onze Melkweg met miljarden van dat soort zonnen, welk stelsel zelf weer een nietig stipje was in het universum. Voor zover wij weten...
 
Welke getallen-hoeveelheid mij alweer terugbrengt naar de 1000 maanden van M., 969 om precies te zijn. Rekensom: 969 gedeeld door 12 = 80 jaar en 9 maanden! Ik moet nog even door wil ik de beste, brave grijsaard nog inhalen. Mijn uiterlijk heb ik alvast mee. (Ha, M. kon in zijn tijd nog geen selfie maken....). Ik kan het dus nog halen, tenminste, als de corona-oplossing van Moeder Aarde (als je nu toch een God zoekt, zoek dan liever een Godin) niet voortijdig een eind maakt aan het lange leven van deze medepleger-der-verderfelijke-daden-der-mensheid. Mea culpa, mea maxima culpa.

 

Zaterdag, 04-04-2020

 

Prettig Pasen.
 
 
Nu wij midden in een crisis zitten die ouderen onder ons noodzaakt zo veel mogelijk thuis te zitten, willen ze de beroemde pijp niet aan Maarten geven, en die goede-doelen-stichtingen en andere lieve goedwillenden over hun benen laat struikelen om voor die "oudjes" toch maar goed te zorgen (waar natuurlijk niets mis mee is), moet mij iets van het hart. Het gaat over ‘eenzaam’ en ‘alleen’. Zelf het woord eenzaam in de praktijk niet kennende, heb ik daar mijn licht eens over laten schijnen.
Met de nu volgende conclusie: in de beginne waren daar aapjes. Rondtrekkend in mooie groepen van boom tot boom, vruchten snaaiend waar zij die maar tegenkwamen, de schillen en klokhuizen gewoon maar vallen latend (wat maakt het uit, nee, niets), leefden zij hun mooie leven. Tot ze te oud werden, niet meer mee konden komen en meestal ten prooi vielen aan een of andere predator. Van slang tot jakhals, van krokodil tot gier, iedereen profiteerde van deze situatie. En de resten werden aldus goed opgeruimd. Tot zover dus alles keurig netjes geregeld.
Zolang je dus maar in die groep zat, was je (betrekkelijk) veilig, je was nog gezond en je kon de rovers goed zien aankomen. Heerlijk leven gegarandeerd. Toen was geluk nog gewoon, dachten ze allemaal. Je moest dus wel zorgen dat je in die groep bleef, dat wel. Daar hadden ze iets voor bedacht: als je per ongeluk in afzondering kwam, werd je bang, de paniek sloeg toe en de adrenaline die dat veroorzaakte, liet je als de wiedeweerga terugkeren naar de groep. Tenzij je dat niet kon, natuurlijk, dan was de rest van het verhaal duidelijk. Die angst, die paniek, dat vreselijke gevoel om niet de groep om je heen te voelen, dat noemen we tegenwoordig eenzaam. En nooit geleerd hebbende hoe daar mee om te gaan, zitten nu duizenden mensen, afgezonderd van de groep, op hun roofdieren te wachten. In welke vorm dan ook. En ze weten het, dat instinct is zo oud als de wereld, daar kun je niet omheen. Aapjes zonder groep, hartverscheurend.
Heel anders is het met sommige aapjes die zich nooit aangesloten hadden bij zo’n groep, die dat maar vervelend vonden, die dachten: de wereld is groot en mooi, veel mooier dan zo’n groep, ik ga op pad. Jawel, ook bij aapjes had je ‘loners’. Dat die tevens onbewust een mooie rol vervulden door de genen te verspreiden zodat inteelt werd voorkomen, dat was mooi meegenomen. De vrouwtjesapen waren dan ook meestal door hetzelfde genen-mechaniek dol op die rondtrekkende bohémiens, die vagebonden. Die natuurlijk ook wel heel slim en sterk waren. Dat moest wel, anders overleefde je immers niet in die hongerige wereld. Die zwervers waren natuurlijk nooit eenzaam, die waren alleen maar alleen. En dat vonden ze prima. Ze trokken van stam naar stam, vertelden hun verhaal (U merkt wel, we hebben het nu opeens over de homo ludens), waren slim en wijs, de vrouwen waren dol op hen, kortom, ze kwamen niets tekort in het leven. Tot zo’n zwerver teveel hun vrouwen betoverde, te gevaarlijk werd voor de groep, dan moest zo’n aapje natuurlijk aan het overdrachtelijke kruis op last van de patriarch (Pontius Pilatus) van de groep, dat snapt U. Nu snapt U ook in één keer waarom veel mannen hun vrouwen als eigendom beschouwen, waarom de groepsvrouwen dat eigenlijk helemaal niet erg vinden, emancipatie of niet, waarom vagebonden dat nooit doen, waarom oude groepsaapjes nooit afgezonderd mogen worden door hun groep opdat ze niet in de paniek en eenzaamheid schieten en waarom zoveel aapjes hun afval gewoon maar laten vallen. En waarom sommige mensen nooit eenzaam zijn. Alleen maar alleen. Dat zijn de echt gelukkigen en daar hoor ik bij. Hallelujah! Prettig Pasen!
En al die vrouwenkoren over de hele wereld maar in koor zingen: Wir zetsen uns mit Tränen nieder.... jaja!

 

Zondag, 22-03-2020

 

Ik heb een paar Belgische ( Belse) vrienden. Slimme Belgische vrienden zelfs. Jawel, ik ben U een slag voor, hahaha. Eentje doet iets in ruimtevaart-software (geen flauw idee, wat precies) en de andere is een kunstenares. Woonachtig met man in een "kot" in Zuid-Belgie, tegen de Franse grens aan. Als de Corona voorbij is en we hebben het allemaal overleefd, ga ik daar zeker es heen. Verheug ik me nu al op. Mooie reis, kunstenaar-kadootjes mee, heerlijk. Maar waar het nu eigenlijk om gaat, eergisteren schreef ze een zeer fraai stukje op ons aller Facebook en dat wil ik U toch niet onthouden. In - voor een Belse rebel - zeer aanvaardbaar Nederlands beschreef ze wat er eigenlijk gebeurt in uw hoofd (en het hare, uiteraard) in tijden van crisis. Want dat het in België ook crisis is, neem dat maar van mij aan. Het stukje is niet gecorrigeerd, het is een op een, na toestemming, overgenomen. De illustratie is een bijpassend schilderij, inmiddels al aan mij geschonken. Dat krijgt een ereplaats. Uiteraard. Dan nu het stukje:*******************

Ik wil toch graag effe iets kwijt... Allereerst : Ik ben mij absoluut bewust van alle maatregelen die de staat genomen heeft én ik ben, tot nu toe, voorstander. Dit staat niet ter discussie in mijn hoofd. Maar soms bekruipt mij een lastige kriebel, een frons in mijn voorhoofd, ja zelfs een rilling op mijn rug. Want nu wij hier in lockdown zitten, in ons kot, kan ik niet anders dan ook beseffen dat een basisrecht als ‘vrijheid’ heel snel kan afgenomen worden. Sterker nog, dat een overheid en de media een massa kan klaarstomen om zélf dat basisrecht af te geven. Er is eigenlijk maar 1 ingrediënt nodig: angst. Maak mensen bang, en ze roepen zelf om een lockdown (ja, ik ook en ik was waarschijnlijk één van de eersten). Ook denk ik dat je het gevoel van vrijheid verliezen niet kan oproepen als je het nooit beleefd hebt. Ik beleef het nu, ik voel het. Ik, dat mens dat eigenlijk zowiezo in haar kot blijft, met geen stokken buiten te krijgen is. Ja ik, ik voel dat nu. Ik observeer de buitenwereld, met politie, leger en drones. Toen ik die rare toestellen in de lucht zag in China, twee maanden geleden, boezemde net dát me angst in en ja ik voelde zelfs afschuw. Die gevoelens zijn nu ook mijn werkelijkheid. Ik kan enkel nog zeggen : Volg nu de regels en draag zo zorg voor jezelf én elkaar. Maar neem ook even de tijd om, los van de angst om ziek te worden, voor jezelf uit te maken wat vrijheid voor jou betekent. En zelfs in deze crisis... ga voor jouw vrijheid. Want leven is vrijheid en vrijheid is leven. Blijf nu vrij in je hoofd. Dat is nu de kunst 😘********************

 

Met een hoofdletter?

Vrijdag de dertiende maart

 

Omdat het mij vaak gevraagd wordt...

Omdat ik het er vaak over heb...

Omdat er veel misverstanden over zijn...

Omdat... kijk, je hebt kunstschilders en kunstenaars, beeldhouwers en kunstenaars, schrijvers en kunstenaars, U voelt hem al aankomen, ik ben een kunstenaar.

Een schilder kan heel mooi schilderen, daar heeft ie voor geleerd. Op een academie of van een andere schilder of zelfs van zichzelf. Die laatste noemen we dan een autodidact. Je hebt heel goeie en heel slechte schilders en alles daartussenin. Rembrandt was natuurlijk een heel goeie, dat snapt U. En Vermeer, Breughel, Mesdag... Er is een heel lange lijst te te maken van al dan niet goeie schilders maar wat ze gemeen hebben: zij maken schilderijen. Voor aan de muur, op een muur, in ieder geval, op iets om naar te kijken. En dat kunnen ze meestal heel goed. De Oôôh’s en Aââh’s zijn niet van de lucht, kijk-es, net echt. Mensen betalen zelfs geld aan een gebouw om er naar te mogen kijken. Dat noemen we dan een museum. Met, uiteraard, een directeurtje die er alles van af weet, van schilders. Of beeldhouwers. Of musici, maar dan heet het een concertzaal.

En dan heb je kunstenaars, da’s toch heel ander volk. Die hebben een boodschap. Die willen U graag wat vertellen. En omdat mensen niet luisteren willen, bedenken die mafferiken van alles om toch maar gehoord te worden. Sommigen schilderen ook, da’s waar. (maar niet zo goed als een Rembrandt). Of houwen een beeld. (maar niet zo goed als een Rodin). Terwijl ze liever, eigenlijk, er op los zouden willen houwen. Echt waar! Luister nou toch es, G.V.D.! Maar nee hoor, er wordt niet gemept! Want dat mag nu eenmaal niet! Dus bedenkt een kunstenaar iets. Dat bedenken, dat noemt een kunstenaar dus Kunst. Met een grote K. Om zich te onderscheiden van de al eerder genoemde schilders. Die noemen hun produkten, hun schilderijen gewoon kunst. Dingen die je kunt kopen. Het product van een kunstenaar is niet te koop. Die heeft zijn ongenoegen naar een hoger plan gebracht, gesublimeerd noemen we dat, zodat het U geen pijn doet. Althans, niet vanbuiten. Want van binnen moet het natuurlijk wel een beetje schuren. Dan is de kunstenaar blij. Hij heeft Kunst gemaakt. Met een hoofdletter.

Om het geheel nog een beetje ingewikkelder te maken zijn er natuurlijk ook allerlei tussenvormen denkbaar. Schilders die een beetje kunstenaar zijn (Picasso, Dali) of kunstenaars die een beetje schilder zijn, maar ook een beetje schrijver, een beetje muzikant, een beetje beeldhouwer, een beetje actievoerder maar vooral: een beetje eigenwijs (ik en nog vele anderen). Waarnaar bijna nooit geluisterd wordt omdat ze nu eenmaal erg eigenwijs zijn. En als ze al luisteren, bijna nooit begrepen worden. Want sublimatie, dat is niet voor iedereen weggelegd.

En nog arrogant, ook, potverdikkie!

 

04-03-2020

WELDENKEND

Over al die ellende van de laatste tijd...mag het een pietsje minder?

Oftewel: opdracht voor weldenkende mensen.

Jazeker, dat klinkt arrogant. Alsof er weldenkende en niet-, dan wel slechtdenkende mensen zouden zijn. Twee soorten van denken, zeg maar. Misschien een verrassing: die zijn er inderdaad. De mensheid wordt uiteindelijk geleid door die mensen die geen leiding gedogen, die individualiteit voorop stellen, die weten dat elk mens zijn eigen wereld met zich meedraagt, die beseffen dat er geen goden bestaan, dat elk geloof een twijfel aan de existentie is, die weten dat tijd geen liniaal is en derhalve niet kan worden gemeten in aardse omwentelingen. Maar die vooral beseffen wat zij zelf doen. De maatstaf bij zichzelf leggen. Hier en nu. Niet foutloos, maar wel bewust. Die andere mensen, vraagt U?

Ach, gaat heen ter kerke - elk ander „isme“ volstaat ook - en vermenigvuldigt U. Daar was U immers toch al mee bezig.

Het zal mijn tijd wel duren.

 

02-03-2020

ONBENULLEN

De rechtse patserbakkenmeute, de ASO-bandietengroep van de snelweg, laat weer es, met name in ons aller Telegraaf - de foutste krant van Nederland - van zich horen: wat het wel niet kost, al die borden, en ook: de veiligheid vergroot niet. Ik heb het natuurlijk over de 100 km/uur maatregel. Alle schijnargumenten worden weer ter tafel gebracht. En een van hun zielloze argumenten was: de ergernis op de snelweg zal weer toenemen. Hahahaha, ja dat klopt, hún ergernis. Hún gebrek aan bereidheid zich een beetje aan te passen met het schijnargument: TIJD IS GELD in het achterhoofd. Terwijl, vooral op de kortere afstanden, snelheidsverschillen helemaal niet uitmaken in reistijd. Eén stoplicht tegen en al uw winst is weer teniet gedaan. Nog afgezien van het argument zelve: tijd is helemaal geen geld. Om daar het fijne van te weten moet U maar es een goed boek daarover lezen. Wat U waarschijnlijk niet doet, goede boeken zijn aan U niet besteed, slechts het kasboek is interessant. Het andere argument: de borden langs de weg moeten allemaal weer aangepast. Gek hè, dat je dat argument niet hoorde toen het naar 130 ging, een maatregel waar heel wijs en slim Nederland toen al van zei: wat een waanzin. En wat die veiligheid betreft: ik geef U, rechtse malloot, op een briefje, als U netjes 110 op de teller aanhoudt, zullen er massa's minder ongelukken zijn, zal er er voor miljoenen euro's brandstof per jaar bespaard worden (jammer, hè, Shell!), zal dus de emissie met vele procenten afnemen en nog vele, vele andere voordelen zullen op uw bordje terechtkomen. En dan heb ik het nog niet eens over Uw bloeddruk. Ook zullen heel wat medeweggebruikers U erg dankbaar zijn. Dat is toch ook wat waard. Bent U tenminste één keertje niet een rechtse hufter. Hoe heerlijk zou dat zijn. Voor U! Dat U, rechts zijnde, een malloot bent, is weer es overduidelijk bewezen door de leden van VINDICAT, de rechtse mallotenkweekbak te Groningen. Die zagen er geen been in met z'n negen-honderden vorige week gewoon op vakantietrip te gaan naar een Coronagebied. Moge er geen enkele terugkeren is dan mijn vurige gebed. Gelukkig bestaan goden niet zodat mijn onmenselijke gebed niet uit zal komen, dat scheelt.

01-03-2020 

BROEDEN

Jawel, 1 maart. De door de meeste vrouwen zo gehate sandalen weer aan - weer of geen weer -, vroege vogels luisteren op de radio, de vogel-webcams op het internet (Beleef de Lente) zijn weer aan. Onbeschaamd spieken in de vogelwereld waar uil, roodborst, merel en vele andere soorten weer hun uiterste best doen de mensheid te vermaken. Welnee, dat doen ze niet om ons te vermaken, dat doen ze omdat ze niet anders kunnen. Dat ze ons daarmee vermaken interesseert ze geen lor. Voortplanten, de soort in stand houden. Er moet gepaard, ge-eilegd, nestgebouwd maar vooral, gescholden naar de buren. Troost U, de mensheid is niet de enige die oorlog maakt. De hele natuur is er op gebouwd, de sterkste zal overleven. Van micro tot macro, van cel tot Brontosaurus, alleen de sterkste moet aan het werk. Overleven is de boodschap! Zo hoort het! Helaas is dat laatste bij de mensheid een beetje mislukt. Door bewustwording van zichzelf en zijn omgeving is de mens ooit een keer begonnen de zwakken te beschermen. Empathie, noemden we dat. Gevolgd door medelijden. Hetgeen we daarna een goede eigenschap zijn gaan noemen. Wat het niet is! Omdat we ons, in tegenstelling tot dieren, konden voorstellen hoe het zou zijn als onszelf zoiets zou overkomen. Hetgeen lief is maar helaas niet de bedoeling. Lief, daar heeft moedertje Natuur niets aan! Ikzelf zou allang niet meer bestaan hebben, heb de soort niet verspreid en lijdt vaak aan kleine, nauwelijks te verklaren kwaaltjes. En U, zou U dit stukje hebben kunnen lezen? Ik maak me sterk dat dat zeker bij 8 op de 10 niet het geval zou zijn geweest. Dan leefden er opeens nog maar 4 miljoen mensen in Nederland. Nog steeds erg veel, maar toch duidelijk veel beter te doen dan wat er tegenwoordig met de ruimte gebeurt. Stelt U zich dat toch eens voor. Slechts een paar boeren nodig voor het voeden, hele vinexwijken konden weer afgebroken of domweg weer aan de natuur overgelaten (die daar heus wel raad mee weet) maar het allermooiste: geen populisten meer in de politiek. Domweg omdat die dan geen bestaansgrond meer zouden hebben. Jawel, 1 maart, tijd voor wat optimisme met een kleinere mensheid en derhalve een veel grotere wereld. Want alles is betrekkelijk. Zal je zien dat ze dan gelijk weer een nieuwe godheid gaan verzinnen en onbeperkt kindertjes gaan lopen fokken om de opgelopen (in-hun-ogen) schade weer te herstellen. Want we leren het nooit. Of liever: we leren het nooit meer af. Helaas:we kunnen niet terug. Op naar 2 maart.

 

27-01-2020 

TREKVOGEL 

Afgelopen weekend in het kader van het nakend voorjaar voor trekvogel gespeeld. Maar voordat je uit het Zuiden kunt terugkeren, zoals elke rechtgeaarde sprutter (spreeuw!) weet, zal je er eerst heen moeten. Zo gedacht, zo gezegd, zo gedaan. Fluks in het autootje gestapt en op weg naar het land van onze zuiderburen, alwaar ik enige vrienden heb wonen. Belgen, jawel. Een volkje dat het werkwoord eten hoog in het vaandel heeft staan. En dat heb ik geweten. Hetgeen trouwens elke keer zo is als ik daar heen ga. Lekker en gezellig en veel is hun motto! Al eerder heb ik u bericht over de neiging van deze lieve zachte-‘G ‘-mensen om al de uitgestalde etenswaren in restaurants, cafés of frietkotten eerst op de gevoelige plaat te leggen, dan wel met de tegenwoordig alom aanwezige smart-, dan wel I-phone, te vereeuwigen. Dit weekend had ik die taak maar op mij genomen.

Na aankomst en een korte pauze om bij te komen van 4 uur autorijden met z’n drieën naar een soort openluchtmuseum. In Bokrijk. Waar ze uit allerlei Belgische plaatsen kenmerkende huizen, hoeves, gebouwen en molens hadden overgeplaatst zodat je in dat park het hele Belse land wel gezien zou kunnen hebben, als je tenminste de hele wandeling uitliep. Hetgeen wij niet gedaan hebben - veel te ver voor de oude baas - maar gelukkig hadden ze halverwege ook nog een mooie eetgelegenheid (nee... goh?!) waar wij koffie met vlaai zouden nuttigen. En toen ik voor op de kersenvlaai bij de serveerster een flinke dot slagroom bestelde, en niet zo’n klein zuinig toefje, wachtte mij een kolossale verrassing. Het resultaat ziet u op de begeleidende foto. U snapt dat het bedienende meisje (wat heel erg moest lachen, we zullen die Hollander wel es even leren!) een flinke fooi heeft gekregen.

‘s Avonds natuurlijk weer lekker eten. Enorme bergen Franse frieten met daaronder een heerlijke biefstuk verstopt voor de vrouwen des huizes (dochterlief was ook mee), de heer des huizes een steak met Belgische frieten en de gast des huizes, ik dus, een spaghetti carbonara. Die ik maar voor de helft soldaat kon maken, zo’n enorm bord vol. Maar geweldig. En veel gelachen. Wel op tijd naar bed, ik kon me alleen nog maar rollend voortbewegen, zo ongeveer. En Zondag weer terug, na eerst ontbeten te hebben. Een ontbijt waarvoor je ‘s morgensvroeg al bij de plaatselijke bakkers terecht kan, met rijen klanten die geholpen worden door drie bakkersvrouwen, je gelooft je ogen niet als oprechte Noorderling. Daarna auto aftanken, spulletjes bij elkaar zoeken en weer op pad, terug naar het Noorden, waarmee het trekvogelgedeelte was aangebroken. Ik had geluk, mooi weer, beetje zon en de wind in de rug. En daarom ook in de rug van enorme groepen kieviten die prachtig tuimelend en zwenkend weer op weg waren naar de noordelijke Friese velden waar het eerste kievitsei traditiegetrouw gezocht - én gevonden - wordt. Pas dan is het voorjaar pas echt aangebroken.

Huiswaarts dus, met in de kofferbak een plant uit de Belgische tuin, die gelijk bij mij de grond is ingegaan. Nu even afwachten, maar het is een woekeraar, zei de Belg, dus dat zal wel goed komen. Ik hou u op de hoogte. Voilá!

 

24-01-2020 

AYOUB & KES/KES & AYOUB 

Vorige week vrijdag, in „The Voice...“ een vertederend moment. Ali B. had het bestaan om een mooi liedje door een Marokkaan te laten zingen, met als schaduwzangeres een prachtig, Hollands blond meisje. Ayoub en Kes, heetten ze geloof ik. Volgens de media: Bruggenbouwer Ali B werd overstelpt met complimenten over de battle van zijn pupillen Ayoub en Kes in The Voice of Holland. Ook onze nationale popu-bink Matthijs van Nieuwkerk deed nog een zeer overdreven duit in dit zakje en kon het niet laten op dit melodramatische succes mee te liften.De twee zongen voor het eerst een Arabisch liedje in de zeer goed bekeken RTL4-show. Waarbinnen Kes (het blondje!) zelfs een heel mooi stukje in het Arabisch zong. Volgens Ali ook nog eens heel goed. Het was ontroerend en ik geef toe: ook ik hield het niet droog. Wat later, tranen gedept, rees bij mij toch wel wat twijfel. Wat als het omgekeerd was gegaan. Als het Fatima(zonder hoofddoek) en Kees-Jan was geweest? Zouden die Marokkanen dan nog net zo enthousiast zijn geweest? Alle berichten gevolgd hebbende kan ik maar tot één conclusie komen: dat zouden ze niet. Want hun meisjes/dochters mogen maar nauwelijks buiten hun geloof verkering hebben, laat staan trouwen. Bezoekende buitenlandse vrouwen moeten daar hun haar bedekken, maar moslimvrouwen mogen hier niet hun hoofddoek afdoen. Wie is hier nu de discriminerende partij? Want in dezelfde media was er toch ook een foto van een Nederlandse (nu ex) minister van de vrouwelijke kunne, op bezoek in een moslimland, getooid met hoofddoek. Foei!

Nog afgezien van het feit dat goden niet bestaan, een overblijfsel zijn uit de achterlijke Middeleeuwen en al helemaal geen kledingvoorschriften uitdroegen, wordt het toch tijd dat zaken maar es fatsoenlijk uitgesproken worden. Ja, u mag best geloven, geloof wat u maar wil, maar bedenk dat u daar geen enkel recht aan kan ontlenen. Want vrijheid van godsdienst betekent ook vrijheid om geen godsdienst aan te hangen. Als u beweert dat goden wel bestaan dan ligt de bewijslast toch echt bij u. En dan heb ik het nog niet eens over de walgelijke vertoningen van incest en misbruik in zowel de Katholieke, als ook in de Yehovakringen. En het zal me ook benieuwen hoeveel inteelt er bij Mormonen optreedt. Wat allemaal wel een heel bedenkelijk licht werpt op het isme dat religie heet.

Amen.

 

10-01-2020

De Kunst

Het internet kent, naast alle voordelen van de communicatie en niet te vergeten de ontmanteling van de vele leugens der religie, ook een groot nadeel. Het zorgt namelijk tegelijkertijd ook voor een „versloffing“ der waarden. Een voorbeeld: vroeger werd een schilderij, een beeld, een ets, gewoon kunst genoemd als het een bepaalde graad van moeilijkheid had overwonnen. Zo had je pottenbakkers en ceramisten, u voelt het verschil gelijk al. Van het bord van de een kon je eten, het bord van de ander hing je aan je wand. Dat was/is duidelijk.

Nu echter, met de onbeperkte mogelijkheden van ‘den modernen tijd’, denkt iedereen die een potlood of een penseel kan vasthouden, of een draaischijf kan rondschoppen, dattie gelijk dan ook maar een kunstenaar is. De, in dit verband meest ergerlijke uitspraak is dan ook: „iedereen is eigenlijk een kunstenaar“ Brrr! Horror.

Daarom, en mede omdat ik gisteren weer es een aanvaring heb gehad met een stelletje mafferiken uit deze laatste categorie, een korte uitleg. En ja, dat woord moet met 1 k omdat de klemtoon op de eerste lettergreep rust. Sinds kunstenaars de grenzen van de realiteit zijn gaan uitrekken, niet hoe knap je iets kon schilderen maar hoe duidelijk je er iets mee kon zeggen, heeft de Kunst een andere functie gekregen.

Voor de exacte weergave hebben we film- en fotocamera’s uitgevonden, voor wat iemand ergens van vond, moest er iets heel anders uit de kast worden gehaald. De kunstenaar werd intellectueel. Kunst was niet langer dat bordje wat je aan de muur kon hangen, maar de boodschap die op dat bordje, in dat schilderij verborgen was. Kunst zal nooit meer het product van een kunstenaar zijn, die tijd is voorbij. Dat hebben we afgeschud als erfenis uit de tijd dat we nog in goden geloofden. De Middeleeuwen, ja.

Het sublimeren, niet geheel toevallig ook in diezelfde tijd nauwkeuriger geduid, (Freud en Jung waren nog maar nauwelijks bekend) werd maatstaf. Er is iemand die u wat vertellen wil, zegt een kunstwerk. Wie dan niet wil horen, moet maar voelen. You better listen! Niet naar de kunstenaar, uiteraard, die is slechts het medium, maar naar wat de Kunst u vertelt. Want dat bent uzelf.

 

08-01-2020

Het tweepersoonsbed.

Sinds mijn vrouw is overleden, nu al bijna weer 6 jaar geleden, ben ik mooi door de tijd heengekomen, moet ik zeggen. Ik heb m’n eigen, oude beroep weer opgepakt - daar was nu weer tijd voor - en heb al een aantal zeer fraaie doeken afgeleverd. Met wisselend succes. Tenminste, als je rekent hoe veel er verkocht zijn. Maar daar doe ik helemaal geen moeite voor, voor dat verkopen, ze komen allemaal op een zolder te staan en worden vanzelf een keertje ‘den volcke getoond’. Verder is mijn huis onherkenbaar veranderd, een woonhuis verandert snel in een atelier, tenminste bij mij. Lekker rommelig, overal ligt wat, ik weet precies wat en waar (nou ja, bijna altijd!) maar niet vies. Daar hou ik niet van. De natte hoek moet gevaarvrij betreden kunnen worden, vind ik altijd. Maar toch ontbreekt er iets. Ik kan namelijk ook behoorlijk goed koken, al zeg ik het zelf, alleen doe ik dat nu niet meer. Je kookt niet voor jezelf, je kookt voor anderen.

Want net als met Kunst is het ook zo met Koken: zonder Liefde werkt het niet. Kun je je in de Kunst met een Muze tevreden stellen, voor het Koken heb je een echt Mens nodig. Hoe heerlijk zou het zijn om weer lekkere schotels, salades, soepen te mogen klaarmaken voor iemand die dat ook waarderen kan. En daar openbaart zich het probleem: heb je al een bij jou passende vrouw gevonden (die moet het goed vinden dat ik 24/7 in de eerste plaats aan Kunst denk), sleept zo’n vrouw gelijk weer een complete familie, dan wel een vriendenschaar met zich mee. Daar moet je toch niet aan denken! Brrrr! Ik zoek dus een leuke vrouw, liefst ook kunstenares (die weet tenminste wat mij bezighoudt) zonder familie en vriendenkring. Om voor te koken, jawel. Daar staat altijd wel een ezel voor klaar. (Nee, niet ik, een schildersezel!) Je kunt zo beginnen! En als daar dan een tweepersoonsbed voor aangeschaft moet worden, beter! Dan doen we dat ook. Maar denk erom, geen familie en maar een paar échte vrienden.

 

31-12-2019

AAPJES

Er is iets goed verkeerd gegaan. Volgens Freek de Jonge althans. Wie kent hem nog! Een aapje liep (op z’n aaps, uiteraard) door het bos en kreeg een kokosnoot op z’n hoofd. Per ongeluk. Het aapje riep: Au! en het leed was geschied. Boven zijn hoofd verscheen een ballonnetje met een lampje er in. Volgens ene Walt Disney, alweer althans. Het aapje verbond voor de eerste maal in de geschiedenis oorzaak en gevolg en begon zijn mede-aapjes uit te leggen dat zij niet onder die- en die- palm moesten gaan lopen omdat zij dan het risico liepen een kokosnoot op het apekoppetje te krijgen. En omdat het erg veel werk was om al die aapjes datzelfde uit te leggen, vond A. (zo noemde het aapje zichzelf, tegenwoordig) het schrijven uit.

Omdat de spijkers nog niet waren uitgevonden, schreef A. het op het blad van dezelfde palm waar die noot uit was geflikkerd. De rest van het verhaal kent u, u is er het produkt van. Maar het Grote Leed was geschied. Want toen oorzaak en gevolg eenmaal bekend waren verondersteld, was het nog maar een klein stapje om van ervaring een toekomstvisie te maken. Toen die visie ook nog es werkelijkheid werd, bedacht A. in zijn ongebreidelde fantasie dat hij G. was, hij had immers de toekomst geschapen. En de ellende was compleet!

Veel te veel aapjes sloopten daarom en daarna alle palmen omdat zij bang waren dat ook zij een kokosnoot op de kop zouden krijgen, vergetend dat diezelfde bomen ook zorgden voor heerlijke schaduw. Schaduw waar elk fatsoenlijk aapje graag in zou willen liggen als de grond hem te heet onder de voeten was geworden. Wat inmiddels G. (vroeger A.) ook al had ondervonden.

En dan hebben we het nog niet eens over de kokosnoten zelf, die kon je ook nog es eten, immers.

Dat de waterhuishouding en de grondstructuren op die manier ook ernstig verstoord raakten, ach daar hadden gewone aapjes toch geen verstand van. Dat lieten ze maar aan de wetenschaps-aapjes over. Zolang zij maar geen builen op de kop kregen, was alles allang goed. En G.? Ach, een paar duizend jaar later kwamen zijn nazaten er uiteindelijk achter hoe de vork werkelijk in steel had gezeten. Maar toen waren de kokosnoten inmiddels op.

 

28-12-2019 

PAPPOT

Eens te meer is het me duidelijk geworden hoe de verschillende vorken in de verschillende stelen zitten, hoe vele brijpotten gecompleteerd worden met klatergouden lepels, wat er gebeurt als je inziet aan hoeveel kanten de messen snijden. Dan wordt het eten heter gegeten dan het wordt opgediend, komt er een scherpe mosterd na elke maaltijd als al niet eerder het brood je wreed uit de mond werd gestoten. En hoe sprookjes over niet bestaande goden ons door de strot worden geduwd.

Alhoewel... na 70 jaar gekweel en geblèr over kindekes die werelden redden, over hoe heilige moeders onbevlekt bleven tot ver na de maagdelijke geboorte, dat we dat vieren met naaldbomen in huis met lampjes er in, zou het me toch eigenlijk worst moeten wezen. Arme Jozef, een beetje gespeeld voor de poort en je werd genaaid waar je bij stond. Te snappen is het natuurlijk wel als je ziet hoe vandaag de dag nog vrouwen worden behandeld in die contreien, zeker als ze een seksueel slippertje gemaakt hebben. Dan kun je wel nagaan wat de gevolgen voor Maria zouden zijn geweest als ze dit leugentje niet had bedacht. Een leugentje met verstrekkende gevolgen, dat wel.

Nou ja, te snappen is het natuurlijk wel? Ik snap het eigenlijk helemaal niet. In de afgelopen zeventig jaar heb ik een mensenland zien afglijden van een verscheurd rijk nadat Germaanse populisten er een zootje van hadden gemaakt (bedankt, Adolf!) tot een zogenaamde welvaartsstaat, waarin het geld een ergere dwingeland blijkt dan voornoemde dictator. Met op een mooie tweede plaats de religieuze instituten, die er geen been in zagen hun eigen godswetten op hun eigen concilies zo te verbasteren dat veel geld verdienen opeens een verdienste bleek in plaats van verwerpelijk gedrag. De geboorte van de neoliberaliteit, zeg maar. Kapitalisten aller landen, verzamelt U.

Die slogan overigens, hadden ze gejat van de socialisten. Die niets sociaals hadden en ook maar een feodaal werktuig bleken. Hetgeen ene politicus, Wim Kok (*) genaamd, duidelijk en uitvoerig bewees. Nee, er zal iets nieuws moeten gebeuren, ingrijpende maatregelen zijn nodig willen we deze aardbol nog redden van de kanker die mensheid heet. We woekeren haar kapot, vervuilen haar mooie velletje en vernietigen haar schoonheid. We zijn domweg met veel te veel. Bijna 8 miljard mensen! In cijfers: 8.000.000.000 warme maaltijden per dag. En een van die maaltijden eet U. En ik! 

(*) What’s in a name, nu begrijpt U tenminste hoe ik aan die etens- en bestekmetaforen kwam, bedankt Wim.. 

21-12-2019

CYNICUS

Geboren in het jaar onzes heren 1948, waarna ik al op tienjarige leeftijd het geloof in diezelfde heer verloor, heb ik mijn hele leven deel uitgemaakt van de lichting der ‘babyboomers’. Maar helaas wel behorend bij de laatsten van deze volkomen overbodige generatie. Uit de grond gestampt om het land weer op te bouwen, trouw te zweren aan het weer ijlings teruggekeerde koningshuis - afkomstig uit het land wat wij net verslagen hadden, gevlucht naar de vijanden daarvan - terwijl wij ondertussen ook nog de ko-ho-ho-ho-ho-ning van Hispanje moesten eren. Probeer dat allemaal maar es te begrijpen als tienjarige van ‘Dietschen’ bloed.

Het babyboomvervolg op zijn beurt laat zich raden. Waar ik ook heenging, er gingen altijd duizenden met mij mee; waar ik ook solliciteerde, er waren nog zoveel wachtenden voor mij. Dacht ik recht te hebben op een bepaalde voorziening, werd die opgeheven, was er te weinig geld; was ik toe aan een huis huren, werden ze opeens onbetaalbaar, enzovoort, enzoverder. De lijst is te lang om in zijn geheel hier op te sommen. Naast de pot pissen is mijn tweede natuur geworden.

Maar het gaat nog steeds zo. Nu ik met pensioen ben, is het pensioen bijna op en wordt gekort, nu onze generatie eindelijk mag uitrusten van deze hopeloze strijd (generatie, want ik was natuurlijk niet de enige met zo’n verhaal, slechts een enkeling ontsnapte) en een beetje kan profiteren van het eventueel bij elkaar gespaarde geld, hebben de banken opeens een negatieve rente voor ons in petto. En de bejaarden-tehuizen, zo braaf opgezet voor de generaties voor ons, worden hals-over-kop ontmanteld. Voordat wij er aanspraak op gaan maken. Staan we straks met z’n duizenden weer voor dichte deuren. En aan het einde van dit verhaal is er nu een moderne generatie die ons verwijt dat we überhaupt bestaan, dat we teveel geld kosten, dat wij dat pensioen opmaken. Wat we nota bene zelf bij elkaar hebben gespaard.

Maar, hoe wrang is de geschiedenis, de massale geboorte van mij en mijn leeftijdgenoten zal zich ook vertalen in een massale sterfte. De begrafenisverenigingen bereiden zich al voor: de tarieven stijgen jaarlijks, de begraafplaatsen liggen te vol, er wordt nu al hartstochtelijk geruimd om weer plaats te maken voor al diegenen die al vijftig jaar premie betalen om netjes opgeruimd te worden. De komende twintig jaar wordt topdrukte voor hen. En een top-omzet, natuurlijk.

Dus geloof ze niet, de economische onheilsprofeten, in alles wordt/is reeds voorzien. Het verval heeft zich al ingezet, van mijn kennissen zijn er bijna geen meer over, van mijn kunstenaars-leeftijdgenoten is het merendeel ook al opgekrast. De zware beroepen het eerst, de pottenbakkers door de giftige glazuren, de glasblazers door de te hete en dodelijk dampen en de artiesten door hun eigen creatieve wanhoop waarvoor een dak, een hoog balkon of een verslaving de uitweg bood. Olieverf is overigens ook niet zo heel gezond, acryl is puur gif. Kortom, nog even afzien en de generatie die voor een twijfelachtige vooruitgang heeft gezorgd, zal weer opgekrast zijn. Met in het spoor hun door de Duitse bezetting veroorzaakte anti-autoritaire kinderschaar, die op zijn beurt weer voor massa’s ellende zal gaan zorgen. Maar daar hebben wij dan geen last meer van.

Verzeihung, Wilhelmus von Nassaue, wir haben es nicht gewusst 

20-12-2019

AFWASKWAST

Net als in een koffiemok, alleen maar omgespoeld, nooit afgewassen tijdens jarenlang gebruik waardoor de bruine ringen zich in het glazuur ingevreten hebben, zitten er ook sporen in uw geest. Jawel, uw mok ruikt heerlijk na al die jaren, je hoeft er bijna geen koffie meer bij te doen, zo lijkt het. Ware het niet dat die koffie zo ontzettend lekker is. En misschien behandelen we onze geest wel net zo. Hij voelt heerlijk vertrouwd (is een geest mannelijk?) en nieuwe kennis/inhoud hoeft bijna niet meer toegevoegd te worden.

Dat jarenlange gebruik van uw hersenen voelt dan wel vertrouwd, het is echter geen garantie voor slimheid en/of wijsheid zoals je zou veronderstellen. Maar eerder voor verontreiniging en sleetsheid. Dan kan dan wel lekker voelen, maar eigenlijk is het gewoon ordinaire luiheid. Afwasluiheid. Nee, denkluiheid!

En zo moet af en toe ook de afwaskwast door mijn eigen geest, een nieuwe uitdaging, een nieuw geluid. Weg met de aangekoekte viezigheid. Het gebaande pad moet weer verlaten, kortom, ik moet weer op reis. Want ik reis niet om ergens te komen, ik reis om te reizen, om nieuwe indrukken op te doen. Ik schilder niet om een schilderij te maken, ik schilder om te schilderen. Dat daar toevallig wel eens een product uit rolt, mooi meegenomen. Maar niet meer dan dat.

In mijn boek heb ik dat uitvoerig uitgelegd. Te lezen op mijn site. Maar in het kort komt het hierop neer: er is geen doel, dus waarom zou ik me daar dan druk over maken?

 

Er is geen weg te gaan, geen doel om na te streven

Geen richting, wat een ander ook maar zegt

Geen stelling of zij is al ras weerlegd

Waarheid door geld en tijdsbesef verkracht

Maakt zienden blind, opake dag wordt nacht

Resteert een zeer droefgeestig zeker leven

 

Dat schreef ik vroeger al eens als onderdeel van een zeer opgewekt sonnet. Waarmee ik maar bedoel, weg met al die bestemmingen, al die zekerheden. Nergens goed voor, totaal onnut. Ook ene Alan Watts (Engels filosoof, schrijver, spreker, anglicaans priester, hoogleraar) heeft daar al een keertje een fraai boekje over geschreven: Lof der onzekerheid. Nee, U hoeft niet te gaan zoeken op het net, de kans dat u er nog eentje vindt is uiterst klein. Maar omdat het geschrevene daarin wel erg gedateerd is (vijftiger jaren, het begin van de zweefteefjestijd) heb ik me voorgenomen het te her-redigeren. Om onder meer de toch nog aanwezige religiositeit te verwijderen. Da’s een heel karwei, als het af is, hoort u van mij. Gelukkig heb ik een witte koffiemok met bruine koffieranden, die helpt mij wel deze winter - en deze klus - door. 

18-12-2019

PAYTIME 

Zoals iedereen weet is er vooral één groot nadeel als je ouder wordt, de dagen lijken steeds sneller te gaan. De uren vliegen voorbij, de dagen zijn dwarrels die door een grijsgekleurde toekomst vliegen. De weken worden gedicteerd door je pillendoosje en voor je het weet is het alweer de maandelijkse payday, voor je het weet is de ‘pay’ alweer op ook. Ook: hoe harder je probeert dat tegen te houden hoe sneller het gaat, weet ik inmiddels uit ervaring. Zo zijn we nu alweer eventjes in afwachting van de jaarlijkse ‘fik’ vlak voor mijn deur en ligt de vuilniszak al klaar voor de droevige glas- en overige restanten daarvan. Die ik traditiegetrouw elke 1ste januari bij elkaar raap. Als dat tenminste lukt, het is me kortgeleden namelijk in mijn rug geschoten zodat ik me nu als een echte bejaarde met wandelstok door het leven moet bewegen. Dat heb ik al vaker gehad (een beetje overgewicht?) dus die wandelstok staat altijd klaar. Meerdere stokken zelfs. Eentje in de auto en eentje vlak bij de voordeur. Die bij de voordeur is zo een met allerlei blikken plaatjes er op gespijkerd van alle plaatsen waar een vorige eigenaar is geweest. Totdat ook zijn tijd te snel ging voor zijn benen.

En dat brengt me op het volgende: geconstateerd hebbende dat de tijd sneller lijkt te gaan omdat een dag een steeds kleiner deel van je leven is (als je 1 bent een 365ste deel van je leven, als je 71 bent een 25.910de deel, ik bedoel maar) zit er achter dit rekensommetje een veel groter besef verborgen. Namelijk dat je je altijd onbewust bewust bent van de lengte van je hele leven. Anders kon je de subjectiviteit van het verglijden van de uren niet bevroeden, toch?Je bent je dus, of je dat nu weet of niet, of je dat nu wil of niet, altijd bewust van je ‘hele’ leven en dat hele leven is dus de liniaal waarlangs je jouw ondermaanse tijd opmeet. En niet het aantal omlopen om de zon van onze aardbol, niet het aantal keren dat het dag en nacht geworden is, uw meer of mindere bewustheid is de zuiverste meetlat.

Dit gezegd hebbende: zouden we daarom niet ècht bewust willen worden? Zodat we zouden kunnen ervaren hoe zinloos dit leven is, slechts bedoeld om het leven, en niet onszelf, in stand te houden? Dit gevraagd hebbende: vind jij die conjunctief (aanvoegende wijs) ook zo mooi, zo ouderwets schitterend? 

16-12-2019

HIER EN NU

Vannacht is er een boek geboren. Vlak voor het slapen gaan, na de geruststellende wandeling met Pantu, mijn eigenwijze Jack Russell - welke Russell is niet eigengereid - openbaren zich vaak mooie gedachten in de totale ontspanning van de eerste duisternis. Vaak knip ik dan gauw het licht weer aan en schrijf die gedachte op, een speciaal boek met pen ligt altijd klaar. Maar gisteren had ik daar geen puf meer voor en dacht ik: ach, dat doe ik morgenvroeg wel, dit vergeet ik niet. In fraaie bewoordingen een vlakte beschrijven waar een koude wind de dienst uitmaakt, ach, dat moest ik toch wel kunnen. Dacht ik zo. Niets bleek minder waar.

Elke schoonheid in de beschrijving was ik kwijt. Ik kwam niet verder dan de zin die u hierboven hebt gelezen. Waar ik in de tekst een begrip wilde kweken voor de dorheid van de bedoelde uitgestrekte vlakte, hoe er af en toe een flard koud blauw zich manifesteerde tussen de, in vele grijs/grauwe schakeringen uitgevoerde wolkenlucht, gezien door de eenzaam-mannelijke hoofdfiguur van het toekomstige boek, zag ik de poging stranden in bombastisch literair geweld.

En nu wordt het lastig. Want ik weet zeker dat ik diezelfde visie niet weer zal beleven. Er is een boek geboren en het haalt geen adem, het is overleden voordat het kon gaan leven. Al exit voor de entree had plaatsgevonden. Dat zal mij leren. Met m’n grote bek over het ‘Hier en Nu’!

Dat boek komt er nooit. 

15-12-2019

 KENNAIT! (Gronings voor: dat kan niet!)

 Ik zou U zo graag willen bewijzen dat goden niet kunnen bestaan. Een wetenschappelijk bewijs leveren voor een van de grootste blunders van de menselijke geest. Maar helaas, dat kan ik niet, dat is onmogelijk. Dat zou ik alleen kunnen als ik zelf een god zou zijn. Een contradictio in terminis derhalve. Je kunt nu eenmaal niet het bestaan bewijzen van iets wat niet bestaat.

Net zo min als gelovigen, ondanks al hun zogenaamde wonderen, zullen kunnen bewijzen dat hun god wel zou bestaan. Van al die reli-wonderen is er overigens nog nooit eentje bewezen. Waarbij over het hoofd wordt gezien dat uw existentie eigenlijk het allergrootste wondertje is. Daar kan geen god tegenop. De miljarden jaren durende ontwikkeling van de, voor het eerst zichzelf splitsende cel tot datgene wat nu - op dit eigenste moment - dit stukje zit te lezen en dan ook nog begrijpt wat er staat, is een wonder van een grootte die we zelf niet eens kunnen bevatten. U alleen al, hebt meer mogelijke schakelingen in uw hersenen dan dat er sterren bestaan in onze Galaxy, de Melkweg. Meer dan 400 miljard! En van al die capaciteit gebruikt u maar een schamele 10 procent, de rest is voor automatische reflexen en opslag van data (uw verleden, zeg maar) die later, samengevoegd met observatie van het heden en inpassing van het verwachtingspatroon in de nabije toekomst, iets oplevert wat oude vrouwen meestal intuïtie noemen. Van welke zij overigens - volkomen misplaatst - weer een nieuwe godin maken. Alsof een nabije toekomst echt te voorspellen is. Ik beloof U, dat is zij niet. En van die intuïtie komt ook al niet zo bijster veel terecht. Wel meer dan door koude mathematische berekeningen, maar toch, op de keper beschouwd, maar heel weinig. En dat is maar goed ook. Konden wij de toekomst wel voorspellen, dan zou daar ongetwijfeld wel weer een zogenaamd slimmere mens voordeel uit putten. Zogenaamd slimmer, want als U uit materialisme uw voordeel moet halen, zal U uiteindelijk door datzelfde materialisme ten onder gaan. Gegarandeerd. Door de wet van de omgekeerde inspanning. Door diezelfde wet schrijf ik dit stukje ook niet en hebt U het zonet niet gelezen. Want mijn doel is de mensheid een klein stukje slimmer maken en dat kun je het beste voor elkaar krijgen door de mensheid dom te houden. Leve de contradictio. Pfff, wat een werk!

07-12-2019  

LISTEN TO THE VOICE

Gisteravond (vrij. 6-12-19) me weer eens laten verleiden tot het kijken naar The Voice. Of Holland, jawel. Dat neem ik dan eerst op (lang leve mijn smart-tv!) zodat ik tijdens de hoogst irritante reclameblokken snel door kan zappen. Later op de avond dan lekker kijken naar dit circus. Nu is daar een nieuwe presentatrice gekomen, Chantal Janzen. Dit in plaats van Wendy van Dijk, zo eentje die op haar 70ste nog steeds een meisje is. Heerlijk! Hetgeen je van Chantal niet kan zeggen. Van „het lekkere buurmeisje“ is die binnen een paar jaar verworden tot een echte MILF. Als u niet weet wat dat betekent: gewoon doorlezen. En daar is het mee begonnen.

Toen een gezelschap, de zangeres was helaas (nou ja, helaas?) niet door, afscheid nam, hoorde ik de presentatrice uiterst opgewekt zeggen: „Doeidoei!“. Het leed was geschied. Niets is zo erg als mensen bij een afscheid „doeidoei“ horen zeggen. Zwaaien met je handje tot je er bij neervalt, zolang het maar niet gemeend is. En vooral veel gebezigd door jonge vrouwen uit de zorgsector. Nee, ik klets niet, ga zelf maar kijken/luisteren. Vreselijk! Doeidoei... wegwezen. 

Sorry, ik lieg, dat is niet het ergste. Er zijn twee dingen nog erger, nog overtreffender. Eveneens uit die sector afkomstig, dat wel. De eerste is het afgrijselijk Nederlandse: ik heb zoiets van! Nauwelijks uit te roeien, terroriseert deze bastaard-uitdrukking menig interview. Ik heb zoiets van.... Heb je het nou wel, of heb je het nou niet. Denk je dat je het hebt, of heb je zoiets van: ik denk dat ik zoiets heb van... Ziet u wel, afgrijselijk.

En de tweede, nog ergere gewoonte, ook al een aantal jaren er heel sneaky ingeslopen: de drie zoenen in de lucht als je iemand ontmoet. Hou daar mee op! Gebiedende wijs enkelvoud. Enkel fout, dus! U meent er niets van, is het uw minnaar dan kreeg hij hem vol op de platte bek, is het een lieve bekende, doe hem/haar een knuffel, is het een onbekende, gewoon niet doen! Geef maar een handje, of in het ergste geval, gewoon negeren.

Wat overigens ook een heel bijzonder woord is, negeren. Leg de klemtoon maar eens ergens anders, bijv. op de eerste lettergreep. U ziet wat ik bedoel? Soms denk ik wel eens...

Daarom mijn welgemeend advies, mijn KERSTWENS voor iedereen, mijn GELUKKIG NIEUWJAAR-hoop: drie dingen die u niet meer hoeft te doen: drie zoenen in de lucht en “ik heb zoiets van“ zeggen. Wat zegt u, dat zijn maar twee dingen? U hebt gelijk, doeidoei... 

12-11-2019 

MEA CULPA, MEA MAXIMA CULPA!

Ik geef het toe, ik ben niet geslaagd in jullie maatschappij. Argwanend als ik ben, zie ik achter bijna alle maatregelen, wetten en voorschriften óf de hand van een god, óf de hand van een afgod. Wil ik baas zijn over eigen leven, ben ik overgeleverd aan een middeleeuws regime dat gelooft in een voorbeschikking, mede geregisseerd door een sinterklaas in een hemels paradijs, wil ik me onttrekken aan de “baas en personeel” -regel dan word ik gehouden door een postfeodaal regime dat mij voorschrijft dat wie niet werkt, dan ook niet zal eten. En dat volgeling is van Baäl. Let wel: Baäl betekent grondeigenaar, patriarch. Maar ook echtgenoot, bezitter. Opgelet feministjes! (In geschriften wordt die naam ook nog genoemd als afgod van het kapitaal, n.b.).

Maar terug: ik ben dus gezakt! Ik heb gefaald! Dus Hoera! Driewerf Hoera! Ik heb me met m’n dwarse kop verzet tegen elke inmenging in mijn eigen wil door anderen, heb daarvoor de maatschappelijke klappen gekregen (who cares) en ben er uiteindelijk achter gekomen hoe fake jullie maatschappij echt was. Het is nog erger dan ik vroeger in mijn argwaan intuïtief reeds vermoedde.

Met trots kan ik u dan ook mededelen dat jullie maatschappij de mijne niet (meer) is. Want ik geloof niet in maatschappijen, ik geloof in miljoenen/miljarden mensen. Eenieder verschillend, eenieder apart. En allemaal gelijk. Die zelf zouden moeten kunnen uitmaken hoe ze willen leven en vooral, hoe ze willen sterven. Niet door kogels of zwaard, niet door chemische ziektes of gevolgen van vervuiling door jullie maatschappij, nee gewoon, zoals het hoort te gaan. Van ouderdom. Zonder bangmakerij, zonder wraak, zonder hemel of hel, nee gewoon met hun eigen geweten. Dat in eerste instantie altijd de baas zou moeten zijn. En in tweede instantie ook! 

24-11-2019

EMPATHIE

Een van de meest sympathieke, misschien wel dè meest sympathieke eigenschap van de mens is zijn vermogen tot empathie. Het zich kunnen inleven in de leefomstandigheden van anderen wordt beschouwd als een groot goed. Hetgeen, menselijk gezien, ook zeker waar is. Geen kwaad woord willen wij horen over mensen die zich inzetten om het leed van anderen te verzachten.

Goede doelen, mits appellerend aan de al eerder genoemde empathie, zien hun kas gevuld met pecunia van/door anderen die zich graag gekend willen worden in de verbetering van de omstandigheden van het onderwerp in kwestie. En ik geef toe, ook ik trap in die menselijke val. Mede door mij als sponsor bestaat Kids United in Groningen, mede door mij heeft de groep Groeiend Verzet van de PvdD een aantal stukken natuur (mèt dassenhol!) in Twente voor verwoesting door kwaadwillende agrariërs kunnen behoeden, mede door mij (een gratis schilderij ter veiling aangeboden) kan een jongetje misschien zijn leven verlengen omdat de a-sociale leiding van dit godvergeten land de zorg voor de onderkant van de samenleving stelselmatig aan het afbreken is. Een gezonde, oude arbeider is immers een dure arbeider, luidt de feodale boodschap. Ook ben ik nog voor een heel klein stukje mede-eigenaar van een voor de sloop gered schip van Greenpeace. Een stokoud fossiel (Trix, een tyrannosaurus rex) van een van onze eerdere bewoners van deze planeet staat trots opgericht in Leiden, mede door mijn goede financiële zorgen. En oké, ik ben daar trots op, niets menselijks is mij vreemd. Maar toch, en toch, kraakt er een levensgroot spagaat in mijn bewuste brein.

Ik heb namelijk tegenwoordig ook (weer) vogeltjes, Japanse Meeuwtjes heet de soort. Die planten zich ijverig voort in alle omstandigheden, werd mij beloofd. Hetgeen gebeurt. Jawel. Inmiddels vliegen er al twee nieuwe vogeltjes in de groep rond. Twee maar? Jawel, twee maar. Want als van elk nestje er twee het redden is het mooi. De overigen zijn de zwakke exemplaren die de gang naar volwassenheid niet kunnen volbrengen. En zo hoort het ook, hoor ik U denken. De sterkste moet overleven voor de instandhouding van de soort. Wie kent George Darwin niet?

Leg mij dan es uit, waar komen al die wijken vandaan, honderden, duizenden wijken, gevuld met mensen die van voren nauwelijks weten dat ze van achteren leven, mensen die ‘s zomers aan te treffen zijn op de stoep van hun armoedige woningen, bierzuipend, zich voortplantend, lawaai makend, mensen die maar amper in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Mensen die wij met z’n allen in leven houden om maar één gedachte niet te hoeven uitspreken. Uit vrees dat wij er misschien zelf bij zouden horen?

Het spijt me dat ik U opgezadeld heb, opgezadeld met de ergste spagaat van de mensheid. En dat getuigt dan wel weer van een behoorlijk empatisch vermogen, dacht ik zo.

 

15-11-2019

GRUNNEGS

‘k Bin nait ‘n echte Grunneger. ‘k Bin ‘n stadjeder, ook wel stadjer neumd, dat ligt ‘r moar an woar ien Stad joe woon’n. Ik bin geboor’n in zuid, bie Paarkweg, in rivier’nbuurt. Woar toen nog de weilanden aan grensd’n. Papiermool’n was dr ook nog nait, dei heb ik gebouwd zien word’n. Geboor’n oet ‘n verbintenis van ‘n Zeeuwse stiefkop en en ‘n Achterhoeks wicht. In oorlog afzakt noar ‘t Hoge Noorden. Doarom is mien Grunnegs ook hailendaal niks. Bedörven as dei toal is in Stad, deur import zo as ik, en deur student’n oet ‘t haile laand. ‘t Is niks en ‘t zel ook niks word’n, zee’en ze. Wat toal betreft tenminste. Later verhoesd noar Corpus den Hoorn woar noa oorlog neie flats oet grond stamt werden veur ‘n neie stad. Een échte stad. ‘n Grode stad. En doarom praot ik Stads, Stadjeders. ‘t Liekt nargens op. Moar as ‘k ergens aanders kom in ‘t land zegg’n mensen toch direct: nou, je kunt wel horen waar je vandaag komt. Hoe goed ik ook probeer netjes Nederlands te spreken. En dat moest ik wel toen ik in de jaren tachtig ging studeren in Breda. Jawel, in ‘t Zuien, he! Met een heel ander taaltje. Waar ik naam en faam maakte met mijn bastaard-Gronings. En door mijn daden. Want met carnaval sloot ik mezelf op met voldoende mondvoorraad na het één keertje meegemaakt te hebben. Carnaval, dá’s niks voor Grunnegers, ook niet voor import-Grunnegers. Ik bleef daar niet lang, trouwens, daar in Breda, want tot mijn grote verbazing werd ik ziek... En hoe. Wat bleek! Ik had heimwee. Ik zag groen en geel van de misselijkheid en wist alleen maar te bedenken dat ik terug wou. Ik liet dus de boel de boel daar in Breda, stapte in mijn lelijke eend en reed met vliegende vaart terug. Noar Stad. Om doar verder lelijk Grunnigs te spreken. Zoas ‘t heurt veur ’n Stadjer.

 

Fb.10-11-2019

ISMES

De tijd van de “ismes” is bijna voorbij. Waar vroeger de rijken werden geschaard onder het feodalisme, gesteund door vermogende kerkleiders naadloos overgaand naar het kapitalisme, de gelovigen ieder onder hun eigen Herder, de armen onder het socialisme en de idioten onder het communisme, komen de iets verder doordenkenden tot de conclusie dat het niet heeft gewerkt. Hoe groter de massa, hoe dommer het volk. Dát was iets wat de feodalen heel goed wisten. Evenals de clerus, natuurlijk. Gaat heen en vermenigvuldig U, was de boodschap. Voor twee kinderen kun je een leraar maken/huren/kopen, voor dertig moet je de gemeentegelden al aanspreken en overvolle klassen in het hele land leiden tot betreurenswaardige taal- en andersoortige achterstanden. En zeg niet dat ze het niet wisten, het was gewoon zo bedoeld, het hoorde zo te gaan.

Een grote domme massa creëren, een massa die vrijwel willoos de door haar verdiende centjes weer mocht uitgeven in de winkel van de baas van wie ze de centjes in eerste instantie hadden gekregen. Zo kreeg de baas dubbel en de massa niets. Hij wist het wel! Maar het tij kentert. Door hun eigen winstbejag, nota bene. Het Internet! WWW.ONBENUL.NL. Want dat vertelt de grote, domme ismes waar de geheimen zijn verstopt. Hoe verschillende vunzige vorken in evenzovele walgelijke stelen zitten. Maar dat is nu over.
Want, zoals alle filosofen weten, elke actie kent tegelijkertijd zijn eigen reactie en het is een kwestie van uithoudingsvermogen hoe lang je iets één kant op kunt trekken. Je kunt er op wachten, het gaat vanzelf een keertje mis.
En nu is het dan eindelijk zover. Velen, waaronder ik, zijn er achtergekomen dat de massa als zodanig helemaal niet bestaat. Gelovigen versplinteren zich in hun ontkennende ijver om lekker incestueus bij elkaar te blijven - hetgeen tot mislukken gedoemd is - kerken worden afgebroken of worden tot koopjeshallen gemaakt (het hilarische ten top, dat waren ze eigenlijk al), de goden teruggeschopt naar het land waar ze met z’n allen vandaan kwamen (de kennisloze verbeelding) en we gaan het Hallelujah van het individu prediken.
Maar help, 10 miljoen individuen zijn weer een isme. Het individualisme. Paniek, hoe nu!
Ik weet het wel, U ook? 

Groet, een individu. 

 

16-01-2019

BREXIT

Het is geen toeval dat, tegelijkertijd met de crisis in alle religieuze kringen, ook revolutie is ontstaan in de kapitalistische wereld. (Brexit is een symptoom daarvan, niet de oorzaak) Zij zijn immers beide geënt op dezelfde waardes. Absoluut geloof in een systeem dat kritiek van te voren al kortsluit is de belangrijkste pijler en weerhoudt criticasters en/of anarchisten van ingrijpen. Zoals je een gelovige niet kan bestrijden met rationele argumenten, (je moet het immers "geloven") zo zal je een kapitalist niet kunnen overtuigen dat er een andere maatschappelijke verdeling moet komen. De kapitalistische dwangredenatie? "Zij geven wel aan wat ze niet willen, maar niet wat ze wel willen...", het veelgehoorde schijnargument van rechtse denkers. Ze geven donders goed aan wat ze niet -en wel - willen, het wordt alleen niet geaccepteerd of begrepen omdat een kapitalist zich geen wereld voor kan stellen zonder zijn eigen isme. Dat is heel wat anders. Zoals een gelovige zich niet voor kan stellen hoe de kosmos er werkelijk uitziet, op welke waarden die is gebouwd. Dus creëert hij/zij een supermacht waar je wel in kunt geloven. In beide gevallen is een manco aan abstract denken de wezenlijke oorzaak. Wat we derhalve moeten stimuleren is oefening in abstractie. Het is niet voor niets dat dat "entartet" wordt gevonden, door beide (en vele andere) systemen.

Dinsdag, 15 januari 2019

Ode aan Kees (van der Staaij)!
 
Zoals u hoogstwaarschijnlijk wel weet, bestaat mijn dag uit schilderen, peinzen en denken, hond uitlaten en niet te vergeten: regelmatig op het internet zwerven op zoek naar kennis. Als computerjongen van het eerste uur ben ik nog steeds mateloos gefascineerd door de mogelijkheden van dit medium en gebruik/misbruik het regelmatig om als podium te dienen voor mijn enthousiast geschilderde creaties en voor door mij graag geponeerde visies op mens en maatschappij. Dat is dankbaar want er deugt veel niet aan onze, schijnbaar democratische, samenlevingsvorm. En schilderen, ach, ik zal wel dood gaan met het penseel in de hand. Zoals ik ook geboren ben. De cirkel is rond, per slot van rekening.
Op zich tamelijk onschuldig, gedachten zijn vrij per slot van rekening. Wij wonen tenminste - en gelukkig maar - in een land waar ik net zo gemakkelijk kan zeggen dat goden niet bestaan als dat een ander kan zeggen dat hij in een god gelooft. In een land waarin het niet uitmaakt waarmee je het doet, zolang de ander zich er niet door gedwongen voelt en het ook lekker vindt, vrijheid blijheid. Waar zelfs een SGP zich kan veroorloven homoseksualiteit in een niet bestaand hokje te duwen uit naam van hun heilige leidsman. Hup, Kees van der Staay! Het mag! Dat je jezelf op die manier belachelijk wilt maken, ook dat is toegestaan in ons liberale landje. Nogmaals, zet 'm op, Kees.
Maar één ding moet me van het hart: regelmatig krijg ik via Facebook vriendschapsverzoeken binnen van dames op ongeveer mijn leeftijd waarin zij aangeven een diepe band met mij te voelen. Op het verkeerde been gezet door A. de vriendelijkheid van mijn schilderijen en B. hun geloof in intermenselijke connecties die aantoonbaar NIET bestaan. Net zomin als de prins op het witte paard.
Wat wel is aangetoond: het percentage overeenkomsten tussen u en uw prins-gemaal met paard bedragen in het maximale geval ongeveer 30%. En dan noemen ze het al een Maatje voor het leven.
Verder te benoemen, die dames dan, hè, zweefteef op leeftijd. Massaal gaan ze schilderen, pottenbakken, Nordic-wandelen, mediteren, yoga-en, ja, zelfs mind-fulnessen en wat er door slimme middenstandertjes nog meer verzonnen wordt om het verontruste gevoel de kop in te drukken. Doe dat nu niet dames! Niet de cursussen, dat moet u lekker zelf weten, maar mij benaderen. Ik ben niet vriendelijk, alleen maar aardig tegen mijn - enkele - vrienden. Ik heb mijn boek niet voor niets Misantropisch gewas genoemd.
Ik kan u echt niet helpen, isme's zijn mij vreemd, super- en oppermachten krijgen bij mij geen kans en macramé vind ik alleen maar mooi om naar te kijken. Elke vereniging van meer dan twee personen (tijdelijk, Kees, tijdelijk) zijn per definitie taboe. Wilt u echt rust, zoek dan geen contact met mij, maar leer dat elk mens per definitie alleen is en dat eenzaamheid slechts een uiting is van het ontkennen, dus niet kunnen accepteren, van voornoemd feit.

En voelt u toch banden, bijv. met mij, bedenk dan dat het uw banden zijn, niet die van het door U gekozen slachtoffer.

Ik wens u een gelukkige, rustige dag. Alleen. Kees closed!  

Dinsdag 5 juni 2018

VEJUKKEJUK!

Een beetje belezen individu komt er al snel achter: er bestaat geen waarheid en dat is de eerste waarheid. Ev’rything is in the eye of the beholder. Dat “the eye” staat voor al uw waarnemingen/gevoelens is evident. Tot zover is er niets aan de hand. Een miljoen mensen kunnen rustig naast elkaar leven, met elk een eigen levensvisie, een eigen verleden en een eigen toekomstverwachting. Toch schuilt daarin een levensgroot gevaar.

Als zo’n beetje belezen individu deel gaat uitmaken van een groep (de trias politica) die de dienst uitmaakt voor de (grote) groep niet-belezenen komt snel de neiging bovendrijven om iets creatiever met die “waarheid die toch niet bestaat” om te gaan. We noemen dat corruptie. Met alle consequenties van dien.

Onze huidige, door Adam Smith gehersenspoelde, regeer-elite, is daar een overduidelijk voorbeeld van. Er is geen hond meer die onze bestuurderen nog gelooft, achter elke belofte schuilt een cynisch: “Ja, ja, dat zal wel… eerst zien, dan geloven”. 

En terecht.

Als je mensen vaak genoeg voorliegt, wordt de leugen immers de nieuwe waarheid. Als de top zich decennialang heeft kunnen verrijken ten koste van de onderlaag van de bevolking, moet je er niet raar van opkijken dat die onderlaag automatisch gaat denken dat het jezelf verrijken de nieuwe democratie is. Welke wederrechtelijke verrijking dan natuurlijk weer gecorrigeerd moet worden door de rechterlijke macht, een van de drie – nu onbetrouwbaar gebleken – pijlers van de trias. Die zichzelf wel ongestraft kan bevoordelen.

Uit al deze onrechtvaardigheid, die uiteraard zeer sterk gevoeld wordt door de slachtoffers van deze bekrompen denkwijze, groeit snel een onkruid in onze geestelijke tuin, genaamd “populisme”. Dat de aanhangers van dit “isme” gemakkelijk te mobiliseren zijn, is evident. Het succes van de huidige, én gevaarlijke, nationaalsocialistische stromingen in Europa is voor een belangrijk deel daar aan te danken/wijten.

Een echt sociale (n.b. niet socialistische!) maatschappij is natuurlijk de enige remedie.

De energie waarmee het egoïstisch-rechtse neoliberale denken probeert in te hakken op linkse stromingen die een sociale maatschappijvisie aanhangen, wordt daarmee afdoende verklaard. Toch zal het neoliberale denken uiteindelijk aan het eigen succes ten onder gaan. Het denken in procenten i.p.v. centen – de accumulatiewet – creëert immers een steeds groter wordende kloof tussen top en onderlaag. Waarmee bewezen is/wordt dat de neoliberaliteit domweg een nageboorte is van het verfoeilijke feodalisme. Eén procent van duizend is nu eenmaal veel minder dan diezelfde procent van een miljoen. Dat snapt een kind. Nu onze minister-president nog!

Jammer alleen dat met het badwater ook het kind weggegooid zal worden. Eén troost: een Aarde zonder mensheid, wat een verrukkelijk idee. 

 

Ter herinnering aan restaurant Waddengenot aan Zee. Afgebrand 2019.

15-05-2019

WADDENGENOT 

Eerst de reis naar de boot, da’s al vreemd.

De auto (een lelijke eend, rood, jawel) een tikkeltje ongerust achterlaten op een winderig parkeerterrein na een vervelende reis door dorpjes op het platteland van Groningen met namen als Adorp en Sauwerd. Waar je terug moet naar 50 km/uur. Vervolgens door Winsum, waar al heel veel automobilisten hun prijs betaald hebben voor een paar kilometertjes te hard, dan links aanhouden richting Lauwersoog, het uiterste puntje van Nederland. Mensingeweer en Eenrum staan na Winsum ook nog op het programma. Kwade tongen beweren zelfs dat het dorp Winsum, waar we net doorkwamen, haar gehele voorspoed te danken zou hebben aan een aantal strategisch geplaatste snelheidsmeters. Waar of niet, het blijft lastig. En Winsum welvarend. En Lauwersoog ver!

Maar dan toch eindelijk, die boot, de afvaartplaats naar Schiermonnikoog. Na de navelstreng met het thuisland doorgesneden te hebben door het 2CV-sleuteltje ferm om te draaien, moet ik verlangend naar links de dijk opkijken naar het restaurant met de belachelijke naam Waddengenot waar ik o, zo graag eerst nog een kop koffie zou willen drinken of een visje zou willen eten, maar nee hoor…. kom nou, kom nou mee, roept de rest van de groep en je gaat mee. Je moet!

Want daar, daar in het noorden ligt je bestemming al, wordt tenminste verteld en dat kan je zien want het is mooi, helder weer. Aan de horizon onderscheid ik een soort zandstreep, wat bosserij en twee vuurtorens. Twee vuurtorens? Jawel, krijg ik te horen, een rode en een witte. De rode “doet het nog”, de witte is al lang buiten bedrijf, doet nu dienst als watertoren.

Dan de loopplank opklossen, de diesels beginnen te grommen en eindelijk, trossen los, seaborne. Na een vrij korte boottocht, voornamelijk leuk door stukjes brood uit de hand grissende meeuwen, de aankomst bij de pier. En daar gaat het over, die pier. De pier van Schier.

Een godverlatener stukje aarde kunt u zich nauwelijks voorstellen: als een wormstekige vinger steekt van het verder zo schitterende eiland, een weg de zee in. Met aan het eind, waar de boot aanmeert, een verbreding voor een paar bussen. En een soort huisje. Die bussen zijn noodzakelijk want gemotoriseerd blik is verboden op het eiland, in dat paradijsje. Dus moet je óf met een bij dat huisje gehuurde fiets (want dat bleek het te zijn, dat huisje, een fietsenverhuurder), óf met de bus. Of gezond wandelen natuurlijk, zo ver is het dorp nu ook weer niet. We zijn nog jong, wie doet ons wat.

Het eiland zelf kan ik me niet zo goed meer herinneren, eerlijk gezegd, maar dat huisje voor het fietsenverhuurbedrijf, de kale, glad bestrate pier en die bushalte, ja, die zijn me in het geheugen gegrift.

De hoofdstraat met die typische, mooie huisjes, oké, die heb je op Terschelling en alle andere Waddeneilanden ook, de duinen, de paadjes erdoor naar het strand, de paviljoenen, alles net zo als op de andere eilanden. Behalve Texel natuurlijk, maar da’s geen eiland, dat is gewoon een verlengde van Noord-Holland met een strook water er tussen. Maar de rest…. typisch Waddeneiland. 

2019

Ik kom hierop omdat ik, door de zegeningen van de moderne elektronica, net als miljoenen anderen, ook een computer heb met het inmiddels al lang vertrouwde internet. Maar dat hadden we in de boven beschreven herinnering nog niet. Nog lang niet, we schreven 1970, ongeveer. Maar nu wel!

Op dat internet is een soort mondiale sociale commune, Facebook genaamd. Inmiddels wereldberoemd en berucht vanwege privacy-perikelen. Met miljoenen pagina’s om te bekijken, te veel om op te noemen. Ideaal om te bladeren, zeg maar.

Bladeren, dat heet op het net: surfen. Op de digitale plank de branding trotseren, erg leuk. En al surfend – toepasselijker kan het bijna niet – zag ik een site over Schiermonnikoog. Voor foto’s, herinneringen en met een uitnodiging om lid te worden. Aangezien ik altijd wel in ben voor mooie plaatjes uit de natuur, niet geschoten is altijd mis, aanmelden dan maar. Waarom niet!

Lid geworden, krijg ik per kerende post een uitnodiging om een verhaaltje te schrijven over dit schitterende, autoluwe eiland. Voor een derde boek, twee daarvan zijn inmiddels afgerond. Met verhalen van enthousiaste fans. En drie maal is scheepsrecht.

Omdat ik zo’n eiland-fan ben, ook omdat schrijven mijn tweede natuur is, naast schilderen, heb ik zo’n verhaaltje toegezegd.

En toen niks! Een leeg hoofd.

Ja, een kale, lelijke pier - de Veerdam, zeggen ze daar – met een huisje en een bushalte, fietsen huren bij dat huisje maar verder helemaal niets. Niente, nada, noppes, zero!

Ik heb nog gebiljart bij Van der Werff, weten wel, maar geen beelden in de herinnering. Wandelen, ja, vast wel, met de groep, weten wel, beelden….ho maar! Slechts een pier resteert. Met een bus en een huisje. En daar moet u het maar mee doen.

Vul uw eigen herinneringen maar in, schrijf uw eigen verhaal, mij lukt het niet. Of nog beter, neem zelf de boot, da’s al vreemd. Parkeer uw auto. Doe de overtocht en huur een fiets. Bij dat huisje op die vreselijke, wanstaltige pier. Van Schier.  

OUDER WORDEN

Augustus 2018

Zeventig ben ik nu. Zeventig en drie maanden. Ouder dan ik had gedacht ooit te zullen worden. Ik was al bang dat ik de dertig nooit zou halen, meldde laatst mijn eerste ex. Toen speelde dat al. Tobbend met een zwakke gezondheid, een broos bestaan noemt mijn huisarts dat, heb ik continu geleefd in de veronderstelling dat het elk moment afgelopen kon zijn. Wat mij soms verlamde, soms tot grotere spoed maande. Nog zoveel te doen, nog zoveel te leren. Gelukkig wonnen meestal de leerperiodes. 

Maar tegenwoordig, sinds ik wekelijks mijn medicijnen moet bijvullen en me daarom bewust word van een datum, raast de tijd voorbij. Een knetterhete zomer met veel langskomende lijkwagens - een verzorgingshuis staat vlak bij mijn flatje - wordt al weer afgewisseld door de herfst. Terwijl in mijn tijdsbeleving het voorjaar nog maar net begonnen is.

Vroeger had ik dat niet, geen liniaal, geen kalender, geen medicijnen. Zo broos was die gezondheid nu ook weer niet dat ik daar dagelijks een portie helend gif voor moest innemen. Er waren periodes van sporten, fietsen, gezond tuinieren maar ook van contemplatie, navelstaren en meditatie. Dit alles afgewisseld met alcohol en kettingroken, de een een verderfelijke verslaving ter meerdere eer en glorie van de tabaksfabrikanten, de ander een poging de steeds maar nieuwsgieriger wordende geest stop te zetten, een korte vakantie te gunnen. Hetgeen nooit lukte, uiteraard.

Zeventig ben ik nu. Bezig met een serie schilderijen die niet kunnen, verbeeldingen van de menselijke motor bij uitstek: de paradox. You know the nearer your destination, the more you’re slip slidin’ away, zongen Simon and Garfunkel toentertijd al. Via mijn website kunt u de vorderingen volgen, het gaat langzaam, maar gestaag. Ik heb zelfs tijdens de afgelopen hete periode nog doorgewerkt. Ouder dan ik ooit had gedacht te zullen worden.

Maar vooral langzamer omdat de uren, dagen, maanden, jaren vlieden. Als een “schaap door ‘t veen”.

 

 

KORTE OPMERKINGEN EN STELLINGEN

 

15-12-2019

VISIE

Gevonden door een vriend en aan mij toegestuurd!
Komt ie:
“De expert ziet voortdurend andere dingen,
de kunstenaar ziet de dingen plotsklaps anders.”
Contextualiseren is een kunst en een kunde. Voor kunde is kennis van het onderwerp nodig en de passie om alles te willen doorgronden. Voor kunst is volledige aanwezigheid nodig om dingen ook anders te kunnen en willen zien. Voor kunde moet je durven leren, voor kunst moet je leren durven.

Nooit ben ik het hartgrondiger met een stelling eens geweest.

DE STAPPEN

Hier de stappen die het kapitalisme uiteindelijk naar de ondergang zullen brengen.

1. De concentratie wet, waarbij grote bedrijven voortdurend de kleine opslokken, en hierdoor steeds grotere ondernemingen ontstaan.

2. De accumulatie wet, die veronderstelt dat kapitalisten, die de meerwaarde ontvangen, (procenten i.p.v. centen) door concurrentie proberen de omvang van de ondernemingen steeds te vergroten.

3. De "Verelendung", de voortdurende verslechtering van de positie van de proletarische klasse, die afhankelijk is van de kapitalisten. De armoede zal steeds groter worden.

4. De crisistheorie, het gaat de bedrijven steeds slechter, waardoor arbeiders worden ontslagen. Hierdoor ontstaat weer, en nog veel meer, extra sociale ellende.

5. De ineenstorting ("Zusammenbruch") van de kapitalistische maatschappij. De crisissen zullen elkaar steeds sneller opvolgen en de positie van de arbeidende klasse zal voortdurend slechter worden. De spanning tussen de klassen wordt onhoudbaar. Het kapitalisme gaat ten onder.

Te zien is dat dit fenomeen momenteel hard bezig is vorm te krijgen. Toch is dit al meer dan 150 jaar geleden voorspeld. Helaas zullen er nog vele slachtoffers moeten vallen voordat er een sociale (niet socialistische) maatschappij zal kunnen ontstaan.

 

 

 

 

Idealen zijn lastig voor diegenen die ze hebben, maar nog veel lastiger voor hen die er niet in geloven.

Uit: Facebook-publicaties

Het heeft niet zoveel zin om te zoeken naar nieuwe waarden, als je de oude niet eens kent. Het wezen van vooruitgang zit diep begraven onder kennis.

Grenzen zijn niet gemaakt om anderen buiten te houden maar om U binnen te houden. 

Uit: Facebook-publicaties 

 

Veel mensen wonen in steden, veel mensen wonen in dorpen, veel minder mensen wonen in de vrije natuur, heel veel mensen wonen in eenzaamheid, slechts enkelen wonen in zichzelf

Uit: Facebook-publicaties

 

Analogie van de schilderkunst: het leven is net een schilderdoek, met elke penseelstreek wordt het een ander schilderij, het doek blijft hetzelfde. 

Uit: Facebookpublicaties

 

Een pad is slechts een plek waar al eerder een ander heeft gelopen.

Uit: Facebookpublicaties 

 

De Steen der wijzen heet in het Engels "the Philosopher's Stone". Dat geeft een heel andere benadering. Waar de wijzen de steen onderzoeken, laten filosofen de steen immers liggen.  

Uit: Facebook-publicaties 

 

Bedenk: alle mensen zijn gelijk en niet sommigen gelijker dan anderen. Dat de hufters en ASO's dit niet beseffen toont alleen maar het falen van de maatschappij aan, niet het ongelijk van voornoemde sufferds. Die weten immers niet beter. 

Uit: overdenkingen

 

In tegenstelling tot wat men altijd beweert: you always walk alone.

Uit: overdenkingen 

 

Het wordt niet begrepen door het merendeel der mensheid, dat het niet de tijd is die verstrijkt, maar het individuele leven. Dat tijd juist niet de meetlat is waarlangs je je ontwikkelt, waarlangs je leeft. Tijd is niet een rivier maar jijzelf bent het water, stromend van bron naar zee, een eigen spoor trekkend door het statische land dat tijd heet. Om daarna weer terug te keren als regenwater voor een nieuwe reis. 

Uit: overdenkingen 

 

De enige verplichting van het leven is zichzelf in betekenis om te zetten. In welke vorm dan ook. Of door middel van welk voertuig dan ook. Dat is haar enige doel, zelf heeft ze geen betekenis maar is ze een staat van zijn.

Uit: overdenkingen 

 

Aan de grenzen van de waanzin: schilderen met licht in meerdere talen. De verschillende soorten symboliek, de mathematiek en de emotionele kleuroverdracht. Een veelvoud van talen (twee of meer) laat de toeschouwer snel verdwalen en geeft de illusie van magie bij de beschouwer.

Uit: overdenkingen

 

Het grote misverstand verklaard: het cadeau is medeleven. Groter dan liefde. Liefde is hard en droevig, een koud, wreed en oud woord. Scherp als een mes, stomp als een botte bijl. Medelevend is de ander zien in zijn/haar leven. Daarom is medelijden slecht. Mede-levend is de sleutel tot zijn. Doe niets, geef niets, neem niets. Wees alleen medelevend. Pas dan laat je een ander in zijn waarde 

Uit: overdenkingen

 

Uitbreiding van een stelling. Waar de evolutie succes heeft met de best aangepasten (aan hun omgeving) die zich vervolgens zullen reproduceren, is het brein juist gebaat bij de slechtst aangepasten, de anarchistische denkers die wars van de geldende norm hun ideeën kunnen ontwikkelen en poneren. Of (?): de omgeving van het brein is aan heel andere wetten gehouden en gebonden dan de omgeving van een/het individu. Breinen floreren tegen de verdrukking in. Misschien is de geboorte van de paradox én van de Kunst wel in deze tegenstelling te vinden. Duidelijk is dat deze beide met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kinderen zijn van het onaangepaste brein. En dan zeg ik het nog voorzichtig.

Uit: overdenkingen

 

Mensen met een obsessie herscheppen, in hun poging hun eigen Χαος te duiden, de chaos (het niets waaruit alles ontstaat) van anderen. Dit is de ware betekenis van Kunst met een grote K. En de enig wezenlijke vooruitgang die de Mensheid kent. Ik troost me met de gedachte dat ik zo'n schepper ben.

Uit: overdenkingen

 

Wie bang is voor de valken kan maar beter geen muis zijn

Uit: overdenkingen

 

KUNST

 

Kunst is licht te dragen maar zwaar te verteren.

Uit: overdenkingen

 

Een definitie:

het poldermodel: als politieke correctheid de menselijke neiging tot waarheidsvinding verdringt.

Uit: overdenkingen

 

Gebruiksaanwijzing:

je eigen vrijheid houdt daar op waar je die van anderen beperkt, maar soms moet je iemands vrijheid beperken om de persoon in kwestie duidelijk te maken dat hij jouw vrijheid beperkt.

Uit: overdenkingen

 

 

 

Eeuwigheid is de grens van uw bevattingsvermogen, niet een lineaire interpretatie van tijd.

Uit: Misantropisch gewas, jaarboek van een liefde.

 

Vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting houdt op te bestaan zo gauw diezelfde vrijheid de vrijheid van anderen beperkt. 

Uit: Facebook publicaties 

 

Als alles democratisch opgelost moet worden is de democratie de nieuwe dictator.

Uit: overdenkingen

 

In plaats van de 10 geboden: de 3 G's

Geloven mag 

Goden bestaan niet

Gedachten zijn vrij

 

Meer heeft u niet nodig.

 

Uit: overdenkingen

 

IMPOSSIBLE
 

De fysici zijn het eens: aangezien tijd niet lineair is, is het reizen in die tijd onmogelijk. Begrip van deze paradox is noodzakelijk voor het uitsluitend bestaan van het hier en nu. Voor alle anderen blijft het paradijs én de eeuwigheid gesloten.

Fb. 21-03-2019 

EEN MENS KAN SLECHTS DAT ZIEN WAT HIJ KAN BEVATTEN

 

Voor u gelezen 

Een lugubere grap:

kunst is een product van de cultuur, cultuur de vijand van de beschaving. Een cultuurmens ziet wat hem geleerd is te zien, of wat hij verkiest te zien, een kunstenaar ziet waar hij/zij naar kijkt.

Uit: overdenkingen